zondag 27 juni 2021

Hans Plets

Verdwaald in de werkelijkheid : de mens op zoek naar zijn plaats in de kosmos
Sterck & De Vreese 2021, 288 pagina's   - € 25,95 

Website Hans Plets (19?)

Korte beschrijving
De auteur, fysicus, sterrenkundige en filosoof, schreef een geschiedenis van fysica en kosmologie, die soms een raakvlak heeft naar de filosofie, zoals bij de Klassieke Oudheid en de Wiener Kreis en Popper. Hij doet dit met een grote kennis van zaken en stofbeheersing. Daarbij heeft hij een heldere stijl, waarmee hij de materie begrijpelijk maakt. Als het toch moeilijk wordt, ligt dat aan de onderwerpsmaterie. Plets behandelt de hele geschiedenis vanaf de vroege Grieken via Plato en Aristoteles, Alexandrië en de Middeleeuwen. Dan de revolutionaire ontwikkeling in de Renaissance naar de huidige wetenschap. Hij houdt niet op bij de kwantumfysica, maar gaat verder tot de eigen tijd. Opvallend is dat de ontwikkeling van de wetenschap niet tot meer zekerheid, maar tot steeds meer twijfel leidt. Voor wie thuis wil raken in deze materie, is dit een onmisbaar boek.

Tekst op website uitgever
De mens stond eeuwenlang in het centrum van een behapbaar en geborgen universum, tot Copernicus de mens uit het centrum van de kosmos verjoeg, en we uiteindelijk zelfs verbannen werden naar een uithoek van de Melkweg, een onbeduidend stipje in een onpeilbaar groot universum. Hoe meer we weten, hoe raadselachtiger de wereld blijkt. Een kosmos geregeerd door toeval, zonder plan, zonder doel. Vandaag zijn we nog steeds op zoek naar het ultieme inzicht in de fundamenten van de werkelijkheid en onze verhouding tot de kosmos. Is onze eindbestemming wel bereikbaar? Zijn we niet stilaan hopeloos verdwaald? Hans Plets is fysicus, sterrenkundige en filosoof. In dit boek combineert hij deze drie domeinen bij zijn zoektocht naar onze kennis over de werkelijkheid en komt tot unieke inzichten op het gebied van de wetenschap, filosofie en geschiedenis.

Hans Plets is fysicus, sterrenkundige en filosoof. In dit boek combineert hij deze drie domeinen bij zijn zoektocht naar onze kennis over de werkelijkheid en komt tot unieke inzichten op het gebied van de wetenschap, filosofie en geschiedenis.

Fragment uit (de) Inleiding
De sofisten in het antieke Griekenland wisten het al: de mens is de maat van alle dingen. We bekijken de wereld steeds vanuit ons standpunt en meten alles af aan onze eigen standaard. Atomen vinden we onooglijk klein, sterrenstelsels reusachtig groot. Het leven van een eendagsvlinder is voorbij in een zucht, de levensduur van een Groenlandse walvis onvoorstelbaar lang.
  Met deze homo-mensura-stelling maken we onszelf misschien belangrijker dan we zijn, maar het alternatief, ten volle beseffen dat je, ruim gemeten, honderd jaar doorbrengt op een onooglijk klein plekje in een gigantisch groot universum dat bijna veertien miljard bestaat, klinkt dan ook niet bijster aantrekkelijk.
  Zo denken we dan ook dat ons bestaan speciaal en betekenisvol is. Precies tijdens die honderd jaar van mijn bestaan en juist op dit plekje van de kosmos, gebeurt iets bijzonders, God openbaart zich, de wereld zal vergaan, aliens zullen ons hun bestaan onthullen, ik ben in dit leven geroepen met een missie. Of iets subtieler: het denken over de werkelijkheid bevindt zich juist nu op een kruispunt.
  En toch is dit laatste wat de meeste wetenschappers echt denken. Aan het eind van de negentiende eeuw beschouwden natuurkundigen de fysica nog als min of meer afgerond. Een van de latere grondleggers van de kwantumfysica kreeg in die periode zelfs de goede raad zijn talent niet te verspillen aan natuurkunde en iets nuttigers te gaan doen met zijn leven. Maar even later zette die kwantumfysica, samen met de relativiteitstheorie, ons denken over de werkelijkheid helemaal op zijn kop.
  Sindsdien regent het successen. De nieuwe theorieën doen de gekste voorspellingen en die komen nog uit ook, akelig precies zelfs. Eeuwenlang hebben we met de fijne kwast van een archeoloog stof en vuil weggeveegd om, met de nodige tegenslagen en dwaalsporen onderweg, laagje na laagje dieper tot de werkelijkheid oor te dringen. Met de komst van de kwantumfysica en relativiteitstheorie lijkt het of we er met de grove borstel doorheen gaan en in één beweging verschillende lagen stof verwijderen.
  Maar net wanneer de hoop het grootst wordt dat we in de buurt van de ultieme onderliggende kern komen, wil het plotseling allemaal niet meer zo goed lukken. O ja, we boeken nog steeds schitterende successen, zoals de ontdekking van het higgsdeeltje of de waarneming van de klank van botsende zwarte gaten die ruimte en tijd vervormen. Maar ondanks schitterende ideeën van verbluffend bekwame wetenschappers, komen we al een tijdje niet echt dieper bij het ontrafelen van de ware aard van de werkelijkheid.
  Integendeel, hoe dieper we graven, hoe vreemder de ondergrond. Onze kennis gaat slechts over een klein stukje van de werkelijkheid. Over 95% ervan weten we nagenoeg niets. Dezelfde problemen schreeuwen al enkele decennia tevergeefs om een oplossing. Tegelijkertijd heeft de wetenschap ons een kijk op de werkelijkheid gegeven waar je niet meteen vrolijk van wordt. We zijn het resultaat van blind toeval, er schuilt geen enkele zin, betekenis of doelgerichtheid in het heelal, ons bestaan doet er niet toe, de werkelijkheid is per slot van rekening helemaal niet op onze maat geschreven.
  Wat doe je wanneer je het even niet meer weet? Misschien even een stap opzijzetten en kijken welke weg we tot dusver afgelegd hebben om onze verhouding tot de werkelijkheid te verhelderen. Want de mens heeft zich altijd al afgevraagd hoe de wereld in elkaar zit. Misschien kunnen we de vraag naar onze plaats in de kosmos op die manier in en breder perspectief plaatsen. (pagina 9-10)

Terug naar Overzicht alle titels


Han Lörzing

Een land waarover is nagedacht : hoe de planners Nederland vormgaven
De Geus 2021, 299 pagina's  - € 24,99 

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Korte biografie Han Lörzing (1946)

Korte beschrijving
De auteur werkte vele jaren in de ruimtelijke ordening in Nederland. In dit boek brengt hij zijn kennis en ervaring samen in een overzicht van de Nederlandse ruimtelijke ordening. Hij start in het begin van de twintigste eeuw. Vooral belicht hij de steeds veranderende positie en status van de ordening van het ruimtegebruik. Buitenlanders lijken snel onder de indruk van de ruimtelijke ordening in Nederland. In ons land zelf zijn de gedachten daarover wat ambivalent en wisselen ze behoorlijk in de tijd. Van de eerste tot en met de vijfde nota over de ruimtelijke ordening verschieten de opvattingen nogal van kleur en zijn ook de gedachten over de rol van de centrale overheid aan verandering onderhevig. De auteur kleurt het verhaal in met persoonlijke impressies en ervaringen. Uiteindelijk is hij positief over de planning in Nederland en bepleit hij voor de komende jaren iets meer sturing vanuit het Rijk. Een persoonlijk en helder inzicht in de ruimtelijke ordening van Nederland en de geschiedenis daarvan.

Tekst op website uitgever
Waarom ziet Nederland eruit zoals het eruitziet? Dat is voor een groot deel te danken aan de fantasie van architecten en stedenbouwers. En wat in de afgelopen eeuw steeds belangrijker werd, is de rol van de ruimtelijke ordening, van de lokale politiek tot het landsbestuur. Planning is politiek.

In de twintigste eeuw bouwde ambtelijk Nederland een ‘ordeningsstaat’ op. Het uiterlijk van Nederland – van groeikern tot bufferzone, van Bijlmermeer tot Vinexwijk – is er blijvend door beïnvloed. Hoe kwamen de wijken tot stand? Wat was de rol van ontwerpers, ambtenaren en bestuurders? Daarover gaat Een land waarover is nagedacht, in tal van anekdotes. Die ordeningsstaat was in zijn beste dagen een geoliede organisatie die met vaste hand de regie voerde. Dit boek is een pleidooi om dat unieke systeem van planning en ontwerp niet verloren te laten gaan.

Fragment uit 9. Van de ene crisis in de andere - De jaren twintig-tien: waar zijn de planners gebleven?
Een snelle beeldwisseling. Waar we nu zijn is het weids en stil, afgezien van de krijsende meeuwen die duikvluchten op het zeilschip uitvoeren. We varen vanuit de haven van Lelystad in westelijke richting. Hier had, volgens de oorspronkelijke plannen van ingenieur Cornelis Lely, de Markerwaard moeten liggen, als sluitstuk van de drooglegging van de voormalige Zuiderzee. het heeft niet zo mogen zijn. De aanleg van de polder werd door het rijk voor eeuwig in de ijskast gezet, Het Markermeer zou voorgoed een grote, grijsgetinte bak water blijven.
  Die grijze kleur van het water was geen toeval. Door gebrek aan doorstroming hoopte het bodemslib zich op en bleef het Markermeer troebel. Het meer, dat uit natuuroverwegingen gespaard was, werd een armoedig ecosysteem waarin weinig natuurlijk leven het uithield. Dat was geen reclame voor de natuurbescherming. In 2012 besloten Natuurmonumenten en Rijkswaterstaat samen te werken in een project dat van het Markermeer een waardevol natuurgebied moest maken. Het is een ambitieus project, dat in zijn uiteindelijke vorm moet bestaan uit een archipel van kunstmatige eilanden die de naam Marker Wadden heeft gekregen. In 2016 werd begonnen met de aanleg van het eerste eiland, dat met 250 hectare voorlopig het grootste van de archipel is. Het is tot nu toe het enige eiland dat voor recreanten toegankelijk is.
  Het aanlanden op het grootste eiland van de Marker Wadden is een belevenis. Ligt het aan de gedachte aan verre ontdekkingsreizen, als er eindelijk land in zicht komt? Is het de plotselinge verschijning van wat het meest lijkt op een ruige pioniersnederzetting, een soort Nova Zembla in een betere klimaatzone? Zeker is dat het naderen van een Nederlands natuurgebied zelden zo avontuurlijk was. In het kleine haventje heerst een bescheiden drukte, met zeilschepen in alle maten en soorten. Tegen de zandhellingen van het eiland staan houten bouwsels die de indruk wekken dat ze daar de afgelopen dag door stoere houthakkers zijn neergezet. Er staat een havenkantoor annex boswachterskeet die met zijn front porch zó uit een wildwestfilm had kunnen komen. Bij een langer verblijf worden de beelden vertrouwder. Er is een koffiekeet; tenslotte is ook hier de natuur slechts te overleven als je er iets bij kunt drinken. En er is een vogelkijkhut en er staat een uitkijktoren, die uit de duinen oprijst als een kromme schoorsteen die een ingenieus-ingewikkeld trappenhuis omsluit. Maar wat vooral bijblijft is de merkwaardige, moeilijk te omschrijven sfeer van een gebied dat ver van de bewoonde wereld lijkt te liggen en over het verre water 'ontdekt' moet worden.
  De natuur begint zich op de Marker Wadden te ontwikkelen. De soortenrijkdom aan vogels en vissen neemt toe; de tot voor kort doodse poel wordt langzaamaan een rijk wetland. En er wordt meer verwacht. Toch moet de natuur niet denken dat ze opeens alles mag, daar in het Markermeer. Op een website vertelt de programmadirecteur van de Marker Wadden, sprekend over de mogelijkheid dat 'ongewenste soorten' zich op de Marker Wadden zouden kunnen vestigen: 'Maar we gaan wel voorkomen dat ze zich verder verspreiden. Het ministerie heeft een lijst met plant- en diersoorten opgesteld en als je die aantreft in je gebied, dan moet je die zelfs bestrijden.' Daarmee volgt de natuurontwikkeling op de Marker Wadden het vertrouwde patroon: de natuur is goed en mooi, maar zonder de ordende hand van de mens wordt zij al te gemakkelijk een zooitje. Die natuuropvatting past naadloos in de lange traditie van natuurbeheer en natuurbouw in Nederland, die gebaseerd is op het voortdurende schoffelen en aanharken van natuurgebieden tot het voor de mens het meest aanvaardbare resultaat is bereikt. (pagina 265-267)

Terug naar Overzicht alle titels


Minouche Shafik

Samen : een nieuw sociaal contract voor de 21e eeuw
Nieuw Amsterdam 2021, 272 pagina's  - € 24,99

Wikipedia: Minouche Shafik (1962)

Korte beschrijving
De klimaatcrisis, de nasleep van de financiële crisis van 2008, het opkomend populisme en de recente coronapandemie leiden tot grote veranderingen in de wereld. Om hier adequaat op te kunnen inspelen is een nieuw 'sociaal contract' nodig, waarin vastgelegd wordt hoe we - individuen, bedrijven, maatschappelijk middenveld en staat - met elkaar dienen om te gaan. Dat is althans het pleidooi van de auteur, directeur van de prestigieuze en invloedrijke London School of Economics and Political Science. Aan de hand van een aantal thema's - families, gezondheid, werk, ouderdom en de verschillende generaties - ontwikkelt zij de contouren van een nieuw sociaal contract. Hierin staan zekerheid voor iedereen, maximale ontplooiingskansen en eerlijke spreiding van risico's centraal. Een indrukwekkend en sterk beargumenteerd pleidooi voor een nieuwe manier van samenleven. Geschreven voor eenieder die zich grondig wil bezinnen op de grote uitdagingen van de 21e eeuw.

Tekst op website uitgever
Of we het beseffen of niet, door wederzijdse verplichtingen in ons gezin en onze familie, op ons werk en in de samenleving maken we elke dag deel uit van het sociaal contract. Het zorgen voor anderen, het betalen van belasting en het profiteren van publieke voorzieningen, dat alles bepaalt het sociaal contract, het fundament van de samenleving. Grote veranderingen in economie, technologie, demografie en klimaat transformeren onze wereld ingrijpend, met gevolgen voor inkomensverschillen, de positie van vrouw en man, het onderwijs, de gezondheidszorg en het werk. Het huidige sociaal contract is onder druk komen te staan.

Minouche Shafik neemt ons mee door de stadia van het leven – opvoeden van kinderen, volgen van onderwijs, ziek worden, werken, oud worden – en maakt duidelijk hoe we onze samenleving in elk stadium en op elk niveau kunnen herordenen. Ze draagt de bouwstenen aan voor een nieuw sociaal contract, waarin onze onderlinge afhankelijkheid meer wordt onderkend, meer in mensen wordt geïnvesteerd, maar ook meer van individuen wordt verwacht. Samen is een hoopvol boek, dat laat zien hoe we samen verder kunnen bouwen aan een ruimhartige en inclusieve samenleving.


Fragment uit 8. Een nieuw sociaal contract

Op 4 juli wordt in de Verenigde Staten elk jaar met vuurwerk en barbecues gevierd dat in 1776 de Declaration of Independence werd afgekondigd, maar toen president John F. Kennedy op 4 juli 1962 een toespraak hield, noemde hij dat zijn Declaration of Interdependence - een 'Verklaring van Onderlinge Afhankelijkheid'. Hij wilde benadrukken dat mensen en landen sterk afhankelijk zijn van elkaar en dat ze daardoor veel te winnen hadden bij samenwerking. Kennedy verwees hierbij in het bijzonder naar de wederzijdse afhankelijkheid tussen de enkele jaren daarvoor opgerichte Europese Economische Gemeenschap (EEG, de voorloper van de EU) en de Verenigde Staten. Het gevoel dat hij in deze toespraak uitdrukte is echter evenzeer van toepassing op de onderlinge afhankelijkheid binnen landen. 

Vijf jaar later hield Martin Luther King, de grote leider van de Amerikaanse Burgerrechtenbeweging, een kersttoespraak waaruit een soortgelijk gevoel sprak: 'In essentie is al het leven onderling verbonden. Alle mensen zitten aan elkaar vast in een onontkoombaar netwerk van wederkerigheid, verweven in een enkel gewaad van het lot. Alles wat één mens direct raakt, raakt indirect iedereen. Ik kan nooit zijn wat ik zou moeten zijn, totdat jij bent wat je zou moeten zijn, en jij kunt nooit zijn wat je zou moeten zijn, totdat ik ben wat ik zou moeten zijn.'

De coronapandemie maakte in veel opzichten dingen bijzonder duidelijk, en dat geldt zeker voor het feit dat onze onderlinge afhankelijkheid heel groot is. Het virus bewoog zich over de hele wereld, raakte iedereen, maar vooral hen wier gezondheid het meest kwetsbaar was. het was voor ons allemaal van het grootste belang dat miljoenen mensen die we niet kenden zich verantwoordelijk zouden gedragen, en dat de gezondheidszorg in verre landen in staat zou zijn om de pandemie het hoofd te bieden. Binnen landen werd heel duidelijk welke beroepen essentieel waren: zonder verpleegkundigen, chauffeurs, supermarktpersoneel, schoonmakers zou ons leven spaak lopen. Het is bijzonder ironisch dat veel van deze essentiële arbeidskrachten tot de laagst betaalden horen en vaak geen vast dienstverband hebben en dus helemaal niet zeker zijn van hun baan. 

Dit boek heeft aangevoerd dat de teleurstelling en desillusie die we in zo veel landen zien wordt veroorzaakt door het feit dat ons sociale contract is bezweken onder de druk van technologische en demografische veranderingen. Als gevolg hiervan komen meer risico's te rusten op de schouders van de individuele burgers, zoals de zorg voor hun kinderen, het op peil houden van hun vaardigheden als ze werkloos worden, het voor zichzelf zorgen als ze oud worden. We leven steeds vaker in een je-staat-er-alleen-voor-samenleving, een situatie die resulteert in politiek gebaseerd op woede, gezondheidsproblemen die epidemische vormen aannemen en een toekomst die zowel door ouderen als jongeren wordt gevreesd. Toch is het op veel terreinen niet alleen onrechtvaardig als risico's worden afgewenteld op het individu, maar het is ook veel minder efficiënt en productief dan wanneer ze worden gespreid over de gehele samenleving. 

We hebben een nieuw sociaal contract nodig dat beter in elkaar zit, dat zekerheid en kansen biedt voor iedereen, een sociaal contract dat minder gaat over 'mij' en meer over 'wij', dat onze onderlinge afhankelijkheid onderkent en daar tot ons wederzijds profijt gebruik van maakt. We hebben een sociaal contract nodig dat gaat over het meer delen en spreiden van risico's, zodat we ons minder zorgen hoeven te maken, terwijl we het talent in onze samenlevingen optimaal benutten en mensen in staat stellen om een zo groot mogelijke bijdrage te leveren. Het betekent ook dat we niet alleen zorgen voor het welzijn van onze kleinkinderen, maar ook voor die van anderen, aangezien zij in de toekomst in dezelfde wereld zullen leven. (pagina 178-179)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels

Andrew H. Knoll

De aarde : een kleine geschiedenis
Thomas Rap 2021, 256 pagina's  - € 23,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Oorspronkelijke titel: A brief history of Earth  (2021)

Wikipedia: Andrew H. Knoll (1951)

Korte beschrijving
In slechts acht hoofdstukken en iets meer dan 250 pagina’s vertelt de Amerikaanse auteur, hoogleraar biologie en aardwetenschappen aan de universiteit van Harvard en voormalig lid van de Nasa Mars-missie het levensverhaal van de aarde. Op een manier die heel anders is dan van bv. Bill Bryson. Vanaf het begin van het verhaal is de aarde een bol die bestaat uit een serie scheikundige onderdelen. En niet alleen de aarde zelf, ook de ijstijden en massa-extincties, en het leven op de planeet wordt haarfijn ontleedt aan de hand van atomen. Dat geeft het boek een extra dimensie, maar maakt het lezen wel moeilijker. Naast de belevenissen van geologen en paleontologen uit heden en verleden wordt het verhaal ook speelser door eigen avonturen. Een auteur met een ware passie. Een aanrader voor lezers geïnteresseerd in de chemische en fysische opbouw en ontwikkeling van de aarde en de rol van de mens hierin. Bevat zwart-witfoto’s en figuren. Met literatuurlijst en register.

Tekst op website uitgever
Meer dan vier miljard jaar geleden ontstond onze kleine planeet uit rotsachtig puin dat rond een jonge ster cirkelde. De eerste jaren werd de aarde bekogeld door kometen en meteoren en stond ze op de rand van vernietiging. Ze was bedekt met oceanen van kolkend magma; giftige gassen verstikten de atmosfeer. Vulkaanuitbarstingen, zeebevingen en ijstijden volgden elkaar met regelmaat op. Voor het grootste deel in haar lange bestaan was de aarde voor mensen onbewoonbaar, totdat te midden van deze dynamiek er leven ontstond.

In zijn boeiende boek plaatst Andrew Knoll de klimaatverandering van de eenentwintigste eeuw in de context van die lange aardgeschiedenis, want een van de meest indringende lessen van de geologie is hoe veranderlijk, kwetsbaar en kostbaar onze huidige leefomgeving in feite is. Met die kennis in het achterhoofd kunnen we beter begrijpen hoe het handelen van de mens onze planeet ingrijpend verandert. Dat maakt De aarde. Een kleine geschiedenis tot een fascinerend en essentieel boek over ons ontstaan én onze toekomst.

Fragment uit (de) Proloog: een uitnodiging
De laatste tijd lijken de krantenkoppen rechtstreeks uit het Bijbelboek Openbaringen te komen: bosbranden zonder precedent in Californië en het Amazonegebied; recordtemperaturen in Alaska; smeltende gletsjers op Groenland; vernietigende orkanen die de Cariben en het kustgebied van de Golf van Mexico teisteren, terwijl het Midden-Westen van de Verenigde Staten getroffen worden door overstromingen  die maar 'eens in de honderd jaar' zouden moeten voorkomen. Chennai, de zesde stad van India, zit zonder water, en Kaapstad, en Sau Paulo bijna. Het nieuws over het leven op aarde is nauwelijks beter: het aantal vogels is in Noord-Amerika sinds 1970 met 30 procent gedaald; insectenpopulaties zijn gehalveerd; het koraal van het Groot Barrièrerif sterft op grote schaal; het aantal olifanten en neushoorns daalt rasant; commerciële visbestanden staan wereldwijd onder druk. Afname van de populatie is nog geen uitsterven, maar het is wel de weg naar de ondergang van een soort.

Is de aarde dolgedraaid? In één woord: ja. En we weten ook hoe het komt. Het is onze schuld: het zijn de mensen die de broeikasgassen de lucht in jagen, waardoor niet alleen de aarde opwarmt, maar ook hittegolven, droogten en stormen vaker voorkomen én heviger worden. En het zijn de mensen die soorten op de rand van uitsterven brengen door veranderend landgebruik, uitputting van hulpbronnen, en, in toenemende mate, klimaatverandering. Tegen die achtergrond is de menselijke reactie hierop misschien nog wel het meest deprimerend: wijdverbreide onverschilligheid, zeker in mijn eigen land, de Verenigde Staten.

De verandering van onze planeet zal al bepalend zijn voor he leven van onze kleinkinderen, dus waarom kan het zoveel mensen zo weinig schelen? In 1968 gaf een Senegalese boswachter, Baba Dioum, en gedenkwaardig antwoord op die vraag: 'Uiteindelijk,' zei hij, 'zullen we alleen proberen te behouden wat we liefhebben; we hebben alleen lief wat we begrijpen, en we begrijpen alleen wat ons is geleerd.'

Dit boek is een poging om begrip te kweken. Het is een uitnodiging om de lange geschiedenis die de aarde heeft gemaakt tot wat ze nu is, op waarde te schatten. Het is een oproep om te erkennen hoezeer het handelen van de mens een wereld die al vier miljard jaar in ontwikkeling is, verandert. En het is een uitdaging om daar iets aan te doen. (pagina 14-15)

Lees vooral ook: De ontdekking van de aarde : het grote verhaal van een kleine planeet van Peter Westbroek (uit 2012)

Klik hier voor artikel over andere boeken met in de (onder)titel de woorden 'kleine geschiedenis'(september 2018)

Terug naar Overzicht alle titels

Carolyn Steel 2

Wat gaan we eten : Sitopia: hoe goed eten de wereld kan redden
Meulenhoff 2021, 496 pagina's  - € 24,99

Oorspronkelijke titel: Sitopia : How food can save the world (2021)

Wikipedia: Carolyn Steel (1959)

Korte beschrijving
De auteur van dit boek verdiept zich al langere tijd in de relatie die mensen hebben met eten. In 2008 verscheen haar bestseller ‘De hongerige stad’, over de band tussen stad en platteland. Ze werkte meer dan zes jaar aan dit boek waarin ze de grote vragen niet uit de weg gaat. Vragen als: wat zorgt voor een goed leven? In haar boek beschrijft ze de paradox dat we in de geïndustrialiseerde wereld geen honger meer hebben en eigenlijk de hele dag door werken. Desondanks zijn we niet gezond want we eten het verkeerde voedsel. We moeten andere keuzes maken en volgens Carolyn Steel helpt filosofie daarbij. Ze maakt duidelijk dat niet alleen ons voedsel, maar ook wie wij zijn onderdeel is van de aardse cyclus. Ze laat zien dat onze voorouders, de jagers-verzamelaars, een goede gezondheid hadden door een gevarieerd dieet. Volgens haar kan een directe band met ons voedsel onze kijk op de wereld verbeteren. Geschikt voor lezers die - op wat diepere wijze - geïnteresseerd zijn in goede voeding.

Tekst op website uitgever
Hoe kunnen we ethisch verantwoord en gezond leven in een wereld waar goedkoop, slecht geproduceerd voedsel de norm is?

Al vanaf de tijd dat onze voorouders leefden als jager-verzamelaars geeft voedsel vorm aan onze dagelijkse bezigheden, aan onze lichamen en woningen, aan onze politiek en handel, en aan ons klimaat. Of het nou gaat om de dagelijkse beslissing over wat er op tafel moet worden gezet of om het monopolie van de voedselindustrie, eten raakt aan elk aspect van ons bestaan. Doordat we onze ogen sluiten voor de echte waarde van voedsel en voedselproductie, raken we langzaam gewend aan een manier van leven die een risico vormt voor onze planeet en voor onszelf.

Voeding speelt daarom een essentiële rol als het gaat om hoe we de problemen van onze tijd het hoofd moeten bieden. Carolyn Steel gebruikt inzichten van beroemde filosofen zoals Aristoteles en Plato en ideeën uit de geschiedenis, architectuur, literatuur, politiek en wetenschap om te laten zien hoe we onze relatie met voedsel, en de manier waarop we het distribueren en produceren, kunnen veranderen. Wat gaan we eten? biedt een uitdagende en spannende visie voor verandering; Steel wijst op bedachtzame en inspirerende wijze de weg naar een leefbare toekomst.

Fragment uit 6. Natuur
Schepselen van de vrije natuur

Spectors onderzoek biedt inzicht in wat twaalfduizend jaar beschaving ons heeft gekost. Levend en etend in de vrije natuur zijn de Hazda innerlijke ne uiterlijk dusdanig in harmonie met de natuur als menselijkerwijs maar mogelijk is. Ze belichamen het ideale evenwicht dat door de moderne levensstijl onmogelijk is gemaakt. Ze bezitten geen auto's of computers, maar hebben ook geen welvaartsziekten als kanker of hart- en vaatziekten. of deze ruil wel of niet de moeite waard is, kan worden betwist,. Uiteindelijk is ook dit het resultaat van het evolutionaire pad dat we hebben afgelegd.

Waar we ook leven en hoe we dat ook doen, we zijn een levende afspiegeling van de natuurlijke wereld, of beter gezegd: van de aangepaste versie ervan die we zelf hebben gecreëerd. Nu pas, nu foeragerende volken als de Hazda op de rand van uitsterven staan, gaan we begrijpen wat dit alles betekent. Als we de natuur simplificeren doen we onszelf tekort. De auteurs van Gilgamesj hadden gelijk: voor de mens is leven in de stad, ver verwijderd van de natuur, een manier van dood-zijn.

Spectors wonderbaarlijke microbiële metamorfose toont echter dat nog niet alles verloren is. De ongelooflijke snelheid waarmee deze oeroude micro-organismen zijn ingewanden koloniseerden, kondigt een potentieel spannend nieuw hoofdstuk aan in onze relatie met de natuur. In zeker opzicht hebben we met onze technologische reis een omwenteling doorgemaakt en beseffen we nu pas wat onze voorouders instinctief al wisten: alleen wanneer de natuur floreert in al haar volheid, floreren wij ook.

De implicaties van deze herontdekking gaan ongelooflijk ver, niet alleen ten opzichte van de manier waarop we onszelf voeden en hoe we leven, maar ook wat betreft de filosofische basis van onze samenleving zelf. Ongeacht op welke schaal we hiernaar kijken, is het onze taak op dit scharniermoment in de evolutie dat we ons niet simpelweg verzoenen met de natuur of de wereld redden door haar als een gigantische taart in stukken te verdelen, maar dat we erkennen dat we schepselen van de vrije natuur zijn. In een tijdperk van ongebreidelde verstedelijking en ongekend technologisch meesterschap is dat misschien een vreemde manier om jezelf te omschrijven, maar dat is nu juist het punt. Wat een herwonnen gevoel van diepe verbondenheid met de natuur ons vooral laat zien, is hoe dodelijk de deal is die we met de natuur hebben gesloten. Als we in de toekomst enige kans op geluk en voorspoed willen maken, moeten we deze deal zo snel mogelijk herzien.

Hoe kunnen we eten, leven en denken als schepselen van de vrije natuur? Het is zonneklaar dat we dan de grote wildernissen van de wereld moeten respecteren en behouden, wat op zijn beurt betekent dat we heel goed moeten weten wat we níet eten. De kaalslag van de regenwouden voor palmolie of de onttakeling van de zeebodem door trawlvisserij (het onderwaterequivalent van een ijzeren staaf van 30 ton zwaar en 150 meter lang over een akker slepen) behoort domweg niet tot het gedrag van beschaafde wezens. We moeten met een lichtere ecologische voetafdruk voor onze voeding zorgen, zodat de vrije natuur in stand wordt gehouden en niet verwoest. Er zijn genoeg aanwijzingen hoe onze voorouders dat deden en hoe sommige mensen dat nu doen, maar kunnen we zulke praktijken ook overzetten naar het moderne, stedelijke bestaan? Het verrassende antwoord: jazeker, en zelfs makkelijker dan je denkt. Kijk naar voedsel. We weten inmiddels dat wild, natuurlijk voedsel veel voedzamer is dan gecultiveerd voedsel. De voedingswaarde bijvoorbeeld van de wilde bessen die de Hazda eten, is tien tot honderd keer hoger dan de bosbessen in de supermarkt. Bij de veredeling van planten werden wilde eigenschappen meestal ondergeschikt gemaakt aan hogere opbrengsten. Laten we daarom vanaf nu landbouwvormen ontwikkelen waarbij de wildheid behouden blijft. Biologische landbouwers zijn daar al in hoge mate mee bezig. Maar we moeten veel verder gaan en natuurlijke groeiprocessen nabootsen en stimuleren, zodat ecologische voedselsystemen ontstaan die even rijk en gevarieerd zijn als in de natuur. Deze benadering vereist dat we heel anders gaan eten (minder brood en pasta, meer noten en bessen alsook seizoenproducten), maar tegelijkertijd zal ons voedsel veel efficiënter zijn, in die zin dat we ons meer op kwaliteit focussen dan op kwantiteit. Als de bessen die we eten honderd keer voedzamer zijn dan de huidige supermarktbessen, kunnen we toe met een honderdste van de huidige productie.

Als we willen eten als schepselen van de vrije natuur, houdt dat ook in dat ons dieet met een groot aantal soorten moeten worden uitgebreid, inclusief insecten. (pagina 380-392)




Lees ook: De hongerige stad : hoe voedsel ons leven vormt (2011)

Een artikel waarin veel boeken worden genoemd waarin het gaat over de noodzaak om op tal van terreinen (heel) andere wegen in te slaan: Boeken voor goede voorouders (september 2021)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 13 juni 2021

Hans Boutellier 3

Het nieuwe Westen : de identitaire strijd om de sociale verbeelding
Van Gennep 2021, 173 pagina's - € 16,99

Website Verwey-Jonker instituut: Hans Boutellier (1953)

Korte beschrijving
Hoogleraar Hans Boutellier (Polarisatie en Veerkracht aan de Vrije Universiteit) bijt zich al decennia vast in sociale vraagstukken. In zijn laatste boek heeft hij zich gebogen over de raakvlakken tussen het actuele identiteitsdebat, migratie en polarisatie. Denk aan de toenemende impact van uiteenlopende groepen als Me Too-feministen, Black Lives Matter-activisten, blanke suprematisten en islamisten. Boutellier onderzoekt in dit boek oorzaken en achtergronden van deze ontwikkeling. Tegelijk probeert hij een nieuw verbindend perspectief te bieden in termen van wederkerigheid en een bezield geloof in de democratische rechtsstaat. Het boek is duidelijk te plaatsen in de progressieve hoek, met bijbehorende idealistische inslag. Het is in eigen kring lovend ontvangen, maar voor andersdenkenden zal het te 'links' en 'soft' overkomen. Het betreft geen simpel leesvoer (hoog abstractieniveau, veel moeilijke woorden). Uitvoering: geen kleurendruk, geen illustraties, redelijk traditionele typografie/lay-out, acht hoofdstukken, proloog, epiloog, voetnoten en een literatuuroverzicht. Goed boek, maar voor een beperkte lezerskring.

Tekst op website uitgever
Van #Me Too-feministen, Black Lives Matter-activisten, witte suprematisten tot islamisten en borealen: er woedt een hevige strijd om de sociale verbeelding van het Westen. Waar komt de behoefte aan erkenning vandaan? Wat is de inzet van de strijd? Op welke wijze wordt ze gevoerd? En waarin verschilt polarisatie van politiek? Hans Boutellier onderzoekt deze fascinerende strijd en zoekt het nieuwe Westen in termen van wederkerigheid en een bezield geloof in de democratische rechtsstaat. Hans Boutellier (1953) is hoogleraar Polarisatie en Veerkracht aan de Vrije Universiteit. Over zijn werk schreef de pers: ‘een lichtgevend proefschrift’ (Paul Schnabel), ‘een langgerekte Aha-Erlebnis’(NRC-Handelsblad), ‘een scherp oog voor de tijdgeest’ (De Volkskrant). Dit boek is een volgende stap in zijn werk.

Fragment uit (de) Proloog
Veel mensen hebben geprofiteerd van het brutale marktdenken dat de samenleving vanaf de jaren tachtig doortrok. Natuurlijk de grote bedrijven, de multinationals, maar ook de middenklasse, de ‘hoger’ opgeleiden, in feite iedereen die enigszins meekon in de consumptiemaatschappij – al was het maar via ultra-goedkope goederen van Chinese makelij.  Maar de slachtoffers zijn talrijk – vooral aan de andere kant van de wereld. En we zijn ons daar steeds meer van bewust.
  Toch is de strijd in het Westen niet primair sociaaleconomisch; de crisis zit dieper dan materiële ongelijkheid. Zij voltrekt zich rond identiteiten – ze is identitair. Over de wenselijkheid daarvan wordt hevig getwist  Het ging ten koste van planeet Aarde, een vraagstuk dat ik niet zal meenemen in mijn analyse. Dit begrip is geclaimd door extreem-nationalistische kringen, maar ik gebruik het in de neutrale zin van het woord. (bijvoorbeeld Engelen, 2018a; Van Reekum & Schinkel, 2018). Ik probeer liever te begrijpen hoe het komt, wat de betekenis ervan is en wat het antwoord erop kan zijn. Zie het boek als een geïnformeerde beschouwing over de achtergrond en de inzet van de huidige identiteitspolitiek. 

Mijn analyse beweegt zich tussen de twee uitersten daarvan: het islamisme en het extreem-nationalisme. Het zijn de gevaarlijkste varianten omdat ze in termen van vijandschap denken. Hier klinken de meest radicale geluiden in de buzz aan opvattingen die ik als ‘meerstemmig’ zou willen duiden. In de laatste twee hoofdstukken onderzoek ik de mogelijkheden voor de sociale verbeelding van cultureel-divers samenleven. Daarmee verenig ik de twee zielen in mijn borst: ik hou van de grote vragen, maar zoek ook graag de kleine opties voor hoop.

Ik doe dat vanuit mijn bijzondere leerstoel Polarisatie en Veerkracht, die vanwege het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) gevestigd is aan de sociale faculteit van de Vrije Universiteit. Ik ben degenen die deze aanstelling mogelijk maakten zeer erkentelijk. (pagina 11-12)

Lees ook: Lees ook: De improvisatie maatschappij : over de sociale ordening van een onbegrensde wereld (2011) en Het seculiere experiment : hoe we van God los gingen samenleven (uit 2015).

Terug naar Overzicht alle titels


Ron Meyer 2

De onmisbaren : een ode aan mijn sociale klasse
Prometheus 2021, 155 pagina's - € 17,50

Wikipedia: Ron Meyer (1981)

Korte beschrijving
Ron Meyer (1981), vakbondsman en voormalig voorzitter van de Socialistische Partij, lucht zijn hart over de onzichtbaarheid van de sociale klasse van zijn ouders. Hij heeft zijn persoonlijke herinneringen, reflecties en waarnemingen over rijk en arm, laag- en hooggeschoolden opgeschreven in een directe, bondige stijl in korte, makkelijk leesbare losstaande stukjes. Samen vormen ze een scherp geformuleerde aanklacht tegen de heersende macht. En een ode aan zijn ouders uit de Heerlense arbeidersbuurt, die hij in zijn boek regelmatig persoonlijk toespreekt. Fabrieksarbeiders, 'blue collar workers', zijn er steeds minder. Maar er bestaat nog wel degelijk een grote onderklasse van mensen met min of meer eenvoudige beroepen die onmisbaar zijn. Zoals tijdens de coronapandemie is gebleken. En die mensen, zoals thuiszorgmedewerkers, schoonmakers, supermarktmedewerkers, pakketbezorgers, worden behalve onderbetaald nog steeds genegeerd en ondergewaardeerd. Meyers woede over het negeren van deze sociale klasse zal door hen goed begrepen worden.

Tekst op website uitgever
‘Dit is het verhaal van jullie leven, jullie volharding en jullie opoffering, van mijn worsteling met die opoffering. Dit is het verhaal van een klasse die niet meer leek te bestaan. Bespot en bespuugd. Vergeten en genegeerd door de heersende macht. Een klasse van onzichtbaren die onmisbaar blijken. Dit is een verhaal van mensen waar het aan de talkshowtafels of in de boeken vrijwel nooit over gaat.’
Wie een bescheiden inkomen, een klein huis en werk met weinig status heeft, is zogenaamd dom, lui en zonder ambitie. Vergeten, genegeerd en zes jaar eerder dood. Eigen schuld, dikke bult. Had je maar moeten studeren of harder je best moeten doen. Schoonmaker, pakketbezorger, vuilnisophaler, distributiemedewerker, zorgverlener en miljoenen anderen. Mensen die niet thuis kunnen werken, de hardste klappen vangen en ons land overeind houden.
Arbeiderskind Ron Meyer is woedend én liefdevol over zijn onzichtbare sociale klasse. Zijn verhaal legt de worsteling bloot van een man die zijn klasse ontvlucht maar er telkens weer terugkeert. In een aanklacht tegen de heersende macht en een ode aan zijn vader, een koelmonteur, en zijn moeder, een thuiszorger, brengt hij sociale klasse terug in het publieke debat. Terug van nooit weggeweest uit de samenleving.
Ron Meyer (Heerlen, 1981) is vakbondsman en socialist. In 2018 verscheen van zijn hand Grip, een grondige analyse van de staat van Nederland.
‘Zelden werd de pijn van de hedendaagse Nederlandse working class zo indringend verwoord.’ Sander Heijne, auteur van Fantoomgroei
‘Het Nederlandse antwoord op het veelgeprezen Ze hebben mijn vader vermoord van Édouard Louis.’ Ewald Engelen

Fragment uit 25. Weerstand
Ook nieuwe ideeën bewandelen zo'n pad. Blootgesteld aan de heersende opvattingen worden nieuwe ideeën en belangen zelden alleen met gejuich ontvangen. Ze botsen hard op de bestaande ideeën. Ze banen zich een weg dwars door zompige ondergrond en ondergaan forse politieke tegenwind en ideologische stortregens. We kunnen veel leren van de ideologen van de heersende macht. Ooit waren ze marginaal. Ze werden genegeerd, uitgelachten, bespot. Komt dat je bekend voor? Het pad naar verandering is dat van een belangen- en ideeënstrijd. Ideeën die zich niet beperken tot wat vandaag de dag politiek mogelijk lijkt. Niet tot zetels in de peilingen. Ideeën die dwars door de status quo heen breken. Een socialisatie van ideeën. 'De belangrijkste les die de ware liberaal ter harte moet nemen van het succes van de socialisten is dat het hun stoutmoedigheid om utopisch te denken was die ze de steun van intellectuelen opleverde', schreef de neoliberale peetvader Friedrich Hayek in de eerste helft van de vorige eeuw. 'Alleen een crisis - feitelijk of waargenomen - leidt tot echte verandering. Wanneer die crisis zich voordoet, hangen de maatregelen die worden genomen af van de ideeën die in de lucht hangen. Dat, geloof ik, is onze fundamentele functie: alternatieven ontwikkelen voor bestaand beleid, en die levend en beschikbaar houden totdat het politiek onmogelijke politiek onvermijdelijk wordt', zei Milton Friedman, die andere denker van het neoliberalisme. 'Voor het tot stand brengen van een nieuwe consensus heb je eerst een botsing van meningen, een choc des opinions nodig. Het gaat er in de politiek m hoe een nieuw gedachtegoed de overhand krijgt boven het oude', schreef voormalig VVD-leider Frits Bolkestein. Oud-VVD'er Geert Wilders liet optekenen 'dat vandaag geen gelijk niet betekent dat je morgen ook ongelijk hebt'. Wat vandaag onmogelijk lijkt, kan morgen werkelijkheid zijn. Het lijkt verbluffend veel op historische teksten van mensen die streden voor solidariteit en tegen ongelijkheid. En zeg nou zelf, mam, het is niet alsof zes jaar eerder doodgaan ons geen reden geeft om opnieuw in de aanval te gaan. Dwars door de modder heen. Niet onder de indruk van het weer van de dag, maar gericht op het klimaat van het tijdperk. De weerstand van het moment koesterend als een compliment van de toekomst. Wie geen weerstand voelt, staat stil en zakt weg in het moeras van de macht. We moeten dwars door de drek van 'kan niet', 'onmogelijk' en 'onbetaalbaar'. We zullen er desnoods doorheen moeten kruipen. Het pad van de ideeënstrijd is het pad naar een nieuwe wereld. Onze nieuwe wereld. (pagina 129-130)

Interview: Onzichtbare klasse, kom in opstand (De Volkskrant, zaterdag 12 juni 2021)

Lees ook Grip : in gesprek over de staat van ons land (uit 2018), Voettocht naar het hart van het land : hoe sociaal en democratisch zijn we nog? van Jan Schuurman Hess (uit 20) en De grote verkilling van Gert Van Istendael (uit 2019)

Terug naar Overzicht alle titels