donderdag 20 maart 2025

Ignaas Devisch 2

Vuur : een vergeten vraagstuk
De Bezige bij 2021, 262 pagina's  € 23,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Wikipedia: Ignaas Devisch (1970)

Korte beschrijving
In 'Vuur' levert Devisch een vurig pleidooi voor het verruilen van fossiele energie voor alleen maar zonne-energie. Daarvoor biedt de zon ons ruimschoots voldoende energie. In vijf hoofdstukken schrijft hij een filosofisch vervolg op het gelijknamige boek van de socioloog Goudsblom, dat hij ook noemt. Uitgangspunt is hierbij het grotverhaal van Plato. De religieuze beleving van het vuur in het monotheïsme behandelt hij met gebruikmaking van vroeg-Bijbelse verhalen. In de Verlichting komt er een einde aan die mythisch-religieuze beleving, de mens kan het vuur technisch beheersen. Dan volgt de negatieve zijde van de zaak, de uitputting van de fossiele energie en de milieuproblematische aspecten van het overmatige gebruik ervan. Er is een beweging die streeft naar een calvinistische soberheid in het energieverbruik, maar Devisch betoogt dat we volop kunnen genieten van de zonne-energie, mits de ingenieurs maar methoden vinden om die energie op te vangen, op te slaan en te geleiden. Een uiterst boeiend en verrassend boek!

Fragment uit hoofdstuk 10. Een nieuwe vuurnarratief

'Vuur ligt aan de basis van de levende wereld. We hebben behoefte aan een theorie die van hieruit vertrekt. Een collectief narratief. Dit vereist een besef van hoge urgentie.' (Christopher Pyne, Fire in the Mind)

De aarde is geen moeder

Het moeder 'Mother's Little Helper' van The Rolling Stones beschrijft het leven van een moeder die het niet meer aankan. Kinderen zijn niet meer wat ze vroeger waren, koken voor haar man lukt haar nauwelijks meer, en dus grijpt ze terug naar the 'little yellow pill' die haar helpt de drukke dag door te komen. Het beeld van een moeder die onder de last kreunt lijkt verdraaid veel op het lot van 'Moeder Aarde'. Ze zou het eveneens moeilijk hebben en om steun smeken. Als brave kinderen moeten we onze moeder te hulp schieten.
  Die goedbedoelde acties zijn nobel, maar gaan uit van het verkeerde beeld. De wereld is geen moeder en de metafoor van een zorgende instantie klopt niet. De aarde bekommert zich niet om haar kroost en vraagt zich niet af of haar kinderen wel voldoende te eten hebben, op tijd naar bed gaan en niet morsen aan de keukentafel. Ze trekt zich niets aan van de mensen en stuurt geen signalen - zoals virussen - op ons af omdat wij ons slecht zouden gedragen. Als wij morgen met z'n allen ten onder gaan wordt daar niet om getreurd. We zullen er eenvoudigweg niet meer zijn. Punt. De aarde was er voor ons en zal na ons voortbestaan. Bovendien: ze overstijgt in vele opzichten onze mogelijkheden. Wij zijn eenvoudigweg niet in staat de wereld om zee te brengen. We kunnen onszelf vernietigen, het klimaat ontregelen en zelfs kunstmatige aardschokken veroorzaken, maar daar blijft het wel zo ongeveer bij. Ik bagatelliseer uiteraard niets uit dit lijstje, en we moeten vooral niet lichtzinnig denken over ons gedrag. Wij zullen echter als gevolg van carbonisatie of andere vervuilende activiteiten eerder onszelf kapotmaken dan de planeet.
  Dus ja, natuurlijk maakt het een (materieel) verschil uit voor de wereld of wij er zijn of niet. We hebben nu eenmaal een grote impact. Doen alsof er eerst een harmonie bestond die wij hebben verstoord is echter een foute voorstelling van zaken. Ook zonder ons was en zal de natuur niet harmonieus zijn.
  In een lezing beargumenteerde filosoof Slavoj Žižek het zo: in vergelijking met de ecologische rampen die nodig zijn geweest om te komen tot de vorming van fossiele afzettingsgesteenten op aarde vallen onze activiteiten in het niet. Žižek betwist in het verlengde hiervan het idee 'natuur' omdat er niet zoiets bestaat als een natuurlijke orde die volkomen in balans zou zijn met zichzelf. Hij spreekt over natuur als een 'opeenvolging van onvoorstelbare ecologische rampen'.  Er zijn ijstijden geweest, talloze vulkaanuitbarstingen en aardbevingen en door de evolutie heen zijn er heel wat soorten uitgestorven doordat ze zich niet langer konden aanpassen aan hun omgeving. De natuur kent geen wederzijds respect of een 'after you, sir'-principe. Dat maakte Charles Darwin in de negentiende eeuw al duidelijk: de wereld is er, zomaar, zonder doel of blauwdruk. David Deutsch ten slotte beschrijft in zijn boek The Beginning of Infinity : Explanations That Transform the World de biosfeer als een ronduit gewelddadig podium waarop organismen voortdurend op de rand van de afgrond staan. Daar zit een bepaalde evolutionaire logica achter, die verre van vreedzaam is. 
  De premisse bij heel wat ecologische discussies is echter dat de natuur symbool staat voor een soort 'beste van alle mogelijke werelden' die door een schuldig wezen - de mens - gecorrumpeerd is. Vervolgens zouden wij onze hoogmoed moeten laten varen en ons bescheiden opstellen, waarna alles weer goedkomt. Tegen dit beeld gaat Žižek terecht flink tekeer. Wij kunnen natuurlijk zin toekennen aan de wereld en haar 'natuur' of Moeder Aarde' noemen, maar dat is mensenwerk - zoals de opwarming van de aarde dat ook (deels) is. Vervolgens stelt Žižek dat de verandering van de wereld niet alleen het werk is van de mensensoort en er bijgevolg nooit een oorspronkelijke staat van harmonie heeft bestaan. De natuur is een diffuus theaterstuk waarin miljoenen dieren, bacteriën, planten en andere organismen strijden om te overleven. Daarbovenop zijn er tijdens de lange geschiedenis van onze planeet al talloze rampen geweest die de huidige klimaatopwarming qua impact vele malen overtreffen. Zoals Maarten Boudry  terecht opmerkt: 'Mensen vergeten dat de natuur haar duivel ook ontbindt zonder klimaatopwarming, door vulkaanuitbarstingen, orkanen, aardschokken en tsunami's.' (pagina 191-193)

Lees ook: We informeren ons kapot : pleidooi voor onwetendheid (uit 2024)

Terug naar Overzicht alle titels


Willem Schinkel 3

Waarom ik geen mobiele telefoon heb : aphonismen
Editie Leesmagazijn 2024, 180 pagina's  € 24,95

Wikipedia: Willem Schinkel (1976)

Korte beschrijving
Een origineel en persoonlijk essay van Willem Schinkel over de digitale samenleving en zijn keuze om geen mobiele telefoon te bezitten. In notities en aforismen, die hij liever ‘aphonismen’ noemt, biedt Schinkel een scherpzinnige kijk op de invloed van mobiele telecommunicatie op ons leven. Hij observeert de dwingende werking van deze infrastructuur en reflecteert op de geschiedenis van telecommunicatie. Het boek werpt licht op de absurditeit van elektronische communicatiesystemen en laat zien hoe deze ons leven ingrijpend hebben veranderd. Geschreven in talige, persoonlijke en aforistische stijl, met korte fragmenten met tussenkopjes. Met name geschikt voor de meer geoefende lezer.  Willem Schinkel (Kampen, 1976) is socioloog en filosoof, en hoogleraar sociale theorie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij schreef recent onder andere ‘Politieke stenogrammen’* (2019) en ‘Pandemocatie’** (2021).  Het boek maakt deel uit van de serie: 'Leesmagazijn'.

Tekst op website uitgever
In ‘Aphonismen’ onthult Willem Schinkel op indringende wijze de redenen achter zijn keuze om geen mobiele telefoon te bezitten. Deze notities en aforismen, die hij liever ‘aphonismen’ noemt, bieden een scherpzinnige kijk op de invloed van mobiele telecommunicatie op ons leven. Schinkel observeert de dwingende werking van deze infrastructuur en reflecteert op de geschiedenis van telecommunicatie.

Dit boek werpt licht op de absurditeit van elektronische communicatiesystemen en laat zien hoe deze ons leven ingrijpend hebben veranderd. Een prikkelende verkenning van de digitale samenleving.

Willem Schinkel is socioloog en filosoof, en hoogleraar sociale theorie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij schreef recent o.a. Politieke stenogrammen. De hamsteraar en Pandemocatie. En, met Rogier van Reekum, Theorie van de kraal.

* ‘Het vervelende aan Willem Schinkel is dat hij zijn onderwerpen zo grondig tot hun kern uit weet te kleden dat je niet kunt ontsnappen aan de confrontatie met jezelf die daar onherroepelijk op volgt. Hij heeft, kort gezegd, altijd gelijk. We zijn allemaal gek geworden.’ — Sef

‘De smartphone is een oplossing voor het probleem dat je hebt als iedereen om je heen een smartphone heeft.’ — Willem Schinkel

Fragmenten
Aphonismen
Aforismen over een leven zonder smartphone: aphonismen. (pagina 11)

Glazenwassen
Mijn term voor wat mensen doen als ze druk met hun glazen schermpje in de weer zijn: glazenwassen. (pagina 12)

Metronoom
De mobiele telefoon heeft in het dagelijks leven wat een metronoomfunctie genoemd kan worden. De telefoon kalibreert snelheden en ritmes, die zich uitdrukken in verwachtingen. Verwachtingen over contact, verbinding, antwoord, afspraken. Wie gene mobiele telefoon heeft, zorgt dus telkens voor frictie, de onderbreking van ritme, teleurstelling van verwachtingen. Aphonaal leven is heel letterlijk uit de pas lopen. (pagina 14)

Absurditeit
Ik stap een drukke trein in. Iedereen gaat zitten, pakt de telefoon en begint te glazenwassen, muziek te luisteren, te bellen of een film te kijken. Alsof iemand een knop omdraait en alle robots naar hun machientjes grijpen. Kan iemand mij vertellen hoe ik deze mensen op dat moment serieus moet nemen? Ik zou zelf een telefoon kunnen aanschaffen, maar dat zou alleen maar betekenen dat ik de absurditeit van de situatie niet langer zou zíen, niet dat die er niet langer zou zijn. (pagina 27)

Beschikbaarheid
Nergens wordt zo sterk uitdrukking gegeven aan het verlangen van mensen zich beschikbaar te maken voor de orde als in de wens permanent verbonden te zijn middels een draagbaar apparaat. Wij zijn allen beschikbaar voor kapitaalaccumulatie, want we zijn bereid te werken zonder gedeeld eigendom van productiemiddelen, maar de wens die beschikbaarheid permanent op  je lijf te dragen is een commitment dat arbeiders tot nog toe niet eerder vertoonden. (pagina 31)

Moedig
Leven zonder mobiele telefoon betekent voor veel mensen leven in permanente angst en onzekerheid over wat ze allemaal zouden missen. Daar is geen ontkennen aan. Jonge mensen vertellen me regelmatig hoe het ze echt niet lukt een uur zonder te doen. Het glazenwassen heeft van iedereen een angsthaas gemaakt. En ik? Ik ben plots een moedig mens, ja ja. (pagina 70)

Operaties
Al het gemak en de leukigheidjes op je telefoon: de verdoving tijdens de operaties die op je uitgevoerd worden. (pagina 107)

Fopspeen
Wie tijdens de spits in een metro of trein zit en om zich heen kijkt, ziet overal mensen gebogen over hun schermpjes. Het is dan moeilijk om in de mobiele telefoon niet het volwassen equivalent van een fopspeen te zien. De Engelse naam daarvoor lijk in ieder geval ook op de mobiele telefoon te slaan: 'pacifier'.  (pagina 139)

Lees ook: Lees ook: De nieuwe democratie : naar andere vormen van politiek (uit 2012),  
Theorie van de kraal : kapitaal - ras - fascisme (dat hij in 2019 samen schreef met Rogier van Reekum) en De hamsteraar : kritiek van het logistiek kapitalisme (uit 2020) 

Terug naar Overzicht alle titels

Koo van der Wal

Zoektocht naar de wortels van het milieuprobleem : een filosofisch verhaal
Gompel & Svacina 2023, 176 pagina's  € 25,--

Koo van der Wal (1934)

Korte beschrijving
Een filosofische beschouwing op de samenhang tussen de milieuproblematiek en het sociale bestel.  Het milieuprobleem is tot een van de ernstigste bedreigingen van de moderne samenleving uitgegroeid. Toch lukt het maar moeilijk om een effectief milieubeleid van de grond te krijgen. De reden daarvan is dat de milieucrisis met de inrichting van het sociale bestel als zodanig samenhangt. Het brengt algemene kenmerken van dat systeem tot uitdrukking, zoals de mateloosheid van de moderne cultuur, de kijk op de natuur als een inventaris van grondstoffen en een losgeslagen economie. Binnen het bestek van zo'n cultuur is de transitie naar een duurzame samenleving een uitzichtloze zaak; daarvoor is een ander type maatschappij nodig. Het boek geeft hiervoor een aantal voorzetten. Intelligent en met diepgang geschreven. Met enkele zwart-witillustraties. Uitsluitend geschikt voor een geoefend lezerspubliek.  Koo van der Wal (1934) is een bekende Nederlandse filosoof en hoogleraar. Hij schreef tientallen boeken.

Tekst op website uitgever
Het milieuprobleem is inmiddels tot een van de ernstigste bedreigingen van de moderne samenleving uitgegroeid. Toch lukt het maar moeilijk om een effectief milieubeleid van de grond te krijgen. De reden daarvan, zo is de stelling van dit boek, is dat de milieucrisis met de inrichting van het sociale bestel als zodanig samenhangt. Het brengt met andere woorden algemene kenmerken van dat systeem tot uitdrukking. Te noemen zijn dan onder meer de mateloosheid van de moderne cultuur (sneller, meer, groei), de kijk op de natuur als vooral een inventaris van grondstoffen, een uiterlijk welzijnsbegrip en een losgeslagen economie. De conclusie is dan dat binnen het bestek van zo’n cultuur de transitie naar een duurzame samenleving een uitzichtloze zaak is. Maar dat daarvoor de overgang naar een ander type maatschappij nodig is. Het boek geeft daarvoor een aantal voorzetten.

Koo van der Wal (1934) was hoogleraar wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam en daarna aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij schreef o.m. Recht met reden (2003), Die Umkehrung der Welt. ber den Verlust von Umwelt, Gemeinschaft und Sinn (2004) en Wat is er met de ethiek gebeurd? (2008). Naast zijn academische loopbaan was hij o.m. voorzitter van de Nederlandse afdeling van Amnesty International en voorzitter van de Stichting voor Vluchtelingen-Studenten UAF.

Fragment uit hoofdstuk 2. Moderniteit en maat - over een problematische relatie
Een contrasterende werkelijkheidsvisie

Om zo scherp mogelijk te krijgen wat hier gebeurd is, onderbreek ik de gedachtegang nu een ogenblik en contrasteer ik de geschetste visie op mens en wereld met degene die door het Indiaanse opperhoofd Seattle tot uitdrukking gebracht is in zijn beroemde toespraak uit 1854. De aanleiding tot die toespraak was de wens van de Amerikaanse regering om het land van de Dwamish, de stam van Seattle, te kopen vanwege de mineralen die daar in de grond zaten. In plaats van een wereld die in zichzelf betekenisloze dingen waaruit alle kwalitatieve eigenschappen geëlimineerd zijn, te midden waarvan een mens zich alleen maar een displaced person kan voelen, schetst Seattle juist het beeld van een wereld die zeer rijk aan kwaliteiten is, waar alles zijn eigen zijnswijze en inbreng heeft en uit hoofde daarvan respectwaardig, 'heilig' is. Ik citeer hem nogmaals:

"Elk stuk van dit land is heilig voor mijn volk. Iedere spar die glanst in de zon, elk zandstrand, elke nevel in de donkere bossen, elke open plaats, elke zoemende bij is heilig in de gedachten en herinneringen van mijn volk."

Met alles wat hem omgeeft, staat de mens in directe verstandhouding, sterker: in een relatie van verwantschap:

"De geurende bloemen zijn onze zusters, het rendier, het paard, de grote adelaars onze broeders. De schuimkoppen in de rivier, het sap van de weidebloemen, het zweet van de pony en van de man, het is allemaal van hetzelfde geslacht [...] Alles hangt samen met het bloed dat een familie verbindt. Alles hangt met alles samen."

Binnen dit grote leefverband van de natuur is de mens dus allerminst eenzaam. Integendeel, hij beleeft vreugde aan zijn medeschepselen, aan de dieren, de bossen, de rivieren. Zonder deze zou het leven arm en eenzaam worden:

"Wat is de mens zonder dieren? Als alle dieren weg zijn [het gevolg van het destructieve optreden van de blanken]  zal de mens sterven aan een gevoel van grote eenzaamheid."

Omdat de dingen in dit universum een eigen wezen en zijnswijze hebben, en daarmee een vorm van onaantastbaarheid, kun je er maar niet naar goeddunken mee omgaan. Ook van een toebehoren, bezitten, disponeren-over kan hier geen sprake zijn. Daarom kunnen de aarde, de rivieren, de lucht enz. niet verkocht worden, zoals de blanken willen. Zij zouden dan inderdaad als zaken beschouwd worden waarover naar willekeur beschikt kan worden. Dat dat de houding van de westerling is, wordt door Seattle goed gezien, al is die houding voor hem oninvoelbaar:

"Voor de blanke man is het ene stuk grond gelijk aan het andere. Hij is een vreemde (!), die in de nacht komt en van het land neemt wat hij nodig heeft. De aarde is niet zijn broeder maar zijn vijand (!). En als hij die veroverd (!) heeft, trekt hij verder. Hij trekt zich er niets van aan [...] Hij behandelt zijn moeder, de aarde, en zijn broeder, de lucht, als koopwaar die hij kan uitbuiten en weer verkopen als goedkope bonte kralen."

Inde wereld van Seattle is de mens als draad ingeweven in het web van het leven dat hij niet zelf geweven heeft. En als er al van een toebehoren sprake is, dan behoort niet de aarde aan de mens maar andersom. Daarmee is de maat van zijn handelen gegeven. DE moderne westerse mens daarentegen heeft zich buiten een dergelijk natuurverband geplaatst. En hij heeft de natuur van al haar kwalitatieve eigenschappen ontdaan, zodat die ook geen reden meer kunnen vormen om haar met consideratie en respect te behandelen. In het bijzonder is bij de moderne verzakelijking iedere vorm van 'heiligheid' als een aan de dingen zelf inherente kwaliteit verloren gegaan. Daardoor is de wereld van de natuur geheel open komen te liggen voor de veroveringstocht van de mens. Van de kant van een totaal 'onttoverde' en geprofaniseerde natuur wordt aan dat veroveringsstreven in ieder geval niets meer in de weg gelegd. (pagina 55-57)

Terug naar Overzicht alle titels

zaterdag 15 maart 2025

Miriam Rasch 4

Luisteroefeningen : over aandacht en ontvankelijkheid
De Bezige bij 2024, 223 pagina's € 22,99

Wikipedia: Miriam Rasch (1979)

Korte beschrijving
Een boeiende filosofische analyse van de ethiek van het luisteren in tijden van polarisatie en overprikkeling. In dit boek onderzoekt filosoof Miriam Rasch de kunst van aandachtig luisteren in tijden van zelfprofilering, meningen, sociale media en polarisatie. Met een ‘open oor' ontdekt ze hoe een luisterende houding tegelijk standvastigheid en openheid met zich mee kan brengen. In een stroom van beelden en prikkels legt Rasch de focus steeds terug bij het horen, bij geluid en bij de ontvangende kant. De leidraad in dit boek is de vraag: iedereen kan tegenwoordig van zich laten horen — maar wie luistert er nog? Geschreven in intelligente en essayistische stijl. Geschikt voor een meer geoefende lezersgroep. Miriam Rasch is een Nederlandse filosoof en essayist. en schrijft voor onder meer NRC, de Nederlandse Boekengids en Filosofie Magazine. Ze schreef meerdere boeken. Haar werk won meerdere literaire prijzen, zoals de Jan Hanlo Essayprijs en de Socrates-wisselbeker.

Tekst op website
Meningen, politieke statements en selfies domineren onze feeds. De druk om mee te doen met deze zelfprofilering kan groot zijn, niet alleen online maar ook thuis en op het werk. Hebben we enkel nog de keuze tussen luidkeels zenden en je terugtrekken in stilte, of bestaat er ook een alternatief?

In Luisteroefeningen gaat Miriam Rasch op zoek naar de ethiek van het luisteren. Wat gebeurt er als je je oren opent en begint te luisteren? In de constante stroom van beelden en prikkels legt Rasch de focus steeds terug bij het horen, bij geluid en bij de ontvangende kant.

Als we luisteren ontstaat meteen een relatie tot het gehoorde: van aandacht en ontvankelijkheid, van geven en binnenlaten. Oefenend met een ‘open oor’ ontdekt Rasch hoe een luisterende houding tegelijk standvastigheid en openheid met zich meebrengt. Een krachtig instrument in tijden van overprikkeling en polarisatie, dat voor iedereen binnen handbereik ligt.

Fragment uit 1. De context van de technologie
Luisteren als panacee voor maatschappelijke ontrafeling gaat natuurlijk al langer mee, inmiddels een decennium of twee, zou ik zeggen. De stethoscoop van de media is sinds het begin van deze eeuw bestendig op de 'gewone man' en zijn onderbuik gericht, om daarvandaan de volksstem op te tekenen die de media jarenlang zouden hebben gemist.
  Je kunt je afvragen of dat polarisatie niet mede in de hand heeft gewerkt. Zien eten doet eten, in dit geval: als er veel aandacht is voor bepaalde opvattingen, zullen die opvattingen zich vanzelf verder verspreiden. Aan deze vorm van luisteren gaan bovendien vaak suggestieve vragen vooraf, die vooral uit lijken te zijn op de bevestiging van een narratief waarvan al duidelijk is hoe het verloopt en dat alleen nog verwoord moet worden. Maar bovenal is 'luisteren naar' in de loop van de tijd veranderd in een kwestie van meningsuiting. Het gaat om het individu en haar uitspraken. Er wordt een podium geboden, maar geen gesprek gevoerd. En de relatie die daarmee tot stand wordt gebracht is al te vaak simplistisch, grof en dus polariserend te noemen.
  Ook filosoof Bart Brandsma stelt de ongemakkelijke vraag of het opzoeken van het gesprek polarisatie niet juist versterkt. Hij werkte een model uit van polarisatie dat door bijvoorbeeld gemeentes en de politie wordt gebruikt in ontvlambare situaties. Er zijn drie wetmatigheden, schrijft hij. Polarisatie is ten eerste een 'gedachtsconstructie': het gaat om wij-zij-denken, met een even sterke nadruk op denken als op wij-zij, om frames en identiteiten. Ten tweede werkt polarisatie op brandstof en juist het bespreken van polariserende onderwerpen, hoe goed bedoeld ook, kan het vuur aanwakkeren. Praten - en bij uitbreiding luisteren - is in dat geval contraproductief. Ten slotte beschrijft Brandsma polarisatie als een gevoelsdynamiek: 'Niet de logos telt, het is het pathos dat weegt.' Redelijkheid en argumenten zullen daarom 'de gemoederen' niet zomaar bedaren.
  Brandsma heeft het over maatschappelijke brandhaarden die kunnen uitlopen op gewelddadige conflicten, maar de drie kenmerken die hij noemt zijn ook toepasbaar op polarisatie zoals die zich voordoet in het (online) debat en op sociale media. Daar draait het immers ook om gedachteconstructies, oftewel digitale afspiegeling van een oneindig complexe realiteit. Bovendien kunnen (online) media niet zonder de constante toevoer van brandstof om het 'engagement' te laten groeien. En ten slotte is redelijkheid daarbij over duidelijkheid geen criterium.
  Polarisatie lijkt ingebakken te zitten in de datalogica van nullen en enen, maar ook in de medialogica van online platformen. Herhaaldelijk is gebleken dat polarisatie welbewust wordt opgezweept, door radicale meningen naar voren te schuiven ten koste van andere geluiden. Of daarbij de linker- of de rechterzijde wordt bevoordeeld, daarover lopen de meningen trouwens uiteen. Brandstof die de gevoelsdynamiek aanjaagt, krijgt in elk geval de ruimte. Zo stelde Facebook al in 2017 een 'taskforce' samen om uit te zoeken of het maximaliseren van de interactie van gebruikers, door bijvoorbeeld informatie op een bepaalde manier aan te bieden of te ordenen, bijdraagt aan politieke polarisatie. Het antwoord was: ja, daar bestaat inderdaad een verband tussen. Dat betekent ook dat het tegengaan van polarisatie vraagt om het terugbrengen van interactie, stelt MIT Technology Review in een artikel over het onderzoek. De taskforce stelde verschillende oplossingen voor, zoals het aanpassen van de gebruikte algoritmes voor aanbevelingen. Maar ze moest erkennen dat sommige van die ideeën 'anti-groei' waren en uiteindelijk gingen de meeste voorstellen ter verbetering dan ook niet door.
  Dat was 2017. Sindsdien is de polarisatie - dat vermaledijde zwart-wit denken in elk geval - er echt niet minder op geworden. (pagina 37-39)

Lees ook: Zwemmen in de oceaan : berichten uit een postdigitale wereld (uit 2017), Frictie : ethiek in tijden van dataïsme (2020) en Autonomie : een zelfhulpgids (2022).


Terug naar Overzicht alle titels

zaterdag 22 februari 2025

Hanno Sauer

Moraal : goed en kwaad van prehistorie tot polarisatie
De Bezige bij 2023, 426 pagina's € 29,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Oorspronkelijke titel: Moral (2023)

Wikipedia: Hanno Sauer (1983)

Korte beschrijving
Een filosofisch boek over moraliteit, ethiek en het geweten. Het boek onderzoekt de oorsprong en ontwikkeling van ons moreel geweten, vanaf het ontstaan van ons vermogen om samen te werken vijf miljoen jaar geleden tot de huidige polarisatie. Het belicht de rol van religie en wetenschap, met name evolutiebiologie, in het begrip van goed en kwaad. Het boek biedt inzicht in de biologische, culturele en historische factoren die morele waarden hebben gevormd, vooral in tijden van crisis. Verhelderend en met diepgang geschreven. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep. Hanno Sauer (1983) is een Duitse filosoof. Hij doceert ethiek aan de Universiteit Utrecht. Hij is de auteur van talrijke essays en wetenschappelijke werken en geeft regelmatig lezingen in Europa en Noord-Amerika. 'Moraal' werd in 2023 genomineerd voor de Deutscher Sachbuchpreis, de belangrijkste non-fictieprijs van Duitsland.

Tekst op website uitgever
Wat maakt ons tot morele wezens? Hoe weten we wat het juiste is? En bestaan er in deze tijd van individualisering nog universele waarden?

We beschikken onmiskenbaar over een moreel geweten, of het nu over straf, godsdienst of gelijkheid gaat, maar hoe is ons morele geweten ontstaan? Lang gold godsdienst als de belangrijkste grondslag voor de moraal, maar in de afgelopen eeuwen is wetenschap steeds belangrijker geworden in ons denken over goed en kwaad. Met name de spectaculaire inzichten uit de evolutiebiologie dwingen ons om anders naar ethische kwesties te kijken.

In dit boek neemt de Duitse filosoof Hanno Sauer ons mee op een reis door de geschiedenis van de menselijke moraal. Hij vertelt het verhaal van ons geweten, vanaf het ontstaan van ons vermogen om samen te werken vijf miljoen jaar geleden tot de polarisatie die ons vandaag in de greep houdt. Op briljante wijze laat hij zien welke biologische, culturele en historische ontwikkelingen onze morele waarden hebben gevormd, juist op het moment van misschien wel hun grootste crisis.

Fragment uit (de) Inleiding - Alles wat belangrijk voor ons is geweest
De geschiedenis die ik ga vertellen, wil een bijdrage leveren aan ons begrip van het heden. Moderne samenlevingen staan momenteel onder een morele druk om de mogelijkheid van hun eigen voortbestaan te verenigen met de onaangenaamste waarheden van hun existentie. Hoe kunnen we de reorganisatie van onze morele infrastructuur, die we op het ogenblik meemaken, zo in kaart brengen dat er licht op het geheel valt?  Waar komt de onverzoenlijke polarisering vandaan die we nu zien? Wat is het verband tussen culturele identiteit en sociale ongelijkheid? Uiteindelijk worden die elementen zo met elkaar verbonden dat een tijdsdiagnose van  de huidige morele crisis het resultaat is. De diagnose die ik voorstel vloeit voort uit de geschiedenis van onze moraal, die ik in de loop van dit boek uit de doeken doe. Om het heden te begrijpen, moet je je met het verleden inlaten.

  Kort gezegd: de evolutie van onze moraal heeft ons wel in staat gesteld samen te werken, maar heeft onze morele disposities beperkt tot degenen die wij tot 'onze' groep rekenen (hoofdstuk een, 5.000.000 jaar). 

Een behoefte aan samenwerking, die is toegenomen door externe ecologische omstandigheden, kon alleen worden bevredigd door in steeds grotere groepen te gaan samenleven. De praktijk van het straffen gaf ons enerzijds de zelfbeheersing en de sociale verdraagzaamheid die daarvoor noodzakelijk is, maar rustte ons anderzijds uit met een psychologie die de handhaving van de groepsnormen met grote waakzaamheid in de gaten houdt (hoofdstuk twee, 500.000 jaar). 

De co-evolutie van genen en cultuur maakte van ons schepselen die erop aangewezen zijn van anderen te leren om het geaccumuleerde kapitaal aan informatie en vaardigheden op de best mogelijke manier te kunnen absorberen. Tegelijkertijd moest er nu kunnen worden besloten van wie je wilde leren - dat wil zeggen wie je vertrouwt en gelooft - en dat voorschot aan vertrouwen is door gedeelde waarden tot stand gebracht (hoofdstuk drie, 50.000 jaar). 

Onze species van coöperatieve, punitieve en lerende wezens is er uiteindelijk in geslaagd steeds grotere samenlevingen te vormen, die onder de druk van hun eigen ledenaantal ineen dreigden te storten. Streng hiërarchische organisatievormen begonnen ons oorspronkelijk egalitarisme te vervangen, waardoor menselijke samenlevingen zich opsplitsten in sociaaleconomische elites en een meerderheid van politiek en materieel benadeelden. De sociale ongelijkheid nam toe, net als onze aversie ertegen (hoofdstuk vier, 5.000 jaar). 

Het was slechts een kwestie van tijd voordat de geschiedenis van de moraal een culturele constellatie voortbracht die verwantschap en hiërarchie als structuurprincipe van de samenleving verving door autonoom aangegane samenwerking tussen individuen. Dat nieuwe stadium van sociale evolutie maakte tot op de dag van vandaag ongehoorde krachten vrij voor economische groei, wetenschappelijke vooruitgang en politieke emancipatie, die uitmondden in de moderne samenleving waarin we nog steeds leven (hoofdstuk vijf, 500 jaar). 

Tegelijkertijd groeiden de spanningen tussen onze psychologische aversie tegen sociale ongelijkheid en de economische voordelen, die een maatschappelijke structuur mogelijk maakt, gebaseerd op individuele vrijheidsrechten. met de toenemende materiële overvoed werd de eis luider de belofte van menselijke gelijkheid eindelijk in te lossen: de sociaal-politiek status van benadeelde minderheden werd een morele prioriteit (hoofdstuk zes, 50 jaar).  

Dat dit probleem niet met de verhoopte spoed kon worden opgelost, kenmerkt onze actuele situatie, waarin de hoofdelementen van de geschiedenis van onze moraal zich verbinden tot een giftig mengsel: onze moreel geladen groepspsychologie maakt ons gevoelig voor sociale verdeeldheid. De moeilijkheden bij het overwinnen van ook de laatste sociale ongelijkheid leidt tot argwaan jegens eenieder die niet met het noodzakelijk geachte fantasie voor dezelfde zaak strijdt. Dat versterkt de indeling van de samenleving in 'wij' en 'zij daar', waardoor onze vatbaarheid voor desinformatie toeneemt, omdat we de beslissing wie we moeten geloven steeds afhankelijker maken van signalen van morele verbondenheid. Onze punitieve psychologie begint nu de symbolische markers van onze groepsverbondenheid steeds fijngevoeliger te onderzoeken en de overschrijding van de geldende normen steeds excessiever te bestraffen. De huidige - linkse en rechtse - identiteitsconflicten zijn het gevolg van die dynamiek (hoofdstuk zeven, vijf jaar). 

Maar zo hoeft het niet te eindigen, want onze politieke meningsverschillen zijn meestal slechts oppervlakkig, en onder dat oppervlak zijn er diepgaande, universele, morele waarden die alle mensen met elkaar delen en de basis van een nieuwe toenadering vormen (slot). (pagina 11-13)

Terug naar Overzicht alle titels

vrijdag 21 februari 2025

Werner Herzog

De toekomst van de waarheid
De Arbeiderspers 2024, 125 pagina's  € 21,99

Oorspronkelijke titel: Die Zukunft der Warheit (2024)

Wikipedia: Werner Herzog (1942)

Korte beschrijving
Een persoonlijk getinte filosofische verhandeling over de vraag wat waarheid betekent in tijden van nepnieuws, politieke manipulatie en kunstmatige intelligentie, en hoe deze zich verhoudt ten opzichte van poëzie en filmkunst. Werner Herzog onderzoekt hoe de waarheid van het creatieve proces zich verhoudt tot empirische feiten, en bespreekt o.a. de verzonnen overwinning van farao Ramses en de moderne mythe van ontvoering door buitenaardse wezens. Hij reflecteert ook op zijn eigen ervaringen op de filmset en zijn gedachten en herinneringen. Persoonlijk en bespiegelend geschreven. Geschikt voor een breed tot geoefend lezerspubliek.  Werner Herzog (München, 1942) is o.a. auteur, scenarioschrijver, acteur en cameraregisseur. Hij maakte legendarische films als Fitzcarraldo, Nosferatu, Encounters at the End of the World en Grizzly Man. Hij schreef eerder ‘Het schemeren van de wereld’ en ‘Ieder voor zich en God tegen allen’. Zijn werk wordt in meer dan dertig landen uitgegeven.

Tekst op website uitgever
‘De zoektocht naar waarheid is wat ons van de koeien in de wei onderscheidt.’ – Werner Herzog

In een wereld die wordt ondermijnd door nepnieuws, politieke manipula­tie en kunstmatige intelligentie, stelt Werner Herzog de filosofische vraag: wat is waar? En hoe verhoudt de waarheid van poëzie en filmkunst zich tot empirische feiten? Van de verzonnen overwinning van farao Ramses tot de moderne mythe van ontvoering door buitenaardse wezens, en van extatische momenten op de filmset tot confrontaties met de werkelijkheid tijdens da­genlange tochten: op geheel eigen wijze knoopt Werner Herzog fascinerende gedachten en herinneringen aan elkaar. Een boek voor iedereen die zich kan verwonderen.

Motto
God had een grote spiegel, en toen God in de spiegel keek zag hij de waarheid. Toen liet God de spiegel vallen, en de spiegel sprong in duizend scherven uiteen. De mensen haastten zich om een van de scherven te pakken. Ze keken allen in hun scherven, zagen zichzelf en dachten de waarheid te kennen. (pagina 6)

Fragment uit I. Wat is waarheid?
Om (terug) te komen op Mars: de afstand daarheen kan in ongeveer vierenhalve maand worden afgelegd, vooropgesteld dat de banen van de aarde en Mars extreem dicht bij elkaar staan. het lijdt weinig twijfel dat we er binnen afzienbare tijd astronauten naartoe zullen sturen voor korte missies. Opmerkelijk genoeg wordt dat tijdstip al decennialang steeds weer naar een onbestemd punt in de toekomst verschoven. Want Mars is onbehagelijk. Op de weg ernaartoe, net als op de planeet zelf, zouden energetische stralen van de zon, zonnewinden, ons kunnen verbranden. In plaats daarvan zouden we gemakshalve meteen in een magnetron kunnen gaan zitten en die aanzetten. het oppervlak van Mars is uiterst toxisch. We zouden ons diep in de grond moeten boren, maar waarmee? Waar halen we de machines vandaan om diepe bunkers te graven? Het zou eenvoudiger zijn om ons met ongeveer drie meter water te omringen en ons zo tegen de straling te beschermen. Maar hoe nemen we dat mee in onze ruimtecapsule? Het weerstaan van de op Mars heersende temperaturen is uitvoerbaar, maar waar halen we de grote hoeveelheid energie hiervoor vandaan als de zon zo ver weg staat dat die nauwelijks als energiebron in aanmerking komt? De astronauten zitten ook nog met het volgende simpele probleem: hoe kunnen ze genoeg brandstof meenemen om zichzelf ook weer naar de aarde terug te schieten? En dan zijn er nog de banen van de aarde en Mars: als we na enkele maanden reizen aankomen, zouden Mars en de aarde weer zo ver van elkaar afstaan dat we amper voldoende brandstof zouden kunnen meenemen om de terugreis zelfs maar op korte termijn, zeg na een week, te kunnen aanvaarden. Pas na tweeënhalf jaar zouden de aarde en Mars zich weer op een gunstige 'korte' afstand tot elkaar bevinden.

En zo komen we weer bij de utopie van miljoenen kolonisten op Mars. Dit project, dit zelfbedrog, wordt behandeld als een waarheid, die nog het meest lijkt op een sektarische geloofsovertuiging. Je krijgt te horen dat we water kunnen opwekken door de koolkappen van Mars te laten smelten. Dat kun je doen met nucleaire explosies. Vermoedelijk wel, ja, maar hoe krijg je een atoombom op Mars en de enorme technologie die nodig is om hem tot ontploffing te brengen? Een hoe leiden we het water naar de menselijke nederzettingen, over honderden zo niet duizenden kilometers? Met pijpleidingen? Hoe bouwen we die? Hoe zorgen we voor arbeiders, voor bouwmateriaal, voor de hele constructie? Robots zouden dit kunnen doen, zoals intelligente robots ook een gigantische koepel zouden kunnen neerzetten om hele steden tegen de straling te beschermen. Maar dan moeten we duizenden ruimteschepen in een staccato met tussenpozen van slechts enkele seconden wegsturen, een armada, die allemaal in hetzelfde doelgebied moeten landen. De mensheid is daar helemaal niet toe in staat. (pagina 14-16)

Fragment uit II. Het varken van Palermo
Op de markt van Palermo viel een varken in een afvalschacht die met de riolering was verbonden. Een ijzeren rooster in de diepte ving het dier op. Omdat de schacht zo nauw was, lukte het niet het varken uit zijn benarde positie te bevrijden, en eigenaren van marktkraampjes en klanten gooiden af en toe wat afval naar beneden naar het varken, dat hierdoor, zo gaat het verhaal, een paar jaar in leven bleef. Vermeld moet worden dat de schacht niet buisvormig was, maar vierkant, Het varken nam steeds meer de vierkante vorm van zijn krappe gevangenis aan, en toen men het uiteindelijk nog levend borg, was het sneeuwwit, half doorzichtig als een engerling, en had een kubusvorm aangenomen, lillend, als een groot stuk jello, een in Amerika populaire, afgrijselijke, doorzichtige drilpudding. Zijn poten waren verschrompeld, ingebed in de klont van zijn lichaam. Het kon eten aan de bovenkant en poepen aan de onderkant; dat was zo ongeveer alle nog herkenbare anatomie.

Laten wij ons de kosmonauten voorstellen die naar Proxima Centauri b op reis zijn. Dat de dichtstbijzijnde van alle planeten net z gloeit als onze zon, doet er weinig toe. Desalniettemin, veel succes op jullie reis. En één ding is zeker: voor de viereneenhalf lichtjaar zouden onze ruimtevaarders tienduizenden jaren onderweg zijn. Zij zouden zich aan boord dus moeten voortplanten, en al na een paar eeuwen zouden zij als gevolg van inteelt, steeds misvormder raken, tot gedrochten muteren, die na enkele millennia beslist zouden zijn vergeten waar ze vandaan kwamen en waar ze naartoe reisden. Zoals overal onder menselijke wezens zouden er onenigheid zijn, moord, opstanden, paleisrevoluties. De reizigers zouden de vorm aannemen van de kuipstoelen van hun commandocentrum of van hun slaapplaatsen aan boord. Zonder zonlicht zouden ze ook wit en doorzichtig worden, als vette maden. Het varken van Palermo, dat maar een paar jaar in zijn schacht klem zat, was in vergelijking daarmee nog goed gevormd. (pagina 24-25)

Fragment uit XI. De toekomst van de waarheid
De waarheid heeft geen toekomst, maar waarheid heeft ook geen verleden.

Wij willen, wij zullen, wij mogen, wij kunnen de zoektocht naar de waarheid echter niet opgeven. (pagina 125)

Terug naar Overzicht alle titels

zaterdag 8 februari 2025

Byung-Chul Han 7

Psychopolitiek : neoliberalisme en de nieuwe machtstechnieken
Van Gennep 2015, 95 pagina's € 14,95

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Oorspronkelijke titel: Psychopolitik: Neoliberalismus und die neuen Machttechniken (2014)

Wikipedia: Byung-Chul Han (1959-)

Korte beschrijving
Over vrijheid en vormen van dwang die de individuele vrijheid beperken. Soms vrijwillige dwang, zoals de zelfuitbuitende arbeider die zich onderwerpt aan zijn eigen onderneming, of het individu die vrijwillige data prijsgeeft aan de 'digitale controlemaatschappij'. De like-button als het amen in een machtscontext. Andere vormen van dwang zijn de emotiedwang, die tegen iedere reflectie ingaat of communicatiedwang, die verslavend is. Het werk en de school zijn disciplineringsruimtes. Verlossing, bevrijding en verzet zijn mogelijk door zelf het verhaal te schrijven en zelf betekenis te geven. Lezen en schrijven maakt mondig. Het boek bestaat uit los leesbare, korte hoofdstukken met veel samenhang. Met eindnoten. Deze actuele maatschappelijke analyse vormt een goede kennismaking met deze nog onbekende Duits-Koreaanse filosoof.

Tekst op website uitgever
Vrijheid is niet absoluut, maar roept nieuwe vormen van dwang en discipline op. Niet langer worden we gedisciplineerd door machten van buitenaf, maar door onszelf. Prestatiedwang en het gevoel transparant te moeten zijn brengen nieuwe onvrijheden met zich mee. Deze stelling wordt in het nieuwe boek van de Koreaans-Duitse schrijver Han in verband gebracht met recente economische en maatschappelijke ontwikkelingen binnen het neoliberalisme. Zo bekritiseert Han de imperatieven (constant never ending improvement!) van Amerikaanse goeroes op het terrein van persoonlijke ontwikkeling en coaching, en zet hij vraagtekens bij de theorie van Big Data. Na zijn eerdere essays over vermoeidheid, transparantie en liefde, geeft het briljant geschreven PSYCHOPOLITIEK een grandioze en veelomvattende kritiek op de belangrijkste ontwikkelingen in de huidige samenleving. Byung-Chul Han is hoogleraar filosofie. Momenteel is hij verbonden aan de Universität der Kunste Berlin.

Fragment uit Gewiekste macht
Macht heeft zeer uiteenlopende verschijningsvormen. Haar meest directe, meest ongezoutene vorm uit zich als negatie van de vrijheid. Ze stelt de machthebbende in staat zijn wil tegen de wil van de aan zijn macht onderworpene ook met geweld door te zetten. Maar de macht blijft niet beperkt tot het breken van verzet en het afdwingen van gehoorzaamheid. Ze hoeft niet per se de vorm van dwang aan te nemen. De macht die aangewezen is op geweld, vertegenwoordigt niet de hoogste macht. Dat zich zelfs maar een tegengestelde wil vormt en dat die de confrontatie met de machthebber aangaat, getuigt van de zwakte van zijn macht. Juist daar waar de macht niet tot speciaal thema wordt verheven, is ze onbetwijfelbaar aanwezig. Hoe groter de macht, hoe stiller ze werkt. Ze is er, zonder dat ze veel ophef over zichzelf hoeft te maken. 
  De macht kan weliswaar tot uiting komen als geweld of repressie, maar ze berust er niet op. De macht is niet per definitie buitensluitend, verbindend of censurerend. En ze is niet het tegenovergestelde van de vrijheid. Ze kan zelfs gebruikmaken van die vrijheid. Alleen in haar negatieve vorm manifesteert de macht zich als nee-zeggende kracht, die de wil breekt en de vrijheid negeert. Tegenwoordig neemt de macht in toenemende mate een permissieve vorm aan. In haar permissiviteit, sterker: in haar vriendelijkheid, doet ze afstand van haar negativiteit en doet ze zich voor als vrijheid.
  De disciplinaire macht wordt nog helemaal geregeerd door negativiteit. Ze uit zich inhibitief en niet permissief. Op grond van haar negativiteit kan ze geen beschrijving geven van het neoliberale regime, dat schittert van positiviteit. De machtstechniek van het neoliberale regime neemt een subtiele, soepele, gewiekste vorm aan en onttrekt zich aan elke vorm van zichtbaarheid. Het onderworpen subject is zich hier niet eens bewust van zijn onderworpenheid. Voor het subject blijft de machtscontext compleet verborgen. Zo denkt het vrij te zijn.
  Inefficiënt is een disciplinaire macht die met een grote inzet van kracht mensen met geweld in een korset van geboden en verboden perst. Aanzienlijk efficiënter is de machtstechniek die ervoor zorgt dat mensen zich vanuit zichzelf ondergeschikt maken aan de machtscontext. Ze wil activeren, motoveren, optimaliseren en niet remmen of onderdrukken. Haar bijzondere efficiëntie vindt haar oorsprong in het feit dat ze niet werkt door middel van verbod en ontzegging, maar door te behagen en te vervullen. In plaats van mensen volgzaam te maken, probeert ze hen afhankelijk te maken.
  De gewiekste, vriendelijke macht opereert niet frontaal tegen de wil van de onderworpen subjecten in, maar stuurt hun wil in haar voordeel. Ze zegt eerder ja dan nee, ze is eerder verleidend dan onderdrukkend. Ze doet haar best positieve emoties op te wekken en die uit te buiten. Ze verleidt in plaats van te gebieden. In plaats van zich tegen het subject te keren, komt ze het subject tegemoet.
  De gewiekste macht schurkt tegen de psyche aan, in plaats van haar te disciplineren en te onderwerpen aan dwang of verboden. Ze legt ons geen zwijgen op. Ze spoort ons permanent aan mee te delen, te delen, deel te nemen, onze meningen, behoeften, wensen en voorliefdes te communiceren en over ons leven te vertellen. Deze vriendelijke macht is als het ware machtiger dan de repressieve macht. Ze onttrekt zich aan alle zichtbaarheid. De huidige crisis van de vrijheid houdt in dat we met een machtstechniek te maken hebben die de vrijheid niet negeert of onderdrukt, maar haar uitbuit. 
  De vrije keuze als zodanig wordt vernietigd ten gunste van de vrije keuze uit verschillende aanbiedingen.

  Gewiekste macht met een vrijheidlievend, vriendelijk voorkomen, die stimuleert en verleidt, is effectiever dan macht die voorschrijft, dreigt en verordent. De like-button is haar symbool. Je onderwerpt je aan de machtscontext terwijl je consumeert en communiceert, ja, terwijl je like-buttons aanklikt. Het neoliberalisme is het kapitalisme van het bevalt-me. Het onderscheidt zich fundamenteel van het kapitalisme van de negentiende eeuw, dat met disciplinaire dwangmiddelen en verboden werkt.
  De gewiekste macht leest en evalueert onze bewuste en onbewuste gedachten. Ze zet in op vrijwillige zelforganisatie en zelfoptimalisering. Zo hoeft ze geen weerstand te overwinnen. Deze macht heeft geen behoefte aan grote krachtsinspanning, geweld, want ze is er gewoon. Ze wil heersen doordat ze probeert te behagen en afhankelijkheid creëert. Tot het kapitalisme van het bevalt-me behoort de volgende waarschuwende boodschap: Protect me from what I want. (pagina 21-23)

Protect me from what I want is het motto van dit boek, en afkomstig van beeldend kunstenares Jenny Holzer.

Lees ook: 
De vermoeide samenleving / De transparante samenleving / De terugkeer van Eros (2011-2013), 
De palliatieve samenleving : pijn vandaag de dag (2022), 
Infocratie : digitalisering en de crisis van de democratie (2022)
Vita contemplativa : over inactiviteit (uit 2023), 
De crisis van het narratieve (uit 2024) 
Over het verdwijnen van rituelen : een topologie van het heden (2025)

Artikel: De filosoof van het feest (Marian Donner) (De Groene Amsterdammer, 2 april 2025)