maandag 23 september 2019

Anand Giridharadas

Waarom de superrijken de wereld niet zullen veranderen
Volt 2019, 336 pagina's - € 22,99

Oorspronkelijke titel: Winners Take All: The Elite Charade of Changing the World (2018)

Wikipedia: Anand Giridharadas (1981)

Korte beschrijving
De auteur werkte onder andere bij MacKinsey en was onder meer correspondent India voor de New York Times. Waarom en hoe doen (vooral Amerikaanse) rijkaards aan grootscheepse filantropie? Aan de hand van interviews met filantropen laat hij hun idealisme zien, maar ook hun geloof in neoliberale opvattingen dat hun zelf geen windeieren heeft gelegd: het neerhalen van de overheid en de 'heilzame' werking van de niets ontziende vrije markt. Het boek is veel breder dan dit alleen: ook de mechanismen waar hele staten met een hulpbehoevende bevolking door internationals met aasgier-gedrag dieper in de ellende worden gedrongen door bedrijven met veel schulden op te kopen, staten te dwingen die bedrijven te nationaliseren en vervolgens de schulden bij die staten te innen. Hoe en waarom er bij arme Amerikanen geen enkele welvaartsgroei was in de jaren zeventig etc. Een fascinerend boek dat veel breder is dan zijn titel laat verwachten. De typisch Amerikaanse methode door interviews iets te laten zien maakt het luchtig. Klasse! Voorzien van een bronvermelding.

Tekst op website uitgever
De rijken en machtigen sponsoren goede doelen en culturele instellingen, en doen veel aan liefdadigheid. Ze benadrukken vaak dat ze een positieve bijdrage willen leveren aan de wereld, maar kijken zelden naar hoe ze zelf minder schade aan zouden kunnen richten.
Waarom zouden onze grootste mondiale problemen moeten worden opgelost door superrijken, in plaats van door onze democratisch gekozen instituties – die door diezelfde superrijken worden uitgehold via belastingontduiking en lobby’s?

Giridharadas stelt in dit fascinerende boek dat we ons niet afhankelijk moeten maken van giften van de superrijken, maar meer gelijkheid en eerlijkheid moeten eisen van het bedrijfsleven en de politiek.

Fragment uit 7. Het enige dat werkt in de moderne wereld
Dani Rodrik, een collega van Summers op Harvard, publiceerde de zaterdag vóór de VN-week een artikel in The New York Times waarin hij MarketWorlders waarschuwde tegen de veronderstelling dat wat goed was voor hen, goed was voor iedereen. De globalisering, betoogde hij, moest worden gered, 'niet alleen van populisten, maar ook van haar cheerleaders'.  Hij schreef: 'Het nieuwe globaliseringsmodel draaide prioriteiten om en zette de democratie aan het werk voor de wereldeconomie, in plaats van andersom'.
  Jonathan Haidt publiceerde in hetzelfde jaar een essay met een andere theorie over wat er misging. 'Als je wilt begrijpen waarom het nationalisme en het rechts-populisme zo snel en zo hard zijn gegroeid, moet je eerst kijken naar de daden van de globalisten',  schreef hij. 'In zekere zin zijn de
 globalisten, "begonnen"'. En omdat 'de nieuwe kosmopolitische elite met hun gedrag en hun uitspraken veel van hun medeburgers kwetsen, van zich vervreemden en tegen zich in het harnas jagen, vooral de mensen die een psychologische voorkeur voor autoritarisme hebben'. In Haidts ogen waren globalisten utopisten. Ze geloofden in verandering en in de toekomst. Ze waren 'antinationalistisch en antigodsdienst' en 'antiparochiaal', en geloofden dat 'alles wat mensen in verschillende groepen of identiteiten verdeelt, verkeerd is' en dat 'het weghalen van grenzen en scheidslijnen goed is'.  Hun tegenstanders, vervolgde Haidt, moeten worden begrepen als mensen met een intuïtie voor wortels die Émile Durkheim met zijn baanbrekende Le suicide, étude de sociologie mede bevestigde: dat 'mensen die zich verankerd voelen door familie, godsdienst en plaatselijke gemeenschap minder vaak zelfmoord plegen', in Haidts woorden. 'Maar als mensen ontsnappen aan de beperkingen van gemeenschap, leven ze in een wereld van "anomie" of normloosheid, en stijgt het zelfmoordpercentage'. (pagina 256-257|)

Citaat uit recensie
Giridharadas bouwt voort op de traditie van schrijvers als Naomi Klein, Noreena Hertz en in mindere mate Thomas Piketty. Allen strijden tegen de uitwassen van globalisering en neoliberalisme.
 Tot ergernis van Giridharadas worden filantropen tegenwoordig alom bewonderd, en de oprichting van stichtingen door rijken ontmoeten nergens meer 'publieke of politieke argwaan, maar louter burgerlijke dankbaarheid'.
  Onder het mom van goeddoen voor de wereld is in zijn ogen een nieuwe verderfelijke elite opgestaan: de wereldverbeteraars als superkapitalist. Deze filantropische klasse maakt zich schuldig aan  een 'bewuste en gerichte roofzucht'.  Sterker: hij vergelijkt de huidige filantropen met slavenhandelaars uit het verleden. De ergste waren zij die aardig voor hun slaven waren. Want op die manier hielden ze het systeem in stand. (Roofridders vermomd als filantropen - FD, 21 september 2019)

Interview: ‘Ik wil leven in een wereld waarin de rijksten minder geld hebben om weg te geven’ (De Volkskrant, 1 februari 2019)

Onderstaand filmpje sluit aan bij de teneur van dit boek


Lees vooral ook: Moneyland : een zoektocht naar het verborgen geld van de superrijken en de multinationals van Oliver Bullough (uit 2019) en Rijkdom : hoeveel ongelijkheid is nog verantwoord? (reeks Nieuw Licht) van Ingrid Robeyns (uit 2019)

Artikel: Moneyland: het zal nooit makkelijker zijn om ertegen op te treden dan nu.  (april 2019) en  201984 - "een apocalyptische codex van onze ergste angsten" (juni 2019) en Hoe komt het toch dat de consument in ons alles ruïneert, verwoest, platbrandt, sloopt en te gronde richt wat de burger en de onderzoeker in ons dierbaar is? (augustus 2019) 

Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen