maandag 3 april 2017

Daan Roovers


Mensen maken : Nieuw Licht op opvoeden

Ambo Anthos 2017, 80 pagina's -  € 10,--

Wikebsite Daan Roovers (1970)

Korte beschrijving
Het zijn de vragen die Coen Simon en Frank Meester (beiden leeftijdgenoten en ook filosoof) die de auteur aanzetten tot het schrijven van dit essay. Hoe plaats je de ideeën van Rousseau ('Emile of over de opvoeding') in de context van onze tijd? Wat moeten we verstaan onder opvoeden bij kinderen van vier tot ongeveer twintig jaar? Zijn we niet altijd te laat voor de maatschappij waarin ze straks hun weg moeten vinden? Roovers plaatst in duidelijke en begrijpelijke taal de beschermde wereld van Rousseau tegenover de opdringerige wereld van nu waarin het kind al op jonge leeftijd wordt geconfronteerd met de hedendaagse feiten (Jeugdjournaal, Zapplive en sociale media ). Kinderen zullen moeten leren om te gaan met deze feiten en op verantwoorde wijze ('via volwassenen aan de keukentafel') hierin keuzes moeten maken. Bij deze beschouwingen komen ook meningen van onder meer Kant en Montessori aan de orde, steeds geplaatst in de situatie van vandaag en morgen. Een klein maar pittig boekwerkje waarin ouders van nu en anderen die deel uitmaken van het ontwikkelingsproces bij kinderen aanknopingspunten kunnen vinden om hun eigen koers te bepalen. Passend is het lange citaat van Rousseau achter in het boek. Pocketformaat; normale druk.

Korte beschrijving op website
‘Alles is goed zoals het uit de handen van de Schepper komt, alles raakt verdorven in de handen van de mens,’ schreef Rousseau in zijn Emile, of Over de opvoeding uit 1762, waarschijnlijk het beroemdste boek over opvoeding ooit. Laat het kind vooral kind zijn, en bescherm het zo veel mogelijk tegen de grotemensenwereld, is zijn boodschap.

Probeer dat maar eens in onze tijd, schrijft filosofe Daan Roovers. Ook kinderen ontkomen niet aan de voortdurende informatiestroom. Dagelijks worden ze door sociale media en het Jeugdjournaal bijgepraat over oorlog, crisis en klimaat. In plaats van hen met hun rug naar de wereld groot te brengen of ze alleen maar toe te rusten met ‘doelgerichte vaardigheden voor de arbeidsmarkt’, moeten we ons toeleggen op ‘algemene vorming, om ze voor te bereiden op een samenleving die er nog níét is en waarvan niemand weet hoe die zal zijn’.

Fragment uit' Ik heb zoveel wereld als ik kon aangevat' - Vorming
In deze tijd van globalisering is het existentiële onderscheid tussen het nabije (en van oudsher: dat wat van levensbelang is) en het verre (dat wat ondergeschikt is) verminderd of zelfs helemaal tenietgedaan. Dat geeft onrust. Het verre komt nabij, zeker als het in de huiskamer gebracht wordt door een goede bekende van tv. Bij het Jeugdjournaal is dat zelfs doelbewuste strategie. Als er groot nieuws is in het buitenland, zoals bij de aanslag in Nice in de zomer van 2016, sturen ze er een eigen correspondent heen, zodat ook het nieuws van ver weg zo herkenbaar mogelijk wordt gebracht. Afstand is de kwestie niet.
Niet alleen het omgaan met de verdwenen afstand, maar ook het verwerken van het groot aantal prikkels in het huidige informatiebombardement is een belangrijk thema geworden. Dat onderwerp spitst zich vooral toe op het gebruik van digitale media. Om die reden moet je ruim voordat je gaat slapen je smartphone wegleggen - anders doe je geen oog dicht. Voor alle (hevige) beelden geldt: je moet ze processen, fysiologisch gesproken. Maar ik bedoel hiermee nog iets fundamentelers, namelijk dat je met alle indrukken ook iets zou moeten doen om ze echt te verwerken: een plaats geven. Ze een plaats geven in jouw universum, waardoor je in de overdosis aan informatie overeind blijft en je kunt oriënteren. Wat raakt je? Wat leg je naast je neer? Wat vind je belangrijk?
Om hierin een weg te vinden heb je een zekere ' vorming'  nodig: Bildung. Bildung wordt meestal vertaald met 'algemene ontwikkeling'. Het ideaal ontstaat tegen de achtergrond van de snel oprukkende industrialisatie in de negentiende eeuw en komt van Wilhelm vom Humboldt (1767-1835), filosoof en minister van Onderwijs. Aan de basis van deze persoonlijke ontwikkeling ligt een brede kennis van de taal, de cultuur en de geschiedenis waarvan je deel uitmaakt. het is de plaatsbepaling in de wereld. Je kunt wel weten waar Frankrijk ligt op de kaart, maar als je niet weet waar je jezelf bevindt op dat moment is het onmogelijk om daar een weg naartoe te vinden - dan behoor je tot de geleerden over wie Rousseau een paar decennia eerder schampert dat ze wel weten waar Peking en Isfahan liggen, maar de weg niet kennen in hun vaders tuin. Je hebt kennis nodig over de wereld waarin je leeft om jezelf een duidelijke positie toe te eigenen en je er een weg in te kunnen vinden.
  Bildung van het individu vindt plaats in wisselwerking met de directe omgeving, de cultuur en de mensen om wie hij of zij leeft. Het is je ontwikkeling als deel van de mensheid., Von Humboldt schrijft hierover: ' Ik heb zoveel wereld als ik kon aangevat en in mijn mensheid omgezet.'  Bildung betekent zien dat je onderdeel bent van een groter geheel. Het is de waarde van de mensheid in jezelf ontwikkelen, zou Kant zeggen. (pagina 58-60)

 

Lees ook
Bas Heijne. Onbehagen : Nieuw Licht op de beschaafde mens  (2016)
Ewald Engelen. De mythe van de gemaakte vrouw : Nieuw Licht op het feminisme (2016)
Pieter van den Blink. The medium kills the message : Nieuw Licht op journalistiek, media en kijkcijfers (2016)
Eva Rovers. Ik kom in opstand, dus wij zijn : Nieuw Licht op het verzet in de kunst (2017)

Lees ook: ... En denken : Bildung voor leraren (uit 2012), Onderwijsheid : terug naar waar het echt om gaat van Kees Boele (uit 2015) en Het agoramodel : de wereld is eenvoudiger dan je denkt van René Gude (uit 2016)

Startpagina Nieuw Licht

Terug naar Overzicht alle titels

Raoul Martinez


Hoe vrij zijn wij? de machinaties van macht en de strijd voor onze toekomst

Atlas Contact 2017, 544 pagina's -€ 65,--

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Oorspronkelijke titel: Creating freedom : the lottery of birth, the illusion of consent, and the fight for our future (2016)

Website voor dit boek en film  Raoul Martinez (1983)

Korte beschrijving
Het (westerse) concept van vrijheid vormt het kader voor onze gedachten over straf, beloning, kapitalisme, democratie, handel, media, gedachtevorming, meningsuiting en wil. We zijn echter veel minder vrij dan we denken. Het leven dat we leiden hangt volledig af van onze genen en de omgeving waaraan we worden blootgesteld. De auteur – een Britse activist, schrijver en filmmaker – bepleit een radicale verandering. Hij onderzoekt de beperkingen van het heersende idee van vrijheid en de tekortkomingen van ons huidige systeem en verkent het potentieel om een betere wereld tot stand te brengen met meer empathie en gelijkheid. Hij baseert zich daarbij op inzichten uit de neurologie, criminologie, psychologie, politiek, biologie, economie en filosofie. Erudiet, sprankelend, onderhoudend, origineel, toegankelijk wetenschappelijk verantwoord pleidooi van een relatieve buitenstaander in de academische wereld. Inspirerend voor politici, bestuurders, sociale wetenschappers en andere maatschappelijk geëngageerden. Bevat zeer uitgebreid notenapparaat en register.

Korte beschrijving op website uitgever
Vrije markt, vrije verkiezingen, vrije wil, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van drukpers. Vrijheid is het fundament van onze democratie, van onze manier van leven – van wat het is om mens te zijn. Maar het is vervormd en lijkt vaak het tegenovergestelde te rechtvaardigen: toenemende ongelijkheid, de erosie van de democratie, een irrationeel strafrechtelijk systeem en een onmenselijk buitenlandbeleid.

In Hoe vrij zijn wij? ontrafelt Raoul Martinez de heilige mythe van de vrijheid. Aan de hand van bevindingen en ideeën uit de neurowetenschappen, criminologie, psychologie, politiek, klimaatwetenschap, economie en filosofie, laat hij zien dat de overtuiging dat onze instituten onafhankelijk zijn en het idee dat wij beschikken over een vrije wil, gebaseerd zijn op onjuiste aannames. Van de plek waar we geboren zijn en de sturende invloed van de media tot de blikvernauwende realiteit van macht – dit manifest demonstreert hoe anders we ons zouden gedragen als we de wereld zouden accepteren zoals die werkelijk is. Maar dat we die met empathie, verbeeldingskracht en vastberadenheid wél radicaal kunnen hervormen.

Een documentaire
Raoul Martinez is ook verantwoordelijk voor de documentaire Creating freedom. Hieronder de trailer van een film waarin o.a. Daniel Dennett, Steven Pinker, Nick Davies en Tony Benn aan het woord worden gelaten.




Fragment uit het Voorwoord
Een vrije markt, vrije handel, vrije verkiezingen, vrije media, vrije gedachtevorming, vrije meningsuiting, vrije wil. Ons leven is doordrongen van de taal van vrijheid, waarin urgente, actuele kwesties en indringende vragen over wie we zijn en wie we zouden willen zijn zijn ingebed.
Vrijheid is een bezielend ideaal, essentieel voor de menselijke waardigheid en voor een vervullend, zinvol leven. Door haar universele aantrekkingskracht en haar vermogen te verenigen en te inspireren, is vrijheid al heel lang een krachtig politiek wapen. Voor sommigen betekent ze een oproep tot revolutie, voor anderen een rechtvaardiging van het bestaande. Wetenschappers, denktanks, religies, politieke partijen en activisten hebben het concept in verschillende vormen gegoten. In de worsteling om vrijheid te definiëren is er aan het concept getrokken, gedraaid en geduwd; het is op bekwame wijze gekneed om de belangen te dienen van degenen die de macht hebben het te vormen.

Al geven ze richting aan onze economieën, democratieën en rechtsstelsels, toch zijn de belangrijkste opvattingen over vrijheid bij de meeste mensen onbekend. Ze maken deel uit van het conceptuele fundament waarop de samenleving is gebouwd, en vormen het kader voor onze gedachten over straf, beloning, kapitalisme, democratie, en alles wat daartussen zit. Maar dit fundament, dat doortrokken is van mythes en illusies, brokkelt af. Het torenhoge bouwwerk dat erop leunt, en dat geteisterd wordt door economische, politieke en milieucrises, is niet alleen wankel en onhoudbaar, maar ook oneerlijk. De taal van vrijheid is al te lang gebruikt als een middel om controle uit te oefenen, armoede te rechtvaardigen, democratie uit te hollen en legitimiteit te verschaffen aan barbaarse straffen.
Met ongelijkheid die steeds groter wordt, economische crises die uitbreken, mensen die langer werken voor minder, vluchtelingen die stromen de grenzen over gaan, bedrijven die steeds machtiger worden, wouden die verdwijnen en zeespiegels die stijgen, is het tijd voor een fundamentele herbezinning op het gewijde ideaal van vrijheid. Wanneer een samenleving op meerdere fronten faalt, moeten vraagtekens worden gezet bij de ideeën die eraan ten grondslag liggen.

Dit hele boek is geïnspireerd op een eenvoudig principe: hoe beter we de grenzen van onze vrijheid begrijpen, hoe beter we in staat zijn ze te overstijgen. We konden wel eens minder vrij zijn dan we graag denken, en pas door te begrijpen welke vrijheid we ontberen, kunnen we de vrijheid die we al bezitten vergroten. Wanneer we ons niet bewust zijn van onze beperkingen, kunnen anderen dat uitbuiten. Door onder ogen te zien wat de grenzen zijn van onze vrijheid, wordt een aantal hardnekkige mythes ontzenuwd – mythes over individuele verantwoordelijkheid, gerechtigheid, politieke democratie en markten. Sommige mythes blijven bestaan omdat ze de belangen van de mensen aan de macht beschermen; andere omdat ze vleiend voor ons zijn en de schijn van troost bieden. Allemaal hebben ze een prijs. De manier waarop we over vrijheid denken, vormt ons beeld van het heden en onze visie op de toekomst. Ze vormt een lens waardoor we de wereld interpreteren en beoordelen, een kompas waarmee we onze koers bepalen. Maar de opvattingen over vrijheid zijn niet allemaal op dezelfde manier gecreëerd. Elke opvatting gaat uit van bepaalde aannames over de wereld, die soms tegen feiten en logica ingaan. (pagina 9-10)

Guardian: Raoul Martinez on writing this year's essential text for thinking radicals  (december 2016)

Artikel: Empathie: Laten we vechten om de wereld te bevrijden, weg met nationale grenzen, hebzucht, haat en intolerantie (augustus 2017)

Youtube: TEDx Whitechapel: Creating freedom (Raoul Martinez) (17:09)



Terug naar Overzicht alle titels

zaterdag 18 maart 2017

Alicja Gescinska 2

Allmensch : van middelmaat tot meesterschap

Academia Press 2016, 39 pagina's -  € 7,99

Wikipedia: Alicja Gescinska (1981)

Korte beschrijving
Als eerste in een nieuwe Vlaamse reeks boekjes over literatuur en filosofie in zakformaat, verschijnt een essay van de jonge filosofe Alicja Gescinska, die ook bekend werd door haar roman 'Een soort van liefde' (2016). Het begrip 'Allmensch' is afkomstig uit het denken van de Duitse filosoof Max Scheler en verdient volgens Gescinska een nieuw leven. Bedoeld wordt 'een mens die zijn essentiële vermogens om goed te doen maximaliseert en dus de spanning tussen wat is en wat zou moeten zijn minimaliseert'. Voor zichzelf en voor de wereld. De Allmensch kijkt niet voldaan terug, maar vooruit onder het mom van wat blueslegende B.B. King omschreef als 'You can always do better', het adagium 'plus est en vous' van de jezuïeten en het Hebreeuwse begrip timshel (vrijheid, verantwoordelijkheid, bestemming van de mens). Een in heldere taal geschreven, betekenisvol pleidooi dat ieder weldenkend mens zou moeten aanspreken en aansporen het beste uit zichzelf te halen ten gunste van de samenleving. Pocketuitgave; normale druk.

Fragment uit Lof der ontevredenheid
Het zou geen kwaad kunnen als men ontwaakte met die vijf woorden in het hoofd. You can always do better. In die woorden klinkt niet enkel de belofte van mogelijke beterschap, maar ook een veroordeling van dat wat is. Dat wat is, volstaat niet. Daarom mogen we niet te snel op onze lauweren rusten. We moeten meer ontevreden zijn, over de wereld en onszelf.
  Dat is natuurlijk onaangenaam. Niemand is graag ontevreden. Ontevredenheid gaat meestal gepaard met een gevoel van ergernis en wijst op een toestand van gebrek. Maar terwijl ontevredenheid onaangenaam is, is tevredenheid vaak ongepast. Hoe kun je tevreden zijn over de toestand van de wereld, wanneer er in die wereld zoveel ellende bestaat? Omdat perfectie onbereikbaar is, moet je ernaar blijven streven, zo meende King, en op zijn zachtst gezegd is de wereld verre van perfect. Uit het gebrek ontstaat de morele plicht om goed te doen, om de nood te lenigen en het lijden te verzachten. Er wordt een moreel appel op ons gedaan, niet zozeer omdat wij zo goed zijn, maar omdat de wereld zo slecht is. (pagina 7)

Die ontevredenheid over het bestaan zouden we moeten ombuigen in een kracht om de wereld te verbeteren en niet laten uitmonden in verzuring en verbitterdheid waar niemand baat bij heeft. Wie daarin slaagt, heeft een extra motivatie om een zinvol leven te leiden.

Zo iemand beschikt  ook over meer zelfkennis. Het is geen schande, maar juist verstandig om toe te geven dat we allemaal eigenlijk maar gebrekkige, veelal middelmatige wezens zijn. Zelfkennis is het begin van alle wijsheid en zelfoverschatting impliceert daar vaak het tegendeel van. We zijn meestal niet uitzonderlijk slim of dom, geen heiligen noch duivels. We zijn vooral heel gewoon. (pagina 8-9)

Fragment uit Een voorbeeldig leven
Toch laten we ons in ons handelen idealiter inspireren door uiteenlopende voorbeeldfiguren en streven we het best diverse positieve waarden na. De Mozarts en Einsteins zijn dun gezaaid in de wereld en de homo universalis, die in vele domeinen uitmunt, is al zeker een zeldzaamheid. Maar je kunt er beter naar streven om een homo universalis te zijn en in dat streven wat tekortschieten, dan ernaar te streven om een nietsnut te zijn en daarin met verve slagen. En hoewel het ideaal van de homo universalis een wat elitair en intellectualistisch mensbeeld kan impliceren, hoeft dat voor het ideaal van de Allmensch niet het geval te zijn.

De Allmensch is immers ook - en misschien zelfs bovenal - de gemiddelde mens die de middelmaat overstijgt, en blijft streven naar wat beter kan. De zuivere idealen van de voorbeeldfiguren zijn ultiem onbereikbaar en misschien moeten we er juist daarom voortdurend naar blijven streven. Omdat het niet perfect is, zoals B.B. King ons voorhield. De gedachte dat goed nooit goed genoeg is, kan voor sommigen misschien deprimerend klinken, maar het tegendeel is waar.

Het is juist een buitengewoon hoopvolle gedachte, want ze impliceert ook de gedachte dat er meer in ons zit en dat het beter kan. Timshel. (pagina 36-37)

Lees ook De verovering van de vrijheid : van luie mensen, de dingen die voorbijgaan uit 2011

Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 16 maart 2017

Jos de Mul 2

Paniek in de polder : polytiek in tijden van populisme
Lemniscaat 2017, 327 pagina's - € 19,95

Uitgebreide en geactualiseerde editie; met een nieuwe inleiding van de auteur .
De eerste editie verscheen in 2011.

Wikipedia: Jos de Mul (1956) en zijn Twitteraccount.

Korte beschrijving
Naast een analyse van de recente Nederlandse (populistische) politiek geeft de auteur ook adviezen hoe we dit populisme tegen kunnen gaan. Het poldermodel is door populisten in een kwaad daglicht gesteld en zelfs teniet gedaan. De Mul stelt dat levensbeschouwelijke pluraliteit en diversiteit actief moeten worden bevorderd vanuit de achterliggende gedachte dat het leven niet maakbaar is, maar voor een groot deel iets is dat je overkomt. De paniek uit de titel slaat op termen als tolerantie, demonisering, fundamentalisme, gedogen, polderen en verketteren. Onze democratie zou leven van conflict en hierin zou dan de tragiek schuilen. De Mul presenteert hier eigenlijk een vorm van postmodernisme, gelardeerd met zowel voorbeelden uit de hedendaagse politiek als uit de klasssieke. Een verfrissende kijk op onze hedendaagse politiek en hoe die zou kunnen worden verbeterd. Een aantal van de hoofdstukken verscheen eerder in De Volkskrant en NRC Handelsblad.

Korte beschrijving op website uitgever
Er waart een spook door Europa en omstreken - het spook van het populisme. Het multiculturalisme is failliet verklaard, de rechtsstaat en parlementaire democratie staan onder druk, de Europese Unie kraakt in haar voegen. Donald Trump heeft de vs in de populistische vaart der volkeren opgestuwd en Marine Le Pen, Viktor Orbán, Bart De Wever en onze eigen Geert Wilders ruiken de macht. Er heerst paniek in de Polder.

Helder en met de nodige humor analyseert Jos de Mul het wedervaren van de vaderlandse politiek sinds de moord op Pim Fortuyn. Hij schrijft over schaatsende moslima's, wedergeboren verlichters, eurosceptische nationalisten en islamofobe populisten. Daarbij pleit hij voor een 'verlichte polytiek' die de paniek buiten de Polder houdt en het tragisch besef erbinnen. Tegenover mono- en multiculturalisten verdedigt hij een 'interculturele' invalshoek: we moeten aanvaarden dat culturen zich voortdurend vermengen, met alle spanningen en verrijkingen van dien, en de succesvolle mengvormen krachtig stimuleren.

Fragment uit de inleiding
Paniek in de polder is een warm pleidooi voor het verguisde Poldermodel, omdat dit model naar mijn mening in de afgelopen eeuwen een cruciale rol heeft gespeeld in de vorming van de liberaal-democratische rechtsstaat. Nu leidt een pluraliteit en diversiteit van waarden en normen bijna onvermijdelijk tot tegenstellingen tussen maatschappelijke klassen , etnische groepen of religieuze gemeenschappen. Zulke tegenstellingen kunnen eenvoudig uitmonden in een gewelddadige strijd, zo leren de christelijke godsdienstoorlogen in de zestiende en zeventiende eeuw en de oorlogen tussen de soennieten en de sjiieten die momenteel plaatsvinden in het Midden-Oosten. het succes van het Poldermodel, zo beargumenteer ik in dit boek, is dat het enerzijds pluraliteit en diversiteit aan opvattingen en meningen ruim baan geeft, maar tegelijkertijd de tegenstellingen pacificeert door compromisvorming. (pagina 17)

Lees ook van Jan-Werner Müller. Wat is populsime? (uit 2017) of Pleidooi voor populisme van David Van Reybrouck (uit 2008)

Terug naar Overzicht alle titels

Tim Wu

Aandacht is het nieuwe goud : hoe commercie en media vechten om ons hoofd in te komen

Business Contact 2016, 432 pagina's - € 29,99

Oorspronkelijke titel: The attention merchants : the epic scramble to get inside our heads (2016)

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Wikipedia: Tim Wu (1971)

Korte beschrijving
In zijn nieuwste boek schrijft de jonge Amerikaanse hoogleraar Tim Wu tamelijk alarmerend over het gevecht in de media en de commercie om de aandacht van consumenten en het publiek. De hele dag door worden we omgeven door reclame in allerlei vormen: van posters en abri's tot sociale media, e-mail en Google. Slimme ondernemers vangen onze kostbare tijd en aandacht om die zonder ons medeweten voor grof geld door te verkopen. Het boek schetst een ontluisterend beeld van het spel dat met ons consumenten wordt gespeeld. Dat alles uitgebreid maar overzichtelijk beschreven, onderverdeeld in vijf delen. De auteur is hoogleraar rechten en werkzaam bij de Federal Trade Commission. Hij komt oprecht, erudiet, energiek en humoristisch over; tegelijk is zijn boodschap boos makend. Het boek moet het vooral hebben van zijn inhoud, want oogt qua uiterlijk tamelijk saai. Traditionele lay-out, illustraties ontbreken. Met register. Een alleszins lezenswaardig boek, goed voor een redelijke lezerskring.

Fragment uit de Epiloog
Of we het nu wel of niet beseffen, in wezen zijn de handelaars in aandacht een belangrijke rol gaan spelen in het bepalen van onze levensloop en daarmee ook in de toekomst van de mensheid, in die zin dat die toekomst niets meer zal zijn dan het totaal van al onze individuele geestestoestanden. Klinkt dat overdreven? William James, de grondlegger van het Amerikaanse pragmatisme, die leefde en overleed vóór de opbloei van de handel in aandacht, was van mening dat onze levenservaring uiteindelijk gelijk zou staan aan alles waaraan we aandacht hadden besteed. Wat er derhalve op het spel staat, is iets wat bijna gelijkstaat aan de manier waarop je je leven leidt. Dat alleen al zou ons ertoe moeten aanzetten kritischer te kijken naar de talloze overeenkomsten die we gedachteloos aangaan en, wat nog belangrijker is, stil te staan bij de noodzaak om daar soms helemaal niet in mee te gaan. Als we een toekomst willen waarin zowel de slavernij van de propagandastaat als de bedwelming van de consumptie- en beroemdheidscultuur wordt vermeden, moeten wij ons eerst realiseren hoe kostbaar onze aandacht is en besluiten er niet zo goedkoop of onbezonnen afstand van te doen als we zo vaak hebben gedaan. En vervolgens moeten we in actie komen, individueel en collectief, om onze aandacht terug te winnen, en daarmee tevens het eigenaarschap over onze levenservaring. (pagina 422)

Youtube - Tim Wu: "The Attention Merchants" | Talks at Google


Lees vooral ook: Zo werkt aandacht : opvallen, kijken en zoeken in een wereld vol afleiding van Stefan van der Stigchel (uit 2016)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 15 maart 2017

De grote regressie


De grote regressie : vijftien grote denkers over de geest van de tijd

Atlas Contact 2017, 272 pagina's - € 24,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Korte tekst op website uitgever

In De grote regressie duiden vijftien grote denkers, onder wie David Van Reybrouck, Zygmunt Bauman, Nancy Fraser, Pankaj Mishra en Slavoj Žižek, de politieke crisis waarin de wereld terecht is gekomen. De krachten van extreemrechts, populisme en nationalisme winnen in de westerse wereld weer terrein. De parallel met de destabilisering en radicalisering die in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw uiteindelijk tot de Tweede Wereldoorlog leidden, is onmiskenbaar en angstaanjagend. Voor het eerst is in lange tijd een Derde Wereldoorlog niet meer zo ondenkbaar. De essays in De grote regressie gaan zowel over de achterliggende redenen (de financiële crisis, migratie, globalisering) als over de gevolgen (xenofobie, protectionisme, geen samenwerking maar de roep om versterking van nationale grenzen), en brengen een internationaal debat op gang.


Fragment uit Toevluchtsoord Europa (door Bruno Latour)
Op dit punt in het betoog is het noodzakelijk een politicologische hypothese te introduceren, of anders gezegd: een waarschijnlijke fictie.
  De verlichte elites - en die bestaan - hebben vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw de gevaren van de klimaatverandering ingezien en beseft dat die een andere omgang met de aarde vergde. Tot dan toe kon men zich grond toe-eigenen, de grond exploiteren, gebruiken en misbruiken, de aarde protesteerde niet.
  De verlichte elites zijn begonnen met het verzamelen van bewijs dat dit niet zo kon doorgaan. Ze wisten het natuurlijk allang, maar laten we zeggen dat ze wegend waren het vastberaden te negeren. Onder het privé bezit, van het in beslag genomen land, begon een andere aarde te bewegen, te beven. Een soort aardbeving, zogezegd, die de verlichte elites goed wist te raken: 'Opgelet, niets zal mer zijn zoals het was. Het was alsof de aarde zei: U zal zwaar moeten boeten om de aarde terug te krijgen.'
  Het probleem is dat deze waarschuwing is opgepakt door ander elites, die minder verlicht zijn, maar beschikken over omvangrijkere middelen, aanzienlijker belangen, en vooral buitengewoon gevoelig zijn voor hun eigen welzijn.
  En hier komt die politicologische hypothese in het spel: deze elite heeft haarfijn begrepen dat de waarschuwing klopte, maar ze heeft uit deze onbetwistbare waarheid niet de conclusie getrokken dat er betaald zou moeten worden, en duur betaald, om de terugkeer van de aarde te bewerkstelligen.
  De elites hebben twee conclusies getrokken die geleid hebben tot de verkiezing van koning Ubu in het Witte Huis: ja, er zal betaald moeten worden voor deze teruggave, maar het zijn de anderen die ervoor zullen betalen, wij zeker niet, en we gaan de onbetwistbare waarheid over de nieuwe klimaatgesteldheid tot op het bot ontkennen.
  Als deze hypothese klopt, verklaart zij de deregulering en ontmanteling van de verzorgingsstaat, die vanaf de jaren tachtig werd ingezet: de klimaatontkenning vanaf 2000 en tot slot de geweldige toename van ongelijkheid tijdens de laatste veertig jaar. Het maakt allemaal deel uit van hetzelfde fenomeen: de elites waren zo verlicht dat ze besloten hebben dat er niet voor iedereen een toekomst zou zijn, en dat men zich dus zo snel mogelijk moest ontdoen van de last van solidariteit - dat is de deregulering; dat men een soort gouden fort moest bouwen voor de paar procent die het zouden redden - dat is de explosie van de ongelijkheid; en dat men, om het vuile egoïsme van deze vlucht uit de alledaagse wereld te verhullen, het bestaan zelf van de dreiging die de oorzaak is van deze radeloze vlucht categorisch moest ontkennen - dat is de ontkenning van de klimaatverandering. Zonder deze hypothese kunnen noch de toekomst van ongelijkheid, noch de investering in het klimaatscepticisme, noch de rage van deregulering worden verklaard. Het zijn drie ontwikkelingen die de geschiedenis, waaraan het continentale Europa zo veel moeite heeft zich aan te passen, tekenen. (pagina 110-111)

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 6 maart 2017

H.M. van den Brink


Koning Wilders : een wintersprookje

Atlas Contact 2017, 95 pagina's - € 7,--

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Wikipedia: Hans Maarten van den Brink (1956)

Korte beschrijving
In korte tijd verschenen begin 2017 twee kleine rode boekjes over politiek. Het ene was 'Staat van Nederland' (2017)* van Bas Heijne en het andere dit boekje van H.M. van den Brink. Beide boekjes gaan over de politieke actualiteit. Waar Heijne scherp analyseert, maakt Van den Brink zich voornamelijk boos. Met de sprookjeswereld van de Efteling als symbolisch decor ageert hij tegen de internationale verrechtsing, met als boze mensen Wilders, Le Pen en Trump. Met mooi taalgebruik maakt hij sprongetjes naar diverse sprookjes, maar ook naar nazistische lectuur als 'Jud Süss' en 'Der ewige Jude'. Daarmee suggereert hij zijn angst voor een terugkeer naar de jaren dertig van de vorige eeuw. 'Het sprookje en de werkelijkheid vormen geen tegenstelling. Over beide valt te redetwisten. Als we met die erkenning eens zouden beginnen', aldus een van zijn conclusies in dit boek. De politieke spanningen voorafgaand aan de Tweede Kamerverkiezingen en de onzekerheid over onze politieke toekomst vormen de suspense in dit 'wintersprookje'. Sprankeling en een happy end moeten we echter helaas missen. Pocketuitgave; normale druk..

Korte beschrijving op website uitgever
Bestaat de wereld van Geert Wilders echt? Of is het een sprookje waarin hij ons wil laten geloven? En wat zegt die fantasie dan over Nederland?

Fragment
Propaganda is wat politici willen zeggen. Sprookjes kunnen vertellen wat de mensen willen horen, als ze van de juiste lading worden voorzien. Sprookjes zijn in de handen van een slimme verteller effectiever dan louter propaganda. Ze zijn niet abstract. Misschien was dat wel de reden dat de onwaarheden van Trump en Wilders op zo weinig weerstand stuitten bij hun kiezers. Ze appelleerden vaak aan een diepere waarheid, die van het gevoel, een gevoel van angst bijvoorbeeld, in plaats van aan de rede. Ze vertelden een verhaal dat het kon stellen zonder argumenten omdat het alleen verwees naar een interne logica. En ze waren van beeld voorzien.
  De schrijver en verzamelaar van sprookjes Wilhelm Hauff publiceerde in 1827 een vertelling over zijn geboortestreek Württemberg, losjes gebaseerd op een paar historische feiten. Zoals dat gaat met sprookjes werd het verhaal in verschillende versies naverteld. Door de twintigste-eeuwse succesauteur Lion Feuchtwanger, als film in Engeland in de jaren dertig door de uit Duitsland afkomstige regisseur Lothar Mendes, en ten slotte in 1940, opnieuw als film, door de Duitser Veit Harlan. Steeds dezelfde ingrediënten, maar van een reeks andere accenten voorzien. Het belangrijkste verschil had te maken met de hoofdfiguur, naar wie de geschiedenis ook was genoemd. Was hij een gewetenloze manipulator of een slachtoffer dat tussen de raderen van onafwendbare gebeurtenissen was geraakt?
  Jud Süss heet het sprookje en de film die onder het naziregime werd gemaakt was veruit de meest succesvolle versie. Ik heb Jud Süss al een keer of vier gezien. De film bewijst de kracht van fictie, de macht van symbolen. Vertoning is daarom tot op de dag van vandaag verboden. Maar dankzij het heerlijke internet is ook dat verbod inmiddels pure symboliek.
  De film speelt in de achttiende eeuw, toen Duitsland nog een onsamenhangende lappendeken was van stadsstaatjes en vorstendommen. Er treedt een nieuwe keurvorst aan in Württemberg, een ijdele man die weinig andere beleidsmatige interesses lijkt te hebben dan kunst en ander uiterlijk vertoon. Van zijn volk, dat bestaat uit eerlijke ambachtslieden en noeste boeren, vraagt hij geld voor nieuwe uniformen om zijn lijfgarde fraaier aan te kleden. Ook wil hij graag op kosten van zijn onderdanen een eigen opera en balletgezelschap, en juwelen voor de hertogin.
  De volksvertegenwoordiging aarzelt. Maar dan arriveert per koets een man die aanbiedt de vorst te helpen. het is de Joodse bankier Joseph 'Süss' Oppenheimer, die zich niet bekommert om landsgrenzen en tradities, want hij handelt in geld en geld is vloeibaar, abstract en internationaal. Hij heeft geen banden met welk grondgebied dan ook. 'Mijn vaderland is de wereld', legt hij uit. Eerst bezorgt hij de hertog de gewenste juwelen en dan biedt hij aan de begroting van het hertogdom te herfinancieren zodat er geld vrijkomt voor de elitaire hobby's van de monarch. In ruil daarvoor verkrijgt hij het recht om tol en belastingen te innen. En om de grenzen open te stellen voor zijn volksgenoten, de Joden, die nu zomaar het recht krijgen zich te vestigen in Baden-Württemberg. Wat volgt is massa-immigratie. Een lange stoet haveloze gelukszoekers trekt de grenzen over en door de stadspoorten het welvarende landje binnen.

Terug naar Overzicht alle titels