Sinds 2012 vindt u hier non-fictie boeken over onze snel en sterk veranderende tijd. Boeken over uiteenlopende, elkaar aanvullende en overlappende gebieden. Boeken die vragen oproepen. Leesbare boeken die allemaal opgenomen zijn in de collectie van de samenwerkende Noord Oost Brabantse Bibliotheken. Een instelling die uiteenlopende activiteiten organiseert over thema's die in deze boeken worden aangesneden. Boeken voor Lezers van Stavast.
Korte beschrijving
De Italiaanse filosoof en literatuurwetenschapper Nuccio Ordine (1958)
maakt zich grote zorgen over de naar zijn mening rampzalige invloed van
het rendementsdenken op wat van waarde is, maar niet in geld valt uit te
drukken: zaken als literatuur, onderwijs, kunst, waardigheid en liefde.
Hij heeft steun voor zijn visie gevonden in de geschriften van tal van
denkers en schrijvers uit heden en verleden, van Plato en Ovidius tot
Dante, Shakespeare en Kant. Het resultaat lijkt nog het meest op een
optocht: een spandoek voorop en een lange rij sympathisanten erachter.
De boodschap is duidelijk en indringend, maar de fragmenten worden niet
tot een geheel. Met literatuurverwijzingen in eindnoten. Als appendix is
een essay uit 1937 van de Amerikaanse onderwijsdeskundige Abraham
Flexner (1866-1959) opgenomen: 'Het nut van nutteloze kennis'.
Fragment uit deel 1 - De nuttige nutteloosheid van literatuur
3 - Wat is water? - Een anekdote van David Foster Wallace
Aan het begin van het academische jaar lees ik mijn studenten altijd graag een fragment voor uit een toespraak die de Amerikaanse schrijver en essayist David Foster Wallace op 21 mei 2005 hield voor ene groep afstudeerders aan Kenyon College in de Verenigde Staten. De auteur, die in 2008 helaas op zesenveertige leeftijd een einde aan zijn leven maakte, vertelde zijn studenten een verhaaltje dat de rol en functie van cultuur uitstekend illustreert:
Twee jonge vissen zijn aan het zwemmen en op een goed moment komt hen een oudere vis tegemoet die hen groet met de woorden: 'Dag jongens. Hoe is het water?' De twee jonge vissen zwemmen door, kijken elkaar aan en zeggen: 'Wat is in godsnaam water?'
De auteur gaf zelf de sleutel tot zijn vertelsel: 'De kern van het verhaaltje over de vissen is simpelweg dat de meest voor de hand liggende, overal aanwezige en belangrijkste werkelijkheden vaak het moeilijkst te begrijpen en te bespreken zijn.'
Net als deze twee jonge vissen geven ook wij ons geen rekenschap van de leefwereld waarin we ons hele bestaan doorbrengen. We beseffen veel te weinig dat de literatuur en de humaniora, de cultuur en het het onderwijs het vruchtwater zijn waarin onze denkbeelden over democratie, over vrijheid, over rechtvaardigheid, over gelijkheid, over tolerantie, over vrijheid van meningsuiting, ja over het algemeen welzijn, kunnen groeien en bloeien. (pagina 37)
Korte beschrijving
‘Roman’ staat er op dit boek van filosofe Lieke Marsman (1990 die eerder succes had met twee dichtbundels. Maar dit werk onttrekt zich aan scheidslijnen en bevat naast een ‘verhaal’ vooral prozagedichten en essayachtige beschouwingen. Ik-figuur is de 29-jarige Ida, net afgestudeerd als klimaatwetenschapper. Ze is nog erg bezig met zichzelf en haar plaats in de wereld en krijgt een al gauw moeizame relatie met de enkele jaren oudere Robin, een vrouw die promoveert op de Italiaanse schrijver Giacomo Leopardi. Ida vindt van zichzelf dat ze geëngageerd moet zijn, maar dat engagement beperkt zich tot het lezen van artikelen over klimaatverandering. Uiteindelijk reageert ze op een oproep voor een stagiair bij een project in Italië rond het ontmantelen van een stuwdam. De wat magere verhaallijn verbindt de diverse (en deels eerder in tijdschriften en op websites verschenen) observaties en beschouwingen van de auteur met elkaar. Die gaan over klimaatverandering en de kennelijke onmacht van de mens hier wat aan te doen en over identiteit, liefde en taal, angst en hoop. Deze ‘non-fictiekant’ van het boek is origineel en vaak scherpzinnig.
Korte beschrijving op website uitgever
Waar het op neerkomt is dat de mensheid als geheel ook eenzaam is. We kunnen er niet tegen dat er niemand iets terugzegt, dat we nog altijd geen dieren hebben horen praten - ja, misschien zo nu en dan in de vorm van het schrille gegil dat onze slachthuizen vult, maar niet met woorden, niet met een oplossing voor de dingen waar we al tijden mee zitten. Zelfs de hemel is leeg. En dus zetten we ons af door al die zwijgende natuur om ons heen te vernietigen, als een wanhopige geliefde die maar niet wordt terug ge-sms't en het in het café op een zuipen zet. Nog nooit verscheen er een roman als Het tegenovergestelde van een mens. Lieke Marsman kantelt onze ideeën over klimaatverandering en identiteit op een manier die duizelig maakt.
Fragment uit 7
's Avonds lees ik voor het slapen het eerste hoofdstuk van The World Without Us. Het blijkt een boek over de blijvende invloed van de mensheid op de wereld om ons heen. In het boek stelt de auteur, Alan Weisman, zich een wereld voor waarin de mensheid van de ene op de andere dag verdwenen is: wat blijft er over? Hoe lang duurt het voordat al onze sporen uitgewist zijn? En wat moeten we doen om ervoor te zorgen dat de mensheid zichzelf niet vernietigt door de wereld te vernietigen. Ook Weismans antwoord luidt: minder kinderen krijgen. Als alle vrouwen vanaf nu nog maar 1 kind kregen, zou de wereldbevolking al in 2075 gehalveerd zijn.
Toch, als Robin het me zou vragen, zou ik zo een kind met haar willen. Alleen al de gedachte daaraan maakt me gelukkig. Dan maar niet bijdragen aan een beter milieu. Ik probeer me haar gezicht en haar lichaam voor de geest te halen, maar het lukt me maar niet om het beeld scherp te krijgen. Van de laatste maanden herinner ik me eigenlijk alleen nog maar flarden, en dan ook nog eens voornamelijk flarden uit onze ruzies.
Ze zeggen dat depressieve mensen en verstoorde opvatting van tijd hebben: tijd bestaat nauwelijks voor hen, omdat de functie die tijd normaal gesproken heeft verloren is gegaan. Verleden, heden en toekomst hebben niet langer betekenis.
Voor niet-depressieve mensen zorgt tijd ervoor dat nare gebeurtenissen voorbijgaan, dat hoop mogelijk is, dat je vol nostalgie kunt terugblikken op een zorgeloze zomer ... maar wie depressief is kan de mogelijkheid tot verandering die tijd met zich meebrengt niet goed meer ervaren. In een depressie zijn alle ervaringen op. Er is nog maar één ervaring over: die van het niet-ervaren, een lange weeïge brij van hetzelfde. Als gevolg hiervan wordt het lastig om beslissingen te nemen, omdat je voor het het nemen van beslissingen een bepaalde vooruitziende blik nodig hebt: welke voor- of nadelen levert de beslissing je in de toekomst op? Sommige mensen omschrijven het alsof de tijd voor hen stilstaat: ze nemen waar dat de tijd voor de rest van de wereld doorgaat, maar het lijkt alsof zij zelf van die tikkende tijdswereld uitgesloten zijn. Het ultieme leven in het moment, zou je kunnen zeggen, En tevens de reden dat ik leven in het moment háát.
Die nacht droom ik dat ik de laatste mens op aarde ben. Hoe lang zou het duren voordat ik doorhad dat er iets mis was? En hoe lang voordat ik het zoeken naar andere mensen op zou geven?
Wanneer ik de volgende ochtend wakker word moet ik op de een of andere manier aan de film Home Alone denken. (pagina 110-111)
Korte beschrijving
Roman van beeldend kunstenaar en schrijfster Emily Kocken (1963) die in 2013 debuteerde met ‘Witte vlag’ en daarvoor genomineerd werd voor de Academica Literatuurprijs 2014. De rijke zakenman Yves is in de ban van ‘De Toverberg’ van Thomas Mann. Yves maakt met zijn samengestelde gezin (vier kinderen van twee exen tussen 29 en 19 jaar) een reis naar het Zwitserse Davos, de plek waar Mann zijn roman situeerde, om zijn zestigste verjaardag te vieren. De kinderen, inclusief zwangere schoondochter, ontmoeten in het hotel de hun onbekende nieuwe vriendin van hun vader. De enige die ontbreekt op de symbolische drie weken vakantie is Yves. De namen van personages en citaten uit ‘De Toverberg’ komen veelvuldig terug. Alle gezinsleden dwepen met de ‘Bijbel van Davos'. Wordt het een heilzame kuur in een sanatorium? Een familiebijeenkomst vol chaos? Of een Alptraum (nachtmerrie)? De wisselingen van perspectief en personages helpen niet om de zwakke verhaallijn helder te krijgen. De stijl is modern staccato met soms vergezochte dialogen. Voor diehard Thomas Mann-fans, lastig te volgen voor lezers die 'De Toverberg' niet kennen. Met lijst van personages, Zwitserduitse woorden en bronnen.
Korte beschrijving op website uitgever
Zakenman Yves Altman is al zijn hele leven in de ban van Thomas Manns beroemde roman De Toverberg. Met zijn nieuwe vriendin en zijn vier kinderen reist hij af naar de Schatzalp in het Zwitserse Davos, waar Thomas Mann zijn boek situeerde. Hij vindt het belangrijk zijn liefde voor De Toverberg met zijn gezin te delen. Vanaf het begin van de reis gaat alles echter anders dan gepland, verwart iedereen plaats en tijd en lijken er ongrijpbare machten in het spel. Yves heeft een geheime agenda en de onderdrukte verlangens van zijn vriendin en zijn kinderen creëren een dilemma. Kunnen ze nog terug?
De kuur is een verontrustende zoektocht naar identiteit, een duister sprookje en een familiesaga over liefde in alle vormen.
Fragment uit Kick
In tegenstelling tot wat men in zijn omgeving dacht, was Kick zich bewust van zijn complexe karakter.
Concentratieproblemen. Krijg de tering. De ene dag kon hij een complex boek als De Toverberg achterstevoren opdreunen, een dag later struikelde hij over het spellen van zijn naam. Volgens Yves was er niets met hem aan de hand. Op een dag zou iedereen hem zien voor wat hij waard was en - als hij zelf zou accepteren hoe hij wérkelijk in elkaar stak - zowel zijn capaciteiten als tekortkomingen omarmen. Zodra er in zijn bovenkamer rust in de tent was, mocht hij gaan studeren wat hij wilde. Het geld stond klaar op de bank.
In de kabelbar klonk popmuziek, net als op het vliegveld, op het treinstation van Zürich. Het galmde door de ondergrondse voetgangerstunnel van het treinstation in Landquart tijdens hun gehaaste overstap. In het hotel was het stil, op de gangen, in de lift, zoals het hoorde. De radio op zijn kamer (een fraai jarenvijftigmodel en een knipoog naar het bouwjaar van de renovatie van het hotel), bood zeven zenders, en geïnspireerd door wat in Hans Castorps tijd geliefd was, varieerde het aanbod van opera, plaatselijke blaaskapellenhoempa tot opzwepend zigeuner- en andere volkswijsjes. De vrijheid om met de historie te spelen, bleek uit de zender 'In der heißen Sauna', vage meditatiemuziek met opnames van parende walvissen en ultralage onderwaterklanken.
Het radiogidsje legde hij op de mat voor de deur van Minette en Bries kamer. Haha.
Wat hij nu hoorde was commerciële troep. Een slecht teken als geluiden of muziek hem mateloos stoorden. Schoot hij vol in de ergernismode dan kon het snel gaan. Wat toen op school gebeurde. (pagina 202)
Korte beschrijving
De schrijver en filosoof Ger Groot vertelt het verhaal van de langzame
ontwikkeling van het zelfbeeld van de mens. Hierbij concentreert hij
zich op de moderne tijd, de laatste vier eeuwen. Dit boek is gebaseerd
op colleges die de auteur gaf aan eerstejaars-filosofiestudenten aan de
Erasmus Universiteit Rotterdam en op zijn audioboek 'De menselijke toon'
(2008). De nadruk valt op de worsteling met de erfenis van de religie.
Deze vindt Groot niet alleen terug in de filosofie, maar ook in
bijvoorbeeld beeldende kunst, architectuur, literatuur en muziek.
Sommige verbanden die hij legt, liggen voor de hand, zoals tussen
Nietzsche en Wagner. Andere lijken wat ver(der) gezocht, maar zijn in
ieder geval origineel en tekenend voor een tijd waarin al te ver
doorgevoerde specialismen achterhaald lijken. Groot vult in wezen een
boek als 'De vergeten wetenschappen' (2010)* van Rens Bod aan, die het
ontstaan van de alfawetenschappen ook op een interdisciplinaire manier
beschrijft. Prachtige, rijk geïllustreerde uitgave, aangevuld met een
website met beeld- en geluidsfragmenten. Met literatuuropgave en
register.
Fragment uit (de) Inleiding - De grillige geschiedenis van de moderne mens
Wat voor wezen is het zoogdier dat op twee achterpoten loopt, zich ervan bewust is dat hij denkt, materiële hulpmiddelen gebruikt en zijn opgeving naar zijn hand zet volgens denkbeelden die hij eerder ontwikkeld heeft? Wat moet hij denken van het wezen dat biologisch omschreven wordt als homo sapiens? Dat is misschien de belangrijkste, of in ieder geval de eerste vraag die de filosofie zich stellen moet. Tenslotte begint elk denken bij zichzelf, of beter gezegd: bij het wezen dát denkt. Dat lijkt vanzelfsprekend - maar is het dat ook?
In dit boek zullen we zien dat daar nogal wat vraagtekens bij te plaatsen zijn. En meer nog: dat dit geldt voor heel veel van de denkbeelden die wij over onszelf koesteren. Wij, mensen van vandaag, beschouwen onszelf als individuen, lang voordat we onszelf als lid van natuurlijke gemeenschappen zien. We zijn dragers van onvervreemdbare rechten en willen ons eigen levenslot bestemmen. We zijn rationele wezens, maar vinden onze authenticiteit misschien nog wel meer in onze emoties en ambities.
We beschouwen onszelf als onderling gelijke of minstens gelijkwaardige wezens, maar juist in onze uniciteit vinden we onze eigenlijke waarde terug. We hebben onszelf leren zien als een door de evolutie van het leven voortgebrachte diersoort, maar meer nog dan door alles wat de wetenschappen daarover te vertellen hebben, laten we ons leven bepalen door wat dat voor ons betekent en hoe wij de wereld ervaren. De life sciences hebben ontdekt dat we ingewikkelde machines zijn, maar we vergeten dat terstond weer wanneer we ons op crisismomenten van het leven afvragen wat we zelf zijn en wat in het leven dat we leiden onze bestemming is.
Korte beschrijving
Dit boekje van de filosoof Sam Harris verscheen in de Verenigde Staten al in 2012 en wordt nu pas in het Nederlands uitgebracht, voorzien van een voorwoord van Dick Swaab. Hoofdstelling van dit boek is dat de vrije wil een illusie is en dat mensen net zo min verantwoordelijk zijn voor de volgende gedachte die we denken en de handelingen die we uitvoeren, als voor het feit dat we geboren zijn. Harris neemt het beroemde Libet-experiment als voornaamste bewijsstuk voor deze stelling. Mensen een vrije wil en daarmee verantwoordelijkheid voor hun handelingen toekennen en op grond daarvan ook straffen of belonen, is volgens Harris een zuiver pragmatische aangelegenheid. Filosofisch snijdt het boekje weinig hout. De argumentatie is sporadisch, het betoog drijft vooral op retoriek (zoals ook vaak in de rest van Harris' oeuvre). Het boekje was in de Verenigde Staten geen succes, onduidelijk is waarom het nu in het Nederlands verschijnt, omdat het niets nieuws bevat dat de discussie over de vrije wil verder helpt. De vertaling bevat slordigheden, zoals spelfouten en een enkele niet-lopende zin. Op zich interessant, maar dit betoog bevat absoluut geen nieuwe inzichten.
Tekst op website uitgever
Geloof in een vrije wil raakt aan bijna alles wat wij waardevol vinden. Het is nauwelijks mogelijk om na te denken over wetgeving, politiek, religie, overheidsbeleid, intieme relaties, waarden en normen - en over schuldgevoelens of persoonlijke successen - zonder ervan uit te gaan dat het individu de uiteindelijke bron is van zijn of haar denken en handelen.
In dit verhelderende, geraffineerde en provocerende boek ontmaskert Sam Harris aan de hand van neurowetenschap en psychologie de illusie van het bestaan van een vrije wil. Hij bepleit dat deze waarheid over de menselijke geest onze waarden en normen niet ondermijnt, en evenmin het belang van sociale en politieke vrijheid aantast. Bovendien laat hij aan de hand van zijn eigen ervaringen zien dat hij dankzij dit inzicht moreel gevoeliger en creatiever is geworden. Met humor en intellectuele meedogenloosheid schudt Harris je met De vrije wil je wakker en zet het aan tot het hebben van diepe gedachten.
Lees dit boek, of niet. De keuze is toch niet aan u.
Fragment uit De vrije wil
De vrije wil is een illusie. We hebben onze wil eenvoudigweg niet zelf gemaakt. Gedachten en intenties komen voort uit diep verborgen oorzaken waarvan we ons niet bewust zijn en waarover we geen bewuste controle hebben. We beschikken niet over de vrijheid die we denken te hebben.
De vrije wil is echter meer (of minder) dan een illusie, doordat er geen conceptuele eenduidigheid mogelijk is. Óf onze wil wordt bepaald door voorafgaande oorzaken, waardoor we er dus niet verantwoordelijk voor zijn, óf hij is het product van het toeval en ook dan dragen we geen verantwoordelijkheid. Als iemands keuze om de president neer te schieten wordt bepaald door een bepaald patroon van neurale activiteiten, dat op zijn beurt weer het gevolg is van eerdere oorzaken - een ongelukkige samenloop van slechte genen, een ongelukkige jeugd, slapeloosheid en blootstelling aan kosmische straling - wat betekent het dan nog als je zegt dat zijn wil 'vrij' is? Nog nooit heeft iemand aan de hand van mentale en fysieke processen aangetoond dat zo'n vorm van vrijheid bestaat. De meeste illusies worden geboren uit steviger kost dan dit.
De gangbare gedachte van een vrije wil lijkt op twee aannames te berusten: 1) dat ieder van ons zich in het verleden anders had kunnen gedragen dan hij heeft gedaan; 2) dat wij de bewuste oorsprong zijn van onze meeste gedachten en handelingen in het heden. We zullen echter zien dat beide aannames onjuist zijn.
Maar de diepere waarheid is dat de vrije wil niet eens overeenstemt met alle subjectieve feiten over onszelf - zelfonderzoek blijkt al snel net zo haaks op het idee van de vrije wil te staan als de natuurkundige wetten. Zogenaamde wilshandelingen komen gewoon spontaan op (met oorzaak, zonder oorzaak, een mogelijke aanleg of neiging, het maakt niet uit) en kunnen niet teruggevoerd worden naar een beginpunt in onze bewuste geest. Na een paar momenten serieus zelfonderzoek zie je mogelijk al dat je niet beslist welke gedachte je volgende wordt, net zomin als ik beslis welke volgende gedachte ik opschrijf. (pagina 27-28)
Korte beschrijving
Carpe Diem, ofwel 'pluk de dag' is al eeuwenlang een begrip. Weinigen weten dat het een zinsnede is uit een gedicht van de Romeinse dichter Horatius. Dit gedicht is vooral een melancholisch geformuleerde levensles, maar intussen heeft Carpe Diem diverse andere ladingen gekregen. Zodoende mag gesproken worden van een culturele kaping van de oorspronkelijke intenties van Horatius. Dit boek analyseert hoe Carpe Diem enerzijds een hedonistisch levensmotto werd, maar ook hoe de mindfulness-beweging invulling geeft aan het begrip. Geïllustreerd met historische en actuele voorbeelden, maar ook met liedteksten en filmfragmenten probeert de schrijver Carpe Diem een meer inhoudelijke betekenis te geven, waarbij plezier, persoonlijke groei en maatschappelijke relevantie samen gaan. Deze verkenning biedt de lezer inzicht in de eigen mogelijkheden om kansen te pakken en spontane acties te verzinnen gericht op levenskwaliteit en maatschappelijke verandering. Door de prettige schrijfstijl en brede insteek is het een geslaagd cultuurhistorisch zelfhulpboek dat Carpe Diem een nieuwe, relevante invulling geeft.
Tekst op website uitgever
In Carpe diem haakt Roman Krznaric in op het feit dat het motto van de Romeinse dichter Horatius nog altijd springlevend is. Maar ‘Pluk de dag’ is ook gekaapt door de consumentenindustrie en de mindfulnessbeweging. Zij hebben het motto vernauwd tot ‘Koop de dag’ en ‘Pluk het nu’. Krznaric wil het tweeduizend jaar oude motto heroveren op zijn kapers. Daarvoor schrijft hij de eerste cultuurgeschiedenis van Carpe diem. Hij laat zien hoe de slogan kan inspireren om je over te geven aan waarachtig genot, om spontane acties te verzinnen, en kansen te grijpen in het dagelijks leven én in de politiek. Wanneer kun je het best de dag plukken en wanneer niet?
Fragment uit 9 - Ik kies, en dus besta ik
Carpe diem als levensfilosofie bestaat niet alleen maar uit de vijf verschillende manieren om de dag te plukken: het is een fundmantele weg naar het menselijk geluk. Met 'geluk' bedoel ik geen toestand van aanhoudende blijheid en opgewektheid, maar iets wat dichter bij het oude Griekse eudaimonia ofwel 'het goede leven' ligt - een leven van diep welzijn en floreren dat een gevoel van doel en betekenis verschaft. Carpe diem kan zeker niet claimen de enige route naar dit geluksideaal te zijn. Zoals John Locke in de zeventiende eeuw opmerkte: 'Alle mensen streven naar het geluk, maar niet naar hetzelfde geluk. [...] Je inspanningen om iedereen in verrukking te brengen met rijkdom of roem zullen al even vruchteloos blijken als wanneer je zou pogen om ieders honger te stillen met kaas of kreeften, die weliswaar voor sommigen heel aangenaam en smakelijk zijn, maar voor anderen juist uitermate misselijkmakend en weerzinwekkend.' In plats daarvan is carpe diem een route naar het geluk die het verdient naast andere belangrijke benaderingen geplaatst te worden, maar die al te lang in de macht is geweest van culturele kapers als het 'Just Buy It' van een op hol geslagen consumptiemaatschappij.
Waar past carpe diem dan in het pantheon van de geluksfilosofieën? ten eerste hebben we hier enig historisch perspectief nodig. (pagina 251-252)
Youtube - How to Seize the Political Day with Roman Krznaric
Korte beschrijving
Dit boek was dé hit van de zomer van 2017 en verscheen op een moment dat de nieuwe Amerikaanse president flink onder vuur lag. De Canadese journaliste/activiste schreef een messcherp boek (manifest/pamflet) tegen de 'wereld' van miljardair Donald Trump. Zijn neo-liberalisme/kapitalisme, conservatisme en anti-globalisme, waarin grote bedrijven alle ruimte krijgen, ten koste van milieubescherming, persvrijheid, de eigen overheid en (zelfs) de democratie. Klein geeft echter niet alleen kritiek, ze probeert ook een toekomstvisie te formuleren en heeft daarnaast hoop op de volgende generatie met een progressieve, internationale visie. Uiteindelijk kunnen, volgens haar, menselijke waarden overwinnen als een 'brede volksbeweging' het voortouw neemt en het trumpisme wordt verslagen. Een boek met een belangwekkende boodschap!
Fragment uit hoofdstuk vijf - De oppergraaier Verdeel en heers
In feite heeft maar weinig zo veel betekend voor de opbouw van onze huidige industriële dystopie als het aanhoudende en systematische ophitsen van blanke arbeiders tegen zwarten, burgers tegen migranten, en mannen tegen vrouwen. Blank racisme, vrouwenhaat, homofobie en transfobie waren de krachtigste wapens van de elite tegen echte democratie. Een verdeel-en-heersstrategie, in combinatie met steeds fantasierijker regelgeving die het stemmen voor veel minderheden bemoeilijkt, is de enige manier om politieke en economische plannen uit te voeren die zo'n smal bevolkingsdeel begunstigen.
De geschiedenis leert ons ook dat blanke racistische en fascistische bewegingen - hoewel ze altijd op de achtergrond sudderen - een grotere kans hebben om op te laaien in tijden van aanhoudende economische crisis en nationale neergang. Dat is de les van de Weimar-republiek die, in economisch opzicht zwaar gehavend, rijp werd voor het nazisme. Die waarschuwing had nog vele eeuwen moeten naklinken.
Na de Holocaust kwam de wereld bijeen om omstandigheden te creëren die zouden verhinderen dat deze genocidale logica ooit weer voet aan de grond zou krijgen. Samen met significante druk van onderaf was de reden voor de goede sociale voorzieningen in heel Europa. De westerse landen omhelsden het principe dat de markteconomie voldoende basale waardigheid moest bieden om te voorkom en dat gedesillusioneerde burgers op zoek gaan naar zondebokken of extreme ideologieën.
Maar dat is allemaal losgelaten, en wij tolereren dat omstandigheden die akelig veel lijken op die van de jaren dertig nu worden herschapen. Sinds de financiële crisis van 2008 hebben het Internationaal Monetair Fonds, de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank (samen de 'trojka' genoemd) het ene na het andere land gedwongen om shocktherapie-achtige hervormingen te accepteren in ruil voor broodnodige financiële hulp. Tegen landen als Griekenland, Italië, Portugal en zelfs Frankrijk zeiden ze: 'We schieten jullie wel te hulp, maar alleen als jullie je abject laten vernederen. Alleen in ruil voor het opgeven van controle over je economische zaken, alleen als je alle grote beslissingen aan ons delegeert, alleen als je grote delen van je economie privatiseert, ook delen van je economie die worden beschouwd als een centraal onderdeel van je identiteit, zoals je rijkdom aan mineralen. Alleen als je bezuinigingen accepteert op salarissen, pensioenen en gezondheidszorg.'Dat is wel heel wrang, omdat het Internationaal Monetair Fonds na de Tweede Wereldoorlog is opgericht met de nadrukkelijke opdracht om het soort economische bestraffing te voorkomen dat na de Eerste Wereldoorlog in Duitsland zo veel rancune heeft gewekt. En toch was deze wrok een actief bestanddeel van het proces dat bijdroeg aan de omstandigheden waaronder neofascistische partijen voet aan de grond kregen in Griekenland, België, Frankrijk, Hongarije, Slowakije en zo veel andere landen. Ons huidige financiële systeem verspreidt economische vernedering over de hele wereld - en heeft precies de effecten waarvoor de econoom en diplomaat John Maynard Keynes een eeuw geleden waarschuwde, toen hij schreef dat als de wereld Duitsland keiharde economische sancties oplegt, 'wraak, zo waag ik te voorspellen, niet zal talmen'.
Ik snap de aandrang om de verkiezing van Trump tot een of twee oorzaken te reduceren. Om te zeggen dat het allemaal niet meer is dan een uiting van de verderfelijkste krachten in de Verenigde Staten, die nooit zijn weggegaan en naar de voorgrond zijn geraast toen er een demagoog opstond die het masker van zijn gezicht trok. Om te zeggen dat het allemaal draait om racisme, om blinde woede over het verlies van blanke voorrechten. Of om te zeggen dat het allemaal komt door de vrouwenhaat, aangezien het feit dat Hillary door een zo laaghartige en onwetende figuur als Trump kon worden verslagen een wond is die bij heel veel vrouwen maar moeilijk heelt. Het reduceren van de huidige crisis tot een of twee factoren met uitsluiting van al het andere brengt ons echter niet tot beter inzicht in methoden om deze krachten nu of in de volgende ronde te verslaan. Als we niet ene klein beetje nieuwsgieriger worden naar de vraag hoe het kwam dat al deze elementen - ras, gender, klasse, economie, geschiedenis, cultuur - samen tot de huidige crisis hebben geleid, blijven we in het gunstigste geval steken waar we zaten voordat Trump won. En daar was het al niet pluis.
Vóór Trump bestond er immers al ene cultuur die zowel mensen als de aarde als oud vuil behandelt. Een systeem dat een hele werkzaam leven uit arbeiders zuigt en ze dan zonder enige bescherming afdankt. Dat miljoenen mensen die kansloos zijn op de arbeidsmarkt behandelt als afval dat in de gevangenis moet worden gegooid. Dat de overheid gebruikt als een bron die mag worden uitgemolken voor particuliere rijkdom, en wrakken in zijn spoor achterlaat. Dat het land, het water en de lucht die alle leven mogelijk maken als weinig minder dan een bodemloos riool behandelt. (pagina 112-114)
Fragment uit chapter five - The Grabber-in-Chief
Divide and conquer
In truth, nothing has done more to help build our present corporate dystopia than the persistent and systematic pitting of working-class whites against Blacks, citizens against migrants, and men against women. White supremacy, misogyny, homophobia, and transphobia have been the elite's most potent defenses against genuine democracy. A divide-and-terrorize strategy, alongside ever more creative regulations that make it harder for many minorities to vote, is the only way to carry out a political and economic agenda that benefits such a narrow portion of the population.
We als know from history that white supremacist and fascist movements - though they may always burn in the background - are far more likely to turn into wildfires during periods of sustained economic hardship and national decline. That is te lesson of Weimar Germany, which - ravaged by war and humiliated by punishing economic sanctions - became ripe for Nazism. That warning was supposed to have echoed through the ages.
After the Holocaust, the world came together to try to create conditions that would prevent genocidal logic from ever again taking hold. It was this, combined with significant pressure from below, that formed the rationale for generous social programs throughout Europe. Western powers embraced the principle that market economies neede to guarantee enough basic dignity that disillusioned citizens would not go looking for scapegoats or extreme ideologies.
