maandag 25 maart 2019

Addie Schulte


De strijd om de toekomst : over doemscenario's en vooruitgang

Cossee 2019, 272 pagina's - € 22,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Website Addie Schulte (1965) en Follow the Money.

Korte beschrijving
Dit boek beschrijft hoe feiten en meningen over de vooruitgang van de maatschappij botsen met feiten en meningen over de eindigheid van de Aarde waarop de mens roofbouw pleegt. Daarbij staan de belangrijkste neergangstheorieën in de domeinen van cultuur, economie, ecologie en technologie centraal. Neergangsideeën zijn vaak gebaseerd op angst, die weer leidt tot spanningen en frictie. Is die angst terecht? De auteur gebruikt veel actuele voorbeelden om zijn betoog te verlevendigen (energie, klimaat, migratie, robotisering). Met als intrigerende vertrekstelling: 'Nederland verdwijnt'. In het slothoofdstuk worden ook de positieve kanten van een onzekere toekomst behandeld. De auteur brengt zo veel materiaal over toekomstdenken bij elkaar. Niet altijd even gemakkelijk, maar wel relevant. Hij eindigt toch positief: 'We kunnen niet zonder gevreesde toekomst'. Hij gebruikt daarbij vaak 'wij' waar hij mogelijk 'ik' (zichzelf dan) bedoelt? Doorlezers kunnen terecht bij de selectieve literatuurlijst en de eindnoten.

Tekst op website uitgever
Ondermijnen populisten de democratische wereldorde? En staat onze westerse beschaving werkelijk op het spel? Dagelijks staan de kranten en sociale media vol met
doemscenario’s over onze toekomst – we lijken er steeds meer van overtuigd dat de toekomst ons geen betere wereld brengt.

In De strijd om de toekomst onderzoekt Addie Schulte neergangstheorieën over actuele kwesties als migratie, neoliberalisme, robotisering en klimaatverandering. Niet om het waarheidsgehalte of de waarschijnlijkheid van deze doemscenario’s vast te stellen, maar om te onderzoeken hoe deze denkbeelden zich de afgelopen decennia hebben ontwikkeld en welke invloed zij hebben op het beeld van onszelf en van de wereld. Hij bespreekt een
scala aan vooraanstaande en opkomende denkers over het hele politieke spectrum, zoals Paul Scheffer en Frits Bolkestein, Naomi Klein en Michael Ignatieff, Steven Pinker en Rutger Bregman.

Wat zeggen de angsten voor de migrant, of voor de Apocalyps, eigenlijk over onszelf?
Addie Schulte geeft kritische instrumenten om de ideeënstrijd over de toekomst te ontleden. Hij laat zien dat neergangstheorieën onderdeel zijn van het politieke debat:
ze kunnen worden gebruikt om ons voor het karretje van elk mogelijke ideologie te spannen, omdat ze ons ook een betere wereld beloven. Maar wie echt op een andere
manier naar onze toekomst wil kijken, zal daarin ruimte moeten laten voor twijfel en onzekerheid.

Fragment uit 3. De bruikbare catastrofe
ERKEN DE ONZEKERHEID
De aanstaande ondergang van de menselijke soort of een stralende toekomst met een nieuwe mens. Wie over klimaatverandering gaat denken, komt terecht bij ingrijpende veranderingen, een keuze tussen een wereldwijde catastrofe of een utopie. Wie denkt dat die keuzes wat te rigide zijn, moet de onzekerheden in het verhaal over klimaatverandering onderkennen. Die onzekerheden slaan niet zozeer op de kwestie of menselijk handelen de belangrijkste oorzaak van de opwarming van de aarde is, maar vooral op de uiteindelijke effecten en remedies.
  Een manier om met deze onzekerheden om te gaan is het voorzorgsprincipe. Omdat we niet alles zeker weten, kunnen we beter het zekere voor het onzekere nemen en nu maatregelen treffen. Juist omdat er onzekerheid is, moet er worden gehandeld om die onzekerheden te verminderen. Of dat werkt is overigens onzeker, omdat onduidelijk is of voorzorgsmaatregelen voldoende zijn om het gevreesde effect teniet te doen.
  Mede vanwege die blijvende onzekerheid is het verleidelijk om klimaatverandering tot een morele kwestie te maken. Maar dan nog is het niet zo simpel om conclusies te trekken. In een ontwikkeling die vele generaties bestrijkt, uit het verleden, in het heden en in de toekomst, is het niet eenvoudig om de morele aansprakelijkheid te verdelen. Wie moet de rechter zijn in een kwestie die zich over vele generaties uitstrekt? Het idee dat we door het overwinnen van de klimaatcrisis betere mensen worden, kan vals optimisme zijn.
  Meer besef voor de tragiek van klimaatverandering kan geen kwaad. De opwarming van de aarde is het gevolg van materiële vooruitgang: een vergroting van welvaart en vrijheid door de beschikbaarheid van meer energie, die het simpelst uit fossiele brandstoffen te winnen was. Steenkolen, olie en gas dreven de industriële en agrarische productie op, maakten mensen welvarender en de wereld kleiner. Het intensieve gebruik van 'fossiel' had onbedoelde gevolgen. Maar ook een duurzame economie, gebaseerd op hernieuwbare energie en de recycling van grondstoffen, kan onverwachte of misschien wel ongewenste gevolgen hebben. Sommige activiteiten en producten zullen duurder worden, wat tot beperkingen kan leiden. Iemand zal daarvoor moeten betalen, en dat is een heikel punt in onderhandelingen over klimaatregelingen. De oplossingen voor de klimaatcrisis, als die al haalbaar zijn, leiden niet per definitie tot een win-winsituatie.
  Hoe het verder zal gaan met de klimaatverandering is onbekend. Gaan de aangekondigde rampen zich voltrekken, maken we die nu al mee of blijven die op het laatste nippertje uit dankzij menselijk ingrijpen Hoe dan ook, het verhaal van de eindige aarde en de verwoestende invloed van de mens zal in oude of nieuwe vormen blijven bestaan. De groei van de wereldbevolking, de ontbossing in de tropen, het uitsterven van planten en dieren; de ecologische neergangstheorie kan vele aangrijpingspunten vinden. We leven in het antropoceen, het tijdperk waarin de mens een ingrijpende, misschien wel catastrofale invloed uitoefent op de natuurlijke omgeving. (pagina 138-139)

Artikel: We hebben de verbeelde catastrofe nodig om ons tot nieuwe verhalen en nieuwe daden aan te zetten. (juli 2019)

Terug naar Overzicht alle titels


Geert Noels 2

Gigantisme : van too big to fail naar trager, kleiner en menselijker
Lannoo Spectrum 2019, 236 pagina's - € 24,99

Wikipedia: Geert Noels (1967)

Korte beschrijving
Tien jaar na zijn bestseller 'Econoshock' (2008)* maakt de Belgische econoom Geert Noels een geactualiseerde analyse van de wereldeconomie, met aandacht voor de ecologische, demografische, technologische en globaliserende aspecten. De wereld lijdt aan 'gigantisme': het streven naar voortdurende expansie, met als gevolg dat zowel overheid als bedrijven te groot zijn geworden. Slecht voor de concurrentie, de duurzaamheid en de mens zelf, vindt Noels. Hij bekritiseert deze ontwikkeling en pleit nadrukkelijk voor minder groei en meer kleinschaligheid. Daartoe stelt hij oplossingen voor die de economische spelregels bijstellen, zodat mens en milieu weer een plaats krijgen in de wereldeconomie. Uitvoering: hardcover, lay-out met gebruik van blauwe steunkleur; met grafieken en afbeeldingen. Een goed boek van een scherpe analyticus; zowel interessant als controversieel. Het kreeg in België veel aandacht en is ook hier goed voor een redelijke lezerskring.

Tekst op website uitgever
Geert Noels maakt een verrassende diagnose van onze ontspoorde economie en stelt remedies voor
Waarom stijgt het aantal obesitasgevallen als er ergens een nieuwe hypermarkt opengaat? Waarom strijken de grootste bedrijven alle winsten op? Waarom raken voetbalclubs uit België en Nederland nauwelijks verder dan de voorrondes van de Champions League?
Tien jaar na het begin van de financiële crisis en tien jaar na zijn bestseller Econoshock maakt Geert Noels een nieuwe, gedurfde analyse van de wereldeconomie. Onze wereld lijdt aan gigantisme. Bedrijven en organisaties worden steeds groter en machtiger. Dat fenomeen doodt gezonde concurrentie, leidt niet tot duurzame groei en brengt de mens in verdrukking, met welvaartsziektes als burn-out of obesitas tot gevolg.
In Gigantisme stelt Geert Noels ook tien oplossingen voor die de economische spelregels bijstellen, de giganten temmen en de mens en het milieu weer een plaats geven in de wereldeconomie. De toekomst zal kleiner, trager en menselijker zijn.

Fragment uit hoofdstuk 5. Van groeiobsessie naar duurzame groei
De huidige economische groei is niet alleen te vervuilend, hij is evenmin neutraal tussen de generaties. De huidige generatie probeert zoveel mogelijk economische groei te realiseren zonder aan de gevolgen voor morgen te denken. Pollutie is daarvan een voorbeeld. Maar hetzelfde geldt - en ook dat heb ik al meermaals aangehaald - voor de groei van de schulden. Uiteindelijk zijn schulden een manier om vandaag iets te kopen wat je normaal pas over een aantal jaren zou kunnen kopen. Schulden vervroegen met andere woorden de economische groei. Als het om investeringen gaat - denk aan huizen, scholen, ICT of infrastructuur - zou je nog kunnen argumenteren dat dat positief is. Maar soms is zelfs dat niet correct: zodra er overcapaciteit wordt gecreëerd, zullen te veel investeringen de situatie alleen maar verergeren.
  Neem bijvoorbeeld auto's of consumptiegoederen: als er overcapaciteit is en de overheid nog meer investeringen aanmoedigt door het maken van schulden aantrekkelijk te maken - dan vererger je alleen maar het probleem. Overheden die gebukt gaan onder groeiproblemen willen zogenaamde keynesiaanse maatregelen nemen en met schulden allerlei nutteloze grote infrastructuurwerken aanvatten. Die zijn niet alleen economisch niet productief, maar vormen ook een aanslag op de natuur of de mens. Keynesiaanse witte olifanten stimuleren nog meer gigantisme. (pagina 146)

Fragment uit recensie
Maar is dit wel zo? Noels erkent in zijn boek de kracht van schaalvoordeel, maar vindt dat gigantisme zelf een ziekte. 'In de drang naar efficiëntie zijn we de mens en zijn gemeenschap uit het oog verloren', schrijft hij. Een voorbeeld daarvan is dat een grote bibliotheek in een stad veel goedkoper en efficiënter kan werken dan een kleine bibliotheek in een dorp, maar ook die heeft een sociale functie.
  En zo barst het boek van de voorbeelden van goedbedoelde efficiëntie die onbedoelde bijwerkingen heeft. Sommige daarvan liggen voor de hand, zoals dat minder concurrentie leidt tot lagere lonen. Anderen lijken dan weer wat vergezocht, zoals dat gigantisme ook leidt tot obesitas, burn-outs en pesten op school.
  Noels constateert dat de trend ook al een beetje aan het keren is. Zo kozen de Britten mede voor de brexit door het gigantisme van de Europese bureaucratie. Hoe pijnlijk dat afscheid ook is, sommige mensen zijn kennelijk bereid de prijs te betalen voor meer eigenheid en autonomie. De bottomline is: het kapitalisme is in een crisis, we moeten terug naar de oorsprong ervan. Decentralisatie is volgens Noels de weg voorwaarts. Dat de groei daardoor zal vertragen moeten we op de koop toe nemen. De welzijnswinst die we ermee kunnen bereiken maakt het welvaartsverlies de moeite waard. (Gigantisme is een ziekte - FD, zaterdag 23 maart 2019)
Lees ook: Econoshock : hoe zes economische schokken uw leven fundamenteel zullen veranderen (uit 2008)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 20 maart 2019

Paul Shapiro

Nooit meer slachten: hoe kweekvlees ons bord en de wereld zal veranderen

Balans 2019, 285 pagina's € 21,99

Oorspronkelijke titel: Clean Meat: How Growing Meat Without Animals Will Revolutionize Dinner and the World (2018)

Wikipedia: Paul Shapiro (1979)

Korte beschrijving
De laatste tijd realiseren steeds meer mensen zich dat de Aarde te klein is voor het steeds toenemende aantal bewoners en dat bovendien al deze mensen voldoende moeten eten. Vlees neemt daarbij een belangrijke plaats in. Velen zien de slachterijen en de bio-industrie als een steeds groter probleem. De schrijver van dit boek beschrijft de mogelijkheden om over te schakelen op de fabricage van kunstvlees. Nu wordt al steeds meer gewerkt met gist, algen en bacteriën en wordt met de fabricage van een goede smaakmethode een goed kunstproduct gemaakt. Het is ook mogelijk kunstvlees met een goede vleessmaak als een vervanger van een eiwitproduct te maken, zelfs van enkele dierlijke cellen. Men werkt niet alleen aan het maken van kunstvlees, maar ook aan producten voor medische doeleinden. Het boek geeft zeer duidelijke informatie over de vele mogelijkheden en ontwikkelingen en is te zien als een standaardwerk betreffende de actuele ontwikkelingen op dit gebied.

Tekst op website uitgever
De mens eet graag vlees. Dat is al duizenden jaren zo, maar door de groeiende wereldbevolking en de stijgende vraag naar vlees, eieren, zuivel en andere dierlijke producten legt dat een enorme druk op onze planeet, onze gezondheid en de dieren zelf. Ons eetpatroon lijkt niet langer houdbaar.

Maar wat als we toch vlees kunnen blijven eten? Echt vlees, gemaakt uit dierlijke cellen of zelfs enkele moleculen, zonder dat er dieren voor geslacht worden. Want van een cel van één enkele koe kunnen we een heel dorp voeden.

In Nooit meer slachten neemt Paul Shapiro ons mee in de race om dat schone, veiligere en meer duurzame vlees in de winkel en op ons bord te krijgen. Hij praatte met visionairen, ging kijken in onderzoekscentra en luisterde mee in de vergaderruimtes van de grote bedrijven. In dit baanbrekende boek beschrijft hij de zoektocht naar kweekvlees en het levendige debat over het onderwerp.

Kweekvlees is een revolutie die onze manier van eten voorgoed kan veranderen.

Fragment uit hoofdstuk 8. Een voorproefje van de toekomst
Het debat over de vraag of gedomesticeerde landbouwdieren niet beter af zouden zijn als ze niet bestonden, klinkt misschien wat academisch voor wie niet thuis is in dierenethiek en cellulaire landbouw. Bijna niemand laat zich tijdens het boodschappen doen immers leiden door de vraag hoe hij de som van alle geluk op aarde kan maximaliseren, of hoe hij de hoeveelheid lijden het meest kan verlagen. Of we het nu leuk vinden of niet, ethiek bungelt onder aan de lijst van criteria die ons consumentengedrag sturen, vooral wanneer het op voeding aankomt.
  Het ene na het andere onderzoek toont daarentegen aan dat er maar drie factoren zijn die een grote rol spelen wanneer we etenswaren kopen: de prijs, de smaak en het gemak. Pleitbezorgers van duurzame voeding zouden wel willen dat minder banale factoren als ethiek, het milieu of onze gezondheid kunnen concurreren met deze heilige drievuldigheid, maar helaas.
  Opmerkelijk genoeg blijkt dat de de gedaalde vleesconsumptie in de VS tussen 2008 en 2014 misschien wel ten onrechte hebben toegeschreven aan de extra media-aandacht voor duurzaamheid. Een analyse van de Rabobank, die focust op voeding en landbouw, wees uit dat de Amerikaanse vleesconsumptie in 2015 met 5 procent gestegen was, een enorme piek, vooral omdat de consumptie in de periode daarvoor elk jaar was gedaald. Hoe komt het dat de kansen van de veehouderij zijn gekeerd? 'De consument reageert op de dalende prijzen', beweert de hoofdauteur van het onderzoek.
  Als we wachten tot we meer verlichte ideeën koesteren over dieren of het milieu voordat we iets doen aan ons voedingspatroon, zal er niet snel iets veranderen. Het zou zomaar kunnen we ons pas zorgen beginnen te maken over het welzijn van dieren op het moment dat we voor onze eigen behoeften niet meer afhankelijk zijn van dieren. Zo werd het veel makkelijke om ons druk te maken over het welzijn van walvissen toen kerosine in de negentiende eeuw de walvisolie verving als belangrijkste brandstof voor onze verlichting. En toen de auto was uitgevonden, hadden we ineens een veel sentimentelere kijk op paarden.
  Dit fenomeen doet denken aan de woorden van de geëngageerde onderzoeksjournalist Upton Sinclair, auteur van De wildernis, een gefictionaliseerde uiteenzetting over vleesverwerkende bedrijven: 'Het is moeilijk om iemand iets te laten inzien als hij ervoor betaald wordt om het niet in te zien'. Wij worden natuurlijk niet betaald om dieren uit te buiten voor onze voeding (de meesten van ons niet, tenminste), maar de psychologie hierachter zit diep in ons gebakken. De meeste Amerikanen eten meerdere keren per dag vlees en doen dat al hun hele leven. Vlees eten is diep geworteld in hun cultuur en tradities, zoals dat voor de meeste mensen het geval is. De gedachte alleen al aan vegetariër of zelfs maar flexitariër, schrikt veel consumenten af.  (pagina 267-268)

Interview: Paul Shapiro snapt niks van de Nederlandse weerzin tegen kweekvlees (maart 2019)

What Will Future Generations Think of Our Treatment of Animals? | Paul Shapiro | TEDxMidAtlantic



Lees ook: Waarom zou ik mijn vrienden niet opeet : pleidooi voor dier, mens en aarde van Matthieu Ricard (uit 2015), De vrolijke veganist : ethiek in een veranderende wereld van Floris van den Berg (2013), Fatsoenlijk eten : mijn leven als proefkonijn van Karen Duve (2012), Ooit aten we dieren van Roanne van Voorst (2019), Hamburgers in het paradijs : voedsel in tijden van schaarste en overvloed van Lousie Fresco (2012), Dieren eten van Jonathan Safran Foer (2009) of  De soldaat was een dolfijn : over politieke dieren van Eva Meijer (2017).

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 19 maart 2019

René ten Bos 3

Extinctie

Boom 2019, 255 pagina's € 22, 50

Wikipedia: René ten Bos (1959)

Korte beschrijving
Filosofische bespiegelingen over het uitsterven van organismen, de mens niet uitgezonderd.. - René ten Bos neemt afscheid als Denker des Vaderlands met een knetterend essay over het begrip uitsterven. Het uitsterven van diersoorten gaat in een ongekend tempo en is een van de urgentste problemen van onze tijd. Toch is er weinig filosofische reflectie over. René ten Bos probeert deze omissie recht te zetten. Hij laat zien dat extinctie een subtiel ecologisch begrip is dat, net als alle andere begrippen in de ecologie, geen heldere contouren heeft. Extinctie gaat niet zozeer om het verdwijnen van het laatste exemplaar van een bepaalde soort, maar beschrijft veeleer een proces van uitdoven. Niet alleen het voortbestaan van planten en dieren staat op het spel, maar ook dat van onszelf. Het uitsterven van de mens heeft filosofen van alle tijden beziggehouden, maar volgens Ten Bos kunnen wij ons eigen uitdoven niet los zien van dat van andere soorten. 'Extinctie' is bedoeld voor mensen die niet willen wegkijken van onheil en catastrofe, voor mensen die openstaan voor een nieuwe manier van denken over ecologie. Het sluit naadloos aan bij de discussie over het antropoceen, waar Ten Bos zich nadrukkelijk in heeft gemengd. Dit boek gaat verder waar het alom geprezen 'Dwalen in het antropoceen' ophield.

Tekst op website uitgever
René ten Bos neemt afscheid als Denker des Vaderlands met een knetterend essay over het begrip ‘uitsterven’. Het uitsterven van diersoorten gaat in een ongekend tempo en is een van de urgentste problemen van onze tijd. Toch is er weinig filosofische reflectie over. In Extinctie probeert René ten Bos deze omissie recht te zetten: hij laat zien dat ‘extinctie’ een subtiel ecologisch begrip is dat, net als alle andere begrippen in de ecologie, geen heldere contouren heeft. Extinctie gaat niet zozeer om het verdwijnen van het laatste exemplaar van een bepaalde soort, maar beschrijft veeleer een proces van ‘uitdoven’. Niet alleen het voortbestaan van planten en dieren staat op het spel, maar ook dat van onszelf. Het uitsterven van de mens heeft filosofen van alle tijden beziggehouden, maar volgens Ten Bos kunnen wij ons eigen uitdoven niet los zien van dat van andere soorten. Extinctie is bedoeld voor mensen die niet willen wegkijken van onheil en catastrofe; voor mensen die openstaan voor een nieuwe manier van denken over ecologie. Extinctie sluit naadloos aan bij de discussie over het Antropoceen, waar Ten Bos zich nadrukkelijk in heeft gemengd. Het boek gaat verder waar het alom geprezen Dwalen in het Antropoceen ophield

Fragment uit 8. Pessimus
Teratologische demonen
Ik vertel de morbide geschiedenis van Chamfort omdat die in geuren en kleuren wordt naverteld door de New Yorkse filosoof Eugene Thacker. Hij is een van de grootste pessimisten onder de hedendaagse filosofen, die als geen ander over het ondenkbare van de menselijke extinctie heeft proberen na te denken. Chamfort wordt door Thacker omschreven als een van de 'beschermheiligen van het pessimisme', naast andere meer of minder bekende denkers zoals Pascal, Mainländer, Cioran, Joubert, Kierkegaard, Schopenhauer, Nietzsche en tal van anderen. Thacker definieert die beschermheiligen als mensen die 'waken over ons lijden', al voegt hij er meteen  aan toe dat ze te 'laconiek' of te 'nors' zijn om zich op een goede manier van die taak te kwijten.
  Anders dan bij Benatar kom je bij Thacker nooit het idee tegen dat pessimisme een consistente filosofische positie is. Er is geen pessimist die niet af en toe 'korte momenten van enthousiasme' kent. De bekendste van allemaal, Arthur Schopenhauer, hield van fluitspelen. Steeds weer maakt Thacker duidelijk dat het pessimisme filosofisch niet houdbaar is, dat het meer een aarzelend zweven is waar mensen normaal gesproken geen behoefte aan hebben, omdat ze geen tijd hebben voor lieden met een pesthumeur en een beroerde attitude.
  Pessimisme maakt zich in de ogen van verstandige mensen schuldig aan de onvergeeflijkste misdaad in het westerse denken: het beweert dat dingen misschien niet allemaal een goede reden hebben, dat de wereld geen helder doel heeft, dat het elk moment alle kanten op kan. Het erge is dat het dit allemaal ook nog eens beweert zonder de geringste pretentie van zekerheid. Deze hardnekkige onwil om zekerheidsgaranties te geven is het irritantste aan pessimisme. Het werpt steeds schaduwen op alom geprezen ideeën en doet dat niet eens vanuit een ferm standpunt. (pagina 167-168)

Lees ook: Water : een geofilosofische geschiedenis (uit 2014) Dwalen in het Antropoceen (2017) en Het volk in de grot (2018)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels

vrijdag 15 maart 2019

Hannah Arendt 2

Totalitarisme, gevolgd door Het verval van de nationale staat en het einde van de rechten van de mens
Boom 2014, 440 pagina's -  € 15,00

Oorspronkelijke titel: Totalitarism (1979) en The decline of the nation-state and the end of the rights of men

Wikipedia: Hannah Arendt (1906-1975)

Korte beschrijving
In dit boek – een vertaalde heruitgave van de kern (deels in samenvatting) van het oorspronkelijke driedelige werk uit 1951– geeft de joodse politiek-filosofe Hannah Arendt (1906-1975) een scherpe analyse van de oorsprong van terreur. Het betreft hier feitelijk de eerste grote studie na de Tweede Wereldoorlog waarin oorsprong en dynamiek van totalitaire systemen (en dan met name de twintigste-eeuwse totalitaire regimes) centraal staan. Hoewel de auteur specifiek de opkomst van nazi-Duitsland en het sovjet-stalinisme als manifestaties van het politieke kwaad beschrijft, blijkt het boek nog wonderbaarlijk actueel in onze tijd. Het kloeke werk telt vier hoofdstukken plus een verklarende inleiding van de vertalers en de oorspronkelijke voorwoorden van de auteur zelf, alsmede een appendix, literatuuroverzicht, bibliografie, glossarium en register. Het boek is grondig gedocumenteerd; na elk hoofdstuk volgen uitgebreide noten. Uitvoering: sober, doorsnee typografie, geen illustraties. Er mag jammer genoeg geen grote lezerskring worden verwacht voor dit uitstekende, maar niet gemakkelijke boek.

Fragment uit Een klassenloze samenleving
De aantrekkingskracht die het kwaad en de misdaad op de mentaliteit van het gepeupel uitoefent, is niets nieuws. Het is altijd zo geweest dat het gepeupel gewelddaden begroet 'met de bewonderende opmerking: het mag dan wel gemeen zijn, maar het is erg slim'.  Verontrustend in het succes van het totalitarisme is veeleer de ware onzelfzuchtigheid van zijn aanhangers: men kan nog begrijpen dat een nazi of een bolsjewist niet geschokt wordt in zijn overtuiging door misdaden tegen mensen die niet tot de beweging behoren of er zelfs vijandig tegenover staan; maar het verbijsterende is dat hij waarschijnlijk ook niet gaat twijfelen als het monster zijn eigen kinderen begint te verslinden, en ook niet als hijzelf het slachtoffer wordt van vervolging, als hij valselijk beschuldigd wordt en veroordeeld, als hij weggezuiverd wordt uit de partij en naar een kamp voor dwangarbeid of een concentratiekamp wordt gestuurd. Integendeel, tot de verbazing van de hele beschaafde wereld is hij wellicht zelfs bereid om mee te werken aan zijn eigen vervolging en om zijn eigen doodvonnis te verzinnen, op voorwaarde dat niet geraakt wordt aan zijn status als lid van de beweging. Het zou naïef zijn in deze halsstarrigheid van de overtuiging, die sterker is dan alle feitelijke ervaringen en die elk onmiddellijk eigenbelang opheft, alleen maar de uitdrukking te zien van een fervent idealisme. Idealisme, hoe dwaas of heroïsch ook, ontspringt altijd aan een of andere individuele beslissing en overtuiging, en onderwerpt zich aan ervaringen en argumenten. In tegenstelling tot alle vormen van idealisme, stort het fanatisme van de totalitaire beweging in op het ogenblik dat die haar fanatieke volgelingen in de steek laat en in haar volgelingen de laatste rest van een overtuiging die de ondergang van de beweging zelf zou kunnen overleven, doodt. Maar binnen dit organisatorische kader van de beweging, en zolang dit kader hem stevig bij elkaar houdt, zijn de fanatieke leden overgevoelig zowel voor ervaring als voor  argumenten; de identificatie met de beweging en het totale conformisme lijken het echte vermogen tot ervaring vernietigd te hebben, ook als het om zo extreme ervaringen gata als foltering of vrees voor de dood. (pagina 71-72)

Lees ook: De vrijheid om vrij te zijn (2019)

Terug naar Overzicht alle titels

Julian Baggini 2


Herwonnen vrijheid : de mogelijkheid van een vrije wil

Nieuw Amsterdam 2015, 270 pagina's

Oorspronkelijke titel: Freedom regained : the possibility of free will (2015)

Wikipedia: Julian Baggini (1968)

Korte beschrijving
'Een goed begrip van wat de vrije wil inhoudt, is de eerste noodzakelijke stap om zo vrij mogelijk te kunnen zijn', schrijft de Britse filosoof Julian Baggini, om te vervolgen: 'Helaas moeten we die zetten in een doolhof van misvattingen, dat de laatste jaren alleen maar onoverzichtelijker is geworden' (pagina 240). Het opruimen van die misvattingen is het doel van dit uitstekende boek, dat bij de beste boeken over de vrije wil van de afgelopen jaren behoort. De auteur laat zien dat met name de aanname dat een vrije wil ook absoluut vrij moet zijn onjuist is. Aan de hand van voorbeelden van kunstenaars, dissidenten, psychopaten en verslaafden en in gesprek met talloze filosofen van naam en faam laat hij zien dat vrijheid en verantwoordelijkheid prima samengaan met onbewust en automatisch gedrag. Zuivere, onvoorwaardelijke keuzevrijheid is een illusie, maar dat impliceert nog niet dat de vrije wil dat ook is. Ook laat hij zien hoe de discussie uiterst relevant is voor bijvoorbeeld de rechtspraak. Uitstekend vertaald, met notenapparaat en index, maar wel voor de filosofische doorzetter. Nuchter en verhelderend, een tegengif tegen ideeën van bijvoorbeeld Dick Swaab.

Fragment uit (de) Inleiding
De laatste jaren zijn deze en vergelijkbare opvattingen steeds meer gemeengoed geworden. De ontkenners van de vrije wil hebben de wind in de zeilen dankzij de neurowetenschap. Onze handelingen komen blijkbaar niet voort uit bewuste gedachtes, verlangens en intenties, maar uit onbewuste processen in onze hersenen, die veel van onze handelingen al in actie omzetten voordat we ons ook maar van iets bewust zijn. Neurowetenschapper Sam Harris, een van de fanatiekste recente ontkenners van het bestaan van de vrije wil, vat het als volgt samen: 'De populaire opvatting van de vrije wil is gebaseerd op twee aannames: (1) iedereen had in het verleden anders kunnen handelen dan we gedaan hebben; en (2) we zijn de bewuste bron van het merendeel van onze gedachtes en handelingen.' Aangezien beide aannames de wetenschappelijke toets der kritiek niet kunnen doorstaan, lijkt het over uit voor de vrije wil. In elk geval voor de 'populaire opvatting' daarvan.
  De bewering dat de vrije wil een illusie is, klinkt inmiddels zo vaak dat ze regelmatig gepaard gaat met een veelbetekenend 'vanzelfsprekend'.  Voorstanders van deze visie geven toe dat de illusie van de vrije wil zo krachtig is dat de ontkenning ervan geen of nauwelijks verschil maakt voor ons dagelijks handelen. Iedereen heeft het gevoel over een vrije wil te beschikken, zeggen ze, ook al komt hij of zij na enig denken tot de conclusie die niet te hebben. Maar deze nieuwe  opvatting heeft wel gevolgen. Het belangrijkste gevolg is dat daarmee vraagtekens worden geplaatst bij onze ideeën over persoonlijke verantwoordelijkheid. Als we het standpunt huldigen dat al onze handelingen een oorzaak hebben waarop we geen invloed kunnen uitoefenen, dan kunnen we mensen niet langer met goed fatsoen moreel verantwoordelijk houden voor hun daden. Als niet van een vrije wil kan worden gesproken, lijkt dat met zich mee te brengen dat ook geen sprake meer kan zijn van schuld en persoonlijke verantwoordelijkheid, ofwel van de fundamenten van de wet en de moraliteit. In geval van moord bijvoorbeeld wordt ter verdediging van de dader vrijwel altijd aangevoerd dat hij ten prooi is gevallen aan krachten waarover hij geen controle kan uitoefenen. Nadat James Huberty in 1984 in San Diego eenentwintig mensen had doodgeschoten, werd beweerd dat zijn gewelddaad het gevolg was van mononatriumglutamaten in het fastfood van McDonald's en van de lood- en cadmiumdampen die hij had ingeademd tijdens zijn werk als lasser.
  Maar is het echt over en uit voor de vrije wil? Ik en met mij andere grotere geesten denken van niet. Niettemin klopt het dat de algemene opvatting van de vrije wil niet meer voldoet. Die berust op de naïeve en simplistische aanname dat we onze biologie en geschiedenis kunnen negeren en in onbeperkte vrijheid alle keuzes kunnen maken die we willen. De twijfels rond de vrije wil verdwijnen niet door die helemaal te ontkennen, maar door beter na te denken over wat het werkelijk betekent om vrij te zijn in plaats van daarover gewoon maar iets aan te nemen. (pagina 10-12)


Lees ook: Deugden van de tafel : een filosofie van het eten (2014) van Julian Baggini,
én Wij zijn ons brein : van baarmoeder tot Alzheimer van Dick Swaab (uit 2010) of Hoe vrij zijn wij? de machinaties van macht en de strijd voor onze toekomst van Raoul Martinez (uit 2017).

Terug naar Overzicht alle titels

Peter Bieri 3

Het handwerk van de vrijheid : over de ontdekking van de eigen wil

Wereldbibliotheek 2006, 415 pagina's -  € 29,95

Oorspronkelijke titel: Das Handwerk der Freiheit (2001)

Wikipedia: Peter Bieri (1944-2023)

Korte beschrijving
Lees ook: Is er een absolute vrijheid van de wil of heeft de mens nauwelijks of geen speelruimte? Om die tegenstelling tussen wilsvrijheid en determinisme draait deze studie van de Berlijnse (1944 in Zwitserland geboren) filosoof. Het boek is alleen al een verademing doordat Bieri zelf hardop denkt in plaats van eerst op te lepelen wat er sinds de oudheid over het onderwerp geschreven is. Bieri besteedt de nodige ruimte aan het doornemen van alle voors en tegens, en als analytisch filosoof besteedt hij veel aandacht aan het denken over vrijheid en de bijbehorende redeneringen. Maar de centrale vraag blijft: wat is er voor nodig om de 'auteur' van het eigen leven te zijn? Is kiezen misschien zelfs een vaardigheid die men kan verwerven? Met het begrip 'voorwaardelijke vrijheid' komt Bieri een eind. Hij vertelt soepel en in plaats van geleerde verwijzingen kiest hij voorbeelden uit de literatuur. Onder de naam Pascal Mercier schreef Bieri een grote roman over hetzelfde thema: 'Nachttrein naar Lissabon'

Fragment uit 11. Facetten van zelfbeschikking
Eigenzinnigheid
Vrij zijn betekent eigenzinnig zijn. Het betekent dat je kunt onderscheiden tussen een wil die je door anderen is ingeprent en een wil waarin je eigen individualiteit en unieke karakter tot uitdrukking komen. Het zou hinderlijk zijn - hinderlijk voor ons vrijheidsgevoel - iemand tegen te komen die tot in de laatste vertakkingen dezelfde wil zou hebben als wij. Dat we dit hinderlijk zouden vinden, ligt ook wel aan het feit dat dubbelgangers hoe dan ook irritant zijn. We zijn niet graag iemands pendant. Maar een verdubbeling van onze wil zou extra onrustbarend zijn, omdat zoiets de vraag zou opwerpen of datgene wat wij steeds voor onze allereigenste, echte wil hielden, uiteindelijk toch slechts een exemplaar is van een wil die, omdat hij gereproduceerd kan worden, de schematische algemeenheid van een cliché bezit.
  Je kunt op allerlei manieren eigenzinnig zijn: door wat je doet, door de wijze waarop je jezelf presenteert, door de bijzondere waardering die je aan dingen toekent. Maar er zijn twee varianten van eigenzinnigheid die extra veel met de vrije wil te maken hebben: de eigenzinnigheid van de fantasie en de eigenzinnigheid van het taalgebruik. Onze ervaringen zijn duizend keer talrijker dan uit onze biografie blijkt. Wie we zijn en hoe ons leven verloopt, heeft met deze verzwegen ervaringen minstens evenveel te maken als met onze daden. En de textuur van deze ervaringen wordt bepaald door de textuur van onze fantasieën, die alles wat we doen voortdurend parafraseren en aan onze daden een betekenis en dichtheid verlenen die alleen wijzelf kennen. Ook in deze producten van de fantasie komen vrijheid en onvrijheid tot uitdrukking. Ze kunnen ten prooi vallen aan het cliché en dus kitscherig zijn, en ze kunnen de uitdrukking zijn van ene eigenzinnigheid die er gene behoefte aan heeft zichzelf te bejubelen en daardoor haar echtheid op het spel te zetten. Wanneer de fantasie tot toegespitste uitdrukking van vrijheid wordt, gaat het om ene fantasie van eigen fabricaat en eigen stempel, die een rol speelt bij het proces van de toe-eigening van de wil.

Lees ook: Hoe willen wij leven? (2012) en Een manier van leven : over de vele vormen van menselijke waardigheid (uit 2015)

Terug naar Overzicht alle titels