donderdag 25 december 2025

Ton Lemaire 5

Verre velden : essays en excursies 1995-2012
Ambo 2013, 383 pagina's € 24,95

Wikipedia: Ton Lemaire (1941-)

Korte beschrijving
Al bijna 25 jaar woont cultuurfilosoof Ton Lemaire op een stille plek in de Dordogne, waar hij in eenvoud leeft en denkt en leest en schrijft. Gevlucht voor het lawaai, het kapitaal, de consumptie en de markt. Terug naar een wereld waar de stem van de natuur nog wordt gehoord. In een lange reeks boeken komt hij op voor de waarde van het landschap, en wijst hij op het gevaar van steeds maar sneller en groter en meer. Zo ook in deze bundel deels eerder gepubliceerde essays, over onder meer de symboliek van de roos en de waarde van het braakliggen, over gedichten van Rilke en schilders van het korenveld, over de kritische theorie van Horkheimer en de waarde van het lezen. De lezer die enigszins vertrouwd is met Lemaire en met de literatuur waaruit hij put, zal in deze essays veel herkennen. Met noten, literatuurlijst en personenregister.

Tekst op website uitgever
In Verre velden zijn de essays verzameld die Ton Lemaire de laatste twee decennia heeft geschreven. Ze handelen over een grote verscheidenheid van velden: de hoofdstukken bestrijken graanvelden, onder meer zoals ze in de schilderkunst zijn afgebeeld, het sprokkelen van hout, braakliggen (letterlijk en overdrachtelijk), archeologie en landschap, de indianen van Chili, de betekenis van de roos, een bijzonder gedicht van Rilke en ten slotte filosofie en de rol van het boek.

Ton Lemaire slaagt erin om concrete ervaringen te verbinden met meer algemene en soms vrij abstracte thema's door ze te situeren in steeds bredere contexten. Zo kunnen ook ogenschijnlijk onbelangrijke details of gebeurtenissen een toegang bieden tot hedendaagse kwesties en soms uitmonden in maatschappij- of cultuurkritiek.

Ton Lemaire is antropoloog en filosoof. Eerder publiceerde hij onder meer Filosofie van het landschap, Op vleugels van de ziel, Met open zinnen, De val van Prometheus en Onder dieren. Sinds geruime tijd woont hij op het Franse platteland.

Fragment uit IX. Filosoferen tussen kritiek en desillusie
2. Rationaliteit of rationalisering

Maar is de beoefening van wijsbegeerte wel een garantie voor kritisch denken? Zijn filosofen eigenlijk wel in staat kritischer te zijn dan hun tijdgenoten? Als we naar de geschiedenis kijken, zijn er wel degelijk verschillende redenen om daaraan te twijfelen. Ik zal enkele voorbeelden geven waaruit blijkt dat ook en zelfs grote denkers minstens een deel van de blinde vlekken en vooroordelen van hun tijd en samenleving hebben gedeeld. Dat geldt, om te beginnen, voor Kant, bij uitstek een denker van de verlichting. Met zijn befaamde drie Kritiken heeft hij ongetwijfeld de hele moderne filosofie op een nieuwe leest geschoeid; de invloed en uitstraling van Kant zijn immens geweest. Maar tevens heeft hij ook een groot deel van de problemen en impassen voorbereid waarmee we nog steeds worstelen.
  Kants kenleer wordt beheerst door het ervaringsbegrip van de toenmalige natuurwetenschappen met hun mechanistische wereldbeeld. Daarin staat de relatie van het subject tot de wereld van de dingen centraal en impliciet daardoor de potentiële maakbaarheid van de wereld en de beheersbaarheid van de natuur. Antropocentrisme en constructivisme die zo kenmerkend zijn gebleken voor de moderniteit werden aldus door Kant gefundeerd. Wel wordt de eigenstandigheid van de zedelijkheid in zijn systeem gegarandeerd, maar zijn 'plichtsethiek' blijft formeel en nogal bloedeloos. De scheidingen en tegenstellingen die zijn denken aanbrengt - tussen zintuigen verstand, tussen zijn en behoren enzovoort - worden nauwelijks overbrugd. Voor meerdere vormen van ervaring, zoals die van de kunst, de muziek, de mystiek, had Kant weinig aandacht en gevoel, zodat ze er in zijn systeem enigszins bekaaid vanaf komen. Kortom, hij vertrok van een erg beperkte opvatting van ervaring en van rationaliteit. Zijn wijsbegeerte kon daardoor slechts rekenschap geven van een gedeelte van onze ervaring en zodoende slechts 'een gehalveerd wereldbeeld aanbieden'. 


  Een ander voorbeeld heeft betrekking op het oeuvre van Hegel, met name diens geschiedfilosofie. Daarin heeft hij een duiding gegeven van de verborgen structuur en logica van de geschiedenis van d mensheid, als een gebeuren waarin de menselijke geest zich in verschillende stadia en vormen heeft veruitwendigd, die veruitwendigingen pas laat herkent als zijn eigen uitingen en ze zich daardoor toe-eigent, en het hele proces ten slotte kan herkennen als de wijze waarop de geest tot een voltooide zelfkennis komt. In Hegels grootse verhaal worden in de bonte verscheidenheid van gebeurtenissen lijnen aangebracht, krijgt de wereldgeschiedenis orde en zin en wordt haar eigen rechtvaardiging - treedt in de plaats van wat de theodicee voorheen was; de geschiedenis is tegelijk het 'Weltgericht'.  Mara deze ontcijfering van de betekenis van de geschiedenis heeft een dubbele bodem, want ze rechtvaardigt impliciet  ook het feitelijke verloop der dingen en bevat daardoor een legitimering van macht en succes. Hegels geschiedfilosofie wordt bekroond door de veronderstelde wereldhistorische bestemming van Europa en gaat gepaard met een geringe dunk voor oosterse culturen en een onverholen minachting voor Afrika en inheems Amerika. Door met zijn methode de 'ratio' aan te geven van de geschiedenis rationaliseert hij tevens de toenmalige dominantie van Europa, het kolonialisme en het eurocentrisme. Anders gezegd: Hegel verabsoluteert de historische constellatie van zijn tijd en heeft de vooroordelen en ideologie van zijn eigen samenleving in een filosofisch gewaad.
 Vervolgens heeft Marx Hegels dialectiek van de geschiedenis geïnterpreteerd in zijn historisch materialisme, met in plaats van de geest de arbeid als kracht die het hele proces voortstuwt. Hij begrijpt de geschreven geschiedenis als de geschiedenis van de klassen strijd die in en door het kapitalisme op de spits zal worden gedreven om ten slotte om te slaan in een klassenloze maatschappij/ Dit resultaat is, meent hij, geen utopie of wensdroom maar kan worden afgelezen uit de wetmatigheden van de geschiedenis zelf. Zich beroepend op deze veronderstelde historische wetten hebben Lenin en Stalin de ontwikkelingen en omwentelingen in Rusland/Sovjet-Unie met harde hand een zet in de 'goede' richting gegeven. Ideeën zijn zelden onschuldig; in zijn maatschappelijke en politieke implicaties toont een wijsgerig systeem zijn werkelijke gezicht. DE terreur van de Franse Revolutie evenals die van de Russische en Chinese revoluties werd voorbereid door ideeën uit de achttiende en negentiende eeuw. (pagina 268-270)

Fragment uit IX. Filosoferen tussen kritiek en desillusie
4. Blinde vlekken

Kritisch denken past dus bescheidenheid, voorzichtigheid en twijfel, omdat er altijd lacunes en blinde vlekken zullen blijven, steeds elementen en gebeurtenissen over het hoofd worden gezien, vaak omdat ze té dichtbij zijn en zozeer deel uitmaken van de leefwereld dat het heel moeilijk is om zo de gewenste afstand te nemen. Ik zal enkele thema's noemen die in de huidige reflectie mijns inziens sterk onderbelicht blijven, als eerste het kapitalisme als economisch en maatschappelijk stelsel. (p 275)

()

Als tweede thema noem ik onze moderne verhouding tot natuur en milieu, die zoals we weten wereldwijd te lijden hebben van aantasting en exploitatie door een mensheid die steeds maar groeit in aantal en nogal zorgeloos de planeet die ze bewoont tegelijk plundert en uitwoont. 

()

Als derde noem ik het thema van het geweld, in het bijzonder de vraag naar het mogelijk interne verband tussen moderne cultuur en geweld, gelet namelijk op de extreme gewelddadigheid die onze geschiedenis te zien geeft, globaal vanaf de opkomst van het kapitalisme. (p 276)

()

Als laatste in deze reeks van geweld in onze tijd noem ik onze verhouding tot dieren, meer in het bijzonder de manier waarop veel dieren worden gefokt in de bio-industrie en vooral de manier waarop ze worden geslacht. (p 277)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen