dinsdag 9 december 2025

Ties Gijzel & Mira Sys

Wie betaalt, mag vervuilen : kunnen we ons uit de klimaatcrisis kopen?
Follow the Money 2025, 205 pagina's  € 23,50

Korte bio van Ties Gijzel (198?) en Mira Sys (198?)

Korte beschrijving
Een diepgravend onderzoek naar klimaatcompensatie, waarbij uitstoot wordt geneutraliseerd via natuurprojecten. Deze praktijk heeft een markt gecreëerd waarin bomen en dieren als financiële producten worden verhandeld, met grote geldstromen via financiële centra. Onderzoeksjournalisten Ties Gijzel en Mira Sys bieden een kritische blik op deze markt. Hiervoor zijn ze in gesprek gegaan met handelaren, ondernemers, onderzoekers en Inheemse gemeenschappen. Het boek stelt vragen over de effectiviteit en ethiek van klimaatcompensatie, vooral nu de EU, VN en techbedrijven deze aanpak omarmen als oplossing voor de klimaatcrisis. Journalistiek en soepel geschreven. Met kleurenfoto's. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep. 

Ties Gijzel en Mira Sys zijn onderzoeksjournalisten bij Follow The Money en deden drie jaar onderzoek naar de markt van klimaatcompensatie.

Tekst op website uitgever
Ga je vliegen? Compenseer je schuldgevoel voor een paar euro! Stoot je fabriek veel broeikasgassen uit? Plant een bos! Heeft je bouwproject het leefgebied van koala’s vernietigd? Creëer elders een fijne, nieuwe leefplek voor flamingo’s! Welkom in de wereld van klimaatcompensatie. Door geld te steken in natuurprojecten, kunnen overheden, bedrijven en consumenten hun uitstoot ‘wegstrepen’, alsof die nooit heeft bestaan. Zo is er een lucratieve markt ontstaan waarop bomen en dieren worden verhandeld als financiële producten. Via de Zuidas en Wall Street gaan er honderden miljoenen euro’s om in deze handel. Maar wie wordt hier nu echt beter van? Onderzoeksjournalisten Ties Gijzel en Mira Sys geven een onthullende inkijk in de compensatie-industrie. Ze spraken met financiële handelaren, ondernemers, milieu-onderzoekers en Inheemse gemeenschappen in wier leefgebied controversiële natuurprojecten plaatsvinden. Nu de Europese Unie en de Verenigde Naties het compensatie-idee steeds steviger omarmen en techbedrijven er de oplossing in zien voor hun energieslurpende AI, dringt de vraag zich op: kunnen we ons werkelijk uit de klimaatcrisis kopen?

Fragment uit 4. Geld verdienen voor een betere wereld
Succesvol ondernemer worden. Dat was het doel van Tim van der Noordt als student al voor ogen zou hebben gehad. Van der Noordt - kort, donkerbruin haar en hazelbruine ogen - zette daarom tijdens zijn opleiding internationale bedrijfskunde in Maastricht rond de eeuwwisseling al een handel op in slippers en skateboards. 
  Van der Noordt is een man die de schijnwerpers graag vermijdt. Hij geeft zelden interviews, heeft amper foto's van zichzelf online staan en wil via gene enkele weg vragen van ons beantwoorden. 'In de tijd dat ik voor hem werkte heb ik hem nooit gezien,' zei een oud-werknemer tegen ons. Toch had hij zichzelf juist in de kijker gespeeld, door als een van de eersten ter wereld grote kansen te zien in de CO2-handel, en daar succesvol in te worden.
  Van der Noordt kreeg interesse in de CO2-handel via een televisie-uitzending in 2003. Die ging over een ingewikkelde, opkomende markt, de handel in uitstootrechten. De Europese Commissie had vanaf 2003 een systeem in het leven geroepen om grote vervuilers in Europa te laten betalen voor hun CO2-uitstoot: het Europese emissiehandelssysteem. Dit was - naast de carboncredithandel van de VN - een extra middel voor de EU om de in Kyoto gestelde klimaatdoelen te halen.
  Elektriciteitsbedrijven en grote fabrieken kregen vanaf 2005 van de EU een bepaalde hoeveelheid 'uitstootrechten', gemeten in tonnen CO2-uitstoot. Raakten ze door die voorraad heen, dan moesten ze rechten bijkopen. Hadden ze er te veel, dan konden ze rechten verkopen aan bedrijven die er te weinig hadden. Dat zou via een handelssysteem gebeuren. Geleidelijk aan zou de Europese Commissie de hoeveelheid uitstootrechten die ze uitbracht verminderen, zodat vervuilers wel moesten vergroenen.
  De werking van het systeem was te vergelijken met een stoelendans. Elek ronde zou er ene stoel verdwijnen en moesten deelnemers wanneer de muziek stopte met elkaar strijden om de overgebleven stoelen. Bij deze handel werden geen stoelen, maar uitstootrechten uit het spel genomen, om zo de Europese uitstoot stapsgewijs terug te dringen. 

Anders dan carbon credits
Die uitstootrechten waren net als carbon credits verhandelbaar, maar waren verder wezenlijk anders van aard. Bedrijven kregen een eindig aantal uitstootrechten van de Europese Unie - denk aan de stoelendans - en moesten verplicht deelnemen aan het Europees handelssysteem.
  Daartegenover werden carbon credits over het algemeen vrijwillig ingezet, en konden zo oneindig worden ontwikkeld. Iedereen die kon uitleggen hoe hij CO2-uitstoot voorkwam, of opving, kon credits creëren en verkopen. In theorie zou jouw buurman bijvoorbeeld credits kunnen verkopen omdat hij van plan is zij brandstofauto te vervangen door een elektrische auto. Dat gebeurt doorgaans niet, omdat het vaak pas de moeite waard is vanaf groterehoeveelheden credits.
  Student Van der Noordt was dermate geïntrigeerd geraakt door de televisie-uitzending, dat hij besloot om zijn scriptie te schrijven over de Europese markt van uitstootrechten. Dat mocht hij doen op het Ministerie van Economische Zaken, waar toen ook Adriaan Korthuis rondliep, als die niet op werkreis was naar bedrijven in Oost-Europa. Van der Noordt mocht er enkele maanden onderzoek doen en interviews afnemen. Als student had hij al door dat er rondom iets abstracts als CO2 - iets wat we dagelijks achteloos in- en uitademen - nieuwe wereldmarkten aan het ontstaan waren. (pagina 55-57)

Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen