maandag 14 september 2020

Anne Applebaum


De schemering van de democratie : over de verlokkingen van een autoritair systeem

Ambo Anthos 2020, 216 pagina's  € 20,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Oorspronkelijke titel: Twilight of Democracy: The Seductive Lure of Authoritarianism (2020)

Wikipedia: Anne Applebaum (1964)

Tekst op website uitgever
De schemering van de democratie van Anne Applebaum gaat over de verlokkingen van een autoritair systeem. In steeds meer landen heeft de democratie het zwaar. Liberale waarden worden ingeruild en het idee van een sterke leider die haast vereerd wordt, nationalistische bewegingen en het eenpartijstelsel winnen aan populariteit. In haar nieuwe boek De schemering van de democratie beargumenteert Anne Applebaum dat we ons niet moeten verbazen over deze ontwikkeling. Politieke systemen met simplistische overtuigingen hebben een natuurlijke aantrekkingskracht, vooral die systemen waarbinnen enkel de loyale volgers profiteren. Mensen kijken niet alleen naar ideologie, stelt ze, maar zijn ook praktisch, pragmatisch en opportunistisch. De autoritaire en nationalistische partijen die zijn opgekomen binnen de moderne democratieën bieden hun aanhangers nieuwe mogelijkheden om rijkdom en macht te vergaren.

In De schemering van de democratie beschrijft Applebaum hoe het komt dat politici, journalisten en intellectuelen in landen als de VS, Hongarije, Polen en het Verenigd Koninkrijk hun democratische idealen hebben opgegeven, en hoe ze complottheorieën, politieke polarisatie, social media en nostalgie inzetten om de samenleving te veranderen. 

Fragment uit 2. Hoe demagogen winnen
De monarchie, tirannie, oligarchie, democratie waren organisatiestructuren van de samenleving waarmee Aristoteles en Plato meer dan tweeduizend jaar geleden al bekend waren. Maar de illiberale eenpartijstaat die we nu overal ter wereld zien - zoals in China, Venezuela, Zimbabwe - werd voor het eerst vanaf 1917 in Rusland ontwikkeld door Lenin. In de lesboeken van de politieke wetenschappen van de toekomst zal zonder meer niet alleen op de grondlegger van de Sovjet-Unie teruggekeken worden vanwege zijn marxistische overtuiging, maar ook omdat hij degene was die deze blijvende vorm van politieke organisatie heeft uitgevonden. Het is een model dat veel van de autocraten van deze wereld nu toepassen.

De illeberale eenpartijstaat is in tegenstelling tot het marxisme geen filosofie. Het is een mechanisme om de macht in handen te houden en hij functioneert rustig naast tal van andere ideologieën. Het werkt omdat het duidelijk definieert wie tot de elite behoort: de politieke elite, de culturele elite, de financiële elite. In de monarchieën van het prerevolutionaire Frankrijk en Rusland kreeg de aristocratie die zichzelf definieerde volgens strenge ongeschreven fatsoens- en etiquetteregels het recht om te regeren. In de moderne westerse democratieën wordt het recht om te regeren, in ieder geval in theorie, toegekend via verschillende vormen van competitie. Namelijk via campagne voeren en verkiezingen, of meritocratische toetsen die bepalen wie toegang krijgt tot het hoger onderwijs en de ambtenarij, tot vrije markten. Ouderwetse sociale hiërarchieën maken meestal ook deel uit van dit geheel, maar in het moderne Groot-Brittannië, Amerika, Frankrijk, en tot voor kort in Polen, gingen de meeste mensen ervan uit dat de democratische competitie de rechtvaardigste en efficiëntste manier is om de macht te verdelen. De aantrekkelijkste en meest geschikte politici moeten regeren. Functies bij de instituties van de staat - de rechterlijke macht, het ambtenarenapparaat - moeten door gekwalificeerde personen ingenomen worden. De krachtmetingen tussen hen moeten op een evenwichtig speelveld plaatsvinden wil er een eerlijke uitkomst zijn. (pagina 31-32)

Artikel van Anne Applebaum dat deels in haar nieuwste boek terecht is gekomen: History Will Judge the Complicit - Why have Republican leaders abandoned their principles in support of an immoral and dangerous president? (The Atlantic juli/augustus 2020)

Lees vooral ook Verloren land : de zeven stappen van democratie naar dictatuur van Ece Temelkuran uit 2019.

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 7 september 2020

Dirk Bezemer


Een land van kleine buffers : er is genoeg geld, maar we gebruiken het verkeerd

Uitgeverij Pluim, 320 pagina's € 22,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Reeks: Vitale ideeën voor de wereld van morgen.

Website Sustainable Finance Lab: Dirk Bezemer (1971)

Korte beschrijving
De coronatijd maakt nog eens goed duidelijk dat Nederland een land van kleine buffers is. De auteur spreekt over kleine-bufferkapitalisme en dat kan gedefinieerd worden als een markteconomie, waarvan de financiële structuur te veel gericht is op het opbouwen van vermogens en te weinig op het opbouwen van kapitaal en buffers ten dienste van innovatie en productie. De onbalans in het kleine-bufferkapitalisme is dat er te grote vermogens op sommige plekken zijn, die weerspiegeld worden in te kleine buffers en te weinig investeringen op andere plekken. Door de coronacrisis hebben we nu de mogelijkheid om dit te veranderen. Om dat succesvol te doen moeten vier factoren samenkomen: politieke visie en actie, maatschappelijk draagvlak, financiële ruimte en praktische uitvoerbaarheid. Het bufferkapitalisme kan worden omgebogen door belastinghervorming en arbeidsmarkthervorming, waardoor besteedbare inkomens stijgen en investeren aantrekkelijker wordt; krediet moet productiever worden ingezet en het pensioenstelsel moet worden herzien. Een zeer actuele problematiek.

Tekst op website uitgever
In dit boek wordt dat kleine-bufferkapitalisme van vlak voor de Grote Lockdown op heterdaad betrapt. Financiële vermogens groeien er ten koste van innovatie, veerkracht en draagvlak. De staatsschuld moet altijd maar lager en er hoopt zich geld op bij aandeelhouders, bij de staat, en in de internationale financiële markten. Dit alles ten koste van lonen en financiële buffers bij huishoudens. Dit kan beter. De plannen om Nederland anders in te richten liggen klaar. We moeten het alleen nog doen. Daarom eindigt dit boek met een terugblik vanuit 2030 op het bijzondere decennium na de Grote Lockdown. Het worden beslissende jaren.

‘Bezemer schrijft zoals hij denkt: helder en puntig. (…) In dit boek gaat hij de ideeënarmoede met verve te lijf.’ – Joris Luyendijk

Dirk Bezemer is econoom. Hij studeerde in Wageningen, promoveerde in Amsterdam en werkte in Londen. Als hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen doet hij onderzoek naar de gevolgen van financiële structuren voor het functioneren van de economie. Hij publiceerde daarover vele artikelen en zijn werk werd gehonoreerd met verschillende onderzoeksbeurzen. Daarnaast is hij lid van het Sustainable Finance Lab en schrijft hij een column in De Groene Amsterdammer.

Fragment uit hoofdstuk 6. Ons geld in de wereld
Ook in de verhoudingen van Nederland met het buitenland gaat het opbouwen van financieel vermogen vaak boven echte investeringen en stabiliteit. We lijden niet alleen zelf aan die onbalans, maar faciliteren haar ook bij anderen. Het gaat dan met name om het opbouwen van financieel vermogen buiten het zicht van de fiscus. Nederland is officieel een belastingparadijs, nummer 4 in de top van de mondiale Corporate Tax Haven Index. Multinationals verschoven in 2018 voor 57 miljard dollar aan winsten naar Nederland, ofwel 10 procent van het wereldtotaal. De OESO schreef in haar rapport over Nederland in 2018: 'Er moet voortgang blijven in maatregelen om belastingontwijking en winstverschuiving te voorkomen.' Nederland is niet alleen zelf economisch kwetsbaar, maar speelt ook een stevige rol in de fragiliteit van het mondiale kapitalisme.
  Een ander aspect van die destabilisering is dat de Amsterdamse Zuidas een regionaal financieel centrum in Europa is, met Frankfurt, Londen en Parijs. Nederlandse en andere Europese bankiers en investeerder waren de bron van financiering van de ongeëvenaarde schuldengroei die in 2007 tot de Amerikaanse kredietcrisis leidde. Na het ploffen van die bubbel bleek ING een 'Alt-A'-portefeuille van zwakke Amerikaanse hypotheken ten bedrage van 40 miljard dollar te hebben. De bank dreigde failliet te gaan, maar dat liet de Nederlandse staat niet gebeuren. ING kreeg 10 miljard euro aan eigen vermogen en 80 procent van de zwakke hypotheken werden voor 22,5 miljard euro overgenomen, voor 90 procent de nominale waarde (dat was ruim boven de marktwaarde). Nederland en andere overschotlanden zochten investeringen voor hun grote vermogens, wat leidde tot problemen die vervelend waren voor ING en Nederland, en rampzalig voor Amerikaanse hypotheeknemers en de Amerikaanse economie. (pagina 86-87)



Terug naar Overzicht alle titels

Barbara Baarsma

Uitgeverij Pluim 2020, 80 pagina's  € 8,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Wikipedia: Barbara Baarsma (1969)

Korte beschrijving
De auteur, econome, directrice van Rabo-Amsterdam en activiste voor kringlooplandbouw, bepleit in dit pamflet het benutten van zoveel mogelijk korte ketens in de voedselproductie, van boer naar consument. Zij erkent de grote betekenis van modernisering en internationalisering voor de Nederlandse landbouw, maar bepleit vooral de voordelen van de korte ketens als het beste alternatief. Over de mogelijke nadelen ervan – hogere  consumentenprijzen en banenverlies in de schakels van de lange keten – wordt gemakkelijk heengestapt. Zij roept producent en consument op om in korte ketens te produceren, te kopen en te consumeren. Het betoog is meer een pleidooi dan een afgewogen, grondig wetenschappelijk onderzoek. Met enkele illustraties in zwart-wit en een literatuurlijst; daarnaast nog wat informatie over de auteur. Goed leesbaar voor een breed publiek.

Tekst op website uitgever
Onder het motto "nooit meer honger' transformeerde de Nederlandse landbouwsector na de Tweede Wereldoorlog in slechts enkele decennia tot een innovatieve en productieve koploper. Maar met de oplossing van gisteren zaaiden we ook het probleem van morgen. Want dat efficiënte en productieve voedselsysteem dat we nodig hadden, draagt bij aan de opwarming van de aarde, tast de bodemkwaliteit aan en gaat ten koste van biodiversiteit.
Er is wederom een transitie nodig, naar kringlooplandbouw. Nederland en de agrarische sector hebben eerder laten zien dat ze een grote transitie aankunnen en ook nu is dat mogelijk. Korte ketens zijn een katalysator voor kringlooplandbouw. In Nederland voedselparadijs roept Barbara Baarsma op om meer in de korte ketens te produceren en te eten. En het goede nieuws is dat we veel vers voedsel binnen handbereik hebben. Nederlanders wonen in een voedselparadijs.
Barbara Baarsma is econoom. De afgelopen jaren deed ze onderzoek naar de voor- en nadelen van korte voedselketens. Samen met collega's bouwde ze mee aan een korte voedselketen in en rond Amsterdam. Als lid van de Raad van Advies van de Taskforce Korte Ketens spant zij zich in voor kennisdeling over en versterking van de korte voedselketen. Zij is directievoorzitter van Rabobank Amsterdam, is hoogleraar toegepaste economie aan de Universiteit van Amsterdam en was lid van de Taskforce Verdienvermogen Kringlooplandbouw. 

Fragment uit 6. Korte voedselketens ondersteunen het verdienvermogen van boeren
In hoofdstuk 4 schreef ik al dat de positie van de boer in de lange, op de export gerichte ketens zwak is. De prijzen voor hun bulkproducten worden dikwijls op een internationale markt bepaald waarop zij slechts prijsnemer zijn. Het vierde voordeel van korte ketens is dat die het verdienvermogen ondersteunen van boeren die investeren in verduurzaming. Dat werkt op drie manieren: productdifferentiatie, minder schakels en prijstransparantie.

Ten eerste kunnen boeren hun kwaliteitsproducten in een korte keten beter voor het voetlicht brengen bij afnemers. De melk komt niet in een anonieme plas terecht. Nee, de zuivel wordt in onderscheidende verpakkingen gedaan die duidelijk maken dat de melkveehouder investeert in zaken als bijvoorbeeld biodiversiteit en bodemkwaliteit. In plaats van landbouwproducten als bulk te beschouwen, zoals in de lange keten, is er in de korte keten ruimte voor productdifferentiatie en dus hogere marges voor boeren.

Ten tweede blijft er doordat er in korte voedselketens schakels worden overgeslagen meer marge over voor boeren om te investeren in kringlooplandbouw. Figuur 5 geeft het aantal partijen per schakel in de binnenlandse waardeketen, waaruit blijkt dat er tussen de boer en ons bord een aantal sterk geconcentreerde schakels staat die economische macht in de keten hebben en daardoor een relatief groot deel van de marges naar zich toe kunnen trekken. In het advies van de Taskforce Verdienvermogen Kringlooplandbouw wordt beschreven dat het merendeel van het Europese voedsel door 110 inkooporganisaties wordt gekocht, terwijl ongeveer 3 miljoen boeren en tuinders driekwart van ons voedsel produceren. Door deze onevenwichtigheid is de onderhandelingspositie van de individuele boer en tuinder zwak. (pagina 44-45)

Terug naar Overzicht alle titels


donderdag 3 september 2020

Mark Lynas


Zes graden
(met een voorwoord van Jan Terlouw)
Jan van Arkel 2020, 382 pagina's € 19,95

Boek verscheen voor het eerst in 2007. Dit is een sterk aangepaste versie.

Oorspronkelijke titel: Our final warning : six degrees of climate emercency (2020)

Wikipedia: Mark Lynas (1973)

Korte beschrijving
Dit boek gaat over de gevolgen van de klimaatverandering, over wat in het ergste geval kan gebeuren. Die worden beschreven aan de hand van plausibele scenario's bij het huidige beleid (variërend tussen 1 tot 6 graden opwarming). Van het Noordpoolgebied tot de Peruaanse gletsjers, van overstromingen tot hittegolven passeren de revue. De auteur, milieubeschermer en journalist, gespecialiseerd in klimaatverandering, baseert zich op experts. De stijl is helder en concreet; de inhoud leest als een reeks onheilspellende lessen, met als motto 'wees paraat'. Het is een update van een eerdere uitgave uit 2008. De recentste wetenschappelijke conclusies zijn erin verwerkt. Er is een bijlage met vele noten, andere bijlagen staan op www.zesgraden.nu  Wetenschappelijke kennis verwoord voor een breed publiek.

Tekst op website uitgever
Het boek zes graden slaat alarm over het klimaat. Het beschrijft de gevolgen van de opwarming, van 1°C tot en met 6°C. Het gaat niet alleen om orkanen, droogtes, bosbranden en zeespiegelstijging, maar ook om stervend koraalrif, verdrogend Amazonewoud, verzengende hitte, hongersnood, etc. De Financial Times noemt het ‘een apocalyptische gids voor wat we kunnen verwachten als de wereld opwarmt.’

Mark Lynas vat vele honderden wetenschappelijke artikelen uitermate leesbaar en aangrijpend voor ons samen. Hij kan dat als geen ander: zijn vorige versie van Zes graden (2008) werd uitgeroepen tot het beste Engelse wetenschapsboek.

Elke ton CO2-uitstoot veroorzaakt het verlies van 3 m2poolzee-ijs èn doet 15 ton Himalaya-gletsjer afsmelten. Voor Antarctica geldt zelfs: per ton CO2-uitstoot smelt 2.000 ton ijs. Nú al. En tot de ‘corona-dip’ gingen we stug door met business-as-usual. Hoe verder?

We lopen nog deze eeuw een groot risico op 2°C, 3°C of zelfs 4°C temperatuurstijging. Drastische actie is dus nodig. Vanaf vandaag. ‘Corona’ bewijst dat we als mensheid in staat zijn tot snelle, ingrijpende maatregelen. We staan voor de opgave om nu diezelfde daadkracht te tonen bij een veel sluipender, maar ook veel groter en permanent gevaar.

Fragment uit 2° C
Voedselfeiten
We zien in onze 1°C-wereld al hoeveel schade klimaatverandering de mondiale voedselproductie berokkent, terwijl dat eigenlijk helemaal niet het geval had mogen zijn. Tot voor kort was men het erover eens dat een gematigde opwarming tot zelfs 2°C of zelfs 3°C redelijk gunstig zou uitpakken voor de landbouw. Inmiddels doen deze rooskleurige verwachtingen gevaarlijk naïef aan. Een onderzoek uit 2019 keek naar de impact van de huidige klimaatverandering op de opbrengst van de tien belangrijkste gewassen ter wereld - gerst, cassave, mais, palmolie, koolzaad, rijst, sorghum, sojabonen, suikerriet en tarwe - en stelde vast dat in grote gebieden sprake was van aanwijsbaar negatieve effecten. In plaats van de verwachte productiviteitsstijging vertoonden deze gewassen al bij al een daling van 1%. Daardoor is de calorische opbrengst in bijna de helft van de landen met de grootste voedselonzekerheid afgenomen. Hoewel sommige gewassen van de opwarming hebben geprofiteerd, wordt dit ruimschoots tenietgedaan door de1,6 miljoen ton die er wereldwijd van de rijstoogst is afgegaan en door de 5 miljoen ton tarwe die verloren is gegaan door lagere opbrengsten in Europa, Australië en Afrika bezuiden de Sahara. Voor geheel Afrika heeft de negatieve impact op alle tien de gewassen geleid tot een daling van de calorische waarde met 1,4%. Dat lijkt misschien niet veel, maar we hebben het over een continent waar enkele honderden miljoenen mensen - veelal zelfvoorzienende boeren die nu al een marginaal bestaan leiden - te lijden hebben onder voedseltekorten en ondervoeding. Uit deze analyse kunnen we alleen maar afleiden dat klimaatgerelateerde ondervoeding als gevolg van een lagere opbrengst in armere landen nu al tot sterfte leidt. (pagina 98-99)

Terug naar Overzicht alle titels


zaterdag 29 augustus 2020

Philipp Blom 3


Het grote wereldtoneel : over de kracht van verbeelding in crisistijd
De Bezige bij 2020, 142 pagina's  € 17,99

Oorspronkelijke titel: Das grosse Welttheater : von der Macht der Vorstellungskraft in Zeiten des Umbruchs (2020)

Wikipedia: Philipp Blom (1970)

Korte beschrijving
Philipp Blom, die het verhaal van de Franse achttiende-eeuwse encyclopedisten op meesterlijke wijze vereeuwigde in 'Het verdorven genootschap' (2010)*, laat in 'Het grote wereldtoneel' de gedachten dwalen over de worstelingen van de hedendaagse maatschappij. Nu staan we hier, ruim tweede jaar na de radicale breuk met het ancien régime en werpt de vraag zich op: leven we daadwerkelijk in de best mogelijke wereld? Nét niet pessimistisch, maar met een daaraan grenzende terughoudendheid laat Blom de twijfel tussen de regels dansen. De mensenrechten, die als universeel mochten doorgaan, staan ter discussie. De realiteiten van vandaag, waaronder de dramatische staat waarin het klimaat zich bevindt, worden met lange tanden naar binnen gewerkt en, wanneer niemand kijkt, eigenlijk liever onder de tafel geveegd. Schrijvers als Lyotard pinkten al eerder een traan weg bij het nakende einde van de grote verhalen; Blom tracht in dit essay alvast weer wat zuurstof in die uitdovende sintels te blazen en hoopt vurig op de geboorte van een nieuw groot verhaal. Met leeslijst en bronnenpopgave. Een interessante bijdrage aan het debat over democratie, de wereldproblematiek, crisistijd en universalisme..

Tekst op website uitgever
We leven in de best mogelijke wereld: we hebben nog nooit zo lang vrede gekend, we waren nooit eerder zo rijk of zo veilig. Dit verhaal houden we onszelf in elk geval voor. Maar wat nou als dit niet in overeenstemming is met de realiteit? Wat nou als democratieën ondertussen aan het afbrokkelen zijn, de haat tussen groepen toeneemt, de economische groei stagneert en het gevaar van klimaatrampen stijgt?
In dit grootse filosofische essay – met een speciaal voor de Nederlandse lezer geschreven nawoord over de coronacrisis – laat Philipp Blom zien hoe het mogelijk is dat het Westen niet ondanks, maar juist vanwege vrede en welvaart in een crisis verkeert. Daar zijn we door ons verleden geenszins op voorbereid. De strijd voor de toekomst wordt ook een strijd om een nieuw groot verhaal, voor eenieders ogen, op het podium van het wereldtoneel.

Fragment uit Vloeibare moderne tijd
Het is moeilijk in tijden van overvloed na te denken over indammen, juist omdat het niet strookt met de logica van een tijd die steeds meer stijging van de groei zoekt. Markten en technologieën hebben de neiging die logica van het exces te ondersteunen, en dus is het noodzakelijke buiten die logica na te denken over de verhouding tussen homo sapiens en de rest van de natuur. In het ideale geval zou het erom gaan andere behoeften, andere doelen en een ander concept over die verhouding te ontwikkelen. 

Diderots Aotourou had niet de hoop dat hij zijn mensen een kwalitatief andere werkelijkheid begrijpelijk zou kunnen maken, maar het is in de loop van de geschiedenis steeds weer mogelijk geweest; en er hebben zich steeds weer intellectuele en filosofische revoluties voorgedaan die het mogelijk maakten een wereld te denken waarvan de principes anders waren dan die van de eigen tijd. 

Ook de industriële beschaving schiep mogelijkheden die ze pas langzamerhand leerde begrijpen en benutten, in eerste instantie naar het beeld van haar eigen tijd. De eerste auto's, die met een verbrandingsmotor reden, waren ontworpen koetsen zonder paard. Ze waren als het ware hun gespan kwijtgeraakt, en ook de dissel, eerder een nalatigheid dan een schoonheidsfactor. De overgang naar een autonoom voertuig waarvan het design rekening hield met de technische mogelijkheden en de behoeften van de gebruiker, duurde een generatie.

Ingenieurs dachten dus uit het verleden, en bij wetenschappers was het al niet anders. Tegen het eind van de negentiende eeuw gold de natuurkunde als een kennisbouwsel dat op enkele detailkwesties na volledig geduid en afgerond was. Op fundamenteel niveau viel er niets meer te onderzoeken, hoorden studenten tijdens hun inleidende colleges. Newtons theorie en wereld waren beschreven en berekend, bepaalde onverklaarbare effecten en tegenstrijdigheden konden rustig verwaarloosd worden, want er viel in de natuurkunde volgens de belangrijkste exponenten ervan niets fundamenteels meer te ontdekken.

Toen kwam Einstein. (pagina 74-75)

Citaat uit een recensie
Uitgangspunt van Bloms reis door de geschiedenis is dat wij van verhalen zijn gemaakt, meer en sterker dan wij denken. Zowel ons familieleven als ons maatschappelijk leven wordt gedragen door collectieve verhalen, die wij elkaar vertellen en die de sleutels tot onze 'groep' bevatten. Waa wij goed in zijn. Wat wij vrezen. Wat wij ontvluchten. Wat wij liefhebben. Wat wij verzwijgen. In een tijd van crisis komen we in onbekend gebied en bezitten we nog niet de woorden om de nieuwe realiteit te beschrijven of ons de weg naar oplossingen, veranderingen, verbeteringen voor te stellen. Dat zorgt voor een gevoel van onzekerheid en leidt tot twisten, menselijk gemodder.  (uit: Nieuw crisis, nieuwe taal in VK, zaterdag 29 augustus 2020)

Lees ook: Wat op het spel staat (uit 2017).

Terug naar Overzicht alle titels

David Brooks


De tweede berg : de zoektocht naar een zinvol leven

Spectrum 2020, 400 pagina's € 21,99

Oorspronkelijke titel: The second mountain (2019)

Wikipedia: David Brooks (1961)

Korte beschrijving
De auteur onderscheidt twee bergen: die van de gebruikelijke doelen in onze cultuur (succes, aanzien, persoonlijk geluk) en  – soms na door een dal te zijn gegaan (ontslag, verlies) – een tweede berg, een andere benadering, waarin het ego wordt afgeworpen en je jezelf plaatst tussen degenen waarvoor je nodig bent, relationeel, intiem en volhardend. David Brooks is columnist bij de New York Times en auteur van 'The road to character'. Ook in dit boek staat karaktervorming centraal. Het doel is sterke verbintenissen aan te gaan met een roeping, partner, levensfilosofie, geloof en gemeenschap. Hoe dit kan, beschrijft Brooks aan de hand van boeken (filosofie, literatuur) en mensen die van de eerste naar de tweede berg gingen, zoals Etty Hillesum. Verre van zweverig, maar zeer concreet. Een boek dat behulpzaam kan zijn voor mensen die op een tweesprong in hun leven staan. Berg één en twee zijn vergelijkbaar met Adam de eerste (allure en carrière) en Adam de tweede (het spirituele), het gedachtegoed van rabbijn Joseph Soloveitchik. Hij beïnvloedde Brooks diepgaand. Een boek dat op het eerste gezicht een doorsnee helpboek lijkt, maar uiteindelijk zoveel meer is: een pleidooi van wat er echt toe doet, persoonlijk en in de samenleving.

Fragment uit (de) Inleiding.
Waarom we hier zijn

Ik heb dit boek deels geschreven om mezelf te herinneren aan het leven dat ik wil leiden. Wij schrijvers leggen onze ziel bloot in het openbaar, ook al doen we net alsof we over iemand anders schrijven. Met andere woorden: we proberen anderen te leren wat we eigenlijk zelf moeten leren. Mijn eerste berg was een waanzinnig gelukkige. Ik boekte beroepsmatig gezien veel meer succes dan ik ooit had verwacht. Maar die beklimming veranderde me in iemand die afstandelijk was, zich onkwetsbaar waande en slecht communiceerde, althans, wat mijn privéleven betrof. De verantwoordelijkheden die bij een relatie horen ging ik uit de weg. Mijn ex-vrouw en ik hebben de afspraak dat we in het openbaar niet over ons huwelijk en onze echtscheiding praten. Maar als ik terugkijk op mijn fouten en tekortkomingen komen die vaak neer op dingen die ik heb nagelaten. Ik heb verzuimd er te zijn voor de mensen die dicht bij me stonden en voor wie ik er had moeten zijn. Ik heb me aan deze verantwoordelijkheid onttrokken: ik zocht uitvluchten, hing de workaholic uit, ging conflicten uit de weg, leefde me niet in anderen in en ik uitte me niet, deelde niet wat er in me omging. Ik heb bijvoorbeeld twee oude, goede vrienden die vierhonderd kilometer bij me vandaan wonen,. Steeds als ik te druk, te chaotisch en te ver weg was als zij me nodig hadden of me gewoon wilden zien, heeft dat aan hun kant van de vriendschap enorm veel geduld en vergevingsgezindheid geëist. Met een mengeling van schaamte en dankbaarheid kijk ik naar die goede vriendschappen. Er niet zijn voor diegenen die ik liefheb, omdat ik tijd belangrijker vind dan mensen en productiviteit belangrijker dan relaties, vormt een terugkerend patroon in mijn leven.

Je zaait wat je oogst. Mijn fouten stapelden zich op en denderden in 2013 op me neer. In dat jaar belandde ik in een diep dal. De realiteit die mijn leven bepaalde viel weg. (pagina 19-20)

Lees ook: Het sociale dier : de verborgen oorsprong van liefde, karakter en succes (uit 2011)

Terug naar Overzicht alle titels


woensdag 26 augustus 2020

Sverker Johansson


De oorsprong van de taal : waar, waarom en waarom de mens begon met praten

Meulenhoff 2020, 416 pagina's - € 26,99

Oorspronkelijke titel: På spaning efter språkets ursprung (2019)

Wikipedia: Sverker Johansson (1961) 

Korte beschrijving
Het populairwetenschappelijke boek ‘De oorsprong van taal’ (vertaling: Lucy Pijttersen en Marit Kramer) is geschreven door de Zweedse natuurkundige en linguïst Sverker Johansson. Hij heeft onder andere onderzoek gedaan voor EVOLANG, een belangrijke internationale onderzoeksgroep op gebied van de oorsprong en evolutie van taal. De ondertitel van het boek luidt ‘Waar, wanneer en waarom de mens begon met praten’ en vat de inhoud samen. Het boek is opgebouwd uit drie delen, Deel 1 - over taal, Deel 2 - over de oorsprong en Deel 3 - over de oorsprong van taal. Een breed scala aan onderwerpen uit taalkundig onderzoek wordt in ongeveer vierhonderd bladzijden besproken. Communicatie bij dieren, het bestaan van een oertaal, Darwins theorie van natuurlijk selectie: alles is verbonden met de geschiedenis van taal. Johansson vertelt op enthousiaste wijze over zijn vakgebied en wisselt lastige taalkundige begrippen af met aansprekende voorbeelden en verduidelijkende illustraties, kaarten en grafieken. De inhoudsopgave en het register maken het boek ook goed geschikt als naslagwerk. Goed toegankelijk voor beginnende vakgenoten en geïnteresseerde leken.

Tekst op website uitgever
Waar, wanneer en waarom de mens begon te praten is een van de grootste mysteries uit de geschiedenis

De oorsprong van taal begint miljoenen jaren geleden en beschrijft de ontwikkelingen tot aan het punt dat de bestaande talen zijn ontstaan, zo'n vijfduizend jaar terug. We maken kennis met homo erectus en de neanderthalers, ontmoeten Darwin en Chomsky en leren over dolfijnen en nachtegalen. Zich baserend op de laatste stand van zaken in de archeologie, neurologie, linguïstiek en biologie, leidt Johansson ons door de theorie en legt hij uit waarom en hoe taal is ontstaan. De oorsprong van taal staat vol met verbazingwekkende voorbeelden en is een vermakelijk en informatief boek voor iedereen die zich ooit heeft afgevraagd waarom we praten zoals we dat doen.

Fragment uit De samenwerkende aap
Taal en hulpvaardigheid

Mensen willen elkaar maar al te graag helpen als het om informatie gaat. Dat wordt ook duidelijk als kinderen net hebben leren praten: ze gebruiken hun net verkregen spraakvermogen graag om de omgeving op de hoogte te brengen van wat ze allemaal zien. 'Kijk! Vogel!'  Welke ouder herkent het niet? Ook het spraakgebruik van volwassenen bestaat voor een groot deel uit het informeren van elkaar. Vaak betreft het informatie die de ontvanger eigenlijk niet nodig heeft of waar niet om is gevraagd, maar die toch wordt geleverd. Luister je naar een groepje mensen rond de koffietafel, dan lijkt het soms of ze een wedstrijd doen wie de meeste informatie kan leveren; vaak betreft het geroddel over dagelijkse gebeurtenissen. Mensen leiden in hoge mate wat in het Duits 'Mitteilungsbedürfnis' wordt genoemd en wat je zou kunnen vertalen met 'de behoefte om je te uiten', een sterke drijfveer om je omgeving te laten weten wat je denkt.

Andere aapachtigen hebben deze behoefte niet. Zelfs apen die in taal getraind zijn en in staat zouden zijn om 'Kijk! Vogel!' te zeggen, doen dat niet. Ze voelen niet de behoefte om hun omgeving te laten weten dat ze een vogel hebben gezien. Dat betekent ook dat apen geen vragen stellen. Ze kunnen ergens om vragen, maar ze vragen niet naar informatie - misschien omdat ze geen antwoord verwachten waar ze iets aan hebben. Het 'waarom'-stadium waarover ik in het voorwoord van het boek schreef, ontbreekt volledig bij baby's van andere apen.

Die behoefte van de mens om zich te uiten en daarmee te helpen, is van betekenis voor taal. Laten we daarvoor teruggaan naar het stukje over leugens in het deel over de grenzen van taal. De communicatie van de meeste andere dieren heeft zich zodanig ontwikkeld dat het moeilijk is om te liegen zodat een leugenaar zichzelf verraadt, anders zou niemand de boodschap geloven. Maar zo werkt taal niet en we luisteren toch wel naar elkaar. Op het eerste gezicht is taal een evolutionaire paradox, maar ons vermogen tot samenwerking en onze hulpvaardigheid lost deze paradox op. Of beter gezegd: het evolutionaire raadsel verplaatst zich naar de vraag hoe we hulpvaardig en zo vol vertrouwen zijn geworden.

Hulpvaardigheid is een voorwaarde voor menselijke taal. Taal kan zich dus niet ontwikkelen zonder onze hulpvaardigheid en de evolutie van hulpvaardigheid is daarom een sleutel tot de oorsprong van taal. (pagina 239-240)

Lees ook: Sapiens : een kleine geschiedenis van de mensheid (2014)

Terug naar Overzicht alle titels