Geschreven door Vera Vrijmoeth, Felix Kram, Hendrik Noten, Jacob-Jan Koopmans & Tijmen de Vos
Van Gennep 2025, 136 pagina's - € 13,99
Korte beschrijving
Een verandering over oorzaken van economische ongelijkheid in Nederland. De auteurs onderzoeken eenentwintig economische mythes over onderwerpen als werkethiek, prijsstijgingen, ongelijkheid, het belastingstelsel en het bedrijfsleven. Ze stelt dat over deze onderwerpen veel ongefundeerde beweringen gedaan worden, vaak in het voordeel van specifieke belangen. Door de mythes te ontkrachten willen ze de economische ongelijkheid in Nederland zichtbaarder maken. Op heldere toon geschreven. Met illustraties. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep.
Vera Vrijmoeth, Felix Kram, Hendrik Noten, Jacob-Jan Koopmans en Tijmen de Vos zijn onderzoekers bij de FNV.
Tekst op website uitgever
Er was eens een land, laaggelegen en plat. Iedereen werkte even hard en kreeg loon naar werken. Het geld was gelijk verdeeld, de burgers waren gezond en werden steeds ouder. De armoede nam af en de breedste schouders droegen er de zwaarste lasten. Iedereen was deel van de middenklasse. Het was er goed toeven. Het was een gaaf land. En dat land heette Nederland. Grapje, natuurlijk niet. Toch is het moeilijk aan dit sprookje te ontkomen. We worden namelijk elke dag overladen met onjuiste, soms zelfs onzinnige claims over de economie van ons land: Nederland is een super gelijk land, bedrijven kunnen hogere lonen niet betalen, iedereen wordt steeds rijker. En ga zo maar door. Bewijs voor deze stellingen ontbreekt meestal. Toch weten die mythes zich in onze hoofden te nestelen. Hoog tijd dus om een aantal mythes door te prikken. In Machtige Mythes ontrafelen FNV-onderzoekers Vera, Felix, Hendrik, Jacob-Jan en Tijmen eenentwintig economische mythes: mythes over hoe hard we werken, over stijgende prijzen, over ongelijkheid, over ons belastingstelsel en over het bedrijfsleven. Wat schuilt er achter deze sprookjes en wiens belangen worden gediend? Machtige Mythes is een verfrissende verzameling eye-openers die niet alleen food for thought bieden, maar ook tot daden aanzetten.
Fragment uit Mythe 20. Eerst verdienen, dan verdelen
'De economie is heel simpel: eerst verdienen, dan verdelen'
Zo kopte Roelof Salomons zijn ronkende column in de Telegraaf begin 2024. het idee van Roelofs - hoogleraar verleidingstheorie en vermogensbeheer én gelijktijdig werkzaam voor investeringsgigant Blackrock - is simpel.
Bedrijven creëren welvaart. Die welvaart kunnen we als samenleving pas verdelen nadat ondernemingen het eerst hebben verdiend. Tot die tijd moet de overheid dus niet in de weg lopen. Die creëert namelijk geen welvaart maar slurpt het op met al haar belastingen.
Concreet bestaat het 'eerst verdienen, dan verdelen' van mensen als Salomons dus eigenlijk uit twee argumenten: (1) de overheid creëert geen welvaart, dat doet het bedrijfsleven en (2) we hebben niet genoeg geld om te verdelen, als datzelfde bedrijfsleven niet éérst meer welvaart creëert.
Een bedrieglijk eenvoudige redenering. Met de nadruk op bedrieglijk.
Hoe de overheid ons rijker maakt
De Italiaans-Amerikaanse econoom Mariana Mazzucato liet een aantal jaren geleden in haar bestseller De ondernemende staat al zien dat dit beeld van een welvaart slurpende overheid niet klopt. Sterker nog, de overheid is cruciaal voor het creëren van rijkdom. Mazzucato werkt dit in haar boek uit door te onderzoeken waar de iPhone precies vandaan komt. De mythe wil natuurlijk dat de baanbrekende smartphone het kind was van de briljante ondernemer Steve Jobs. Mazzucato laat echter zien dat zo'n beetje alle techniek waar de telefoon op draait, voortkomt uit overheidsinvesteringen in bijvoorbeeld ruimtevaart en defensie: van GPS tot het touchscreen.
Zonder de overheid had Jobs weliswaar een schitterende telefoon kunnen ontwerpen, maar had die niet veel meer gekund dan bellen en sms'en.
En eigenlijk geldt hetzelfde voor zo'n beetje alle producten. Overheidsdiensten zoals goede infrastructuur, goed onderwijs, goede zorg en wetenschappelijk onderzoek zijn het fundament van onze economie. Geen bedrijf zonder een geasfalteerde weg, geen werknemer zonder onderwijs of zorg en geen innovatie zonder onderzoek. Bedrijven verdienen hun geld dus niet ondanks, maar dankzij de overheid.
Inmiddels weten we uit onderzoek bijvoorbeeld dat overheidsinvesteringen zichzelf dubbel en dwars terugverdienen. Zo levert iedere euro aan publiek onderzoeksbudget 4,20 euro rendement op. Hetzelfde geldt voor het belang van onderwijs. Uit onderzoek blijkt dat in Nederland de afname van de onderwijskwaliteit zo'n 20 procent bijdroeg aan de daling van de arbeidsproductiviteitsgroei.
Bovendien wordt een deel van de waarde die de overheid creëert niet gemeten. De overheid rekent voor veel van de dingen die zij doet geen prijs: veel van het onderwijs, de zorg en de veiligheid op straat is er gewoon. Je hoeft niet af te rekenen elke keer dat je er gebruik van maakt. Dat betekent dat we de economische waarde ook niet meetellen. Je kan nou eenmaal niet tellen wat geen cijfer krijgt. Maar zouden we daarmee zeggen dat het geen waarde heeft? De overheid creëert dus veel meer waarde dan we direct terugzien in de cijfers over onze economie.
Verdienen verdelen
Dan de vraag of we eerst meer moeten verdienen alvorens te verdelen.
Nederland is rijker maar ook ongelijker dan ooit. Niet alleen de verschillen tussen mensen zijn gegroeid, ook de verdeling tussen privaat en publiek vermogen is steeds schever geworden. Dat wil zeggen dat steeds meer van de rijkdom in handen is van individuen, en niet van de overheid (en dus ons allemaal). Denk aan een voormalig staatsbedrijf als PostNL. Vroeger was het publiek bezit. Na de privatisering kwamen de aandelen daarentegen in handen van rijkere huishoudens. Inmiddels is het bedrijf zelfs voor een derde in handen van een Tsjechische miljardair.
Het aandeel publiek vermogen was in 1995 nog 8,9 procent van al het vermogen, om in de decennia erna te slinken tot 5,5 procent in 2022. Als we dat private vermogen eerlijker verdelen en het publieke vermogen vergroten, is er ook meer te verdelen.
Die ongelijke verdeling tussen privaat en publiek vermogen is daarnaast slecht voor ons verdienvermogen. Zoals we inmiddels weten lukt het rijke vermogenden om op allerlei manieren belasting te ontwijken. Minder publiek vermogen betekent ook dat de overheid die inkomsten misloopt. Dit alles zorgt dat er minder ruimte is voor publieke uitgaven.
Er zijn ook gevolgen op de langere termijn. In een samenleving met veel ongelijkheid kunnen de bezitters van het groeiende private vermogen jun macht inzetten om de economie en democratie naar hun eigen hand te zetten. Zo krijg je steeds meer bedrijven met veel marktmacht en veel politieke macht, denk aan Tesla-topman Elon Musk in de VS. bedrijven met veel marktmacht gebruiken die macht om winst te maken, in plaats van te investeren in ons toekomstig verdienvermogen.
Zonder overheid geen welvaart
De overheid speelt een onmisbare rol in onze welvaartsgroei. Om die rol te kunnen spelen heeft zij wel geld nodig. Juist het afsnijden van belastinginkomsten omdat de publieke sector als welvaartsvernietigend monster wordt neergezet, is een heel slecht idee. Door publieke investeringen te verwaarlozen ondermijnen we de basis van onze toekomstige welvaart.
Een steeds kleiner deel van alle rijkdom wordt dan ingezet voor de dingen die voor iedereen van waarde zijn, terwijl een steeds groter deel in handen komt van een kleine groep vermogenden. Dat is uiteindelijk voor bijna iedereen nadelig. Bijna. Behalve als je werkzaam bent voor investeringsgigant Blackrock, dan zie je het klantenbestand natuurlijk groeien. (pagina 108-112)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen