Ik zie wat ik geloof : big tech als architect van de nieuwe werkelijkheid
Maand van de Filosofie 2026, 93 pagina's - € 8,--
Wikipedia: Roxane van Iperen (1976)
Korte beschrijving
Wie of wat zijn wij? Kennen wij onszelf? In de geschiedenis van de mensheid heeft het wij vrijwel altijd tegenover een zij gestaan. De metafoor voor het wij was de gesloten kring of de begrensde gemeenschap. Die tweedeling tussen wij en zij gaf veelvuldig aanleiding tot vijandschap en in- en uitsluitingen. Nu het moeilijker is om mensen in één gemeenschappelijk verhaal op te nemen, is er behoefte aan nieuwe metaforen voor ons. Nieuwe beelden, woorden en daden om het wij weer betekenis te geven. Is er een wij mogelijk dat alle menselijke en niet-menselijke wezens insluit?
Tekst op website uitgever
We leven in een tijd waarin de werkelijkheid niet langer is gebaseerd op een gedeelde ervaring, maar een product is dat per individu op maat wordt gemaakt. Wie controle heeft over het verhaal, heeft de macht om mensen een bepaalde richting in te sturen. In dit indringende essay laat Roxane van Iperen zien hoe Big Tech ons met minimale inspanningen gevangenhoudt en brengt in kaart wat mogelijke vluchtroutes zijn. Hoe kunnen we opnieuw een gezamenlijk fundament creëren, een gedeelde werkelijkheid? 'De subjectieve ervaring wordt feit. Niet: ik geloof wat ik zie, maar: ik zie wat ik geloof. De Verlichting eindigt dan, letterlijk, in het licht van een scherm: niet langer het symbool van kennis, maar van beïnvloeding. De rede is niet gestorven, ze is vermarkt. En zo begint een nieuw tijdperk, waarin wie de gevoelde realiteit bezit, de mens bezit.'
Fragment uit Van mens naar markt
Ik zie wat ik geloof
Toch blijf ik twijfelen aan deze optelsom, die uiteraard ook weer een platgeslagen versie is van een veel complexer werkelijkheid. Eén vraag keert steeds bij me terug: had deze technologische machtsgreep niet ook kunnen plaatsvinden zonder globalisering? Is het er een voortvloeisel van, of slechts een toevallig neveneffect? Ik kom tot de conclusie dat het één dan toch tenminste een noodzakelijke springplank was voor het ander: hyperglobalisering - de extreme verwevenheid van economieën, kapitaal en informatie, het wegvallen van grenzen - creëerde een wereld waarin efficiëntie en schaal heilig zijn. Zie het als een wereldwijde lopende band, waarin alles aan elkaar verbonden is en elke schakel van de keten mee moet in hetzelfde tempo. Om dat gigantische stelsel te kunnen coordineren was technologie noodzakelijk: algoritmen die markten kunnen lezen, mensen kunnen sturen, gedrag kunnen voorspellen. Het verdwijnen van geografische en culturele ankers bereidde de mensheid voor om vervolgens de sprong te maken naar een virtuele wereld. In die zin zou je kunnen zeggen dat globalisering de vraag naar totale beheersing heeft doen ontstaan; technologie heeft het middel geleverd. Maar ik denk dat er iets diepers achter zit: ook zonder globalisering had de westerse moderniteit zélf al de kiemen in zich van deze controle maatschappij. De drang om te meten, te optimaliseren en rationaliseren ten koste van onze vrijheid - wat Max Weber de 'ijzeren kooi van de rationaliteit' noemde - is veel ouder dan de cloud. Weber beschreef al in 1905 hoe in een gerationaliseerde samenleving, die strak wordt vormgegeven door bureaucratische systemen en efficiëntie, iedere vorm van toeval of verbeelding langzaam verstikt en sterft. De wens om orde te scheppen uit chaos, om het onzekere te berekenen en te beheersen, zat al in de moderniteit zelf. Met andere woorden: zonder globalisering hadden we misschien een andere vorm van technologische controle gekend - meer lokaal, trager, minder totalitair van schaal. Maar de neiging tot digitaliseringen beheersing zat al ingebakken in de westerse idee van vooruitgang. Hyperglobalisering maakte er slechts een mondiaal systeem van, waarin elke menselijke afwijking werd opgeslokt door één en hetzelfde netwerk.
De moderne mens leeft daardoor in een wonderlijke paradox: we geloven dat we meer vrijheden hebben dan ooit, terwijl tegelijkertijd de drang naar controle alomvattend is. Bedrijven meten, voorspellen en beheersen iedere stap in hun bedrijfsketen, van overheden verwachten we dat ze elk risico of iedere abnormaliteit in kaart brengen en corrigeren, en individuen houden angstvallig alle aspecten van hun 'vrije' leven in de gaten: hun stappen, hartslag, slaap, (mentale) gezondheid, productie, identiteit en persoonlijk ontwikkeltraject. Die metingen en voorspellingen worden bijna volledig gestuurd door een digitale infrastructuur in private handen, die niet het welzijn van de mensheid als doel heeft, maar de verrijking van een selecte groep ultravermogenden. Wat we ervaren als autonomie is in feite procesoptimalisatie: we bewegen vrij binnen een raster dat door anderen wordt ontworpen en gemanipuleerd. De vraag is alleen niet meer of technologie ons leven helpt en vergemakkelijkt, maar wie er heerst over de voorwaarden waaronder wij denken, spreken, voelen en handelen. Dáár begint het verhaal van Big Tech en de soevereine mens. (pagina 33-35)
Lees ook: De genocidefax : wat doe jij als het erop aankomt? (2021), Eigen welzijn eerst : hoe de middenklasse haar liberale waarden verloor (2022) en Eigen planeet eerst : waarom onze democratie geen antwoord heeft op het grootste vraagstuk van deze tijd (uit 2025).

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen