Practivisme : een handboek voor heimelijke rebellen
Prometheus 2018, 144 pagina's - € 15,--
Wikipedia: Eva Rovers (1978) en website
Korte beschrijving
De auteur is bekend van onder meer de veelgeprezen biografieën van Helene Kröller-Müller en Boudewijn Büch en dat magnifieke pleidooi voor onafhankelijk denken: 'Ik kom in opstand'. Dit praktische werk is in zekere zin een vervolg op dit laatste boek: een handleiding voor geweldloos verzet, waar behalve aan uitgangspunten en methoden – o zo belangrijk! – aandacht wordt besteed aan de mentaliteit: hoe je dat verzet moet volhouden: je moet er lol in kunnen hebben anders lukt het niet. Het boek is ook zo opgebouwd: Durf te denken, Word boos (en heb lol), Maak een plan, Doe moeite, Doe het samen, Ga voor geweldloos en Durf te doen. Gelukkig ook aandacht voor de gevaren: 'lokaalvredebreuk', het feit dat je hoe dan ook altijd in beeld komt, de bedreigingen op sociale media, de noodverordeningen. Uitermate nuttig en hoopgevend voor hen die zich vaak machteloos voelen. Talloze voorbeelden en tips zoals over de invloed van likes en het referendum om de Sleepnetwet. Toegankelijk, geen jargon en met voldoende literatuuraanhalingen en websites om verder te kunnen lezen.
Tekst op website schrijver
In een wereld waarin we slechts een tweet verwijderd lijken van een kernoorlog, waarin social media meer afstand dan begrip kweken, politici meer naar bedrijven luisteren dan naar burgers, een wereld die bedreigd wordt door vervuiling en overbevolking… in zo’n wereld is het soms lastig om niet moedeloos te worden. In Practivisme bindt Eva Rovers de strijd aan met de verlammende machteloosheid die iedereen kent. Daarvoor gaat zij te rade bij filosofen, opstandige bejaarden, smartphone-demonstranten en vele anderen. Het resultaat is dit heldere, hoopgevende en praktische handboek voor huiskameractivisten: onmisbaar voor iedereen die de wereld wil veranderen, maar nooit precies wist hoe. Lees, en vind de rebel in jezelf.
Fragment uit 1. Durf te denken
Denk als mens, niet als consument
Camus waarschuwde voor ideologieën, omdat die ervoor zorgen dat mensen niet meer zelf nadenken en dus als makke schapen gecontroleerd kunnen worden. Ook al willen we graag geloven dat er tegenwoordig in het Westen geen overheersende ideologie meer is en we in alle vrijheid handelen en denken, is het maar zeer de vraag of dat ook het geval is. Leven we niet in een 'totalitaire welvaartsstaat', zoals de Duits-Amerikaanse filosoof Herbert Marcuse het al in 1964 omschreef? Een repressief regime waarin niet een dictator het voor het zeggen heeft, maar de bevolking zichzelf onder de duim houdt, door zichzelf vrijwillig in een tredmolen van oneindige productie en consumptie gevangen te houden, of in meer hedendaagse termen: 'Work, consume, sleep, repeat.' Deze 'eendimensionale mens', volgens Marcuse, denkt vrij te zijn, niet beseffend dat hij slaaf is van zijn eigen consumptiedrift. Evenmin beseft hij dat zijn opvattingen niet van zichzelf zijn, maar worden ingefluisterd door reclame, die als continu aanwezige apostel de ideologie van het consumentisme verspreidt, predikend dat bezit, gemak en overdaad voorwaarden zijn voor geluk.
Mede dankzij de tech-revolutie draait die tredmolen van productie en consumptie vijftig jaar op topsnelheid en is het nog veel moeilijker geworden ertegen in opstand te komen. We zitten met zijn allen in een fantastische attractie, maar beseffen nog niet dat we de prijs van dat ritje met onze vrijheid betalen. De kick ervan laat ons geloven dat het leven prima is als we kunnen shoppen en streamen tot we er bij neervallen. Dat problemen van anderen 'niet ons probleem' zijn en we ons beter kunnen richten op kleding, gadgets, vakanties en alle andere vormen van afleiding, want daarin ligt het geluk. En als zich onderweg toch een probleem of onrechtvaardigheid aan ons opdringt, dan sussen we onszelf in slaap: laat dat maar aan de politiek en het bedrijfsleven over, want wat kan ik daar in mijn eentje nou aan veranderen?
Daarom vergt het durf om het 'klaarlichte denken' te gebruiken, om op de rem te gaan staan en de werking van die attractie te bevragen. Maar het moet. We kunnen genieten van die spectaculaire rit, maar op een gegeven moment zullen we eruit moeten stappen, omdat al die toeters en bellen, bochten en afdalingen ons anders permanent verdoven, verblinden en desoriënteren. Daardoor vergeten we dat we geen makke schapen zijn die alleen maar vermaakt willen worden, maar dat we creatief, coöperatief, welwillend, getalenteerd, slim en machtig zijn.
Voorkom dus dat je je laat leiden door het permanente verlangen naar meer en de angst om iets tekort te komen. Angst verdeelt, zaait wantrouwen en zet mensen tegen elkaar op: het is de beste strategie om een opstand in de knop te breken. Laat je daar niet toe verleiden, niet door vrienden, niet door politici, en zeker niet door jezelf. Durf te denken, te fantaseren: daarmee schep je een uitzicht op hoe de wereld er ook uit zou kunnen zien. Houd dus op te denken als consument die bang is wat mis te lopen en denk voortaan als mens die een wereld te winnen heeft. (pagina 27-29)
Lees ook Ik kom in opstand, dus wij zijn : Nieuw Licht op verzet van Eva Rovers (uit 2017)
Terug
naar Overzicht alle titels
Sinds 2012 vindt u hier non-fictie boeken over onze snel en sterk veranderende tijd. Boeken over uiteenlopende, elkaar aanvullende en overlappende gebieden. Boeken die vragen oproepen. Leesbare boeken die allemaal opgenomen zijn in de collectie van de samenwerkende Noord Oost Brabantse Bibliotheken. Een instelling die uiteenlopende activiteiten organiseert over thema's die in deze boeken worden aangesneden. Boeken voor Lezers van Stavast.
maandag 30 april 2018
woensdag 25 april 2018
Bas Heijne 5
VU University Press 2018, 64 pagina's - € ??
Dit boekje bevat de uitgebreide versie van de Abraham Kuyperlezing die Bas Heijne op dinsdag 24 april 2018 uitsprak in de Westerkerk in Amsterdam
Wikipedia: Bas Heijne (1960)
Aankondiging programma 24 april 2018 - Meer vrijheid, gelijkheid, broederschap? Was het maar zo simpel
Het nationalisme bloeit opnieuw overal. In Europa, Rusland, Turkije en de Verenigde Staten zijn onderwerpen als godsdienst, kleur, ras en nationaliteit weer terug in het debat. In plaats van een blauwdruk voor onze toekomst te ontwerpen, beloven steeds meer politici, ook in Nederland, een terugkeer naar een zuiver verleden. Bas Heijne vraagt zich af waarom de idealen waarmee hij opgroeide, het streven naar meer vrijheid, meer gelijkheid en broederschap, op basis van een gedeelde menselijkheid, aan kracht verliezen of zelfs grote weerzin oproepen? Is er sprake van een noodzakelijke correctie of een levensgevaarlijke ontsporing?
Bas Heijne spreekt over de mogelijkheden van een nieuwe Verlichting in een wereld waarin nieuwe (psychologische) kennis en technologie ons mensbeeld verandert.
2
Dat roept pijnlijke vragen op. Is mijn hoofd nog van mij, zijn mijn gedachten nog van mij? Wat eruitziet als een voortdurende bevestiging van mijn persoonlijke vrijheid, een oneindige keuzevrijheid, blijkt in wezen een steeds verdere inperking. Iedere dag, ieder uur word ik nu aangesproken door fictieve personages die me op dezelfde energieke toon aansporen iets te lezen. iets te kopen, meer te bewegen, mijn mening te geven, te liken, te raten. De quasi-persoonlijke manier waarop dat gebeurt, moet verhullen dat het juist een door en door onpersoonlijk proces is waar ik tegenwoordig onderdeel van ben.
Voor de machine ben ik net zomin een persoonlijkheid als hij zelf is. Ik ben niets anders dan een verzameling data, die beïnvloed en aangestuurd kan worden, genudged en gemanipuleerd.
De data die ik achterlaat, op sites en in sociale media als Facebook, worden niet alleen commercieel gebruikt, maar ook aangewend om in mijn brein te komen en mijn gedachten en opinies te beïnvloeden.
Ik ben helemaal geen subject, ik ben een object, een prooi. (pagina 26-27)
Enkele andere boeken van Bas Heijne
Staat van Nederland : een pleidooi (2017)
Onbehagen : Nieuw Licht op de beschaafde mens (2016)
Wereldverbeteraars : Gandhi, King, Mandela - hun erfenis (2017)
Kleine filosofie van de volmaakte mens (2015)
De betovering van de wereld (2013)
Tv-series
De volmaakte mens (2015)
Onbehagen (2018)
Artikel: Mens: Hij is allang niet meer van zichzelf, hij is geen subject meer - hij is object geworden. En prooi. (april 2018)
Terug naar Overzicht alle titels
woensdag 18 april 2018
Ontgroei
Ontgroei - 'degrowth': een vocabulaire voor een nieuw tijdperk
onder redactie van Giacomo d’Alisa, Federico Demaria, Giorgos Kallis
Jan van Arkel 2016, 351 pagina's - € 24,95
Oorspronkelijke titel: Degrowth : a vocabulary for a new era (2015)
Korte beschrijving op website uitgever
Ontgroei is een goudmijn voor iedereen die twijfelt aan huidige waarden en of we wel op de goede weg zijn. Het biedt een scala van begrippen waarmee we een nieuw perspectief kunnen duiden en zo onze toekomst een wending kunnen geven tot waarachtige bloei.
‘Degrowth’ of ‘ontgroei’ biedt een integraal en werkelijk duurzaam toekomstbeeld. Het is een ‘tegenmodel’ van denkers en doeners, waarbij hoofd, hart en handen elkaar vinden.
Ons huidige maatschappijmodel werkt niet meer. Breed gedragen doelen als ‘groei’ en ‘ontwikkeling’ verwijderen ons alleen maar van een veilige toekomst en een zinvolle levensvervulling. En waar krimp vaak tegenover groei wordt gesteld, biedt degrowth ‘bloei’ als alternatief. Deze ‘ontgroei’ vraagt wel om een ander denkraam en andere prioriteiten.
Dit boek, Ontgroei, biedt / is een waaier van ruim 50 onderwerpen, die elk een aspect van degrowth aan de orde stellen. Zappend door het boek kom je alle onderdelen kritisch en verkennend tegen, en de hoofdstukken grijpen in elkaar doordat er steeds verwezen wordt naar de andere thema’s. Ze zijn verdeeld in zienswijzen, bouwstenen, praktijken en verwante bewegingen.
Ontgroei reikt je een nieuw vocabulaire aan om een nieuw denkbeeld te kunnen vormen, verwoorden en uit te dragen.
Fragment uit (de) Inleiding
1. Degrowth vandaag
Degrowth betekent in de eerste plaats een kritiek op groei. Het vraagt om de dekolonisatie van het publieke debat van het idioom van het economisme en om de afschaffing van economische groei als een sociaal doel. Daarenboven betekent degrowth ook een gewenste richting, een waarin samenlevingen minder natuurlijke hulpbronnen zullen gebruiken en zich anders zullen organiseren en leven dan vandaag. 'Delen', 'eenvoud', 'convivialiteit' (saamhorigheid), 'zorg' en 'commons' zijn primaire aanduidingen van hoe deze samenleving eruit zou kunnen zien.
Meestal wordt degrowth geassocieerd met het idee dat kleiner mooi kan zijn. Ecologische economen definiëren degrowth als een billijke inkrimping van productie en consumptie die de doorstroom van energie en grondstoffen van de samenlevingen zal verminderen. Maar onze nadruk ligt op anders, niet enkel op minder. Degrowth betkent een samenleving met een kleiner maatschappelijk metabolisme, maar nog belangrijker, een samenleving met een metabolisme dat een andere structuur heeft en nieuwe functies dient. Degrowth vraagt niet om minder te doen van hetzelfde. Het doel is niet een olifant slanker te maken, maar een olifant om te vormen in een slak. In een degrowth-samenleving zal alles anders zijn: andere activiteiten, andere vormen en gebruikswijzen van energie, andere relaties, andere rolpatronen, andere verdeling van tijd tussen betaalde en niet-betaalde arbeid, andere relaties met de niet-menselijke wereld.
Degrowth biedt een kader dat de verschillende ideeën, concepten en voorstellen met elkaar verbindt. Er zijn binnen dit kader echter enkele zwaartepunten. Het eerste is de kritiek op groei. Vervolgens is er de kritiek op het kapitalisme, een sociaal systeem dat groei vereist en bestendigt. Twee andere sterke stromingen in de degrowth-literatuur zijn ten eerste de kritiek op het BBP en ten tweede de kritiek op het proces van vermarkting, de omzetting van sociale producten en sociaalecologische diensten en relaties in een handelswaar met een geldwaarde ('commodity'). Maar degrowth beperkt zich niet tot kritiek. (pagina 25-26)
Terug naar Overzicht alle titels
dinsdag 17 april 2018
Lisa Doeland, Naomi Jacobs & Elize de Mul
Onszelf voorbij : kijken naar wat we liever niet zien
De Arbeiderspers 2018, 203 pagina's - € 18,50
Lenen als E-book via bibliotheek.nl
Informatie over Lisa Doeland (1982), Naomi Jacobs (198?) en Elize de Mul (198?)
Korte beschrijving
Drie jonge vrouwelijke promovendi filosofie 'onderzoeken of het mogelijk is om een intiemere relatie op te bouwen met de ambiguïteit, monsterlijkheid en chaos in de wereld – en in onszelf.' De eerste, Naomi Jacobs, zoekt het in het toelaten van onzekerheid die ruimte laat voor zowel hoop als handelen, voor het onbekende als alternatief voor de schijnzekerheden van optimisme en pessimisme. De tweede auteur, Elize de Mul, gaat na wat de effecten zijn van bijvoorbeeld selfies op sociale media. Zijn die een uiting van narcisme of toch van iets anders? Bijvoorbeeld van het tegenovergestelde van de onzekerheid die Jacobs bepleit: 'een vorm van troost en zekerheid dat we onszelf zullen overleven.' De derde en laatste schrijfster, Lisa Doeland, vestigt de aandacht op tragedies die nu plaatsvinden, zoals de vervuiling van de Aarde en de oceanen en – ook hier – onze 'steeds hardnekkiger zoektocht naar […] zekerheid', die paradoxale vormen aanneemt. Voor lezers die inzicht en een perspectief willen krijgen op hedendaagse problematiek. Drie helder geschreven, relevante essays over hedendaagse problematiek die een welkome aanvulling vormen op meer historisch georiënteerde literatuur.
Korte beschrijving op website uitgever
Vol overgave storten we ons op self-tracking en mindfulness, zijn we baas in eigen moestuin en gaan we op vakantie het liefst back to basics in een joert. De grimmige buitenwereld archiveren we liever met snapshots en selfies dan dat we de barricaden op gaan.
De onstuitbare focus op onszelf en ons individueel welzijn lijkt een antidepressivum waarmee we ons teveel aan angst in de hand houden en onze onzekerheid bedwingen. Ondertussen duren humanitaire, economische en ecologische crises voort.
Aan de hand van filosofen als Jacques Derrida, Donna Haraway, Don Ihde, Søren Kierkegaard en Socrates biedt Onszelf voorbij een perspectief op de mens in verwarrende tijden.
Fragment uit (de) Inleiding - Kijken naar wat we liever niet zien
Filosoof Timothy Morton benadrukt dat we vaak de neiging hebben om over klimaatopwarming te parten alsof het een abstract idee is, omdat we het domweg niet kunnen bevatten. Hij noemt klimaatopwarming een 'hyperobject'. Dit is een object waarvan we de contouren niet makkelijk kunnen uittekenen, iets wat ons begrip van tijd en ruimte overstijgt en waar we bovendien niet buiten kunnen treden omdat we er onderdeel van uitmaken. Klimaatopwarming deed zich in het begin voor als gek weer, en vervolgens als een serie onafhankelijke manifestaties - een ongebruikelijk hevige overstroming hier, of een extreem harde wind daar. Inmiddels beginnen we klimaatopwarming echter te begrijpen als één fenomeen waarvan de extreme weersomstandigheden en de ontregeling van de seizoenen slechts elementen zijn.
In een interview met The Guardian merkt Morton op dat 75 procent van de broeikasgassen die zich op dit moment in de atmosfeer bevinden er nog steeds zullen zijn over vijfhonderd jaar. Dat zijn vijftien generaties. Het zal nog een zevenhonderdvijftig generaties - ofwel vijfentwintigduizend jaar - duren voordat het grootste deel van deze broeikasgassen door de oceanen is geabsorbeerd.
Volgens Morton is het name wrang dat we niet alleen de drijvende kracht achter de klimaatopwarming en ecologische vernietiging zijn, maar dat we ons daar ook bewúst van zijn. We wéten dat we het klimaat veranderen en de wereld kapotmaken, en we zijn ertoe veroordeeld te leven met die wetenschap.
Het is niet de bedoeling om iedere keer dat je je auto start de aarde schade toe te brengen. Laat staan om een bijdrage te leveren aan de zesde massa-extinctie in de vierenhalf miljard jaar geschiedenis van deze planeet. Maar dat is precies wat je doet, iedere keer dat je je auto start, de airconditioning aanzet of een biefstuk eet. (pagina 11-12)
Terug naar Overzicht alle titels
De Arbeiderspers 2018, 203 pagina's - € 18,50
Lenen als E-book via bibliotheek.nl
Informatie over Lisa Doeland (1982), Naomi Jacobs (198?) en Elize de Mul (198?)
Korte beschrijving
Drie jonge vrouwelijke promovendi filosofie 'onderzoeken of het mogelijk is om een intiemere relatie op te bouwen met de ambiguïteit, monsterlijkheid en chaos in de wereld – en in onszelf.' De eerste, Naomi Jacobs, zoekt het in het toelaten van onzekerheid die ruimte laat voor zowel hoop als handelen, voor het onbekende als alternatief voor de schijnzekerheden van optimisme en pessimisme. De tweede auteur, Elize de Mul, gaat na wat de effecten zijn van bijvoorbeeld selfies op sociale media. Zijn die een uiting van narcisme of toch van iets anders? Bijvoorbeeld van het tegenovergestelde van de onzekerheid die Jacobs bepleit: 'een vorm van troost en zekerheid dat we onszelf zullen overleven.' De derde en laatste schrijfster, Lisa Doeland, vestigt de aandacht op tragedies die nu plaatsvinden, zoals de vervuiling van de Aarde en de oceanen en – ook hier – onze 'steeds hardnekkiger zoektocht naar […] zekerheid', die paradoxale vormen aanneemt. Voor lezers die inzicht en een perspectief willen krijgen op hedendaagse problematiek. Drie helder geschreven, relevante essays over hedendaagse problematiek die een welkome aanvulling vormen op meer historisch georiënteerde literatuur.
Korte beschrijving op website uitgever
Vol overgave storten we ons op self-tracking en mindfulness, zijn we baas in eigen moestuin en gaan we op vakantie het liefst back to basics in een joert. De grimmige buitenwereld archiveren we liever met snapshots en selfies dan dat we de barricaden op gaan.
De onstuitbare focus op onszelf en ons individueel welzijn lijkt een antidepressivum waarmee we ons teveel aan angst in de hand houden en onze onzekerheid bedwingen. Ondertussen duren humanitaire, economische en ecologische crises voort.
Aan de hand van filosofen als Jacques Derrida, Donna Haraway, Don Ihde, Søren Kierkegaard en Socrates biedt Onszelf voorbij een perspectief op de mens in verwarrende tijden.
Fragment uit (de) Inleiding - Kijken naar wat we liever niet zien
Filosoof Timothy Morton benadrukt dat we vaak de neiging hebben om over klimaatopwarming te parten alsof het een abstract idee is, omdat we het domweg niet kunnen bevatten. Hij noemt klimaatopwarming een 'hyperobject'. Dit is een object waarvan we de contouren niet makkelijk kunnen uittekenen, iets wat ons begrip van tijd en ruimte overstijgt en waar we bovendien niet buiten kunnen treden omdat we er onderdeel van uitmaken. Klimaatopwarming deed zich in het begin voor als gek weer, en vervolgens als een serie onafhankelijke manifestaties - een ongebruikelijk hevige overstroming hier, of een extreem harde wind daar. Inmiddels beginnen we klimaatopwarming echter te begrijpen als één fenomeen waarvan de extreme weersomstandigheden en de ontregeling van de seizoenen slechts elementen zijn.
In een interview met The Guardian merkt Morton op dat 75 procent van de broeikasgassen die zich op dit moment in de atmosfeer bevinden er nog steeds zullen zijn over vijfhonderd jaar. Dat zijn vijftien generaties. Het zal nog een zevenhonderdvijftig generaties - ofwel vijfentwintigduizend jaar - duren voordat het grootste deel van deze broeikasgassen door de oceanen is geabsorbeerd.
Volgens Morton is het name wrang dat we niet alleen de drijvende kracht achter de klimaatopwarming en ecologische vernietiging zijn, maar dat we ons daar ook bewúst van zijn. We wéten dat we het klimaat veranderen en de wereld kapotmaken, en we zijn ertoe veroordeeld te leven met die wetenschap.
Het is niet de bedoeling om iedere keer dat je je auto start de aarde schade toe te brengen. Laat staan om een bijdrage te leveren aan de zesde massa-extinctie in de vierenhalf miljard jaar geschiedenis van deze planeet. Maar dat is precies wat je doet, iedere keer dat je je auto start, de airconditioning aanzet of een biefstuk eet. (pagina 11-12)
Terug naar Overzicht alle titels
maandag 16 april 2018
Arjen Kleinherenbrink
Alles is een machine
Boom 2018, 275 pagina's - € 20,00
Arjen Kleinherenbrink (1984)
Korte beschrijving
In 2014 verscheen van de Duitse filosoof Markus Gabriel het boek 'Waarom de wereld niet bestaat'* waarin hij een nieuwe, dinggerichte filosofie ontwierp. Nu komt de jonge Nederlandse filosoof Kleinherenbrink met een verwante ontologie, waarin hij 'dingen' als machines opvat, die niet herleid kunnen worden tot hun externe relaties, maar een interne ordening hebben. Stapsgewijs neemt hij de lezer mee in zijn vreemde, speculatief-realistische ontologie. Hij laat zien welke aspecten (kern, oppervlak, kwaliteiten en essentie) machines hebben en hoe uit hun onderlinge verbanden de 'dingenzwerm' van onze leefwereld ontstaat. Voortbouwend op het werk van onder anderen Bergson, Deleuze, Serres en Latour beschrijft Kleinherenbrink een nieuw materialistisch wereldbeeld en geeft ook aan hoe dit raakt aan het denken over de mens. Ondanks dat voorbeelden ontleend zijn aan het leven van alledag, vermengd met een mild-ironische schrijfstijl, is dit een lastig boek. Origineel maar ook buitengewoon speculatief, waarbij je je af en toe afvraagt hoe serieus Kleinherenbrink zelf zijn ontologie neemt. Een van de originelere Nederlandstalige filosofieboeken van de afgelopen jaren, dat inspeelt op nieuwe trends in de filosofie.
Korte beschrijving op website uitgever
Arjen Kleinherenbrink deinst niet terug voor de Grote Vragen. In dit kraakhelder geschreven boek laat hij eens en voor altijd zien hoe onze realiteit écht in elkaar zit.
Reductionisme
Al eeuwenlang proberen filosofen, theologen en wetenschappers de veelheid aan dingen te rangschikken en organiseren om grip te krijgen op de werkelijkheid. Dat doen zij via een terugkerend patroon: telkens wordt één ding verheven tot ordeningsprincipe van veel of zelfs alle andere dingen. Deze entiteit geldt als reëel, terwijl alle andere objecten en gebeurtenissen secundair zijn. Beroemde voorbeelden zijn God, het Subject, de Markt en recenter Genen en het Brein. In Alles is een machine laat Arjen Kleinherenbrink overtuigend zien waarom dit reductionisme een foutieve en rampzalige denkwijze is.
Machinisme
Vervolgens presenteert Kleinherenbrink een alternatieve metafysica die de dingen centraal stelt. Daarmee breekt hij radicaal met een eeuwenoude filosofische traditie. In plaats van alles te reduceren tot één centraal mechanisme, beargumenteert hij dat ieder ding zelf een machine is: een actieve en zelfwerkzame kracht die niet te reduceren is tot iets anders. Alles is een machine zet deze gedachte systematisch uiteen, maar de resulterende metafysica is allesbehalve droge kost. De lezer zal merken dat zelfs de meest vertrouwde objecten stukken vreemder zijn dan we normaal denken. In deze meeslepende gedachteoefening verandert Kleinherenbrink onze kijk op de werkelijkheid.
Fragment uit Ongrijpbaar spul
Filosofie begint met het besef dat de werkelijkheid absurd is. We worden iedere dag wakker in een wereld vol oceanen, schoenzolen, orgasmes, vergaderingen, zilver, insecten, zendmasten en andere entiteiten die eigenlijk niets met elkaar te maken hebben. Bovendien vallen al die zaken uiteen in een onthutsende diversiteit aan types en schalen: gigantische sterren bestaan tegelijk met nederige zandkorrels, hypercomplexe mensen met doodsimpele amoebes, enzovoorts. Ten derde zijn al deze objecten vergankelijk. Ongeacht verschillen in levensduur zijn ze allemaal verwikkeld in een spel van ontstaan en vergaan. Desalniettemin maakt al dat spul toch deel uit van één en dezelfde realiteit. Er zijn nergens stukken 'niets' die dingen van elkaar scheiden. Op de een of andere manier lijken impala's, websites, loempia's, emoties en Alpha Centauri dus bij elkaar te horen, maar hoe? Kennelijk zorgt iets voor hun onderlinge samenhang, maar wat? Voor de eerste filosofen waren de dingen zelf geen serieuze kandidaten voor die functie. Normale objecten leken te zwak, tijdelijk, lokaal en veranderlijk om te dienen als grond of lijm voor alles wat bestaat. Er moest daarom iets anders worden gevonden, iets wat de ultieme realiteit zou vormen waaraan de wereldse dingen hun bestaan konden ontlenen. Dat idee leidde tot een oorlogsverklaring aan de dingen, die tot op de dag van vandaag de filosofie domineert: (pagina 31)
Brainwash-radio: Filosoof Arjen Kleinherenbrink over het post-fact tijdperk (april 2017)
Terug naar Overzicht alle titels
Boom 2018, 275 pagina's - € 20,00
Arjen Kleinherenbrink (1984)
Korte beschrijving
In 2014 verscheen van de Duitse filosoof Markus Gabriel het boek 'Waarom de wereld niet bestaat'* waarin hij een nieuwe, dinggerichte filosofie ontwierp. Nu komt de jonge Nederlandse filosoof Kleinherenbrink met een verwante ontologie, waarin hij 'dingen' als machines opvat, die niet herleid kunnen worden tot hun externe relaties, maar een interne ordening hebben. Stapsgewijs neemt hij de lezer mee in zijn vreemde, speculatief-realistische ontologie. Hij laat zien welke aspecten (kern, oppervlak, kwaliteiten en essentie) machines hebben en hoe uit hun onderlinge verbanden de 'dingenzwerm' van onze leefwereld ontstaat. Voortbouwend op het werk van onder anderen Bergson, Deleuze, Serres en Latour beschrijft Kleinherenbrink een nieuw materialistisch wereldbeeld en geeft ook aan hoe dit raakt aan het denken over de mens. Ondanks dat voorbeelden ontleend zijn aan het leven van alledag, vermengd met een mild-ironische schrijfstijl, is dit een lastig boek. Origineel maar ook buitengewoon speculatief, waarbij je je af en toe afvraagt hoe serieus Kleinherenbrink zelf zijn ontologie neemt. Een van de originelere Nederlandstalige filosofieboeken van de afgelopen jaren, dat inspeelt op nieuwe trends in de filosofie.
Korte beschrijving op website uitgever
Arjen Kleinherenbrink deinst niet terug voor de Grote Vragen. In dit kraakhelder geschreven boek laat hij eens en voor altijd zien hoe onze realiteit écht in elkaar zit.
Reductionisme
Al eeuwenlang proberen filosofen, theologen en wetenschappers de veelheid aan dingen te rangschikken en organiseren om grip te krijgen op de werkelijkheid. Dat doen zij via een terugkerend patroon: telkens wordt één ding verheven tot ordeningsprincipe van veel of zelfs alle andere dingen. Deze entiteit geldt als reëel, terwijl alle andere objecten en gebeurtenissen secundair zijn. Beroemde voorbeelden zijn God, het Subject, de Markt en recenter Genen en het Brein. In Alles is een machine laat Arjen Kleinherenbrink overtuigend zien waarom dit reductionisme een foutieve en rampzalige denkwijze is.
Machinisme
Vervolgens presenteert Kleinherenbrink een alternatieve metafysica die de dingen centraal stelt. Daarmee breekt hij radicaal met een eeuwenoude filosofische traditie. In plaats van alles te reduceren tot één centraal mechanisme, beargumenteert hij dat ieder ding zelf een machine is: een actieve en zelfwerkzame kracht die niet te reduceren is tot iets anders. Alles is een machine zet deze gedachte systematisch uiteen, maar de resulterende metafysica is allesbehalve droge kost. De lezer zal merken dat zelfs de meest vertrouwde objecten stukken vreemder zijn dan we normaal denken. In deze meeslepende gedachteoefening verandert Kleinherenbrink onze kijk op de werkelijkheid.
