dinsdag 9 april 2024

Cyrille Offermans 3

Een koord boven de afgrond
De Arbeiderspers 2024, 616 pagina's € 32,50

Wikipedia: Cyrille Offermans (1945)

Korte beschrijving
Een verzameling diepgaande notities en essays over literatuur, cultuur en politiek. Dit boek van Cyrille Offermans is een combinatie van intellectuele essays en intimistische dagboeken, waarin hij zichzelf opnieuw uitvindt. Het boek legt een verband tussen de lees- en klimaatcrisis, beide fundamenteel en bedreigend. De oorlog in Oekraïne vormt een rode draad. Offermans stelt dat welvarende West-Europeanen hun leven en ingesleten consumentengedrag zullen moeten veranderen. Hij benadrukt de onbegrensde bewegingsmogelijkheden in de domeinen van de geest, en spreekt zich uit tegen het ordinaire aanbod van de markt. Persoonlijk, maar ook formeel en talig geschreven. Met veel verschillende soorten foto’s en illustraties in zwart-wit. Geschikt voor een geoefende lezersgroep. Cyrille Offermans (Geleen, 1945) is een bekende Nederlandse schrijver, criticus en essayist. Hij schreef vele boeken. Zijn werk won meerdere literaire prijzen, zoals de Busken Huetprijs, de J. Greshoff-prijs en de Pierre Bayle-prijs.

Tekst op website uitgever
‘Is het vergezocht de lees- en de klimaatcrisis in één adem te noemen? Mij lijkt van niet. Beide zijn even fundamenteel als bedreigend. Wij, welvarende, verwende, in de spullen omkomende West-Europeanen zullen ons leven moeten veranderen; maar zonder een vergaande deconditionering van ons ingesleten consumentengedrag zal dat niet lukken. Een lezer heeft daarmee minder moeite. Zo iemand is bekend met de onbegrensde, principieel voor iedereen toegankelijke bewegingsmogelijkheden in de domeinen van de geest. Ze maken hem in hoge mate immuun voor het ordinaire aanbod van de markt.’ Cyrille Offermans vindt zichzelf opnieuw uit in zijn journalen, die het midden houden tussen intellectuele essays en intimistische dagboeken.

Fragment uit Juni
De filosoof van het maatgevoel

Er zijn maar weinig foto's van hem in omloop, documentaires over of met hem al helemaal niet. Ook herinner ik me geen enkel optreden in een talkshow of een tv-interview naar aanleiding van een nieuwe boek, hoe indrukwekkend zijn bibliografie inmiddels ook is. Als geen ander illustreert zijn publieke status de even dodelijke als treurigstemmende mediawet van de omgekeerde evenredigheid: hoe hoger iemands intellectuele of creatieve niveau, hoe geringer de aandrang bij televisiebazen hem voor de camera's te halen.

Ik heb het over Ton Lemaire (1941), sinds een halve eeuw de belangrijkste Nederlandse antropologische filosoof, zeker als het aankomt op waarschuwingen voor de mondiale ecologische catastrofes die zich, allang niet meer sluipenderwijs, voor onze ogen voltrekken. 

Geboren in Rotterdam, maar opgegroeid in Noord-Limburg zwierf hij omstreeks zijn veertiende al verrukt en met open zinnen in het Leudal, zich ook toen al bewust van de bedreiging van al het natuurschoon. Hij studeerde in Nijmegen en Parijs, werd docent cultuurfilosofie in Nijmegen en was actief in diverse milieu- eb natuurbeschermingsorganisaties. In de jaren zeventig en tachtig oogstte hij algemene lof met persoonlijke en originele boeken als Filosofie van het landschap, De indiaan in ons bewustzijn en Binnenwegen.

Dat veranderde omstreeks 1990, toen hij, gefrustreerd door zijn academische werk en door de opzichtige politieke desinteresse in wat toen nog tamelijk onschuldig de 'milieucrisis' heette, de universiteit vaarwel zei en zich als ecoboer en schrijver vestigde in ene dorp in de Dordogne, waarna hij het volstrekt onterechte imago kreeg van een geflipte geitenwollensok, met wie graag de draak werd gestoken. Zelf zag hij zich, voor zijn doen nogal pathetische, als een 'ecologische vluchteling'.

In Frankrijk vond hij de rust, de stilte, de ruimte en de nog min of meer onaangetaste natuur die hij in Nederland steeds meer begon te missen. Door de schaalvergroting van de landbouw, de verstedelijking, de explosieve groei van industrieterreinen en de even explosieve uitbreiding van infrastructurele voorzieningen was het aanzien van Nederland in korte tijd dramatische veranderd. 'Wat is de natuur nog in dit land? Een stukje bos ter grootte van een krant', verzuchtte de dichter, en Lemaire was het met hem eens. Nederland werd een opslagplaats, een distributiecentrum, een doorvoorhaven, een plek zonder eigenschappen, een 'non-lieu', in de woorden van zijn Parijse collega-antropoloog Marc Augé. Natuurliefhebbers hadden hier niets meer te zoeken. (pagina 482-483)

Lees ook: Een iets beschuttere plek misschien (uit 2018) en Midden in het onbewoonbare (uit 2020)

Terug naar Overzicht alle titels


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen