dinsdag 10 september 2024

Marshall McLuhan

Media begrijpen : de extensies van de mens

Ten Have 2025, 560 pagina's € 24,99

Oorspronkelijke titel: Understanding Media: The Extensions of Man (1964)

Wikipedia: Marshall McLuhan (1911-1980)

Korte beschrijving
Een diepgaande uiteenzetting over de rol, betekenis en effecten van uiteenlopende media. Marshall McLuhan (1911-1980) stelde met zijn uitspraak ‘the medium is the message’ dat het de vorm van media is die er toe doet, en niet de inhoud. Zijn ideeën zijn nog steeds relevant in het licht van de opkomst van sociale media, kunstmatige intelligentie en andere digitale technologieën. McLuhan's techniekfilosofie heeft invloed gehad op hedendaagse filosofen, schrijvers en kunstenaars, en blijft een belangrijk referentiepunt in de discussie over de rol van media in de moderne wereld. In deze editie is de oorspronkelijke vertaling gedeeltelijk herzien en aangevuld met een voorwoord. In vaardige en analytische stijl geschreven. Met zwart-witillustratie. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep. 

Marshall McLuhan (1911-1980) was een Canadese mediawetenschapper, filosoof, academisch docent en socioloog. Hij schreef vele boeken. Zijn werk wordt in meer dan dertig landen uitgegeven. 

'Media begrijpen' werd oorspronkelijk gepubliceerd in 1964.

Tekst op website uitgever
Het denken van Marshall McLuhan sloeg in de jaren zestig in als een bom. Hij stelde dat de vorm van media een diepgaande invloed heeft op de samenleving, die vaak belangrijker is dan de feitelijke inhoud. Hij waarschuwde voor de invloed van nieuwe media op onze perceptie en cultuur.

McLuhan inspireert talloze hedendaagse filosofen, schrijvers en kunstenaars. Zijn boodschap blijkt decennia later pijnlijk actueel met de opkomst van nieuwe sociale media, AI en andere digitale technologieën.

De techniekfilosofie die Marshall McLuhan in de jaren zestig van de vorige eeuw presenteerde sloeg in als een bom. De Groene Amsterdammer

Fragment uit 31. Televisie: De verlegen reus
Jack Ruby schoot Lee Oswald neer terwijl hij dicht omringd was door bewakers die verlamd werden door televisiecamera's. De boeiende en meeslepende macht van de televisie had nauwelijks behoefte aan dit extra bewijs van haar merkwaardige invloed op de menselijke waarneming. De moord op Kennedy deed mensen rechtstreeks de macht van de televisie voelen: enerzijds riep ze diepgaande betrokkenheid op en anderzijds had ze een effect van verlamming die even diep ging als de smart zelf. De meeste mensen verbaasden zich over de diepgaande betekenis die deze gebeurtenis aan hen communiceerde. Nog veel meer mensen verwonderden zich over de kalmte en koelte van de reactie van de massa. Dezelfde gebeurtenis verslagen (zonder televisie)  door pers en radio zou tot een totaal andere beleving hebben geleid. Het deksel van de nationale emotie zou van de pan gevlogen zijn. De opwinding zou veel groter zijn geweest en de diepgaande participatie in een gemeenschappelijk besef veel geringer.
  Zoals eerder is uitgelegd, was Kennedy een voortreffelijke tv-figuur. Hij had het medium met dezelfde doeltreffendheid gebruikt als Roosevelt de radio. Met tv ter beschikking vond Kennedy het een natuurlijke zaak de natie te betrekken in het ambt van president, bij hoe het werkte en hoe het er uitzag. Tv doet een greep naar de collectieve attributen van een ambt. In theorie zou de tv het presidentschap kunnen transformeren tot een monarchistische dynastie. Een louter gekozen presidentschap heeft eigenlijk niet die diepte van toewijding en commitment die het medium tv vergt. Zelfs tv-leraren schijnen door hun studentengehoor te worden begiftigd met een charismatisch of mystiek karakter dat verre de gevoelens te boven gaat die in klas of collegezaal ontstaan. Bij het onderzoek van kijkreacties op tv-onderwijs stuit men steeds op dit raadselachtige feit. De kijkers hebben het gevoel dat de leraar een dimensie van een soort heiligheid heeft. Dit gevoel schijnt niet gebaseerd te zijn op begrippen of denkbeelden, het doet zich ongenood en onverklaard voor. Zowel de studenten als de onderzoekers van hun reacties staan hier voor een raadsel. Het is moeilijk ons een verhelderender aanwijzing over het karakter van tv in te denken. Het si niet zozeer een visueel als wel een tastbaar-auditief medium dat al onze zintuigen meesleept in een diep samenspel. Voor mensen die lang hebben blootgestaan aan de louter visuele beleving van de typografische en fotografische soort moet het wel de synesthesie, dat wil zeggen de tactiele diepte van tv zij die hen losmaakt uit hun gebruikelijke attitudes van passiviteit en onthechtheid.
  De banale en rituele opmerking van de conventioneel geletterden dat de tv beleving biedt aan passieve kijkers mist elke grond. Tv is bovenal een medium dat een creatief, participerend antwoord eist. De bewakers die Lee Oswald niet beschermden, waren verre van passief. Ze werden dusdanig opgeslokt door alleen al het zien van tv-camera's dat zij alle besef van hun louter praktische en specialistische taak verloren. (pagina 488-489)

Terug naar Overzicht alle titels

Ad Verbrugge 4

Schaduwen van de vrijheid
Ten Have 2024, 240 pagina's € 20,90

Verschijnt december 2024

Wikipedia: Ad Verbrugge (1967)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
In zijn langverwachte nieuwe boek ‘Schaduwen van vrijheid’ beantwoordt Ad Verbrugge een van de belangrijkste vragen van deze tijd: wat is de betekenis van vrijheid in onze samenleving?

In een wereld waarin iedereen kan doen wat hij wil, ontbreekt een samenhangend verhaal. We zijn daardoor meer dan ooit afhankelijk van allerlei nieuwe priesters die onze dolende zielen een thuis bieden. Of het nu de wetenschappers zijn tijdens de coronacrisis of valse profeten van geradicaliseerde religies: Verbrugge betoogt dat we als samenleving eerst naar onszelf moeten kijken.

‘De verschillende crises waar we dezer dagen mee te kampen hebben, komen voort uit wat de moderne mens uit het oog is verloren: de Verlichting zelf bracht ons ongemerkt in de greep van schaduwen die schuilgaan in de schijn van haar vrijheid.’

Fragment uit

Lees ookTijd van onbehagen : filosofische essays over een cultuur op drift (uit 2004), Staat van verwarring : het offer van liefde (uit 2013), De gezagscrisis : filosofisch essay over wankele wereld (uit 2023)  én Het goede leven en de vrije markt : een cultuurfilosofische analyse (uit 2018) met Jelle van Baardewijk & Govert Buijs.

Terug naar Overzicht alle titels

Richard Sennett 2

De performer : een visie op kunst, leven en politiek vanaf het podium van de maatschappij
Meulenhoff 2024, 287 pagina's € 24,99

Oorspronkelijke titel: The performer : art, life, politics (2024)

Wkikipedia: Richard Sennett (1943)

Korte beschrijving
Een diepgaande filosofische en cultuursociologische bespiegeling op podiumkunsten en het theater. De auteur onderzoekt de rol van podiumkunsten in het dagelijks leven en hun invloed op sociale veranderingen. Hij behandelt onder andere toneelspelen en dans. Met voorbeelden zoals aidspatiënten die Shakespeare opvoeren en priesters die sacramenten uitvoeren, verkent hij de relatie tussen artiest en publiek. In zes delen bespreekt hij onder andere de 'gevaarlijke kracht' van geacteerde expressie, de rol van de toeschouwer (die tegenwoordig een ‘achterlijke’ rol zou spelen) en hoe optredens de politiek en het dagelijks leven kunnen verheffen. Analytisch en helder geschreven, met persoonlijke passages. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep.  Richard Sennett (Chicago, 1943) is o.a. schrijver, socioloog en muzikant. Zijn werk won verschillende literaire prijzen, waaronder de Hegel Prize en de Prix Européen de l'Essai Charles Veillon.  ‘De performer' is deel één van een beoogd drieluik over menselijke expressie.

Tekst op website uitgever
Het nieuwe boek van veelgeprezen socioloog Richard Sennett is een prachtige filosofische reflectie op de rol van podiumkunsten in ons dagelijks leven

The Performer, waarin drie vragen centraal staan: wat is (toneel)spelen, wat is een theater en wie of wat is de performer?’ **** NRC - Arnon Grunberg

Richard Sennett was in de jaren zestig een jonge cellist in New York. Sindsdien houdt hij zich bezig met vragen als: hoe kunnen barrières tussen artiest en publiek worden doorbroken, waarom speelt originaliteit een essentiële rol in kunst maar niet in alledaagse rituelen, en wat is de relatie tussen kunst, het dagelijks leven en politieke kwesties?

Hij illustreert zijn reflectie op deze vragen met uiteenlopende voorbeelden, waaronder aidspatiënten die het stuk As You Like It van Shakespeare opvoeren in een ziekenhuis en priesters die sacramenten uitvoeren. Hij bespreekt het theatrale aspect van rituelen, de troost die kunst kan bieden, en onderzoekt hij de relatie tussen artiest en publiek. Sennett belicht tevens de invloed van podiumkunsten op politieke en sociale verandering, door middel van thema’s als maskers, kostuums en theater als vorm van maatschappijkritiek.

De performer is het eerste deel in een drieluik met diepgaande filosofische overpeinzingen over de fundamenten van menselijke expressie: performen, vertellen en verbeelden.

Fragment uit8. De kunst van het charisma - Dominantie acteren
De erfenis

Samenvattend zijn er drie elementen van de Renaissance aan ons overgeleverd. Ten eerste leken traditie en ritueel mensen niet langer een gevoel aan zichzelf te geven; ze moesten hun eigen levensverhaal creëren. Het was en blijft een moeilijke, zo niet onmogelijke taak
  Ten tweede gold de noodzaak om je brood te verdienen voor alle mensen, maar nam die een bijzondere vorm aan bij degenen die dat op het toneel deden. In de Oudheid had het beroep van acteur een geringe status en zelfs tijdens de Renaissance werd de professionele acteur, danser, zanger of instrumentalist maar al te vaak behandeld als een bediende wiens doel in het leven was om de elite te vermaken. Maar nu begonnen artiesten zich daartegen te verweren; ze wilden met waardigheid behandeld worden, juist omdat ze artiesten waren. Er was echter een ingewikkeld probleem met de uitvoerende kunsten. De acteur deed zich voor als een ander, de musicus speelde partituren die hij niet zelf had gemaakt en deze partituren werden steeds gedetailleerder, de danser volgde aanwijzingen van een choreograaf op en ook deze werden complexer. Hoe zou je jezelf kunnen vormen als je kunst uitvoert die niet van jezelf is? De acteur en de musicus dienden een nieuwe meester: de maker.
  Tot slot droegen veranderingen op het gebied van uiterlijk bij aan dit persoonlijke dilemma. In de straten van Londen werd daar niet aan gehecht, zoals bleek uit de kleding die bepaalde jonge mensen droegen, maar na verloop van tijd hielden ze toch vast aan deze kostuums waarmee ze zichzelf definieerden. De kloof tussen lijken en zijn werd groter op het professionele toneel. In het Venetië van de Renaissance vertelde de pest van de Joodse arts een ernstig verhaal over hoe joden en christenen zich tot elkaar verhielden op het oment van de dood; het masker veranderde in een komisch rekwisiet, het symbolische gewicht ervan werd verlicht. Wat waren dan de verschijningen die echt uitdrukking gaven aan de 'ware jij'?  Welke zijn dat?
  Ondergeschiktheid aan makers en de waarde die wordt gehecht aan uiterlijkheden lijken misschien los te staan van het domein van de macht, zoals Macchiavelli ook had gedacht tijdens zijn ambtstermijn. Maar Lodewijk XIV vertelde met zijn dansen een tegengesteld verhaal. In het rijk van de macht doet uiterlijk er steeds meer toe, uiterlijkheden die zorgvuldig zijn bedacht, die kunstig zijn. De inhoud van de macht - beleid - doet er steeds minder toe in vergelijking met de charismatische persoonlijkheid. Dit is een erfenis uit de Renaissance die door de eeuwen heen alleen maar sterker is geworden.
  Nu zullen we onderzoeken hoe deze politieke erfenis wordt besteed. (pagina 167-169)

Terug naar Overzicht alle titels

Paul Bloom

Tegen empathie : een pleidooi voor rationele compassie

Ten Have 2024, 317 pagina's  € 24,99

Oorspronkelijke titel: Against Empathy: The Case for Rational Compassion (2016)

Wikipedia: Paul Bloom (1963)

Korte beschrijving
Een diepgaand betoog tegen empathie en vóór rationele compassie als morele leidraad. Hoogleraar Paul Bloom betoogt dat empathie geen degelijke basis voor moreel handelen is, maar een kortzichtige en irrationele emotie, die mensen vooral voelen voor anderen die op hen lijken. Hij stelt dat empathie op korte termijn werkt, maar op lange termijn schadelijke gevolgen heeft; denk hierbij aan racisme of chauvinisme. Bloom baseert zijn argumenten op uitgebreid wetenschappelijk onderzoek en pleit voor rationele compassie als basis voor humane en morele beslissingen. Intelligent en vaardig geschreven. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep. 

Paul Bloom (Montréal, 1963) is een bekende Canadese hoogleraar psychologie aan Yale. Hij schreef vele Engelstalige boeken. Dit is zijn eerste werk dat in het Nederlands werd vertaald.

Tekst op website uitgever
We denken vaak dat empathie de ultieme bron van goedheid is. Volgens Paul Bloom is niets verder van de waarheid. Overtuigend toont hij dat empathie een grillige en irrationele emotie is, die we vooral voelen voor mensen zoals wijzelf.

Gebaseerd op grondig wetenschappelijk onderzoek, houdt Bloom een pleidooi voor rationele compassie. Juist op basis daarvan kunnen we humane en morele beslissingen nemen. Tegen empathie werd bij verschijning in 2016 direct een moderne klassieker in de psychologie.