Fragment uit Ongrijpbaar spul
Filosofie begint met het besef dat de werkelijkheid absurd is. We worden iedere dag wakker in een wereld vol oceanen, schoenzolen, orgasmes, vergaderingen, zilver, insecten, zendmasten en andere entiteiten die eigenlijk niets met elkaar te maken hebben. Bovendien vallen al die zaken uiteen in een onthutsende diversiteit aan types en schalen: gigantische sterren bestaan tegelijk met nederige zandkorrels, hypercomplexe mensen met doodsimpele amoebes, enzovoorts. Ten derde zijn al deze objecten vergankelijk. Ongeacht verschillen in levensduur zijn ze allemaal verwikkeld in een spel van ontstaan en vergaan. Desalniettemin maakt al dat spul toch deel uit van één en dezelfde realiteit. Er zijn nergens stukken 'niets' die dingen van elkaar scheiden. Op de een of andere manier lijken impala's, websites, loempia's, emoties en Alpha Centauri dus bij elkaar te horen, maar hoe? Kennelijk zorgt iets voor hun onderlinge samenhang, maar wat? Voor de eerste filosofen waren de dingen zelf geen serieuze kandidaten voor die functie. Normale objecten leken te zwak, tijdelijk, lokaal en veranderlijk om te dienen als grond of lijm voor alles wat bestaat. Er moest daarom iets anders worden gevonden, iets wat de ultieme realiteit zou vormen waaraan de wereldse dingen hun bestaan konden ontlenen. Dat idee leidde tot een oorlogsverklaring aan de dingen, die tot op de dag van vandaag de filosofie domineert: (pagina 31)
Brainwash-radio: Filosoof Arjen Kleinherenbrink over het post-fact tijdperk (april 2017)
Terug naar Overzicht alle titels
Peter Sloterdijk 2
Wat gebeurde er in de 20e eeuw?
Boom 2018, 235 pagina's - € 24,90
Oorspronkelijke titel: Was geschah in 20. Jahrhundert? (2016)
Wikipedia: Peter Sloterdijk (1947)
Korte beschrijving
In Nederland heeft de eigenzinnige Duitse filosoof Sloterdijk een trouwe schare fans. Terwijl hij wordt gezien als een publieksfilosoof, zijn zijn essays en boeken verre van toegankelijk. 'Wat gebeurde er in de twintigste eeuw?' bevat een aantal essays van Sloterdijk (voortreffelijk vertaald door Mark Wildschut). Sloterdijk gaat in op het antropoceen, techniek, ecologie, globalisering en de geschiedenis van de twintigste eeuw (een eeuw die ontwikkelingen bevat waarvan Sloterdijk de wortels naar de veertiende eeuw terug traceert). Sommige essays zijn gemakkelijker te volgen dan andere. Mythologische motieven spelen een belangrijke rol in Sloterdijks denken. Kenmerkend volgens Sloterdijk is dat de mens steeds vooruit wil, iets nieuws wil en daarbij de geschiedenis telkens negeert. Optimistisch is zijn toekomstvisie niet echt te noemen, hij voorziet in de komende decennia flinke geweldsexcessen. Complexe teksten met prachtige metaforen, geschreven met een geweldige eruditie en belezenheid, maar de schrijfstijl is ook esoterisch, vaag, cirkelend, zoekend, zonder helder centraal punt. Sloterdijks trouwe Nederlandse fans zullen ongetwijfeld van dit boek smullen; voor een breder publiek blijven het toch tamelijk ontoegankelijke teksten.
Korte beschrijving op website uitgever
‘Met al haar strijd en gruwelen is de twintigste eeuw een puur fantoom geworden, dat vanuit het levensgevoel van de huidige generaties niet meer te reconstrueren valt – en waarvoor geen andere toekomst lijkt weggelegd dan die van een arsenaal aan mythen en een barbaarse stortplaats van geweldsscènes.’
Wat gebeurde er in de twintigste eeuw? biedt een aanzet tot nieuwe perspectieven op ecologie, globalisering, geschiedenis en economie. Peter Sloterdijk laat zien dat de mens een gerichtheid naar buiten heeft: we willen steeds meer en steeds verder. Bedrijven moeten alsmaar groeien en de nieuwste technologische ontwikkelingen zijn steeds weer de overtreffende trap van de vorige. Tegelijkertijd hebben we een niet te ontkennen behoefte aan geborgenheid. Of het nu een veilige relatie, een huis of een sociale gemeenschap is: het is die geborgenheid die de motor is van veel van ons gedrag. De essays in Wat gebeurde in de twintigste eeuw? over onder meer globalisering, extremisme, moderniteit en het Antropoceen laten zich situeren in dit spanningsveld.
Fragment uit 3. Het experiment 'Oceaan'
We begrijpen nu dat de globalisering van de geluksexperimenten niet verkrijgbaar is zonder globalisering van de bijwerkingen. Dit is een moreel veeleisend en economisch duur inzicht, met deels tragische implicaties. Aan de ene kant zien we steeds beter in waarom en met welk recht moderne actoren zich storten op ondernemingen die hen naar de andere oever moeten brengen; we begrijpen hoe iedere individuele experimentator in zijn eigen tunnel van kansen zit en vooruitgang boekt door zich op een klein aantal elementen te richten, met name op kosten en baten, en talloze uiterlijke factoren te negeren. Tegelijk zien we elke dag duidelijker dat deze modus operandi niet langer compatibel is met de feiten van de co-existentie van miljarden gelukzoekende, door netwerken verbonden experimentatoren op de globe.
Dit was het grote inzicht van ingenieur Buckminster Fuller, die in zijn visionaire geschrift Operating Manual for Spaceship Earth uit 1968 toe oproept eindelijk een algemene codex te maken voor de navigatie op het schip aller schepen. Het argument is vandaag de dag nog even actueel als toen het voor het eerst werd opgeschreven. De overgrote meerderheid van de mensen in prehistorische en historische tijden bevolkten het ruimteschip aarde zonder enig besef dat ze zich aan boord bevonden van een kosmisch vehikel. Toen ze de oceanen gingen bevaren, begonnen mensen zich een beeld te vormen van hun werkelijke situatie. Pas in de huidige tijd zijn omstandigheden ontstaan die het verlangen naar een algemeen regelinstrument voor het management aan boord onontkoombaar maken. Zolang mensen uitsluitend in lokale categorieën dachten en de actieradius van hun handelingen klein en bescheiden was, leek hun bestaan op de toestand van mieren op een Perzisch tapijt: hoe druk ze daarop ook heen en weer lopen, ze kunnen het patroon van het tapijt niet ontwaren.
Vanuit het standpunt van Buckminster Fuller betekent globalisering bovenal een gebeurtenis in de geschiedenis van het denken - of liever gezegd een omwenteling in de ethiek van het weten: globalisering is de snelle opheffing van het recht op onwetendheid. De evolutionaire reserves in het dulden van ignorantie, die de aarde haar bewoners schijnbaar voor altijd ter beschikking had gesteld, werden binnen een paar honderd jaar opgebruikt. Sinds ondernemingsgezinde mensen globaal handelen, zijn ze op weg naar een tijdperk waarin ze alleen nog geholpen zijn bij een wetende omgang met de gegeven omstandigheden aan boord van het grote schip - waartoe vooral het inzicht behoort dat ze op al te veel punten niet genoeg weten om zinvol handelend te kunnen optreden zonder schade te berokkenen. (pagina 64-65)
Lees ook Je moet je leven veranderen : over antropotechniek van Peter Sloterdijk (uit 2011)
Terug naar Overzicht alle titels
Boom 2018, 235 pagina's - € 24,90
Oorspronkelijke titel: Was geschah in 20. Jahrhundert? (2016)
Wikipedia: Peter Sloterdijk (1947)
Korte beschrijving
In Nederland heeft de eigenzinnige Duitse filosoof Sloterdijk een trouwe schare fans. Terwijl hij wordt gezien als een publieksfilosoof, zijn zijn essays en boeken verre van toegankelijk. 'Wat gebeurde er in de twintigste eeuw?' bevat een aantal essays van Sloterdijk (voortreffelijk vertaald door Mark Wildschut). Sloterdijk gaat in op het antropoceen, techniek, ecologie, globalisering en de geschiedenis van de twintigste eeuw (een eeuw die ontwikkelingen bevat waarvan Sloterdijk de wortels naar de veertiende eeuw terug traceert). Sommige essays zijn gemakkelijker te volgen dan andere. Mythologische motieven spelen een belangrijke rol in Sloterdijks denken. Kenmerkend volgens Sloterdijk is dat de mens steeds vooruit wil, iets nieuws wil en daarbij de geschiedenis telkens negeert. Optimistisch is zijn toekomstvisie niet echt te noemen, hij voorziet in de komende decennia flinke geweldsexcessen. Complexe teksten met prachtige metaforen, geschreven met een geweldige eruditie en belezenheid, maar de schrijfstijl is ook esoterisch, vaag, cirkelend, zoekend, zonder helder centraal punt. Sloterdijks trouwe Nederlandse fans zullen ongetwijfeld van dit boek smullen; voor een breder publiek blijven het toch tamelijk ontoegankelijke teksten.
Korte beschrijving op website uitgever
‘Met al haar strijd en gruwelen is de twintigste eeuw een puur fantoom geworden, dat vanuit het levensgevoel van de huidige generaties niet meer te reconstrueren valt – en waarvoor geen andere toekomst lijkt weggelegd dan die van een arsenaal aan mythen en een barbaarse stortplaats van geweldsscènes.’
Wat gebeurde er in de twintigste eeuw? biedt een aanzet tot nieuwe perspectieven op ecologie, globalisering, geschiedenis en economie. Peter Sloterdijk laat zien dat de mens een gerichtheid naar buiten heeft: we willen steeds meer en steeds verder. Bedrijven moeten alsmaar groeien en de nieuwste technologische ontwikkelingen zijn steeds weer de overtreffende trap van de vorige. Tegelijkertijd hebben we een niet te ontkennen behoefte aan geborgenheid. Of het nu een veilige relatie, een huis of een sociale gemeenschap is: het is die geborgenheid die de motor is van veel van ons gedrag. De essays in Wat gebeurde in de twintigste eeuw? over onder meer globalisering, extremisme, moderniteit en het Antropoceen laten zich situeren in dit spanningsveld.
Fragment uit 3. Het experiment 'Oceaan'
We begrijpen nu dat de globalisering van de geluksexperimenten niet verkrijgbaar is zonder globalisering van de bijwerkingen. Dit is een moreel veeleisend en economisch duur inzicht, met deels tragische implicaties. Aan de ene kant zien we steeds beter in waarom en met welk recht moderne actoren zich storten op ondernemingen die hen naar de andere oever moeten brengen; we begrijpen hoe iedere individuele experimentator in zijn eigen tunnel van kansen zit en vooruitgang boekt door zich op een klein aantal elementen te richten, met name op kosten en baten, en talloze uiterlijke factoren te negeren. Tegelijk zien we elke dag duidelijker dat deze modus operandi niet langer compatibel is met de feiten van de co-existentie van miljarden gelukzoekende, door netwerken verbonden experimentatoren op de globe.
Dit was het grote inzicht van ingenieur Buckminster Fuller, die in zijn visionaire geschrift Operating Manual for Spaceship Earth uit 1968 toe oproept eindelijk een algemene codex te maken voor de navigatie op het schip aller schepen. Het argument is vandaag de dag nog even actueel als toen het voor het eerst werd opgeschreven. De overgrote meerderheid van de mensen in prehistorische en historische tijden bevolkten het ruimteschip aarde zonder enig besef dat ze zich aan boord bevonden van een kosmisch vehikel. Toen ze de oceanen gingen bevaren, begonnen mensen zich een beeld te vormen van hun werkelijke situatie. Pas in de huidige tijd zijn omstandigheden ontstaan die het verlangen naar een algemeen regelinstrument voor het management aan boord onontkoombaar maken. Zolang mensen uitsluitend in lokale categorieën dachten en de actieradius van hun handelingen klein en bescheiden was, leek hun bestaan op de toestand van mieren op een Perzisch tapijt: hoe druk ze daarop ook heen en weer lopen, ze kunnen het patroon van het tapijt niet ontwaren.
Vanuit het standpunt van Buckminster Fuller betekent globalisering bovenal een gebeurtenis in de geschiedenis van het denken - of liever gezegd een omwenteling in de ethiek van het weten: globalisering is de snelle opheffing van het recht op onwetendheid. De evolutionaire reserves in het dulden van ignorantie, die de aarde haar bewoners schijnbaar voor altijd ter beschikking had gesteld, werden binnen een paar honderd jaar opgebruikt. Sinds ondernemingsgezinde mensen globaal handelen, zijn ze op weg naar een tijdperk waarin ze alleen nog geholpen zijn bij een wetende omgang met de gegeven omstandigheden aan boord van het grote schip - waartoe vooral het inzicht behoort dat ze op al te veel punten niet genoeg weten om zinvol handelend te kunnen optreden zonder schade te berokkenen. (pagina 64-65)
Lees ook Je moet je leven veranderen : over antropotechniek van Peter Sloterdijk (uit 2011)
Terug naar Overzicht alle titels
Tim O'Reilly
Karakter uitgevers 2018, 448 pagina's - € 29,99
Lenen als E-book via bibliotheek.nl
Oorspronkelijke titel: WTF? : What's the future and why it's up to us (2017)
Wikipedia: Tim O'Reilly (1954)
Korte beschrijving
De Amerikaanse trendspotter Tim O'Reilly gaat in op de plaats die nieuwe technologieën zoals Artificial Intelligence moeten krijgen in onze samenleving. O'Reilly is het geweten van Silicon Valley en heeft een vooruitziende blik wat betreft die nieuwe technologieën en de implicaties daarvan. In zijn boek staat deze vraag centraal: hoe gaat de technologie de wereld veranderen en wat betekent dit voor ons? (de ondertitel) ofwel: hoe wij de technologieën die we creëren de baas kunnen blijven, voordat zij ons de baas worden. In deze interessante combinatie van pamflet, biografie en handboek voor bedrijfsstrategie trekt O’Reilly lering uit netwerkplatforms als Amazon, Google, Facebook, Airbnb en Uber. Daarbij laat hij zien dat onze economie en financiële markten steeds vaker worden aangestuurd door algoritmen. Zijn pleidooi: die algoritmen moeten worden herschreven! Uitvoering: geen kleurendruk, geen illustraties, traditionele typografie/lay-out; met index. Een actueel en in zijn soort visionair boek.
Korte beschrijving op website uitgever
Wat hebben zelfrijdende auto’s, on demand dienstverlening, kunstmatige intelligentie en inkomensongelijkheid met elkaar gemeen? Het zijn signalen dat we halsoverkop afstormen op een wereld die door technologie wordt bepaald, op manieren die we niet begrijpen en waarvoor we alle reden hebben bang te zijn. Maar weinigen hebben zo’n vooruitziende blik voor nieuwe technologieën als Tim O’Reilly.
In De nieuwe economie onderzoekt hij de dringende vraag hoe wij de technologieën die we creëren de baas kunnen blijven, voordat zij ons de baas worden. Welke keuzes moeten nu gemaakt worden om in de toekomst een wereld te krijgen waarin we willen leven? Met de technieken die hij met zijn grensverleggende onderneming heeft gebruikt om eerdere innovatiegolven te voorspellen en te verklaren, creëert O’Reilly een denkkader voor de innovaties van de 21e eeuw. Welke veranderingen veroorzaken deze technologieën bij de overheid, op de financiële markten en in het onderwijs, het bedrijfsleven en de economie als geheel en hoe kunnen wij die veranderingen vormgeven?
In deze sterke combinatie van biografie-handboek voor bedrijfsstrategie en strijdkreet trekt O’Reilly lering uit netwerkplatforms als Amazon, Google, Facebook, Airbnb en Uber en laat hij daarmee zien dat onze economie en financiële markten steeds vaker worden aangestuurd door algoritmen.
Fragment uit 12. De regels herschrijven
De juiste vragen stellen
Ik ben geen econoom, politicus of financier die meteen een antwoord paraat heeft op de vraag waarom de status quo wel of niet veranderd kan worden. Ik ben een technoloog en ondernemer met oog voor discrepanties tussen het bestaande en het mogelijke, die vragen stelt waarop de antwoorden de weg naar een betere toekomst kunnen wijzen.
Waarom wordt kapitaal nauwelijks belast, terwijl er zoveel van is dat het veelal ongebruikt blijft in plaats van productief in de economie te worden ingezet? Waarom wordt arbeidsinkomen zwaarder belast, terwijl een van de problemen waar onze economie mee kampt, is dat de totale consumptieve vraag achterblijft omdat gewone mensen te weinig te besteden hebben? Dit is wat economen als de voormalige minister van Financiën Larry Summers bedoelen als ze het hebben over 'seculiere stagnatie'. Hij schrijft dat 'de grootste rem op de wereldeconomie momenteel aan de vraagzijde, niet aan de aanbodzijde zit'.
Waarom behandelen we louter financiële beleggingen precies hetzelfde als echte bedrijfsinvesteringen? Feitelijk gaat slechts zo'n 15 procent van alle geldstromen vanuit financiële instellingen naar bedrijfsinvesteringen,' zegt Rana Foroohar. 'De rest wordt rondgepompt in een gesloten financiële cirkel, met de koop en verkoop van bestaande activa als vastgoed, aandelen en obligaties. 'Er is een zekere liquiditeit in het systeem nodig, maar 85 procent? Zoals we in het volgende hoofdstuk zullen zien, heeft slechts een klein deel van de bevolking toegang tot deze enorme geldstroom, die onophoudelijk kapitaal wegzuigt uit de reële economie. (pagina 318)
Fragment uit 16. Werken aan dingen die ertoe doen
Het is heel gemakkelijk om dingen alleen op lokaal niveau te verbeteren, maar uiteindelijk loop je tegen de consequenties aan. Onze samenleving heeft veel weg van een piramidespel. We lenen van andere landen om onze consumptie te financieren en we lenen van onze kinderen door ze met schulden op te zadelen, de niet-hernieuwbare hulpbronnen op te maken en grote uitdagingen zoals de inkomensongelijkheid, de klimaatverandering en de wereldgezondheidssituatie niet aan te pakken. (pagina 409)
Slotregels uit een interview
"En voor ons allemaal ligt de vraag voor: wat is een eerlijke samenleving, en wat bedoelen we überhaupt precies met eerlijk? Hoe krijgen we die doelen in ons kernalgoritme?" En dat is volgens hem precies de vraag die Facebook zichzelf nu heel hard stelt. "Als ik met Mark praat, blijkt dat hij veel nadenkt over wat goed is en wat fout." Daarom is O'Reilly uiteindelijk optimistisch over de huidige crisis rondom Facebook. "Er wordt hard aan oplossingen gewerkt en het is een geweldige kans om het te hebben over de cruciale vragen die onze toekomst gaan bepalen."
(NRC Handelblad: 'Onze hele economie draait op het verkeerde algoritme', zaterdag 28 april 2018)
Youtube - Tim O'Reilly: "WTF?: What's the Future and Why It's Up to Us" | Talks at Google (december 2017)
Terug naar Overzicht alle titels
Abonneren op:
Posts (Atom)





