woensdag 29 juni 2022

Andri Snær Magnason

Over tijd en water : een geschiedenis van onze toekomst
De Geus 2022, 333 pagina's € 22,50

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Oorspronkelijke titel: Um timann og vatnid (2019)

Wikipedia: Andri Snær Magnason (1973)

Korte beschrijving
In ‘Over tijd en water’ laat de IJslandse schrijver Andri Snær Magnason de onbevattelijkheid van klimaatverandering tot de lezer doordringen. Interviews met wetenschappers verweeft hij met oeroude legendes, historische en persoonlijke verhalen tot een boek dat oproept om bij de keuzes die nu gemaakt worden rekening te houden met toekomstige generaties. Helder geschreven. Met illustraties en foto’s. Voor lezers met een diepgaande interesse in het onderwerp.  Andri Snær Magnason (Reykjavik, 1973) is een wereldberoemde IJslandse schrijver, filmregisseur, milieuactivist en jeugdauteur. Zijn werk werd in meer dan dertig landen uitgegeven.

Tekst op website uitgever
In de komende honderd jaar zullen er fundamentele veranderingen plaatsvinden in de waterstaat op aarde. De meeste gletsjers buiten de poolcirkels zullen smelten, de zeewaterspiegel zal stijgen, de temperatuur op aarde zal omhooggaan. Dit alles zal gebeuren in de periode van één mensenleven.

In Over tijd en water laat de IJslandse schrijver Andri Snær Magnason het onbevattelijke tot ons doordringen. Interviews met wetenschappers verweeft hij met oeroude legendes, historische en persoonlijke verhalen tot een boek dat oproept om bij de keuzes die we nu maken rekening te houden met toekomstige generaties.

Fragment uit  Woorden die wij niet begrijpen
Mijn generatie leerde op de basisschool dat IJslanders zeshonderd jaar lang door Deens gezag onderdrukt waren geweest en dat ons volk al die tijd naar vrijheid en onafhankelijkheid verlangd had. Maar daarvan klopt helemaal niets: pas rond het midden van de negentiende eeuw brachten romantische schrijvers en dichters de idee naar voren dat de IJslandse bevolking altijd al onafhankelijk had willen zijn. Aan het merendeel van diezelfde bevolking was deze tijdgeest echter voorbijgegaan: de meeste mensen hadden er hun handen vol aan van dag tot dag te overleven. Mensen leven nu eenmaal in hun eigen werkelijkheid: in elk tijdperk zijn mensen gevangenen van de taal die op dat moment gangbaar is, en van het gezag dat dan aan de macht is. De meeste mensen zijn ertoe veroordeeld te denken volgens de lijn en met de begrippen die hun aangereikt worden. De IJslanders hadden meer dan honderd jaar aan gedichten, toespraken, bijeenkomsten, verklaringen, vertalingen en discussies in bruine cafés in Kopenhagen nodig om de concepten die in Jørgensens manifest stonden, in volle omvang te kunnen  begrijpen. Pas in 1918 was er een basis om over de ideeën en over zelfbestuur te praten, maar de discussies over gelijke rechten voor alle geslachten zouden nog minstens honderd jaar langer duren. (pagina 80)


Fragment uit Misschien komt het allemaal weer goed

Een mens kan dit soort dimensies nauwelijks bevatten: een gigantische waterval van olie, zeshonderd uitbarstende vulkanen, honderd miljoen vaten olie per dag, honderd miljoen auto's die van de lopende band rollen en als lava door de straten stromen. Het aantal auto's dat jaarlijks geproduceerd wordt, zou bumper aan bumper de aarde vier keer als een wurgslang kunnen omspannen. Als ze naar het heelal gekatapulteerd zouden worden, konden ze op een afstand van duizend kilometer de aarde twee keer omspannen als de ring van Saturnus. Wat een spectaculair gezicht zou dat zijn: naar de hemel kijken en daarboven een glanzende ring van auto's te zien als teken van onze macht, totdat ze als een meteorenregen op aarde zouden neerstorten. De wereldbevolking bestond nog nooit uit zeven miljard mensen; we hebben nog nooit zoveel vuren tegelijk aangestoken. En nu moeten we nadenken en ons anders gaan gedragen. We hebben het gereedschap, de techniek en de kennis om dat te doen en als we het niet doen, stellen we zowel onze voorouders als als nageslacht teleur. De woorden worden nu langzaam naar het zwarte gat toegezogen. (pagina 264-265)

Artikelen
Deze IJslandse schrijver neemt afscheid van het ijs: ‘Wij zijn de generatie die vaarwel zegt tegen gletsjers’ (Vrij Nederland, april 2021)
Met oerkoeien kan je een verhaal over klimaatverandering vertellen dat wél leuk is om te lezen (NRC, april 2022)

Lees ook: De goede voorouder : langetermijndenken voor een kortetermijn wereld van Roman Krznaric (uit 2021) of klik hier voor een overzicht met circa 70 andere titels over het klimaatprobleem (februari 2021)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 27 juni 2022

Stefano Mancuso 4


Bomen van de wereld

Cossee 2022, 222 pagina's €24,99

Oorspronkelijke titel: La pianta del mondo (2020)

Wikipedia: Stefano Mancuso (1965)

Korte beschrijving
Verhalen van de Italiaanse bioloog Stefano Mancuso over bijzondere bomen en planten. De verhalen van bomen zijn onlosmakelijk verbonden met die van de mens, stelt Mancuso. Mensen vertegenwoordigen slechts een verwaarloosbaar deel van de biomassa op aarde tegenover bomen en planten. ‘Bomen van de wereld’ is informatief, maar ook onderhoudend geschreven en zal een brede groep lezende natuurliefhebbers aanspreken. Stefano Mancuso (Catanzaro, 1965) is hoogleraar aan de Universiteit van Florence, leidt het Internationaal Laboratorium Vegetale Neurobiologie. Eerder publiceerde hij onder andere ‘De universele rechten van de plant’.

Tekst op website uitgever
Of het nu gaat over het leven op deze planeet of over de klank van een viool, over de toekomst van onze steden of over het oplossen van misdaden: alles begint bij een plant.

Eén fijnspar in het bos van Paneveggio, Italië. Van die boom maakte Stradivarius zijn veertien beste violen. Vioolbouwers over de hele wereld gebruiken tegenwoordig de modernste technieken om de klank van de zeventiende-eeuwse viool te benaderen, maar toch zweert elke violist nog steeds bij de klassieke violen van Stradivarius. Ligt het aan de lijm die hij gebruikte? Het drogingsproces? Het vernis? Nee, stelt Stefano Mancuso, het geheim zit in het herkennen van die ene perfecte fijnspar in het bos van Paneveggio.

In Bomen van de wereld reist de bioloog van Italië naar Manhattan en van het zuidelijkste puntje van Japan naar Parijs om onderzoek te doen naar bijzondere bomen en planten. Hun verhalen zijn namelijk onlosmakelijk verbonden met die van ons. Want, zo weet Mancuso: ‘Het begint en eindigt allemaal bij planten. Of het nu gaat over het leven op deze planeet of over de klank van een viool, over de toekomst van onze steden of over het oplossen van misdaden: alles begint bij een plant. Elk verhaal begint met een plant.’


Fragment uit 1. De plant van de vrijheid

Zolang ik me kan herinneren voel ik me onweerstaanbaar aangetrokken tot papier. Toen ik drie was werd ik verliefd op de juf van de peuterschool en meteen daarna op papier. Deze tweed epassie had ik als kind al, lang voordat ik me begon te interesseren voor planten en alles wat daarmee te maken heeft, en is sindsdien onverminderd sterk en allesomvattend bij me gebleven. Een van de eerste herinneringen die ik heb aan groot worden betreft papier. Of beter gezegd: stripbladen. In die tijd dacht ik dat die rechtstreeks afkomstig waren uit de gulle handen van mijn ouders of andere familieleden die, met min of meer regelmatige intervallen en om redenen die bijna altijd verband hielden met jaarlijks terugkerende feesten of goede prestaties, deze getekende fantastische verhalen op basis van uitsluitend hun eigen voorkeuren uitdeelden. Ik wist natuurlijk ook wel dat die stripboeken te koop waren bij die verrukkelijke plekken die 'kiosken' werden genoemd, gewijde plaatsen waar alleen volwassenen mochten komen en daarom voor mij ontoegankelijk waren alsof ze op de Olympos stonden. maar op een dag - ik zal zeven jaar zijn geweest - stond ik tijdens een vakantie in Rome geheel onverwacht voor het eerst van mijn leven voor een kraampje met tweedehands stripboeken. Kinderen van mijn leeftijd met en zonder ouders, mannen en vrouwen: iedereen stond daar samen te genieten van de wonderen van de boekdrukkunst, zonder onderscheid des persoons of inkomen. De vraagprijs van honderd lire voor één stripboekje (vierhonderd lire voor vijf stuks) paste precies binnen mijn financiële mogelijkheden. Sterker nog: ik had altijd een briefje van duizend lire bij me dat mijn vader me had gegeven 'voor alle zekerheid'.  Tot dat moment had ik nooit begrepen hoe of wanneer 'alle zekerheid' zich zou voordoen. Ik investeerde mijn duizend lire in twaalf (opeenvolgende) nummers van het Italiaanse stripblad Comandante Mark. Het was een magisch moment. (pagina 15-16)

Lees ook: Reizend groen : de wonderbaarlijke migratie van planten (uit 2019), De universele rechten van de plant (uit 2020) en Plantenrevolutie : hoe planten onze toekomst bepalen (uit 2018) van Stefano Mancuso.

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels

Vinciane Despret

Wat zouden dieren zeggen als we ze de juiste vragen stelden?
Noordboek 2022, 334 pagina's € 22,50
Reeks: Dierenrechtenbibliotheek

Oorspronkelijke titel: Que diraient les animaux si... on leur posait les bonnes questions? (2012)

Wikipedia: Vinciane Despret (1959)

Korte beschrijving
Een filosofische en onderhoudende beschouwing van de verhouding tussen mens en dier aan de hand van de betekenis die de mens toekent aan dierengedrag. Staan koeien de hele dag te niksen? Kunnen apen werkelijk na-apen? Zien dieren zichzelf zoals wij hen zien? Kunnen ze in opstand komen? In dit boek beantwoordt de Belgische filosofe Vinciane Despret zesentwintig verrassende vragen die vastgeroeste ideeën over dieren op de proef stellen. Ze laat onderzoekers, filosofen en dierverzorgers aan het woord en laat zien hoe we anders over dieren kunnen denken. ‘Wat zouden dieren zeggen als we ze de juiste vragen stelden?’ is vormgegeven als een abecedarium: aan de hand van trefwoorden van A t/m Z beschrijft Despret de verschillende eigenschappen die de mens aan dieren toekent en welke waarheid daar al dan niet achter schuilt. Het boek is geschreven in een intelligente, aansprekende stijl en bevat een voorwoord van Bruno Latour en een nawoord van Michel Vandenbosch. Vinciane Despret (Anderlecht, 1959) is filosoof aan de Universiteit van Luik. Ze schreef meerdere boeken over dieren, waar-onder 'Bêtes et hommes' (Gallimard, 2007) en 'Penser comme un rat' (Quae, 2009).

Tekst op website uitgever
Een must voor iedereen die met dieren werkt en een genot voor iedereen die al grinnikend wil begrijpen hoe dieren denken. Staan koeien de hele dag te niksen? Maken vogels kunst? Kunnen apen werkelijk na-apen? Zien dieren zichzelf zoals wij hen zien? Kunnen ze in opstand komen? En — misschien een vreemde vraag — is het wel gepast om in hun bijzijn te plassen? In dit boek beantwoordt de Belgische filosofe Vinciane Despret zesentwintig verrassende vragen die vastgeroeste ideeën over dieren op de proef stellen. Ze laat onderzoekers, filosofen en dierverzorgers aan het woord en laat zien hoe we anders over dieren kunnen denken. Met een voorwoord van Bruno Latour en een nawoord van Michel Vandenbosch Vinciane Despret is filosoof aan de Universiteit van Luik. Ze schreef meerdere boeken over dieren, waaronder Bêtes et hommes (Gallimard, 2007) en Penser comme un rat (Quae, 2009).

Fragment uit Q - Komen pinguïns uit de kast?
In de dierentuin van Edinburgh leefde van 1915 tot 1930 een groep pinguïns. Een aantal zoölogen heeft de groep al die jaren geduldig en nauwkeurig geobserveerd en om te beginnen gaven ze elk pinguïn een naam. Ze deelden ze in naar geslacht, naargelang de paartjes die zich vormden, ze heetten nu Andrew, Eric... of Bertha, Ann, Caroline... enzovoort.

Naarmate de jaren verstreken en de waarnemingen zich opstapelden, schopten steeds meer verwarrende feiten dit mooie avontuur danig in de war. Allereerst moest worden erkend dat de indelingen op een nogal simplistische gedachte waren gebaseerd: bepaalde pinguïnkoppels bestonden bijvoorbeeld niet uit een man en een vrouw maar uit twee mannen. De identiteitsverwisselingen stelden de onderzoekers - niet de vogels - voor een ingewikkelde opgave, een drama van Shakespeare was er niets bij. Bovendien besloten de pinguïns er toen nog een schepje bovenop te doen dor van partner te wisselen. Na zes jaar in alle rust dieren te observeren werd duidelijk dat alle toegewezen identiteiten op één na, onjuist waren. Dat leidde tot uitgebreide naamswijzigingen: Andrew werd omgedoopt tot Ann, Bertha werd Bertrand, Caroline veranderde in Charles, Eric in Erica, en Dora bleef Dora. Eric en Dora waren al jaren een gelukkig paar, voortaan gingen ze door het leven als Erica en Dora; toen ze begrepen dat Bertha en Caroline homo waren, werden ze in het vervolg Bertrand en Charles genoemd.

Het algemene beeld van de natuur werd er echter niet door aangetast. Homoseksualiteit bleef in de dierenwereld een zeldzaam fenomeen en die pinguïns zouden vast bij die paar pathologische gevallen horen die wel eens door veehouders en in dierentuinen werden waargenomen. Je kon aannemen dat ze te wijten waren aan de omstandigheden van gevangenschap -wat volledig beantwoordde aan de psychopathologische theorieën die homoseksualiteit bij mensen tot de geestesziekten rekenden. Homoseksualiteit was tegennatuurlijk, de natuur liet dat niet zien. Maar de natuur scheen in de jaren tachtig van gedachten te zijn veranderd. Homoseksueel gedrag werd er schering en inslag. Het is vast een van de desastreuze gevolgen van de queer-revolutie die de Amerikaanse homobeweging in diezelfde tijd doormaakte dat die onschuldige schepsels zijn besmet. 

Ongetwijfeld moet de vraag worden geherformuleerd: waarom werd homoseksualiteit in de natuur tot dan toe niet opgemerkt? (pagina 188-189)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels

Seth Godin & Michel Porro

De klimaatalmanak : het is nog niet te laat
Haystack 2022, 319 pagina's  - € 25,--

Oorspronkelijke titel: The carbon almanac (2022)

Wikipedia: Seth Godin (1960) en website Michel Porro (19?)

Korte beschrijving
Een boek over klimaatverandering. Het boek bundelt artikelen en bijdragen van honderden schrijvers, onderzoekers, denkers en illustratoren. 'De klimaatalmanak’ biedt informatie over de oorzaken, de gevolgen en oplossingen van klimaatverandering. Aan bod komen meer dan driehonderd subonderwerpen zoals voeding, het weer, biodiversiteit, de landbouw, de economie en gezondheid. Helder, toegankelijk en engagerend geschreven. Met verhelderende illustraties, cartoons, tabellen en grafieken in zwart-wit. Seth Godin (Mount Vernon, 1960) is een wereldberoemde Amerikaanse schrijver, informaticus, ondernemer en econoom en initiatiefnemer van het Carbon Almanac Network. Zijn werk werd in meer dan vijftien landen uitgegeven..

Tekst op website uitgever
De klimaatalmanak is een unieke samenwerking tussen honderden schrijvers, onderzoekers, denkers en illustratoren uit de hele wereld. Ze beschrijven wat we weten over klimaatverandering: de oorzaken, de gevolgen en wat we eraan kunnen doen. In artikelen, cartoons, tabellen en grafieken lees je wat er gebeurt op meer dan driehonderd gebieden, zoals voeding, het weer, biodiversiteit, de landbouw, de economie en onze gezondheid. De klimaatalmanak is de ultieme bron van feiten over klimaatverandering en het begin van een wereldwijde beweging om klimaatverandering aan te pakken. Wat je leest in dit boek komt niet van oliemaatschappijen, marketeers, activisten of politici. Dit boek beschrijft gewoon wat er echt gebeurt, op dit moment. Onze planeet zit in de problemen en we moeten het samen oplossen. Klimaatverandering is geen ik-probleem, het is een wij-probleem. Blijven we praten, of komen we in actie? Het is nog niet te laat. De klimaatalmanak is het tastbare resultaat van een nieuwe internationale beweging, het Carbon Almanac Network. In de almanak lees je een voorwoord van initiatiefnemer en samensteller Seth Godin.

Fragment uit De vier boodschappers van de Apocalyps
De toename van kooldioxide en andere broeikasgassen in de atmosfeer bedreigt onze samenleving. In deze almanak lees je de nuchtere feiten, voorzien van diagrammen, grafieken en statistieken die onze netelige situatie uitleggen en bevestigen.
Eind 2021 bedroeg de wereldwijde concentratie kooldioxide in de atmosfeer meer dan 415 ppm (deeltjes CO2 per miljoen luchtdeeltjes). Dit is een stijging van meer dan 25 procent in slechts vijftig jaar. Deze toename komt door menselijke activiteit. Door de toename van CO2 en andere gassen blijft de warmte van de zon in de atmosfeer hangen, en warmt de aarde steeds verder op. Om het tij te keren we het klimaat waar we allemaal afhankelijk van zijn leefbaar te houden, moet het gehalte aan broeikasgassen in het komende decennium drastisch dalen.
Vier factoren zijn verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de kooldioxide en andere broeikasgassen die door de mens worden uitgestoten. Dat zijn steenkool, verbranding, koeien en beton. Samen zijn deze vier factoren de oorzaak van naar schatting zeventig procent van ons probleem van klimaatverandering. En het zijn meteen ook de belangrijkste aangrijpingspunten voor het terugdringen van de wereldwijde uitstoot van koolstof en het bereiken van de doelen die we samen hebben afgesproken.
De vier factoren zijn het gevolg van menselijke keuzes. en voor alle vier zijn er alternatieven. het loslaten van oud gedrag is nooit gemakkelijk, maar de richting waarin we moeten gaan, is helder. (pagina 10)

Lees ook: The Icarus deception : how high will you fly (uit 2012) en What to do when it's your turn (uit 2014).

Terug naar Overzicht alle titels


Martha Nussbaum 6

De kosmopolitische traditie : een nobel maar onvolkomen ideaal
Querido 2022, 343 pagina's € 27,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Oorspronkelijke titel: The cosmopolitan tradition : a noble but flawed idea (2021)

Wikipedia: Martha Nussbaum (1947)

Korte beschrijving
In ‘De kosmopolitische traditie’ beschouwt Martha C. Nussbaum de ontwikkeling van het kosmopolitisme en onderzoekt welke spanningen eraan inherent zijn. Het ideaal suggereert dat mensen moreel handelen en gelijkwaardig zijn, maar eerst moet er in materiële behoeften worden voorzien voordat mensen hun waardigheid kunnen verwezenlijken. Daarbij komen ongelijke welvaartsverdeling, voedseltekorten, verschillende sociale kansen en andere problemen kijken, die mensen via politieke wegen moeten oplossen. Nussbaum biedt een visie die de morele rechten van mens en natuur erkent. In filosoferende en informatieve stijl geschreven. Het boek zal geoefende lezers aanspreken.Martha C. Nussbaum (New York, 1947) is een wereldberoemde Amerikaanse schrijver, academisch docent, classicus en filosoof. Haar werk werd in meerdere landen uitgegeven en won verschillende literaire prijzen, zoals de Grawemeyer Award, de Harvard Centennialmedaille en de PEN/Diamonstein-Spielvogel Award for the Art of the Essay.

Tekst op website uitgever
De kosmopolitische politieke traditie in het westerse denken begint met de Griekse cynicus Diogenes, die op de vraag waar hij vandaan kwam antwoordde dat hij een wereldburger was. In plaats van zijn stamboom, stad, sociale klasse of geslacht te noemen, definieerde hij zichzelf als mens.

Martha C. Nussbaum volgt deze ‘nobele maar onvolkomen’ visie op het wereldburgerschap zoals die tot uiting komt bij denkers in de Grieks-Romeinse oudheid, bij Hugo de Groot in de zeventiende eeuw, Adam Smith in de achttiende eeuw en een aantal hedendaagse denkers. Ze onderzoekt welke spanningen er inherent aan zijn. Het ideaal suggereert dat mensen moreel handelen en gelijkwaardig zijn, terwijl er in werkelijkheid in basale materiële behoeften moet worden voorzien voordat zij hun inherente waardigheid kunnen verwezenlijken. Welke politieke principes moeten we volgen, wetend dat in grote delen van de wereld voedseltekorten heersen, dat mensen met beperkingen geringere sociale kansen hebben, dat er onverenigbare opvattingen zijn over de pluriforme samenleving, dat asielzoekers moeten worden opgevangen? Nussbaum formuleert hierop een antwoord en pleit ervoor ook de morele rechten van dieren en de natuur te erkennen.

Het inzicht dat mensen als gelijken én als wezens van onschatbare waarde zouden moeten worden behandeld, heeft in de moderne westerse politieke verbeelding veel goeds opgeleverd. In De kosmopolitische traditie breidt Nussbaum deze gedachte uit en spoort ze ons aan om ons te concentreren op wat we gemeenschappelijk hebben in plaats van op wat ons verdeelt.


Fragment uit 1. Wereldburgers

In dit boek onderzoek ik aantrekkelijke ideeën uit de kosmopolitische traditie, maar ook de intellectuele en praktische problemen die eraan kleven. Ze berusten deels op de Castle-lezingen die ik in 2000 op Yale University heb gegeven, maar ik nieuwe essays over De Groot en Smith toegevoegd en het essay over Kant verwijderd, omdat zijn bijdragen algemeen bekend en uitvoerig bestudeerd zijn, en ook omdat De Groot en Smith de traditie verder ontwikkelen op het vlak van materiële steun, iets wat Kant in mindere mate doet.

Dit is een onbeschaamd boek van met elkaar verweven essays, geen doorlopend historisch verhaal. Het zou filosofisch gesproken weinig zin hebben om te proberen elke figuur uit de traditie te noemen, hoewel historisch bekeken veel figuren dat wel verdienen. De lijst is lang en omvat veel fascinerende, minder bekende middeleeuwse en vroegmoderne denkers. Maar dat is niet mijn plan. Ik kies voorbeelden die een bepaald logisch traject volgen, dat begint bij Cicero (niet op alle punten een stoïcijn, maar op ethische gebied sterk aan de stoïcijnen verwant) en de orthodoxe stoïcijnen, en onderzoek en herzie de doctrines. (Dat betekent dat mijn moderne hoofdfiguren, De Groot en Smith, zijn gevormd door een protestantse kosmopolitische traditie, en niet door de katholieke traditie, die bij Aristoteles aanvangt en zich nogal anders ontwikkelt.) Omdat ik geloof dat het werk van al deze denkers, stuk voor stuk belangrijke filosofen, het verdient om als complex geheel te worden behandeld en niet in stukjes en beetjes, staat ieder essay in wezen op zichzelf en heeft het evenveel facetten als de denker op wie ik me bij toerbeurt concentreer. De verbanden tussen hen zijn echter altijd helder. (pagina 16-17)

Lees ook van Martha Nussbaum: Niet voor de winst : waarom de democratie de geestes- wetenschappen nodig heeft (2011),  Mogelijkheden scheppen : een nieuwe benadering van de menselijke ontwikkeling (2012), Politieke emoties : waarom een rechtvaardige samenleving niet zonder liefde kan (2014), Woede en vergeving : wrok, ruimhartigheid, gerechtigheid (2016) en Het koninkrijk van angst : een filosofische blik op angst als politieke emotie en de crisis van onze tijd (2018).

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 17 mei 2022

Roxane van Iperen

Eigen welzijn eerst : hoe de middenklasse haar liberale waarden verloor
Thomas Rap 2022, 144 pagina's € 18,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Wikipedia: Roxane van Iperen (1976)

Korte beschrijving
Een verhandeling over het afbrokkelen van het optimistische vooruitgangsdenken van de naoorlogse middenklasse die geloofde in kansengelijkheid, en de hang naar zelfbehoud en extreme sentimenten die ervoor in de plaats zijn gekomen. Met aandacht voor fenomenen als nativisme, populisme en wellness-rechts. De auteur spreekt de hoop uit dat de middenklasse opnieuw de vooruitgangsgedachte omarmt. Intelligent en met diepgang geschreven. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep. Roxane van Iperen (Nijmegen, 1976) is een bekende Nederlandse auteur, jurist, journalist en columnist. Ze schreef een klein aantal boeken. Haar werk werd in meerdere landen uitgegeven.

Tekst op website uitgever
Nederland heeft lang een zelfbeeld van openheid en tolerantie gehad. Dat beeld kwam voort uit het naoorlogse optimisme van de middenklasse, die geloofde in kansengelijkheid, ongeacht afkomst of achternaam, en het belang van goede publieke voorzieningen. Zo zou elke nieuwe generatie het beter krijgen dan de vorige. Het geloof in vooruitgang is de afgelopen jaren afgebrokkeld en heeft onder invloed van de politiek plaatsgemaakt voor een sterke hang naar zelfbehoud, met extreme sentimenten tot gevolg. In Eigen welzijn eerst laat Roxane van Iperen op prikkelende wijze zien hoe dit heeft kunnen gebeuren, en spreekt ze de hoop uit dat de middenklasse opnieuw de vooruitgangsgedachte omarmt.

Fragment uit De Country Club
Dat bepaalde klassen er een specifieke, eigen levensstijl op nahouden, is niet nieuw. De auto waarin je rijdt, je vakantiebestemming, het merk spijkerbroek dat je draagt en zelfs de namen van je kinderen: het zijn geen kwesties van smaak of willekeurige voorkeur. Het zijn uitingen aan de buitenwereld om aan te geven tot welke groep je behoort of wilt behoren. Als bendekleuren maken ze voor iedereen duidelijk met wie ze te maken hebben, en de simpelste symbolen worden daarbij bloedserieus genomen. Vraag een volwassen man in een deathmetal-shirt eens of hij een dag van outfit wil ruilen met een golfspeler in bandplooibroek en vice versa, en je zult zien dat het gevoelig ligt. Kinderen die Jaydon en Kimberley heten, of Olivier en Lieve, vormen voor de buitenstaander een voorspelbaar doorkijkje naar twee totaal verschillende gezinnen, met vaak verschillende sociale posities. Dat hoeft geen probleem te zijn - tot het als hindernis wordt opgeworpen om bij 'de club' te mogen horen. 'De club' betekent dan: de klasse of groep die de beste toegang heeft tot de opleiding of baan die je nastreeft.

Volgens het gelijkheidsideaal zou sociale mobiliteit voor iedereen mogelijk moeten zijn, welke naam, esthetiek, culturele bagage of gedragscodes je ook van huis uit hebt meegekregen. Maar om zekerheid te creëren voor het behoud van de eigen positie, ontstond onder de gegoede middenklasse de 'dictatuur van de goede smaak'.  Het is een ongeschreven dictaat van de 'juiste' schoolkeuze, vakantiebestemming, hobby's, kleiding, taalgebruik en meer. Een slimme manier van risicospreiding: wanneer jij of je kinderen (nog) niet de gewenste vaardigheden of opleiding hebben, of een baan die je op de gewenste positie brengt, heb je alvast de levensstijl om uit te stralen dat je bij die klasse hoort. Heb je wel al het gewenste bereikt, dan fungeert het als een soort levensverzekering: men houdt elkaar onderling in stand. Dat is belangrijk, omdat binnen die klasse een rad van zelfbehoud draait dat bijna net zo waardevol is als een financiële erfenis: alle leden dienen elkaars belang en zo verschijnen hun kinderen met een voorsprong aan de start.

Dit heeft weinig meer te maken met het liberale credo 'met hard werken kom je er wel'; hier worden muren opgetrokken voor iedereen die er niet dezelfde levenswijze op nahoudt. Anno 2022 geldt in Nederland dan ook dat het culturele kapitaal van ouders (of de afwezigheid daarvan), de meeste invloed heeft op de schoolprestaties van een kind; meer dan bijvoorbeeld een migratieachtergrond. Een kind dat toevallig in een omgeving opgroeit waar het is omringd met kennis en vaardigheden, en waar de juiste sociale omgangsvormen een belangrijke rol spelen, heeft een grotere kans op goede schoolprestaties en, later, op succes in de maatschappij. het gaat om bepaalde 'ons kent ons'-codes die ook tot uiting komen in gedrag, taal, smaak en houding. (pagina 59-60)

()

De privilegeparadox
Een van de redenen dat mensen uit de huidige (gegoede) middenklasse weinig aandrang voelen zich in te zetten voor meer dan kortetermijnzelfbehoud, is dat bijna niemand in die groep vindt dat hij of zij nou zo bevoorrecht is. Doorgaans wordt vol afschuw gereageerd op de suggestie dat ze onderdeel uitmaken van een 'elite' - een woord dat niets meer betekent dan een groep die vanwege haar vaardigheden of voorrechten een comfortabele positie inneemt en van daaruit dus ook iets voor een ander zou kunnen betekenen. Een mooie anekdote om dat te illustreren is een filmpje van satirisch programmamaker Roel Maalderink, waarin hij op een dorpsplein in 't Gooi mensen aanspreekt. 'Hoe elitair bent u?' En 'Hoort u bij de elite?' vraagt hij aan voorbijgangers - mannen in jagersjassen, vrouwen met pareloorbellen, allen even keurig en beleefd. De passanten antwoorden overwegend ontkennend en soms zelfs beledigd, alsof ze ergens van worden beticht. Op één dame na ('mensen durven niet in de spiegel te kijken') worden ze allemaal overvallen door de vraag en lijken er nooit eerder bij stil te hebben gestaan hoe groot hun culturele, sociale dan wel financiële kapitaal is. Het feit dat ze 'fatsoenlijk' Nederlands spreken, soepele omgangsvormen hebben, in het bezit zijn van een baan, woning of pensioen, toegang hebben tot een netwerk en eruitzien als de Nederlander die in het 'wij' van de meeste politieke partijen wordt bedoeld, lijkt volkomen nieuw voor ze. Of misschien beseffen ze het wel maar vinden ze het irrelevant, overtuigd van het hedendaagse maakbaarheidsgeloof dat suggereert dat iederéén zo'n leven zou kunnen leiden, als ze maar hard genoeg hun best zouden doen. (pagina 63-64)


Het laatste boek van Joris Luyendijk gaat deels over hetzelfde onderwerp: De zeven vinkjes : hoe mannen zoals ik de baas spelen (2022)

Terug naar Overzicht alle titels


Johannes Krause & Thomas Trappe 2

De reis van onze genen : een verhaal over ons en onze voorouders
Nieuw Amsterdam 2020, 285 pagina's € 24,99

Oorspronkelijke titel: Die Reise unsere Gene : eine Geschichte über uns und unsere Vorfahren (2019)

Wikipedia:  Johannes Krause (1980) en korte bio van Thomas Trappe (19?)

Korte beschrijving
Een inleiding tot de archeogenetica, een nieuwe wetenschap, die terugkijkt naar erfelijkheid vanuit het verleden. Hier vooral van de oermens tot en met de moderne mens. Dat is mogelijk geworden door de geavanceerde techniek van het sequencen: het bepalen van de totale erfelijke eigenschappen van individuen, waarbij gelet wordt op de afzonderlijke genen en veranderingen in de lange ontstaansgeschiedenis. Je wordt in dit boek meegenomen in de zoektocht naar de menselijke verspreidingsgeschiedenis over de Aarde. Gebaseerd op feitenmateriaal uit DNA-analyses, komen soms heel verrassende conclusies tevoorschijn bij het onweerlegbaar herschrijven, rangschikken en nuanceren van gegevens. Discussies over rassen komen in een totaal ander, mondiaal licht te staan. Het laatste stuk gaat – met gebruikmaking van de nieuwe mogelijkheden – over epidemieën (onder andere pest, cholera en syfilis), die samen met de mensen (net als nu corona) over de wereld getrokken zijn. In kaarten worden de hoofdstukken in beeld gebracht; tevens bevat het boek zwart-witafbeeldingen. Met uitgebreide eindnoten en literatuurverwijzingen. Uitermate boeiend. Bijzonder om er deelgenoot van te zijn.

Tekst op website uitgever
Waar komen we vandaan? Wie zijn wij? Wat onderscheidt ons van anderen? Sinds zijn ontstaan trok de mens vanuit Afrika over de hele wereld, ook naar Europa. Tot voor kort was de geschiedenis van de oermens nog in nevelen gehuld, maar met nieuwe methodes uit de archeogenetica komen tal van nieuwe inzichten boven tafel. Johannes Krause en Thomas Trappe nemen je mee terug in de tijd, over verschillende continenten, en vertellen wat onze genen over onze afkomst verraden. Bestaan er 'oervolkeren'? Wanneer verloren de vroege Europeanen hun donkere huid? En in hoeverre zijn conflicten, oorlogen en ziektes sinds de oertijd op migratie terug te voeren?

De reis van onze genen vertelt de geschiedenis van de homo sapiens in Europa - en laat zien hoe wij geworden zijn wie we zijn.

Fragment uit hoofdstuk 8. Ze brengen de pest mee
De mens is de nieuwe vleermuis

In het collectieve geheugen van Europa roept de pest veel meer afschuw op dan welke andere ziekte ook. Daar zijn een heleboel goede redenen voor, waarvan het feit dat ook nu nog elk jaar twee- tot drieduizend mensen ergens op de wereld de ziekte krijgen relatief nog de minst belangrijke is. De pest heeft zijn duivelse reputatie vooral te danken aan de veertiende eeuw, toen naar schatting één op de drie, misschien zelfs één op de twee Europeanen op gruwelijke wijze stierf aan de 'Zwarte Dood', zoals in historische berichten over bloed spuwende patiënten en onder lijken bedolven stegen wordt beschreven. In die tijd dachten veel mensen dat de ziekte de complete mensheid zou uitroeien. Iets dergelijks kunnen we ook lezsen in overleveringen over de 'Pest van Justianus', die in de zesde eeuw na Chr. voor het eerst in Egypte werd gedocumenteerd en die zich razendsnel over het hele Middellandse Zeegebied verspreidde. In de loop van vele eeuwen teisterde de ziekte Europa telkens opnieuw en er zijn duizenden uitbraken gedocumenteerd. De pest was een gesel voor de mensheid en verloor pas iets meer dan vijftig jaar geleden, met de brede toepassing van antibiotica, zijn afschrikwekkende karakter. Pas sinds kort weten we dankzij genetische analyses hoe de pest naar Europa is gekomen. En in de eerste plaats hebben we ontdekt dat hij hier al veel vroeger huishield dan tot nu toe werd aangenomen: hoogstwaarschijnlijk effende een uitbraak in de steentijd de weg voor de grote immigratie vanuit de Pontische Steppe. 

Voor de wetenschap was de pest lange tijd een fantoom. Wetenschappers wisten wel van de pandemie, de grote epidemie die van 1347 tot 1353 woedde en veel landen teisterde, maar het was niet bekend at of de bacterie Yersinia pestis daar inderdaad verantwoordelijk voor was geweest en niet een andere verwekker, zoals de pokken. In 2011 ontcijferden we aan het instituut in Tübingen voor het allereerst het genoom van een pestverwekker uit het verleden, die we in een middeleeuws massagraf in Londen hadden gevonden. De Zwarte Dood had Londen erg zwaar getroffen, en volgens schriftelijke bronnen werden de slachtoffers van de epidemie op het East Smithfield-kerkhof begraven. Een van de redenen dat we de pestverwekker konden analyseren was dat pestbacteriën zich massaal in hun gastheer vermeerderen en zodoende in heel hoge concentraties in het bloed voorkomen. Wij maakten gebruik van zeer goed doorbloede delen van het skelet, namelijk de tanden. Met behulp van een op neanderthaler- en andere menselijke botten beproefde en verfijnde methode konden we het Yersinia pestis-genoom uit het monster vissen en ontcijferen. (pagina 173-174)

Lees ook een boek dat twee jaar later verscheen: De reis van de mensheid : wat onze genen zeggen over ons verleden en onze toekomst

Terug naar Overzicht alle titels