dinsdag 17 december 2019

Damiaan Denys

Het tekort van het teveel : de paradox van de mentale zorg
Nijgh & Van Ditmar 2020, 280 pagina's  -  € 15,--

Wikipedia: Damiaan Denys (1965)

Korte beschrijving
Een kritische beschrijving van het overmatig groot gebruik van psychische gezondheidszorg. De vraag wordt steeds groter, het lijkt of het lijden steeds toeneemt. Het antwoord van de gezondheidzorg is ook doorgeslagen en er kan niet meer worden voldaan. Dit welzijnstreven betekent meer en meer een tekort m.n. voor de meest ernstige stoornissen. De schrijver pleit voor een andere visie op de mens, waarbij het lijden ook bij het menszijn hoort en niet meteen als een psychische stoornis moet worden gezien. De overheid zou vanwege haar financieel beleid hier ook een keuze moeten maken. Hij pleit voor een scheiding tussen normale psychische klachten en abnormale ernstige stoornissen. Deze laatste zou de psychiater moeten aanpakken. De normale psychische klachten die zelden medische interventie vragen zouden het terrein zijn van de psychotherapeut en psycholoog. Hier zou marktwerking op zijn plaats zijn met ook een eigen bijdrage van cliënten. D. Denys is filosoof en hoogleraar psychiatrie aan de UvA en het UMC Amsterdam en Nobelprijswinnaar. Hij was voorzitter van de Ned. Ver. voor Psychiatrie. Zeer waardevol boek over gezondheidzorg met duidelijk visie op het lijden. Niet gemakkelijk.

Tekst op website uitgever
Er is iets geks aan de hand. Nederland behoort al jaren tot de gelukkigste landen ter wereld. Nooit eerder was de welvaart hoger, rijkdom groter en levenskwaliteit beter. Nederland staat aan de top van de wereld op het gebied van onderwijs, leefomgeving, gezondheid, veiligheid en welzijn. Toch lijden vier op de tien Nederlanders eens in hun leven aan een psychische stoornis, één op de vijf aan een angststoornis en één op de zes aan een depressie. Jaarlijks ondergaan een miljoen mensen therapie voor psychische klachten. We zijn gelukkiger dan ooit, maar ook depressiever dan ooit. We hebben de beste geestelijke gezondheidszorg, maar klagen over verwarde personen, wachtlijsten en een ontoegankelijke psychiatrie.
Hoe kunnen we deze paradox begrijpen? Verwachten we te veel van de psychiatrie? En van het leven? Is de druk om gelukkig te zijn te groot?


Fragment uit 8. Epiloog

De dynamiek van het 'tekort van het teveel', waardoor we tekortschieten door te veel te willen, is niet alleen herkenbaar in verschillende maatschappelijke domeinen, maar kan nog ruimer worden geïnterpreteerd als een leidmotief van onze westerse samenleving. Het tekort van het teveel is als culturele metafoor door iedereen in al de geledingen van onze maatschappij herkenbaar. De overdaad wordt niet (cognitief) onderkend maar wel ervaren. Er is een teveel aan alles. Elke seconde worden we via televisie, radio, sociale media en internet overspoeld met data uit de hele wereld. Alles is beschikbaar in miljoenen. Ik heb op Spotify toegang tot meer dan dertig miljoen muzieknummers, tot 125 miljoen uur aan streaming content op Netflix, 32,5 miljoen boeken op Amazon, zevenentwintig miljoen wetenschappelijke artikelen op PubMed, en meer dan honderd miljoen foto's op Instagram. We hebben duizenden connecties en laten ons omringen door miljoenen YouTubers en duizenden Facebook-vrienden. Ook hier wordt succes afgemeten aan het aantal volgers, wie dat ook mogen zijn. Er is zo veel dat we het normaal vinden om alle dagelijkse activiteiten onophoudelijk te combineren met aandacht voor onze telefoon, die ons instantaan met een digitaal universum in contact brengt. Wat hebben we elkaar te vertellen?
  Wanneer we met elkaar praten, wordt de helft van het gesprek gewijd aan een klaagzang dat we continue te veel doen; te veel werken; te veel reizen, te veel eten, te veel drinken, te veel sporten, te veel naar de smartphone staren, te veel kopen. Alles is te veel geworden. Wie in het Westen wordt geboren, wordt opgevoed in de overtuiging dat iedereen op elk moment alles kan, dat er geen grenzen zijn, dat we altijd seks kunnen hebben, overal naartoe kunnen reizen, alle drugs mogen nemen, elke opleiding kunnen volgen, alle sporten beoefenen, honderd jaar kunnen worden en van elke kanker kunnen genezen. Tot een gemeen virus op de deur klopt. 
  De waanzin van het teveel komt aan het licht door bizarre voorbeelden van overconsumentisme. (pagina 242-243)

Enkele citaten uit een interview
"Het probleem van de geestelijke gezondheidszorg is een tekort. Maar niet zoals aangenomen een tekort van te weinig, maar een tekort van te veel. Er is te veel geld. Er zijn te veel verpleegkundigen, psychologen en psychiaters. Er zijn te veel voorzieningen en gebouwen. Er zijn te vele e-health en digitalisering. Er zijn te veel leiderschap en bestuur en te veel transparantie en controle. Er is te veel aandacht voor het lijden van de burger. Er is recent ook te veel zingeving. Er is zo veel zingeving dat de wereld betekenisloos is geworden. Welke kant men ook op kijkt, overal is er te veel."

"We hebben het niet over kleine tekortkomingen, het is grondig mis. Er heerst een soort geloof in maakbaarheid en het idee dat je dat kunt oplossen met geld en personeel en in de psychiatrie is dat heel contraproductief."

Vertwijfeld schreef hij: "Hoeveel onheil richt het teveel aan psychiaters en psychologen wel niet? 

"Het ligt niet aan het geld en niet aan het personeel, maar het systeem zet iedereen klem. Dat maakt dat de administratie absurd belangrijk is geworden, waardoor mensen geen zorg kunnen leveren. Maar er speelt ook ene tekort in mijn vak. Veel collega's zullen boos worden als ik het zeg, maar mijn vak voldoet niet. Psychiatrie staat niet op het niveau van cardiologie."(artikel: We begrijpen het lijden niet in Trouw, vrijdag 30 oktober 2020)


Artikel: Psychiaters zijn nu supersterren, wat zegt dat over deze tijd? (NRC, december 2019)

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 9 december 2019

Paul Verhaeghe 6


Over normaliteit en andere afwijkingen

Prometheus 2019, 111 pagina's  € 14,99
Reeks Nieuw Licht

Wikipedia: Paul Verhaeghe (1955)

Korte beschrijving
Dit is het 21ste deeltje in de reeks filosofische essays 'Nieuw licht'. Daarin wordt telkens aan een hedendaagse denker een vraag uit een klassiek geworden tekst voorgelegd. Nu is dat een bekende psycholoog-psychoanalyticus, hoogleraar in Gent, die al veel succesvolle boeken met zijn oorspronkelijke visie over de psychiatrie in ruime betekenis schreef. Het uitgangspunt is de dissertatie van de filosoof Foucault over de geschiedenis, en de omslag in het denken in de achttiende eeuw, 'Geschiedenis van de waanzin in de zeventiende en achttiende eeuw' (oorspronkelijke editie 1961; herziene Nederlandse editie 2013)*. Verhaeghe bespreekt eerst het boek van Foucault en geeft vervolgens een analyse van de veranderende verhouding tussen ons, de normalen en de anderen, de afwijkenden. Hij beschrijft hoe wij steeds meer gedisciplineerd zijn en hoe wij tegen ander gedrag aankijken. In schema's geduwd via de DSM en alles vanuit de hersenen verklarend en daarmee ruim baan makend voor medicatie waarvan het nut zeer twijfelachtig is. Het is tijd voor aan andere aanpak. Maar aan de invulling van dit laatste is hij nog niet toe. Een goed geschreven, prikkelend essay dat tot nadenken aanzet. Met literatuurverwijzingen.

Korte beschrijving
Zodra er een ‘verwarde man’ in het nieuws opduikt staat er een leger aan journalisten en deskundigen klaar om hem psychologisch te duiden. Maar gaat het de tv-psychologen en -psychiaters eigenlijk om de verwarde, of om de ‘gewone man’? Ik ben toch niet gek?! Waar komt de angst voor het abnormale en irrationele vandaan? Vrezen we de ander, of worden we onzeker over hoe normaal we zelf eigenlijk zijn?In Geschiedenis van de waanzin (1961) wijst de Franse filosoof Michel Foucault de zeventiende en achttiende eeuw aan als het begin van de systematische bestudering van de waanzin. Het denken over de mens wordt een denken in termen van aandoeningen. Steeds meer gedrag krijgt een pathologisch etiket. Want zodra gekte een naam heeft, is het weer gewoon.
Paul Verhaeghe meent dat we ons niet gek moeten lat .

Fragment
In 1981 voorspelde Alasdair McIntyre, een Schots-Amerikaanse moraalfilosoof, dat de manager en de therapeut op korte termijn de twee maatschappelijk richtinggevende figuren zouden worden. De verklaring is eenvoudig: beiden manipuleren mensen opdat ze optimaal passen in een economisch productiesysteem waar winstmaximalisatie het enige goed is. De disciplinering van nu betreft inderdaad niet alleen meer het helpen van een gestoord iemand, maar ook en vooral het verder perfectioneren en optimaliseren van wie reeds aan het systeem is aangepast, maar net niet genoeg. Het doel van de psychiatrische en psychologische hulpverlening is aan het verglijden naar het maken van (nog) Betere mensen, naar het gelijknamige boek van Dehue. Een neveneffect is dat de gesubsidieerde hulpverlening, bijvoorbeeld voor jongeren, steeds meer wordt gericht op lichtere problemen, vaak bij mensen uit de middenklasse, terwijl zwaardere problematiek minder aandacht krijgt. Excelleren is het nieuwe normaal.
  Op de achtergrond schemert het idee van maakbaarheid door, wat een stuk verder gaat dan disciplinering. Je bent al goed, maar niet goed genoeg; jezelf nog beter maken is een morele plicht. Excelleren is mogelijk, mits er voldoende inspanning wordt geleverd. Eind juli 2019 woonde ik een katholiek begrafenisviering bij van een vroegere buurman. In de kerk hing op een pilaar links van mij een affiche met een aansporende boodschap: 'Geluk kan je leren', als aankondiging voor een activiteit in het parochiecentrum. Wie ongelukkig is moet op bijscholing. (pagina 73-74)

Lees (vooral) ook Paul Verhaeghe. Liefde in tijden van eenzaamheid : over drift en verlangen(2009), Het einde van de psychotherapie  (2011), Identiteit (2012) en) Intimiteit (uit 2018)

Startpagina Nieuw Licht

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 27 november 2019

Adam Rutherford 2


Het boek over de mensheid : een geschiedenis van cultuur, seks, oorlog en onze evolutie

Uitgeverij Luiting-Sijthoff 2019, 264 pagina's € 22,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Oorspronkelijke titel: The book of humans : the story of how we became us (2018)

Wikipedia: Adam Rutherford (1975)

Korte beschrijving
Het merkwaardige van dit boek is dat het ondanks de titel nogal veel over dieren gaat. Gezien vanuit de auteur is dit niet verwonderlijk, want hij rekent de mens ook tot de dieren. Het gedrag van mensen wordt dan begrijpelijk door de vergelijking met dat van dieren. De auteur behandelt een aantal boeiende onderwerpen. Toerusting met werktuigen is bij mensen gebruikelijk, maar er zijn ook diersoorten die zich van toerusting voorzien. Sommige diersoorten blijken verrassende vormen van seksueel gedrag te vertonen. Homoseksualiteit wordt nog wel eens als onnatuurlijk beschouwd. Ten onrechte, want ook bij dieren komt dit voor. Ook gewelddadige seks komt bij dieren voor, al weet je natuurlijk niet, hoe zij dit ervaren. Met genen kun je de verwantschap van mensen met dieren bepalen. Vormen van communicatie bestaan ook bij dieren, wel non-verbaal natuurlijk. Ook cultuuroverdracht vinden we bij dieren, zoals de vaardigheid van het vissen met een haakje. Al met al een boeiend boek. Met enkele zwart-wittekeningen, voetnoten, een bronnenoverzicht en register.

Fragment uit Landbouw en mode
Wij munten uit in het gebruiken van werktuigen om de grenzen van onze fysieke vermogens te verleggen. Deze vaardigheden zijn bijna allemaal aangeleerd en niet aangeboren, maar rusten wel op een biologisch fundament dat de ontwikkeling ervan mogelijk maakt. Zoals we hebben gezien bij dieren die technologie gebruiken, zijn sommige vaardigheden aangeleerd en andere biologisch ingebouwd. Maar zij kunnen qua verfijning niet tippen aan ons.
  Er zijn twee andere kenmerken die de moeite van het bestuderen waard zijn, die echt bij onze cultuur horen en wellicht een equivalent hebben in het dierenrijk. Het gaat niet om werktuigen als zodanig, maar het betreft wel twee voorbeelden van mensen die hun vermogens uitbreiden door hun leefomgeving grondig te manipuleren. Beide vereisen het gebruik van werktuigen, en beide zijn van wezenlijk belang voor de mensheid.
  Het eerste kenmerk is de landbouw. We hebben voorbeelden gezien van organismen die levenloze voorwerpen benutten en, in het geval van de 'sponzende' dolfijnen, van dieren die een ander dier gebruiken om op een derde dier te jagen. Wij hebben nog een techniek waarmee we onszelf van voedsel voorzien: we kweken andere organismen met als doel een voedingsproduct te kunnen oogsten. Bij de mens noemen we dit landbouw en veeteelt. Het boerenbestaan bracht een onomkeerbare verandering teweeg en heeft de basis gelegd voor het huidige tijdperk. In vrij korte tijd veranderden we van jagers-verzamelaars in boeren die ons eigen voedsel verbouwden en zetten zodoende de ontwikkeling in gang waaruit de beschaving zou ontstaan. Landbouw en veeteelt zijn ongeveer tienduizend jaar lang de overheersende industrie en technologie geweest. Ten tijd van de opkomst ervan verschenen er ook nieuwe graangewassen, zoals rogge in Mesopotamië en een koren in de Levant. Op meerdere locatie in Europa en Azië zien we dat everzwijnen en schapen gedomesticeerd worden. (pagina 85-86)
 
Lees ook Een kleine geschiedenis van iedereen die ooit heeft geleefd (uit 2018) én ? van Rutger Bregman, van Christakis of  Sapiens : een kleine geschiedenis van de mensheid van Yuval Noah Harari (uit 2014)

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 25 november 2019

Marin Terpstra & Theo de Wit

Waarom tolerantie niet de hoogste waarde kan zijn : over de omgang met heilige zaken

Damon 2019, 304 pagina's  - € 29,90

Website Radboud Universiteit: Marin Terpstra (1954) en Theo de Wit (?)

Korte beschrijving
De politiek filosofen Marin Terpstra en Theo de Wit zijn beiden werkzaam aan de Radboud Universiteit. Dit boek is een verzameling van (herziene) artikelen die draaien rond de veranderde positie van religie in onze geseculariseerde, moderne samenleving. Weliswaar belandt geïnstitutionaliseerde religie steeds meer in de marge, maar het blijkt dat onze samenleving nog altijd worstelt met 'heilige zaken'. Een voorbeeld is het tolerantiedebat. Daarin wordt vaak gesteld dat tolerantie het fundament is voor onze samenleving, maar dat is volgens de auteurs onjuist. Wie naar het tolerantiedebat kijkt, ziet dat het gaat over wat toelaatbaar en ontoelaatbaar wordt geacht. Het draait dus rond allerlei waarden die de samenleving transcenderen en funderen. De auteurs roepen theologen dan ook op weer volop deel te nemen aan het publieke debat. De essays, die talloze verschillende onderwerpen bespreken, zijn academische hoogstandjes en lastig leesbaar door abstracte formuleringen, veel besprekingen van andere filosofische posities, en het fragmentarische karakter van de artikelen. Actueel en interessant, maar zeker niet geschikt voor een breed publiek. Voorzien van literatuurverwijzingen in voetnoten.

Tekst op website uitgever
Zijn wij intoleranter aan het worden? De gevoeligheid van mensen voor afwijkende meningen of manieren van leven is zeker sterker geworden. Hoe kan een samenleving omgaan met wat voor mensen heilig of onaantastbaar is in tijden van multiculturalisme? Intolerantie is moeilijk te verkopen, maar alles tolereren kan evenmin.

Het begrip tolerantie kent een lange geschiedenis waarin politiek en religie op allerlei manieren met elkaar vervlochten zijn. Wat is de oorsprong van het begrip en hoe valt het te definiëren? En wat zijn de hoogste waarden van een samenleving? Dit boek behandelt dergelijke vragen en biedt een reflectie op de vraag hoe een samenleving kan omgaan met heilige zaken.

Fragment uit (de) Inleiding
Tolerantie is één manier van omgaan met wat voor mensen heilig of onaantastbaar is. Daarom kan tolerantie zelf niet de hoogste waarde van een samenleving zijn. Waarom is dat zo? Allereerst geldt een simpele, logische overweging. Een hoogste waarde of de werkelijke grondslag van een samenleving (de arche) houdt in dat er niets boven die waarde of grondslag gaat. Tolerantie als hoogste waarde zou betekenen dat alles getolereerd moet worden, dat alles en niets werkelijk van waarde is. Benedictus de Spinoza (de zeventiende-eeuwse filosoof, die in dit boek nog vaker terug zal komen) acht dit slechts denkbaar voor God of de Natuur, dat wil zeggen sub speci aeternitatis (onder het gezichtspunt van de eeuwigheid): het recht dat van nature bestaat verbindt niets 'behalve wat niemand begeert en wat niemand kan'. De Natuur (of God) kan zich dit veroorloven omdat haar bestaan niet in het geding is: zij laat alle geschieden met inbegrip van 'conflicten, haat, toorn en bedrog'.  Een mens zal het eigen bestaan en het bestaan van alles waaraan hij of zij gehecht is wél een zorg zijn. Daarom is alles verdraaglijk.
  Een samenleving kan niet alles tolereren zonder op te houden een samenleving te zijn. Samenleven berust op het onderscheid tussen wat wel en wat niet getolereerd kan worden. Dat vereist een maatstaf en dus een hogere waarde dan tolerantie - bijvoorbeeld rechtvaardigheid, geweldloosheid of veiligheid, een waarde die grenzen stelt aan wat tolerabel is. Dezelfde overweging geldt voor vrijheid. In een samenleving kan niet alles en iedereen volledig vrij zijn, en de eigenlijke vraag is: wat moet wel en wat niet vrij zijn? Erkent men de vrijheid van de wetenschap, van meningsuiting of van de markt, dan beperkt dat de vrijheid van anderen om in te grijpen in de wetenschap, de meningsvorming of de markt. (pagina 9-10)

Interview: Het bindmiddel van tolerantie is opgelost (Trouw, maandag 25 november 2019)


Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 21 november 2019

Lewis Dartnell


Oorsprong : hoe de aarde de mens heeft gevormd

Thomas Rap 2019, 398 pagina's - € 24,99

Oorspronkelijke titel: Origins : how the Earth made us (2019)

Wikipedia: Lewis Dartnell (1980)

Korte beschrijving
De mens is wie hij nu is door de geologie, de ontwikkeling van de Aarde. Door verschuivingen en botsingen van platen werd de oorspronkelijke habitat van de mens, de Oost-Afrikaanse slenk, onleefbaar en moest hij op zoek naar een ander leefgebied. Door diezelfde botsingen en verschuivingen ontstonden er tijdelijke landbruggen waardoor de mens de wereld kon doorkruisen. De mens baseerde zijn keuze tot vestiging op de watertoevoer en de beschikking over grondstoffen. Door dieren te domesticeren kon hij de grond bewerken, had hij voedsel én kon hij gebieden veroveren. Per schip werden andere gebieden ontdekt en veroverd. Zonder gebruik te maken van de wind en de zeestromingen hadden de reizigers die gebieden wellicht nooit ontdekt. Een populairwetenschappelijk boek waarin de Britse auteur en presentator opnieuw zijn liefde voor de Aarde tentoonspreidt. Ingewikkelde uitleg over hoe de invloed van de kosmos op de Aarde wordt afgewisseld met leuke feitjes en beeldende vertellingen over de kleinste en grootste organismen. Met zwart-witillustraties, eindnoten, register en literatuurlijst.

Tekst op website uitgever
Als soort worden we gevormd door onze omgeving. Geologische krachten veroorzaakten onze evolutie in Oost-Afrika. Een bergachtige omgeving leidde tot de ontwikkeling van de democratie in Griekenland; en vandaag volgt het stemgedrag in de Verenigde Staten de bedding van een oude zee. Van platentektoniek via klimaatverandering naar atmosferische circulatie en zeestromingen: het menselijke verhaal is het verhaal van aardse krachten. Aan de hand van miljarden jaren geschiedenis van onze planeet vertelt professor Lewis Dartnell ons het ultieme oorsprongsverhaal. Van het verbouwen van de eerste gewassen tot de oprichting van moderne staten: Oorsprong laat de enorme invloed van de aarde op de menselijke beschavingen zien. Zijn glasheldere inzichten helpen ons de uitdagingen van de toekomst aan te gaan.

Fragment uit 2. Wandelaars over wandelende continenten
We leven op dit moment in een vrij ongewoon geologisch tijdperk, een tijdperk dat zich onderscheidt door één dominant kenmerk: ijs. Gezien de huidige zorgen over de opwarming van de aarde zou je dat misschien niet denken, en het is ontegenzeggelijk waar dat de gemiddelde temperatuur sinds de industriële revolutie stijgt en dat die stijging vooral de afgelopen zestig jaar erg snel gaat. Maar deze plotselinge, door menselijk handelen veroorzaakte stijging voltrekt zich binnen de veel langere cycli van de ijstijden van het Kwartair. Ongeveer 2,6 miljoen jaar geleden, aan het begin van de meest recente geologische periode, ontstond er op aarde een nieuw klimaattype, dat wordt gekenmerkt door regelmatig terugkerende ijstijden. Dit heeft de huidige wereld en onze plaats daarin diepgaand beïnvloed.
  Wij leven in een interglaciaal, een periode tussen twee ijstijden waarin het naar verhouding warm is, de ijskappen klein zijn en het zeeniveau dus hoog is.
Gemiddeld genomen was het klimaat in de afgelopen 2,6 miljoen jaar echter veel kouder dan nu. Hoe de wereld er in de laatste ijstijd uitzag weet de lezer misschien van museumbezoeken of tv-documentaires. In een toendra-achtig landschap liepen wolharige mammoeten rond die werden bejaagd door sabeltandtijgers , en ook de paleolithische mens ging er op jacht, in dierenvellen gehuld en gewapend met speren met stenen punten. (pagina 41)

Lees ook Sapiens : een kleine geschiedenis van de mensheid van Yuval Noah Harari (uit 2014), maar vooral De ontdekking van de aarde : het grote verhaal van een kleine planeet van geoloog & Earth system scientist Peter Westbroek (uit 2012)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 19 november 2019

Kees Vuyk 2

De feilbare mens : waarom ongelijkheid zo slecht nog niet is

Ten Have 2019, 224 pagina's - € 22,99

Wikipedia: Kees Vuyk (1953) en website Universiteit Utrecht: Kees Vuyk

Korte beschrijving
De belofte van gelijke kansen voor iedereen is een leugen. In plaats van afkomst (vroeger) bepaalt nu intelligentie de positie die iemand in de maatschappij zal innemen. Het onderwijs fungeert daarbij als een sorteermachine: de slimmen komen op de hogere posities terecht, de anderen op de mindere posities. Zo is in de loop der tijd een nieuwe elite ontstaan, die zich qua levensstijl, politieke voorkeur en woonsituatie steeds meer is gaan onderscheiden van 'het volk'. De succesvollen geloven dat zij zelf de auteur zijn van het behaalde succes. En wie dat succes niet behaalt, heeft dat aan zichzelf te wijten. De auteur, als filosoof verbonden geweest aan de Universiteit Utrecht, zoekt in dit boek naar de bronnen van het gelijkheidsideaal en naar middelen om de kloof tussen volk en elite te overbruggen. Hij ontwikkelt het mensbeeld van 'de feilbare mens', die anderen nodig heeft om goed te kunnen functioneren en past de verworven inzichten toe op de kunst, het onderwijs, de religie en de politiek. Een rijke en prikkelend geschreven studie. Met eindnoten en een literatuuroverzicht.

Tekst op website uitgever
Kees Vuyk trekt in De feilbare mens fel van leer tegen de opvatting dat wie succesvol is, dat volledig aan zichzelf te danken heeft, en wie faalt in het leven ook. Dit mensbeeld leidt namelijk tot een almaar groeiende economische en intellectuele ongelijkheid. Daartegenover zet Vuyk, winnaar van de prijs voor het beste filosofieboek in 2018, de mens als een kwetsbaar wezen: we hebben elkaar ten diepste nodig. Op zichzelf is ongelijkheid niet slecht, maar welk doel dient zij? Vuyks oproep: laten we elkaar compenseren voor datgene wat we niet kunnen. Want we zijn slechts gelijk in onze feilbaarheid.
Kees Vuyk

Kees Vuyk was universitair hoofddocent aan het Departement Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht. Hij won in 2018 de prijs voor het beste filosofieboek met Oude en nieuwe ongelijkheid.

Fragment uit (de) Inleiding
Het is inmiddels de afgrond waarvoor elk fundamenteel debat in de samenleving tot stilstand komt: de kloof tussen hoger en lager opgeleiden. Bij alle grote problemen van deze tijd: klimaatverandering, migratiestromen, internationale samenwerking, samenleven van verschillende culturen – alle nauw met elkaar verbonden – duikt de hindernis op dat hoger en lager opgeleiden er zeer verschillend over denken, zodat elk besluit dat met deze kwesties samenhangt de samenleving, toch al verdeeld langs lijnen van opleiding, verder dreigt te splijten. De politiek van alle westerse landen raakt erdoor verlamd. Bij elke ingreep die hun levensstijl lijkt te bedreigen, begint een aanzienlijke groep kiezers, vooral aan de onderkant van de samenleving, maar niet uitsluitend, te morren. Hun ongenoegen wordt geëxploiteerd door een nieuwe klasse van politieke entrepreneurs, die in naam partijen stichten, maar in feite ondernemingen – zelf zeggen ze bewegingen – opzetten die kiezersgunst omzetten in aanzien, macht en goede inkomens voor een kleine clique van leiders. Bijdragen aan de oplossingen van de problemen doen deze leiders met hun bewegingen niet. Ze strooien alleen zoveel zand in de politieke machine dat die knarsend tot stilstand komt. Beproefde middelen zijn: de problemen domweg ontkennen (de klimaatverandering) dan wel ze brandmerken als producten van de oude politieke klasse (internationale samenwerking en dergelijke), die en passant neergezet wordt als een elite die uitsluitend met zichzelf en de zelf geschapen problemen bezig is en de noden van de gewone man en vrouw bagatelliseert of zelfs minacht. Traditionele politici blijken zeer gevoelig voor deze kritiek. Zij zien hun electoraat afbrokkelen en gaan twijfelen aan hun standpunten. Urgente besluiten worden zodoende eindeloos uitgesteld, wat uiteindelijk aan het vertrouwen in het vermogen van de traditionele politiek om leiding te geven aan de maatschappelijke ontwikkelingen eerder afbreuk doet dan dat het dit vergroot.

Inzicht in wat deze kloof zo diep en moeilijk te overbruggen maakt is dus dringend geboden, maar hoewel er verschillende theorieën de ronde doen is consensus nog ver te zoeken. Wat verklaart het ongenoegen bij zovelen die wonen in de rijkste landen van de wereld en die het voor het overgrote deel veel beter hebben dan hun ouders en grootouders? En waarom drijft juist het verschil in opleiding deze wig in de samenleving?

Sommige onderzoekers relativeren de problemen. De scheiding tussen volk en elite is van alle tijden, zeggen zij, en er zijn tijden geweest dat beide veel meer in gescheiden werelden leefden dan nu het geval is. De elite is nu bovendien groter. Opleiding als criterium heeft haar ook toegankelijker gemaakt en zorgt ervoor dat haar leden ten minste bekwaam zijn, iets wat bij de oude elites, gebaseerd op afkomst, lang niet altijd het geval was. We leven tegenwoordig in een meritocratie, zeggen zij, het stelsel waarin iemands maatschappelijke positie bepaald wordt door de verdienste die zij of hij heeft voor de samenleving. Wat schuurt met dit beeld is echter dat het juist de nieuwe elites zijn die vandaag door het volk onder vuur genomen worden: de wetenschappers, journalisten, linkse parlementariërs, rechters, kunstenaars – veelal mensen die zich hebben opgewerkt via het onderwijs – terwijl de vertegenwoordigers van oude elites, de bezitters van kapitaal (voor een groot deel nog altijd door erfenis verkregen), evenals meer conservatieve politici en topmanagers (beide nog altijd vaak gerekruteerd uit oude families) ongemoeid worden gelaten of zelfs, zoals in het geval van de huidige Amerikaanse president Trump, door delen van het volk op handen worden gedragen.

Een klassiek links antwoord luidt dat de algemene welvaartsstijging in westerse landen niet kan verhullen dat de verdeling van al die groei scheef is en steeds schever wordt. De rijken worden almaar rijker, de hogere middengroepen volgen die trend op enige afstand, maar de lagere middengroepen staan al enkele decennia op de nullijn: hun inkomens stijgen niet mee met de stijging van de productiviteit, terwijl zij wel ervaren dat primaire levensbehoeften als wonen en gezondheidszorg steeds duurder worden. Zo raken zij financieel steeds meer in het nauw. Grote problemen zijn voorkomen doordat de vrouwen uit deze groepen geleidelijk meer zijn gaan werken en inmiddels stevig bijdragen aan het gezinsinkomen. Kleine zorgen worden opgevangen door schulden te maken. Dit alles houdt echter in dat een enkele verschuiving in hun levensomstandigheden – echtscheiding, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid – een flinke duikeling op de sociale ladder kan veroorzaken.

Het probleem van deze verklaring voor het ongenoegen van het volk is dat dit volk niet, zoals men zou verwachten, massaal grijpt naar de klassieke linkse strijdmiddelen: vakbond, staking, socialistische partijvorming. Integendeel, de vakbonden verliezen leden en vergrijzen; de sociaaldemocratische partijen die in de twintigste eeuw de politiek steeds stuurden in de richting van een eerlijke verdeling van de welvaart, zien eveneens hun aanhang, zowel leden als kiezers, slinken, en daarvan profiteren niet de radicalere linkse partijen maar juist eerder radicaal rechtse partijen, die zich niet profileren met financieel-economische thema’s als welvaartsverdeling, maar juist met culturele thema’s als nationalisme, xenofobie en de bescherming van traditionele waarden.

Terwijl linkse intellectuelen (van de nieuwe elites) wijzen naar het grootkapitaal, de banken en het internationale bedrijfsleven als de bedreigers van de welvaart van het volk, wijst dit volk zelf naar buitenlanders, seizoenarbeiders en vluchtelingen, die de banen inpikken en een bedreiging vormen voor de nationale cultuur, alsmede, zoals hierboven reeds aangeduid, naar de linkse intellectuelen die vanuit hun verheven kosmopolitische instelling de migranten omarmen en de eigen cultuur te grabbel gooien. (pagina 9-12)

Lees ook: Oude en nieuwe ongelijkheid : over het failliet van het verheffingsideaal (uit 2017)

Terug naar Overzicht alle titels

Maarten Meester

De Meester-methode : de makkelijkste manier om te stoppen met milieuvervuilen

Prometheus 2019, 104 pagina's - € 19,99
Uit de reeks Nieuw Licht

Wikipedia: Maarten Meester (1966)

Korte beschrijving
Dit essay gaat over de zoektocht van de auteur hoe je kardinale deugden van de Grieken en de Romeinen – voorzichtigheid, rechtvaardigheid, kracht en matigheid – kunt trainen om groene deugden verder te ontwikkelen en om mensen die nog niet zover zijn mee te krijgen. De auteur, filosoof, laat zijn persoonlijke groei zien en hoe je als individu kunt bijdragen aan een schonere wereld. Minder consumptie en minder prikkels leveren bovendien meer tijd op voor relaties en voor ontplooiing. Hij schrijft vlot en onderhoudend. Doordat hij evenwel de lezer met ‘jij moet dit en dat’ aanspreekt, is het ook een pamflet-stijl. Dat pas bij de filosofische pamfletreeks 'Nieuw Licht' waarin dit is uitgegeven. Hij sluit af met een fragment van Aristoteles. De filosofische benadering van milieuproblematiek maakt dit boekje onderscheidend. Ook al is de informatie an sich niet vernieuwend. Doelgroep: wie mee wil doen aan het publieke debat of geïnspireerd wil worden. Klein formaat.

Tekst op website uitgever
Waarschijnlijk ben je een bovengemiddeld betrokken burger anders zou je geen essays lezen. Complimenten!
Tegelijkertijd is de kans groot dat je autorijdt, vliegt, vlees eet, te veel consumeert of op andere manieren het milieu de vernieling in helpt. Geen enkel punt!
In de tijd dat je dit essay leest, kun je ouderwets blijven vervuilen. Niets geen rij-, vlieg-, vlees- of koopschaamte. Geniet ervan!
Maar als je dit boek uit hebt, zul je met verbazing naar je vroegere zelf kijken. Je bent namelijk op weg om, zoals Aristoteles zou zeggen, de deugd die je al in je had te actualiseren.
Nu begint het groene goede leven pas echt!

Maarten Meester (1966) is publicist en spreker. Hij studeerde algemene literatuurwetenschap, journalistiek en filosofie (cum laude). Hij stopte eerst met roken en daarna met vervuilen.

Fragment uit 4. Geen mens is een eiland
Waarom zou ík op de knokkels moeten als mijn omgeving niet deugt? Pak die omgeving dan aan en laat mij lekker met rust. Een begrijpelijke reactie. Een flink deel van de wetenschappers, politici, opiniemakers en leken denkt er net zo over. Neem de door mij gerespecteerde hournalist Beatrijs Ritsema. In de Trouw-rubriek 'Moderne manieren' kreeg zij de volgende vraag voorgelegd:
'Wijst elkander terecht', schreef de apostel Paulus, maar ik kan toch moeilijk iets zeggen over andermans uitpuilende vuilnisbak? Afkeurend kijken als buurvrouw haar bataljon geliefde viervoeters uitlaat. Verwijtend reageren op de blije aankondiging van een weekendtrip naar New York of de vakantiefoto's uit onzinnig verre oorden afkraken?
Ritsema antwoordde:
De apostel Paulus heeft wel vaker ongelijk, zo ook in dit geval. Individuele buurtgenoten en kennissen toespreken is niet raadzaam. De betweter die precies weet wat de ander verkeerd doet is niemands favoriete gespreksgenoot. Dat is een beetje het probleem met profeten: in eigen, bekende kring worden ze meestal uitgelachen. [...]
  Het is op den duur effectiever om u aan te sluiten bij een groep gelijkgezinden. Als lid van een (politieke) partij) of pressiegroep op het gebied van milieu of klimaat kunt u meedoen met vergaderen, flyeren, brochures schrijven, langs deuren gaan, [...]
  De planeet redden is hoe dan ook meer een taak van samenwerkende regeringen en wetgevende instanties die maatregelen moeten treffen dan van gemotiveerde enkelingen, al zal er gene structurele verandering plaatsvinden zonder voorhoede die druk blijft uitoefen. 
De door mij bewonderde filosoof Thijs Lijster maakte een soortgelijk punt:
(pagina 34-36)

Startpagina Nieuw Licht

Terug naar Overzicht alle titels