maandag 31 december 2018

Ilja Leonard Pfeijffer

Grand hotel Europa

De Arbeiderspers 2018, 546 pagina's € 24,99

Wikipedia: Ilja Leonard Pfeijffer (1968)

Korte beschrijving
De ik-figuur, een schrijver genaamd Ilja Leonard Pfeijffer, strijkt neer in een oud hotel ergens op ons continent. Daar probeert hij af te komen van het verdriet om zijn verbroken relatie met de Italiaanse kunsthistorica Clio. Het oude hotel met zijn soms nog oudere bewoners brengt hem echter tot overdenkingen over de rol van Europa in de moderne wereld en dat dan vooral afgezet tegenover het door hem verafschuwde massatoerisme. Zo waaiert deze lijvige roman in meerdere richtingen uiteen: in het verleden een liefde (en zijn speurtocht met Clio naar een verloren gewaand schilderij van Caravaggio) en de leidende rol die Europa vroeger in de grote ontwikkelingen van de kunst speelde, maar in het heden en de toekomst het verlangen van Europa om in het verleden te blijven hangen terwijl Afrikaanse bootvluchtelingen aan de deur kloppen. Waanzinnig uitgebreide, extreem ambitieuze, breedvoerige ideeënroman, waarvan het nauwelijks mogelijk is om in een kort bestek een overzicht te geven van alle thema's die de schrijver (1968) aanstipt, en die veel van de lezer vraagt maar hem ook heel veel geeft.

Tekst op website uitgever
De schrijver neemt zijn intrek in het illustere maar in verval geraakte Grand Hotel Europa om te overdenken waar het is misgegaan met Clio, op wie hij in Genua verliefd is geworden en met wie hij in Venetië is gaan wonen. Hij reconstrueert het meeslepende verhaal van liefde in tijden van massatoerisme, van hun reizen naar Malta, Palmaria, Portovenere en de Cinque Terre en hun spannende zoektocht naar het laatste schilderij van Caravaggio. Intussen vat hij een fascinatie op voor de mysteries van Grand Hotel Europa en raakt hij steeds meer betrokken bij het wedervaren van de memorabele personages die het bevolken en die uit een eleganter tijdperk lijken te stammen, terwijl de globalisering ook op die schijnbaar in de tijd gestolde plek om zich heen begint te grijpen.

Grand Hotel Europa is de grote roman van Ilja Leonard Pfeijffer over het oude continent, waar zoveel verleden is dat er voor toekomst geen plek meer is en waar het meest reële toekomstperspectief geboden wordt door de exploitatie van dat verleden in de vorm van toerisme. Het is een theatraal en lyrisch boek over de Europese identiteit, nostalgie en het einde van een tijdperk. Het is, hoe verontrustend het ook zijn mag, zijn beste boek tot nu toe.

Fragment uit hoofdstuk zeven - Talent voor decadentie
4
'U bent ongetwijfeld bekend met de wijze waarop de gezaghebbende veelweter George Steiner de idee van Europa heeft getracht te omschrijven. Hij definieert de eigenheid van het continent aan de hand van vijf onderscheidende kenmerken. Het eerste is, interessant genoeg, de alomtegenwoordigheid van cafés, die hij, beschaafd als hij is, niet zozeer beschouwt als drenkplaatsen van de hopelozen waar zure vergetelheid wordt geschonken in een bodemloos glas, als wel als ontmoetingsplaatsen waar de intelligentsia samenzweert, schrijft en debatteert, en waar de bepalende filosofieën zijn ontstaan, alsmede de toonaangevende artistieke stromingen en de ideologische en esthetische revoluties.'
  'Het doet mij deugd.' zei ik, 'dat ik het frequente cafébezoek uit mijn verleden op gezag van niemand minder dan Steiner kan verdedigen als een uiting van een militant pro-Europese houding.'
  'U merkt dat Europa voor Steiner pas in de negentiende eeuw begint. De presocratische, platoonse en aristotelische filosofieën, de stoa en het epicurisme, het neoplatonisme, de erfenis van de kerkvaders, de mystiek en hoofse ethiek, de renaissance, de verlichting en de romantiek zijn allemaal niet in het café ontstaan, evenmin als het classicisme, het hellenisme, de romaanse stijl, de gotiek, de barok en het neoclassicisme. Steiners ijkpunt is het burgerlijke Europa, waarvan hij zelf een exponent is. Hij ziet de boulevards van Parijs en Wenen voor zich als hij aan Europa denkt, niet de agora van Athene of de machtige vorstenhoven. Maar dat is een flauwe kanttekening, die het feit miskent dat hij doelbewust provoceert en dat hij in de kern van de zaak gelijk heeft als hij zegt dat intellectueel debat en uitwisseling van ideeën wezenlijke kenmerken zijn van de Europese identiteit.'
  'Ik vind het moedig van u,'zei ik, 'dat u de tegenwoordige tijd hanteert'. (pagina 126)

Recensie: Met ‘Grand Hotel Europa’ schreef Pfeijffer de roman van het jaar (NRC december 2018)

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 30 december 2018

Ulrich Beck


De metamorfose van de wereld

Klement 2018, 280 pagina's € 34,95

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Oorspronkelijke titel: The metamorphosis of the world (2016)

Wikipedia: Ulrich Beck (1944-2015)

Korte beschrijving
De socioloog Ulrich Beck (1944-2015) was verbonden aan de Universiteit van München en aan de School of Economics and Political Science. Hij heeft met zijn werk in toonaangevende kranten en tijdschriften gestaan, waarmee hij groot aanzien verwierf. Met 'De metamorfose van de wereld' wilde Beck een nieuw perspectief tonen op (klimaat)verandering. Tijdens het schrijven overleed hij. Voorafgaand aan het verhaal staat een inleidend deel, geschreven door Becks vrouw. In drie delen beargumenteert Beck dat we onze focus naar de goede kanten van het slechte moeten verleggen en dat we hierdoor een nieuwe houding kunnen ontwikkelen die hoognodig is om hedendaagse processen als klimaatverandering en digitalisering aan te gaan. Deel I bevat theorieën over (klimaat)verandering en metamorfose. In deel II gaat Beck in op thema's die tegenwoordig relevant zijn, zoals machtsverhoudingen en politiek. Deel III is korter en bevat de conclusie van perspectiefverlegging. Beck gebruikt veel voorbeelden en legt actuele zaken op een heldere manier uit. Dit maakt het boek toegankelijk voor een breed publiek. Met een literatuuroverzicht en register.

Tekst op website uitgever
De bekende socioloog Ulrich Beck brengt met De metamorfose van de wereld een nieuw perspectief op (klimaat-)verandering. Onze steedse complexere wereld verandert niet meer zomaar, er doen zich metamorfosen voor, radicale vormen van transformatie. Ze dwingen ons om ons denken te veranderen en niet te blijven hangen in oplossingsgericht denken. Verleggen we onze focus naar de goede kanten van het slechte, dan kunnen we de kosmopolitische houding ontwikkelen die nodig is om belangrijke uitdagingen als klimaatverandering en digitalisering aan te gaan.

Fragment uit 3. Hoe klimaatverandering de wereld zou kunnen redden
De meeste discussies over klimaatverandering verkeren tegenwoordig in een impasse. Ze zitten gevangen in het catastrofisme dat rond de horizon van het probleem draait: waar is klimaatverandering slecht voor, wat zijn de negatieve gevolgen ervan? Vanuit het perspectief van de metamorfose zouden we, aangezien de klimaatverandering de hele mensheid bedreigt, de vraag moeten omkeren en als volgt formuleren: waar is klimaatverandering goed voor (gesteld dat we die overleven?) Het momentum van de metamorfose bestaat opmerkelijk genoeg hierin dat, als je er maar vast genoeg van overtuigd bent dat klimaatverandering een fundamentele bedreiging vormt voor heel de mensheid en natuur, dit weleens een kosmopolitische ommekeer in onze huidige levenswijze wou kunnen bewerkstelligen en de wereld ten goede zou kunnen veranderen. Dat is wat ik onder emancipatorisch catastrofisme versta (zie hoofdstuk 7)
  Om misverstanden te voorkomen: ik wil hiermee niet zeggen dat we een planetaire ramp nodig hebben om als optimisten van het zuiverste water herboren te worden; ook wil ik niet het tegenbeeld schetsen en een hyperoptimisme bepleiten dat de technologische verlossing uit alle kwaden van onze eeuw van digitale innovaties verwacht (zoals sommigen doen). De kosmopolitische metamorfose van de klimaatverandering (of van globale risico's in het algemeen) draait om de coproductie van risicowaarnemingen en normatieve horizonten: de apocalyps kent geen restricties. Voor ons die in een suïcidale (kapitalistische) moderniteit leven, gaat de black box van de fundamentele politieke vragen weer open: wie spreekt er voor 'de wereld'? Wie vertegenwoordigt 'de mensheid'. De staat misschien? De Stad? Actoren van maatschappelijke organisaties? Experts? Gaia (Latour 2011)? En wie spreekt er voor zijnsgelijken?
 Het wereldwijde risico van de klimaatverandering vormt zo een soort dwingend, collectief geweten - in de zin dat onze vroegere beslissingen en vergissingen mede verantwoordelijk zijn voor de situatie waarin we ons thans bevinden; en dat zelfs de hoogste graad van institutionele organisatie die wij kunnen bereiken, alleen maar een reïficatie, een verdinglijking is die te allen tijde kan worden herroepen, een voorlopige modus van handelen die we kunnen en moeten opgeven als we onszelf erdoor in gevaar brengen. De klimaatverandering belichaamt de fouten van een heel tijdperk van voortschrijdende industrialisering en met al het geweld van de vernietigende gevolgen die eruit kunnen voortvloeien, schreeuwen deze klimaatrisico's erom erkend en gecorrigeerd te worden. Ze staan in zekere zin voor een terugkeer van het verdrongene, waarbij de zelfverzekerdheid van het natiestatelijk georganiseerd industriekapitalisme wordt ondermijnd doordat het met zijn eigen dwalingen wordt geconfronteerd, en wel in de vorm van een regelrechte bedreiging van zijn eigen bestaan. (pagina 55-56)

Terug naar Overzicht alle titels


John Bunzl & Nick Duffell



De oplossing is SimPol : een uitweg uit de vernietigende spiraal van het neoliberalisme

Lemniscaat 2018, 292 pagina's € 18,95
Oorspronkelijke titel: The SimPol solution : solving global problems could be easier than we think (2017)

Website John Bunzl (1945) en Nick Duffell (1949)

Korte beschrijving
De auteurs (eigenaar van een internationaal bedrijf en een psychotherapeut) signaleren een Negatieve Mondiale Concurrentiespiraal (NMC). Zij pleiten voor een mondiale aanpak, meer internationale samenwerking om problemen als klimaat, milieu en bewapening gezamenlijk op te lossen. Voorwaarde daarbij is dat alle landen tegelijkertijd overgaan tot gezamenlijke aanpak, Simpol (Simultaneous Policy), van meerdere vraagstukken en een nieuwe vorm van internationaal stemrecht. Dit vergt een omwenteling in ons denken als wereldburgers. Vergelijk het met het rouwproces zoals beschreven door Kübler-Ross, in vijf fasen van ontkenning tot aanvaarding. Hoe krijg je iedereen bereid tot deze omwenteling? Daarvoor zijn geen grote massa's nodig. In Engeland hebben zich al zeshonderd kandidaten gemeld. Het boek bevat eindnoten, een register en literatuurlijst.

Tekst op website uitgever
We weten het allemaal: in het bedrijfsleven gaat het uiteindelijk om maximalisatie van de winst. Milieu, mensenrechten of arbeidsomstandigheden – niets zal ooit beter worden als ons vrije-marktmodel niet ter discussie wordt gesteld. En dat model zál nooit ter discussie worden gesteld, omdat we in een mondiale economie leven waarin degene die anders wil handelen het onderspit zal delven.

Bunzl en Duffell leggen deze klemsituatie genadeloos bloot. Eigenlijk is iedereen het met elkaar eens dat het anders moet – van de CEO van Shell tot regeringsleiders. Het milieu moet gered, de mensenrechten gerespecteerd en de mensen moeten fatsoenlijk betaald krijgen. Maar hoe te beginnen? Als je de eerste stap zet zonder dat de anderen volgen, graaf je je eigen graf.

Maar nu komt het geniale plan van deze twee auteurs.

Stel je voor dat wij allemaal – burgers, politiek, bedrijfsleven – een gezamenlijke verklaring ondertekenen dat we vanaf een bepaald moment de mensen behoorlijk betalen, de natuur respecteren, de mensenrechten respecteren – op voorwaarde dat alle anderen dat vanaf datzelfde moment ook doen. Deze oplossing heet SimPol en dat staat voor Simultaneous Policy (gelijktijdig beleid): we maken een betere wereld, en dat doen we tegelijkertijd.

Naïef? Nee, briljant, werkbaar én noodzakelijk!

