zaterdag 1 november 2025

Laurence Rees

In de geest van de nazi's : 12 waarschuwingen uit de geschiedenis
Ambo Anthos 2025, 436 pagina's  € 34,99

Wikipedia: Laurence Rees (1957)

Korte beschrijving
Een diepgaand boek over de opkomst van het nazisme in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. Laurence Rees onderzoekt hoe de nazi's hun misdaden konden plegen en waarom gewone burgers de uitroeiing van de Joden tolereerden. Hij combineert historische beschrijvingen met inzichten uit de gedragspsychologie om een van de meest complexe vraagstukken van de Tweede Wereldoorlog te analyseren. Rees maakt gebruik van niet eerder gepubliceerde getuigenissen van voormalige nazi's en burgers. Het boek bespreekt de opkomst en ondergang van de nazi's door middel van 'twaalf waarschuwingen', zoals het verspreiden van complottheorieën, het bevorderen van 'wij-zij'-denken, het uitbuiten van racisme en het gebruik van religie om het autoritaire regime te legitimeren. Vloeiend, prettig leesbaar en met diepgang geschreven. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep. 

Laurence Rees is een Britse schrijver, historicus, journalist en documentairemaker. Hij schreef meerdere boeken, waaronder ‘Het charisma van Adolf Hitler’.

Tekst op website uitgever
Een draaiboek voor totalitarisme van de hand van een briljant historicus. Voor de lezers vanTimothy Snyder, Anne Applebaum en Geert Mak

Hoe konden de nazi’s hun misdaden begaan? Waarom tolereerden gewone burgers de uitroeiing van de Joden? In In de geest van de nazi’s combineert Laurence Rees indringende beschrijvingen van de geschiedenis met nieuwe inzichten uit de (gedrags)psychologie om enkele van de meest verbijsterende vraagstukken over de Tweede Wereldoorlog te ontleden.

Rees baseert zich op niet eerder gepubliceerde getuigenissen van voormalige nazi’s en gewone burgers. Hij volgt de opkomst en uiteindelijke ondergang van de nazi’s door de lens van ‘twaalf waarschuwingen’, waaronder het verspreiden van complottheorieën, ‘wij-zij’-denken, uitbuiten van racisme en gebruik van religie om legitimiteit te verschaffen aan het autoritaire staatsapparaat.

‘Rees wil zijn lezers expliciet waarschuwen dat alles een stuk fragieler is dan we geneigd zijn te denken.’ **** – Bas Heijne in NRC

‘Het is goed opgezet, is geen saaie opsomming van getallen, maar een informatief geheel, gesteund door goede analyses en voorbeelden van individuele levens.’ - Tzum

Fragment uit Twaalf waarschuwingen
Alles is fragiel - vaak veel fragieler dan we denken. Dat is de voornaamste boodschap die ik uit mijn werk meeneem.
  Keer op keer kwam ik mensen tegen die geschokt waren over de snelheid waarmee hun wereld was veranderd - van Duitsers die  ondersteboven waren van de economische instorting aan het begin van de jaren dertig tot Hongaarse Joden die konden geloven hoe snel hun leven instortte door de komst van de nazi's; van Poolse academici die naar een bijeenkomst op een universiteit kwamen, om vervolgens te worden gearresteerd en naar een concentratiekap te worden gestuurd, tot Duitse kinderen die zagen dat hun huis ineens in brand stond en er getuige van waren hoe hun moeder werd verkracht. Deze mensen en nog vele anderen maakten me duidelijk hoe fragiel ons leven en de instituties om ons heen zijn.
  Dit is vooral zorgwekkend als we erbij bedenken dat de NSDAP weliswaar gelukkig niet meer bestaat, maar dat de essentiële waarden van het nazisme - haat, anderen tot zondebok maken, antisemitisme, racisme en gewelddadig nationalisme - no altijd springlevend zijn.
  Met dat in gedachten volgen nu twaalf waarschuwingen omtrent hoe de democratie kan worden aangetast. Ik leid deze af uit een onderzoek naar deze verschrikkelijke periode en ze hebben stuk voor stuk betrekking op de hoofdstukken in dit boek met dezelfde titels.
  Ik bied ze aan terwijl ik noch links noch rechts aanhang, maar als iemand die democratie meer waardeert dan dictatuur. (pagina 365)

Complottheorieën verspreiden

Zij en wij gebruiken

Leiden als een held

De jeugd corrumperen

Samenspannen met de elite

Mensenrechten aanvallen

Gebruikmaken van geloof

Vijanden waarderen

Verzet elimineren

Racisme aanwakkeren

Moorden op afstand

Angst aanwakkeren

Lees bijvoorbeeld ook: Verloren land : de zeven stappen van democratie naar dictatuur van Ece Temelkuran (uit 2019), Over tirannie : twintig lessen uit de twintigste eeuw van Timothy Snyder (uit 2017)

Terug naar Overzicht alle titels

Khalid Benhaddou

Polarisatie: kracht of gevaar?
Pelckmans 2025, 269 pagina's € 24,50

Wikipedia: Khalid Benhaddou (1988)

Korte beschrijving

Tekst op website
Waarom blaast Donald Trump elk meningsverschil op tot een strijd op leven en dood? Waarom wordt een klimaatactie op straat meteen een front in een cultuurstrijd? En waarom wordt het stilzwijgen van het politieke midden zo vaak pijnlijk zichtbaar in grote wereldtragedies, zoals in Gaza? Polarisatie. We vrezen het, veroordelen het, maar begrijpen het zelden.

In dit boek laat Khalid Benhaddou zien dat polarisatie twee gezichten heeft. Ze kan een gevaarlijke spiraal worden die samenlevingen verscheurt, groepen ontmenselijkt en democratieën ondermijnt. Maar ze kan ook een motor van vooruitgang zijn. Van de Franse Revolutie tot de suffragettes, van religieuze breuklijnen tot hedendaagse debatten rond klimaat en migratie, telkens weer duwden botsingen samenlevingen vooruit, zij het met pijn en conflict.

Dit boek biedt geen simpele antwoorden, maar een nieuw denkkader voor wie voorbij de oppervlakkige verontwaardiging wil kijken. Benhaddou presenteert bovendien een eigen polarisatiemodel, dat richting geeft aan hoe we met spanningen kunnen omgaan.

Khalid Benhaddou (1988) is een Vlaamse moslimtheoloog, auteur, columnist en opiniemaker. Hij geldt als een eigentijdse en inspirerende denker. Premier De Wever – met wie hij het boek Botsen de beschavingen? (2021) schreef – noemt hem een van de zeldzame public intellectuals in Vlaanderen.

Fragment uit hoofdstuk 7. Een handelingskader tegen polarisatie
Richt je op de stille meerderheid, niet op de luide uitersten
In elk gepolariseerd debat trekken de uitersten de aandacht. Ze domineren talkshows en tv/programma´s, headlines, hashtags en commentaren. Ze verwoorden hun standpunt met zoveel kracht, urgentie en provocatie, dat het lijkt alsof zij de menigte vertegenwoordigen. Maar wie beter kijkt, ziet iets anders± de overgrote meerderheid staat ertussenin. Niet per se gematigd in opvattingen, maar wel in toon. In mijn model noem ik hen de stille meerderheid, en precies daar ligt de sleutel.

Deze stille meerderheid bestaat uit mensen die zich zelden uitspreken in het publieke debat. Niet omdat ze geen mening hebben, maar omdat ze zich niet herkennen in het schreeuwerig karakter ervan. Ze zijn moe van het wij/zij/denken, van het dwingende activisme aan beide zijden en van het gevoel dat je moet kiezen tussen twee radicale kampen of anders niet meetelt. Onder hen bevinden zich de twijfelaars, de zoekenden of de mensen die worstelen met nuance in een wereld die om duidelijkheid en zwart/wit/denken schreeuwt.

het zijn burgers die in hun eigen omgeving vaak bruggen proberen te slaan, zonder zichzelf op de borst te kloppen. De schooldirectrice die ongemerkt de voedingsbehoefte van een leerling respecteert zonder een een scène van te maken. De buurvrouw die in alle rust tussen twee twisten bemiddelt over een geschil rond een buurtfeest. De voetbalcoach die een jongen met een moeilijke thuissituatie opvangt en hem na de training naar huis rijdt, zonder dat iemand het weet. De HR/medewerker die bij sollicitaties discretie hanteert om elke kandidaat een eerlijke kans te geven, ook al weet ze dat de eindbeslissing elders valt. Ze doen  het niet voor applaus, maar omdat het juist voelt. Hun stem is zelden luid, maar hun aanwezigheid is reëel, noodzakelijk, en vaak beslissend.

Wie enkel met de polen in gesprek gaat, legitimeert de hardste stemmen. Wie zich richt tot deze stille meerderheid opent ruimte voor herademing en herstel. Niet omdat zij de waarheid in pacht hebben, maar omdat ze ruimte laten voor twijfel, voor menselijkheid en voor de vraag achter de uitspraak. In die ademruimte kunnen de échte gesprekken ontstaan.

In mijn model werk ik met verschillende actortypes+ naast de stille meerderheid zijn er de bruggenbouwers, de hypergeëngageerde burgers en de cynici. Mar het is de stille meerderheid die het vaakst over het hoofd wordt gezien, terwijl zij net de groep vormen die de richting van het maatschappelijke kompas mee kan bepalen. Het zijn geen meelopers, maar ook geen activisten. Ze bevinden zich in het spanningsveld tussen betrokkenheid en terughoudendheid. En precies daar ligt het grootste potentieel.

Het probleem is dat onze publieke sfeer structureel ongevoelig is geworden voor dit soort stemmen. Media weten dat ophef verkoopt. Politieke partijen weten dat verontwaardiging mobiliseert. Sociale media weten dat extreme standpunten meer verkeer en clickbaits genereren. En dus verschuift de aandacht telkens opnieuw naar de randen van het debat. Het gevolg is een democratische vervorming, want niet de meerderheid krijgt het woord, maar de meest verontwaardigden. Wie zoekt naar dialoog, nuance of twijfel wordt als laf, dubbelzinnig of elitair weggezet.

Toch tonen de cijfers iets anders. (pagina 238/240)

Terug naar Overzicht alle titels

Henri Beunders

Fanatieke fantasten : dromen over het redden van de wereld
Walburgpers 2025, 368 pagina's € 27,50

Wikipedia: Henri Beunders (1953)

Korte beschrijving
Een historische reconstructie van de tijdsgeest van de periode 1918-1933, waarin de utopistische toekomstvisies besproken worden en de vernieuwende sociaaleconomische drijfveren van de Nederlandse ingenieur Cornelis Lely (1854-1929) en de Duitse architect Herman Sörgel (1885-1952) centraal staan. Henri Beunders beschrijft de impact van visionaire kunstenaars, architecten, ingenieurs, schrijvers, wetenschappers en filmsterren die de wereld probeerden te verbeteren in een tijd van grote maatschappelijke en culturele veranderingen. Deze personen geloofden sterk in hun eigen visie en droegen bij aan de ontwikkeling van nieuwe denkwijzen en technologieën. Het boek plaatst deze historische figuren in de context van hun tijd en laat zien hoe hun ideeën relevant blijven in het licht van hedendaagse uitdagingen. Helder en met diepgang geschreven. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep. 

Henri Beunders (Emmeloord, 1953) is een bekende Nederlandse historicus, journalist, buitenlandverslaggever en hoogleraar Publieke Opinie. Hij schreef meerdere boeken.

Tekst op website uitgever
Ankers in de branding. Daar is behoefte aan als de verdeeldheid groeit, over de relatie tussen man en vrouw, feit en fictie, techniek en natuur, mens en wereld. En zeker als de golven over de kade slaan. Anno nu worden we omringd door luidruchtige mensen die zeggen te weten wat de beste weg is naar een mooie toekomst. Helpen ze ons op pad of dreigen we met hen juist de weg kwijt te raken? Ook een eeuw geleden waren er visionairen en fantasten. Onder hen kunstenaars, architecten, ingenieurs, schrijvers, spiritueel gevoeligen, wetenschappers, naaktdanseressen en filmsterren. Mannen en vrouwen die onvoorwaardelijk geloofden in zichzelf en prachtige plannen leverden om de wereld te verbeteren, zelfs te redden. Henri Beunders tekent in vloeiende stijl de tijdsgeest en loodst de lezer door de woelige decennia vóór 1933, waarin turbulente stromingen uitgroeien tot monstergolven die de mens bedreigen. Op een beeldende manier brengt Beunders bekende en onbekende, maar allen markante, personages met hun gedrag en ideeën op een beeldende manier tot leven. 

‘Henri Beunders laat zien waarom juist in tijden van verwarring die onwaarschijnlijke, rare maar slimme fanatieke fantasten ons op een nieuw spoor kunnen zetten.’ – Louise O. Fresco

Fragment uit (de) Epiloog - Monstergolven
Misschien is het een geruststelling dat er, historisch gesproken, meestal een cyclus is in het fenomeen innovatie. Die begint met overdreven verwachtingen en zakt dan terug naar realistisch gebruik.
  In dit verhaal over Fanatieke Fantasten hebben we gezien hoe werkelijkheid en illusie, hoop en pessimisme als monstergolven tegen elkaar opknallen, in de 'brullende jaren twintig' en zeker na de Beurskrach van 1929. Een kleine eeuw later is optimisme in de verdrukking geraakt. Niet hoop maar angst is het leidende gevoel geworden.

Als we ophouden met hopen, zal wat we vrezen zeker komen.

Dit stelt de atheïstische filosoof Ernst Bloch in de tijd dat Herman Sörgel overlijdt, in 1952, en het atoomtijdperk begint. En wat hoopt Bloch? Dat we met kernenergie, de Noordpool kunnen smelten om deze in een Riviera om te toveren.
  Is hoop effectiever dan angst? De Duitse filosoof Byung-Chul Han zegt het zoals we van hem kennen, in oneliners:

Angst en democratie zijn onverenigbaar [...] Waar angst heerst is geen vrijheid mogelijk.'

Gerichte woede kan, even, effectiever zijn dan hoop. Dit bewijst de 16-jarige Zweedse scholier annex milieuactiviste Greta Thunberg in 2019 op de Economietop in Davos:

Volwassenen zeggen altijd: wij zijn het de jongeren verschuldigd hen hoop te geven. Maar ik wil jullie hoop niet. Ik wil niet dat jullie hoopvol zijn. Ik wil dat jullie in paniek raken. Ik wil dat jullie de angst voelen die ik elke dag voel. En dan wil dat jullie handelen.

Men is er stil van. Maar als algemene houding wekt angst verlammend. Byung-Chul Han zegt:

Als heden geen revolutie mogelijk is, dan komt dit omdat wij niet kunnen hopen, omdat wij vasthouden aan de angst, en zo het leven tot overleven wegkwijnt.

Cornelis Lely raadt in zijn testament zijn kinderen om het Bijbeladvies van Romeinen 12:18 uitspraak als leidraad te nemen:

Indien het mogelijk is, zoveel in u is, houdt vrede met alle mensen.

Herman Sörgel neemt voor zijn Weltbauen liever een uitspraak uit de fantasie Faust van Goethe:

Hem heb ik lief die het onmogelijke begeert.

Ik pleit ervoor dat we blijven pendelen tussen twee idealen: die van nuchterheid en fantasie. Is het niet beter te blijven hopen dat er ergens tussen nuchterheid en ideaal een weg naar een begaanbare weg naar de toekomst te vinden is? Of, om het motto van de Franse filosoof Blaise Pascal aan te halen:

Wie het midden verlaat, verlaat de menselijkheid. (pagina 352-353)

Lees ook: Wereldverbeteraars : een filosofische verkenning van altruïsme van Larissa Macfarquhar (uit 2016) of Wereldverbeteraars : Gandhi, King, Mandela - hun erfenis van Bas Heijne (uit 2017).

Terug naar Overzicht alle titels

zaterdag 25 oktober 2025

Erik Scherder

Liever moe dan lui : Blijf denken!
Athenaeum, Polak & Van Gennep 2025, 240 pagina's  € 18,99

Wikipedia: Erik Scherder (1951)

Korte beschrijving
Een compliment of een aanmoediging is het zeker niet, de titel van dit nieuwe werk van Erik Scherder. In 'Liever moe dan lui' verkent deze hoogleraar de effecten van artificiële intelligentie op onze hersenen. Hoewel deze klomp van grijze cellen ons tot ongekende hoogtes voerde, doet ze tegelijk haar stinkende best om dat potentieel zo weinig mogelijk aan te spreken. Het effeciëntieprogramma werd door de evolutie in de mens geïnstalleerd: waar we energie kunnen besparen, zullen we dat haast automatisch ook doen. Dat heeft schijnbaar voordelen: al de energie die we uitsparen door AI te gebruiken, kunnen we investeren in nieuwe uitdagingen. Schijnbaar – want onderzoek toont aan dat – in tegenstelling tot wat men misschien hoopte – het denkvermogen (aandacht, concentratie) er niet op vooruit gaat. Het pleidooi van Scherder is helder: er is je een krachtige machine toevertrouwd en die nestelt zich in je bovenkamer. Stel hem in bedrijf – blijf denken. Voorzien van een uitgebreide literatuurlijst. Een toegankelijke en enthousiaste verkenning van de effecten van de AI.

Tekst op website uitgever
Artificiële Intelligentie (AI) is een wereldwijde hype. Maar is het goed voor je hersenen? En voor je lijf? Nee! Erik Scherder noemt AI daarom Afnemende Intelli­gentie. We zitten massaal voor een scherm, worden mentaal en fysiek steeds minder uitgedaagd – en we genieten ervan! We zijn liever lui dan moe. Moet dat niet andersom? Moeten we niet juist moeite blijven doen? Het antwoord is vol­mondig ja! Is het tij nog te keren?

Van de oermens hebben we geleerd om efficiënt te zijn: eerst een plan maken, dan jagen, en daarna eten en uitrusten. Het leven draaide om efficiëntie en snelheid. Dat zit nog altijd in ons DNA. Maar voedsel wordt nu tot in de keuken bezorgd. Is dat efficiënt? En moeten we daarvan bijkomen? Absoluut niet! Hoe minder we hoeven te doen, hoe beter. Of niet?

Erik Scherder zet ons op zijn unieke manier aan het denken. In zijn bekende, aanstekelijke en energieke stijl bespreekt hij de meest recente onderzoeken in zijn vakgebied. Scherders enthousiasme en aansporingen laten niemand onberoerd.

Erik Scherder is hoogleraar klinische neuropsychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Zijn boeken, Laat je hersenen niet zitten, Singing in the brain en Oud worden, jong blijven zijn bestsellers. Samen met cardioloog en hoogleraar Leonard Hofstra schreef hij Hart voor je brein (2020) en Hoop voor hart en hersenen (2023). In Liever moe dan lui (2025) gaat Erik Scherder in op de risico’s van AI en intensief schermgebruik, maar hij laat ook zien waarom moeite doen en blijven denken loont.

Fragment uit 8. Kunnen we het tij nog keren?
Mentale inspanning verhoogt de kwaliteit van leven

Het lezen van boeken, tijdschriften en kranten geeft een gevoel van 'well-being' en zorgt voor een afname van depressieve symptomen; ook is er sprake van een afname van chronische pijn en verbetering van het dagelijks functioneren. Wat betreft dat laatste aspect: door te lezen ervoer men minder beperkingen in dagelijkse activiteiten. De onderzoekers vonden tevens een afname van eenzaamheid. Lezen leidt tot minder eenzaamheid omdat de lezer een 'relatie' aangaat met de personages in het boek, zoals in alledaagse sociale situaties. In een studie werd zelfs gevonden dat u langer leeft als u boeken leest!

Een boek lezen helpt tegen eenzaamheid en verlengt misschien zelfs uw leven.

Dat effect vonden de onderzoekers niet bij mensen die de krant of tijdschriften elzen. Waarom dan wel bij het lezen van boeken? Een boek lezen vindt plaats in je 'binnenwereld'. Tijdens het lezen komt heel veel verschillende informatie bij elkaar: wat je leest (cognitief), wat je erbij voelt aan emoties (blijdschap, vreugde, angst en alle andere emoties die een mooie tekst kan oproepen) en wat je je erbij voorstelt (inbeelding, fantasie). Dat alles bij elkaar kan je in de 'buitenwereld' helpen om bijvoorbeeld bepaalde risico's te vermijden of juist op tijd in actie te komen. Om je anders te gedragen dan je zou doen als je dat ene boek niet had gelezen. Zo zou het lezen van een boek dus een levensverlengend effect kunnen hebben. U bent nu al even aan het lezen in mijn boek. U bent goed bezig!

Andere onderzoekers melden dat juist het bezoeken van theaters, musea, concerten en tentoonstellingen bijdragen aan een langer leven. Volgens hen zijn dat allemaal ingrediënten van een 'verrijkte omgeving'.  Een dergelijke omgeving versterkt het immuunsysteem. Daarnaast zorgen 'culturele uitdagingen' voor een toename van de glucocorticoïd-receptoren in de hippocampus. De daardoor toegenomen activiteit kan gunstig werken op chronische stress en depressie. Op die manier kan het deelnemen (actief maar ook passief)  aan culturele evenementen  dus gezondheidsrisico's doen afnemen, waardoor de kans op een langer leven vergroot wordt. Cultuur is dus goed voor de volksgezondheid!
  Zogeheten sociale 'minde games' als kaartspellen, schaken en dammen blijken andere 9maar ook positieve) effecten op de kwaliteit van leven te hebben. Bij dat soort spellen zoekt men namelijk naar oplossingen. Mind-games (denksporten) verminderen het risico op eenzaamheid en op de ziekte van Alzheimer, verminderen het ervaren van chronische pijn, verminderen het last hebben van beperkingen van mobiliteitsverlies, en verminderen het risico op een depressie. Bovendien verhogen mind games het gevoel van optimisme. (pagina 149-151)

Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 23 oktober 2025

Margot Brouwer

Sterrenstof zijn wij : ontzagwekkende inzichten uit de wetenschap die hoop geven
Querido 2025, 528 pagina's  € 27,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Website van Margot Brouwer (1989)

Korte beschrijving
Een persoonlijk filosofisch verslag over een existentiële zoektocht naar de betekenis van het leven, vanuit een wetenschappelijk perspectief. Sterrenkundige Margot Brouwer verkent de rol van sterrenkunde, biologie en natuurkunde in het begrijpen van onze plaats in het universum. Ze beschrijft diens persoonlijke zoektocht naar zingeving en verbindt moderne natuurwetenschap met filosofische en spirituele inzichten. Brouwer presenteert diens levensvisie, die sterk berust op de filosofie van Spinoza, en beargumenteert dat de wetenschap bewijst dat alles met elkaar in verbinding staat. Met diepgang geschreven. Uitsluitend geschikt voor een geoefende lezersgroep.

Margot Brouwer (1989) is doctor in de sterrenkunde en was als onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en Universiteit Groningen, waar die onderzoek deed naar donkere materie en alternatieve zwaartekracht. Over onder meer diens onderzoek naar donkere materie en alternatieve zwaartekracht werd de Amerikaanse documentaire Chasing Einstein gemaakt.

Tekst op website uitgever
Iedere dag jakkeren we door onze levens op weg naar… wat eigenlijk? Geluk? Verbinding? Zin? Hebben we de hoop daarop niet opgegeven toen we God dood verklaarden en ons wereldbeeld toevertrouwden aan de wetenschap? Als we realistisch zijn, weten we dat ons niets anders wacht dan het oneindige zwarte gat van de dood. De wetenschap zal ons niet redden... of toch?

Want is het niet juist de sterrenkunde die ons vertelt dat wij allemaal uit dezelfde zeven elementen bestaan, gecreëerd in de gloeiende kern van een ster? Vertelt de biologie ons niet dat we met alle leven verbonden zijn door miljarden jaren evolutie? En toont niet juist de moderne natuurkunde aan dat onze ervaring van tijd – als een onverbiddelijke stroom van geboorte naar dood – een illusie is?

Wat betekent dit allemaal voor ons leven? In Sterrenstof zijn wij deelt sterrenkundige Margot Brouwer het persoonlijke verhaal van diens levenslange existentiële zoektocht, en het hoopvolle wereldbeeld waar deze zoektocht toe leidde. Brouwers inzichtelijke synthese van moderne natuurwetenschap, Spinoza’s filosofie en mystieke spiritualiteit uit oost en west kan ons bestendige troost bieden: diens boek biedt zicht op de peilloze diepten van ruimte en tijd – en op wie we werkelijk zijn.

Fragment uit Inleiding - Voor wie is dit boek?
Een sterrenkundige zoekt naar God
Mijn grote vraag: gaan wetenschap en zingeving samen?

Al voor mijn zevende verjaardag val ik mijn ouders lastig met een batterij aan existentiële vragen. Wat doe ik hier? Wie of wat ben ik? Heeft mijn leven zin? Bestaat God echt? En wat gebeurt er met me als ik sterf? Als kind  benauwen deze ontzaglijke vragen me enorm. Hoe stroken de verhalen die ik van mijn christelijke ouders meekrijg - over God en de hemel - met alle vreselijke dingen die er in de wereld gebeuren, en met die vreemde wereld waarover ik lees in mijn bibliotheekboeken over het heelal? Op de middelbare school begin ik steeds meer te twijfelen aan het wereldbeeld van mijn jeugd. Ik besluit natuur- en sterrenkunde te gaan studeren om erachter te komen hoe het universum nou écht in elkaar zit. Vurig hoop ik dat daar de antwoorden op mijn existentiële vragen eindelijk zal vinden. Maar op de universiteit kom ik erachter dat veel van mijn natuurkundige collega's helemaal niet in God geloven, integendeel. Mijn gehele natuur- en sterrenkundestudie voel ik me gevangen tussen twee vuren: geloof en wetenschap. De antwoorden die ik heb gekregen vanuit het christendom komen niet overeen met de natuurwetenschap, en de natuurwetenschap geeft geen antwoord op de existentiële vragen die me aan het hart gaan. Hoe kan mijn natuurwetenschappelijke kennis zich ooit verhouden tot mijn diepgevoelde behoefte aan zingeving?
  Jarenlang heb ik in stilte met deze grote vraag geworsteld. Ik heb me in deze worsteling vaak vreselijk alleen gevoeld, maar ik weet nu dat dit niet zo had hoeven zijn. Want als ik alleen al naar de statistieken kijk, wordt snel duidelijk dat ik lang niet de enige zoekende ben. Zo blijkt uit onderzoek dat in 2015 voor het eerst het aantal Nederlanders dat in God gelooft (theïsten: 17 procent) is ingehaald door het aantal atheïsten (25 procent). Dit feit is op zichzelf interessant, maar wat is er met de overige 58 procent van onze landgenoten gebeurd? Wat blijkt: de meesten weten het helemaal niet zo zeker. Dit overgrote contigent bestaat uit mensen die niet weten of God bestaat (agnosten: 31 procent) en 'ietsisten' (27 procent). Ietsisten zijn mensen die, als je ze vraagt: 'Geloof je in God?', antwoorden met: 'Nou, dat niet echt, maar ik geloof wel dat er iets is.' Iets: het briljante antwoord dat zowel atheïsten als theïsten mateloos frustreert. De eerste keer dat ik het hoorde - nog aan het begin van mijn spirituele zoektocht - was uit de mond van ene goede vriend. Ik was verbouwereerd. 'Het gaat hier om wel of niet bestaan van God! Hoe kan je met zoiets belangrijks nou zo nonchalant omgaan?' vroeg ik hem geïrriteerd.
  Volgens hoogleraar en publicist Wim Couwenberg is 'ietsisme' echter allesbehalve lamlendig of oppervlakkig: 'het is slechts een nieuwe naam voor een gevoel dat de mens altijd al heeft gehad,' zegt hij in Trouw. 'Het duidt erop dat het religieuze bewustzijn niet voorbijgaand is zoals atheïsten geneigd zijn te veronderstellen, maar een constante in de evolutie van de mensheid.' Het aantal Nederlanders dat dit gevoel deelt is blijkbaar groot, want er wonen in ons land meer agnosten, ietsisten en andere zoekers dan het aantal orthodoxe christenen, joden, moslims, atheïsten en andere 'zeker-weters' bij elkaar. Het ietsisme van Hollandse bodem is zelfs zo'n breed gedeeld gevoel, dat deze term is inmiddels meerdere landen en talen zijn intrede heeft gedaan. Er is, zo blijkt, een menselijke behoefte die gene enkele vorm van technologische vooruitgang kan vervullen: een breed  gedeeld verlangen naar antwoorden op existentiële vragen die noch orthodoxie religie, noch harde natuurwetenschap kan beantwoorden. En zonder elkaar zullen ze dit - in mijn ogen - ook nooit kunnen. Op de lange weg die ik aflegde als zinzoekende sterrenkundige, ontdekte ik dat natuurwetenschap en zingeving alleen sámen de troost konden bieden die ik zocht. (pagina 10-12)

Terug naar Overzicht alle titels

Jeroen van Baar 2

De onzekerheidsepidemie : hoe we overeind blijven in een wankelende wereld
Atlas Contact 2026, 301 pagina's € 23,99

Website van Jeroen van Baar (1990)

Korte beschrijving
Een verhandeling over de moderne behoefte aan zekerheid in een toenemend onzekerdere wereld. Factoren als AI, klimaatverandering en geopolitieke verschuivingen dragen bij aan toenemende onzekerheid in de wereld, terwijl de moderne mens met allerlei technologische toepassingen grip probeert te krijgen op het heden en de toekomst. Jeroen van Baar legt uit hoe de 'onzekerheidsepidemie' bijdraagt aan maatschappelijke problemen zoals polarisatie en angststoornissen. Hij bespreekt hoe we ons op persoonlijk en maatschappelijk niveau kunnen aanpassen aan een onvoorspelbare wereld, en benadrukt dat onzekerheid ook een kracht kan zijn. Hij roept op tot een debat over onze identiteit in een tijd waarin vooruitgang en voorspelbaarheid niet langer vanzelfsprekend zijn. Vlot en informatief geschreven. Met enkele illustraties in grijstinten. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep.  Jeroen van Baar (1990) is neurowetenschapper en psychiatrisch epidemioloog. Hij onderzoekt hoe onze hersenen onze samenleving vormgeven, en andersom. Eerder publiceerde hij ‘De prestatiegeneratie’ (2014)

Tekst op website uitgever
Een belangwekkend en overtuigend boek over een groeiend maatschappelijk probleem: we zijn steeds onzekerder. Expert Jeroen van Baar biedt handvatten voor een steeds onvoorspelbaardere wereld.

We zijn verslingerd aan voorspelbaarheid. We houden Buienradar angstvallig in de gaten, daten uitsluitend via datingapps en weigeren een restaurant binnen te lopen zonder eerst de reviews te lezen. Tegelijkertijd zetten klimaatverandering, virussen en AI onze leefwereld op zijn kop. Hoe kunnen we omgaan met de dreiging van een oorlog of een geopolitieke machtsverschuiving als we het al spannend vinden een praatje aan te knopen met de kassière in de supermarkt?


Fragment uit 15. Het nieuwe normaal

Als je onderzoek doet naar onzekerheid, valt op hoezeer de geschiedenis zich herhaalt. Ruim honderd jaar geleden, aan het begin van de twintigste eeuw, heerste ook grote onzekerheid. De geopolitieke wereld stond op knappen )het eind van de Pax Britannica, weet je nog?), de Spaanse griep greep om zich heen en de welvaart was zeer ongelijk verdeeld tussen een handvol industriële oligarchen en een straatarme massa. Uitvindingen als de telefoon en de auro veranderden rap hoe mensen met elkaar omgingen. De verwarring van die tijd werd in 1914 bloemrijk beschreven door de Amerikaanse essayist Walter Lippmann, die toen net was afgestudeerd aan Harvard en later beroemd zou worden als columnist en grondlegger van concepten als 'stereotype'en 'Koude Oorlog'. Sommige passages uit zijn boek Drift and Mastery hadden afgelopen jaar opgetekend kunnen zijn Met drift bedoelde hij op het gevoel van stuurloosheid, van meegesleurd worden door grote veranderingen. 'We zijn tot onze wortels in de war gebracht', schreef hij bijvoorbeeld. 'We zijn niet gewend aan deze ingewikkelde beschaving, we weten niet hoe we ons moeten gedragen wanneer persoonlijk contact en eeuwige autoriteit zijn verdwenen. Er is geen precedent om ons te gidsen, geen wijsheid die niet stamt uit een simpeler tijd. We hebben onze omgeving sneller veranderd dan we onszelf weten te veranderen.'
  De oplossing voor deze onzekerheidsgolf? Lippmann pleitte voor mastery, beheersing dus, 'meesterschap' over de zaken die ons leven ontregelen. De ingrijpende veranderingen van zijn tijd vroegen volgens hem om het bewust ontwerpen van nieuwe maatschappelijke structuren. 'We kunnen het leven niet langer behandelen als iets dat op ons neer is gedaald. We moeten er doelbewust mee omspringen, de sociale organisatie ervan ontwerpen, [...] het controleren.' Hierbij liet Lippmann zich inspireren door Frederick Taylor, die destijds furore maakte met zijn principes van wetenschappelijk management in fabrieken (wat we 'taylorisme' zijn gaan noemen). Lippmann: 'Welbeschouwd is wetenschap de cultuur waaronder mensen voorwaarts kunnen leven te midden van complexiteit, het leven niet behandelend als iets wat je ontvangt maar als iets wat je creëert.' Lippmann vertaalde deze visie naar het bedrijfsleven en de overheid. Hij zag goedkeurend aan dat bedrijven het dagelijks bestuur begonnen over te hevelen van de eigenaren, wier blik door winstbejag vertroebeld zou worden, naar professionele managers. Ook in het openbaar bestuur meende hij dat planmatig management de boventoon moest voeren, liefst door een technocratische elite, afkomstig van de beste universiteiten van het land. Lippmann juichte het ontstaan van een nieuwe klasse managers toe, de industriële staatslieden, die op academische managementopleidingen zouden worden klaargestoomd voor een leidersrol in onderneming of regering. Defensieminister Robert McNamara uit het vorige hoofdstuk is hier het ultieme voorbeeld van. (pagina 262-263)

Lee ook: De prestatiegeneratie : een pleidooi voor middelmatigheid (uit 2014)

Terug naar Overzicht alle titels

Maaike Schoon

Waarom jij geen huis kan betalen
Uitgeverij Pluim 2026, 254 pagina's € 22,99

Wikipedia: Maaike Schoon (1984)

Korte beschrijving
Een diepgaand boek over de Nederlandse wooncrisis. Maaike Schoon onderzoekt de oorzaken van de huidige wooncrisis en de grote stijging van huizenprijzen sinds 1995, waarbij de oorzaak ligt bij de waarde van de grond in plaats van de huizen zelf. Het boek verkent onder andere de historische en huidige relatie van Nederlanders met hun land. Schoon gaat in op de transformatie van water naar land in Nederland, de impact van klimaatverandering, de geschiedenis van landaktes in koloniaal New York en de hedendaagse situatie van dakloze vrouwen en kinderen, gecontrasteerd met die van rijke huizenbezitters. Prettig leesbaar en diepgravend geschreven. Geschikt voor een geoefende lezersgroep.  Maaike Schoon is journalist en presentator van ‘Buitenhof’. Ze schrijft sinds 2019 over de woningmarkt en economische ongelijkheid voor ‘Vrij Nederland’.

Tekst op website uitgever
Hoe kan het dat de huizenprijzen sinds 1995 met 200 procent zijn gestegen? Waarom is land een financieel product, terwijl lucht van iedereen is? Hoeveel is een huis nog waard als het land waarop het staat door klimaatverandering langzaam verdrinkt?

Maaike Schoon gaat op zoek naar de wortels van de huidige wooncrisis. Een wooncrisis die veel minder met huizen te maken blijkt te hebben en veel meer met de grond waarop huizen staan. Van het water dat land wordt in de drooggepompte meren in Holland, via de eerste landakte in koloniaal New York tot de dakloze vrouwen en kinderen en steenrijke huizenbezitters van nu.

Fragment uit (de) Epiloog
Het is uiteindelijk de paradox: betekent eigendom vrijheid, of ongelijkheid? Misschien wel allebei, zeggen wetenschappers. Aan het begin van een cyclus bevordert privé-eigendom van land en vastgoed economische groei, zoals het de slootjes gravende boeren in Noord-Holland welvarend en vooral ook vrij had gemaakt, vrij van despotische leiders, vrij van politieke willekeur. Het heeft naoorlogse generatie enorme voordelen gebracht: een dak boven hun hoofd en vermogensopbouw, rijkdom en zekerheid. De zekerheid om te innoveren, te investeren.
  Maar ergens in de loop der tijd komt er een omslag, als de winsten uit het land alleen nog toevallen aan de mensen die al wat hebben, omwille van de simpele ijzeren natuurwet dat land op een gegeven moment altijd op is. Dan profiteren zij die hebben ten koste van zijn die niet hebben. Dan vergoot het vasthouden aan exclusief eigendom de ongelijkheid en ondermijnt het politieke groei, en brokkelt het vertrouwen in het systeem dat eigendom propageert, verder af, zoals The Economist concludeerde in 2020, toen het vaststelde dat het stimuleren van eigen woningbezit misschien wel de grootste beleidsblunder van de westerse wereld was in de recente geschiedenis.
  Dat is wat er nu gebeurt: Nederlandse kiezers verliezen vertrouwen in de politiek, mede omdat de problemen op de woningmarkt niet worden opgelost, terwijl de ongelijkheid op de woningmarkt toeneemt. Elke keer dat politici zeggen de wooncrisis op te lossen door honderdduizenden betaalbare huizen bij te bouwen, huizen die bovendien vervolgens maar mondjesmaat gebouwd worden, brokkelt dat vertrouwen nog verder af.
  In 2027 is een verzamelinkomen van 120.000 euro nodig om een gemiddeld huis te betalen, wat slechts een op de drie huishoudens heeft, voorspelt De Nederlandse Bank. Woningonderzoeker Calcasa concludeert in 2024 dat de gemiddelde overwaarde 220.000 euro is, in Utrecht en Noord-Holland is dat bedrag nog hoger. Slechts twee procent van het totale woningaanbod is inmiddels te betalen voor een eenverdiener met een modaal inkomen, aldus het CPB.

De reden dat jij geen huis kunt betalen is dat de naoorlogse economische groei, de inkomensstijgingen, het geld dat eenvoudige burgers geleend hebben bij banken daarmee in het voorbijgaan nieuw geld creëerden, de lage rentes van de laatste tien jaar, als die talloze miljarden en miljarden zijn terechtgekomen in de huizenprijzen. Bij een groeiende economie en een toenemende bevolking, stijgt e grondprijs op een gewilde locatie. William Petty zag het al in 1662, maar waar de winsten van die waardestijging moesten eindigen, was voor William Petty, zelf grootgrondbezitter in Ierland, geen economisch dilemma. Dat was het wel voor opeenvolgende liberale economen, van Adam Smith tot David Ricardo. De winsten zouden terechtkomen bij diegenen die het geluk hadden dat ze een stukje van de aarde bezaten. Een overheid die zich als doel stelt om vooral eigenaren te beschermen, beschermt de rijken tegen de armen, aldus Smith. Toen misschien geen moreel probleem, nu misschien wel.
  Op dit moment komt die waardestijging toe aan diegenen die de mazzel hebben een huis te bezitten. Natuurlijk: huiseigenaren hebben niks aan dat vermogen zolang het vastzit in stenen. Tot er nog meer geld geleend moet worden, of het huis verkocht wordt. Dan is een eigen huis een onderpand voor meer krediet, en bij verkoop vloeit de overwaarde vrijwel onbelast naar de woningbezitter. Wat de huizenbezitter de mogelijkheid geeft een weer nog groter, nog duurder huis te betalen. De winst van de één betekent ook de hogere schuld van de ander: het hypotheekbedrag van de kopers. Het huis zelf heeft een nieuwe prijs, een nieuwe waarde, niet per se omdat het zelf intrinsiek veranderd is, het staat nog steeds op dezelfde plek en ziet er vaak goeddeels nog hetzelfde uit, maar omdat de grond onder het huis in sommige gevalle in waarde is verdriedubbeld.
  Adam Smiths grondbezitters, die oogstten zonder te zaaien, zijn nu de vastgoedfondsen, banken, corporaties, de pandjesbazen. Maar ook: je opa en oma, je vader en moeder, die ene oudere collega, de schrijver van dit boek. (pagina 224-226)

Lees bijvoorbeeld ook: Hoe ik huisjesmelker werd : over woonarmoede en ongelijkheid van Hans de Geus (uit 2021), maar vooral: Uitgewoond : waarom het hoog tijd is voor een nieuwe woonpolitiek van Cody Hochstenbach (uit 2022) én een korte 'samenvatting uit 2023: In schaamte kun je niet wonen : een persoonlijk verhaal over het ware gezicht van de wooncrisis.

Terug naar Overzicht alle titels