But all that has been discarded, and we are allowing conditions eerily similar to those in the 1930s to be re-created today. Since the 2008 financial crisis, the International Monetary Fund (IMF), the European Commission, and the European Central Bank (known as the "troika") have forced country after country to accept "shock-therapy"-style reforms in exchange for desperately needed bailout funds. To countries such as Greece, Italy, Portugal, and even France, they said: "Sure, we'll bail you out, but only in exchange for your abject humiliation. Only in exchange for you giving up control over your economic affairs, only if you delegate all key decisions to us, only if you privatize large parts of your economy, including parts of your economy that are seen as central to your identity, like your mineral wealth. Only if you accept cuts to salaries and pensions and health care." There is a bitter irony here, because the IMF was created after World War II with the express mandate of preventing the kinds of economic punishment that fueled so much resentment in Germany after World War I. And yet it was an active part of the process that helped create the conditions for neo-fascist parties to gain ground in Greece, Belgium, France, Hungary, Slovakia, and so many other countries. Our current financial system is spreading economic humiliation all over the world - and it's having the precise effects that the economist and diplomat John Maynard Keynes warned of a century ago, when he wrote that if the world imposed punishing economic sanctions on Germany, "vengeance, I dare predict, will not limp."
I understand the urge to boil Trump's election down to just one or two causes. To say it is all simply an expression of the ugliest forces in the United States, which never went away and roared to the foreground when a demagogue emerged who tore off the mask. To say it's all about race, a blind rage at the loss of white privilige. Or to say that it's all, attributable to women-hatred, since the very fact that Hillary Clinton could have been defeated by so vile and ignorant as Trump is a wound that, for a great many women, refuses to heal.
But the reduction of the current crisis to just one or two factors at the exclusion of all else won't get us any closer to understanding how to defeat these forces now or the next time out. If we cannot become just a little bit curious about how all these elements - race, gender, class, economics, history, culture - have intersected with one another to produce the current crisis, we will, at best, be stuck where we were before Trump won. And that was not a safe place.
Because already, before Trump, we had a culture that treats both people and planet like so much garbage. A system that extracts lifetimes of labor from workers and then discards them without protection. That treats millions of people, excluded from economics opportunity, as refuse to be thrown away inside prisons. That treats government as a resource to be mined for private wealth, leaving wreckage behind. That treats the land, water, and air that sustain all of life as little more than a bottomless sewer. (pagina 96-99)
Fragment uit Chapter seven - Learn to love economic populism
Bernie Sanders is the only candidate for US president I have ever openly backed. I've never felt entirely comfortable with candidate endorsements. I made an exception in 2016 because, for the first time in my voting life, there was a candidate inside the Democratic Party primaries who was speaking directly to the triple crises of neoliberalism, economic inequality, and climate change. The fact that his campaign caught fire in that context, where he could not be smeared as a spoileror vote-splitter (though many tried anyway), is what made his campaign different. Bernie was not a protest candidate; once he pulled off on an early upset by winning New Hampshire, the game was on. It was suddenly clear that, contrary to all received wisdom (including my own), Sanders had a shot at beating Hillary Clinton and becoming the presidential candidate for the Democratic Party. In the end, he carried more than twenty states, with 13 million votes. For a self-described democratic socialist, that represents a seismic shift in the political map.
Many national polls showed that Sanders had a better chance of beating Trump than Clinton did (though that might have changed had he wonthe primary and faced a full right-wing onslaught). Bernie was incredibly well suited to this moment of popular outrage and rejection of establishment politcis. He was able to speak directly tot he indignation over legalized political corruption, but from a progressive perspective - with genuine warmth and without personal malice. That's rare. He championed policies that would have reined in the banks and made education affordable again. He railed against the injustice that the banker shad never been held accountable. And, after a lifetime in politics, he was untainted by political scandals. That's even more rare. Precisely because Bernie is about as far as you can get from the polished world of celebrity reality TV, it would have been hard to find a better foil for Trump and the excess of Mar-a-Lago set.
During the campaign, one of the early images that went viral was of Sanders on a plane, white hair disheveled, crammed into an economy-class middle seat. Running that kind of candidate against a man in a private jet with big gold letters on the side would have been the campaign of the century. And it's clear that people are still drawn to the contrast: two months into Trump's term, a Fox News poll found that Sanders had the highest net favorability rating of any politician in the country.
The reason it's worth going over these facts is that when a candidate like that presents him or herself, and when that candidate proves that, with the right backing and support, they could conceivably win, it's worth understanding what stood in the way - so that the mistakes aren't repeated. Because in 2016 , there was - almost - a transformative option on the ballot, and there could actually be one next time. (pagina 121-122)