zaterdag 13 februari 2016

Jan Drost

Denken helpt
De Bezige bij 2015, 367 pagina's - € 19,90

Jan Drost (1975)

Korte beschrijving
De auteur probeert aan te tonen hoe denken, filosoferen helpt bij het vormgeven van je leven – vandaar de wat therapeutisch aandoende titel. Zijn centrale stelling is dat filosofie helemaal niet zweverig is, maar dat niet nadenken over je leven juist zweverig is. Dat het juist vreemd is als je je niet bewust bent van je vrijheid. Hij gaat daarbij uit van het werk van enkele filosofen (min of meer chronologisch geordend, maar behoorlijke sprongen makend in de tijd): Epicurus, stoïcijnen, Aristoteles, Spinoza, Sartre en in het slothoofdstuk komt ook Foucault nog uitgebreid aan bod. De aanpak is steeds vergelijkbaar: via het wereld- en mensbeeld dringt Drost door in de geluksethiek van genoemde filosofen: hoe een goed leven te leiden. De toon daarbij is zeker niet zwaarwichtig, maar juist speels. De laatste jaren verschijnen veel titels op het terrein van de geluksethiek, maar, op een enkele uitschieter na, is dit een van de betere boeken. Jan Drost (1975) is een Nederlands schrijver en filosoof, gespecialiseerd in cultuurfilosofie en onder andere verbonden aan The School of Life Amsterdam. Hij schrijft ook voor diverse (dag)bladen.

Fragment uit de Inleiding
Er zijn mensen die filosofie zweverig vinden. Het is zo vaag, met al die grote vragen naar goed en kwaad en de zin van het leven. Ik zou het willen omdraaien: filosofie zweverig? Niet nadenken over je leven, dat is pas zweverig.
  Wie zichzelf nooit de grote vragen stelt leeft zomaar, omdat hij er nu eenmaal is. En volgens mij houdt geen mens dat een leven lang vol. Vroeg of laat zal iedereen willen weten of zijn bestaan zin heeft of niet. Of de dood het einde is, en zo ja, wat dat betekent voor het leven nu, en zo nee, idem dito. Niemand ontkomt aan de grote vragen. Je kunt ze proberen uit de weg te gaan, maar dan houd je jezelf voor de gek en waarschijnlijk weet je dat ook wel.
  Denken begint vaak wanneer we tegen moeilijkheden aan lopen. Zodra het vanzelfsprekende ophoudt vanzelf te spreken moet er gedacht worden. Al was het maar in een poging ons gerust te stellen door de stem van de gewoonte, die merkwaardige stem die je pas hoort als hij zwijgt. Voor je het weet, dienen zich vragen aan. Waarom moet mij dit overkomen? Waar heb ik dit aan verdiend? Wie ben ik? Wat doe ik hier? Waar ben ik eigenlijk? Waar ben ik mee bezig? En wie ben jij? Is er iets wat ik kan doen als ik bang ben of verdrietig, of het idee heb dat mijn leven volkomen zinloos is? Heb ik mijn geluk in mijn eigen hand? Wat is geluk? Kan ik iets veranderen aan mijn lot en dat van anderen, of zijn wij weerloze speelballen naar wier mening niet wordt gevraagd?
  Belangrijke vragen. Maar heeft het zin over die vragen na te denken? Helpt het, verandert het iets? Word ik er een beter, gelukkiger mens van? Waarom de moeite nemen om na te denken en te filosoferen? Wellicht zijn de armen van geest zaliger. Dus waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan? (pagina 11-12)

Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen