zondag 7 maart 2021

Pieter Omtzigt

Een nieuw sociaal contract
Prometheus 2021, 222 pagina's € 20,--

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Wikipedia: Pieter Omtzigt (1974)

Korte beschrijving
Aan het woord is de bekende CDA-politicus Pieter Omtzigt (geboren in 1974), sinds 2003 Tweede Kamerlid voor deze partij. Naast een beschrijving van zijn levensloop, roert hij allerlei onderwerpen aan, zoals de Europese Unie en zaken, waar hij als lid van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa betrokken was. Voorts bespreekt en relativeert hij de rol van modellen bij het bepalen van het sociaal-economisch beleid. Een groot punt van aandacht is de geruchtmakende kinderopvangtoeslagaffaire, die de laatste paar jaar de Nederlandse politiek beroerde. Omtzigt doet voostellen voor een nieuw sociaal contract, waardoor het vertrouwen in de rechtstaat hersteld wordt. Met een notenapparaat en personenregister wordt het boek afgesloten, dat tot stand kwam met medewerking van Welmoet Vlieger. De uitgave is zeer indrukwekkend, hoewel de opbouw soms wat chaotisch aandoet en alle geopperde ideeën niet meteen gerealiseerd kunnen worden. Bestemd voor een breed publiek van politiek geïnteresseerde lezers met enige voorkennis.

Tekst op website uitgever
Heel lang geloofden we dat Nederland af was. Maar schijn bedriegt. Pieter Omtzigt laat zien dat er in Nederland grote problemen zijn met macht en tegenmacht. De mechanismen van de rechtsstaat functioneren niet goed meer, zoals uit het kinderopvangtoeslagenschandaal is gebleken. Omtzigt pleit vanuit zijn eigen ervaringen in de politiek voor een nieuw sociaal contract.

Het is nodig om het vertrouwen tussen overheid en burgers te herstellen. Dat is zeker niet eenvoudig. We moeten instituties herbouwen door checks-and-balances te hernieuwen. Het vraagt ook om een andere mentaliteit van de overheid én van de burgers zelf. Er is geen simpele oplossing. Het hele weefsel van de rechtsstaat moet worden onderzocht en gerepareerd. In dit boek doet Omtzigt een aantal voorstellen daartoe.

Pieter Omtzigt (1974) is sinds 2003 Kamerlid voor het CDA, en zit sinds 2004 in de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa.

Dit boek is tot stand gekomen met medewerking van Welmoed Vlieger (1976), filosoof en columnist.

Fragment uit deel III. Hoe modellen Nederland bepalen
De econometrische modellen die voor beleid gebruikt worden, bestaan meestal uit een gestileerde beschrijving van de werkelijkheid in de vorm van een aantal aannames en een aantal vergelijkingen. Neem bijvoorbeeld een model voor de verkoop van elektrische auto's. Daarin wordt een aanname gemaakt hoe duur de batterij is - veruit het duurste onderdeel van de auto - en hoe die prijs zich de komende jaren gaat ontwikkelen. Daarnaast zijn er vergelijkingen die aangeven hoeveel auto's er verkocht worden. Dus de verkoop van kleine elektrische auto's hangt af van de prijs, maar ook van andere beschikbare auto's (kleine benzineauto's maar ook de net iets grotere elektrische auto's) en hun prijs, van de economische omstandigheden en meer. Die vergelijkingen worden naar beste vermogen geschat. Maar ook een simpel model bevat algauw tientallen aannames en schattingen. En al die aannames en schattingen zijn met onzekerheid omgeven.
  De gouden standaard in natuurwetenschappen is dat een experiment reproduceerbaar is. In de context van econometrische modellen houdt dit in dat je modellen openbaar moeten zijn, zodat duidelijk is welke aannames je maakt en welke schattingen je hebt. Op basis daarvan kan er vervolgens een discussie worden gevoerd over de gebruikte modellen en de gebruikte aannames. Het klinkt misschien verbazingwekkend, maar de overheid en de planbureaus hebben zich op geen enkele wijze gecommitteerd aan zo'n standaard. De modellen zijn vaak openbaar, maar ook regelmatig geheim. En het achterhalen van een aantal aannames kost grote moeite of is onmogelijk.
  Tegelijk wordt de output van modellen als absolute waarheid gepresenteerd, ook als een model keer op keer gefaald heeft bij voorspellen (zoals dit bijvoorbeeld bij elektrische auto's het geval was). Het is bijna onmogelijk om de discussie hierover aan te gaan. Niet alleen omdat sommige modellen geheim zijn, maar ook omdat je wordt neergezet als een slechte verliezer, zelfs als je van tevoren gewaarschuwd hebt. Want de media zijn, helemaal vlak voor de verkiezingen, kort en snel. (pagina 108-109)

Lees vooral ook 
Zo hadden we het niet bedoeld : de tragedie achter de toeslagenaffaire van Jesse Frederik (uit 2021),
Groter denken, kleiner doen van Herman Tjeenk Willink (uit 2018), 
Moreel leiderschap van Alex Brenninkmeijer (uit 2019) en
De grote verkilling van Geert Van Istendael (ook uit 2019).
En de impressies die Jan Schuurman Hess in 2014 in Voettocht naar het hart van het land : hoe sociaal en democratisch zijn we nog? opdeed. 

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 2 maart 2021

Rebecca Henderson


Een nieuw kapitalisme voor een wereld in verwarring

Business Contact 2020, 349 pagina's € 29,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Oorspronkelijke titel: Reimagining capitalism in a world on fire (2020)

Wikipedia: Rebecca Henderson (19?)

Korte beschrijving
De auteur, één van de meest vooraanstaande hoogleraren op Harvard, beschrijft in dit boek het nieuwe bedrijfseconomische denken. Voortbordurend op het 3P-model (People, Planet, Profit) geeft ze vele voorbeelden van het succes van dit nieuwe denken. Het aardige is dat ze daarbij een route kiest waarin bedrijfsontwikkeling en winst niet tegenover ecologisch denken staat en dat het nieuwe denken ook groei en innovatie kan bevorderen. Ondanks het feit dat het als zeer wetenschappelijk kan worden beschouwd (alleen al de voetnoten beslaan ruim 40 pagina's) leest het prettig; vaktaal wordt vermeden. Tevens voorzien van uitgebreid register. Actueel onderwerp en geschreven door één van de toppers op het terrein van dit nieuwe denken, waarin binnen het kapitalisme ruimte is voor duurzaamheid, rechtvaardigheid en gelijkheid.

Tekst op website uitgever
In ‘Een nieuw kapitalisme voor een wereld in verwarring’ legt Harvard-professor Rebecca Henderson uit dat alhoewel het kapitalisme de grootste bron van welvaart is die de wereld ooit gekend heeft, het succes ervan duur betaald wordt. Het kapitalisme staat op het punt de aarde te vernietigen, en de groeiende kloof tussen arm en rijk dreigt te zorgen voor maatschappelijke ontwrichting. Wat we nodig hebben is een heel nieuw kapitalisme, niet gericht op winst en groei, maar op duurzaamheid, rechtvaardigheid en gelijkheid. Dat klinkt abstract, maar er zijn al heel wat organisaties die laten zien dat het kan. Sterker nog, deze nieuwe aanpak blijkt grote strategische voordelen op te leveren: meer slagkracht en innovatievermogen, grotere betrokkenheid van de medewerkers en een beter imago. In ‘Een nieuw kapitalisme voor een wereld in verwarring’ combineert Henderson de inzichten uit haar lange onderzoekscarrière met inspirerende praktijkverhalen. Ze toont ons een haalbaar alternatief in deze tijd van extreme uitdagingen – maar ook van unieke kansen.

Fragment uit 1. 'Als de feiten veranderen, verander ik van gedachten. En wat doet u?'
Aandeelhouderswaarde als achterhaald idee

Het gevaar
Jarenlang hebben voorstanders van de ongecontroleerde vrije markt de Amerikaanse regering aangevallen. Maar het alternatief voor een sterke democratisch gecontroleerde regering is niet de zegevierende vrije markt. Het alternatief is een kapitalisme van vriendjespolitiek, of wat een ontwikkelingseconoom 'extractie' noemen, een politiek systeem waarin de rijken en de machtigen samen het land - en de markt - runnen om hun eigen belangen te dienen. Extractieve elites monopoliseren de economische activiteit en onderinvesteren (als ze al investeren) in het algemeen belang, in de vorm van wegen, ziekenhuizen, scholen en dergelijke.

Er wordt altijd een prijs betaald. Te veel nadruk op het algemeen belang gaat ten koste van de ondernemersdynamiek die de levensader van goed functionerende markten is. Te veel nadruk op economische vrijheid leidt tot de vernietiging van de maatschappelijke en de natuurlijke wereld en de gestage desintegratie van de instituties die de markt in evenwicht houden.

De geschiedenis van Rusland illustreert deze dynamiek. De Sovjeteconomie onder het communisme groeide veel langzamer dan de westerse economieën, terwijl ze bovendien de persoonlijke en politieke vrijheid aan banden legde. Na de val van de Berlijnse muur en de ineenstorting van het Sovjetrijk, omarmde Rusland van harte een volledig ongehinderde markteconomie in haar zuiverste vorm. Eén glorieus moment leek het erop dat Rusland een ontwikkelde markteconomie zou worden. Maar niemand dacht eraan om een prijs te verbinden aan niet doorberekende kosten; om instituties op te bouwen die wetgeving konden handhaven; om goed onderwijs en gezondheidszorg aan te bieden; of te zorgen dat bedrijven niet hun eigen regels konden bepalen. Achter al die vriendelijke gezichten waren de mannen met de geweren nog altijd de baas. De Russische staat verkocht zijn eigendommen - het overgrote deel van de economie - aan een kleine groep 'vrienden'., waarmee een uitgesproken akelige vorm van nepotistisch kapitalisme werd gecreëerd. De Verenigde Staten heeft 327 miljoen inwoners en een BBP van $21 biljoen. Rusland heeft ongeveer de helft van het bevolkingscijfers en een BBP van slechts $1,6 biljoen. Vrije markten kunnen niet zonder vrije politiek: goed functionerende instituties zijn belangrijk voor het bedrijfsleven. (pagina 34-35)

Lees o.a. Waarom sommige landen rijk zijn en andere arm van Daron Acemoglu en James Robinson (uit 2012), De limieten van de markt : de slinger tussen overheid en kapitalisme van Paul De Grauwe (uit 2014/2020) of kijk eens op deze literatuurlijst.

Terug naar Overzicht alle titels


donderdag 18 februari 2021

Jill Lepore 2

Dit Amerika : pleidooi voor een betere natie
De Arbeiderspers 2021, 143 pagina's € 20,--

Oorspronkelijke titel: This America, the case for the nation (2020)

Wikipedia: Jill Lepore (1966)

Korte beschrijving
Harvard-professor Jill Lepore (1966) geeft in dit essay haar visie op het ontstaan, de aard en de geschiedenis van de Amerikaanse natie. Een turbulente en nog immer relevante geschiedenis, zoals de kapingspogingen van illiberale nationalisten als de Ku Klux Klan en ex-president Donald Trump illustreren. De Amerikaanse natie is, anders dan de Europese en post-koloniale naties, geen natiestaat maar een staatnatie, een unicum. Lepore onderzoekt het ontstaan van naties, het denken erover, de geschiedschrijving over en de toekomst van naties en illustreert dat met concrete thema's, personen en gebeurtenissen uit de Amerikaanse geschiedenis. De auteur herinterpreteert het doel van het vak Amerikaanse Geschiedenis en analyseert een uiterst relevant thema uit de geschiedenis van de VS en het Trump-tijdperk: de Amerikaanse natie is, bedreigd en wel, ondanks de kapingspogingen van de illiberalisten en de voorspellingen van de internationalisten, mits behoed, nog steeds springlevend en functioneel. Een vurig pleidooi voor de kernwaarden waarop de VS zijn gebouwd. Vervolg op 'Deze waarheden'*. Een abstract filosofische discussie, maar met veel concrete onderbouwing, op hoog academisch niveau. Prachtig uitgegeven, uitstekend geschreven en bijzonder goed vertaald.

Tekst op website uitgever
Dit Amerika is een vervolg op Deze waarheden, Jill Lepore’s veelgeprezen geschiedenis van de Verenigde Staten. In een tijd van grote wanhoop over de toekomst van de democratie, is dit boek een vurig pleidooi voor de waarden waarop het land gebouwd is. Nu gevaarlijke vormen van nationalisme in opkomst zijn, verwerpt Lepore het nationalisme door zijn lange geschiedenis uit te leggen, en de geschiedenis van het idee van ‘de natie’ zelf. Tegelijkertijd roept ze op tot een ‘nieuw Amerikanisme’: een genereus patriottisme dat een eerlijke afrekening met het verleden van de Verenigde Staten vereist.

Fragment uit XIV - Het einde van het liberalisme?
Tussen 1965 en 2000 groeide het conservatisme uit tot de dominante kracht in de Amerikaanse politiek. Conservatieven vielen het liberalisme aan, ze vielen de pers aan en de academische wereld. Ze namen de Republikeinse Partij over, het Witte Huis , het Congres en het Hooggerechtshof. De meeste Republikeinen hadden niets met het nationalisme en stonden er in feite afwijzend tegenover. Maar Trump was een nationalist in het kwadraat. Liberale en linkse krachten kwamen met antwoorden, maar zij hadden het nog maar zelden over de natie als natie.

In 1986, toen Carl Degler opstond om zijn voorzittersrede te houden voor de American Historical Association, hield vrijwel niemand onder zijn vakgenoten zich nog bezig met nationale geschiedschrijving of de zaak van de natie als zodanig. Degler zag het met lede ogen aan. En ik vermoed dat hij in 1989 al evenmin veel zal hebben opgehad met Francis Fukuyama's 'The End of History?'. Later, nadat de burgeroorlog in Bosnië was uitgebroken, kondigde de politicoloog en filosoof Michael Walzer grimmig aan: 'De stammen zijn terug.' Ze waren nooit weggeweest. Ze waren de historici alleen minder opgevallen omdat die er niet echt meer naar hadden omgekeken. (pagina 118)

Lees ook: Deze waarheden : een geschiedenis van de Verenigde Staten (2020)

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 16 februari 2021

David Farrier

Voetafdrukken : op zoek naar de fossielen van de toekomst
Atlas Contact 2020, 334 pagina's € 24,99

Oorspronkelijke titel: Footprints : in search of future fossils (2020)

Bio David Farrier  (1982)

Korte beschrijving
Uit het Engels vertaalde visie op hoe wij met de huidige leefomgeving omgaan en wat daarvan over zal zijn in de verre tot zeer verre toekomst. Een duizelingwekkende beschouwing en reis in de tijd die aandoet als een koortsdroom, zowel door de pen en de brede aanpak van de auteur als door het buitengewoon confronterende realiteitsgehalte van het onderwerp. De auteur die als universitair docent Engelse literatuur hierin letterlijk alle grenzen heeft opgezocht, belicht de eindigheid en betrekkelijkheid van alles wat we nu als normaal beschouwen: steden en landen zullen verdwijnen door ons eigen toedoen en door de aardse processen. Geen makkelijke kost maar volop stof tot nadenken. Zeer bijzonder boek.

Tekst op website uitgever
In ‘Voetafdrukken’ neemt David Farrier onder de loep wat voor fossielen wij achter zullen laten. Wat blijft er over van onze huidige leefomgeving en de spullen van ons dagelijks leven? Hoe ziet de wereld van de toekomst eruit, over tienduizend jaar? Of tien miljoen jaar? Het Antropoceen laat overal zijn sporen na: in de lucht, de oceanen en op het land. Resten van steden, wegen en bruggen zullen als sporenfossielen in de diepe tijd opduiken. Maar ook nutteloos plastic in de oceaan en kernafval opgeborgen in aardlagen zijn niet zomaar weg. Zelfs de CO2 die we de afgelopen honderd jaar hebben uitgestoten zit nog honderdduizend jaar in de atmosfeer. De fossielen van de toekomst vertellen ons veel over hoe we leven in het nu. In ‘Voetafdrukken’ worden we uitgenodigd na te denken over hoe wij herinnerd zullen worden in de mythen en verhalen van onze verre nazaten. David Farrier rekt de grenzen van wat de mens vermag te verstaan op en verandert daarmee niet alleen ons tijdsbesef, maar ook onze blik op de wereld van vandaag.

Fragment uit (de) Inleiding. Sporen van een spookachtige toekomst
Voetafdrukken is mijn poging om erachter te komen hoe we in de zeer verre toekomst herinnerd zullen worden. Mensen zijn al eeuwen bezig het land en ecosystemen te veranderen, maar de veranderingen met betrekking tot de aarde en de steeds duurzamere materialen die we - vooral op het noordelijk halfrond - sinds de Industriële Revolutie hebben geproduceerd, hebben elkaar in een zeer rap tempo opgevolgd. Ze zullen langdurig hun sporen nalaten en alles overtreffen wat mensen eerder hebben voortgebracht. In mijn speurtocht naar toekomstige fossielen let ik op de lucht, de oceanen en de gesteenten, van een bolletje ijs uit het hart van Antarctica tot een rustplaats voor radioactief afval onder het vaste gesteente in Finland. Ik onderzoek de landschappen en voorwerpen die het langst blijven bestaan en de veranderingen die ze zullen ondergaan: de processen die een metropool zullen veranderen in een dun laagje beton, staal en glas in de bodemformaties, de toekomst van de 50 miljoen kilometer aan wegen die rond de aarde liggen en onze steden voorzien van producten die over grote afstanden zijn vervoerd, en de verhalen over deze producten zelf, zoals de vijf triljoen stukken plastic die nu al ronddrijven in de oceanen. (pagina 29-30)

Lees vooral ook De wereld zonder ons (uit 2007) en Aftellen : onze laatste kans op een toekomst op aarde (uit 2014) van Alan Weisman 

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels


maandag 15 februari 2021

Marc Buelens

 

De verblinde samenleving : hebben we echt een catastrofe nodig om vooruitgang te boeken?
Lannoo 2020, 288 pagina's € 22,99

Bio Marc Buelens (1949)

Korte beschrijving
Wat valt er te leren van de coronacrisis? In dit boek stelt de auteur, een Belgische organisatiepsycholoog, het leervermogen van de maatschappij ter discussie. De eenzijdige oriëntatie van wetenschap, economie en politiek op groei heeft ons volgens hem veel verkeerde dingen geleerd. Aan de hand van bekende feiten en ontwikkelingen uit de afgelopen decennia op het gebied van wetenschap, economie en politiek laat hij zien hoe meer aandacht voor maatschappelijke leerprocessen een catastrofe kan voorkomen. Zo kan dit boek gezien worden als een bijdrage aan het publieke debat over het langere termijnperspectief na de coronacrisis. Leesbaar voor een breed publiek. Met eindnoten en een literatuurlijst..

Tekst op website uitgever
Hoe we als maatschappij fundamentele vooruitgang kunnen boeken
Hoe leert een samenleving? En vooral: waarom leren we zo vaak ook de verkeerde dingen? Het zijn vragen die verrassend weinig worden gesteld. Het lijkt wel alsof we altijd eerst een catastrofe nodig hebben voordat we vooruitgang kunnen boeken.

In dit boek brengt organisatie-expert Marc Buelens een messcherpe analyse van hoe samenlevingen zichzelf al te vaak in de voet schieten. Hij legt uit hoe de drie trekpaarden van onze maatschappij - wetenschap, economie en politiek - altijd maar lijken door te draven... en hoe ze onze 'luwe' systemen, zoals cultuur, zingeving en solidariteit, op die manier compleet dreigen te vertrappelen.

In plaats van de politieke besluitvorming te stroomlijnen, gezondheidscrisissen te managen of de immense uitdagingen inzake ongelijkheid, klimaat en milieu aan te pakken, blijven we in rondjes draaien. Wat kunnen we dan leren opdat het coronadebacle geen generale repetitie voor de klimaatcrisis wordt? Kunnen we onszelf uit het moeras trekken of blijven we blind voor onze catastrofale leerprocessen?


Fragment uit 1. Even de pauzeknop indrukken

Er zetelen haast uitsluitend wetenschappers, economen en politici in de leidende organen. Zelden bespeur je andere figuren aan de top van de nieuwe maatschappelijke piramide. Als het er echt op aankomt, is er geen plaats voor dichters, gewone ouders, bisschoppen, zieners, toneelspelers, leerkrachten. Hier en daar mag een historicus of een psycholoog een probleem duiden. De wereld moet gered worden. Dat doe je met sterke systemen. De luwe systemen leiden niet, zij dienen vooral het volk te troosten en te entertainen: ontroerende kindertekeningen aan de ramen, een operazanger die vanaf zijn balkon zingt, knuffels, een kolonel die moedig in zijn tuin stapt achter zijn rollator en 44 miljoen pond verzamelt voor de Britse Nationale Gezondheidsdienst NHS. De vrije pers bezingt vooral de lofzang van de kleine burger, zijn heldhaftigheid, creativiteit, volgzaamheid en geduld. Ze is aanvankelijk opvallend minder kritisch dan gewoonlijk voor de luide systemen. Media tonen naast veel lijden vooral de mooie zijde van de mens: solidariteit, respect, betrokkenheid, dankbaarheid. Maar in de comités die over onze toekomst beslissen, of tijdens de grote persconferenties, zijn de luwe systemen opvallend afwezig. Die behoren tot ons privéleven. Ze staan op het niveau van puzzelen, behangen of in de tuin werken. 
Wetenschap, economie en politiek zijn de laatste decennia vooral gericht op groei en hebben ons in die periode welvarend, gelukkig en vrij gemaakt en ons (volgens sommige pessimisten althans) compleet vervreemd van onszelf. Zij hebben ons weliswaar niet kunnen beschermen tegen het onheil, maar moeten ons nu wel uit de modder trekken.

Voor mij werd duidelijk dat we met z'n allen vele verkeerde dingen hebben geleerd. Zijn we het slachtoffer geworden van verslaving, een ontspoord leerproces? Hebben we ons dagelijks leven al te zeer laten domineren door het credo 'shop till you drop', technologie en populistisch gezwets? Ik vrees dat onze maatschappij op sleeptouw is genomen door veel te intense leerprocessen, bewust én onbewust ontworpen door het vermelde driespan. Die leerprocessen hebben ons verblind, ook voor de mogelijke driegingen die met hoge snelheid op ons afkwamen. Tijdens intense leerprocessen focussen we op één zaak en vergeten de rest. Wie met de auto leert rijden, sluit tijdelijk zowat alle signalen van zijn omgeving uit. Zijn we met z'n allen verblind voor wat kritische denkers existentiële risico's noemen? Voor rampen zo groot dat het voortbestaan van de mensheid zelf ervan afhangt?  (pagina 12-13)

Terug naar Overzicht alle titels

Andere Lezers van Stavast-titels van deze uitgever

Jelle Reumer

Teveel : overbevolking, biodiversiteit, stadsvossen en de pandemie
Lias uitgeverij 2020, 96 pagina's € 14,95

Website Jelle Reumer (1953)

Korte beschrijving
Toen hij in 2005 'De ontplofte aap : opkomst en ondergang van de mens' schreef, leefden er ongeveer zes miljard mensen op aarde, nu in 2020 zijn dat er zowat acht. Auteur Jelle Reumer (1953) is bioloog, emeritus-hoogleraar paleontologie, columnist in Trouw en publicist op het gebied van evolutie en (stads)natuur. Dit essay belicht de relaties tussen overbevolking door de homo sapiens op deze wereldbol, de gigantische en – voor de mens hoogst riskante – achteruitgang van de biodiversiteit, het gaan bewonen van steden door ratten, vossen, duiven en flora en ten slotte de coronapandemie die in 2020 begon. Met zijn heldere en prettig informerende manier van schrijven, bespreekt hij een relevant scala aan thema’s. De belangrijkste – en lastigste – taak voor de mens is het stevig terugdringen van de overbevolking. Hij vertelt ook waarom dat zo lastig is. Anders vernielen we permanent de leefbaarheid van de aarde voor de mens in de toekomst. Het boekje – waaraan meerdere media al aandacht besteedden, ontstond in de lockdownperiode begin 2020 op uitnodiging van zijn uitgeefster. Een prettig leesbaar en hoogst actueel boekje.

Tekst op website
De coronacrisis van 2020 wees de mensheid op haar kwetsbaarheid. Miljoenen werden ziek of stierven. Maar het probleem is groter: de hele aarde is ziek. Op de beroemde foto Blue Marble zien we een mooie kogelronde blauwe planeet. Van grote afstand zie je niets, maar in werkelijkheid lijdt onze planeet aan een nare huidaandoening. Het aardoppervlak is overwoekerd met mensen. In hun kielzog is er teveel aan landbouwhuisdieren, worden CO2 en methaan in de atmosfeer gepompt, zeeën overbevist en natuurlijke habitats vernietigd. De biodiversiteit verdwijnt in rap tempo. Grote delen van de aarde worden onleefbaar: soorten zoeken in toenemende maten hun heil in steden. Wilde dieren worden op markten verhandeld - tot ze er niet meer zijn. De laatste restjes worden als bushmeat opgegeten, of gestroopt om als medicijn te worden fijngemalen. Wie de ui afpelt, komt tot de kern: de menselijke overbevolking. Het is de olifant in de kamer en bovendien een taboe. Het is de hoogste tijd om erover na te denken, te praten en het op de politieke agenda te zetten. Dit uitdagende essay geeft daartoe een aanzet. 'Reumer schrijft prettig. Zijn betoog is glashelder, overtuigend en verontrustend.' - de Volkskrant


Fragment uit (de) Introductie

Het jaar 2020 zal in de geschiedenisboeken blijven voortleven als het jaar van de covid-19-pandemie. Terwijl ik dit schrijf, zitten we er midden in. Het is zomer, in vele landen zijn de eerste schrikreacties en lockdownmaatregelen door het heerlijke zomerweer verdampt. De bevolking wordt roekelozer, perst zich weer in vliegtuigen, zoekt massaal de stranden op en viert zorgeloos feest met bier en luide muziek. Ondertussen lacht het coronavirus dat de ziekte covid-19 veroorzaakt, SARS-CoV-2 voor intimi, in zijn vuistje. Virussen zijn dol op vliegtuigen, mensenmassa's en lawaaiig feestgedruis.
  Het jaar 2020 vertoonde, voor wie er op lette, ook een opvallend aantal wetenschappelijke en populaire artikelen over de teloorgang van de natuur en de biodiversiteit. Het begon al in januari met de verklaring dat de Chinese lepelsteur Psephurus gladius definitief is uitgestorven. Lepelsteuren waren kolossale vissen, ze konden naar verluidt wel zeven meter lang worden, maar vooral waren het levende fossielen die al tweehonderd miljoen jaar op onze aarde vertoefden. Tot nu. Ze leefden in de grote Chinese rivieren en gingen ten onder aan overbevissing en de bouw van stuwdammen. Ergens tussen 2000 en 2007 werd de laatste lepelsteur gevangen. Sindsdien is het voorbij. Dat die vreemde vis - een levend fossiel - in China uitstierf en het coronavirus in datzelfde land ontstond, lijkt toeval. Voor hetzelfde geld was een vis in de Amazone definitief verdwenen en was de pandemie in Congo ontstaan als een ebola-2.0. Maar helemaal toevallig is het niet.
De vis is eenvoudigweg uit de rivier en daarmee van de aardbodem weggegeten. Door mensen. China is een overbevolkt land met overbevolkte megasteden, een geschiedenis van grote hongersnoden, een hygiëne die wel wat te wensen overlaat en een enorme druk op het milieu.
  De drie kernbegrippen van dit essay zijn genoemd. Overbevolking, biodiversiteit, pandemie. Zeker zo belangrijk is een vierde begrip: klimaatverandering. Alle houden verband met elkaar, dat wil zeggen, de grote problemen waar onze aarde mee kampt, zijn alle in verband te brengen met dat ene onderliggende probleem: de explosie van één zoogdiersoort in aantallen. De overbevolking van de aap in kwestie: Homo sapiens, is de olifant in de kamer. (pagina 5-6)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels


Elke Wiss

Socrates op sneakers : filosofische gids voor het stellen van goede vragen
Ambo | Anthos 2020, 255 pagina's € 20,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Website Elke Wiss (1986)

Korte beschrijving
Zelden heeft de mens iets geleerd van de les slechts één keer aan te horen. Daarom is het goed dat Elke Wiss in dit boek een en ander nog eens duidelijk op een rijtje zet. Verwacht van dit boek niet de grote nieuwe inzichten, maar wel een persoonlijk getint overzicht van de meest cruciale elementen uit de socratische gespreksvoering. Vragen stellen lijkt dan misschien wel iets waar we allemaal expert in zouden moeten zijn; Elke Wiss stelt pijnlijk vast: we zijn er blijkbaar toch niet erg goed in. Onze vragen zijn gekleurd door (voor)oordelen, aannames, en de zoektocht naar een gaatje waar we misschien ook nog iets over onszelf kunnen vertellen. Met Socrates als voorbeeld toont Wiss aan dat vragen stellen vertrekt vanuit niet-weten, nog niet begrijpen. Waarom dat zo belangrijk is, wordt in het eerste deel van het boek grondig toegelicht. De praktische tips die volgen op dat meer beschouwende deel bieden dan weer een concrete houvast. Dit boek prikkelt en je zal je volgende gesprek, zonder enige twijfel, anders aanpakken. Met literatuuropgave. Zeer leesbaar en inspirerend.

Tekst op website uitgever
Met Socrates op sneakers tackelt praktisch filosoof Elke Wiss de kunst van een goed gesprek. In een tijd waarin iedereen door elkaar roeptoetert en meningen al snel dezelfde waarde als feiten krijgen, is de verbinding vaak ver te zoeken. We proberen de ander eerder te overtuigen van ons gelijk dan dat we samen op zoek gaan naar wezenlijke antwoorden. Veel van onze gesprekken hebben daardoor meer weg van een debat dan van een dialoog. We praten liever dan dat we luisteren, voor vragen stellen hebben we geen tijd. En toegeven iets niet te weten is al helemaal geen optie. Hoe mooi zou het zijn als je op elk moment en in iedere situatie weet hoe je precies díé vraag stelt die leidt tot een goed gesprek?

In Socrates op sneakers leert Elke Wiss je hoe je dat doet. Met Socrates en andere filosofen als inspiratiebron laat zij zien waarom we zo slecht zijn in het stellen van goede vragen, én hoe we er beter in worden. Socrates op sneakers leert je de vaardigheden die nodig zijn om die vragen te stellen die verrassen en aan het denken zetten. Zodat we gesprekken voeren die leiden tot verdieping en verbinding. Met een ander, én met jezelf.

Fragment uit 1. Waarom zijn we zo slecht in het stellen van goede vragen?
Om beter te worden in het stellen van goede vragen is het belangrijk waarom we er vaak níét goed in zijn. Wanneer ik beter wil leren debatteren, moet ik natuurlijk veel oefenen. Maar door oefenen alleen kom ik er niet. Ik moet ook de valkuilen leren herkennen, theorie en kennis opdoen over hoe je ene debat voert en hoe je argumenteert. Wil ik beter leren koken, moet ik, naast veel oefenen, kennis en theorie opdoen over smaken, geuren, ingrediënten. Ik kan me verdiepen in het waarom van bepaalde producten, gereedschappen, technieken. Wie ooit eens een chocoladesoufflé heeft zien mislukken. snapt waarom je je soms beter eerst bezig kunt houden met valkuilen en mogelijke faaloorzaken.
  Voordat we gaan oefenen in hoe-leer-ik-goede-vragen-stellen, staan we stil bij het waaróm van ons falen erin. Je zult merken dat veel van de redenen waarom we er vaak niet in slagen goede vragen te stellen, ook op jou van toepassing zijn. Die wetenschap alleen al maakt je bewuster van je eigen vraagkunde en helpt je valkuilen te vermijden. Daarnaast ga je de gesprekken om je heen en in de media beter bekijken en ook daar leer je van: Hoe het wél en hoe het níet moet.
Voor het schrijven van dit boek heb ik oproepjes gedaan, mensen geïnterviewd en hun onder andere gevraagd: Wat maakt dat je soms geen vraag stelt? Waarom denk jij dat mensen hun vragen terughouden? Uit deze interviews en oproepen kon ik, naast research en mijn eigen ervaring, ontdekkingen en conclusies, zes redenen halen waarom we soms niet in staat zijn goede vragen te stellen.
1. BIOLOGIE: over jezelf praten is véél lekkerder dan vragen stellen
2. VRAAGVREES: vragen is soms hartstikke eng
3. SCOREN: je scoort beter met een mening dan met een vraag
4. OBJECTIVITEIT: we zijn verleerd objectief te redeneren
5. TIJD: we denken dat het tijd kost om goede vragen te stellen
6. COMPTENTIE: we krijgen het niet geleerd. (pagina 34-35)

Terug naar Overzicht alle titels

Andere Lezers van Stavast-titels van deze uitgever