Querido 2026, 312 pagina's - € 24,99
Wikipedia: Henk van der Waal (1960)
Korte beschrijving
Een filosofische verhandeling over hoe een nieuwe moraal van luiheid een antwoord kan zijn op hedendaagse maatschappelijke problemen. Henk van der Waal laat de filosoof Thaddeus pleiten voor een fundamentele verandering in ons leven. In drie redevoeringen betoogt Thaddeus dat de menselijke drang om alles te beheersen de aarde uitput en ons vervreemdt. Door minder te willen, kunnen we ons vrijer voelen en anders denken, wat leidt tot een hernieuwde moraal en betere relatie met de natuur. Het doel is radicale compassie en een ontspannen houding ten opzichte van de tijd. Diepgaand en fijnzinnig geschreven. Geschikt voor een geoefende lezersgroep met bijzondere interesse in filosofie en levenskunst. Henk van der Waal (Hilversum, 1960) is een Nederlandse dichter en filosoof. Hij schreef vele boeken en won de prestigieuze C. Buddingh’-prijs en de Ida Gerhardt Poëzieprijs. In 2012 publiceerde hij het essay ‘Denken op de plaats rust’,* dat in 2017 een vervolg kreeg met ‘Mystiek voor goddelozen’.** ‘Lui worden’ is de afsluiting van dit filosofische drieluik.
Tekst op de website uitgever
Wij mensen zijn zo slim en machtig geworden dat we alles wat leeft en bestaat naar onze hand kunnen zetten. Maar de ijver waarmee we dat doen put de aarde uit, zet ons tegen elkaar op en vervreemdt ons van onszelf en alles om ons heen.
Dat moet en kan anders, laat Henk van der Waal de excentrieke filosoof Thaddeus betogen in Lui worden. In drie redevoeringen – opgetekend door een welwillende vriend en gehouden op verschillende plekken in de stad – zet deze raadselachtige figuur uiteen hoe we door minder te willen, vrijer te voelen en anders te denken niet alleen onze uitgewoonde moraal en onze verhouding tot de natuur kunnen revitaliseren, maar ons ook kunnen ontworstelen aan het web van verwachtingen waarin we steeds meer verstrikt raken.
Het resultaat? Radicale compassie en een weldadig achteroverleunen tegen de rug van de tijd.
Fragment uit De tweede rede - Willen, voelen, denken
Hoewel we inmiddels een uiterst complexe opeenhoping van cellen zijn geworden met botten, spieren, een spijsverteringskanaal en een vaten- en zenuwstelsel, is er wat dat betreft niet veel veranderd, behalve dan dat het voelen van al die afzonderlijke cellen als een overall gevoel in ons heerst. Dat overall gevoel krijgen we voorgeschoteld en laat ons weten hoe het met ons als geheel is gesteld. Het maakt ons duidelijk of we ons nog binnen de bandbreedte, zeg maar ons midden, bevinden waarin we naar behoren kunnen functioneren. Als ons gevoel goed is en er sprake is van welbevinden, kunnen we voort op de ingeslagen weg. Is dat gevoel niet goed, dan moet er actie worden ondernomen.
Dat dit gevoel van ons zich voor een groot deel in onze buikstreek manifesteert hoeft niet te verbazen. Daar nemen we immers niet alleen de voor ons zo noodzakelijke energie en bouwstoffen p, maar meten en beoordelen we ook of we daarvan te weinig, genoeg of misschien te veel hebben binnengekregen. Als die beoordeling leidt tot het oordeel "dreigend brandstofgebrek", krijgen we een hongergevoel. Dat zet vervolgens onze wil aan om te eten, waar we, als dat kan, net zo lang mee doorgaan tot onze honger is gestild en er een gevoel van verzadiging is bereikt. Wil en gevoel zijn dus wederzijds afhankelijk van elkaar. Waar wil zonder gevoel blind is, is gevoel zonder wil leeg, om Immanuel Kant nog maar eens te parafraseren. Onze gevoelens vormen met andere woorden de ogen, oren en neus van onze wil.
Zo beschouwd draagt ons gevoel vanaf het begin ene element van reflectie in zich. Naarmate we complexere organismen werden, werd dat element van reflectie steeds belangrijker en algemener, wat erin heeft geresulteerd dat ons gevoel ons tegenwoordig samengevat aan onszelf teruggeeft. Daardoor zijn we voor een groot deel ons gevoel.
We zeggen om die reden niet "Ik heb blijdschap", maar "Ik ben blij". In het geval van pijn, dat toch duidelijk ook een gevoel is, zeggen we echter wel "Ik heb pijn". Die zegswijze kan gerechtvaardigd zijn als die pijn veroorzaakt wordt door een specifiek onderdeel van ons lichaam dat niet goed functioneert. Dan kunnen we ons onderscheiden of zelfs distantiëren van de pijn die ons treft. In de meeste gevallen lukt dat echter niet en beïnvloedt pijn algauw alles wat we zijn. Wij zijn dan ook meestal die pijn, net zoals die pijn ons ís. Diezelfde omkering kunnen we ook toepassen op het gevoel in het algemeen: wij zíjn ons gevoel en gevoel ís ons. (pagina 110-112)
Lees ook: Denken op de plaats rust (2012) en Mystiek voor goddelozen (uit 2017).

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen