zaterdag 5 januari 2013

Michiel van Elk


De gelovige geest : op zoek naar de biologische en psychologische wortels van religie

Bert Bakker 2012, 271 pagina's - € 19,95

Website Michiel van Elk (1980) en informatie over De gelovige geest

Korte beschrijving
Eindelijk eens een boek dat het onderzoek dat de afgelopen decennia gedaan is naar psychologische, neurowetenschappelijke en evolutionaire verklaringen van religieuze verschijnselen op een serieuze, neutrale en bijzonder leesbare wijze beschrijft. Ofschoon Van Elk, psycholoog en neurowetenschapper en co-auteur van 'Het babybrein' (2010), het geloof achter zich heeft gelaten, laat hij in dit boek zien dat hij het christelijk geloof van binnenuit kent. Op zakelijk-neutrale wijze beschrijft Van Elk welke inzichten de huidige wetenschap verschaft ten aanzien van religieuze ervaringen, wondergeloof, antropomorfe godsbeelden, gebedsgenezing, parapsychologie en meditatie. Nergens schrijft hij rancuneus of neerbuigend over religie, en in de epiloog beschrijft hij helder dat de reductionistisch-atheïstische conclusies van bijvoorbeeld Richard Dawkins en Dick Swaab niet noodzakelijk volgen uit de natuurwetenschappelijke gegevens. Aan het eind van het boek blijkt: religie is zo gek nog niet. Een boek dat er in het Nederlands taalgebied nog niet was en dat gelovigen én ongelovigen zal verrassen en boeien. Met literatuurverwijzingen in eindnoten en registers op personen en onderwerpen.

Interview uit het Reformatorisch Dagblad: Wij zijn veel meer dan ons brein (november 2012)

Fragment uit de Epiloog - God in ons brein?
De vraag of er een hogere werkelijkheid bestaat, kan niet beslist worden op basis van neurologische gegevens. Populairwetenschappelijke publicaties die spreken van de godspot in het brein of het relikwabje, geven een verkeerd beeld van de werkelijkheid. God is zeker niet in het brein terug te vinden. Net zomin als onze beste vrienden, familie of onze persoonlijkheid zijn aan te wijzen in het brein. De reductionistische benadering waarbij allerlei complexe processen gereduceerd worden tot louter hersenactiviteit, is gedoemd om te falen. Wij zijn niet ons brein. We zijn veel meer dan ons brein: we hebben een lichaam, een persoonlijkheid, een eigen geschiedenis, een sociaal netwerk. Dit alles vormt een deel van wie zij zijn.

Terug naar Overzicht alle titels

vrijdag 4 januari 2013

Robert & Edward Skidelsky


Hoeveel is genoeg? : geld en het verlangen naar een goed leven

De Bezige bij 2013, 320 pagina's - € 19,95

Oorspronkelijke titel: How Much is Enough? Money and the Good Life (2012)

Wikipedia: Robert (1939) & Edward Skidelsky

Korte beschrijving
In dit boek - een aanklacht tegen economische onverzadigbaarheid - zetten vader & zoon Skidelsky grote vraagtekens bij het blinde geloof in groei. Ze vertrekken van een niet uitgekomen voorspelling uit 1930 van de beroemde econoom Keynes, en staven hun vlot geschreven verhaal met veel cijfers en citaten uit recent onderzoek. Ze specificeren de titelvraag nader tot: hoeveel is genoeg 'voor een goed leven'? In navolging van Aristoteles formuleren ze daarvoor ook criteria: gezondheid, vriendschap, veiligheid, respect, persoonlijkheid, harmonie met de natuur en ontspanning. De 'homo consumens' moet zichzelf beperkingen opleggen, want van het kapitalistische systeem zullen die niet komen. Om de mens in de goede richting te sturen moet de overheid maatregelen nemen, zoals basisinkomen voor iedereen, beperking van reclame, progressieve belasting op consumptie - niet op inkomen. Radicale en gedurfde ideeën, door 'rechts' als utopisch weggezet. Sobere uitvoering: geen illustraties, op enkele diagrammen na. Met eindoten en register.

Klik hier voor het artikel Economic possibilities for our grandchildren (uit 1930) dat zo'n belangrijke rol speelt in dit boek.

Tekst van uitgever om het boek 'neer te zetten'
Iedereen heeft de mond vol van ‘goed leven’. Maar wat houdt dat eigenlijk in? En waarom werken we ons te pletter om steeds meer rijkdom te vergaren? Het zijn vragen die ons nog meer bezighouden sinds de economische crisis is losgebarsten. Robert en Edward Skidelsky zoeken een antwoord bij de Britse econoom John Maynard Keynes. Die voorspelde in 1930 dat we binnen de eeuw in een land van melk en honing zouden leven: ons inkomen zou alleen maar toenemen en we zouden niet meer dan vijftien uur per week moeten werken.

De Skidelsky’s vertellen hoe en waarom Keynes zich heeft vergist. Volgens hen heeft de economie een morele dimensie gehad sinds het begin van onze beschaving. Die zijn we uit het oog verloren. Daarom moeten we opnieuw bepalen wat in ons leven echt belangrijk is.

Korte beschrijving
In dit boek - een aanklacht tegen economische onverzadigbaarheid - zetten vader & zoon Skidelsky grote vraagtekens bij het blinde geloof in groei. Ze vertrekken van een niet uitgekomen voorspelling uit 1930 van de beroemde econoom Keynes, en staven hun vlot geschreven verhaal met veel cijfers en citaten uit recent onderzoek. Ze specificeren de titelvraag nader tot: hoeveel is genoeg 'voor een goed leven'? In navolging van Aristoteles formuleren ze daarvoor ook criteria: gezondheid, vriendschap, veiligheid, respect, persoonlijkheid, harmonie met de natuur en ontspanning. De 'homo consumens' moet zichzelf beperkingen opleggen, want van het kapitalistische systeem zullen die niet komen. Om de mens in de goede richting te sturen moet de overheid maatregelen nemen, zoals basisinkomen voor iedereen, beperking van reclame, progressieve belasting op consumptie - niet op inkomen. Radicale en gedurfde ideeën, door 'rechts' als utopisch weggezet. Sobere uitvoering: geen illustraties, op enkele diagrammen na. Met eindoten en register.

Fragment uit de Inleiding
Dit boek wil een betoog zijn tegen onverzadigbaarheid, tegen het rupsje-nooit-genoegdenken, tegen de psychologische instelling die ertoe leidt dat wij, als individu én als samenleving, nooit eens zeggen 'genoeg is genoeg'. We nemen stelling tegen economische onverzadigbaarheid, de drang naar steeds meer geld dus. We houden ons vooral bezig met de rijke delen van de aarde omdat je toch redelijkerwijs mag veronderstellen dat die genoeg rijkdom hebben voor een fatsoenlijk collectief bestaan.
Voor de arme delen van de wereld, waar de grote meerderheid van de bevolking nog steeds in armoede leeft, is onverzadigbaarheid een probleem voor de toekomst. Maar in rijke én arme samenlevingen komt onverzadigbaarheid voor als rijken het veel breder kunnen laten hangen dan de gemiddelde burger.

Nieuwsuur - 27 maart 2013 / Nexus - 28 maart 2013
Vader Robert Skidelsky was eind maart 2013 in Nederland. Om zijn boek te promoten én als hoofdgast op een Nexus-conferentie, met als titel .... How much is enough?
Een dag eerder werd hij in Nieuwsuur ondervraagd over zijn boek. Klik hier om dit item van 6 minuten te bekijken (vader in een bootje in Amsterdam).

Artikel: Normaal? - Pompjes laten ontwerpen die te veel zeep afgeven zodat mensen er meer van gebruiken. (april 2013)

Terug naar Overzicht alle titels


dinsdag 25 december 2012

Hennie Gosselink, een van de Lezers van Stavas, stuurde op kerstavond onderstaande tekst op. Waarin ze het boek van Notker Wolf koppelt aan de aanstaande lezing van Peter Westbroek en een artikel op dit blog over dat boek (waarin o.a. James Lovelock van de Gaia-theorie genoemd wordt).

Kerstvakantiehuiswerk.    24 dec. 2012

Dag Hans en alle andere Lezers van Stavast.

Even geklikt op de teksten van Lovelock.
Wat angstaanjagend !
De wereld vergaat niet maar het mensdom wel !
Vreemd dat Engeland blijft bestaan .
Grapje ?

Nu mijn gelezen boek: Waarop wachten wij. Een monnik klaagt het avondland aan.
Door Abt Notker Wolf.

Na een prachtig, bijna opruiend eerste hoofdstuk volgt de uitleg van de oproep.( zie titel)
Een belangrijk woord dat de schrijver steeds weer gebruikt is: " de achtenzestigers".
Daar heeft Abt Wolf blijkbaar iets mee te verhapstukken !
Wat zegt hij hierover ?
Uitleg : De " achtenzestigers" zijn jonge Duitse mensen die in 1968 gingen rebelleren
tegen het gezag.
Het begon in München, de stad waar Wolf zelf studeerde en waar hij zijn bewondering
voor popmuziek en zijn gitaarspelen aan overgehouden heeft.
Wat bezielde die studenten ?
Ze konden het schuldgevoel : kinderen van Nazi - Duitsland te zijn niet langer dragen.
De totale verloedering sloeg toe. Vrijheid werd ongebondenheid, anti- autoritair, eigenlijk
dus als reactie op het Nazisme.
blz.75 : " Dat erfgoed is ondraaglijk"
blz.77 : " Het doel van de Duitse cultuurrevolutie is de bevrijding van de schuld van de vaders.
De oude orde wordt op drie vlakken bevochten; op het vlak van de politiek, van de inrichting
van het leven en dat van de opvoeding, kortom een zuiveringsproces.
Er kwam geen nieuwe invulling van vrijheid, eerder een onverdraagzaamheid, nihilisme,
Overal tegen zijn, gewetenloos leven.
Wolf noemt deze Duitse cultuurrevolutie net zo belangrijk als de Franse Revolutie.
Geen God meer, geen hiernamaals, geen vaders, geen schuld, geen verantwoordelijkheid,
geen schaamte, kortom geen geweten. Alle respect is verdwenen.
Er is alleen nog een elfde gebod : " Laat je niet pakken."

Nu mijn verbazing.

Dat is me nog al wat, wat Wolf schrijft !
Maar....... " de achtenzestigers" is een mij totaal onbekende uitdrukking.
Ik ken " de vijftigers"' iets heel anders.
Is mij dat allemaal ontgaan in die tijd?
Ik leefde toen toch ook, en hoe ! Ik zat midden in de kleine kinderen.
Was ik daardoor zo afgeleid van het wereldnieuws ?

In Nederland bestond toen wel zoiets als de " provo's", " flower power" , lange haren
drugsgebruik , popmuziek, kapotte kleren dragen, vrije sex enz.
Daarover lees ik nauwelijks iets in dit boek.
Bovendien hadden wij Nederlanders toch niets " af te rekenen " met het Naziverleden .
Is het Avondland alleen Duitsland ?
Geldt de oproep alleen hen ?

Dan gaat me een licht op!
Hé , in die tijd studeerde mijn Duitse schoonzoon ( liefhebber van Heinrich Heine )
Germanistiek in München.
Hij is ooit verhuisd naar Nederland. Waarom .?  Toch eens met hem over hebben.

En wat vinden jullie lezers ?

Ook zo geboeid door die Duitse revolutie?
Of leefde je toen nog niet en heb je er later over gehoord bij Geschiedenis ?

Ben ik de enige die de impact ervan niet kent?


En nu?

Ik kan het niet laten Abt Notker Wolf gerust te stellen.

Mijn lieve kleinzoon ( met een Joodse voornaam ) , 14 jaar, tweede klas gymnasium
voorsprong bij Duits, milieubewust, gaat naar het kerstbal op school ( 2012) in een
Colbertje, wit overhemd en dasje. Hij turnt als Epke Zonderland, roeit, rijdt paard en
speelt viool. Kortom een brave, stoere jongen om trots op te zijn!
Toen hij mij gisteravond opbelde zei hij op het eind: Slaap maar lekker Oma!

Ik wou dat Abt Wolf dat ook eens zou horen uit de mond van zo'n jochie.

Trouwens
Zijn Duitse Opa, die vocht in W.O.II  wordt vergeleken met mijn Vader, die luitenant
was in W.O. I. Die laatste droeg zelfs een sabel bij zijn Nederlandse militaire uniform
op zijn trouwdag in 1919. Kun je nagaan !
Mooie foto's trouwens van beide mannen.


En zo zijn alle plooien weer glad gestreken.


Nu nog even dat milieuprobleem van Lovelock oplossen.

Gelukkig Nieuwjaar iedereen !

dinsdag 18 december 2012

Cinecittá laatste opflikkering Romeinse glorie


Op dinsdag 18 december 2012 stond onderstaand artikel van Henri van der Steen in het Brabants Dagblad. De weergave van een gesprek met historicus en Lezer van Stavast Henk Buijks.

Moordenaars werden in de middeleeuwen soms op pelgrimstocht gestuurd. Henk Buijks besloot niemand om zeep te helpen en vrijwillig op stap te gaan naar de Eeuwige Stad, zoals hij als leraar geschiedenis al eind jaren zeventig een stel leerlingen per trein op sleeptouw nam naar Rome, Florence en Pompeii. De historicus uit Heesch haalde Rome niet; hij liep door onderschatting een blessure op. Maar die laatste 300 kilometer gaat hij nog eens voltooien! Rome en zijn geschiedenis zijn al vele malen beschreven, maar zelden zo indringend als Robert Hughes, een van de grootste kunstcritici aller tijden - die enkele maanden geleden overleed. Hij schreef De zeven levens van Rome, dat net voor zijn dood werd gepubliceerd, een vuistdik boek, dat Henk Buijks gerust 'magistraal!' noemt, mét uitroepteken. Het is, uit de aard van Hughes, wel hier en daar een controversieel boek, althans een boek waarover te twisten valt. Buijks: "Hughes ziet in de 20ste en 21ste eeuw geen grote kunstenaars meer, hij kraakt alles af, het is een en al Bernini bij hem. Terwijl ik denk dat Cinecittá, met Fellini, in elk geval een laatste opflakkering van Romeinse glorie is geweest. Hughes eindigt somber, met Rome vol toeristen."

Dat is niet zo gek, want waar toeristen drommen, is de schoonheid doorgaans ver weg. Kijk eens naar het monsterlijk grote monument voor Cavour ... Buijks: "Het is schandalig wat daar voor heeft moeten wijken!" Rome en schoonheid is het oude Rome. Hoewel Buijks ook een kanttekening maakt. "Het bestuur bij de Romeinen, dat was eigenlijk hun grootste kunst, al was het een slap aftreksel van de Griekse staten. Zegt Hughes. Dat klopt wel, denk ik. Dan vraag je je af: zijn de Grieken van nu de oude Grieken, zoals je je kunt afvragen of de Italianen van nu nog iets hebben van de oude Romeinen. Ze spreken dezelfde taal, maar Griekenland is heel lang overheerst geweest door de Turken."

Zo moet je boeken lezen, zoals Buijks dat doet: kritisch, met reflectie op wat was. Daarom kan hij moeilijk leven met Griekse graaiers en het zwarte circuit in Italië. En de maffia. Maar: "Dan moet je toch ook weten waar die maffia vandaan komt. Die is ontstaan omdat in Zuid-Italië de plattelandsbevolking altijd schunnig werd behandeld door het landsbestuur.

Alles moet dus gerelativeerd, ook Robert Hughes' magistrale boek.
Buijks: "Mijn kritische puntjes: geen kaarten, te weinig afbeeldingen, die bovendien onhandig zijn geplaatst, het mooie totaalbeeld wordt in de periode 1600-1800 onderbroken door een focus alleen op kunst en als Nederlander mis ik de zouaven, die toch mooi hadden gepast in het hoofdstuk over het ultramontanisme." Hij ontdekte ook interessante parallellen, tussen de wagenmenners van toen en stockcarracers van nu, de relikwieën-verering van toen en de voorwerpenhysterie van nu, de veel te dure kunst van toen en ... de veel te dure kunst van nu.

Homepage Artikelen uit het Brabants Dagblad

maandag 17 december 2012

Algemene ontwikkeling is noodzaak

Af en toe krijg je als Lezer van Stavast als het ware een steuntje in de rug. Hard nodig als tegenwicht tegen de opmerkingen van velen dat de opgave die Lezers van Stavast zich zelf opleggen om één (heel, serieus non-fictie) boek per week te lezen per week schier onhaalbaar is voor een 'normaal' mens. En waarom zou je jezelf dat in je vrije tijd aandoen?

Op zaterdag 15 december hield ene Frederieke Leeflang in het Financieel Dagblad in de wekelijkse rubriek Brandende kwestie een pleidooi om je juist wél breed te ontwikkelen onder de kop 'Algemene ontwikkeling is noodzaak'. In dat korte artikel noemt ze het woord lezen amper. Het is een oproep die ze vooral richt tot relatief jonge, hoogopgeleide mensen. En in haar oproep wordt impliciet naar verschillende boeken verwezen die voorkomen op de LVS-literatuurlijst. Mevrouw Leeflang (1969) is werkzaam bij Van Boekel de Nerée advocaten.

Het stuk begint ijzersterk met de volgende zinnen
De generaties die opgroeien met digitale media kunnen niet om de vraag heen hoe zij tot verdieping en verbreding van hun kennis en inzichten komen. Want die zijn essentieel voor mensen die in kennisintensieve sectoren actief willen zijn.

Ze merkt terecht iets op over de alom aanwezig zijnde digitale mogelijkheden
De digitalisering van onze informatievoorziening heeft grote voordelen. Informatie is snel toegankelijk en dat is een verrijking. Je kunt de hele dag op je smartphone het nieuws volgen en je kunt op ieder moment van de dag iets opzoeken via internet.

Maar, dat digitale 'paradijs' heeft een schaduwkant
Maar daar staat tegenover dat we door de digitalisering voortdurend blootstaan aan prikkels. Er komt voortdurend snelle, maar weinig diepgaande informatie op ons af. We hebben ook het gevoel dat we snel op die prikkels moeten reageren.

Snel en veel levert echter niet altijd meer kwaliteit op
Daarin schuilt het gevaar dat we ons handelen te veel door dit hoge tempo laten bepalen. De digitale generaties kunnen snel en resultaatgericht werken, maar daar staat tegenover dat de reacties vaak niet voldoende doordacht en onderbouwd zijn.

Eerder vervlakking, ondermijning van diepgang. Juist in sectoren waar dat wel van belang is
Als we niet oppassen, blijven we steken in snelle meningen op basis van snelle informatie, omdat onze omgeving dat van ons zou verwachten. Dat leidt niet alleen tot vervlakking van het maatschappelijke debat, maar ondermijnt ook de kwaliteit van de dienstverlening in beroepen waar het juist aankomt op diepgang.

Vervolgens introduceert ze het begrip algemene ontwikkeling. Die door dat hele digitale circus in het gedrang komt.
Ik maak me zorgen dat door de digitalisering het bredere perspectief verloren gaat. Je kijkt anders naar de wereld als je regelmatig literatuur en de achtergrondstukken in de kranten leest. Dat kan uiteraard digitaal, maar het gaat erom dat we ook jonge mensen toerusten om de juiste vragen te stellen. Die verdiepende vragen kun je alleen stellen als je over een zekere algemene ontwikkeling beschikt.

Er is kortom werk aan de winkel. Wie moet het voortouw nemen? Het onderwijs wordt uiteraard weer genoemd (in de week waarin veel proefballonnen werden opgelaten: obesitas, pesten)
Er ligt hier een taak voor het onderwijs, voor de media en voor werkgevers. Zij moeten er op hun manier aan bijdragen dat reflectie meer wordt gestimuleerd. Onderwijsinstellingen moeten niet alleen vaktechnisch goed zijn, maar ook de kritische geest scherpen. Werkgevers kunnen mensen actiever stimuleren zichzelf te verrijken.

Slotconclusie
De digitale generatie heeft persoonlijke ontwikkeling hoog in het vaandel staan, maar zij is daarbij wel sterk individueel gericht.
Bij algemene ontwikkeling hoort ook de bereidheid je inzichten te scherpen aan die van anderen en je oordeel soms nog even op te schorten. Ook de media spelen een belangrijke rol, want zij bepalen in hoge mate de inhoud van het maatschappelijke debat. Deze tijd vraagt niet alleen om snel nieuws, maar ook om achtergronden en kritisch nadenken over hoofd- en bijzaken.

Een mooi slotwoord in de week dat Rob Wijnberg - de ontslagen hoofdredacteur van NRC Next - een nieuw initiatief aankondigt om juist iets aan bovenstaande oproep te gaan doen.

Boeken die in dit verband ook gelezen zouden kunnen worden
Nicholas Carr  Het ondiepe (2011)
Nick Davies  Gebakken lucht (2010)
Alicja Gescinska  De verovering van de vrijheid : van luie mensen, en de dingen die voorbijgaan (2011)
Al Gore  DE aanval op de redelijkheid (2007)
Koen Haegens  Neem de tijd (2012)
Raoul Heertje  Mark Rutte is lesbisch (2011)
Stéphane Hessel  Doe er iets aan! (2011)
René Kahn  De tien geboden voor het brein (2011)
Andrew Keen  Digitale afgrond : hoe de huidige sociale online revolutie ons eenzamer en hulpelozer maakt (2012)
Rob Riemen  Adel van de geest (2009)
Coen Simon   En toen wisten we alles : een pleidooi voor oppervlakkigheid (2011)
Gerard van Stralen  ... En denken! (2012)
Carolien Vader  Het begint met een idee (2011)
Rob Wijnberg  Nietzsche & Kant lezen de krant (2009)

Homepage Achtergrondartikelen

vrijdag 14 december 2012

Els Mommersteeg


Mijn naam is Els Mommersteeg en woon in Ravenstein. Toen ik mei /juni op de website keek van de bibliotheek en de daar de oproep las van om mee te doen aan het project de Lezers van Stavast en 40 boeken in 40 weken te lezen met 40 mensen, heb ik geen moment getwijfeld en mezelf direct aangemeld. Ik lees heel veel, van psychologie tot romans en van esoterie tot 50 tinten grijs.

Nu we alweer bijna 3 maanden verder zijn valt het lezen van iedere week een boek me toch een beetje tegen. Dit zijn boeken over waarden en normen, veelal refererend naar de tijd waarin we nu leven, terwijl sommige boeken al veel eerder zijn geschreven. Een club van bijna 40 mensen die allemaal de interesse hebben in lezen.

Op dit moment ben ik op zoek naar een nieuwe baan en heb ik voldoende tijd om te lezen; zou je denken. Op dit moment ben ik betrokken bij de organisatie van Ravenstein bij kaarslicht wat zaterdag 15 december 2012 plaatsvindt. Ik vervul daar samen met een collega de functie van secretaresse /PR zaken. Het mooiste kerstevenement van de gemeente Oss.