Fragment uit 7. Criteria voor mondiale politieke maatregelen
Het zijn niet alleen nieuwe technologieën en nieuwe manieren van denken die dergelijke veranderingen veroorzaken. Zoals we in het vorige hoofdstuk zagen, kunnen de aanwezige leefomstandigheden ook een rol spelen. In ons mondiale tijdperk zijn de zich uitbreidende crises van klimaatverandering, de financiële rampen, de schaarste van hulpbronnen, de massale economische migratie en dergelijke allemaal leefomstandigheden die ons aanzetten tot het volgende denk- en bestuursniveau. De mondiale technologieën en hun gevolgen - met inbegrip van de NMC (= Negatieve Mondiale Concurrentiespiraal) - zijn er al.
  Het is echter, zoals we al de hele tijd beweren, ons denken dat heel nodig een inhaalslag moet maken. Als Wilber gelijk heeft, dan geldt een kantelpunt van 10 procent nu waarschijnlijk ook, wil het mondiaalgerichte wereldbeeld zich snel verspreiden, dus moeten we ernaar streven dat 10 procent van ons de mondiaalgerichte manier van denken overneemt.
  Daarom bent u als lezer van belang.
  Een nieuwe manier van denken is van essentieel belang, maar zelfs dat is niet voldoende. Om de wereld te veranderen is er ook een nieuw bestuurssysteem nodig. Zolang dat er niet is, zal een nieuwe manier van denken niets kunnen uitrichten, dus hebben we ook een nieuwe mondiaalgerichte vorm van politiek bedrijven nodig - een nieuw politiek paradigma - dat krachtig genoeg is om de omslag feitelijk te bewerkstelligen. (pagina 213-214)

Lees ook: Naar één wereld : een nieuwe mondiale werkelijkheid van Kishore Mahbubani uit 2013


Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 26 december 2018

Albert Faber


De gemaakte planeet : leven in het Antropoceen

Amsterdam University Press 2018, 300 pagina's € 20,50

Informatie over Albert Faber en zijn Twitter-account 

Korte beschrijving
Wij leven in het Antropoceen, een tijdperk waarin mens en Aarde op ongekende schaal met elkaar verweven zijn geraakt. Albert Faber, al twintig jaar werkzaam op het raakvlak van wetenschap en beleid, onderzoekt in dit boek wat die verwevenheid voor ons betekent en wat voor problemen dat oproept. Die problemen zijn uitermate complex, maar dat ontslaat ons niet van de verantwoordelijkheid om ze onder ogen te zien en te zoeken naar manieren om ze het hoofd te bieden. Een grondig, indringend en stimulerend boek, geschreven voor een breed publiek, en zeer uitvoerig gedocumenteerd met illustraties in zwart-wit, een literatuurlijst, eindnoten en een register.

Tekst op website uitgever
We leven in het Antropoceen, het tijdperk van de mens. De invloed van de mens op het reilen en zeilen van de aarde is groter dan ooit tevoren. In een meeslepend betoog geeft Albert Faber betekenis aan deze constatering. Hij neemt ons aan de hand van vele denkers mee van de Malediven naar de Andes, van Siberië naar de Oostvaardersplassen, van de allereerste steden tot aan onze technologische toekomst. Daarbij probeert hij antwoord te geven op vragen als: Wat houdt het Antropoceen in? En hoe kunnen wij ons in de toekomst het beste tot de planeet verhouden? Zonder in pessimisme te vervallen toont Faber ons de verworvenheden van het verleden, hij beschrijft de uitdagingen van het heden en geeft een perspectief voor de toekomst.

Het boek van Albert Faber draagt op wezenlijke wijze bij aan de discussie over het Antropoceen, niet alleen omdat het de contouren ervan op een bijzonder overzichtelijke wijze presenteert, maar ook omdat hij laat zien dat niets minder dan een ‘maximalisatie van ideeën’ nodig is. Faber betoogt dat onze tijd eerder vraagt om het vruchtbare en creatieve conflict dat bij de democratie hoort, dan om wereldwijde eensgezindheid.
— René ten Bos, denker des vaderlands en auteur van Dwalen in het Antropoceen.

'Sinds enkele jaren is de term 'Antropoceen' in zwang om aan te geven dat de mensheid de hele aarde heeft onderworpen. Een dergelijke constatering mag niet terloops worden gemaakt. Gelukkig geeft Faber uitgebreid en meeslepend betekenis aan het leven in het Antropoceen. Bijzonder aan dit boek is dat het zich niet schaart in de al veelvuldig te horen pessimistische boodschap van urgentie en doemdenkerij, maar dat het zoekt naar wegen voor nieuw elan. Met dit boek geeft Albert Faber een pleidooi voor ideeën en verbeeldingskracht en is alleen al daarom onmisbaar voor iedereen die de toekomst serieus neemt.'
— Pieter Winsemius

'Echt een prima geschreven, mooi geïllustreerd en rijk boek dat voor een heel breed publiek inzicht in het antropoceen. Het laat zowel de nuances als het onvermijdelijke ervan zien en gaat voorbij de gebruikelijke polarisaties in het dagelijkse debat over klimaat en duurzaamheid.' 
— prof. Derk Loorbach, hoogleraar socio-economische transities (Erasmus Universiteit Rotterdam), directeur DRIFT (Dutch Research Institute for Transitions)

Fragment uit 6. Leven op een gemaakte planeet
Een politiek voor het Antropoceen
Door de mens zelf veroorzaakte natuurlijke effecten als klimaatverandering, erosie of overstromingen zijn bij uitstek de indicatoren van het Antropoceen geworden. De toekomst van mens en natuur in het Antropoceen wordt daarmee een gedeelde geschiedenis. Vaak is deze situatie geïnterpreteerd als een soort van 'post-natuur', een tijd waarin de mens dan eindelijk de natuur heeft overwonnen. 'Het is niet langer de natuur die bepaalt wat er op aarde gebeurt. Dat doen wij. Wat hier gebeurt is onze keuze', zegt publicist Mark Lynas in The God Species. Die conclusie leidt al snelt tot het idee dat de mens de grote regisseur van de wereld is geworden, de piloot in de cockpit van spaceship Earth. Die interpretatie is echter veel te smal en veel te technocratisch, zoals we in hoofdstuk 2 al constateerden. De eenheid van mens en natuur heeft een veel bredere betekenis, met nieuwe ideeën over moraal, zorg en verantwoordelijkheid. Natuur is iets dat we zelf creëren, en het is daardoor steeds moeilijker om te bedenken wat natuur is. We vinden natuur niet alleen in wildernis of in parken, maar ook in braakliggende gronden of in het niemandsland van verlaten industrieterreinen. Het draait niet langer om de dominantie van de mens over de natuur, maar om de verantwoordelijkheid voor de gedeelde dimensie mens-natuur. Dat is bij uitstek een politiek vraagstuk, dat vraagt om nieuw engagement. (pagina 185-186)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels

vrijdag 21 december 2018

Olivier Pintelon


De strijd om tijd

EPO 2018, 264 pagina's € 20,--

Wordpress: Olivier Pentelon (1983)

Korte beschrijving
Vroeger was tijd schaars, vandaag is het een wurggreep. Van ploetermoeders tot bumpervaders: voor steeds meer mensen is ‘druk, druk, druk’ het nieuwe normaal. Bij Olivier Pintelon begon het te knagen toen hij en zijn vrouw na de geboorte van hun zoon weer voltijds aan de slag gingen. Dan vroeg hij zich af: hoe doen andere ouders dat toch? Of hij bleef piekeren over wat de onthaalmoeder die ochtend had gevraagd: ‘Wanneer gaat mama vier vijfde werken?’ In De strijd om tijd onderzoekt hij of onze huidige werkweek nog aangepast is aan tweeverdieners. Want dat een dag maar vierentwintig uur en een week maar zeven dagen telt, daar valt weinig aan te doen. Maar is het een natuurwet dat het spitsuur van ons leven bestaat uit rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan? Pintelon sprokkelt verhalen, duikt in oude geschriften en werpt een blik over de landsgrenzen. Waarom experimenteert men in pakweg Zweden met de 30 urenweek terwijl dat idee hier taboe lijkt? Een inspirerend verhaal over hoe mannen en vrouwen morgen werk, zorg, engagement en me-time kunnen combineren.

Tekst op website uitgever
Is het een natuurwet dat het spitsuur van ons leven bestaat uit rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan? Een inspirerend verhaal over hoe mannen en vrouwen morgen werk, zorg, engagement en me-time kunnen combineren.

Vroeger was tijd schaars, vandaag is het een wurggreep. Van ploetermoeders tot bumpervaders: voor steeds meer mensen is ‘druk, druk, druk’ het nieuwe normaal. Bij Olivier Pintelon begon het te knagen toen hij en zijn vrouw na de geboorte van hun zoon weer voltijds aan de slag gingen. Dan vroeg hij zich af: hoe doen andere ouders dat toch? Of hij bleef piekeren over wat de onthaalmoeder die ochtend had gevraagd: ‘Wanneer gaat mama vier vijfde werken?’ In De strijd om tijd onderzoekt hij of onze huidige werkweek nog aangepast is aan tweeverdieners. Want dat een dag maar vierentwintig uur en een week maar zeven dagen telt, daar valt weinig aan te doen. Maar is het een natuurwet dat het spitsuur van ons leven bestaat uit rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan? Pintelon sprokkelt verhalen, duikt in oude geschriften en werpt een blik over de landsgrenzen. Waarom experimenteert men in pakweg Zweden met de 30 urenweek terwijl dat idee hier taboe lijkt? Een inspirerend verhaal over hoe mannen en vrouwen morgen werk, zorg, engagement en me-time kunnen combineren

Artikel: De kortere werkweek: ‘krappe’ arbeidsmarkt geen excuus (Knack, augustus 2018)

Fragment uit Slot. Samen de tijd nemen
Maar net die tijd komen we voortdurend tekort. De voltijdse werkweek is blijven steken in de vorige eeuw. In de jaren 1950 was de taakverdeling in een gezin nog duidelijk afgetekend, anno 2018 moeten man en vrouw betaald werk combineren met huishoudelijk werk en zorgtaken. In gezinnen met (jonge) kinderen is de 'tweede shift' gemakkelijk het equivalent van een deeltijdse baan voor de man en een vier vijfde voor de vrouw. Om nog maar te zwijgen over alleenstaande ouders, zij zijn kostwinner en huismoeder (of huisvader) tegelijk, een schier onmogelijke opdracht. Deze mismatch tussen de werkweek en het tweeverdienersmodel leidt heel wat maatschappelijke kwalen. Telkens is een collectieve werktijdverkorting het voor de hand liggend medicijn.
  Om te beginnen is een kortere werkweek het geheime wapen voor man-vrouwgelijkheid. Belgische vrouwen verdienen nog altijd ruim 20 procent minder dan mannen. Een toenemend aantal onderzoeken wijst zonder verpinken de schuldigen aan: de kinderen. En daar is een verklaring voor. Uitgerekend als de carrière van de man in een stroomversnelling geraakt, kampt de vrouw met time-outs. het eerste kind is het breukmoment. Vooral deeltijds werk is een valstrik. De lagere promotiekansen van vrouwen hangen nauw samen met de deeltijdse afwezigheid op de werkvloer. Niet alleen creëert een kortere werkweek eerlijker kansen voor vrouwen door deeltijdwerk te beteugelen, de kortere werkweek moet samen met het langere vaderschapsverlof beide geslachten toelaten betaalde en onbetaalde arbeid fair te verdelen. (pagina 222-223)

Lees ookNeem de tijd : overleven in de to-go maatschappij van Koen Haegens uit 2012.

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 11 december 2018

Herman Tjeenk Willink


Groter denken, kleiner doen : een oproep

Prometheus 2018, 118 pagina's € 15,--

Wikipedia: Herman Tjeenk Willink (1942)

Korte beschrijving
In dezelfde maand (december 2018) dat de commissie-Remkes aanbevelingen doet voor hervormingen van ons politiek stelsel, verschijnt deze 'oproep' van Herman Tjeenk Willink (1942). De doorgewinterde politicus maakt zich ernstig zorgen over het functioneren van de Nederlandse staat. Door de ontzuiling is volgens hem de verbinding tussen mensen onderling in de knel geraakt. In plaats van wat men van de regering verwacht, hoort men slechts waarop deze bezuinigt. De auteur verzet zich tegen het bedrijfsmatig denken van de overheid. 'Een BV Nederland betekent uiteindelijk het failliet van de democratische rechtsorde'. Hij bepleit een publieke herwaardering van de rol van de onafhankelijke journalistiek om te voorkomen dat die wordt overgenomen door de markt. Ook een herijking van Europa als normatief concept staat op zijn wensenlijst. 'Het functioneren van de rechterlijke macht, ons kiesstelsel, ons bankwezen, et cetera, het vraagt allemaal om positie kiezen, onze stem verheffen, het debat aangaan en uiteindelijk onze eigen grenzen trekken'. Goed samengesteld politiek manifest!

Tekst op website uitgever
Het gaat goed met Nederland. De economie groeit, de werkloosheid daalt, de financiën lijken op orde. Gaat het (dus) ook goed met onze democratische rechtsstaat? Bij Herman Tjeenk Willink, voormalig voorzitter van de Eerste Kamer en oud-vicepresident van de Raad van State, rijst steeds vaker de angstige vraag: hoe stevig zijn onze instituties als het er echt om gaat spannen? Hoe ‘Heldhaftig, Vastberaden en Barmhartig’ zijn wij, burgers, als medeburgers buiten de maatschappelijke orde worden verklaard? Wat blijft er van de democratische rechtsstaat over als feiten en waarden het afleggen tegen beelden en sentimenten? In de afgelopen veertig jaar heeft Herman Tjeenk Willink zich in al zijn functies ontpopt als een onvermoeibaar verdediger van de democratische rechtsstaat en geharnast tegenstander van de overheid als bedrijf. De ontwikkelingen van de laatste jaren en zijn vele gesprekken, vooral met professionals op de werkvloer, rechters en betrokken burgers, hebben hem ertoe verleid zijn gedachten opnieuw tegen het licht te houden. Groter denken, kleiner doen is een even noodzakelijk als verrassend antwoord op de problemen en uitdagingen van onze tijd.

Fragment uit II.1 het belang van het publieke debat
Willen we de democratische rechtsorde overeind houden, dan is een publieke herwaardering van de rol van de onafhankelijke journalistiek nodig. Haar vermogen informatie te wegen, verbanden bloot te leggen en aandacht te schenken aan de ontwikkelingen achter de incidenten. Haar opdracht, met feiten onderbouwd, gezagsdragers tegen te spreken en de andere werkelijkheid een kans te geven. Haar doel burgers in staat te stellen zelf een eigen oordeel te vormen.

Burgers in een democratische rechtsorde zijn medeverantwoordelijk voor de instandhouding en ontwikkeling van die onafhankelijke journalistiek. Het is ook een misverstand te menen dat burgers geen belangstelling hebben voor verhalen over nieuwe inzichten en wel over het schandaal van de dag; geen belangstelling voor sociale dilemma's waarmee burgers worstelen en wel voor het laatste politieke incident. Is dat misverstand ook niet een gevolg van journalistieke gemakzucht?
  Politici moeten erkennen dat onafhankelijke journalistiek niet uitsluitend aan de markt kan worden overgelaten. Dat geldt niet alleen voor de onderzoeksjournalistiek, maar bijvoorbeeld ook voor de journalistieke taak van de publieke omroep. Dat geldt niet alleen, maar vooral ook regionaal en plaatselijk.
  Zo zou ook meer aandacht mogelijk worden voor de vele debatten die wel degelijk worden gevoerd, maar nu de publiciteit niet halen. Debatten tussen betrokken burgers, in beroepsgroepen en tussen deskundigen over nieuwe ontwikkelingen voor bestaande maatschappelijke problemen. Ze worden vaan van onderop ontwikkeld; in de zorg, in de landbouw, in het onderwijs, in de sociale zekerheid. Ze representeren een andere werkelijkheid en doorbreken ingesleten patronen. Bestaande posities en belangen zullen zich vaak tegen deze vernieuwingen van onderop verzetten. Ook daarom verdienen zij meer publieke aandacht. In een democratische rechtsorde is aandacht voor 'de andere werkelijkheid' essentieel. (pagina 38-39)

Uit een artikel over dit boek
De gevolgen zien we dagelijks zegt hij. 'Uitvoerders die bezuinigingen, reorganisaties, verandering van taken, verhuizingen en digitalisering hebben doorstaan, voelen zich in de steek gelaten. Als de Belastingdienst een vertrekregeling aankondigt, maken daar zesduizend mensen gebruik van. Dat zegt iets over het gebrek aan arbeidsvreugde.'
  Volgens Tjeenk Willink hebben we te maken met een 'sluipende crisis' die niet met organisatorische maatregelen - een reorganisatie hier, een betere manager daar - kan worden verholpen, als is die suggestie vaak wel gewekt. 'Het is een politieke crisis die de politiek niet op eigen kracht kan oplossen. De politiek weet niet meer wat de eigen functie is. Politiek is vooral besturen en financieel beheer geworden. En als de vertegenwoordigende democratie hapert, komt het op de maatschappelijke democratie, de burgersamenleving aan.'
  Publieke diensten zijn over een breed politiek front te lang verwaarloosd. 'Ondanks alle verschillen waren politieke partijen het decennia lang altijd over één ding eens: maximaal haalbare bezuinigingen op het openbaar bestuur, terwijl er steeds meer taken bij kwamen.'
  Ik hoor dat we sterke politici nodig hebben met moreel leiderschap. Ik weet niet eens wat daar precies mee wordt bedoeld. Ik weet wel dat leiderschap niet voldoende is om de betonrot aan te pakken.'  (Tjeenk Willink: 'We zijn de publieke zaak structureel aan het uithollen', FD 11 december 2018)

donderdag 6 december 2018

Ad Verbrugge, Govert Buijs & Jelle van Baardewijk


Het goede leven en de vrije markt : een cultuurfilosofische analyse

Lemniscaat 2018, 452 pagina's  - € 29,95

Wikipedia: Ad Verbrugge (1967) en website Centrum Èthos: Govert Buijs (1964) en Jelle van Baardewijk (1982)

Winnaar Socratesbeker voor het 'beste' filosofieboek van 2019

Korte beschrijving
Centraal in deze lijvige cultuurfilosofische studie staat de vraag wat het goede leven is en hoe de vrije markt het zicht op het goede leven verruimt dan wel belemmert. Door de eeuwen heen zijn verschillende visies op het goede leven geformuleerd, maar volgens de auteurs staan daarin vijf dimensies centraal: relaties met medemensen, instituties, het lichaam, de natuur en de zindimensie. De auteurs laten in het eerste deel zien hoe de menselijke vrijheid centraal kwam te staan in visies op het goede leven en ook ten grondslag ligt aan de moderniteit en de vrijemarkteconomie. In het tweede deel laten ze zien hoe de moderniteit en de vrije markt van invloed zijn geweest op de vijf dimensies van het goede leven. Hun visie is tamelijk donker: zij zien de vrije markt als een nieuwe dwangbuis waarin de vrijheid van de mens teniet wordt gedaan. Een nieuwe visie op mens en wereld is nodig. Het derde deel bevat vertaalde tekstfragmenten. Goed geschreven boek, primair bedoeld als examenkatern in het filosofieonderwijs op het vwo, maar interessant voor een breed publiek. Voorzien van illustraties in zwart-wit en een register.

Tekst op website uitgever
De vrije markt is overal: ze verspreidt zich over de hele wereld en haar rol in ons persoonlijke leven is groter dan ooit. Allerlei goederen en diensten zijn toegankelijk geworden voor steeds meer mensen en het mondiale welvaartsniveau was nooit eerder zo hoog. Toch dringt zich de laatste jaren ook de vraag op naar de schaduwkanten van de globaliserende markt. Wat gebeurt er met een samenleving als allerlei maatschappelijke sectoren steeds meer in termen van de markt worden uitgelegd? Wat doet het met de kwaliteit van onze relaties als mensen zichzelf en elkaar als homo economicus opvatten en zij zichzelf gaan begrijpen als producerende, consumerende en concurrerende individuen? Bovendien, kunnen we ons op de lange termijn wel een dergelijke economische bedrijvigheid veroorloven, bijvoorbeeld ten opzichte van de natuur? En welke rol speelt de moderne techniek in dit verband?

Fragment uit hoofdstuk 8. de Januskop van instituties
7. Een nieuwe lange weg door de instituties?
Van oudsher beschikken mensen over het vermogen om instituties in te richten om de onzekerheid en dreigende destructiviteit van de natuur en van menselijke relaties tegen te gaan. Maar soms is het middel erger dan de kwaal: instituties kunnen zelf knechtend en onderdrukkend worden. Momenteel worden in allerlei maatschappelijke sectoren keiharde afrekenregels en prestatiemodellen gehanteerd, die het goed leven eerder lijken te fnuiken dan te bevorderen.
  Tevens lijkt het van eminent belang dat er een subtiele machts- en samenwerkinsbalans bestaat tussen de diverse institutionele domeinen, tussen markt, overheid,civil society en kennisinstituten (scholen, universiteiten). Alleen wanneer zij elkaars uitwassen in toom houden, zijn ze gezamenlijk in staat het goede leven te faciliteren. Een allesbeheersende familiesfeer, zonder staat of markt, leidt al snel tot maffiapraktijken en/of tribalisme, is totaliteit; een marktsfeer zonder ene duidelijk regulerende overheid en ook respect voor het private leven, levert een neodarwinistische wereld van 'struggle for life' en 'survival of the fittest' op, waarin grote inkomens- en vermogensconcentraties samengaan met verpaupering en fysieke en/of psychische uitbuiting. Het heeft er alle schijn van dat de hier bedoelde balans in de laatste jaren vergaand verstoord is ten gunste van een qua reikwijdte ongeremd marktdenken dat inhoudelijk tegelijk heel beperkt is. (pagina 221)

Lees ook Tijd van onbehagen : filosofische essays over een cultuur op drift (uit 2004) en Staat van verwarring : het offer van liefde (2013) van Ad Verbrugge.

Terug naar Overzicht alle titels