Fragment uit hoofdstuk 6. Tijd van de rede
Aristoteles omschreef de mens als een rationeel dier, maar hij had nog nooit van de
Third Pounder gehoord.
  In de jaren tachtig bedacht restaurantketen A&W een burger die kon concurreren met de populaire Quarter Pounder van McDonald's. Zo kwamen ze met de Third Pounder, die meer rundvlees bevatte, goedkoper was én beter presteerde in blinde smaaktesten. Het werd een mislukking. Uit focusgroepen bleek dat de naam het probleem was. Klanten hadden het idee dat het bedrijf er re veel voor rekende. Ze gingen ervan uit dat een derde pond rundvlees minder was dan een kwart pond rundvlees, aangezien de 3 in 1/3 een lager getal is dan de 4 in 1/4.
  In sommige opzichten sluit dit verhaal over rekenkundig gestuntel goed aan bij het thema van dit boek tot nu toe. Ik heb betoogd dat we onze oordelen en ons gedrag al te gemakkelijk laten sturen door onze buikgevoelens en emotionele reacties. Dat is misschien niet echt een rekenkundige fout, maar niettemin een vergissing die tot onnodig lijden leidt. Wij gedragen ons vaak als irrationale dieren.
  Tegelijkertijd veronderstelt mijn betoog tegen empathie ook rationaliteit. Beweren dat 'dit soort oordelen gebrekkig zijn', daar zelf van overtuigd zijn en van jou verwachten dat je het gelooft, veronderstelt een psychologisch  vermogen dat niet aan dezelfde gebreken onderhevig is. Het argument is dus dat we weliswaar worden beïnvloed door buikgevoelens zoals empathie, maar daar geen slaaf van zijn. Dat kan beter, bijvoorbeeld door te vertrouwen op een kosten-batenanalyse bij de beslissing om een oorlog te beginnen, of door te erkennen dat het leven van een vreemde net zo belangrijk is als het leven van ons eigen kind, ook al houden we van ons kind en koesteren we gene speciale gevoelens tegenover mensen die we niet kennen. 
  Het idee dat de menselijke natuur twee tegengestelde kanten heeft - emotie versus rede, instinctieve gevoelens versus zorgvuldige en rationele overweging - is misschien wel de oudste en meest veerkrachtige psychologische theorie van allemaal. We vinden haar al bij Plato, en ze vormt tegenwoordig de essentie van wat handboeken ons vertellen over cognitieve processen. Die gaan uit van een dichotomie tussen 'hete' en 'koude' mentale processen, tussen een intuïtief 'Systeem 1' en een deliberatief 'Systeem 2'. Dit contrast wordt mooi weergegeven in de titel van Daniel Kahnemans bestseller, Thinking, Fast and Slow - Snel en langzaam denken.
  Toch zijn er velen die mensen dat het delibertatieve deel - 'koude cognitie', Systeem 2 - grotendeels machtellos is. Pleiten voor de centrale rol van weloverwogen redeneren wordt gezien als filosofisch naïef, psychologisch, ongekunsteld en zelfs politiek verdacht.
  Ik schreef onlangs een kort artikel voor The New York Times waarin ik een samenvatting gaf van verschillende onderzoeken naar de vraag hoe moeilijk het is om te begrijpen wat er in de hoofden van andere mensen omgaat. Ik betoogde in dat artikel dat we slecht zijn in wat soms 'cognitieve empathie' wordt genoemd. Ik had gedacht dat veel mensen het niet met me eens zouden zijn, en dat was ook zo, maar wat me verraste was de reactie op de slotzin van mijn artikel, die luidde: 'Onze inspanningen moeten in plaats daarvan gericht zijn op het ontwikkelen van het vermogen om een stap terug te doen en een objectieve en eerlijke moraal te ontwikkelen.'
  Ik vond dit een redelijk en eigenlijk behoorlijk saai slot, maar veel commentatoren vielen me erop aan. Ze vroegen zich - vaak met enige minachtig - af wat deze objectieve en eerlijke moraal dan wel zou moeten zijn. Bestond er wel zoiets? En als dat zo was, waarom zou daarop vertrouwen dan een goede zaak zijn? In dezelfde geest schreef een hoogleraar sociologie mij ooit. Hij vertelde mij vriendelijk dat mijn nadruk op de rede een tamelijk westers, wit en mannelijk perspectief was. Hij gebruikte die woorden niet, maar de essentie van zijn beleefde brief was dat ik me meer bewust zou moeten zijn van mijn privileges.
  Dit soort reacties verbijsteren me. Er is veel serieuze discussie over het soort moraal dat we zouden moeten hebben - moraalfilosofie is een moeilijke zaak - maar het pleidooi voor een objectieve en eerlijke moraal lijkt me evident. Zouden we de voorkeur moeten geven aan een subjectieve en oneerlijke moraal? (pagina 239-241)

Terug naar Overzicht alle titels

Élisabth Badinter

De mythe van het moederschap : een historische kijk op het moederinstinct
Athenaeum, Polak & Van Gennep 2023, 374 pagina's  € 24,99
Herdruk die verschijnt in de Paradigma reeks

Oorspronkelijke titel: L'amour en plus : histoire de l'amour maternel (XVIIe - XXe siècle) (1980)

Wikipedia: Élisabeth Badinter (1944-)

Korte beschrijving
Een boek over de geschiedenis van het moederschap. Het onderzoekt of moederliefde een instinct is dat voortkomt uit een 'vrouwelijke natuur' of voornamelijk een sociaal gedrag is dat varieert afhankelijk van het individu, de tijd en de gebruiken. De auteur observeert de evolutie van moederlijk gedrag gedurende vier eeuwen en concludeert dat moederliefde onvoorspelbaar is – het ontstaat, of niet – wat bij publicatie hevige reacties uitlokte. Scherpzinnig en met diepgang geschreven. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep. Elisabeth Badinter (Boulogne-Billancourt, 1944) is schrijver, historicus, biograaf en academisch docent. Ze schreef meerdere boeken. Haar werk wordt in meer dan twintig landen uitgegeven. 'De mythe van het moederschap' werd oorspronkelijk gepubliceerd in 1980. Het boek maakt deel uit van de 'Paradigma reeks'.

Tekst op website uitgever
Is moederliefde een instinct dat voortkomt uit een ‘vrouwelijke natuur’ of is het grotendeels een kwestie van sociaal gedrag, dat varieert al naargelang het individu, de tijd en de gebruiken? Dat is de inzet van het historische onderzoek dat Élisabeth Badinter in de jaren tachtig publiceerde: ze observeert de evolutie van het moederlijk gedrag gedurende vier eeuwen en stelt vast dat toewijding aan het kind ontstaat – of niet. Tederheid bestaat – of niet. De onthulling dat hét moederinstinct niet bestaat, maar moederliefde onvoorspelbaar is, lokte bij verschijnen hevige reacties uit: sommigen zagen het als een afwijking die het begrip natuur op onverantwoorde wijze ter discussie stelde; anderen vonden het een ware bevrijding, een kans op een beter begrip van het moederschap en een erkenning van de veelheid van vrouwelijke ervaringen.

Fragment uit 6. De erfenis van Rousseau
Ofwel Sophie, haar dochters en haar kleindochters

SOPHIE: DE VOLMAAKTE VROUW

Sophie is de echtgenote van Emile en wordt al snel de moeder van zijn kinderen. Nauwkeuriger gezegd: Sophie is in de verbeelding van Rousseau de ideale vrouw en levensgezel van de man zoals de schrijver hem het liefst zag. Alvorens het portret van Sophie te schilderen, geeft Rousseau een omschrijving van de 'vrouwelijke natuur' en onderwerpt hij de voorwaarden voor de juiste opvoeding van meisjes aan een andere beschouwing. Jammer genoeg is Rousseau, die eerder toch bij het karakteriseren van de 'mannelijke natuur' van een onbevooroordeelde blik en een ongekende verbeeldingskracht blijk gaf (in zijn verhandeling over de oorsprong van de gelijkheid, het zogenaamde Deuxième discours), zijn beloften niet nagekomen. In de veronderstelling dat hij met Sophie het beeld van de 'vrouwelijke natuur' schetste, gaf hij slecht een scherp aangezet portret van de vrouw uit de bourgeoisie van die dagen.

De volgorde van het scheppingsverhaal en de bestaande vooroordelen eerbiedigend laat Rousseau de vrouw pas 'verschijnen' als hij vorm heeft gegeven aan de man, Emile, en als deze een levensgezel nodig heeft. Uit de uitvoerige beschrijving van de mans als een actief, sterk, moedig en intelligent schepsel leidt Rousseau, die het geslachtelijke verschil slechts als 'complementair' opvatte, de stelling af dat de vrouw van nature zwak en passief is. Maar in strijd met alle methodologische voorzichtigheid spreekt hij niet over een stelling, maar over een 'gevestigd principe'. Dat is de eerste fout die hij maakt. Wanneer hij op grond van dit principe concludeert dat 'de vrouw speciaal geschapen is om de man te behagen', begaat hij een tweede, even onherstelbare fout, waaruit alle overige volgen.

Als 'complement' van de man is de vrouw een volkomen relatief wezen. Zij is wat de man niet is, om met hem en onder zijn leiding de volledige mensheid te vormen. Emile is sterk en heerszuchtig, dus is Sophie zwak, schuchter en volgzaam. Emile heeft een abstracte intelligentie, Sophie dus een praktische; Emile kan gene onrecht verdragen, Sophie moet het dus verdragen, enzovoort. Aangezien Emile van alles het beste krijgt, moet Sophie genoegen nemen met het meest bescheiden deel. Zoals Elizabeth de Fontenay het zo mooi formuleert, is hier 'de vrouwelijkheid onvindbaar [...] alleen de man beschikt over het vermogen principes te ontdekken, en daarom poneert hij zichzelf als absoluut einddoel.' Daar zouden we nog aan toe kunnen voegen dat hij ook het absolute einddoel van de vrouw is. De vrouwelijke natuur is in feite door en voor de man 'vervreemd'.  Haar wezen, haar betekenis en haar functie bestaan uitsluitend in betrekking tot de man. De vrouw bestaat niet voor zichzelf, maar 'om de man te behagen [...] om aan hem onderworpen te zijn [...] om bij hem in de smaak te vallen [...], om voor hem te buigen en zelfs zijn onrecht te dulden'. Spoedig zal deze vrouw dan een moeder zijn die volledig bereid is door en voor haar kind te leven. (pagina 219-220)

Terug naar Overzicht alle titels 

Stijn Bruers

Goed bedoeld : 30 valkuilen voor de wereldverbeteraar
Houtekiet 2023, 328 pagina's €22,99

Korte bio van Stijn Bruers (1981)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Je wil de wereld verbeteren, maar dan liefst met wetenschappelijk juiste technieken? Effectief altruïst Stijn Bruers helpt je op de goede weg.

Altijd het licht doven als je de kamer verlaat. Het is vast goed bedoeld, maar wat maakt het uiteindelijk uit in het grotere plaatje van de wereldwijde energievoorziening? Activisten, feministen, antiracisten en socialisten hebben het hart op de juiste plaats, maar bereiken lang niet altijd het doel dat ze voor ogen hadden. Sterker nog: met de beste bedoelingen is al veel kwaad aangericht. Goed bedoeld bevat dertig voorbeelden van irrationele dogma’s die hun doel voorbijschieten. Het boek zal confronterend zijn en soms controversieel, maar is verplicht leesvoer voor wie écht iets wil bereiken als politicus, activist, sociaal geëngageerde burger of bewuste consument. Vind je een gezond milieu belangrijk of kom je op voor dierenrechten? Koop je soms lokale biovoeding of fair trade? Vermijd je producten met palmolie of kleding die gemaakt is in sweatshops? Wil je minder criminaliteit of minder CO2-uitstoot? Vind je veiligheid, rechtvaardigheid of gezondheid belangrijk?  Kortom, wil je van deze wereld effectief een betere plaats maken? Lees dan dit boek.

Fragment uit|

Baptiste Morizot 2

Manieren van levend zijn
Octave 2025, 311 pagina's   €27,50

Oorspronkelijke titel: Manières d'être vivant : enquêtes sur la vie à travers nous (2020)

Wikipedia: Baptiste Morizot (1983)

Korte beschrijving
Een filosofisch boek met zes novelles die de relatie tussen mensen en andere levende wezens onderzoeken. De verhalen zijn doorspekt met wetenschappelijke en filosofische bespiegelingen. Ze variëren van het volgen van wolvensporen in een verlaten Frans skigebied tot een analyse van het dierlijke in de mens, geïnspireerd door Spinoza's Ethica. Het centrale thema is hoe onze perceptie en begrip van andere levensvormen hebben bijgedragen aan de ecologische crisis. Morizot benadrukt het belang van veldonderzoek en ontmoetingen met andere soorten om filosofische inzichten te verkrijgen. Hij onderzoekt de onderlinge afhankelijkheid tussen soorten en vermijdt het idee van dieren als inferieur of superieur. Zeer intellectueel en met diepgang geschreven. Uitsluitend geschikt voor een geoefende lezersgroep. 

Baptiste Morizot (1983) is een Franse filosoof. Hij is verbonden aan de universiteit van Aix-Marseille. In zijn onderzoek en publicaties staat de relatie tussen de mens en andere levende wezens centraal. Dit is het zesde deel van de serie 'Wisselwerkingen'.

Tekst op website uitgever
De ruim tien miljoen soorten die met de mens op aarde leven, worden vaak gezien als anders dan de mens, als 'natuur' die zich buiten ons bevindt, als een decor of een grondstof. Eén soort wordt tegenover tien miljoen andere soorten geplaatst. Die houding heeft geleid tot een ecologische crisis. Een aspect van die crisis dat onderbelicht blijft, is volgens Baptiste Morizot ons gebrek aan gevoeligheid: de verarming van ons vermogen om andere levende wezens echt te zien, echt te begrijpen. Dit gebrek aan gevoeligheid heeft er ook toe geleid dat we geen vocabulaire hebben ontwikkeld om onze verwevenheid met de andere soorten in uit te drukken. Morizot pleit onder meer voor het begrip 'het levende' in plaats van 'natuur', en voor een nieuw vorm van kosmopolitisme: cosmopolitesse, een uiterst hoffelijke omgang met het levende. Het boek bevat zes teksten, die uiteenlopen van een verslag van wolvensporen volgen in verlaten skigebieden in de Vercors tot de introductie van nieuwe filosofische begrippen. Morizot laat de wereld zien door de ogen van andere levende wezens, want er is een omslag in het denken nodig, een nieuw begrip van onze relatie met tien miljoen andere manieren van levend zijn.

Fragment uit (de) Epiloog - Afgestemde blijken van respect
We leven in een tijd van systemische ecologische crisis waarin onze relaties met dieren, planten en omgevingen op het spel staan. Deze relaties moeten opnieuw worden uitgevonden. Daarbij kunnen w eons laten inspireren door animistische tradities, aangezien daarin de relatie smet levenden die anders zijn dan wij, rijker zijn dan die van ons. Ik betwijfel echter een blind omarmen van de volledige kosmologie van inheemse Amerikaanse volkeren, een soort massabekering, een adequate oplossing is voor de situatie waarin we ons bevinden.
  Door welke specifieke aspecten van het animisme kunnen we ons dan laten inspireren, wij die de erfgenamen zijn van de naturalistische moderniteit (de kosmologie die de 'Natuur' tegenover de mens stelt)? Naar mijn idee hebben de relaties die animisten onderhouden met dieren, planten en rivieren een dusdanige vorm dat ze het mogelijk maken om in contact te treden met niet-mensen teneinde een duurzaam 'verkeer' (commerce) met hen tot stand te brengen. In de oude betekenis van dit Franse woord, namelijk een zo vredig en wederzijds zo gunstig mogelijke onderhandeling, in een kosmopolitische en contingente context waar onenigheid en conflict altijd op de loer liggen. Een gemene deler van de animistische relaties met andere levenden - als we bijvoorbeeld kijken naar het door Descola beschreven animisme in de 'politieke' relaties van de Achuar met de wolapen waarop ze jagen en de mais die ze planten - is dat ze een interactie mogelijk maken, onderhandelingen over een modus vivendi die uitgaan van vormen van wederkerigheid en niet van gelijkheid, want gelijkheid is feitelijk en rechtens onmogelijk (welke gelijkheid kan er zijn tussen jou en elk van de miljoenen bacteriën die je spijsverteringsstelsel bevolken?). In animistische culturen is de constante van deze relaties, het kenmerkende ervan, geen abstract egalitarisme, maar het feit dat ze altijd respect vereisen, zelfs bij het jagen op een aap om die te doden en op te eten, zelfs voor een zogenaamd 'schadelijk' dier, of voor een frambozenstruik of een ongerepte bosschage die we niet gebruiken. Dat is wat we hebben verloren en ontkend met het meer recente moderne dualisme. (pagina 275-276)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Lees ook: Het levende laten opvlammen : een collectief front (uit 2022)