Daarnaast ben ik actief op social media, Twitter, Facebook, Linkedin, Pinterest, etc. Naast mijn eigen Twitter account beheer ik nog 4 Twitter accounts, 3 Facebook accounts en maak ik Facebook Fan/Bedrijfspagina´s voor anderen.

Ik ben betrokken bij een groep op Linkedin genaamd Ervaren Talent. Dit is een opgerichte groep voor werkzoekende van 40 jaar en ouder, MBO opleiding of hoger. Ervaren Talent is een platform wat in het land bijeenkomsten gaat organiseren voor werkzoekende, daar waar het UWV steeds minder middelen tot hun beschikking krijgt om wat voor werkzoekende te doen. Hiervoor beheer ik de Twitter, Facebook en post ik op de Linkedin groep. Daar post ik diverse tools over hoe te zoeken naar zijn/haar droombaan. Verder ben ik notulist bij Stichting Herpen in Woord en Beeld.

Terug naar De Lezers van Stavast

donderdag 6 december 2012

Managers, 80 procent kan worden bedankt


Lezer van Stavast, Henri van der Steen, en journalist van het Brabants Dagblad trok op naar de intieme dijkwoning van Marcel Metze, wiens
De Hoogmoedigen op de titellijst van de Lezers van Stavast staat en ondervroeg hem over dat boek en zijn op handen zijnde lezing op zondag 16 december 2012 in de Groene Engel in Oss.

Nu dus de Amarantis-affaire, houdt het dan nooit op met dat geklungel van die zogenaamde topmannen ...? "Ze zitten in een cultuur en worden gauw ongrijpbaar."

De topmanager van vandaag schijt in zijn broek, hij is permanent bang. Dat denkt en schrijft Marcel Metze in De hoogmoedigen, een pamflet tegen het gilde der stropdassen: 'Al die gouden handdrukken, entreepremies en bonusregelingen zijn misschien ook middelen waarmee managers hun angst voor ontslag, statusverlies en (relatieve) verarming willen bezweren, en waarmee ze willen ontsnappen aan de sterk toegenomen onzekerheid in hun bestaan.'
Metze is vlijmscherp in zijn betoog. 'Overal tref je managers - vaak met flinterdunne kennis van het terrein dat zij aansturen - die vooral bezig zijn met targets, command & control en uitbesteden van taken. De echte beroepsbeoefenaren in de nonprofitsector (leerkrachten, verpleegkundigen, uitvoerende ambtenaren) ervaren deze bemoeienissen vaak als terreur.


Henry Mintzberg, van de 5 p's
Hij schrijft Henry Mintzberg over: 'managers zijn zó met winst en efficiency bezig dat ze het creatieve talent van hun organisatie verstikken. Ze denken dat ze open van geest zijn en gericht op verandering, maar in werkelijkheid streven ze meestal naar formalisering en centralisering.'
In zijn intieme dijkwoning in Ooij verklaart Metze zich natuurlijk graag nader. Hij scharrelt al tientallen jaren door het bedrijfsleven, met name door de wereld van de grote mannen, de managers die er toe doen, of denken dat ze er toe doen. 'De hoogmoedigen' is feitelijk een voorstudie voor een groot, wetenschappelijk onderzoek, "naar de geschiedenis van de manager", zegt hij. "Ik wil de sociaal-culturele rol van de manager nader bestuderen, onderzoek doen naar allerlei ethische vraagstukken, zijn maatschappelijke en sociale verantwoordelijkheid."

Misschien dat de Amarantis-affaire een mooie aanleiding is. Metze onderscheidt alvast twee soorten fouten. "Een regeling kan fout zijn, maar ook een persoon kan fout zijn, als hij van een foute regeling gebruik maakt waarvan hij ook géén gebruik kan maken."
Maar het blijft oppassen. "De meeste journalisten zijn geneigd de vinger te wijzen, ze hebben iemand nodig die het gedaan heeft. In werkelijkheid zijn meestal meerdere mensen verantwoordelijk, op meerdere manieren. Ze zitten in een cultuur en dan wordt het gauw ongrijpbaar."

'Manager' lijkt een relatief jong beroep, maar de eerste specifieke, universitaire opleiding voor managers dateert van 1881, in de Verenigde Staten uiteraard. Sindsdien is het verschijnsel als een tumor door de wereld gaan groeien. "Managers werden steeds belangrijker, nu weer wat minder", stelt hij bijna opgelucht vast.

Managers willen doorgaans bedrijfsmatig besturen. Overal wordt het beleid opgehangen aan de markt, tenzij er in eigen huis een beter alternatief is. Markt, tenzij ... De sleutelzin van 'Veranderend getij', de biografie die Marcel Metze schreef over (de) Rijkswaterstaat, vind je daarom misschien op pagina 126: 'De twijfel over markt tenzij was wijdverbreid. (...) Medewerkers zijn er weinig enthousiast over.'
Dat is de andere bevinding van Metze door de jaren heen: de top wil altijd veranderen, meer rendement en efficiency nastreven, de werkvloer is sceptisch. Daarom kosten veranderingen altijd heel veel tijd. Metze: "Ik was bij Jan Timmer, vijf jaar na de actie Centurion. Ik was te vroeg. Een cultuur zit dikwijls diep ingeslepen."

Conservatisme meestal ook. "Managers noemen zich graag ondernemers, maar het zijn geen ondernemers, ze nemen geen risico's zoals ondernemers." Hij is genadeloos in zijn belangrijkste oordeel: "Tachtig procent van de managers kan weg. We leven in een hoogopgeleid land, de mensen hier kunnen zichzelf wel leiding geven, mits je ze de ruimte geeft. Nu voelen de mensen zich gekoeioneerd door hun managers en door de regels. Managers zijn regelaard, bemoeials. De meeste heb je niet nodig, dat geldt zeker de nonprofit-sector.


Aanvullende informatie
Onderzoeksjournalist en historicus Marcel Metze komt zondag 16 december naar Oss, de Groene Engel, aanvang 14.00 uur. Hij is de derde spreker in de lezingenreeks 'Echte waarde(n), georganiseerd door de bibliotheek.
Bekendheid kreeg hij met zijn bestsellers over Philips, de banken en het CDA. De biografie van Anton Philips, 'Ze zullen weten wie ze voor zich hebben' werd genomineerd voor de AKO literatuurprijs en onderscheiden met de Managementprijs 2006
Zijn boeken halen enorme cijfers. Van 'Kortsluiting', over Philips, werden 55.000 exemplaren verkocht
In 'De hoogmoedigen' (2011) beschrijft Metze de opkomst van 'de manager' in het bedrijfsleven en de (semi-)publieke sector

Meer lezen?
Filmpje MBA Oath 2011. Onder deze titel kun je op Youtube een filmpje vinden waarin een poging wordt gedaan de zogenaamd MBA Oath in beeld te brengen. Een eed die aankomende 'managers' in de VS kunnen afleggen en waarin ze zweren integer te (gaan) handelen. Het centrale doel van hun doen en laten is real value te laten ontstaan. Deze kreet (create real value) heeft o.a. geleid tot het jaarthema Echte waarde(n) van de bibliotheek. Klik hier voor een (lang) artikel over deze eed in relatie tot het ontstaan van dit jaarthema: Waarden, alom waarden (en geen normen).

En klik hier voor een artikel over het Rijnlandse versus het neoliberale (Amerikaanse) model en een ander artikel over Amarantis en het 'verhaal' van Marcel Metze

managementboek.nl
adverteert vaak en beroept zich op het feit dat er 19.174 titels leverbaar zijn (stand op 6 december 2012) !!!



Homepage Artikelen uit het Brabants Dagblad