Posts tonen met het label The time is now. Alle posts tonen
Posts tonen met het label The time is now. Alle posts tonen

vrijdag 19 juni 2020

Must read



Een mal 
Het verhaal over 1755 gaat niet over een aardbeving, maar over de crisis van een collectief verhaal, over het probleem van een algemeen aanvaarde wijsheid. Een mal die eeuwenlang vorm had gegeven aan kennis was gebarsten, in de oren van veel tijdgenoten was zijn resonantie verstoord. 
Terwijl ik onderstaand artikel schreef kwam een recent artikel van historicus Philipp Blom voorbij. De aanleiding voor dat artikel was toen een vriend hem vroeg of de aardbeving van 1775 (in Lissabon) niet leek op de corona-crisis waarin we nu zitten. In dat artikel betoogt hij dat de overeenkomst tussen beide is dat mensen ná zo'n groot fenomeen vragen gaan stellen bij een verhaal waar tot dan toe bijna iedereen in geloofde. 


Corona - Kruispunt
Kort nadat de corona-crisis in maart 2020 ook in onze contreien realiteit werd betoogde Charles Eisenstein in The Coronation dat we als mensheid nu voor een spreekwoordelijk kruispunt tot stilstand zijn gekomen. 

En we kijken op dit punt ietwat verwonderd rond: ‘Hé, we staan echt stil.’ We moeten kiezen. Welke afslag nemen we straks?


The time is now

Sommigen zagen dat kruispunt al jaren geleden ergens in de verte opdoemen. Een enkeling beweerde stellig dat we al voor dat kruispunt stonden. Weer anderen zagen er af en toe een glimp van, maar dan bleek het toch een zinsbegoocheling te zijn. En weer anderen leefden vrolijk en onbekommerd in de wetenschap dat er geen kruispunt was, en 'alles' eeuwig hetzelfde zou blijven.

Dat is nu anders. We staan wel degelijk voor een kruispunt. En we zullen moeten kiezen. Welke weg te nemen als het leven weer normaal wordt. De problemen die er voor de corona-crisis al waren zijn niet verdwenen; sterker: sommige zijn alleen maar groter geworden. 

Uiteraard denkt een enkeling dat we straks - wie weet: over drie maanden, een jaar? - gewoon door kunnen gaan als vroeger. Maar ik geloof dat veel burgers hopen, denken, willen, en in hun hart wéten dat we als mensheid na moeten gaan denken over andere wegen.


Honderden boeken

Als bibliothecaris behoor ik al lange tijd tot een groep die meent dat we al jaren voor dat kruispunt staan. Die mening baseer ik op tientallen (beter: honderden) boeken die de laatste tien jaar zijn verschenen en ik voor een groot deel heb gelezen. 

Boeken waarin wetenschappers, (wetenschaps)journalisten en andere schrijvers leken op uiteenlopende terreinen bijpraten over waar we als mensheid staan, welke uitdagingen er op die terreinen liggen, welke nieuwe inzichten er zijn gekomen. En sommigen komen met suggesties om dingen anders te gaan doen. 

Op uiteenlopende terreinen dient zich kortom een next society aan. 

Noodzakelijk, omdat in hun ogen onze samenleving op die onderwerpen als het ware is vastgelopen. Het tijd wordt voor veranderingen. Veranderingen die ook bijdragen aan het oplossen van grote problemen waar we als mensheid voor staan.  


Onderwerpen (tot nu toe)

De afgelopen maanden heb ik in enkele (langere) artikelen dit soort boeken thematisch naar voren gebracht. 

Ook zijn er filmpjes gemaakt waarin ik enkele boeken nader toelicht. 


Must read
Tussen die tientallen (beter: honderden) boeken zitten enkele beauties, boeken die een groot publiek verdienen. In dit artikel zal ik die 'must read boeken' naar voren halen. En ze per onderwerp omringen met enkele andere titels. Eén ding is zeker: de boeken die ik hier naar voren haal vullen elkaar vaak aan. En u moet niets. Zie het als aanbevelingen. Sommige boeken zijn domweg beter geschreven én zinvoller dan andere. Overtuig uzelf. 


Vijf, zes of meer grote problemen

Bijna alle schrijvers zijn er volgens mij van overtuigd dat we in spannende tijden leven, waarin we op tal van terreinen dingen heel anders zullen moeten gaan doen. 

Hans Rosling, een Zweedse arts, formuleerde in zijn testament (Feitenkennis : 10 redenen waarom we een verkeerd beeld van de wereld hebben en waarom het beter gaat dan je denkt) in 2018 een vijftal uitdagingen voor de mensheid:
De vijf problemen die mij het meest zorgen baren zijn: een wereldwijde pandemie, financiële ineenstorting, wereldoorlog, klimaatverandering en extreme armoede.
Een possibilist
Plus een zesde punt, ‘iets’ vervelends wat zomaar op ons pad terecht zou kunnen komen, maar waar we nu absoluut geen zicht op (kunnen) hebben. Zo’n spreekwoordelijke zwarte zwaan van Nassim Nicholas Taleb kan zich altijd aandienen. Hans Rosling wist dat er ooit een pandemie zou komen, maar hij weet net zo min als andere slimme mensen welke onvoorspelbare rampen zich nog kunnen aandienen. 

Hans Rosling was een optimist, - die met feiten achter de hand betoogt dat de mensheid hard bezig is het leven voor het gros van de wereldbewoners veel beter te maken - maar niet naïef. Daarom noemde hij zichzelf een possibilist. 

We zijn als mens in staat er het beste van te maken, maar dan moeten we wél aan de bak, en vooral ‘iets’ gaan doen aan die vijf grote problemen. 

Hij heeft het niet over de negatieve aspecten van onze steeds digitaler wordende wereld, maar ik vermoed dat ook hij geloofde dat we op dat punt als mensheid dingen anders zullen moeten gaan doen.

Zes overwegingen 
Voordat ik per onderwerp die must read boeken ga bespreken wil ik een zestal overwegingen meegeven. Ze hebben te maken met waar we nu staan - bij dat kruispunt - en hoe je daar naar kunt kijken. Gezichtspunten die kunnen ‘helpen’ als u gaat lezen. Naar de wereld (blijft) kijken. En vooral mee gaat denken over de wegen die we zouden kunnen gaan bewandelen.


1 - Sluier van onwetendheid

In de zomer van 2009 las ik een vervelend boek: Filosofie voor een betere wereld. Geschreven door filosoof Floris van den Berg. Hij betoogt hierin onder andere dat we als mensheid strikt veganistisch moeten gaan leven en afscheid nemen van religies.

Ook presenteert hij een gedachte experiment, dat gebaseerd is op een idee van John Rawls, een beroemde Canadese filosoof. John Rawls poneerde in 1971 op zeker moment the Veil of Ignorance, de Sluier van Onwetendheid.

Bij Floris van den Berg wordt die sluier een machine. Met knoppen. Elk mens zou achter die machine plaats kunnen nemen en vervolgens aan de knoppen gaan draaien. Door aan die knoppen te draaien kom je tot ‘de best denkbare’ samenleving. Een samenleving die in jouw ogen ideaal zal zijn. Een prima machine voor alle stuurlui, die aan wal weten hoe ‘hét’ moet of hoort. Je wordt een soort god, met almacht. Jij bepaalt hoe straks, nadat je klaar bent met je draaiwerk, de wereld er uit gaat zien. Hoe die zal gaan functioneren.

Helaas, en dat was het vervelende van dat boek en dit gedachte experiment, wordt je, nadat je klaar bent met draaien, opnieuw geboren en in die door jouw ‘geschapen’ wereld geplaatst. Niet als degene die je was, maar in een andere ‘hoedanigheid’. Je begint wellicht opnieuw als vrouw, gehandicapte, bewoner van Somalië of als nerts in een stal in Gemert. Dan ligt er een verrassing op jou te wachten. Jouw ideale wereld blijkt voor jou als vrouw, gehandicapte, Somaliër of nerts toch niet zo optimaal te zijn.


2 - Volwassen volwassenen?

In 2014 las ik een ander confronterend boek: Waarom zou je volwassen worden? Geschreven door Susan Neiman, een Amerikaanse filosoof. 

Zij stelt dat onze samenleving geen behoefte heeft aan volwassenen. Aan échte volwassenen kun je immers geen flauwekul producten en diensten verkopen. Én meningen opdringen die - tja, hoe zeg je dat - niet zo relevant of slim zijn. Wel aan jongeren, en onvolwassen volwassenen.

Wauw! Dat is heavy, want ons hele (economische) systeem is gebaseerd op groei, mensen dingen ‘aansmeren’ die ze feitelijk niet nodig hebben, maar die ons systeem wel gaande houden. 

“People are persuaded to spend money we don't have, on things we don't need, to create impressions that won't last, on people we don't care about.”
Een citaat dat door velen is overgenomen en geparafraseerd.

Onze tijd ‘schreeuwt’ om meer volwassenen volwassenen. Of burgers die begrijpen dat we ‘aan de bak’ moeten en wellicht wat zekerheden en ‘leuke dingen’ moeten gaan inleveren; bepaalde gewoonten gaan aanpassen.


3 - Piramidespel

Ik kom het woord in opiniestukken en boeken weinig tegen, maar geef het hier bewust wel mee. Wat als ons economisch systeem éen groot piramidespel zou blijken te zijn? 

En u weet wat er met Ponzi schemes (de Engelse tegenhanger) gebeurt? Die storten op zeker moment altijd (ALTIJD) in elkaar, en dan zitten bijna alle deelnemers met de spreekwoordelijke gebakken peren. Ook is er dan altijd (ALTIJD) een kleine top die met ‘de buit’ gaat lopen. Wellicht staat ons economisch systeem op springen. Is er té veel schuld, en blijven we schuld op schuld stapelen totdat ...

Artikel: Dit is water in ‘De beslissende jaren twintig’ (november 2019)


4 - Groter denken, kleiner doen

Herman Tjeenk Willink, die zijn hele leven werkzaam is geweest in het ‘Haagse’, en mee aan de touwen van ‘de macht’ heeft getrokken, houdt de jongelui die nu aan de touwtjes trekken voor dat ze minder vaak op basis van incidenten en ‘kleine rampjes’ dingen gaan regelen.

Nee, hij houdt hen in Groter denken, kleiner doen : een oproep voor dat ze vaker, en vooral meer tijd moeten gaan inruimen voor nadenken. Zeker nu. Nu we alom met onzekerheid over de toekomst leven. Dan heeft het weinig zin om her en der aan enkele kleine knoppen te gaan draaien. 

Waarschijnlijk is het slimmer meer tijd te nemen om na te gaan denken over waar ‘we’ ooit, over pakweg twintig à dertig jaar als samenleving willen staan of uitkomen. En pas dan, nadat we over die spreekwoordelijke olifant (van Mark Rutte, dat vergezicht) hebben nagedacht, gaan we ons bezinnen over maatregelen hoe daar te komen. 

Dat vergt moed, want de samenleving is gefocust op actie, reageren op incidenten, daadkracht.


5 - Hoofddoekjes

Hoofddoekjes zijn volgens mij - en anderen - niet hét probleem. 

Noch ‘hét’ terrorisme, of elitaire mensen die ‘onze’ identiteit bedreigen. 

Tóch lijkt het er sinds bijna twintig jaar - vooral sinds 9/11 - op, dat dit onze grootste problemen zijn. Complotdenkers die blijven tamboereren dat er mensen zijn die er op uit zijn ‘ons’ (het volk, dat deugt) onderuit te schoffelen.

Dit fenomeen speelt in binnen- en buitenland. En altijd - let er maar op - zijn er mannen (en merkwaardig genoeg nooit vrouwen) die deze angst aanwakkeren en proberen zieltjes voor hun 'kruistocht' te winnen. 

Het blijft opmerkelijk dat landen, media en beleidsmakers zich als het ware laten gijzelen door een handjevol terroristen of een klein groepje zeer fanatieke aanhangers van een of andere godsdienst of geloof. Bijna altijd benemen dit soort angstzaaiers mensen het zicht op de échte problemen; waardoor er weinig aan wordt gedaan. 


6 - Wees deel van de oplossing

Tijdens de Dutch Design Week werd in oktober 2019 in Eindhoven op het Ketelplein een maquette getoond van een gebouw dat in 2021-2023 gebouwd zal worden.

Een gebouw van twintig verdiepingen in de vorm van een U. Bijzonder is dat in dit gebouw (The Dutch mountains) amper staal en beton zal worden verwerkt. Nee, er wordt gebouwd met CLT, Cross Laminated Timber. Of kruislaaghout. Met deze methode worden vele vliegen in één klap geslagen. De kern is dat er veel minder CO2 vrijkomt; sterker: decennialang zal het in hout in dit opzienbarende ontwerp blijven opgesloten.


Tijdens de DDW konden bezoekers een speciaal voor deze manifestatie met CLT gebouwd ‘gebouw’ beklimmen. Tegenlicht liet in diezelfde periode de kartrekker van dit project aan het woord. In Houtbouwers zat echter ook een Engelse architect; op en top British.

Deze Andrew Waugh blijkt al jarenlang met deze techniek te werken. Hij vertelt in de uitzending tijdens een autorit in Londen hoe hij jaren geleden op zeker moment via de telefoon zijn moeder vertelde dat hij een bedrijf ging beginnen om met die techniek gebouwen te gaan ontwerpen en bouwen.


Hij merkt op dat hij verontwaardigd was dat zijn moeder hem op dat moment amper feliciteerde, maar meteen naar zijn ethos vroeg. Hoe kon ze nu gaan zeuren over zijn ethos, juist nu hij met een nieuw bedrijf ging beginnen?

Maar, merkt hij kort daarna op, die vraag was achteraf wel degelijk to the point. Sterker: die vraag, daar draait het wat hem betreft om. Toen en nu. 

Wat is je morele kompas? Waarom doe je wat je doet? Werk je alleen voor geld, aanzien of faam? Of is er iets anders waarom je ‘s morgens je bed uitkomt?

Aan het eind van het autoritje vraagt de Tegenlicht-redacteur of hij zoveel jaren later zijn ethos heeft gevonden: ‘Did you find your ethos?’ 

Waarop hij zegt: ‘Be part of the solution.’ Wees deel van de oplossing.

Hij licht dit niet toe, maar waarschijnlijk denkt hij (net als ik) aan iedereen die vanaf de zijkant weet hoe hét moet; mensen die nooit te beroerd zijn om zich kritisch en soms onbeschoft (want anoniem) uit te laten over mensen die ‘iets’ positiefs doen. 

Wees deel van de oplossing is een prima levenshouding nu we bij ‘ons’ kruispunt staan. 


Bonus-overweging - Man on the moon

Christiana Figueres en Tom Rivett-Carnac houden ons in Wij bepalen de toekomst : de klimaatcrisis overleven voor dat ‘we’ aan de bak moeten. En dat als we beginnen, we de problemen kunnen gaan oplossen.

In het slothoofdstuk stippen ze het moment aan dat de Amerikaanse bevolking zich in 1957 realiseerde dat de Russen hen met hun ruimteprogramma voorbij waren gestoken. Dus kwam president John F. Kennedy in 1961 met een opmerkelijke toespraak. Hij kondigde aan om voor het eind van de jaren zestig een mens naar de maan te sturen, en terug te halen. Dat was het begin van het Apollo-project en op zeker moment ging hij kijken hoe het ging.
Toen Kennedy voor het eerst een bezoek aan NASA Mission Control bracht, kwam hij er een schoonmaker tegen die zijn werk deed in het vluchtleidingscentrum. 'En wat is jouw rol hier precies?' vroeg de president.
  'Mr. President, sir',  antwoordde de man. 'Ik zet een man op de maan.'
(pagina 188)
Een man met een missie, houvast en vastberaden er met de hem gegeven  talenten het beste van te maken. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat veel burgers anno 2020 eenzelfde houding hebben. Geef ons een doel dat ons verre overstijgt, en wij gaan meewerken om die olifant tot leven te wekken. Zij willen deel van de oplossing zijn.

Zeven thema’s, zeven boeken


EEN - Fantoomgroei - de ‘oude’ economie 

Ik kan me vergissen, maar ik meen dat vorige week een boek is verschenen dat het in zich heeft groot te worden. Maandenlang de bestsellerlijsten zal domineren. Bijzonder, want het is een non-fictieboek. 

Ook een boek waar tijdens debatten in de aanloop naar de verkiezingen voor de Tweede Kamer op 17 maart 2021 regelmatig naar zal worden verwezen. 

Een boek dat elke leek kan lezen, begrijpen. Om zich vervolgens af te vragen 'Hoe het mogelijk is!'

Geschreven door twee mannen die zich afvroegen of de wereld waarin zij groot zijn geworden niet gek is geworden. 

Sander Heijne (geboren in 1982), een historicus-journalist, schreef in 2018 een boek over de marktwerking in Nederland. In Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u : dertig jaar marktwerking in Nederland laat hij zien dat van de beloftes van de marktwerking in de praktijk niet veel terecht is gekomen.

In het begin van de jaren tachtig gingen steeds meer politici én burgers geloven in marktwerking. Té lang had de overheid bepaalde dingen geregeld. Dat werkte niet langer, vond bijna iedereen. Het werd te duur, te stroperig, er was te weinig keuze. Tijd voor een alternatief. Laat de markt haar zegenrijke werk doen. Nu, bijna veertig jaar later, wordt het tijd om toe te geven dat niet alle marktwerking heilzaam uitpakt voor burgers en consumenten. Integendeel. In verschillende sectoren (denk aan: zorg, vervoer, post, telefoon) kun je constateren dat marktwerking alleen goed uitpakt voor de geldschieters.


In zijn nieuwste boek, geschreven met bestuurskundige/journalist Hendrik Noten, borduurt hij op dit onderwerp voort. Zij vragen zich in Fantoomgroei : waarom we steeds harder werken voor steeds  minder af hoe het kan dat de meeste werknemers en pensioen’trekkers’ al jarenlang praktisch op de nullijn zitten.

Opmerkelijk, want BNP-cijfers laten zien dat er in dezelfde periode door ons allen veel meer waarde is ‘geproduceerd’. Die kloof tussen wat ‘een land’ produceert (méér, dus) en wat de gemiddelde burger in zijn portemonnee aantreft (gecorrigeerd voor inflatie, bijna geen stijging, en soms zelfs een achteruitgang) noemen zij fantoomgroei. Er is immers de laatste veertig jaar wel degelijk groei geweest; in wat het BNP althans meet! Maar de meeste Nederlanders hebben er zelf niets van gemerkt, dan wel meegekregen. Sterker: door die mislukte marktwerking zijn veel diensten en producten duurder en vaak onbereikbaarder geworden.


Ik heb het boek nog niet helemaal gelezen, maar kan me voorstellen dat zij zich afvragen wat we moeten doen als we deze trend weten te keren. Als er weer meer euro’s naar de bankrekening van de burgers/consumenten toestromen? 

Zouden we wellicht dat geld (het gaat om gigantische bedragen!) niet beter kunnen doorsluizen naar projecten om de wereld, althans Nederland ’beter’ te gaan maken. Investeren heet dat. Dat we als Jan Salie-land stoppen met potverteren en veel geld gaan vrijspelen voor klimaatmaatregelen, zorg, onderwijs, alternatieve vervoerssystemen et cetera. Dit ook om te voorkomen dat onvolwassen volwassenen oude, en vervelende gewoonten, nadat de corona-crisis voorbij zal zijn, weer gaan oppakken.

Fantoomgroei is het laatst verschenen boek waarin de conclusie getrokken wordt dat ons huidige economische model allerlei vervelende schaduwkanten heeft.

Enkele weken eerder voegde oud-politicus Bert de Vries (CDA, minister, fractievoorzitter) zich tamelijk onverwacht bij dit koor. Ook zijn Ontspoord kapitalisme : hoe het kapitalisme ontspoorde en na de coronacrisis kan worden hervormd is een aanrader voor iedereen die wil proberen te begrijpen wat er aan ons huidige systeem hapert, waarom het zo is gelopen en wat we wellicht kunnen doen om het systeem bij te sturen, dan wel te redden.

Bert de Vries, noch andere schrijvers die ik hier noem, willen dat het kapitalistische systeem om zeep wordt geholpen. Zij weten dat het in potentie een ‘goed’ systeem is, alleen moeten we middels (liefst internationale) regelgeving komen tot aanpassingen.


Jaren daarvoor betoogde de Belgische econoom/politicus Paul De Grauwe in De limieten van de markt ongeveer hetzelfde. De ondertitel van dat boek, en de omslagillustratie zijn veelzeggend: de slinger tussen overheid en kapitalisme. Het is nodig dat eens in de zoveel jaren de tijdgeest als het ware kantelt. Dat de slinger een andere kant op gaat slaan. Na jaren waarin (veel?) té veel de nadruk is gelegd op ‘de markt’, wordt het tijd ‘de overheid’ weer meer naar voren te halen. Niet alleen om in de bres te springen als ‘de markt’ (zoals nu) faalt, maar ook om her en der middels investeringen gewenste doelen dichterbij te brengen.

Eerder stipte ik De grote verkilling van de Belgische journalist Geert Van Istendael aan om te begrijpen hoe ‘de overheid’ zich de afgelopen jaren voor een groot deel heeft teruggetrokken, ‘het’ voor een deel aan ‘de markt’ overliet, met als gevolg dat veel (vaak kwetsbare) burgers zich in de steek voelden gelaten.


Koen Haegens (1980), een antropoloog/journalist, laat in De grootste show op aarde : de mythe van de markteconomie zien dat marktwerking inderdaad een sprookje, verhaal of mythe is. Op papier is het een prima verhaal (‘Laat de markt haar werk doen!’) maar in de praktijk zijn (alle?) marktpartijen bezig om hun markt te domineren, en moeten zij niets hebben van een wereld waarin concurrenten écht met hen concurreren. Nietwaar Jumbo en AH. 

Tot slot een citaat uit Fantoomgroei. Uit hoofdstuk twee, waarin zij laten zien dat grote bedrijven zich vroeger (zeg vóór de jaren negentig) heel anders gedroegen en omgingen met hun medewerkers, omgeving, nageslacht. Zeg maar toen ‘zij’ een heel andere (zeg: 'Rijnlandse') moraal  hadden. 

Onderstaand citaat staat haaks op een citaat dat ik hiervoor aanhaalde; het gesprek dat JFK in 1962 of 1963 met een schoonmaker in Mission Control van de NASA had.

Een big shot van Microsoft hield op zeker moment zijn aandeelhouders voor dat het bedrijf zich zo veel mogelijk zou gaan concentreren op haar kernactiviteiten; en alles zou gaan outsourcen wat daar niet aan bijdroeg. Lean and mean. Alles om de winst op peil, beter: nog groter te maken.
Dus werden de secretaresses bij Microsoft ontslagen en konden ze opnieuw solliciteren via een uitzendbureau. Hiermee bestempelde Herbold ze tot dezelfde categorie als de pennen, potloden en het printpapier. Het zijn niet langer waardevolle leden van het collectief die bijdragen aan het succes, maar diensten die ze inkopen. Fte’s in een spreadsheet, in plaats van mensen met een naam, een gezin, ambities en dromen. In de sterrenstelsels (die dit soort grote bedrijven in de beeldspraak van Heijne/Noten zijn geworden - hd) komen de directeuren en managers de schoonmakers, receptionisten en productiemedewerkers over wier levens ze iedere dag ingrijpende besluiten nemen nooit meer tegen op kerstborrels of tijdens het bedrijfsfeest, omdat ze nu eenmaal voor een ander bedrijf werken. Het is makkelijker om arbeidsplaatsen te schrappen, lonen en vergoedingen te verlagen en fabrieken te verplaatsen als je de mensen die het aangaat nooit in de ogen hoeft te kijken.(pagina 65)

TWEE - Onttrekken of toevoegen? - een 'nieuw' economisch model

Dagelijks lees ik op opiniepagina’s hoe we ons huidige systeem zouden moeten gaan bijsturen. Een belangrijk woord is altijd ‘groei’. En of we die nodig hebben om de problemen waar we nu voor staan te kunnen oplossen. 

De meeste economen en beleidsmakers geloven nog steeds dat groei absoluut noodzakelijk is. Groeien om te kunnen bijsturen. 

Toch lees ik ook steeds vaker dat economische groei fundamenteel ten grondslag ligt aan alle hedendaagse problemen. Op een eindige aarde, is eeuwige groei immers onmogelijk. Zeker als er rond 2050 ruim twee miljard wereldbewoners meer zullen zijn, die allemaal willen leven zoals wij.

Al in 2013 stelden twee Engelse economen, vader en zoon Skidelsky, in Hoeveel is genoeg? : geld en het verlangen naar een goed leven de vraag waarom we zo aan ‘die groei’ vast blijven houden. 

In onze contreien zijn we zo rijk (geworden) dat nog méér ons niet nóg gelukkiger zal maken. Robert en Edward Skidelsky realiseren zich natuurlijk terdege dat er nog wel iets moet gebeuren aan de verdeling van inkomens en vooral de vermogens. Maar in de kern zijn we rijk genoeg om iedereen een meer dan redelijke basis te geven. 


Vader Robert Skidelsky is een van de grote kenners van John Maynard Keynes, die door velen tot de absolute top van economen-land wordt gerekend. Keynes schreef in 1930 een artikel dat zij in hun boek naar voren halen (Economic Possibilities for Our Grandchildren) en betrekken dat artikel op ons huidige dilemma. To grow or not to grow.

Keynes voorzag aan het begin van de grote crisis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog dat als we in het westen in hetzelfde tempo zouden blijven groeien, zoals we toen deden, er een moment zou komen dat we zo rijk zouden zijn dat we slechts vijftien uur per week zouden hoeven te werken om in onze behoeften te kunnen voorzien. 

Die voorspelling was nog niet zo gek. Negentig jaar later zijn we in onze contreien schathemeltjerijk (gemiddeld; dat wel), maar gaan de meeste werknemers gebukt onder stress en lukt het bijna niemand om van vijftien uur per week te overleven. 


Wat is er fout gegaan? Naast een verdelingsvraagstuk zijn we in de kern in ‘de val’ getrapt dat we blijven toestaan dat bedrijven ons blijven verleiden om producten en diensten af te nemen die (a) (veel) geld kosten, maar die we (b) wellicht niet nodig hebben. Maar we zijn nu eenmaal groepsdieren, die doen wat de buurman doet of wil. We zitten vast in een soort rattenval. Beter: zo’n wiel dat hamsters in hun kooitje hebben staan. 

Denk ook aan Sisyphus (met zijn steen, die een berg opgerold moet worden) of koning Midas, die op zeker ervaart dat alles wat hij aanraakt in goud verandert.

Artikel: Next freedom en koning Midas (december 2019)

We blijven hard werken, om dingen af te nemen die erg verleidelijk zijn. En om die machine in stand te houden moeten bedrijven steeds met nieuwe dingen blijven komen, mensen hard werken om geld te verdienen om die ‘spullen’ te kunnen kopen. Een tredmolen, die ‘eeuwig’ door moet blijven gaan. En daaraan blijven we ook nog, alsmaar schuld toevoegen. We blijven lenen. Burgers, landen én bedrijven. Helaas moeten we die met rente terugbetalen, waardoor we nog een extra zetje moeten zetten. Catch 22.


Ik kom in dit verband zelden het begrip jubeljaar tegen. Wie weet komt het er nog eens van. Dat we zo vastlopen dat we dit paardenmiddel wel moeten inzetten; om in één klap alle schulden weg te toveren en opnieuw te beginnen. Eén big reset?

Een andere Engelse econoom, Richard Layard, vroeg zich al in 2005 af: Waarom zijn we niet gelukkig? Terwijl we ‘omkomen’ in weelde en welvaart. 

Vorig jaar poneerde Govert Buijs in Waarom werken we zo hard? : op weg naar een economie van de vreugde tegenover die almaar naar meer strevende Homo economicus de Homo cooperans. En collega’s van dezelfde universiteit kwamen in hetzelfde jaar in de bundel De onvolkomenheid van de mens & het streven naar perfectie aanzetten met de Homo dignus. De zich bescheiden opstellende mens. Zowel naar anderen toe, als qua drang naar meer meer meer. 

Artikel: Homo sapiens, Homo economicus, Homo dignus (augustus 2019)


Het ultieme beeld voor dit denken (dat groei niet langer alleenzaligmakend zou moeten zijn) werd in 2017 naar voren gebracht door een andere Engelse econoom: Kate Raworth

In Donuteconomie : in zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw draait het om de donut. Een verhaal, beeld om een wereldbeschouwing aan op te hangen. 

Een donut heeft een binnen- en een buitenkant/ring. Aan de buitenkant bedreigen allerlei ‘dingen’ (9 stuks) het welbevinden van de planeet aarde. Aan de binnenzijde zijn er (11) zaken die het welbevinden van onszelf (fysiek en psychisch) bedreigen. Beide slaan op dit moment in meerdere of mindere mate ‘rood’ uit. De opgave voor de toekomst wordt om binnen de grenzen van de donut te gaan leven. 

Maar hét belangrijkste boek werd volgens mij geschreven door Mariana Mazzucato: De waarde van alles : onttrekken of toevoegen aan de wereldeconomie

Mariana Mazzucato is een Italiaans-Amerikaanse econoom die in haar tweede boek (voor leken) bepleit dat we in een ander economisch systeem veel meer na moeten gaan denken over de relatie tussen Geven en Nemen. 


In haar optiek zijn er in ons huidige model té veel mensen die (veel) té veel gecreëerde waarde naar zich toe weten te harken. En het is maar zeer de vraag of dat terecht is. Of het niet anders zou kunnen; of moeten. 

Zij is - voor alle duidelijkheid - geen revolutionair die het kapitalistische systeem om zeep wil helpen, en inruimen voor iets anders. Integendeel. Zij weet dat dit systeem prima kán functioneren; maar dat op dit moment niet (meer) doet. 

Dit boek sluit naadloos aan op haar eerste boek (De ondernemende staat : waarom de markt niet zonder overheid kan) uit 2015. 

Mariana Mazzucato betoogt op een ander manier ongeveer hetzelfde als collega-econoom Paul De Grauwe. De balans tussen markt en overheid is volstrekt uit balans geraakt. Het wordt tijd die te herstellen. Ietwat saai gezegd: de waarheid ligt ergens in het midden.


Intermezzo - Wat op het spel staat

Aangezien de Oostenrijkse historicus Philipp Blom bijna perfect Nederlands spreekt, mengt hij zich vaak in onze media over alle problemen die op ons bord liggen. 

Philipp Blom is een typisch voorbeeld van een breed geïnformeerde historicus die over bijna alle maatschappelijke onderwerpen en problemen een mening heeft. Anderen zijn bijvoorbeeld Yuval Noah Harari, Rutger Bregman of Maarten van Rossem. 

Drie jaar geleden verscheen Wat op het spel staat. Een boek waar je niet vrolijk van wordt. Hij trekt ontwikkelingen die nu spelen door naar 2050 en laat mensen die dan leven zich afvragen waarom wij in 2017 (of 2020) amper iets deden aan de problemen die toen ook al meer dan zichtbaar waren: het klimaat, negatieve digitale trends en een democratisch systeem dat zwaar onder vuur ligt.

Philipp Blom heeft een goede pen. Het boek leest als een trein. En hij neemt in zijn verhaal veel dingen mee, en zet ze in een groot verband. 

Een vergelijkbaar boek verscheen in 2018 en werd geschreven door een Engelse journalist: Uit de puinhopen : een nieuwe politiek in een tijd van crisis van George Monbiot.

Toevallig staat in het nieuwste nummer van De Groene Amsterdammer een artikel van Philipp Blom over onze corona-wereld, de overeenkomsten met een grote, lokale ramp uit 1755 en wat te doen. Ik opende dit artikel met een citaat.

Artikel: Het begin van een nieuw hoofdstuk : een filosofische aardbeving - De Groene Amsterdammer, 17 juni 2020) 


DRIE - Een onbewoonbare aarde? 

Opmerkelijk genoeg is David Wallace-Wells, de auteur van het vorig jaar verschenen boek De onbewoonbare aarde, ondanks alles nog steeds optimistisch. 

De mensheid heeft een giga probleem met een sterk en snel veranderend klimaat, maar we kunnen alle negatieve trends - die hij uitvoerig beschrijft  - nog steeds keren. Maar... 

Maar dan moeten we wel meer gaan doen dan we momenteel doen. Veel meer. En snel.
Het is erger dan je denkt, veel erger.  Dat klimaatverandering langzaam gaat, is een fabeltje – misschien wel net zo schadelijk als de bewering dat het klimaat helemaal niet verandert – dat tot ons komt in een bloemlezing met diverse andere geruststellende misvattingen: dat de opwarming van de aarde in het noordpoolgebied plaatsvindt, als een ver-van-mijn-bed-show; dat het uitsluitend een kwestie is van zeespiegels en kustlijnen,en niet een alomvattende crisis waarbij geen enkele locatie gespaard  blijft  en die niemand onberoerd laat; dat die crisis de natuur aangaat en niet de mensenwereld; dat dat twee  te onderscheiden zaken zijn en dat we tegenwoordig op de een of andere manier buiten de natuur leven of er voorbij, of toch in elk geval eraan kunnen ontsnappen en er niet door overweldigd  worden; dat rijkdom bescherming kan bieden tegen de verwoestingen van het broeikaseffect; dat fossiele brandstoffen nodig zijn voor voortzetting van de economische  groei; dat groei, en de  technologie  die daaruit voortkomt,  ons in staat zullen stellen om een uitweg te construeren uit het onheil dat het milieu bedreigt; dat er ergens in de lange geschiedenis van de mensheid een parallel te vinden is qua omvang of reikwijdte van deze bedreiging die ons het vertrouwen kan geven dat we haar het hoofd kunnen bieden. (pagina 11-12)

VIER - Datadictatuur?
De afgelopen jaren zijn er tientallen boeken verschenen waarin auteurs zich vanuit verschillende achtergronden in meerdere of mindere mate kritisch uitlaten over de manier waarop ‘de digitale wereld’ zich ontwikkelt.

De kern van de kritiek is dat enkele giga techbedrijven, met in hun voetspoor overheden een veel te grote invloed en macht hebben (gekregen, genomen).

Verder onttrekken deze bedrijven zich aan (internationale) regels, en kopen alles en iedereen op die hun positie mogelijk zou kunnen gaan bedreigen. Zij vormen een bedreiging voor democratische samenlevingen. Ook zijn zij vaak meer dan bereid dictatoriale regimes te helpen hun bevolking te onderdrukken. 

Twee jaar geleden mengde journalist Jan Kuitenbrouwer zich in dit debat met een dun, zeer leesbaar boekje: Datadictatuur : hoe de mens het internet de baas blijft. En zoals de ondertitel aangeeft, komt hij met aanbevelingen. 

Het boek is waarschijnlijk onbedoeld een grote illustratie van het verschil tussen Geven en Nemen. Onttrekken of toevoegen. Té veel burgers realiseren zich dat we voor die gratis diensten via een omweg betalen; en dat 'zij' er het meeste profijt aan hebben en de samenleving met grote problemen opzadelen.


Kuitenbrouwer vindt dat deze grote jongens opgebroken moeten worden. Opdat er marktwerking ontstaat, dan wel dat sommige diensten en producten in overheidshanden komen. Maar dat levert meteen ook problemen op, want overheden willen in wezen vaak ook ‘alles’ van hun onderdanen weten. En als er methodes zijn om dat te kunnen doen, dan is het verleidelijk om er geen gebruik van te maken. 

Marleen Stikker, directeur van De Waag en al ruim vijfentwintig jaar werkzaam in deze branche, filosofeert in Het internet is stuk : maar we kunnen het repareren over the commons. Zeg maar de gemeenschap. Dat we sommige ‘dingen’ gaan regelen via een soort coöperatie. Niet alleen zorg, energie, voedsel maar ook onze data en wat daarmee kan of moet gebeuren.


Onlangs merkte iemand schamper op dat van De meeste mensen deugen van Rutger Bregman in Nederland weliswaar al meer dan tweehonderdvijftigduizend exemplaren zijn verkocht, maar dat hooguit drie van elke honderd volwassen Nederlanders dit boek hebben gelezen. 

Hetzelfde gaat op voor Homo deus : een kleine geschiedenis van de toekomst van Yuval Noah Harari. Toch raad ik u nog steeds van harte aan om beide boeken te gaan lezen. Vooral Harari zegt behartigenswaardige zaken over onze steeds digitaler wordende wereld. En of we wel goed bezig zijn. Willen we 'goden' worden, of op termijn door 'de systemen' als slaven 'gehouden' worden?

En vergeet vooral niet dat er de laatste jaren verdacht veel romans zijn verschenen over onze digitale wereld. Dave Eggers heeft het over De Cirkel, Maxim Februari beschrijft Klont en recent voegde Ewoud Kieft daar De onvolmaakten aan toe.


VIJF - Verloren land?

Philipp Blom beschrijft in 2017 in Wat op het spel twee grote problemen: de klimaatcrisis met haar verstrekkende gevolgen, en de digitalisering van arbeid die leidt tot massawerkloosheid en een algeheel verlies van zin en betekenisgeving. 

Maar deze historicus heeft het ook over ons democratische bestel. En of dat ook niet in haar voegen kraakt; gaat kraken. 

Hij heeft een goede pen. Net als de Turkse journaliste Ece Temelkuran, die vorig jaar in Verloren land : de zeven stappen van democratie naar dictatuur nader in gaat op wat Philipp Blom (en andere auteurs) ook 'voelen': ons democratisch bestel vertoont steeds meer gebreken. 

In potentie is het een prima model (burgers kiezen in vrije verkiezingen mensen die namens hen dingen gaan regelen en de macht controleren), maar in steeds meer democratische landen kun je negatieve trends zien. 

Het boek van Ece Temelkuran is wat mij betreft een must read. Lees en huiver. Hoe hard of snel het in sommige landen achteruit gaat. 

Je land, het enorme grondgebied waar je dacht thuis te horen, krimpt niet van de ene op de ander dag in tot een tafel. Dat duurt jaren. Je denkt wellicht dat deze krimp wordt veroorzaakt door onderdrukking en de angst die erop volgt. Maar in feite begint het krimpen niet op het moment dat een clown president wordt, of wanneer een psychotische keizer vanuit zijn paleis de natie begint toe te blaffen. Het begint niet wanneer tendentieuze wetten worden opgelegd aan dissidenten, alsof ze krijgsgevangenen zijn, of wanneer een wettige straf niet meer voelt als de begrijpelijke consequentie van je daden, maar als onwettige wraakactie van een vijand. Het begint zelfs niet op het moment dat je je realiseert dat het routine is geworden om op ongekende wijze inbreuk te maken op het recht. Terugkijkend wordt duidelijk dat het proces pas echt begint nadat er zware schade is toegebracht aan het fundamentele concept van de rechtspleging, en als de minimale moraliteit waarvan je niet wist dat je erop rekende, is verwoest. Het is de uitputtende, angstaanjagende immoraliteit die je dwingt op zoek te gaan naar ergens anders. Het is niet de keizer die je naar de rand van de arena duwt waar je nog slechts toeschouwer bent, het zijn diens onderdanen. (pagina 206-207)


Een boek dat hier op aansluit is even ontluisterend. 

Oliver Bullough, een Engelse journalist, laat in Moneyland : een zoektocht naar het verborgen geld van de superrijken en de multinationals zien hoe rijke mensen zich aan alle democratische regels weten te onttrekken. Regels zijn er voor de sukkels, het overgrote deel van de bevolking (99,9%). Die plutocraten, oligarchen, kleptocraten (of hoe je ze ook kunt noemen) trekken zich terug in hun Moneyland en kopen iedereen op die in (al dan niet) democratische landen aan de touwtjes trekken.
Maar als je daarom in de verleiding komt om te zeggen dat het gewoon te moeilijk is, dat Moneyland simpelweg het onvermijdelijke gevolg is van globalisering en dat we dat maar moeten accepteren, bedenk dan alsjeblieft wat dat betekent. Moneyland is een land dat traditionele natiestaten ondergraaft: het is overal en nergens, ergens 'in de cloud', een nieuwe ontwikkeling - een legale constructie die losstaat van welke plek op de kaart ook. We kunnen het nu niet zien, maar hoe sterker het wordt, hoe duidelijker het zich zal aftekenen. (pagina 386, de slotalinea)


ZES - Hoe vrij zijn wij?

Als je van een afstand naar alle grote trends, problemen en ontwikkelingen kijkt zou je kunnen stellen dat het in de kern ook gaat over vrijheid. 

Wie bepaalt wat er moet gebeuren?  Ben ik in control van of over mijn eigen leven? Komt een Big Brother of soma-samenleving niet erg dichtbij? Of leven we al in een wereld die Ewoud Kieft in zijn De onvolmaakten beschrijft. Is De Cirkel-wereld van Dave Eggers al deels gerealiseerd? 

Vrijheid is echter een ingewikkeld fenomeen. Lijkt een beetje op tijd. Iedereen weet wat het is, maar je kunt het niet beschrijven. 

In 2017 verscheen de vertaling van een boek dat in 2016 door een Engelse documentairemaker werd geschreven: Raoul Martinez

Dit boek (Hoe vrij zijn wij? : de machinaties van macht en de strijd voor onze toekomst) kreeg in Nederland amper aandacht; en werd (ook vanwege de prijs) weinig verkocht. Zeer jammer. 

Gelukkig kunnen leden van de bibliotheek het als e-book lenen


Hoe vrij zijn wij? lezen kan een mooi project zijn, want het is (a) dik (ruim vierhonderd pagina's tekst + 100 bladzijden noten) en hij reikt (b) heel veel informatie aan om over na te denken. In mijn ogen is het hyper actueel. Hij heeft over bijna alle grote zaken waar we hier, staande voor ons kruispunt, over na zouden moeten willen denken.

Aan alles kun je aflezen dat Raoul Martinez om dit boek te kunnen schrijven ontzettend veel boeken heeft gelezen. Hij neemt kennis en inzichten uit allerlei wetenschapsgebieden mee, economie, biologie, antropologie, psychologie, gedragswetenschap, geschiedenis, filosofie et cetera. Het is een omgevallen boekenkast, waar hij een eigen verhaal overheen drapeert. Het mooiste pluspunt van dit boek zijn de Noten, ruim honderd pagina's. Sommige noten zijn soms mini-essays op zich.

In de zomer van 2017 schreef ik er na lezing een artikel over: Empathie: Laten we vechten om de wereld te bevrijden, weg met nationale grenzen, hebzucht, haat en intolerantie. Daaruit dit citaat:
Hij heeft een prettige schrijfstijl. Het boek bevat twaalf (lange) hoofdstukken. Raoul Martinez fileert genadeloos ons heilig geloof in ‘vrijheid’. Maakt duidelijk dat we als mens veel minder vrij zijn dan we denken. Moet niets hebben van het geloof van velen dat ons geluk en welvaart vooral afhangt van onszelf. Hij maakt duidelijk dat het in hoge mate afhangt van waar je geboren bent, in welke tijd, in welk milieu én dat in een gemiddeld leven veel afhangt van toeval. Wie je op je levenspad tegenkomt. Een beslissend zetje in de goede richting geeft. Een kruiwagen die je helpt. Een medeburger die iets in jou zag et cetera. Zo fileert hij ook het ogenschijnlijk goed functioneren van ‘onze’ markten, media, democratie, onderwijssysteem. De kern is keer op keer dat mensen zichzelf voor de gek houden: vrijheid bestaat, maar heeft altijd met anderen te maken. En er hapert veel aan onze ‘systemen’. 
Wij verschillen van elkaar in velerlei opzicht – lengte, gewicht, gezondheid, rijkdom en intelligentie, agressiviteit, vriendelijkheid, moed en zelfvertrouwen -, maar op één belangrijk punt zijn we identiek: niemand van ons is uiteindelijk verantwoordelijk voor wie hij is en voor wat hij doet. (pagina 382)

Eerder stipte ik De sluier van onwetendheid van John Rawls aan. Raoul Martinez borduurt op zijn manier in dit boek ook op dit thema voort. Waarom denken we als mens vaak dat onze successen aan onszelf zijn te danken, en tegenslagen te maken hebben met de omstandigheden (waartegen we weerloos zijn of waren)? Martinez betoogt dat we ons veel meer bewust moeten zijn van zaken als lot, toeval of geluk. 

We zijn als mens maar tot zekere hoogte in control over ons eigen leven. The lottery of birth noemt Raoul Martinez dat. Het is niet toevallig ook de titel van een documentaire die hij in 2013 maakte. Het is een filosofisch begrip. Erg belangrijk, want het doet er veel toe waar je geboren wordt, in welke tijd, in welk land, in welk milieu. Natuurlijk, iedereen (!) kan zich aan die omstandigheden onttrekken, maar het helpt wel als je vanaf het begin een voorsprong hebt. Maar meritocratische tendensen liggen overal op de loer. 

Rondom dit thema (vrijheid, in control zijn) zijn nog veel meer boeken geschreven. Vooral de inzichten,  die gedragswetenschappers de laatste decennia over 'de mens' hebben opgedaan, kunnen ons helpen om ons iets-je bescheidener te gaan opstellen. Dat is handig als we bij dit kruispunt wegen in slaan die ons dwingen anders te gaan leven. 


Ik wil hier slechts één ander boek naar voren halen. Een favoriet van een oud-collega: De ogen van de ander : de sociale bronnen van zelfkennis van socioloog Christien Brinkgreve. Een 'oudje' uit 2009. In juni van dat jaar sprak Christien met een journalist over haar nieuwste boek. Een citaat uit dat artikel:
We zien onszelf door de ogen van de ander. Daardoor kiezen de meeste mensen in alle vrijheid een levensstijl die sterk op die van andere mensen lijkt. ‘Ze zijn tamelijk conformistisch. Ze kiezen voor bepaalde scripts, waar ook weer spullen bijhoren. Zulke stijlen worden natuurlijk gevoed door reclame. Maar er is sprake van een enorme standaardisering, ook van het lichaam. De tanden staan allemaal recht in de rij, aan de maten van vrouwen worden strenge eisen gesteld. ‘De retoriek is dat je het allemaal voor jezelf doet, plastische chirurgie bijvoorbeeld. Er bestaat toch een sociologische blindheid voor de sociale dwang die van maatschappelijke ideaalbeelden uitgaat. Als je suggereert dat mensen zich daardoor laten leiden, en hun eigen keuze relativeert, zijn ze een beetje beledigd.’ (uit: ‘Jezelf zijn’ geldt als een groot goed. Maar wat is dat ‘zelf’ eigenlijk? Iets collectivistisch, meent Christien Brinkgreve. De Volkskrant juni 2009)
Vrij zijn, je vrij voelen, prima, maar waarschijnlijk is het één grote illusie. Prima dat we die hebben, hoort bij mensen, maar wellicht helpt het als we ons iets-je vaker realiseren dat we 'gewoon' groepsdieren zijn. Die - om met Rutger Bregman - vaak (meestal, zeker niet altijd) deugen


ZEVEN - Onvermijdelijk

Ik wil afsluiten met een Engels boek. Is helaas nog niet vertaald, maar Kevin Kelly heeft zoals alle hierboven genoemde schrijvers (behalve Mariana Mazzucato, zij schrijft minder literair) een goede pen, stijl. 

Kevin Kelly is een Amerikaanse vrijdenker, hippie die een prima kijk heeft op hoe onze samenleving zich ontwikkelt. Hij was jarenlang betrokken bij het Amerikaanse tijdschrift Wired

Tien jaar geleden betoogde hij in De wil van technologie dat we ons als mensheid weinig illusies moeten maken over wetenschap en technologie. 

Als we - als mens, samenleving - menen dat we de ontwikkelingen die daar in gang worden gezet, kunnen tegenhouden, dan ... Droom dan vooral verder. 

Overal op aarde zijn slimme mannen en vrouwen hard bezig de kennis van de mensheid op te krikken. Onderzoek dat leidt tot nieuwe inzichten; die technologen vervolgens oppakken en omzetten in nieuwe producten en diensten. En omdat er steeds meer slimme mensen komen ('op naar tien miljard') en die allemaal via het net met elkaar zijn verbonden, zal deze trend zich voort blijven zetten. 


Hij heeft voor dit alles een woord bedacht, het technium. Dat is bijna een menselijk wezen, met een eigen wil (De wil van technologie), en laat zich niet (meer) afremmen; hooguit bijsturen. Tja.

Zes jaar later borduurt hij hier op door. In The inevitable : understanding the 12 technological forces that will shape our future bespreekt hij zoals de ondertitel aangeeft twaalf grote trends. 

Een waarschuwing/geruststelling: Kevin Kelly is geen trendwatcher of goeroe die komt vertellen wat er in 2022 of 2027 zal gebeuren, wat trendy zal worden. 

Nee, hij is een filosofisch ingestelde man die op zijn manier probeert te volgen wat zich in onze samenleving afspeelt. Waar we vandaan komen, en we ongeveer - waarschijnlijk - naar toe zullen gaan bewegen. Zoals de titel al aangeeft is hij wel stellig, het is Inevitable (= onvermijdelijk).

De twaalf trends die hij in evenzovele hoofdstukken naar voren haalt zijn gaande, en zullen de komende jaren alleen maar sterker en meer zichtbaar worden. Maar nogmaals, hij doet geen voorspelling hoe (bijvoorbeeld) filtering zich precies zal gaan ontwikkelen. Maar dat er in de jaren twintig tot en met negentig van de eenentwintigste eeuw nog meer gefilterd zal worden dan in 2016 is zeker. En als u het niet gelooft, zie wat er op dit terrein (filteren) de laatste vier jaar al is veranderd. Verbeterd? 


Twaalf hoofdstukken, twaalf werkwoorden

Geniaal vind ik dat hij aan 'zijn' trends werkwoorden koppelt. Werkwoorden zijn in tegenstelling tot zelfstandige naamwoorden altijd in beweging. Nooit af of klaar. Dat is de kern van zijn betoog. De wereld is niet statisch. Was dat nooit, maar nu zeker niet. 

Alles is (eerste hoofdstuk) altijd bezig iets (anders, niet per se 'beter') te worden (Becoming). Ook zal 'alles' en iedereen slimmer worden (Cognifying) omdat 'de mens' hulp krijgt van krachtige zelflerende systemen. Dat kan ook verkeerd uitpakken (lees: Homo deus van Harari), maar Kevin Kelly is een ras optimist. 


In deze eeuw zal 'alles' gaan 'stromen' (Flowing), gaan we op alle oppervlakten 'schermen' (Screening) aanbrengen, waarop je dingen kunt laten zien. 

Krijgen we toegang tot de meest onvoorstelbare zaken (Accessing)? Zet de trend dat we dingen delen (Sharing) zich alleen maar door? Hebben we om uit die oceanen vol info (and we ain't seen nothing yet!) relevante informatie te halen systemen nodig die dat voor ons gaan doen (Filtering)? Met natuurlijk als schaduwkant dat dit grote kansen biedt om ons te (gaan) manipuleren. Kevin Kelly gelooft dat dit wel mee zal vallen. Tja. 

In de eenentwintigste eeuw zullen alle slimme jongens en meisjes nieuwe dingen blijven ontdekken; die leiden tot producten en diensten die we ons niet kunnen voorstellen. Maar, veel belangrijker wordt dat er veel geremixt zal worden (Remixing). Bestaande kennisbrokjes worden als legosteentjes in een ander, en daardoor nieuw concept verwerkt. De eenentwintigste eeuw wordt een tijd waarin we allemaal 'veroordeeld' worden om continu nieuwe combinaties tot stand te brengen. We worden allemaal remixers. 

Landgenoot Seth Godin stelt in The Icarus deception dat we in de eenentwintigste eeuw ons allemaal als kunstenaars zullen moeten gaan gedragen; dagelijks nieuwe, eenmalige 'dingen' tot stand brengen. Die 'boodschap' werkte hij om tot een prentenboek.


Nog meer dan nu zullen we 'dingen' en mensen gaan tracken (Tracking) Om ze te kunnen volgen. En de informatie die dat tracken oplevert wordt weer input voor anderen. En natuurlijk zijn er Big Brothers die in China en omstreken verlekkerd kijken naar welke mogelijkheden dat oplevert. 

Ikzelf vind als bibliothecaris zijn elfde hoofdstuk/werkwoord het belangrijkst: Questioning. Vragen stellen. Vragen waarvoor geen antwoorden zijn. Die je niet kunt googelen. Niet in dé Wikipedia staan. Vragen waar je over na moet denken. Lezen, aanvullende informatie vergaren. Overleggen met anderen. In third places als de openbare bibliotheek.


Want dat is het belang van dit boek. Hij stelt in wezen vragen. Aan de ene kant constateert hij dat deze of gene majeure trend gaande is, maar aan de andere kant kun je als lezer/burger jezelf afvragen of 'we' dit zouden moeten willen; en zo nee, hoe een en ander bij te sturen. Er vanuit gaand dat dit soort trends niet on-uitgevonden kunnen worden. 

Hij sluit - als een goed stylist en schrijver - zijn boek af met het hoofdstuk Beginning. We zijn als mensheid pas net begonnen. Er komt een volstrekt onvoorstelbare wereld aan.

Het Begin is, natuurlijk, net begonnen.
(vrijdag 19 juni 2020)
Hans van Duijnhoven


Alle genoemde boeken

Overwegingen
Floris van den Berg Filosofie voor een betere wereld 2009 314
Rutger Bregman De meeste mensen deugen (ook e-book) 2019 512
Christiana Figueres c.s. Wij bepalen de toekomst 2020 240
Tim Jackson Welvaart zonder groei 2010 258
Susan Neiman Waarom zou je volwassen worden? 2014 218
Hans Rosling Feitenkennis 2018 343
Herman Tjeenk Willink Groter denken, kleiner doen 2018 118

Must read 
# De onvolkomenheid van de mens 2019 151
Philipp Blom Wat op het spel staat 2017 223
Christien Brinkgreve De ogen van de ander (ook e-book) 2009 142
Govert Buijs Waarom werken we zo hard? 2019 160
Oliver Bullough Moneyland 2019 413
Paul De Grauwe De limieten van de markt 2014 236
Dave Eggers De cirkel 2013 445
Maxim Februari Klont 2017 272
Koen Haegens De grootste show op aarde 2015 320
Yuval Noah Harari Homo Deus 2017 444
Sander Heijne Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u (ook e-book) 2018 179
Sander Heijne c.s. Fantoom groei 2020 256
Kevin Kelly De wil van technologie (ook e-book) 2012 463
Ewoud Kieft De onvolmaakten 2020 384
Jan Kuitenbrouwer Datadictatuur 2018 128
Richard Layard Waarom zijn we niet gelukkig? 2005 302
Raoul Martinez Hoe vrij zijn wij? (ook e-book) 2017 544
Mariana Mazzucato De ondernemende staat 2015 319
Mariana Mazzucato De waarde van alles 2018 384
George Monbiot Uit de puinhopen 2018 207
George Orwell 1984 (ook e-book) 1949 308
Kate Raworth Donuteconomie 2017 353
Robert & Edward Skidelsky Hoeveel is genoeg? 2013 320
Marleen Stikker Het internet is stuk (ook e-book) 2019 256
Ece Temelkuran Verloren land (ook e-book) 2019 224
Geert Van Istendael De grote verkilling 2019 267
Bert de Vries Ontspoord kapitalisme 2020 688
David Wallace-Wells De onbewoonbare aarde 2019 272

The time is now, aflevering 11 en 12
Op maandag 22 juni maakte ik met collega Peter van der Wijst een filmpje waarin ik enkele van bovenstaande titels nader toelicht. De 'content' werd over twee filmpjes uitgesmeerd.


(vrijdag 19 juni 2020-vrijdag 26 juni 2020)
Hans van Duijnhoven




zondag 17 mei 2020

Geschiedenis - boeken én e-books voor onze post-corona-times


Een van de grootste en meest onverwachte bestellers van de eenentwintigste eeuw verscheen in 2003 in het Engels. Een geschiedenisboek: A short history of nearly everything van de Amerikaanse 'reisboeken'-schrijver Bill Bryson.

Kort voor de zomer van 2004 verscheen de Nederlandse vertaling. Die jarenlang op de bestsellerlijsten bleef 'hangen'. Niet alleen in Nederland. Overal zag je edities van dat boek liggen. In boekhandels, kiosken, op vliegvelden.

Alleen al in Nederland verschenen er minimaal vier edities (paperback, een gebonden geïllustreerde editie, als Dwarsligger en een bewerking voor kinderen).

Bill Bryon's boek is inmiddels een klassieker geworden en nog steeds een prima manier om bijna alles over de geschiedenis te weten te komen.

In de titel zitten twee grappen: short én nearly. Het boek is alleszins 'short', want ruim vijfhonderd pagina's dik. En 'nearly' alles, is ook ietwat overdreven; want dat is per definitie (a) niet mogelijk, en zou (b) lezer én schrijver opzadelen met een onmogelijke taak.


Bill Bryson stipt in zijn prachtig geschreven boek veel aan; heel veel. Maar hij legt zichzelf beperkingen op. Hij gaat amper in op onderwerpen die vooral historici vaak en graag beschrijven: politieke ontwikkelingen, oorlogen, gedoe met een al dan niet onderdanige bevolking, de machthebbers, wat leiders doen et cetera.

Nee, hij vertelt in Een kleine geschiedenis van bijna alles vooral hoe 'de mens', en vooral slimme mensen dingen ontdekten over de wereld, het heelal, de mens.

Voorlopers die op tal van terreinen dingen hebben ontdekt, die tot dan toe door de mensheid niet werden begrepen, of waar andere verklaringen (zeg: verhalen) voor werden verzonnen.

Het is een zeer hoopvol boek. De mensheid heeft door de eeuwen heen honderden slimme mensen voortgebracht, die voor ons van alles hebben ontdekt, doorgrond en de weg bereid voor technologen die met hun inzichten de meest uiteenlopende 'dingen' konden gaan maken.


In mijn ogen is het boek nog net zo actueel als in 2004. En het kan nooit kwaad om weer eens een hoofdstuk te gaan herlezen als weer eens een vulkaan uitbarst of er nieuwe geologische kennis wordt opgedaan. Bij Bill Bryson kun je dan effe nalezen hoe we op dit of dat wetenschapsterrein gekomen zijn tot waar we nu ongeveer staan. 'Iedereen' staat bijna per definitie op de schouders van reuzen die ons voorgingen. En altijd kun je genieten van zijn stijl, humor en menselijkheid.

Al jaren geleden begon op te vallen dat andere schrijvers (en vooral hun uitgevers, vermoed ik) met 'zijn titel-vondst' gingen spelen. Er verschenen en verschijnen regelmatig boeken waarin de woorden geschiedenis, klein en alles in een ander verband in de titel worden opgenomen. Ik schreef er in september 2018 een stukje over: Een kleine geschiedenis van.


Een kleine geschiedenis van de mensheid
In 2014 verscheen de vertaling van een boek dat oorspronkelijk in 2012 in Israël verscheen: Sapiens : een kleine geschiedenis van de mensheid.

Geschreven door Yuval Noah Harari, een toen nog volstrekt onbekende Israëlische historicus. Een échte, niet zoals Bill Bryson.

Bill Bryson is een auteur van reisboeken, die zich rond zijn vijftigste realiseerde dat hij weliswaar de hele wereld overvloog, maar amper wist hoe 'bijna alles' door de millennia heen tot stand was gekomen. Dus wat deed hij? Hij nam een sabbatical en las pakweg driehonderd boeken over uiteenlopende wetenschapsterreinen. Geschreven voor leken. En schreef op basis daarvan die gigantische bestseller.

Yuval Noah Harari had natuurlijk het voordeel dat hij als historicus al veel gelezen had.

Tóch moet hij voor zijn eerste boek (Sapiens : een kleine geschiedenis van de mensheid) ontzettend veel boeken extra gelezen hebben.

Maar gelukkig beschikt hij over dezelfde gave als Bill Bryson: hij kan domweg GOED schrijven. Is in staat complexe informatie in te passen in een VERHAAL. Want dat is het, ondanks alles. En hij zal de eerste zijn om toe te geven dat er her en der dingen in zijn boek(en) staan die nadere toelichting, aanvulling en onderzoek behoeven. Wetenschap is immers - zoals u weet - nooit klaar!


Yuval Noah Harari is iemand van de grote lijnen. Maar in tegenstelling tot Bill Bryson heeft hij wel degelijk 'een boodschap'.

Hij wil de lezer opzadelen met een andere bril om (voortaan anders) naar de wereld te gaan kijken. Hij wil zijn gehoor opzadelen met dilemma's. Ons na laten denken over de wereld, en of alles wel zo zou moeten blijven.

Bij Bill Bryson is dat veel minder (of niet) het geval. Hij vertelt oneerbiedig gezegd na wat hij van anderen heeft opgestoken; voegt er geen privé meningen aan toe.

Niets mis mee. Beide boeken zijn (inmiddels) wat mij betreft must reads. Die elk mens, die de wereld (beter) wil leren begrijpen, gelezen zou moeten hebben.

En nu, in het droge voorjaar van 2020, is er een ander 'geschiedenis'-boek dat al sinds september 2019 op de bestsellerlijsten staat. Het is meer een Harari-, dan een Bryson-boek. Ook hier komt de auteur met een ander verhaal; een manier om anders naar de wereld te (gaan) kijken. En u hoeft het niet met hem eens te zijn.

In negen maanden zijn in Nederland van dit boek meer dan tweehonderdduizend exemplaren verkocht. Ik vermoed dat het vijfde boek van historicus en publicist Rutger Bregman in meer landen bij een groot publiek aan kan/zal slaan.

Deze week verschijnt de eerste vertaling van De meeste mensen deugen : een nieuwe geschiedenis van de mens als Humankind : a hopeful history in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. En de eerste recensies die ik las waren zeer positief; en hij mag al her en der aanschuiven voor interviews, praatprogramma's en podcast. Zo gaat dat tegenwoordig.

Belangrijke titels worden door naar unieke geluiden snakkende media nu eenmaal snel opgepikt.

Al in 2013 kwam Rutger Bregman met een vergelijkbaar boek als Sapiens uit.

Ik vermoed dat beide heren historici elkaar toen nog niet kenden. Maar beiden vertellen (in Geschiedenis van de vooruitgang en in Sapiens : een kleine geschiedenis van de mensheid) hoe 'de mens'zich de laatste tweehonderdduizend jaren in grote lijnen heeft ontwikkeld.

In 2013 opende Bregman zijn lezingen vaak met een zin die de kern van 99 procent van het leven van de mensheid kort en bondig samenpakt: 'Vroeger was één bak ellende!'

Homo sapiens werd in het gros van 'vroeger' niet oud, en leefde vaak in kommervolle omstandigheden. Het grootste deel van die tienduizenden jaren trokken wij in kleine groepjes rond, en scharrelden ons kostje bij elkaar.

Ruim tienduizend jaar geleden gingen we in gehuchten en kleine dorpjes samenleven. Gingen vee houden en andere agrarische dingen doen. In die tijd ontstond ook een bovenlaag, die de rest van de populatie met verhalen over god(en), én rechten voor koningen en geestelijkheid, eronder wist te houden.


Zo rond 1500 begon een andere tijd; gingen slimme mensen vragen stellen over de meest uiteenlopende zaken. Zaken die ook in Bill Bryson's boek uitvoerig aan bod komen. Dat was het begin van 'de' wetenschappelijke revolutie. Die Renaissance en Verlichting leiden ons tot waar we nu staan: een mensenras dat ogenschijnlijk alles op aarde bepaalt; en - helaas - ook hard bezig is de planeet waarop we leven voor een groot deel kapot te maken.

Inmiddels geeft Rutger Bregman toe dat hij in zijn tweede boek (Geschiedenis van de vooruitgang) iets té veel de nadruk legde op het feit dat het met de mens nog nooit zo goed is gegaan als nu. Inmiddels zet hij vooral bij dat laatste iets meer vraagtekens.

Twee artikelen: Vroeger - Eén bak ellende (februari 2014) & Vroeger was (bijna) één bak ellende (maart 2018)

Dingen veranderen, (bijna) altijd
Er zijn allerlei redenen om boeken over 'de geschiedenis' te gaan lezen. Interesse in hoe het vroeger was, is waarschijnlijk de belangrijkste. Van de grote lijnen tot de kleinste details. In de collectie van elke openbare bibliotheek zijn honderden tot duizenden titels aanwezig. Veel te veel om te lezen.

In dit artikel wil ik er enkele naar voren halen. Relatief recent verschenen titels. Waarin schrijvers ons via hun (of haar) onderwerp een blik aanreiken om anders naar onze eigen tijd te (gaan) kijken.

Ik stip vier gezichtspunten aan:
1. hoe de mens(heid) zich door de millennia heen heeft ontwikkeld, tot waar we nu staan (hierboven staan al enkele must read titels)
2. boeken waarin iedereen die vijftig jaar en ouder is zichzelf kan herkennen, want die geschiedenis hebben ze/we zelf meegemaakt, ervaren
3. boeken waarin op een specifiek onderwerp of ontwikkeling wordt ingezoomd; en daardoor krijg je ondanks alles tóch een beeld op de grote ontwikkelingen
4. enkele specifiek Nederlandse onderwerpen

Altijd: een raam (van Overton)
Maar door al deze boeken (en wellicht is dat in bijna alle 'geschiedenis-boeken' per definitie het geval) schemert een begrip heen dat ik enkele jaren geleden leerde kennen: het Raam van Overton.

Artikel: 2016 – You can blow out a candle/But you can’t blow out a fire (december 2015)

De kern van (the) Overton window is dat er in elke samenleving, altijd, op een zeker moment iemand opstaat die vraagtekens zet bij hoe het in zijn of haar samenleving op een bepaald gebied is geregeld, of 'hoort'. Die persoon wordt bijna per definitie in eerste instantie door de rest van de groep als een idioot weggezet. Het is een ketter. Iemand die niet deugt. Niet begrijpt hoe het hoort. En soms moet zo'n voorloper dit met de dood bekopen. Denk aan de brandstapel, of de Inquisitie.

Uiteraard vindt zo iemand vaak medestanders en dan heb je de poppen aan het dansen, want zij zorgen voor onrust in een samenleving waarin 'alles' al jarenlang (decennia, eeuwen?) rustig was.

Vooral leiders hebben behoefte aan rust in de tent. Geen gedoe. Doe maar wat onze klasse aan de rest van de samenleving voorschrijft. En zij doen dat altijd - belangrijk om je dat te blijven realiseren - gebaseerd op een verhaal. Maar er zullen - gelukkig! - altijd dit soort 'radicalen' opstaan.

Denk aan Rosa Parks, Martin Luther King, de suffragettes in Engeland, voorvechters van homorechten, tegenstanders van Zwarte Piet. En wat gebeurt er door de tijd. Langzaamaan (of soms sneller) druppelen hun ideeën door naar een groter publiek. Weer later worden hun gedachten gemeengoed en worden als het ware overgenomen door 'iedereen' en indien nodig bevestigd in nieuwe wetten. En nog veel later kunnen mensen die dan leven zich niet meer voorstellen dat hun voorgangers er zo'n rare ideeën op na hielden. Denk aan vlees eten, het bezit van een huis of auto, rente berekenen over uitgeleend geld of - wie weet - denkwerk laten uitvoeren door mensen.

Joseph Overton, een Amerikaanse socioloog, zag dat er over elk maatschappelijk fenomeen als het ware een raam gelegd kan worden; en dat raam verschuift in de loop van de tijd van 'onmogelijk', of 'radicaal', 'idioot' naar 'er zit tóch iets in' en 'waarom nemen we dat idee niet over'.

Het moge helder zijn dat er in onze tijd heel veel Ramen van Overton zijn. Op het kruispunt (van o.a. Charles Eisenstein) waar we nu staan. Het moment waar we moeten kiezen, hoe verder te gaan als de corona-crisis voorbij is. Er zijn momenteel  tientallen onderwerpen waar niet alle mensen het over eens zijn. Maar waar je als het wel ware de tijdgeest kunt zien verschuiven.

Voor bijna alle keuzes die voor ons liggen, zijn er voorlopers, die hét heel anders willen gaan doen, tot aan mensen die kost wat kost vast willen houden aan hoe het 'altijd' was; en terugverlangen naar het prettige leventje uit onze pre-corona times.


1. Hoe de mens(heid) zich heeft ontwikkeld
Bill Bryson, Yuval Noah Harari en Rutger Bregman noemde ik al. En geloof me: lees die boeken! Schrijvers die de grote lijnen schetsen. Niet té diep op details ingaan. En vooral een goede pen hebben.

David Christian, directeur van het Big History Institute, doet dat ook in zijn Big history : het waanzinnige wetenschappelijke ontstaansverhaal van de mens, de wereld en het universum.

Hij houdt zich bezig met een nieuwe vorm van geschiedenis: big history.

Nicholas Christakis, een Grieks-Amerikaanse socioloog, vertelt in Het goede in de mens: de evolutionaire wortels van onze samenleving een vergelijkbaar verhaal als Yuval Noah Harari en Rutger Bregman. Alleen vliegt hij zijn onderwerp heel anders aan, put wel uit kennis en inzichten uit verschillende wetenschapsgebieden.
Ook hier: vlot geschreven.


Twee wetenschappers, Daron Acemoglu & James Robinson, reiken in hun al in 2012 verschenen boek Waarom sommige landen rijk zijn en andere arm heel veel geschiedenis aan. Zij vroegen zich af waarom sommige landen rijk zijn (geworden) en andere arm (gebleven). En waarom rijke landen soms weer armer werden of worden.

Centraal staat twee begrippen: extractief én inclusief. Sommige landen zijn er in geslaagd om zich als het ware te bevrijden van extractieve tendensen en instanties. Denk aan een koning en een daarom heen cirkelende kliek, die een groot deel van de door een samenleving geproduceerde waarde opeist.

Sommige landen zijn er in geslaagd die waarde-onttrekkers als het ware te beteugelen en een scheiding van de drie machten tot stand te brengen. In andere landen is dat (nog) niet gelukt, en daar kun je je als burger niet verweren als een robber baron een deel van door jou opgebouwde welvaart zomaar komt opeisen. Denk aan Mobutu, Poetin of Orban.

Acemoglu en Robinson maken ook helder dat dit niets te maken heeft met luie mensen. In warme landen, die de hele dag onder de spreekwoordelijke palmboom liggen en te beroerd zijn om hun handen te laten wapperen. Nee, over de hele wereld zijn er - in alle tijden - samenlevingen geweest die zich - om allerlei redenen - hebben weten te onttrekken aan deze extractieve tendensen. Vaak heeft het met geluk te maken. Het ligt niet aan het klimaat, de genen, een volksaard et cetera.

