donderdag 28 april 2022

Eva Rovers 3

Nu is het aan ons : een oproep tot echte democratie
De Correspondent 2022, 184 pagina's -  € 15,--

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Wikipedia: Eva Rovers (1978)

Korte beschrijving
In dit uitgebreide pamflet bepleit de auteur de inzet en betrokkenheid van burgers bij ons klimaatbeleid. Zij acht burgers cruciaal voor het komen tot betere oplossingen. Zij gaat achtereenvolgens in op de klimaatnoodzaak, de democratische noodzaak en de inzet van burgerberaden als noodzakelijke vernieuwing. Daartoe brengt zij voorbeelden en lessen uit andere landen in beeld. Zij ziet burgerberaden niet als vervanging van volksvertegenwoordigende organen (Tweede Kamer, gemeenteraad) maar als aanvulling. Het pleidooi komt overtuigend over maar de spanning tussen de representatieve en de participatieve democratie wordt niet opgelost. Ook niet dat recente experimenten, zoals een G1000-beraad, na vol enthousiasme toch weer een stille dood zijn gestorven. De auteur eindigt met tien goede tips voor de aanpak: doe het goed of doe het niet. Een uitgebreide bronnenlijst is opgenomen.

Tekst op website uitgever
Politiek moet je niet te veel aan politici overlaten. Daar zijn onze problemen namelijk te complex voor. Vooral een veelkoppig monster als klimaatverandering vraagt om een veelkoppige aanpak.

In dit vlammende betoog laat Eva Rovers zien dat burgers cruciaal zijn voor het oplossen van de grootste uitdagingen van deze tijd.

Fragment uit hoofdstuk 1. De klimaatnoodzaak
Hoop en wanhoop wisselen elkaar af in de ogen van de astronaut. 'We hebben een ander ruimteschip nodig, want ...', hij probeert adem te halen, '... het ruimteschip dat wij nu hebben gaat eraan.'

De astronaut heeft geen helm op, geen ruimtepak aan. Hij zweeft niet. Hij ligt. Niet in een ruimteschip, maar in een ziekenhuisbed. het is 17 mei 2014 en Wubbo Ockels, de eerste Nederlander die door de ruimte reisde, begint aan zijn laatste reis. De volgende dag zal hij overlijden aan nierkanker.

Niet dat Ockels ook maar iets van zijn strijdlust heeft verloren. Hoewel hij nauwelijks nog kan ademhalen, heeft hij zijn zuurstofkapje van zijn mond gehaald om een videoboodschap in te spreken.

Mensen zijn zich niet bewust van het gevaar waarin ze leven, begint hij. 'Onze planeet heeft kanker. Ik heb ook kanker. En de meeste mensen met kanker gaan dood.' Hij lacht alsof hij iets doms heeft gezegd. 'Nou ja, iedereen gaat natuurlijk dood', corrigeert hij zichzelf, 'maar er zijn genoeg mensen om de mensheid te laten overleven op aarde. maar dan moeten we wel voor onze eigen planeet zorgen.'

Hij moet even op adem komen.
'Als je de instelling, de houding van een astronaut hebt, dan houd je de van de aarde zoals maar weinig mensen doen. En als je van iets houdt, dan wil je het niet verliezen.'

Zijn stem slaat over. 'Mijn vrouw wil mij niet verliezen. Ze wil alles doen om mij in leven te houden. Dat is de liefde en houding die mensen ten opzichte van de aarde zouden moeten hebben.'

Een kort moment schiet hij vol. Dan herpakt hij zich. Bijna boos: 'Nog niet de helft van onze daken heeft zonnepanelen. Nog niet de helft van de auto's rijdt elektrisch. En we hebben al helemaal geen industrie die een redelijke hoeveelheid materialen hergebruikt.' Aan de technologie ligt dat niet. 'Wat is er dan mis?' vraagt hij retorisch. 'wat er mis is, is de mindset.' Met alle kracht die hij nog in zich heeft, besluit hij zijn boodschap: 'Wij. Wij mensen, gemaakt van dezelfde moleculen als die verdomd krachtige ster die is ontploft. Wij, die ons ontwikkeld hebben uit miljarden jaren van leven. De mensheid is zo sterk dat we de aarde kunnen redden. Maar we kunnen haar ook vernietigen. Zelfs iets kleins verandert iets.'



Met zijn laatste energie wilde Wubbo Ockels mensen eraan herinneren hoe extreem uniek die blauwe planeet van ons is. Hoeveel geluk we hebben dat hier alles aanwezig is om ons in leven te houden. Water om te drinken, vruchtbare grond om voedsel te verbouwen, bossen en oceanen die koolstofdioxide omzetten in zuurstof zodat wij kunnen ademen, een atmosfeer die zorgt voor een temperatuur die het leven laat floreren.

Ockels hoopte dat zijn boodschap ons allemaal de 'mindset' van een astronaut zou geven. Een mindset die ons dankbaar zou stemmen, omdat we zouden beseffen dat het leven op aarde een lot is uit de intergalactische loterij. Een mindset die ons eraan herinnert hoe afhankelijk we zijn van onze planeet, die ons voor de aarde zou laten zorgen zoals astronauten voor hun ruimteschip: gezamenlijk, omdat we weten dat hun leven ervan afhangt.

Astronaut of spacehip Earth stond op het T-shirt dat Ockels droeg op die laatste dag. We zijn allemaal astronauten op ruimteschip aarde. Maar die mindset lijkt te ontbreken bij de bestuurders van dat ruimteschip. (pagina 21-23)

Artikel dat hierop aansluit: Wubbo - We zijn allemaal astronauten (mei 2014)

Lees ook: Ik kom in opstand, dus wij zijn : Nieuw Licht op verzet (uit 2017) en Practivisme : een handboek voor heimelijke rebellen (uit 2018).

(2018)van Eva Rovers.

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 25 april 2022

Hanneke van Veghel

Dieet voor een betere planeet
Carrera Culinair 2020, 379 pagina's  € 22,90

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Twitter Hanneke van Veghel (1985)

Korte beschrijving
‘Dieet’ in de zin van ‘levenswijze’ gaat over het wereldvoedselvraagstuk en oplossingen voor uitgeputte landbouwgrond, dierenleed, modern kolonialisme en klimaatverandering. Ook biedt het praktische tips om zo duurzaam mogelijk te eten. Met QR-codes kun je je eigen voedselafdruk berekenen. De auteur, wetenschapper in duurzame landbouw en voedselzekerheid, slaat een brug tussen wetenschap en consument. Zij weet haar fascinatie voor het wereldvoedselvraagstuk en de impact die consumenten kunnen maken inzichtelijk over te brengen. Er sterven meer mensen aan overgewicht dan aan honger. Welvaartsziekten staan aan de top van doodsoorzaken. Overtuigend en inspirerend vertelt ze het verhaal achter de supermarktschappen. Het boek stemt tot nadenken om te consuminderen en minder te verspillen. Er zijn verhelderende infographics; verwijzingen; en bronnen. Geschikt voor consumenten, boeren, politici en bedrijven. Eigentijds en inzichtelijk boek over de keuzes die consumenten kunnen maken. Onderbouwd, persoonlijk en praktisch.

Tekst op website uitgever
In Dieet voor een betere planeet leert activist, voedselblogger en landbouwdeskundige Hanneke van Veghel je aan de hand van praktische tips, slimme oplossingen en concrete do's en dont's je keuzes te maken die wel degelijk het verschil maken - of je nu in de Albert Heijn, de biologische supermarkt of op het erf bij een biodynamische boer staat.

Fragment uit (de) Inleiding
Hoe zijn we hier gekomen?

In een eeuw tijd, binnen enkele generaties, is ons voedsellandschap drastisch veranderd. Dankzij wetenschappers, beleidsmakers en innovatieve boeren heeft de moderne landbouw zich ontwikkeld tot het huidige niveau. Er is minder honger en armoede dan ooit tevoren en onze levensverwachting is flink omhooggegaan. Boeren werden agrarische ondernemers, supermarkten openden hun deuren, McDonald's groeide uit tot het succesvolste restaurant ter wereld en de helft van alle bossen op onze planeet moest plaatsmaken voor een groeiend landbouwareaal. Er kwam televisie, en daarna kleurentelevisie, die binnen een paar decennia vooral voedselreclames uitzond, af en toe onderbroken door een stukje televisieprogramma. Terwijl mijn oma Marietje in haar jonge jaren de aarde deelde met 2 miljard mensen, moet ik hem delen met bijna 8 miljard anderen. Naar verwachting zijn dat er 10 miljard in 2050. Terwijl mijn grootouders in schaarste leefden, leef ik in overvloed. Nooit eerder produceerde de mensheid zo veel voedsel als nu: in de afgelopen dertig jaar is de voedselproductie met meer dan 100 procent gestegen. We produceren dan ook genoeg om nú al 10 miljard mensen te voeden - mits we alles eerlijker zouden verdelen.

Maar al deze ontwikkelingen komen met een hoge prijs. Achter onze dagelijkse kost gaat een wereld schuil van uitgeputte landbouwgrond, uitbuiting, dierenleed, modern kolonialisme en bovendien is het een grote bron van klimaatverandering. Voedsel kan bovendien een weg naar een lang en gezond leven zijn óf naar chronische ziekten en een vroegtijdige dood. De urgentie van fundamentele veranderingen lijkt groter dan ooit. (pagina 9)

Fragment uit Deel 1: Vlees, vis, zuivel en andere dierlijke producten
Verborgen leed achter de deuren van het slachthuid

'Als slachthuizen glazen muren hadden, zou iedereen vegetariër zijn' is een bekend citaat van Paul McCartney. Het is niet voor niets dat slachthuizen volledig aan ons zicht zijn onttrokken. Slachten is onmenselijk werk; onderzoeken laten dan ook zien dat slachters regelmatig last hebben van posttraumatische stress. Dieren arriveren in vrachtauto's, en zijn dan soms al 24 of 48 uur onderweg zonder eten, drinken of rust. Eenmaal gearriveerd worden de nog levende dieren uit de vrachtwagens gejaagd en binnen enkele uren komen hun lichamen er aan de andere kant van de fabriek weer uit. En terwijl de laatste restjes vlees van hun beenderen voor frikandellen worden gebruikt, zijn hun poten en snuiten onderweg naar China. In Nederland slachten we duizend dieren per minuut, en dat gebeurt zeker niet altijd volgens de regels.

Toen het vee ooit veel dichter bij ons leefde, was dat bepaald geen pretje. Niet alleen konden kuddes opgefokt vee voor dodelijke slachtoffers zorgen door mensen omver te lopen, ook de geur van mest, schreeuwende dieren en het bloedbad rond de kleinschalige slachter in de stad zorgeden voor gruwelijke taferelen en een groeiende weerzin tegen het doden van dieren. Zo kon je tot ver in de vorige eeuw in de grote steden niet rondlopen zonder in de steegjes tegen het karkas van een zojuist geslacht kalf of schaap te botsen. De groeiende afkeer uitte zich niet in het minderen of stoppen met de slacht, maar in het dusdanig inrichten van onze leefomgeving dat de minder smakelijke aspecten ervan volledig aan ons zicht worden onttrokken. Er werden speciale industriële terreinen ver buiten ons zicht ingericht om dienst te doen als grootschalige slachthuizen.

Gelijktijdig werd ook het vlees onherkenbaarder gemaakt. Waar dieren voorheen in hun geheel op het slagersblok lagen om te worden aangesneden, transformeerden slagers het vlees steeds vaker tot onherkenbare, voorgesneden stukken vlees. Vandaag de dag zien, ruiken en horen we de dieren die voor ons stukje vlees zorgen helemaal niet meer. In haar boek De hongerige stad schrijft de Britse auteur Carolyn Steel hierover: 'Er ontstond een nieuwe weerzin tegen het doden van dieren. Dit uitte zich echter niet, zoals je zou verwachten, in het geleidelijk opgeven van vlees eten, maar in een grotere inspanning om de bewijzen van de slachting te verbergen. Als een stel schuldbewuste moordenaard die het lijk proberen te verstoppen, onderdrukten mensen hun twijfels en begonnen ze de wereld zo in te richten dat de minder smakelijke aspecten ervan aan het zicht werden onttrokken. Toen ze zich gesteld zagen tegenover het ongemakkelijke feit dat hun geliefde eetpatroon zich niet liet verzoenen met hun overgevoeligheden, kozen ze voor ontkenning, en die aanpak hebben we sindsdien altijd gevolgd.' (pagina 51-53)

Lees vooral ook: Wat gaan we eten : Sitopia: hoe goed eten de wereld kan redden van Carolyn Steel (uit 2021) of klik hier voor andere titels.

Artikel: Boeken voor goede voorouders (september 2021) - met tientallen boekentips

Terug naar Overzicht alle titels

Miriam Rasch 3

Autonomie : een zelfhulpgids
Prometheus 2022, 126 pagina's € 17,--
Reeks Nieuw Licht

Wikipedia: Miriam Rasch (1979)

Korte beschrijving
Een boeiend boek over autonomie, filosofie en maatschappelijke veranderingen. Het boek geeft een bespiegeling over Kants oproep aan de mensheid om zichzelf te bevrijden uit de macht der gewoonte. De auteur stelt de vraag of autonoom handelen mogelijk is in een tijd waarin de techbedrijven en algoritmes veel bepalen in het dagelijks leven enhoe wenselijk autonomie daadwerkelijk is. Informatief, maar deels persoonlijk en met humor geschreven. Het boek zal vooral geoefende lezers aanspreken. Miriam Rasch (1950) is academisch docent, filosoof en essayist. Haar werk won meerdere literaire prijzen, zoals de Jan Hanlo Essayprijs en de Socrates-wisselbeker. Het boek maakt deel uit van de serie: 'Nieuw licht'.

Tekst op website uitgever
De grote filosoof van de Verlichting, Immanuel Kant, riep de mens op zich te bevrijden van de macht van de kerk en van de macht der gewoonte. De ware Verlichting is volgens hem ‘het uittreden van de mens uit de onmondigheid waaraan hij zelf schuldig is’.

Filosoof Miriam Rasch vraagt zich af hoe dit moet, autonoom zijn in een tijd waarin de techbedrijven beweren je beter te kennen dan je eigen moeder.

Ze zoekt een antwoord op de vraag of autonoom handelen nog mogelijk is, en waarom we dit zouden moeten willen. Want wat is er eigenlijk zo erg aan algoritmes die beter weten dan wijzelf wat goed voor ons is? En is autonomie niet een verkapte vorm van egoïsme?

Rasch zoekt scherp, open en geestig naar antwoorden op vragen die je niet durft te stellen omdat een ander dat vast beter kan. Met deze gids nodigt zij jou en zichzelf uit om na te denken over de vraag: ‘Wat is autonomie?’

Miriam Rasch is filosoof en essayist en verbonden aan de Willem de Kooning Academie. Haar essaybundel Zwemmen in de oceaan. Berichten uit een postdigitale wereld (2017) werd genomineerd voor de Socratesbeker 2018. In 2021 won ze die beker met haar boek Frictie. Ethiek in tijden van dataïsme.

Fragment uit 4. Autonome techniek vs. team human
In de toekomstdromen van de techoptimisten - waarvan trouwens vaak wordt gedaan alsof ze al werkelijkheid zijn geworden - ontworstelt het algoritme zich aan zijn eigen onmondigheid en aan zijn eigen gevangenbewaarder, de mens. Dan zal die laatste, zoals eerder kerk en staat, de macht over het denken zijn verloren. Hij is nog slechts een oude god, die dood is. Een machine.
  Misschien is het al zover. Wie trekt zich wat aan van mijn ezelachtige koppigheid, van mijn woordkunsten? Andere mensen weinig en de techniek al helemaal niets. Die gaat er gewoon met de buit vandoor.
  Algoritmes zouden het maar een klein beetje beter hoeven te doen dan de mens om hem op zijn knieën te dwingen. Maar is dat niet nog te rooskleurig gedacht? Welbeschouwd hoeven ze het niet eens beter te doen. We dragen maar al te graag de last van de verantwoordelijkheid over aan iets of iemand die beweert het beste met ons oor te hebben.
  De techniek wordt capabeler geacht dan wij, zelfs als het gaat om het menselijke bij uitstek: autonoom handelen. Zegt dat niet genoeg? Geef het toch op, die anachronistische lulkoek van team human.

Paradox
Dat wat eerst de essentie van menselijkheid was, is nu de essentie van de techniek.

De ene autonomie is de andere niet. Wat bij de mens geldt als het bewijs dat hij niet autonoom kan zijn, is in het geval van techniek vaak een argument vóór. Zoals voorspelbaarheid, die van een mens een willoos wezen maakt in een onverschillig universum, en die in het geval van techniek juist een reden is om haar autonomie toe te bedelen. Als de auto of de drone tot in de puntjes geprogrammeerd en geautomatiseerd is, en dus volledig te vertrouwen, is hij autonoom te noemen (dit is autonomie als automatisme, naar Sven Lütticken).
  Ondoorzichtigheid - wat haast het tegenovergestelde lijkt van voorspelbaarheid - is een andere karakteristiek die wordt ingebracht als argument tegen de menselijke autonomie en voor die van de techniek. Lange tijd was het vanzelfsprekend om de mens een innerlijk leven toe te dichten dat zich aan uitleg en begrip onttrok, en waar autonome overwegingen en beslissingen zich wel moesten bevinden (want, waar anders?). Maar tegenwoordig gelden de ondoorgrondelijkheid van je innerlijk leven en de intransparantie van de processen en mechanismen die je bewegen eerder als bewijs dat je niet autonoom kúnt zijn.
  En ook hier geldt opnieuw het omgekeerde voor de techniek, in het bijzonder het algoritme: als niemand van buitenaf nog kan begrijpen hoe een systeem tot zijn beslissingen komt, wordt het autonoom genoemd. Dat is ook de reden waarom er onder de noemer 'explainable AI' wordt gewerkt aan wetten die moeten waarborgen dat algoritmes navolgbaar en uitlegbaar zijn (dus transparant) - wat begrepen kan worden als een manier om hun autonomie te beteugelen.
  Je kunt je natuurlijk afvragen waarom begrip of transparantie überhaupt van belang zouden zijn om al dan niet van autonomie te kunnen spreken. Kijk naar de kunsten, waarin autonomie niets zegt over de mate waarin een werk communiceert, integendeel. Een autonoom kunstwerk staat op zichzelf, het onttrekt zich in die zin aan het begrippenpaar transparantie en ondoorgrondelijkheid. (pagina 50-52)

Lees ook: Zwemmen in de oceaan : berichten uit een postdigitale wereld (uit 2017) en Frictie : ethiek in tijden van dataïsme (2020).

Startpagina Nieuw Licht

Terug naar Overzicht alle titels

zaterdag 16 april 2022

Ruud Hisgen & Adriaan van der Weel

De lezende mens : de betekenis van het boek voor ons bestaan
Atlas Contact 2022, 350 pagina's € 24,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Korte bio van Ruud Hisgen (19?) en Adriaan van der Weel (19?)

Korte beschrijving
Een boeiend boek waarin de betekenis van lezen voor welzijn en democratie wordt onderzocht. Het gaat in op de leescultuur van de mens, de boekcultuur, de invloed op het denken en de omslag van boekcultuur naar schermcultuur. Nuchter, feitelijk en diepgaand geschreven. Het boek zal vooral geoefende lezers aanspreken.

Tekst op website uitgever
Wat is lezen eigenlijk, en hoe gaat het in zijn werk? Wat betekent de opkomst van het scherm voor onze leesgewoonten? Hisgen en Van der Weel geven een krachtig pleidooi voor de toekomst van het lezen.

De lezende mens van Ruud Hisgen en Adriaan van der Weel is een zoektocht naar de onderliggende betekenis van het lezen voor ons welzijn en onze democratische maatschappij. Het boek beschrijft de relatief korte geschiedenis van kleitablet tot e-book en de ingrijpende veranderingen die het lezen bracht voor individu en samenleving. Zo gingen geletterdheid en de opkomst van de democratie in de negentiende eeuw hand in hand. Maar wat is lezen eigenlijk, en hoe werkt het? En wat doen de digitale schermen met onze leesgewoonten? Hisgen en Van der Weel zetten op heldere wijze de laatste inzichten van het leesonderzoek uiteen en houden een krachtig pleidooi voor hernieuwde aandacht voor de toekomst van het lezen.

Fragment uit (de) Inleiding
Als de eerste stelling van dit boek is dat we ons er onvoldoende rekenschap van geven hoe belangrijk lezen is voor ons denken, en daarmee voor ons eigen welzijn en dat van de samenleving, dan is de tweede stelling dat niet alleen het vermogen tot lezen zelf belangrijk is voor ons denken, maar ook de manier waarop we lezen. Hoe we lezen wordt in hoge mate bepaald door de technologie. Kleitablet, schriftrol, gedrukte pagina, beeldscherm: elke technologische ontwikkeling heeft een andere wijze van lezen en denken met zich meegebracht. De digitale technologie die ons leven steeds meer beheerst, heeft een ongunstige uitwerking op de kwaliteit van ons denken. De derde stelling is dat schrift en lezen goed illustreren hoe weinig greep we hebben op de manier waarop die technologische ontwikkelingen zich ontvouwen en de maatschappelijke gevolgen daarvan. Ondanks het feit dat we er zelf de uitvinders van zijn, is onze macht over de technologie een illusie. De macht van het individu is maar klein. De geschiedenis laat zien dat we nauwelijks invloed hebben op de loop van de geschiedenis.

In de lange ontwikkelingsgang van de culturele evolutie van de mens bevinden we ons nu opnieuw in een periode waarin we veel razendsnelle ontwikkelingen in de schrifttechnologie meemaken. De vraag is wat ons te wachten staat, nu het lezen van schermen steeds meer de plaats inneemt van het lezen van papier. Hoe verandert daardoor ons lezen en denken? In dit boek zijn we er zeker niet op uit om een sombere toekomst te voorspellen. Wel denken we dat de samenleving veel te onverschillig blijft onder de digitale veranderingen. Feit is dat de meeste mensen zich maar weinig tot niets bekommeren om wat grote digitale veranderingen voor ons leesgedrag betekenen.

Het 'nieuwe lezen' zal grote gevolgen hebben voor ons denken, onze identiteit, ons onderwijs en onze samenleving. De overheid, beleidsmakers in het onderwijs, docenten - iedereen zal zich rekenschap moeten geven van de betekenis van het ontstaan van een schermcultuur. met dat bewustzijn kunnen we de uitdagingen van de toekomst beter tegemoet treden. (pagina 16)

Fragment uit hoofdstuk 7. Lezen en laten lezen: een handreiking
In dit hoofdstuk geven de auteurs vijftien tips. Het zijn:
1. Ga eens grasduinen in een bibliotheek
2. Sluit je aan bij een lees- of boekenclub
3. Spijker een vreemde taal bij
4. Ga vertalen
5. Volg een schrijfcursus
6. Bestrijd je leesangst
7. Zoek hulp als je niet weet wat je wilt lezen (bijvoorbeeld tips op dit blog!)
8. Maak handig gebruik van je verslaving aan sociale media
9. Combineer het lezen met andere media
10. Voor docenten
11. Voor ouders
12. Tips om jezelf aan het lezen te krijgen
13. begin met een korte tekst: gedichten en songteksten
14. Verstevig met lezen je greep op het bestaan
15. Ga eropuit! (pagina 241-286)

Artikel: De ontlezing is ieders probleem (NRC, vrijdag 15 april 2022)

Terug naar Overzicht alle titels


Johann Hari

De aandacht verloren : waarom we ons niet meer kunnen concentreren
Nijgh & Van Ditmar 2022, 368 pagina's  € 24,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Oorspronkelijke titel: Stolen focus (2022)

Wikipedia: Johann Hari (1979)

Korte beschrijving
Een informatief boek over hoe mensen zich steeds minder kunnen concentreren. Johann Hari ontkracht de theorieën van vooraanstaande wetenschappers hierover en bepleit hoe we – als individuen én als maatschappij – onze focus terug kunnen krijgen, mits we ervoor willen vechten. Nuchter geschreven, met persoonlijke passages. Het boek zal in het onderwerp geïnteresseerde lezers aanspreken .Johann Hari (Glasgow, 1979) is schrijver en journalist. Zijn werk werd in meerdere landen uitgegeven.

Tekst op website uitgever
Ons concentratievermogen neemt af. In de VS kunnen tieners zich nog maar negentien seconden lang op een taak focussen, kantoormedewerkers drie minuten. Bestsellerauteur Johann Hari sprak vooraanstaande wetenschappers en experts en ontdekte dat alles wat we over dit onderwerp dachten te weten niet klopt. Hij vertelt hoe we – als individuen én als maatschappij – onze focus terug kunnen krijgen, mits we ervoor willen vechten. Alleen door de aandachtscrisis op te lossen, stelt Hari, kunnen we de focus vinden om een betere samenleving op te bouwen.

Over De aandacht verloren:
‘Hari schrijft als een droom. Hij is een verhalenverteller – maar ook een onvermoeibare onderzoeker […] Lees dit boek en red je geest.’ – Susan Cain

‘Johann Hari beschrijft op unieke wijze de grote gevaren van de informatietechnologie waar de mensheid mee wordt geconfronteerd en waarschuwt ons hoe we onszelf, onze kinderen en onze democratieën kunnen beschermen.’ – Hilary Clinton

‘Geweldig […] een prachtig doorwrochte en beargumenteerde verkenning van de teloorgang van het vermogen van de mens om te focussen, verteld met het tempo, enthousiasme en de energie van een heel erg goede thriller.’ – Stephen Fry

Fragment uit 2. Oorzaak twee: De verminking van onze flow-ervaringen
Op de eerste dag van mijn geestelijke vrije val liep ik over het strand en ik zag weer precies datgene waar ik me al sinds Memphis aan stoorde: bijna iedereen tuurde op een scherm. De mensen leken Provincetown alleen te gebruiken als achtergrond voor selfies en keken zelden op, naar de oceaan of naar elkaar. Deze keer had ik echter niet de neiging om 'jullie verspillen je leven, leg die verrekte telefoon weg!' te schreeuwen, maar: 'geef hier dat ding!'


  Telkens als ik een luisterboek of muziek aanzette op mijn iPod, moest ik ook mijn ruis-onderdrukkende koptelefoon inschakelen, en die zei dan: Searching for Johann's iPhone. Searching for Johann's iPhone. Bluetooth probeerde tevergeefs verbinding te maken, en dan zei het apparaat droevig: Er kan geen verbinding worden gemaakt. Dat was ook precies hoe het aanvoelde. De Franse filosofe Simone de Beauvoir zei dat ze het gevoel had dat de wereld stilviel toen ze atheïst werd. Toen mijn telefoon me werd afgenomen, voelde ik me alsof een groot deel van de wereld verdwenen was. Tegen het einde van mijn tweede week werd ik overmand door boze paniek om die afwezigheid. Ik wilde mijn telefoon. Ik wilde mijn e-mail. En wel onmiddellijk. Telkens als ik het strandhuis uit liep, klopte ik instinctief op mijn zak om te kijken of mijn telefoon er wel in zat, en elke keer voelde ik een steek door me heen gaan als ik besefte dat hij ontbrak.
Het was alsof ik een deel van mijn eigen lichaam kwijt was. Ik keek naar mijn stapels boeken en herinnerde me hoe ik in mijn tienertijd en nog lang daarna achteraan niets anders deed dan boeken lezen op mijn bed, in één ruk door. Maar tot op dat moment had ik in Princetown op een gehaaste, hyperactieve manier gelezen, ik scande Charles Dickens zoals je een blog zou scannen om er essentiële informatie uit te pikken. Mijn lezen was manisch en extraherend: oké, ik snap het, Pip is een weeskind: wat wil je nou eigenlijk zeggen? Ik zag wel hoe dom dat was, maar ik kon er niet mee ophouden. Ik wist in mijn geest niet te vertragen zoals de yoga mijn lichaam vertraagde.
  Ten einde raad pakte ik mijn belachelijke bejaardentelefoon en drukte op de enorme toetsen. Ik staarde er hulpeloos naar. Er kwam een beeld bij me op van een natuurfilm die ik als kind had gezien, over een pinguïn waarvan het kuiken was gestorven. Het dier bleef urenlang het kuikentje aan duwen met haar of zijn - snavel, in de hoop dat het weer tot leven zou komen. Maar hoe ik ook duwde en prikte, mijn lompe Jitterbug kon niet op het internet.
  Overal om me heen zag ik de redenen waarom ik mijn telefoon had weggelegd. Ik zat bijvoorbeeld gepocheerde eieren te eten in Café Heaven, een gezellig tentje aan de westelijke kant van Provincetown, met aan het tafeltje naast mij twee mannen van zo halverwege de twintig. Terwijl ik deed alsof ik David Copperfield las, luisterde ik schaamteloos hun gesprek af. Het was duidelijk dat ze elkaar via een app hadden leren kennen en dat dit de eerste keer was dat ze elkaar in levende lijve ontmoetten. Hun gesprek had iets vreemds en eerst kon ik niet goed aangeven wat het was. Toen realiseerde ik me dat ze eigenlijk helemaal geen gesprek voerden. Wat er gebeurde was dat de eerste, een blonde jongen, een minuut of tien over zichzelf praatte. Daarna praatte de tweede, met donker haar, ook tien minuten over zichzelf. En zo wisselden ze elkaar af, elkaar in de rede vallend. Ik heb er twee uur naast gezeten, en al die tijd heeft geen van beide de ander een vraag gesteld. Op zeker moment vertelde de donkere dat zijn broer een maand tevoren was overleden. De blonde bood niet eens een vluchtig 'gecondoleerd': hij praatte gewoon verder over zichzelf. Ik besefte dat ze ook hadden kunnen afspreken om simpelweg hun facebook-status-updates aan elkaar voor te lezen, dat zou gene enkel verschil hebben gemaakt. (pagina 57-59)

Artikel: 'We hebben nog maar een aandachtsspanne van drie minuten' (NRC, vrijdag 15 april 2022)

Terug naar Overzicht alle titels


zondag 10 april 2022

Yascha Mounk

Het grote experiment : waarom multiculturele samenlevingen uiteenvallen en hoe ze kunnen standhouden
Spectrum 2022, 384 pagina's  € 29,99

Wikipedia: Yascha Mounk (1982)

Korte beschrijving
Een politiek-filosofisch boek over de toekomst van de democratie. Binnen een democratie is iedereen voor de wet gelijk, maar in de praktijk zijn sommige democratieën zeer homogeen en houden andere een wrede etnische of religieuze machtsstructuur in stand, waarbij minderheden worden onderdrukt en uitgebuit. Aan de hand van historische inzichten biedt dit boek een kijk op de mogelijkheid tot een gelijkwaardigere toekomst waarin groepen elkaar gaan zien als vrienden in plaats van vijanden. Met diepgang geschreven. Voor lezers met sociale interesse in het onderwerp. Yascha Mounk (München, 1982) is (onder andere) schrijver, historicus, politicoloog en academisch docent. Hij schreef een klein aantal boeken. Zijn werk werd in meerdere landen uitgegeven.

Tekst op website uitgever
Binnen een democratie is iedereen voor de wet gelijk. Toch toont de praktijk ons vaak een heel ander beeld. Waar sommige democratieën zeer homogeen zijn, houden andere een wrede etnische of religieuze machtsstructuur in stand, waarbij minderheden worden onderdrukt en uitgebuit. Nog nooit slaagde een democratie er volledig in mensen van verschillende etnische of religieuze groepen gelijk te behandelen. En toch is het belangrijkste doel van democratische landen wereldwijd om zowel divers als gelijkwaardig te zijn. Hoe kunnen we, nu onze samenlevingen steeds multicultureler worden, de democratie laten gedijen?

Gerenommeerd politiek denker Yascha Mounk laat ons zien dat het verleden cruciale inzichten kan bieden om het in de toekomst beter te doen. Of groepen elkaar gaan zien als vrienden of vijanden, als vreemdelingen of landgenoten, is volgens Mounk aan onszelf. Het grote experiment geeft inzicht in een urgent probleem en biedt hoop op een betere toekomst voor de democratie.

Yascha Mounk is schrijver en hoogleraar Internationale betrekkingen aan Johns Hopkins University en is gespecialiseerd in de opkomst van het populisme en de liberaal-democratische crisis. Eerder verscheen van zijn hand het veelgeprezen The People vs. Democracy. Daarnaast maakt Mounk de populaire podcast The Good Fight over het bestrijden van autoritair populisme.

Fragment uit 10. Beleid dat helpt
Wederzijds respect

Over de hele wereld worstelen democratieën de afgelopen jaren met toenemende politieke polarisatie. Steeds meer mensen beschouwen politici en kiezers met andere opvattingen niet meer als tegenstanders, maar als vijanden of zelfs landverraders. Het respect dat veel kiezers ooit voor elkaar hadden verdwijnt in een schrikbarend tempo.

De meest directe oorzaak van dit nieuwe tijdperk van polarisatie is de opmars van populistische politici die hun politieke opponenten afdoen als corrupt of onrechtmatig. Daarnaast ligt de oorsprong van de polarisatie in veel landen in ene fundamentelere sociale een culturele tweedeling tussen stad en platteland, rijk en arm, hoogopgeleiden en de lageropgeleiden.

In het naoorlogse Amerika bestonden er belangrijk identiteitsbepalende eigenschappen die elkaar doorkruisten. Lutheranen wantrouwden misschien boeddhisten en Democraten de Republikeinen. Maar in lutheraanse kerken en boeddhistische tempels trof je zowel Democraten als Republikeinen. Vaak werden twee willekeurige Amerikanen van elkaar gescheiden door het ene identiteitsbepalende kenmerk, maar deelden ze een ander, voor hun identiteit al even belangrijk kenmerk.

Maar tegenwoordig overlappen de meest fundamentele maatschappelijke scheidslijnen elkaar in toenemende mate. Hedendaagse lutheranen stemmen doorgaans op de Republikeinen, en boeddhisten op de Democraten. De Amerikaanse bevolking valt meer en meer uiteen in twee wederzijds vijandige blokken of 'supergroepen'.  Worden twee Amerikanen van elkaar gescheiden door een identiteitsbepalend kenmerk, dan is de kans tegenwoordig juist heel groot dat een tweede, derde en vierde kenmerk het onderscheid alleen maar versterkt.

Deze stand van zaken is des te gevaarlijker vanwege de raciale polarisatie van de Amerikaanse politiek. Als het andere kamp wint, hebben veel keizers niet alleen het gevoel dat hun politieke voorkeuren en waarden onder druk staan; ze vrezen ook dat hun landgenoten met hun stem een gebrek aan respect of zelfs minachting voor hun etnische of raciale groep uitdrukten.

je kunt gemakkelijk allerlei soorten hervormingen of beleidsmaatregelen bedenken die deze gevaarlijke radicalisering van de Amerikaanse samenleving tegengaan. Politici hebben een grote, dringende verantwoordelijkheid om bevolkingsgroepen aan te spreken die niet in groten getale tot hun traditionele achterban behoren. Door middel van aanpassingen aan het kiesstelsel zouden politici daartoe concreet gestimuleerd kunnen worden. (pagina 272-273)

Klik hier voor een lijst titels waarin auteurs ingaan op het reilen en zeilen van de democratie

Terug naar Overzicht alle titels


zondag 3 april 2022

Ton Lemaire 3

Tegen de tijd : kanttekeningen bij onze wereld
Ambo Anthos 2022, 251 pagina's  € 22,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Wikipedia: Ton Lemaire (1941)

Korte beschrijving
Een boeiend boek over politieke filosofie en de maatschappij. Het boek bevat veertig maatschappijkritische essays over vooruitgangsdenken en kapitalisme. Met een antropologisch en filosofisch gevormde blik kijkt de auteur naar culturele en maatschappelijke aspecten als economie en ecologie, religie en zingeving, waarin het streven naar constante groei en rijkdom naar zeggen van de auteur pathologisch is geworden. Daarnaast gaat het boek over de tekortkomingen van de democratie, het gevaar van perfectionisme, bio-industrie en ontbossing. Met diepgang geschreven. Het boek zal vooral geoefende lezers aanspreken. Ton Lemaire (Rotterdam, 1941) is antropoloog en filosoof.

Tekst op website uitgever
Met een antropologisch en filosofisch gevormde blik kijkt Ton Lemaire In Tegen de tijd naar allerlei aspecten van onze cultuur en maatschappij, zoals economie en ecologie, religie en zingeving.

In zijn nieuwe boek beweegt Ton Lemaire zich tussen verwondering, bewondering en verontwaardiging. In veertig essays biedt hij een eigentijdse en tegendraadse beschouwing over de toekomst van onze wereld, die door verschillende bedreigingen wordt overschaduwd. Alleen een algehele omslag in ons doen en denken kan een uitweg bieden uit de problemen die onze veelgeroemde ‘vooruitgang’ heeft veroorzaakt. Lemaire pleit voor een breuk met het kapitalisme, waarin ons streven naar constante groei en rijkdom pathologisch is geworden en in de nabije toekomst steeds vaker zal leiden tot toenemende ongelijkheid en uiteindelijk zelfs tot een verwoeste planeet.

Met een antropologisch en filosofisch gevormde blik kijkt Lemaire naar allerlei aspecten van onze cultuur en maatschappij, zoals economie en ecologie, religie en zingeving. Hij schrijft bovendien over de tekortkomingen van de democratie, het gevaar van perfectionisme, over de bio-industrie, de ontbossing, het verlangen naar wildheid en hij wijst op de wet van de algehele fluctuatie der dingen. Lemaire snijdt, genuanceerd en wijs, gevoelige thema’s aan.

‘Ton Lemaire is een essayistische Orpheus die zijn essays als gedichten de wereld in stuurt.’ – Vrij Nederland


Fragment uit 19. Een moderne augiasstal

In onze tijd bestaat er opnieuw een augiusstal zonder dat er een beroep kan worden gedaan op een Herakles. Het gaat om bijna de hele Nederlandse veeteelt, die de laatste decennia in hoog tempo is getransformeerd in een bio-industrie die bodem, water en lucht verontreinigt, dieren als producenten van vlees, melk en eieren behandelt en landschappen verarmt en verziekt. Weliswaar zijn de stallen zelf waarschijnlijk vrij schoon en vooral clean, maar dat neemt niet weg dat er heel wat te saneren valt. De hedendaagse landbouw en veeteelt lijken nog maar heel weinig op de vroegere, pre-industriële voorgangers, waaraan alleen oudere mensen nog herinneringen hebben - en soms een (te) idyllisch beeld. De moderne veeteler is een ondernemer geworden die zijn bedrijf runt als een fabriek, een industrie die gespecialiseerd is in het fokken van dieren. Deze bio-industrie laat zien hoever men kan gaan in de industriële en kapitalistische exploitatie van levende wezens. Het impliceert verwetenschappelijking en rationalisering, schaalvergroting en een vergaande arbeidsverdeling, maximalisering van de productie, optimale efficiëntie en een volstrekt zakelijke kosten-batenbalans, en dit alles is in hoofdzaak gericht op export voor de wereldmarkt.

In fit hele complex bestaat een nauwe vervlechting van de grote veevoederbedrijven, de moderne technologie, veeartsenij, de banken en dat alles wetenschappelijk begeleid door 'Wageningen', een begrip in binnen- en buitenland voor de modernisering van landbouw en veeteelt. De laatste decennia zijn op allerlei vlak de grote problemen manifest geworden waartoe dit systeem heeft geleid, zodanig dat ook de publieke opinie er zich meer en meer van afkeert. Velen de Partij voor de Dieren voorop, staan een volledige opheffing voor van deze bio-industrie en ik vind dat ze helemaal gelijk hebben, want ik acht dit 'dier-industriële complex' (B. Noske), zoals het wel genoemd is, een schandvlek voor Nederland. Aan de buitenkant ziet het er nogal onschuldig uit wanneer je door gebieden rijdt waar veel bio-industrie aanwezig is. De grote, kil uitziende en vensterloze stallen in het buitengebied met vaak grote trechters ernaast voor de opslag van voer ogen modern en gestroomlijnd. Maar daar leven - weten we - honderden, meestal duizenden dieren hun onnatuurlijke levens, opgefokt tot toekomstige kiloknallers in de supermarkten. Eromheen oogt het, in de ogen van de stedeling, best landelijk met veel groen gras - zij het zonder andere planten, zelfs geen paardenbloemen. Het is in feite een ecologische woestijn, de prijs van de penetratie van economische en industriële praktijken in landbouw en veeteelt. (pagina 92-94)

()

Brabant is in dit treurige verhaal waarschijnlijk de meest getroffen provincie. Het heeft de grootste concentratie varkens van Nederland en een van de grootste van Europa, met alle gevolgen van dien. In Boxtel bevindt zich dan ook de grootste varkensslachterij van het land, waar elk uur circa 1500 varkens aan de lopende band worden gedood en verwerkt, 2,75 miljoen per jaar. Een aanzienlijk deel van de welvaart van de provincie is te danken aan de varkensteelt en het is dan ook toepasselijk dat zich een grote sculptuur van een toom varkens bevindt (overigens een fraai beeldhouwwerk) voor het provinciehuis in Den Bosch als een hommage aan het varken. In Brabant komt een opvallende concentratie van gigantische stallen voor in en rond de Peel, vanouds een arme streek. Ook de nertsenfokkerijen zijn hoofdzakelijk daar gesitueerd. Veel van die nertsenfarmen bleken in de loop van 2020 met het coronavirus besmet en werden 'geruimd'. Dit is een frappant geval van een zogenaamde 'zoönose', waarbij een besmettelijke ziekte van dier op mens en vice versa kan overspringen. In Brabant met zijn schrale zandgronden is de bio-industrie een goudmijn gebleken voor ondernemende boeren. Sommigen hebben het daardoor tot grote welstand gebracht, anderen zuchten onder zware financiële lasten want de investeringen in deze bedrijfstak zijn enorm. Een relatief hoof percentage onder hen pleegt zelfmoord. (pagina 95-96)

Lees ook:  De val van Prometheus : over de keerzijden van de vooruitgang (2010) en Onder dieren : voor een diervriendelijker wereld (2017)

Terug naar Overzicht alle titels