maandag 12 oktober 2020

David Attenborough


Een leven op onze planeet : een terugblik en een toekomstvisie

Luitingh-Sijthoff 2020, 256 pagina's   - € 20,00

Oorspronkelijke titel: A life on our planet (2020)

Wikipedia: David Attenborough (1926-)

Korte beschrijving
In de autobiografische eerste helft van het boek schetst rasverteller Attenborough (1926) de natuur zoals hij haar in zijn 94-jarige leven heeft mogen ervaren en filmen, en de negatieve ontwikkelingen daarin. Oceaanverzuring, verlies van biodiversiteit mede door onze bovenmatige vleesconsumptie. Volgt een korte vooruitblik op een onveranderde voortzetting daarvan. Je wordt er niet vrolijk van, zeker niet als toekomst voor je (klein)kinderen. In de laatste zeventig pagina’s schetst hij, heel optimistisch, de mogelijkheden om het tij nog te keren, meer groen, meer natuur, een verandering in denk- en leefwijze van de mens naar een circulaire, natuur-inclusieve economie. Hij geeft hier voorbeelden van, onder andere verwijzend naar land- en tuinbouwvernieuwingen in Nederland en herbebossing in Costa Rica. Met twee katernen blokken van acht pagina's toepasselijke kleurenfoto’s. Enig minpuntje is de matige druk van de zwart-witillustraties, hoe toepasselijk ook. Vlot leesbaar, in de lijn van de vertellingen bij zijn documentaires. Voor de wetenschappelijke onderbouwing is verwezen naar vijftien pagina’s noten achterin. Met register.

Tekst op website uitgever
In dit nieuwe autobiografische boek van Sir David Attenborough (Life, Planet Earth, Blue Planet) neemt de filmmaker je mee in zijn wereld – en de planeet van ons allemaal. Voor het eerst beschrijft hij op geheel eigen wijze de belangrijkste momenten in zijn leven als bioloog. Hoe hij oog in oog stond met wilde dieren en zijn leven wijdde aan het vastleggen van de natuur in al haar schoonheid en diversiteit. Ook vertelt Attenborough over de verwoestende veranderingen die hij in al zijn jaren met eigen ogen heeft gezien. Een actueel boek met dringende, maar hoopvolle boodschappen voor de toekomst. Kijk door de ogen van de man die de natuur een stem gaf.

Fragment uit Deel 2. Wat komen gaat
Nog tijdens het leven van iemand die nu wordt geboren, zal onze soort volgens de huidige voorspellingen de planeet een aantal keren een eenrichtingsweg in sturen, met onomkeerbare veranderingen tot gevolg. Hierdoor zouden we de veiligheid en stabiliteit verliezen van het holoceen, onze eigen Hof van Eden. In een dergelijke toekomst zullen we niets minder bewerkstelligen dan de ineenstorting van de natuur, dus juist van datgene waarop onze beschaving steunt.

Niemand wil dat dit gebeurt, geen van ons kan zich veroorloven toe te staan dat het gebeurt. Maar wat kunnen we doen, nu er zo veel misgaat?

Het antwoord ligt besloten in het werk van wetenschappers  die de systemen van onze aarde bestuderen. Eigenlijk is het simpel. Het antwoord ligt al die tijd open en bloot voor ons. De aarde is misschien een verzegeld schaaltje, maar wij leven er niet alleen. We delen de aarde met de rest van de natuur - de meest fantastische levensondersteuner die je kunt bedenken, ontstaan gedurende miljarden jaren om voedselvoorraden te hernieuwen, afval op te nemen en te hergebruiken, schade te beperken en de planeet in balans te houden. Het is geen toeval dat de stabiliteit van de planeet wankelt, precies op het moment dat haar biodiversiteit is afgenomen - die twee aspecten zijn onlosmakelijke met elkaar verbonden. Om de stabiliteit van de planeet te herstellen moeten we derhalve haar biodiversiteit herstellen, precies datgene wat we hebben aangetast. Dit is onze enige uitweg uit de crisis die we zelf 

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels


donderdag 8 oktober 2020

Noreena Hertz


De eenzame eeuw : het herstellen van menselijk contact in een wereld die steeds verder ontrafelt

Spectrum 2020, 399 pagina's  - € 22,50

Oorspronkelijke titel: The Lonely Century: Coming Together in a World that's Pulling Apart (2020)

Wikipedia: Noreena Hertz (1967)

Korte beschrijving
Dit boek behandelt de uitwassen van de neoliberale vorm van het kapitalisme zoals die de afgelopen decennia steeds sterker tot uiting zijn gekomen. De nadruk op marktwerking en zelfredzaamheid van het individu, de waardering van egoïsme (hebzucht is goed), de afbreuk van de welvaartstaat, de steeds grotere kloof tussen arm en rijk hebben geleid tot (gevoelens van) isolatie, marginalisatie, machteloosheid en je niet gehoord en gewaardeerd voelen door medeburgers, werkgevers, gemeenschap en overheid. Al deze verschijnselen worden door de auteur samengevat onder de noemer van eenzaamheid. Door de coronapandemie zijn deze negatieve gevolgen nog scherper naar voren gekomen. Eenzaamheid, ruim gedefinieerd, heeft invloed op zowel fysieke als mentale gezondheid, op stemgedrag (voorkeur voor populisten), op tussenmenselijk gedrag (minder vriendelijk, wantrouwend). Ook sociale media maken mensen weinig sociaal; er is van verslaving sprake, er is ruw taalgebruik, triviale berichten worden verzonden waarin niet het echte, maar het opgeleukte zelf wordt gepresenteerd. Hoe kunnen we de neoliberale vorm van kapitalisme ombuigen naar een meer coöperatieve? Onder meer door fascale maatregelen en het scheppen van banen in het onderwijs en de cultuur. Een actueel thema wordt aan de orde gesteld..

Tekst op website uitgever
Een taboedoorbrekende kijk op de eenzaamheid onder jongeren en ouderen in de 21e eeuw 'Een briljante schrijver … en een formidabele onderzoeker.' – Times Higher Education We leven in het tijdperk van de eenzaamheid. We zijn weliswaar beter verbonden dan ooit, maar sociale isolatie blijkt een steeds groter probleem onder jongeren en ouderen, voor zowel mannen als vrouwen. En toch rust er nog altijd een taboe op eenzaamheid. In De eenzame eeuw onderzoekt Noreena Hertz de wereldwijde eenzaamheidscrisis en waarschuwt ze ons voor de potentiële gevolgen. Eenzaamheid heeft namelijk niet alleen effect op je gezondheid (vergelijk het met vijftien sigaretten per dag), maar is ook nadelig voor de economie en politiek. Op basis van wetenschappelijk onderzoek en rake kleurrijke verhalen uit de praktijk schetst ze een indringend beeld van dit 21e-eeuwse probleem. Zo 'huurt ze een vriend', volgt ze een cursus gezichten lezen en ontmoet ze inwoners van een verzorgingstehuis die mutsen breien voor hun robotverzorgers. En ook gaat ze dieper in op de vindingrijkheid waarmee we tijdens de coronacrisis verbonden blijven. Hertz levert een uitgekiende kijk op alle facetten van eenzaamheid en houdt een indringend betoog over hoe we dit tegen kunnen gaan. Een essentieel boek waarin we zien hoe we in dit eenzame bestaan verzeild zijn geraakt en wat we kunnen doen om de maatschappij weer te verenigen.

Fragment uit hoofdstuk één. Dit is de eenzame eeuw
Het gaat er niet om dat mensen in wezen egoïstisch zijn - onderzoek binnen de evolutiebiologie maakt duidelijk dat we dat niet zijn. Politici waren actieve voorstanders van een zelfzuchtige mentaliteit waarbij de mens de mens een wolf is, en 'hebzucht is goed' (Greed is good, de bekende lijfspreuk van Gordon Gekko in de film Wall Street uit 1987) als bumpersticker van het neoliberalisme diende. Als gevolg daarvan werden eigenschappen als solidariteit, vriendelijkheid en onderlinge zorg niet alleen ondergewaardeerd, maar zelfs als irrelevante menselijke trekjes beschouwd. Onder het neoliberalisme werden we gereduceerd tot Homo economicus, rationale mensen die louter bezield worden door eigenbelang.

We hebben zelfs gezien hoe dit zichtbaar werd in de ontwikkeling van onze taal. Collectivistische woorden als belong, duty, share en together (toekomen, plicht, delen en samen) zijn sinds de jaren zestig steeds meer verdrongen door individualistische woorden als achieve, own, personal en special (bereiken, bezitten, persoonlijk en speciaal). Zelfs popsongs zijn in de afgelopen veertig jaar steeds individualistischer geworden, waarbij voornaamwoorden als we en us zijn vervangen door I en me in de lyrische verbeelding van de huidige generatie. In 1977 vertelde Queen ons We Are the Champions (Wij zijn de kampioenen) en David Bowie dat We Could be Heroes (Wij zouden helden kunnen zijn). In 2013 vertelde Kanye West ons I Am a God (Ik ben een God), terwijl het records brekende Thank You, Next van Ariane Grande uit 2018 geschreven was als een liefdeslied voor haarzelf. We zien dit niet alleen in het Westen. Toen onderzoekers van de Chinese Academie van Wetenschappen en de Nanyang Business School in Singapore voor elk jaar van 1970 tot 2010 de tien populairste liedjes van China analyseerde, ontdekten ze dat voornaamwoorden van de eerste persoon als 'ik', 'mij' en 'mijn' steeds vaker werden gebruikt en 'onze' afnam. Zelfs in een land dat traditioneel wordt gekenmerkt door massasolidariteit en collectivisme, en waar de staat de touwtjes stevig in handen heeft, heeft een super-individualistische neoliberale mentaliteit stevig voet aan de grond gekregen. (pagina 23-24)

Artikel: Hersenen en gedrag - boeken én e-books voor onze post-corona-times (voorjaar 2020)

Terug naar Overzicht alle titels


Stevo Akkerman 2


Wat is dan goed? : prangende vragen over goed en kwaad, en alles daartussenin

Lemniscaat 2020, 109 pagina's - € 12,50

Informatie over Stevo Akkerman (1963) 

Korte beschrijving
Elf interviews voor EO-tv en dagblad Trouw worden weergegeven in honderd pagina's, voorzien van zwart-witfoto’s van de geïnterviewden (afgedrukt tegen een blauwe achtergrond) met een inleiding en een slot. Het onderwerp van de interviews is: hoe moeten we onze morele intuïties vormgeven na het stuklopen van het marktdenken en de 'dood van God'? De auteur, columnist in Trouw, gaat in gesprek met schrijvers, filosofen, theologen en andere wetenschapsbeoefenaars uit Nederland en daarbuiten. In de ontmoetingen komen vele verschijningsvormen van 'het goede' bij mensen ter sprake en vooral dat het 'nooit een vast gegeven' (Marilynne Robinson) is. De interviewer heeft veel oog voor intermenselijke relaties en ook voor abstracte noties. In het slot spreekt de auteur zich uit tegen de narcistische moraal en voor het belang van het erkennen van de hobbelige werkelijkheid  als grond voor ethiek (pagina 108). 'Het goede is hoopvol leven met imperfecties' (Rowan Williams) en handelen kan worden geïnspireerd door het bovenzinnelijke. De auteur is gerespecteerd journalist, winnaar van de Heldringprijs. Overzichtelijke boekverzorging..

Tekst op website uitgever
Hoe weten we of we ‘het goede’ doen? Deze vraag staat centraal in Wat is dan goed? van journalist Stevo Akkerman. Hoe herkennen we het verschil tussen goed en kwaad, nu kerken en andere instituten zoveel terrein hebben verloren?
In zijn eerdere boek Het klopt wel, maar het deugt niet (2016) betoogt Akkerman dat de moraal terug moet in de maatschappij en het bedrijfsleven. Maar hoe vind je die moraal dan ? Wat is ‘het goede’? Zit dit in de mens zelf? Of moeten we hiervoor toch een beroep doen op hogere machten?
Op zoek naar antwoorden gaat Stevo Akkerman te rade bij schrijvers, filosofen, theologen en psychologen. Bestaat er wel zoiets als ‘goed’ en ‘kwaad’? Is het goede doen een kwestie van welbegrepen eigenbelang, of is het goede een principe waar we als mens nauwelijks bij kunnen, maar wel naar blijven reiken? Welke rol speelt schaamte? En hoe zit het met het geweten?
Zijn zoektocht levert Stevo Akkerman geen absolute waarheden op maar, wel een prikkelend en diepgravend mozaïek aan ideeën, dat ons vaak te simplistische beeld van goed en fout op losse schroeven zet.

Fragment uit (de) Inleiding
Er moest een bankencrisis aan te pas komen, en meer dan dat. Er moest, als gevolg van de heiligverklaring van het marktdenken, veel misgaan in de zorg, het onderwijs en de sociale wetgeving. Er moest een klimaatcrisis bovenop komen. Maar toen begon toch heel breed het besef te dagen, binnen en buiten de politiek, dat het neoliberale experiment was vastgelopen. Wat begon met de gedachte van Margaret Thatcher dat 'er niet zoiets bestaat als een samenleving', was geëindigd in 'een Wilde Westen zonder sheriff', om een Amerikaan te citeren uit mijn boek Het klopt wel, maar het deugt niet.

Het amorele universum, dat van gene maatschappelijke bezieling wilde weten, is op zijn grenzen gestuit, en dat is goed nieuws. Maar wat komt ervoor in de plaats? Hoe geven we vorm aan wat onze morele intuïties ons vertellen nu het traditionele gezag van kerken en andere organisaties grotendeels is verdampt? Aan het slot van Het klopt wel, maar het deugt niet, gepubliceerd in 2017, concludeerde ik dat wij mensen nodig hebben die kiezen voor het goede, wat iets anders is dan degene wat niet verboden is. Daarop volgde natuurlijk de vraag: wat is het goede dan wel? Dat leidde tot een reeks interviews in dagblad Trouw, die gedeeltelijk samenviel met een tv-serie, uitgezonden door de EO. (pagina 9)

Lees ook: Het klopt wel, maar het deugt niet : de maatschappelijke moraal in het nauw (uit 2016)

Terug naar Overzicht alle titels


Abhijit V. Banerjee & Esther Duflo 2


Een dollar per dag : hoe economie het verschil kan maken

Thomas Rap 2020, 319 pagina's € 19,99

Verscheen eerder onder de titel: Arm & rijk

Oorspronkelijke titel: Poor economics (2011)

Wikipedia: Abhijit Vinanyak Banerjee (1961) en Esther Duflo (1972)

Korte beschrijving
Dit verhelderende boek bevat een nieuwe visie op het bestrijden van de wereldwijde armoede en rekent af met de mythen die daarover bestaan. Auteurs: Nobelprijswinnaars Abhijit Banerjee en Esther Duflo, beiden ontwikkelingseconoom. Hun betoog komt er vooral op neer dat je per land en per situatie empirisch onderzoek moet doen naar wat er mis gaat en vooral wáárom het mis gaat. En dan niet vanuit 'n bureaustoel, maar gezien vanuit de arme zelf. Tal van praktische zaken komen aan de orde en per onderwerp wordt er bekeken waarom mensen keuzes maken en welke obstakels je weg kunt nemen om ze betere keuzes te laten maken. De auteurs bieden onverwachte oplossingen voor de talloze wereldburgers die moeten rondkomen van een dollar per dag (de armoedegrens). Ze kennen niet alleen hun materie door en door maar schrijven ook knap, bevattelijk en recht voor z'n raap. Met eindnoten en een register. Goed boek voor een redelijke lezerskring..

Tekst op website uitgever
Waarom zou een man in Marokko die niet genoeg te eten heeft een televisie kopen? Waarom besteden de armste mensen in India toch nog geld aan suiker? Heb je meer kans om tot armoede te vervallen als je veel kinderen hebt? Dit verhelderende boek rekent af met de mythen rondom armoede en analyseert de economische beslissingen die miljoenen mensen elke dag nemen. In Een dollar per dag bieden economen Abhijit V. Banerjee en Esther Duflo onverwachte oplossingen voor de talloze wereldburgers die moeten rondkomen van een dollar per dag – wat internationaal wordt beschouwd als de armoedegrens. Ze leggen uit waarom arme mensen geld zouden moeten lenen om te sparen en hoe het toch komt dat bedrijven die ze opzetten nauwelijks kans van slagen hebben. Op basis van grondig velden wetenschappelijk onderzoek laten de Nobelprijswinnaars zien hoe de wereld écht werkt.

Fragment uit (het) Voorwoord
Het opvallende is dat zelfs mensen die zo arm zijn in bijna elk opzicht net zo zijn als de rest van de mensheid. Ze delen dezelfde verlangens en zwakheden. De armen zijn ook niet minder rationeel, integendeel. Juist omdat ze zo weinig hebben, blijkt dat ze vaak heel weloverwogen keuzes maken: ze moeten heel economisch te werk gaan om te overleven. Toch verschillen onze levens evenveel van elkaar als wijn en azijn. En dit alles heeft te maken met aspecten van ons eigen leven die we als vanzelfsprekend beschouwen en waarover we nauwelijks nadenken.

Als je moet leven van een dollar per dag heb je slechts beperkte toegang tot informatie, want kranten, televisie en boeken kosten allemaal geld. Daardoor ben je vaak simpelweg niet op de hoogte van bepaalde feiten die voor de rest van de wereld vanzelfsprekend zijn, bijvoorbeeld dat een vaccin ervoor kan zorgen dat je kind geen mazelen krijgt. Het betekent dat je leeft in een wereld waarvan de instellingen niet op jou zijn gericht. De meeste armen krijgen geen salaris, laat staan dat ze over een pensioenregeling beschikken die daar automatisch van wordt betaald. Het betekent dat je beslissingen moet nemen over zaken waar een heleboel kleine lettertjes aan te pas komen, terwijl je de grote letters niet eens goed kunt lezen. Wat moet iemand de niet kan lezen  met een ziektekostenverzekering die een hoop onuitspreekbare ziektes niet dekt. Het betekent ook dat je gaat stemmen terwijl de politiek voor jou alleen maar loze beloftes in petto had. En dat je geen veilige plek hebt om je geld te bewaren, want het kost de bank meer om die paar spaarcentjes te bewaren dan dat het oplevert. En zo kunnen we nog wel een tijdje doorgaan.

Dit betekent dat de armen veel meer vaardigheden, wilskracht en inzet moeten hebben om hun talenten optimaal te kunnen benutten en de toekomst van hun gezin veilig te stellen. En anderzijds betekent het dat geringe kosten, kleine obstakels en het maken van kleine fouten die de meesten van ons meteen weer zouden vergeten, een enorme impact op hun leven kunnen hebben. (pagina 9-10)

Lees ook: Hoe economie de wereld kan redden (uit 2020) van deze twee economen.

Lees vooral ook: Schaarste : hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen van Sendhil Mullainathan en Eldar Shafir (uit 2013)

Artikel: Economie - boeken én e-books voor onze post-corona-times (voorjaar 2020)

Terug naar Overzicht alle titels


Duco Hellema & Margriet van Lith


Dat hadden we nooit moeten doen : de PvdA en de neoliberale revolutie van de jaren negentig

Prometheus 2020, 301 pagina's €22,50

Informatie over Duco Hellema (195?) en Margriet van Lith (195?)

Korte beschrijving
Hoe veranderde in de jaren negentig de Partij van de Arbeid van 'Partij van de Armoede' in een partij met sympathie voor neoliberaal denken, en een mensvisie met individuele verantwoordelijkheid en persoonlijk initiatief? Wat deed de partij haar 'ideologische veren' afschudden? Dit boek van emeritus-hoogleraar geschiedenis Duco Hellema en oud-parlementair journaliste en zelfstandig speechschrijfster Margriet van Lith brengt dat levendig en nauwgezet in beeld. Het toont waardoor men positief werd tegenover verzelfstandiging en privatisering van overheidsdiensten. Na de val van de Berlijnse Muur regeerde de partij met het CDA en daarna met de VVD en D66 (Paars) en was medeverantwoordelijk voor bezuinigingen, sociale saneringen en marktwerkingsbeleid die strijdig leken met oude idealen van de sociaaldemocratie. Mede door de achtergronden en duiding van fundamentele tijdsdocumenten en terugkijkende vraaggesprekken met een diversiteit aan betrokkenen – 'dat hadden we nooit moeten doen' – is dit uitstekend leesbaar boek over politiek en maatschappij, bijzonder waardevol en actueel relevant. Met eindnoten en een overzicht van bronnen en literatuur.

Tekst op website uitgever
In de jaren negentig veranderde de Partij van de Arbeid radicaal van koers. De PvdA wenste geen Partij van de Armoede meer te zijn. Ze omarmde beginselen als individuele verantwoordelijkheid en persoonlijk initiatief. Overheidsdiensten konden worden verzelfstandigd of geprivatiseerd. Regerend met eerst het CDA en daarna de VVD en D66, werd de PvdA bovendien medeverantwoordelijk voor harde bezuinigingen, voor een sanering van de sociale zekerheid, en voor jarenlang deregulerings- en marktwerkingsbeleid.
Waarom ging de PvdA akkoord met maatregelen die zo strijdig leken met de traditionele idealen van de sociaaldemocratie? Wat bracht de PvdA ertoe haar ‘ideologische veren’ af te schudden? ‘Het was de tijdsgeest,’ zeggen verscheidene betrokkenen achteraf. ‘We gingen met de stroom mee.’ Maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet.
In dit boek analyseren Duco Hellema en Margriet van Lith welke keuzes de Partij van de Arbeid in de jaren negentig heeft gemaakt, en hoe de opstelling van de PvdA kan worden verklaard. Ze spraken met vele PvdA-prominenten, die vaak spijt hebben van wat er destijds is gebeurd. ‘Dat hadden we nooit moeten doen.’

Duco Hellema is emeritus hoogleraar geschiedenis. Hij schreef onder meer Nederland en de jaren zeventig (Boom, 2012), en The Global 1970s (Routledge, 2018). Zie ook www.ducohellema.nl.

Margriet van Lith werkte jarenlang als parlementair journalist en is nu zelfstandig speechschrijver. Zij schreef onder meer Wim Meijer. Tegen de stroom in (Nijgh & Van Ditmar, 2016).

Fragment uit (de) Introductie
Dit boek gaat over de opmerkelijke rol die de Partij van de Arbeid gedurende de lange jaren negentig in de Nederlandse politiek heeft gespeeld. De PvdA was, vergeleken met andere sociaaldemocratische partijen, al vroeg bereid als regeringspartij bij te dragen aan de flexibilisering, liberalisering en deregulering van de economie en samenleving. Van eind jaren tachtig tot begin eenentwintigste eeuw nam de Partij van de Arbeid onafgebroken deel aan de regeren, na - afgezien van een korte onderbreking - twaalf jaar in de oppositie te hebben gezeten. In 1989 trad de PvdA toe tot het derde kabinet-Lubbers (een coalitie van CDA en PvdA), en tussen 1994 en 2002 maakte de partij deel uit van twee achtereenvolgende paarse kabinetten (coalities van PvdA, VVD en D66). De Partij van de Arbeid was dus een belangrijke actor in de politieke ontwikkelingen van de jaren negentig. Kon de partij in 1989 nog aanvoeren te zijn overvallen door de plotselinge en onverwachte deelname aan het kabinet-Lubbers III, in de paarse kabinetten nam de PvdA een dominante positie in, niet in de laatste plaats omdat PvdA-leider Wim Kok tevens minister-president was.

De Partij van de Arbeid was medeverantwoordelijk voor wat wel een 'neoliberale revolutie' zouden kunnen noemen, of het spectaculaire sluitstuk van een neoliberale revolutie die in de jaren tachtig door het CDA en de VVD in gang was gezet. Hoe dan ook, vele opvallende neoliberale maatregelen werden vooral genomen tijdens de jaren negentig, of het nu gaat om deregulering, privatisering en verzelfstandiging van overheidstaken, of de liberalisering (flexibilisering) van de arbeidsmarkt. Ook volgens CU-politicus en hoogleraar Roel Kuiper was de Nederlandse overheid gedurende de jaren negentig vergeleken met andere decennia 'het sterkst gericht op het introduceren van marktwerking'. Kuiper was in de jaren 2011-2012 voorzitter van de Eerste Kamercommissie die onderzoek deed naar de privatisering en verzelfstandiging van overheidsdiensten, en met name naar de rol van het parlement daarbij. De gevolgen van dit marktwerkingsbeleid bleken ingrijpend, zo concludeert Kuiper in een boek dat hij later zelf aan het 'privatiseringsverdriet' zou wijden. Ze betekenden een ware 'revolutie', een 'aardverschuiving' in samenleving en politiek. En de PvdA was, als dominante partij, een van de drijvende krachten achter deze revolutie dan wel aardverschuiving. (pagina 11-12)

Lees vooral ook:
Het land is moe : verhandeling over onze ontevredenheid
van Tony Judt (uit 2010),
De terugkeer van het algemeen belang : privatiseringsverdriet en de toekomst van Nederland
van Roel Kuiper (uit 2014),
Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u : dertig jaar marktwerking in Nederland
van Sander Heijne (uit 2018),
De grote verkilling
van Gert van Istendael (uit 2019), Ruw ontwaken uit de neoliberale droom en de eigenheid van het Europese continent van Gabriël van den Brink (uit 2020),
Ontspoord kapitalisme : hoe het kapitalisme ontspoorde en na de coronacrisis kan worden hervormd  van Bert de Vries (uit 2020),
Fantoomgroei : waarom we steeds harder werken voor steeds minder
van Sander Heijne en Hendrik Noten (uit 2020) of
Een land van kleine buffers : er is genoeg geld, maar we gebruiken het verkeerd van Dirk Bezemer (uit 2020)

Artikel: Democratie - boeken én e-books voor onze post-corona-times (voorjaar 2020)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 7 oktober 2020

Auke van der Woud 5


Het landschap, de mensen : Nederland 1850-1940

Prometheus 2020, 445 pagina's  -  € 29,99

Wikipedia: Auke van der Woud (1947)

Korte beschrijving
'Het landschap, de mensen' gaat niet over het tempo waarin Nederland werd volgebouwd, maar het boek gaat over de manier van denken die ertoe heeft geleid. Dit boek trekt de lijnen die eerder werden uitgewerkt door de auteur in twee andere boeken 'Een nieuwe wereld' (2006)* en 'De nieuwe mens' (2015)** door naar het platteland. De moderne waarden en normen van de grote stad werden op het platteland verbreid en overgenomen; rationalisme, materialisme en nuttigheidsdenken veranderden het landschap en de mensen die er woonden. Het landschap werd tussen 1850 en 1940 ‘nuttig’ gemaakt. De auteur beschrijft aan de hand van talrijke historische bronnen hoe dat transformatieproces vorm heeft gekregen. Hij beschrijft dit op een volstrekt unieke manier. Productief denken en productief handelen werden bij het aanbreken van de twintigste eeuw langzaam maar zeker de nieuwe Nederlandse volksaard. Terwijl in 1833 in Nederland nog 900.000 hectare woeste grond was, is er in 1940 nog 270.00 hectare woeste grond. Nederland had een ander aanzien gekregen. Het boek is voorzien van zwart-witfoto's, eindnoten, een literatuuropgave en registers op personen en zaken..

Tekst op website uitgever
Na 1850 begon de campagne om het Nederlandse landschap te verbeteren. De onafzienbare heidevelden, zandverstuivingen en moerassen in Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel, Drenthe en Friesland werden kleiner en in landbouwgrond veranderd. Na 1900 werden natte akkers en weilanden drooggemaakt, duizenden kilometer meanderende rivieren en beken werden rechtgetrokken. Rond 1940 werd geschreven dat het Nederlandse landschap mooier was geworden, ‘echt volgens ons eigen ideaal, alles netjes in laatjes en vakjes’. Het landschap was productiever gemaakt.

De mensen die er woonden en werkten hadden zich aangepast. De nieuwe rationele omgeving kon immers niet met bijgeloof en ouderwetse tradities worden bewerkt. Productiviteit vereiste gehoorzaamheid aan de moderne leefregels die vanuit de grote steden over het platteland werden verbreid: in efficiëntie geloven, weten dat tijd geld is. Dit rijk geïllustreerde boek vertelt hoe we het landschap leerden exploiteren. Het dichtbevolkte piepkleine Nederland, na Amerika uiteindelijk toch de grootste exporteur van landbouwproducten ter wereld.

Auke van der Woud (1947) studeerde kunstgeschiedenis en archeologie en was ruim twintig jaar in Amsterdam en Groningen hoogleraar architectuur- en stedenbouwgeschiedenis. Hij voelt zich als schrijver cultuurhistoricus.

Hij publiceerde onder meer Het lege land. De ruimtelijke orde van Nederland 1798-1848 (1987), Waarheid en karakter. Het debat over de bouwkunst 1840-1900 (1997), Een nieuwe wereld (Libris Geschiedenis Prijs 2007), Koninkrijk vol sloppen (2010) en De nieuwe mens (2015).

Van der Woud ontving in 2007 voor Een nieuwe wereld de Libris Geschiedenis Prijs (toen nog Het Beste Geschiedenisboek geheten). Koninkrijk vol sloppen en De nieuwe mens werden beide genomineerd voor de Libris Geschiedenis Prijs.

In 2010 kreeg Van der Woud de Grote Rotterdam-Maaskantprijs voor zijn ‘excellente oeuvre dat het denken over de negentiende eeuw verdiept, (...) met een literaire stijl die men zelden in de wetenschap tegenkomt’.

Over Een nieuwe wereld:

‘Auke van der Woud schreef op een fenomenale wijze de geschiedenis van het veranderende Nederland, met de gedrevenheid van iemand die weten wil wat er werkelijk gebeurd is.’ - de Volkskrant

‘Van der Woud neemt de tijd voor zijn uiteenzettingen en overzichten, heeft oog voor detail en kleur, en blijft door zijn veelvuldig gebruik van contemporaine bronnen heel dicht bij de opvattingen en inzichten in de beschreven periode.’ - NRC Handelsblad

‘Van der Woud is een van onze beste historici. Een nieuwe wereld is een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in de invloed van techniek, bouwen en ruimtelijke ordening.’ - Louise O. Fresco

‘Van der Woud laat haarfijn zien hoe deze samenleving is ontstaan, en welke krachten daarin werkzaam zijn. Zijn boek is verplichte kost voor iedereen die zich wil mengen in het huidige debat over de “moderniteit”.’ - Historisch Nieuwsblad

Over Koninkrijk vol sloppen:

‘Van der Woud vertelt weer voorbeeldig, met schijnbaar gemak heen en weer springend tussen wetenschappelijke, culturele en politieke geschiedenis, en tussen getuigenissen en harde cijfers.’ – Vrij Nederland

Over De nieuwe mens:

‘Van der Wouds heldere stijl en vele originele voorbeelden maken De nieuwe mens tot een schitterend boek.’ – de Volkskrant *****

‘De echt grote verandering rond 1900: de zegetocht van het materialisme. Van der Wouds pleidooi overtuigt.’ – Trouw

‘Indrukwekkend.’ – NRC Handelsblad ●●●●●

‘Auke van der Woud, vanwege zijn onverwachte combinaties een van Nederlands spannendste historici.’ – De Groene Amsterdammer

Fragment uit 2. Woeste grond
Een boek over ruimtelijke verbetering van Nederland kan het beste met de woeste grond beginnen. Op de schaal van productiviteit is woeste grond immers het nulpunt, de chaos die kosmos moet worden. Rond 1930 had Nederland ondanks de vele ontginningen nog altijd zo veel woeste grond dat het zin had om die in vier soorten in te delen. Om er iets bruikbaars van te maken had elk van die vier types een specifieke aanpak nodig. De heide- en zandgronden vormden de eerste categorie, de zandverstuivingen en de duinen waren de tweede. Het derde type was hoogveen in ongerepte staat, wat vrijwel zeker betekende dat daar ook plassen moerassen werden aangetroffen. De vierde soort was het hoogveen waar turf was afgegraven en waar het terrein, de voedselarme dalgrond, weer aan de natuur was overgelaten. In de volgende hoofdstukken zullen de lotgevallen van deze vier soorten woeste grond worden gevolgd: de heidevelden, de zandgronden, de moerassen en de venen.

De woeste grond zoals die honderd, honderdvijftig jaar geleden bestond is inmiddels niet alleen uit het Nederlandse landschap verwijderd, maar ook uit het collectieve geheugen en het huidige taalgebruik. Woeste grond bestaat ook niet meer in de officiële stukken. Het Centrale Bureau voor de Statistiek gebruikt nu in de statistiek van het Nederlandse grondgebruik een heel neutrale term, 'open natuurlijk terrein'. Wilde natuur is vandaag de dag haar woestheid kwijt. Woeste grond is lief. In de negentiende eeuw en een groot deel van de twintigste eeuw was die grond doodarm, nu is wilde natuur onze grote rijkdom. Er worden kapitalen besteed om de terreinen, 'monumenten' of 'parken' genoemd, in stand te houden en hun prestaties te verbeteren. Het is ondenkbaar dat ze in landbouwgrond zouden moeten veranderen. (pagina 24)

Lees ook:
Het lege land : de ruimtelijke orde van Nederland 1798-1848
(uit 1987), 
Een nieuwe wereld : het ontstaan van het moderne Nederland
(2006),
Koninkrijk vol sloppen : achterbuurten en vuil in de negentiende eeuw (2010) en 
De nieuwe mens : de culturele revolutie in Nederland rond 1900
(2015)

Terug naar Overzicht alle titels


Remko van Broekhoven



De wereld omgekeerd : hoe de filosofie je helpt goed om te gaan met het kwaad

Atlas Contact 2020, 220 pagina's €21,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Website Remko van Broekhoven (1967)

Korte beschrijving
De wereld omgekeerd is een wereld die niet is, zoals zij is bedoeld en die nog een slag moet worden gedraaid om dat wél te zijn. Bijvoorbeeld door scholen langs een drukke weg niet te verplaatsen, maar de luchtvervuiling aan te pakken. Aan de hand van de zeven hoofdzonden onderzoekt de auteur het kwaad in de wereld en in onszelf, en bekijkt hoe we het kwaad kunnen omkeren in iets goeds. Van Broekhoven – zoon van de filosofe Miriam van Reijen – is niet voor niets een praktisch filosoof, verbonden aan The School of Life en auteur van onder meer ‘Verbeter de wereld, begin om half elf’. In die zin is dit boek een praktische ethiek zoals Aristoteles het al schreef. Het doel is de discussie over het thema goed en kwaad van nieuwe impulsen te voorzien. De vele voorbeelden zullen lezers die in dit morele thema zijn geïnteresseerd, aanspreken. Voorzien van eindnoten en een literatuurlijst.

Tekst op website uitgever
In ‘De wereld omgekeerd’ van Remko van Broekhoven dienen de zeven hoofdzonden (hoogmoed, hebzucht, wellust, afgunst, vraatzucht, woede en gemakzucht) als uitgangspunt voor een prikkelende zoektocht. Remko van Broekhoven lokaliseert deze zonden in onze hedendaagse wereld en laat zien dat elk ervan ook deugden in zich heeft. Hoe kunnen we dat potentieel benutten en het kwaad in de wereld omkeren tot iets goeds? Met verrassende voorbeelden uit politiek, populaire cultuur en het dagelijks leven laat Van Broekhoven zien welke handvatten de filosofie ons biedt ons eigen gedrag te veranderen en de wereld te verbeteren.

Fragment uit 1. De omgekeerde wereld
Het was zomaar een dinsdagavond. Met mijn vrouw en mijn dochter keek ik naar het Jeugdjournaal. Er zat een item in over de vervuilde lucht die kinderen inademen in grote steden en langs snelwegen. Volgens longartsen zou één op de vijf kinderen met astma in Nederland dit hebben gekregen door luchtvervuiling. 'Scholen die naast een snelweg staan, moeten verplaatst worden', was de stelling die het Jeugdjournaal aan zijn kijkers voorlegde.

'Dat is de omgekeerde wereld', zei ik tegen de tv. Of tegen vrouw en dochter, dat kan het ook zijn geweest. 'Niet de scholen maar de snelwegen moeten worden verplaatst. Of verdwijnen.' De omgekeerde wereld. Het idee dat wat je om je heen ziet andersom is dan het behoort te zijn. Hebben meer mensen dit gevoel of ben ik hopeloos naïef? Misschien is het mijn even idealistische als filosofische aard. Mijn hele leven al denk en droom ik over de wereld die ik wil; en merk ik dan hoe deze botst met de wereld zoals ze is. Plato had dezelfde eigenschap, in nog heviger mate. Hij beweerde zelfs dat de wereld die we waarnemen niet de werkelijke wereld is. En dat er een evenzeer wezenlijker als rechtvaardiger wereld bestaat die slechts wordt waargenomen door enkelingen - de meest wijze filosofen. Mensen zoals hijzelf. (pagina 9-10)

Terug naar Overzicht alle titels