Een ontluisterend boek voor iedereen die 'simpele' ideeën heeft over hoe de wereld in elkaar zit. Vervelend aan dit boek is ook, dat je in onze contreien dagelijks voorbeelden ziet dat deze extractieve krachten volop bezig zijn zich als het ware te hergroeperen. Vooral achter de schermen (denk aan lobbyisten, de Zuidas). En sinds 2012 is het er niet bepaald beter op geworden. Zie hiervoor artikelen over boeken over Nemen en Geven, Ongelijkheid & Elite(s), monopolie(s), oligarchie, meritocratie e.a. fenomenen.


Een van mijn favoriete boeken tot slot: De wil van technologie van Kevin Kelly. In dit zeer vlot geschreven boek betoogt deze Amerikaanse denker, uitgever en 'hippie' dat de mens als het ware de technologie heeft uitgevonden, én dat die technologie momenteel als het ware met ons (de mens-heid) aan de haal gaat.

Technologie laat zich niet meer beteugelen, heeft als het ware een eigen dynamiek; en de mens slaagt er niet meer in die macht, die drive te beteugelen.

Los van dit voor sommigen wellicht onverteerbare idee (remember: Overton!) is het een verdomd knap boek. Waarin u veel dingen zult 'leren' die u nog niet wist.

Jaren later borduurde Yuval Noah Harari voor een deel door op dit gedachtegoed in zijn Homo deus : een kleine geschiedenis van de toekomst (uit 2016).

Alleen is Kevin Kelly veel optimistischer. Hij gelooft dat 'het' wel goed zal komen. Yuval Noah Harari maakt zich zorgen maakt of 'die technologie' ons op den duur niet zal knechten; en ons zal gaan 'houden' zoals wij nu beesten in de bio-industrie 'houden'.


2. boeken over zelf meegemaakte geschiedenis
Naarmate je ouder wordt heb je meer meegemaakt. Nietwaar! En aangezien er steeds meer oude mensen komen worden er ook steeds meer boeken uitgegeven waarin schrijvers verhalen over hoe Nederland (en 'de wereld') zich na Wereldoorlog Twee heft ontwikkeld. Mensen van veertig, vijftig jaar oud zullen vaak dingen herkennen die ze zelf mee hebben gemaakt, of waarover hun ouders en grootouders vertelden.

Het bekendste voorbeeld is Gouden jaren : hoe ons dagelijks leven in een halve eeuw onvoorstelbaar is veranderd van econoom Annegreet van Bergen. Zij realiseerde zich enkele jaren geleden tijdens een depressie dat er niet veel redenen zijn om in onze huidige tijd te (blijven) somberen.
Anno 2014 stonden we er in Nederland vergeleken met decennia eerder erg goed voor. Zij schrijft over alledaagse dingen als eten, wonen, het huishouden, kleding, onderwijs, de kindertijd, de telefoon et cetera. En van alle pagina's spat af dat we het nu veel 'beter' hebben dan zeg in de jaren vijftig, zestig of zeventig.

Ze bezigt het woord 'beter' echter met enige behoedzaamheid. We zijn na de oorlog veel welvarender, rijker geworden. En met dat geld kunnen we dingen kopen, diensten afnemen die voorheen (a) niet bestonden en (b) zeker niet weggelegd waren voor het gros van de bevolking. Maar zij weet als econoom dat 'meer' niet per se hoeft te betekenen dat we 'gelukkiger' werden. Als je naar het welvaartspeil kijkt, dan hebben we veel meer dan onze ouders en grootouders. Maar 'gelukkig zijn' hangt van meer zaken af.


Thomas Vaessens, een Nijmeegse hoogleraar letterkunde, schreef in 2018 een warm boekje over dezelfde tijd. In De Daf van mijn vader vertelt hij over een iconisch autootje. Uit Eindhoven, met het slimme pookje.

In het boekje heeft hij het uitvoerig over een ander iconisch beeld uit de jaren zestig. Een foto van Ed van der Elsken. Die op zeker moment drie jonge meiden in Amsterdam op de foto vastlegde. Die foto kent 'iedereen', maar bijna niemand weet dat op die foto een DAF-je stond. En een Kever, maar daar ging het Thomas Vaessens niet om. Terwijl dat ook zo'n iconisch beeld is.


Een opmerking, tussendoor
(Oude) foto's vertellen vaak meer over de geschiedenis of tijdgeest dan tientallen dikke boeken.

De bronafbeelding bekijken

Een voorbeeld: 
Deze foto van een slanke jonge vrouw. Ergens in Italië. Moet in de jaren vijftig zijn. Een tijd waarin mannen nog openlijk met vrouwen op straat mochten flirten. Veel mensen nog geen auto hadden, maar wel een brommertje. het leven er redelijk relaxt uitzag.

Deze foto gaat door het leven als American girl in Italy en is in 1951 gemaakt door Ruth Orkin.


3. Inzoomen op een 'detail'
Ik noemde Bill Bryson al. Vorig jaar verscheen zijn nieuwste boek: Het lichaam : een reisgids. Hierin zoomt hij in op ons lichaam. Hoe het werkt, en vertelt ondertussen over honderden mensen die de afgelopen eeuwen van alles over onszelf hebben ontdekt.

Eerder zoomde hij in op een specifiek jaar (dat is niet uniek: er zijn tientallen voorbeelden van andere schrijvers): De zomer van 1927 (uit 2014); het jaar waarin Charles Lindbergh als eerste mens in een vliegtuig over de Atlantische oceaan vloog, de eerste sprekende film werd uitgebracht (The Jazz singer met Al Jolson) en Al Capone het in Chicago als maffiabaas voor het zeggen kreeg. Ook het jaar waarin mijn vader werd geboren.

Of denk aan Het wonderbaarlijke leven van de Thunderbolt Kid, waarin hij in 2007 terugkijkt op zijn kindertijd. Prachtig geschreven. Een grote aanrader.

Maar uit die ontzettende hoop boeken wil ik enkele andere titels kort aanstippen.

Allereerst Leven met goden : 40.000 jaar volkeren, objecten en religie van Neil MacGregor, een voormalig directeur van het British Museum. Overladen met positieve kritieken. Hij sluit bijna naadloos aan bij Sapiens van Harari.

Neil MacGregor laat zien dat in alle tijden en culturen mensen met goden bezig zijn geweest. Honderden, duizenden passeren de revue. Is een perfect boek als je twijfelt of er één god is die alles bestuurt. Als je wilt begrijpen dat uiteindelijk alle religies en geloven gebaseerd zijn op een verhaal. Dat weliswaar mensen bindt, hen vaak een identiteit geeft, maar in the end niet gebaseerd is op 'iets' dat bestaat.

Maar de grote kracht van dit boek zit hem in de talloze details, in de vele kunstvoorwerpen, in al die manieren die mensen hebben gevonden om uit te drukken en te beleven wat zich niet in termen van wet en economie laat vangen. Daarbij zijn de mooiste dingen gemaakt en de vreselijkste dingen gedaan. (Marjoleine de Vos in een recensie: Al wat ons overstijgt én bindt - NRC december 2018)

Historicus Sven Beckert laat in Katoen : de opkomst van de moderne wereldeconomie zien dat globalisering niet iets is van de laatste decennia. Integendeel. In een dik boek (762 pagina's, waarvan circa tweehonderd pagina's noten) laat hij zien dat zo iets simpels als de teelt, en vooral de verwerking van katoen tot producten, mensen en samenlevingen over de hele globe met elkaar verbindt. En leidt tot verschillen in inkomen en welvaart. Dit soort boeken kun je al lezend 'koppelen' aan andere onderwerpen, boeken en films over een brede variëteit aan historische onderwerpen.

Eind januari 1860 verzamelden de leden van de Manchester Chamber of Commerce zich in het stadhuis voor hun jaarvergadering. Onder de achtenzestig mannen die in het centrum van de destijds meest geïndustrialiseerde stad ter wereld bijkwamen, namen katoenhandelaren en -fabrikanten een prominente plaats in. In de tachtig jaar daarvoor hadden zij het omringende platteland omgevormd tot het middelpunt van iets geheel nieuws: een wereldomspannend netwerk van landbouw, handel en industriële productie. Kooplieden kochten over de hele wereld ruwe katoen in en brachten die naar de Britse fabrieken, waar twee derde van de spillen van de hele wereld stond. Een leger arbeiders spon die katoen tot draad en weefde er stoffen van, die handelaars vervolgens weer op de wereldmarkten verkochten.

Zo begint Sven Beckert zijn boek. Een prachtige tijd, nietwaar? Maar u zult ervaren dat er aan dit economisch hoogstandje heel veel schaduwkanten zaten. Zitten?

Datzelfde gaat op voor De zijderoutes : een nieuwe wereldgeschiedenis van Peter Frankopan, een Britse historicus.

Ook dit is een dikke pil (750 pagina's, met honderdvijftig pagina's noten en toelichtingen). Een omgevallen boekenkast, die alle kanten uitzwermt en waarin je wederom veel leert over uiteenlopende onderwerpen, landen, mensen et cetera. En doorlopend parallellen kunt trekken naar andere, hedendaagse onderwerpen (zoals globalisering, ongelijkheid, kartelvorming, het financiële systeem et cetera).

Het woord wereldgeschiedenis, uit de ondertitel, is meer dan terecht. het overstijgt ver onze 'normale' Europees georiënteerde blik.

Op Hebban kwam ik deze tekst tegen:

Een boek dat je zonder omwegen inkijk verschaft in het mondiale gebeuren vanaf de oudheid, via de middeleeuwen naar de nieuwe en nieuwste geschiedenis. Op dusdanige wijze dat iedereen met een beetje interesse voor zijn of haar ‘roots’ er wat aan heeft. Het rust je toe met een wapen om te snel getrokken conclusies te pareren. In de zin van: ho, wacht eens even, zou dit en dat wellicht niet meegewogen moeten worden. 

Een paar jaar later verscheen er een soort vervolg - De nieuwe zijderoutes : het heden en de toekomst van de wereld - waarin Peter Frankopan meer inzoomt op de huidige tijd en dilemma's die vooral de expansie van met name China met zich meebrengt.

4. Enkele Nederlandse onderwerpen
Om te beginnen wil ik Roofstaat : wat iedere Nederlander moet weten van Ewald Vanvugt uit 2016 noemen.

Helaas, ook een dik boek (850 pagina's, ruim honderd bladzijden met noten). Het levenswerk van een Nederlandse fotograaf die zijn hele leven onderzoek gedaan heeft naar hoe wij - Nederlanders - ons door de eeuwen heen hebben gedragen.

Zijn conclusie is dat 'we' 'alles' bij elkaar geroofd hebben. Sluit naadloos aan bij het eerder genoemde boek van Daron Acemoglu en James Robinson over extractieve samenlevingen.

Dit boek is (nog steeds) omstreden. Wellicht niet in de zin dat 'zijn' bronnenonderzoek en feiten im Frage worden gesteld, maar meer in de zin dat (veel?) Nederlanders niet willen horen, noch weten hoe onze voorouders zich (soms, ook) misdragen hebben.

Ewald Vanvugt gaat als een chroniqueur te werk. Van 1209 tot 2015 schetst hij in honderden hoofdstukken hoe 'wij' ons op verschillende plekken op de aarde - tja hoe zeg je dat - minder fraai hebben gedragen.


Van vier andere - wederom dikke - boeken krijg je als Nederlander een beter gevoel.

Auke van der Woud, die als hoogleraar architectuur- en stedenbouwgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen was verbonden, laat zien hoe ons land zich na de nederlaag van Napoleon en de komst van koning Willem I heeft ontwikkeld. Van een achterlijk, niet geïndustrialiseerd en arm land tot waar we nu staan.

Dit verhaal lijkt een beetje op dat van China, dat zich sinds het begin van de jaren tachtig in een onvoorstelbaar snel tempo heeft opgewerkt.

Van der Woud laat niet alleen het mooie van deze trend zien, maar nadrukkelijk ook waar 'we' vandaan komen: gore ellende en achterstand. Vier boeken:
(1) Het lege land : de ruimtelijke orde van Nederland 1798-1848) (1987) (690 pagina's)
(2) Een nieuwe wereld : het ontstaan van het moderne Nederland (2006) (460 pagina's)
(3) Koninkrijk vol sloppen : achterbuurten en vuil in de negentiende eeuw (2010) (440 pagina's)
(4) De nieuwe mens : de culturele revolutie in Nederland rond 1900 (2015) (350 pagina's)


Pater Jan van Kilsdonk is geboren en getogen in Zeeland (het plaatsje), Oijen en Oss.

Op zeventienjarige leeftijd koos hij voor de kerk en werd een nationale bekendheid toen hij zich in de jaren zestig binnen de katholieke kerk als een criticaster van het beleid vanuit Rome ging gedragen. Iedereen die deze jaren heeft meegemaakt zal dingen uit die tijd herkennen; en herinnerd worden aan een tijd waarin de kerk nog een belangrijk deel van het sociale leven in onze regio bepaalde.

Zonder enige twijfel is Pater Van Kilsdonk op zijn manier zo'n man geweest die grote vraagtekens zette bij hoe het binnen een verstard systeem behoorde.

De ondertitel van dit prachtig geschreven kleinood is niet voor niets: raadsman in delicate zaken (memoires). Auteur Alex Verburg schrijft vanuit de pater, die in 2008 stierf.

Artikel: Alex Verburg - Pater van Kilsdonk als kantelaar (december 2013)


Twee Nederlandse sociologen onderzochten met een stel studenten hoe een groot en sterk Nederlands bedrijf als het ware werd verpatst en ophield te bestaan. Jack Burgers en Johan Heilbron beschreven dat in 2018 in De zaak Organon : geneesmiddelen in de greep van bedrijvenpoker.

Een boek dat een onthullend en af toe verbijsterend inkijkje geeft in de mores van de top van grote farmaceutische bedrijven. Ogenschijnlijk houden die zich bezig met het produceren en verkopen van medicijnen. In de praktijk gaat het maar om één ding: hoe kunnen we zo veel mogelijk winst maken waardoor de aandelenkoers stijgt en de top van het bedrijf aandelen met grote winst kan verkopen.

Dit boek is waarschijnlijk illustratief voor andere sectoren, waar hetzelfde proces gaande is. Gerealiseerde winsten worden amper of niet geherinvesteerd in het bedrijf . Waardoor het moeilijk wordt om in de iets verdere toekomst nieuwe en winstgevende producten of diensten te maken.

Artikel: De zaak Organon "dat afbraak van werknemersrechten en het uitkeren van zo veel mogelijk middelen aan de kapitaalbezitters economisch gezien het beste beleid zou zijn" (januari 2018)


Tot slot een boek waarin Sander Heijne dingen beschrijft die de gemiddelde Nederlander de laatste dertig jaar zelf heeft kunnen ervaren: de invoering van marktwerking in sectoren die vroeger onder 'de staat' vielen (post, vervoer, zorg). En hoe dat heeft uitgepakt voor ons ('de klanten'), de werknemers en ons democratisch bestel. Er zijn nog 17 miljoenen wachtenden voor u : dertig jaar marktwerking in Nederland is niet geschreven als een geschiedenisboek' maar is het toch wel. Niet negatief, maar het sluit wel aan bij ontwikkelingen die sinds het begin van de jaren tachtig in gang zijn gezet, en waar nu - nu we op het kruispunt (van Charles Eisenstein) staan - vraagtekens bij gaan zetten.

All our grievances are connected
Vraagtekens zetten bij een systeem dat om allerlei redenen is vastgelopen is niet iets unieks voor deze tijd, midden in een corona-crisis.

Integendeel, tijdens de vorige grote crisis (2007-2008), kwam vooral in de Verenigde Staten de Occupy Wall Street-beweging op. Uiteindelijk leidde dit tot niets, maar de leuzen die toen door verschillende mensen werden geuit zijn nog steeds (of weer) terecht.

In die tijd liep ik op zeker moment tegen een kunstwerk van ene Rachel Schragis aan: All our grievances are connected.  Bijna tien jaar geleden.

Zij maakte een kunstwerk van de Declaration of the Ocupation of New York. Die leidde, nogmaals, tot niets, maar bijna alle opmerkingen die in die verklaring werden gedaan zijn nog even urgent als toen. En - verrassing? - nothing's changed. Hieronder een fragment van dit complexe kunstwerk. Tjokvol woorden, zinnen, opmerkingen over onze wereld.


Artikel: Let these facts be known en een Openbare Bibliotheek (november 2011) met een transcript van alle teksten

(zondag 17 mei 2020)
Hans van Duijnhoven

Must read E-books

Annegreet van Bergen Gouden jaren 2014 351
Annegreet van Bergen Het goede leven 2018 352
Rutger Bregman De geschiedenis van de vooruitgang 2013 413
Rutger Bregman De meeste mensen deugen 2019 512
Bill Bryson Een kleine geschiedenis van bijna alles 2004 511
Richard J. Evans De eeuw van de macht 2016 1102
David Graeber Schuld 2012 592
Sander Heijne Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u 2018 179
Kevin Kelly De wil van technologie 2012 463
Salomon Kroonenberg Spiegelzee 2017 271
Marcia Luyten Het geluk van Limburg 2015 367
Neil MacGregor Leven met goden 2018 512
Jelmer Mommers Hoe gaan we dit uitleggen 2019 237
Jos Palm De gewone man 2017 342
Steven Pinker Ons betere ik 2011 1112
Piet de Rooy Een geschiedenis vh onderwijs in Ned. 2018 349
Piet de Rooy Ons stipje op de waereldkaart 2014 414
Maarten van Rossem Kapitalisme zonder remmen 2011 128
Russell Shorto Amsterdam 2013 402
Ece Temelkuran Verloren land 2019 224
Thomas Vaessens De Daf van mijn vader 2018 270
Alex Verburg Pater Van Kilsdonk 2013 237

Must read 'gewone' boeken

Daren Acemoglu Waarom sommige landen rijk zijn en …. 2013 496
Cynthia Barnett Regen 2015 383
Bas van Bavel De onzichtbare hand 2018 485
Sven Beckert Katoen 2016 762
Phillip Blom Het verdorven genootschap 2010 444
Madelaine Böhme c.s. Hoe we mensen werden 2020 268
René ten Bos Water 2014 380
Hans Boutellier Het seculiere experiment 2015 200
David Brooks Het sociale dier 2011 508
Nicholas Christakis Het goede in de mens 2019 448
David Christian Big history 2018 416
Lewis Dartnell Oorsprong 2019 398
Jared Diamond Omwenteling 2019 504
Peter Frankopan De zijderoutes 2016 750
Yuval Noah Harari Sapiens 2014 556
Jonathan Holslag Vrede en oorlog 2018 558
Henri Houben De veertigjarige crisis 2015 365
Tony Judt Het land is moe 2010 238
Robert D. Kaplan Duister Europa 2016 328
Jeroen Linssen Hebzucht 2019 340
Charles Mann De tovenaar en de profeet 2018 688
Raj Patel c.s. Een gesch. vd wereld in 7 goedkope zaken 2019 304
Hans Rosling Feitenkennis 2018 343
Adam Rutherford Een kleine geschiedenis van iedereen die … 2018 485
Adam Rutherford Het boek over de mensheid 2019 264
Angela Saini Superieur 2020 336
Geert Van istendael De grote verkilling 2019 267
Ewald Vanvugt Roofstaat 2016 856
Bert de Vries Ontspoord kapitalisme 2020 688
Kees Vuyk Oude en nieuwe ongelijkheid 2017 287
Auke van der Woud De nieuwe mens 2015 352
Auke van der Woud Een nieuwe wereld 2006 464
Auke van der Woud Het lege land 2007 686
Auke van der Woud Koninkrijk vol sloppen 2012 440


De overige E-books


# De twintig boeken die ons leven … 2015 208
Anthony B. Atkinson Ongelijkheid 2015 443
Rutger Bregman Gratis geld voor iedereen 2014 260
Rutger Bregman Met de kennis van toen 2012 255
Elias Canetti Massa en macht 2017 637
Trudy Dehue De depressie-epidemie 2008 322
Francis Fukuyama Identiteit 2019 268
Ulrike Guérot De nieuwe burgeroorlog 2018 112
Rob Hartmans Freek 2014 215
Michael Ignatieff Gewone deugden 2017 288
Michael Lewis Boomerang 2012 237
Bart Meijer De crisis in het kort 2013 144
Pankaj Mishra Tijd van woede 2017 336
Moisés Naïm Het einde van macht 2015 399
Steven Pinker Verlichting nu 2018 920
Timothy Snyder De weg naar onvrijheid 2018 375
Casper Thomas De autoritaire verleiding 2018 256
David Van Reybrouck Tegen verkiezingen 2013 174
Yanis Varoufakis En de zwakken ondergaan wat ze moeten … 2016 350
Damon Young Filosoferen in de tuin 2014 224

De overige 'gewone' boeken

Hans Achterhuis De kunst van het vreedzaam vechten 2014 671
Hans Achterhuis De utopie van de vrije markt 2010 319
Philipp Blom Wat op het spel staat 2017 223
Oliver Bullough Moneyland 2019 413
Jack Burgers De zaak Organon 2018 269
Noam Chomsky Het einde van de Amerikaanse droom 2017 197
Maarten Doorman Rousseau en ik 2012 140
Didier Eribon Terug naar Reims 2018 207
Koen Haegens De grootste show op aarde 2015 320
Yuval Noah Harari 21 lessen voor de 21ste eeuw 2018 448
Yuval Noah Harari Homo Deus 2017 444
Wil Heeffer Hoe lang pikken we het nog? 2015 162
Chris van der Heijden Te goed geregeld 2019 206
Bas Heijne Wereldverbeteraars 2017 96
Rob Hengeveld Wildgroei 2013 427
Maarten van den Heuvel Vrijheid gelijkheid broederschap 2014 307
Jonathan Holslag De kracht van het paradijs 2014 606
Coos Huijsen Ode aan het klootjesvolk 2020 208
Hans Kennepohl We zijn nog nooit zo romantisch geweest 2014 229
Andreas Kinneging De onzichtbare maat 2020 640
James Kirchick Het einde van Europa 2017 358
Thijs Kleinpaste Nederland als vervlogen droom 2013 239
Tom Kniesmeijer De seizoenen van de tijdgeest 2009 236
Ivan Krastev c.s. Falend licht 2019 287
Mark Lynas De mens als god 2011 299
Larisssa MacFarquhar Wereldverbeteraars 2016 380
Kishore Mahbubani Naar één wereld 2013 313
Paul Mason Post kapitalisme 2016 400
Achille Mbembe Kritiek van de zwarte rede 2015 288
George Monbiot Uit de puinhopen 2018 207
Michael Moss Zout, zuiker, vet 2013 478
Thomas Piketty Kapitaal en ideologie 2020 1134
Thomas Piketty Kapitaal in de 21e eeuw 2014 813
Wim de Ridder De ontdekking van de toekomst 2014 298
Peter Sloterdijk Wat gebeurde er in 20e eeuw 2018 235
Jeroen Smit De prooi 2008 446
Timothy Snyder Over tirannie 2017 124
Carolyn Steel De hongerige stad 2011 339
Joseph E. Stiglitz De euro 2016 472
Marianne Thieme Groeiend verzet 2019 160
Eddy Van Tilt De schaduw van de Verlichting 2014 414
Peter-Paul Verbeek Op de vleugels van Icarus 2014 189

The time is now, aflevering 7 en 8
Op dinsdag 12 mei maakte ik met collega Peter van der Wijst een filmpje waarin ik enkele van bovenstaande titels nader toelicht. De 'content' werd over twee filmpjes uitgesmeerd.




Homepage boeken én e-books voor onze post-coronatimes

Homepage The Time is Now - alle filmpjes

(maandag 6 april 2020- dinsdag 23 juni 2020)
Hans van Duijnhoven