maandag 18 augustus 2014

Pieter Hilhorst & Jos van der Lans


Sociaal doe-het-zelven : de idealen en de politieke praktijk

Atlas Contact 2013, 187 pagina's - € 17,95

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Wikipedia: Pieter Hilhorst (1966) en Jos van der Lans (1954)

Korte beschrijving
Een pleidooi voor meer ruimte voor initiatieven van burgers over een eigen aanpak van problemen, zowel persoonlijk als in hun woonomgeving. In de praktijk blijkt dat regelgeving van de overheid een praktische en soms goedkopere oplossing in de weg staat, wat schrijnende voorbeelden oplevert. Toen het boek bijna klaar was, werd Pieter Hilhorst, één van de auteurs, opvolger van de Amsterdamse wethouder Asscher. Het boek veranderde daardoor van betekenis. Daarom is het tweede deel toegevoegd waarin Hilhorst wordt ondervraagd door mede-auteur Jos van der Lans. Daaruit komen zeven motto's voort: meer wisselwerking tussen overheid en burger; de overheid moet zich niet terugtrekken uit het oogpunt van bezuiniging ('schraapzucht'), maar om burgers meer zeggenschap te geven. De overheid blijft belangrijk, want 'doe-het-zelven' is geen alternatief voor de verzorgingsstaat. Een inspirerend boek voor zowel 'doeners' als bestuurders.

Fragment uit Helpende buurmannen en kwetsbare burgers
Er zijn historici, en niet de minsten, die de eerste decennia van de vorige eeuw zien als de energiekste en enerverendste van de twintigste eeuw. Het was een periode waarin de samenleving zinderde van de verandering. De arbeidersbeweging stond op het punt om door te breken naar de macht. Er gloorde een nieuwe dageraad en velen werden erdoor aangetrokken. In alle hoeken en gaten van het land kwamen mensen bij elkaar om zich samen sterk te maken. Nieuwe sociale wetgeving stimuleerde mensen om woningbouwverenigingen op te richten die fatsoenlijke huisvesting mogelijk moesten maken. Boeren zochten elkaar op om zich onderling te verzekeren tegen het noodlot of geld bijeen te brengen om gezamenlijke investeringen te doen. Ze organiseerden zich in zuivelcoöperaties om hun producten beter aan de man te kunnen brengen. Artsen, notabelen en andere welgestelde burgers namen het initiatief om ziekenfondsen op te richten en stonden aan de wieg van gezondheidsvoorzieningen.
Het was een tijd van energieke verbindingen.

()Het bijzondere is dat ons tijdperk, de jaren nul en tien van de eenentwintigste eeuw, in menig opzicht herinneringen oproept aan die energieke periode van honderd jaar geleden. Natuurlijk, de omstandigheden zijn totaal anders, de welvaart is met sprongen vooruitgegaan, de bestaanszekerheid is op een ongekend niveau gebracht. Toch zien we opnieuw een groeiende groep burgers elkaar opzoeken om het heft in eigen hand te nemen, om initiatieven te nemen op sociaal terrein, om elkaar van dienst te zijn, om nieuwe samenwerkingsvormen tot stand te brengen.
  In onze tijd is het niet zozeer de armoede die mensen tot collectieve inspanningen aanzet, maar eerder ergernis over het tekortschieten van de bestaande instituties en overheden. Het is ergernis over de verwording van organisaties waar gedreven burgers een eeuw geleden de hand voor in elkaar sloegen. Mensen zien ziekenhuizen, verzekeringsmaatschappijen, woningcorporaties, welzijnsorganisaties en zorginstellingen al lang niet meer als iets wat ze zelf van de grond getild hebben. Die organisaties gedragen zich niet meer als zodanig. Ze manifesteren zich als modern geleide dienstverleningsbedrijven en zien burgers vooral als klanten. () De publieke sector is () verweesd. (pagina 158-159)


Youtube: TPO Talkshow: Pieter Hilhorst (35:12)



Terug naar Overzicht alle titels

C. Otto Scharmer 2

Leiden vanuit de toekomst : van ego-systeem naar eco-systeem

hristofoor 201, 291 pagina's - € 35,--

Oorspronkelijke titel: Leading from the emerging future (2013)

Wikipedia: C. Otto Scharmer (1961) en website.

Korte beschrijving
De schrijvers zijn beiden verbonden aan het MIT (Massachusetts Institute of Technology) en van daaruit aan het Presence Institute. Presence is een contaminatie van 'aanwezigheid' en 'voelen'. Op basis van de zogenoemde 'Theorie U' (zoals eerder beschreven in zijn gelijknamige boek door Scharmer, 2010)* beschrijft het boek de weg naar een nieuwe vorm van leiderschap. Via institutionele omkeringen, systemische incongruenties, van ik naar wij, en van ego naar eco. Centrale stelling is dat niet de analyse van het verleden, maar het aanvoelen van de toekomst belangrijk is. Het boek is voorzien van voetnoten en een register. Het taalgebruik is vrij complex.

Een ander boek van dezelfde auteur: Theorie U : leiding vanuit de toekomst die zich aandient (2010)

Fragment uit de Inleiding - Een stervend systeem leven inblazen
Geld. Voedsel. Watertekort. Schaarse hulpbronnen. Klimaat-ontregeling. Grootschalige armoede. Massale immigratie. Fundamentalisme. Terrorisme. Financiële oligarchieën. Er is een tijdperk van ontwrichting aangebroken. Maar toch is de mogelijkheid tot ingrijpende persoonlijke, maatschappelijke en mondiale vernieuwing nog nooit zo reëel aanwezig geweest. Nu zijn wíj aan zet en daarbij hebben we met dood en wedergeboorte te maken.
  Wat sterft is een oude beschaving, en daarmee een mentaliteit die maximaal gericht is op 'ik', materialisme, consumptie, de groter-is-beter-illusie en op een door specifieke groepsbelangen gedreven besluitvorming. Daardoor zijn we vervallen tot een toestand van georganiseerde onverantwoordelijkheid waarin we collectief gevolgen creëren die niemand wil.
  Wat aan het ontstaan is, geboren wil worden, is minder duidelijk, maar daarom niet minder belangrijk. Het is iets wat we op veel plaatsen over de hele planeet Aarde kunnen voelen. Die toekomst is niet een kwestie van brandjes blussen en wat sleutelen aan de oppervlakte van structurele verandering. Evenmin is het een kwestie van het vervangen van een mentaliteit waar we geen baat meer bij hebben door een andere die ons beter dient. Het is een toekomst die van ons vraagt een dieper niveau van ons mens-zijn aan te boren: wie we ten diepste zijn en wie we zijn als we een samenleving willen. Het is een toekomst die we intuïtief aanvoelen en kunnen verwezenlijken door de innerlijke plek van waaruit we handelen te verschuiven. Het is een toekomst die zich in die momenten van ontwrichting in en via ons begint te manifesteren.
  Deze innerlijke verschuiving - van het oude bestrijden naar het aanvoelen en getuigen van een zich aftekende toekomstige mogelijkheid - is de basis van alle vormen van diepgaand leiderschap vandaag de dag. Het is een verschuiving die ons uitdaagt niet alleen vanuit ons hoofd, maar ook vanuit ons hart te denken. Het is een bwustzijnsverschuiving van een louter op het eigen welzijn gericht ego-systeem naar het op het welzijn van ons allen - wijzelf incluis - gericht eco-systeem. (pagina 7-8)

Youtube: Leiderschap vanuit de Toekomst - Een dag met Otto Scharmer 
(3:21) (april 2014)



Terug naar Overzicht alle titels

Jeremy Leggett

Uit de olie

Jan van Arkel 2014, 336 pagina's - € 19,95

Oorspronkelijke titel: The energy of nations : risk blindness and the road to renaissance (2014)

Wikipedia: Jeremy Leggett (1954) en zijn website (met veel verwijzingen naar artikelen over dit brede onderwerp)

Korte beschrijving
In dit boek waarschuwt de auteur – vooraanstaand Engels wetenschapper en energieondernemer – voor vijf systeemrisico's verbonden aan de energiesector: het gevaar van een olietekort, een klimaatschok door de snel stijgende CO2-uitstoot, het wankele mondiale financiële systeem, de overwaardering van voorraden fossiele brandstoffen en de explosieve groei van de winning van schaliegas en -olie. Hij begint met een historisch verslag waarin hij ontwikkelingen in de afgelopen tien jaar in een chronologisch relaas beschrijft. De teksten bevatten deels feitelijke beschrijvingen van gesprekken en gebeurtenissen, deels de visie van de auteur hierop. Aan het eind van dit terugkijkend deel legt hij uit waarom mensen de voorkeur geven aan geruststellende praatjes en de alternatieve invalshoeken, zoals de vijf systeemrisico's, bij voorkeur negeren. Vooruitkijkend komt de auteur met een goed-nieuws-scenario: kies voor een duurzame energiemaatschappij. Een ontnuchterend relaas van een topdeskundige dat je niet wilt missen.

Fragment uit hoofdstuk 20. De weg die we kiezen
Momenteel vatten we welvaart op als een toestand waarin we floreren en succes hebben, waarin het ons simpelweg voor de wind gaat. Elke dag probeert het systeem waarin we leven ons er - via het nieuws op tv, toespraken van politici, verklaringen van het bedrijfsleven, aansporingen om te consumeren, enzovoorts - van te overtuigen dat die welvaart heel nauw samenhangt met de stijging van het bruto binnenlands product en het pieken van de aandelenkoersen. Dit zijn de twee belangrijkste maatstaffen voor de versie van het kapitalisme waarmee de meeste landen hun economieën op hun weg naar de nakende crisis hebben geplaveid.
  Andere manieren om de welvaart te meten, zoals werkgelegenheid en spaarsaldi, zijn van deze twee afgeleid. Krimpt het bbp, het nationaal product van alle goederen en diensten, dan stijgt de werkloosheid, wat leidt tot toenemende aantallen niet-welvarende mensen zonder salaris. Dalen de aandelenkoersen, dan daalt ook de waarde van pensioenen, en eindigen we met meer niet-welvarende gepensioneerden.
  Dus wordt iedereen die het primaat van 'groei tegen elke prijs' betwist als een krankzinnige, een idealist of een revolutionair weggezet. En de oliecratie staat helemaal vooraan in de rij van degenen die de stenen werpen. Toch moeten we die groeiobsessie betwisten, en op weg naar de renaissance zullen we die ook betwisten.
  Goed beschouwd zijn we daar al mee begonnen. Een boek uit 2008 van Tim Jackson, de voormalige voorzitter van de sectie economie van de Sustainable Development Commission, markeert daar misschien wel het keerpunt van. Hij noemde zijn boek Welvaart zonder groei In de nasleep van de financiële crash van 2008 vond deze titel weerklank bij een verrassend rijtje namen.
  () Jackson en zijn collega's van de Sustainable Development Commission wisten de kern van hun economische argumentatie in een taal te gieten die ook voor de leek begrijpelijk is. Hun stelling in een notendop: het idee van een niet-groeiende economie is de econoom een gruwel, het idee van een voortdurend groeiende economie is de ecoloog een gruwel.

  Dit is waar het debat om draait. Voor de doorsnee ecoloog is eindeloze groei een onzinnig concept omdat we nu eenmaal op een planeet leven met eindige hulpbronnen en grondstoffen, waarvan de winning en het gebruik in sommige gevallen het systeem van de planeet dat ons in leven houdt uitholt. De doorsnee econoom is echter van mening dat we de bbp-groei kunnen ontkoppelen van het grondstoffengebruik dankzij de almaar toenemende efficiency die in het kapitalisme ingebakken zit: dat we onze economieën kunnen laten groeien en tegelijk de milieuschade kunnen terugdringen.
  Ik kan alleen maar hopen dat Uit mijn olie eraan bijdraagt dit idee als gevaarlijke mythe te ontmaskeren: als het soort 'magie' waar de Maya's in geloofden.
  Als een kind van het moderne kapitalisme, een van durfkapitalisten afhankelijke energieboer, een investeerder van particulier vermogen en alles wat daarbij hoort - en iemand die lang in deze magie geloofd heeft - ben ik er nu van overtuigd dat het kapitalisme zoals we dat kennen onze welvaart torpedeert, onze economieën om zeep helpt en onze kinderen met een onleefbare wereld dreigt op te zadelen. Het moet van de grond af aan herzien worden.
  Dat is waar de weg naar de renaissance ons uiteindelijk heen zal moeten voeren. Naar een plek heel ver voorbij waar we ons nu bevinden. Naar een plek die zowel wenselijk als mogelijk gemaakt wordt door de kracht van de context van na de crash. Lukt dat, dan is de ergste crisis van het moderne kapitalisme wellicht niet meer dan een inktzwarte regenwolk boven de menselijk geschiedenis, waar de zon elk moment weer doorheen kan breken. (pagina 318-320)

Youtube: Peak Oil: Jeremy Leggett: The Energy Of Nations (10:02)



Terug naar Overzicht alle titels


zaterdag 9 augustus 2014

Rutger Bregman 3


Gratis geld voor iedereen : en nog vijf grote ideeën die de wereld kunnen veranderen

De Correspondent 2014, 255 pagina's - €18,--

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Wikipedia Rutger Bregman (1988)

Korte beschrijving
De historicus, schrijver en columnist Rutger Bregman (1988) is een aanstormend jong talent. In dit boek, in korte tijd zijn derde, constateert hij dat het ons niet ontbreekt aan welvaart maar aan visie. Wij hebben het nog nooit zo goed gehad, maar wij hebben geen idee hoe het nu verder moet. Bregman doet ons zes ideeën aan de hand: een werkweek van vijftien uur, een onvoorwaardelijk basisinkomen, het uitroeien van armoede, een ander belastingstelsel, nieuwe maatstaven van vooruitgang en een wereld zonder grenzen. Elk van die ideeën onderbouwt hij met een veelheid van verwijzingen, namen en getallen. Desondanks leest het boek als een trein: het is hoopvol, uitdagend en creatief.

Artikel over deze publicatie: Goedkope en deelbare ebooks voor iedereen! De Correspondent geeft haar eerste boek uit

In zijn derde boek herschrijft Rutger Bregman artikelen die hij de afgelopen tien maanden voor het digitale platform De Correspondent heeft geschreven. Alhoewel in (politiek) Den Haag en omstreken over heel andere zaken beslissingen worden genomen, zullen de onderwerpen die Rutger Bregman aansnijdt tóch het debat van de komende jaren gaan bepalen.
Hieronder staan enkele van die eerder verschenen artikelen. Iedereen die geen lid is van De Correspondent kan de honderden reacties en bijdragen van abonnees (helaas) niet lezen. Een abonnement op De Correspondent kost €60,-- per jaar.

De oplossing voor (bijna) alles: minder werken
Waar blijft Luilekkerland?  
Waarom we iedereen gratis geld moeten geven  
Waarom we alle grenzen moeten openzetten  
De race tegen de machine  
99 problemen, 1 oorzaak  
Verbeter de wereld, begin bij de cockpit  
Dit unieke onderzoek laat zien wat er gebeurt als je een arme indiaan zomaar 6.000 dollar per jaar geeft
Waarom een uitdijende overheid geen ziekte maar een zegen is  
Waarom politieke partijen steeds meer op elkaar lijken  
Hoe lang nog voordat de opstand tegen ongelijkheid uitbreekt?  

Promo-tekst van Rutger
Het probleem is niet dat we het niet goed hebben, het probleem is dat we niet weten hoe het beter kan. In deze tijd, met koopkracht als laatste ideaal, schetst historicus Rutger Bregman nieuwe vergezichten. Van een basisinkomen voor iedereen tot een werkweek van vijftien uur, van een wereld zonder grenzen tot een wereld zonder armoede – het is tijd voor de terugkeer van de utopie.

Laat je meenemen op een reis door de geschiedenis en maak kennis met ideeën die tegen de tijdgeest ingaan, dwars door de oude scheidslijn van links en rechts heen. Gratis geld voor iedereen is een overrompelend boek dat je wereldbeeld op zijn kop zet. Het is geschreven in de overtuiging dat de wereld niet wordt geregeerd door lobbyisten, zakenlui of politici zonder visie. De wereld wordt geregeerd door ideeën en de kracht van de verbeelding. Alles wat we nu beschaving noemen, is begonnen in de hoofden van wereldvreemde dromers. Zoals ook het einde van de slavernij en de democratie eens onmogelijk leken, zo kan ook in deze eeuw het utopische werkelijkheid worden.

Fragment uit 10. Hoe ideeën de wereld veranderen
Toen op 15 september 2008 Lehman Brothers viel en de grootste crisis sinds de jaren dertig begon, waren er geen echte alternatieven voorhanden. Het voorwerk was niet verricht. Intellectuelen, journalisten en politici hadden jarenlang betoogd dat we aan het einde van de 'grote verhalen' waren gekomen. Dat de 'ideologische veren' waren afgeschud.
  In de afgelopen jaren hebben we ons nog wel druk gemaakt over de vrijheid van meningsuiting. Politici en opiniemakers buitelden over elkaar heen in een discussie over de grenzen van het vrije woord. Maar de vraag is: wat hebben we aan vrijheid van meningsuiting als we niets nieuws te verkondigen hebben? Wat hebben we aan vrijheid van vereniging als we ons nergens bij aan willen sluiten? Wat hebben we aan vrijheid van godsdienst als we nergens in geloven?
Enerzijds wordt de wereld nog altijd rijker, veiliger en  gezonder. Steeds meer mensen arriveren in Cocagne - en dat is een immense triomf. Maar anderzijds is het voor de inwoners van Luilekkerland hoog tijd om een nieuwe utopie op de kaart te zetten. Laten we opnieuw de zeilen hijsen. 'Vooruitgang is de verwezenlijking van Utopia's,' schreef Oscar Wilde lang geleden. een werkweek van 15 uur, een onvoorwaardelijk basisinkomen, het uitroeien van armoede en een wereld zonder grenzen - het zijn nu nog zonderlinge dromen. Maar voor hoe lang?
  'Mensen twijfelen eraan of ideeën de belangrijkste motor van de geschiedenis zijn,' schreef Hayek eens, toen nog bijna niemand van het neoliberalisme had gehoord. 'Dat komt omdat we het zo moeilijk vinden ons voor te stellen dat ons geloof straks anders kan zijn dan nu'.  Het kan wel een generatie duren, dacht Hayek, voordat nieuwe ideeën de overhand krijgen. Juist daarom zou er niet alleen behoefte zijn aan denkers met geduld, maar ook aan denkers met 'de moed om utopisch te zijn.'
  Laat dat de les zijn van Mont Pèlerin. Het is een les die iedere wereldverbeteraar in zijn  oren mag knopen, voordat de klok weer twaalf uur slaat en er niets gebeurt, zoals zestig jaar geleden in een huiskamer in Chicago en zes jaar geleden voor de hele wereld. Ideeën, hoe wereldvreemd ze ook zijn, kunnen de wereld veranderen.
  'Waarlijk,' schreef Keynes, 'de wereld wordt door weinig anders geregeerd'. (pagina 206-207)


Zijn eerste boek (een bundeling columns): Met de kennis van toen : actuele problemen in het licht van de geschiedenis (2012)
Zijn tweede boek: De geschiedenis van de vooruitgang (2013)

Artikel: Maar de vraag is wat hebben we aan vrijheid van meningsuiting als we niets nieuws te verkondigen hebben? (september 2014)

klik hier voor een filmpje dat gemaakt werd tijdens een lezing in Oss (maart 2013)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 6 augustus 2014

Daniel C. Dennett

Gereedschapskist voor het denken

Atlas Contact 2013, 512 pagina's - € 29,95

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Oorspronkelijke titel: Intuition pumps and other tools for thinking (2013)

Wikipedia: Daniel C. Dennett (1942)

Korte beschrijving
In een lange rij spraakmakende boeken verdedigt de Amerikaanse filosoof Daniel Dennett de gedachte dat men zaken als bewustzijn, betekenis en vrije wil moet begrijpen vanuit de evolutie. Met deze combinatie van materialisme en atheïsme beweegt hij zich op een terrein vol felle discussies waar kennis van zaken en helderheid van denken vaak ver te zoeken zijn. In dit boek doorkruist hij datzelfde terrein, maar nu op een nieuwe manier: hij bespreekt niet zozeer de problemen als wel het gereedschap waarmee je ze aanpakt. Hij reikt daartoe 77 denkinstrumenten aan, met voorbeelden hoe je ze wel of juist niet moet gebruiken. Als steeds bij Dennett heeft ook dit boek iets weg van wijsgerige acrobatiek: het staat vol anekdotes en discussies, duizelingwekkende hoogstandjes vaak, beurteling geschreven voor de leek en voor de vakman, afwisselend breed van gebaar en technisch zeer gedetailleerd. Stimulerend, uitdagend en verbluffend tegelijk. Met bronnen, bibliografie en register.

Fragment uit [6] Ockhams bezem
De moleculair bioloog Sydney Brenner heeft onlangs een alleraardigste variant op Ockhams scheermes bedacht door de nieuwe term Ockhams bezem te introduceren om het proces te beschrijven waarin onwelkome feiten onder het tapijt worden geveegd door intellectueel oneerlijke aanhangers van deze of gene theorie. Dit is onze eerste verstaging (*), ons eerste antidenkgereedschap, en iets wat je scherp in de gaten moet houden. Deze praktijk is met name verraderlijk als ze wordt toegepast door propagandisten die een lekenpubliek voor ogen hebben, want net als die beroemde aanwijzing van Sherlock Holmes over de hond die niet in het donker blafte, is de afwezigheid van een feit dat met behulp van oOckhams bezem uit zicht is geveegd alleen waarneembaar voor deskundigen. Zo laten creationisten eeuwig en altijd de overdaad aan gênante bewijzen buiten beschouwing waar hun 'theorieën' geen vat op hebben, en voor iemand die geen bioloog is kunnen hun zorgvuldig geformuleerde uiteenzettingen knap overtuigend zijn, simpelweg omdat de leek niet kan zien wat er niet is. (pagina 53)

* verstaging = 
Ik zal onderweg ook nog wat valse vrienden voorstellen, oftewel gereedschappen die je zand in de ogen strooien in plaats van je bij te lichten. Ik had een term nodig voor deze gevaarlijke instrumenten en putte le mot juste uit mijn zeilervaringen. Veel zeilers zijn dol op de nautische termen waar landrotten van in de war raken: stuur- en bakboord, vingerling en roerpin, want en dwarshout, leuvers en zaling, en ga zo maar door. Op een schip waarop ik ooit heb gevaren, was het een standaardgrap om nepdefinities te bedenken voor deze termen. Dus een zaling was een zeldzame vis, een kluiverboom een fors kippenbot, giekklauw een aandoening bij koeien, en verstaging een ongelukkige val waarbij iemand zijn been blesseert. Sindsdien kan ik eenvoudigweg niet aan verstaging (het geheel aan touwen of staaldraden dat de mast overeind houdt) denken zonder me iemand voor te stellen die voort strompelt. Daarom heb ik die term gekozen als naam voor denkgereedschappen die een averechtse werking hebben, dus die een beter begrip lijken te bevorderen, maar in feite slechts duisternis en verwarring zaaien in plaats van verlichting. (pagina 26-27, uit de Inleiding - wat is een intuïtiepomp?)

TED-filmpjes: klik hier. En hier voor een artikel waarin Ockhams bezem wordt gebruikt.

Terug naar Overzicht alle titels

Damon Young

Filosoferen in de tuin

Ten Have 2014, 224 pagina's - € 17,00

Oorspronkelijke titel: Philosophy in the garden (2012). Ook verschenen als: Voltaire's vine and other philosophies : how gardens inspired great writers (2014)

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Wikipedia: Damon Young (1975) en zijn website

Korte beschrijving
Het begin van de westerse filosofie is te vinden in Griekenland. Bekend is dat dit vaak een buitenactiviteit was, van de tuin van Epicurus tot het wandelen door de zuilengang van Aristoteles. Damon Young (1975), publicist van fictie en non-fictie, heeft dit als uitgangspunt genomen voor een reeks opstellen over filosofen en hun 'tuin' of buitenruimte. Opvallend is dat een groot deel van de essays gewijd is aan een literaire schrijver in plaats van een filosoof. Zo komen onder andere het landgoed Ferney van Voltaire, de 'gedachteboom' (sic) van Nietzsche, de landelijke omgeving van Jane Austen (versus de mondaine wereld van Bath waar ze jaren verbleef), de afkeer van Sartre van het 'natuurlijke' (die zich uitte in jarenlange walging), en de structuur van bonsaiboompjes die de kunst- en levensopvattingen van Marcel Proust zou weerspiegelen. De auteur probeert steeds de samenhang te laten zien tussen 'tuin' (maar dat moet dan heel breed begrepen worden als 'natuur') en de filosofie of levensvisie van de behandelde schrijver. Vaak lijkt dit verband wat vergezocht. Geïllustreerd met zwart-wittekeningen; met bibliografie.

Fragment uit Leonard Woolf : de appels van Monk's House
Woolf liet Virginia cremeren en begroef haar as in het grote gazon aan de voeten van een iep - een van de twee die ze Leonard en Virginia hadden genoemd. Bij elke stap op dat gras en elke keer als hij het vertrouwde ruisen van de iep hoorde, moet Woolf zich pijnlijk bewust van zijn verlies zijn geweest. Toen Leonard na de oorlog met zijn nieuwe levensgezel Trekkie Parsons 'met hartstocht zijn tuin (...) verzorgde', deed hij dat met de herinnering aan Virginia vlakbij. In de laatste tien jaar van zijn leven besteedde hij veel aandacht aan zijn boomgaard, waar ook Mr Prothero stond, een appelboom die hij en zijn vrouw vijftig jaar eerder die naam had gegeven. In zijn memoires noemde hij dit het lot - niet een of andere mystieke voorbeschikking, maar de geaccumuleerde kracht van de geschiedenis, publiek en persoonlijk. Het had geen zin om te proberen daaraan te ontsnappen. Hij kon zich er alleen stoïcijns bij neerleggen, met 'stille, onverzettelijke zelfbeheersing'.

En daarom trok Leonard Woolf, schrijver van middelbare leeftijd, twee paar sokken aan en snoeide appels in de ijskoude januarimaand in Sussex. De tuin was zijn persoonlijke strijd met een verscheurde, maar geliefde kosmos. De tuin zou niet blijven, net zomin als hij. Maar het was de moeite waard om door te gaan, om precies dezelfde reden waarom het de moeite waard was om boeken te lezen en schrijven: voor een helder, evenwichtig, eerlijk leven. Met zijn vieze handen en verkleumde botten ging Leonard de confrontatie aan met de fundamentele ambivalentie van het leven - appelboom na appelboom. (pagina 111-112)

Artikel: Waarom lezen en schrijven - voor een helder, evenwichtig, eerlijk leven (augustus 2014)

Terug naar Overzicht alle titels

Ha-Joon Chang

Economie : de gebruiksaanwijzing
Nieuw Amsterdam 2014, 384 pagina's - € 24.95

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Oorspronkelijke titel: Economics : the user's guide (2014)

Wikipedia: Ha-Joon Chang (1963) en zijn website

Korte beschrijving
De schrijver, één van de bekendste economen van dit moment, docent aan de universiteit van Cambridge, beschrijft in dit boek de geschiedenis van de economie als wetenschap, de belangrijkste economische theorieën, en analyseert hoe deze theorieën gebruikt maar ook misbruikt worden voor het motiveren van politieke beslissingen. En hij bestrijdt tegelijk de verheerlijking van het marktdenken. Het is een fors boek (bijna 400 pagina's) over zware onderwerpen, maar het laat zich lezen als een spannende roman. Zo ziet het er ook uit. Met daarbij een uitgebreid register en vele voetnoten. Wie het vak economie op de middelbare school heeft gehad, kan het goed lezen, maar ook zonder die voorkennis is het een verhelderend boek over een actueel thema. Eén van de weinige volledige én goed te lezen boeken over dit onderwerp. Zeer actueel geschreven.

Artikel: Ha-Joon Chang: 'Economie, de gebruiksaanwijzing' (De Morgen 10 juni 2014)
Enkele citaten uit dit artikel:

Chang haalt de ene na de andere economische mythe onderuit. De geavanceerde kapitalistische economieën groeiden het felst tijdens de topjaren 1950-1970 van overheidsregulatie en hoge belastingen. De stadstaat Singapore wordt in de media voortdurend voorgesteld als een succes van de vrije markt. De economische activiteit is er echter grotendeels in handen van de overheid. Zowat alle bouwgronden zijn eigendom van de staat. 85 procent van de bouwsector is sociale woningbouw, 22 procent van de volledige productie gebeurt door overheidsbedrijven.
Groot-Brittannië en de VS zouden het pad hebben geëffend voor de vrije markt, door met groot succes het voorbeeld te geven. Chang maakt er brandhout van. 'This could not be further from the truth'. Tot 1860 werd de Britse economie volledig door de overheid gestuurd. Pas toen het land de markt volledig domineerde, verklaarde het zich voorstander van de 'open seas'. De VS was extreem protectionistisch, tot aan de Tweede Wereldoorlog waren de importtarieven hoger in de VS dan in Duitsland, Frankrijk, Japan.
Zo waren de eerste liberalen fervente anti-democraten, niet iedereen was volgens hen burgerrechten waard. Arme mensen mochten niet stemmen, want ze zouden politici verkiezen die hen – de rijken – zouden onteigenen. Chang ziet die lijn vandaag doorgetrokken in het neoliberalisme. Neoliberalen zijn niet openlijk tegen democratie, maar wel gul bereid democratie in te leveren als dat het privé-eigendom en de vrije markt bevoordeelt.
Fragment uit het Nawoord - wat nu?
Je moet bereid zijn om beweringen van economen (ja, daar ben ik er ook een van) in twijfel te trekken. Ze hebben niet het monopolie op de waarheid, ook niet als het om economische zaken gaat (laat staan wanneer het om 'alles' gaat). Om te beginnen zijn ze het vaak onderling al niet eens. Hun opvattingen kunnen op een bepaalde manier bekrompen en verkeerd zijn - net als alle andere beroepsgroepen hebben economen ook last van beroepsdeformatie. Niet-economen kunnen best een goed onderbouwd onderdeel over economische kwesties hebben als ze enige kennis hebben van de belangrijkste economische theorieën en in staat zijn onderliggende politieke, ethische en economische aannames op waarde te schatten. Soms is hun oordeel zelfs beter dan dat van economen omdat zij een grotere realiteitszin en een bredere kijk hebben. De economie is te belangrijk om aan economen over te laten.
  Ik wil nog een stap verder gaan en zeggen dat de bereidheid om beweringen van economen - en andere experts - in twijfel te trekken, een hoeksteen van de democratie zou moeten zijn. Want als je erover nadenkt, wat is dan de zin van democratie als we alleen maar naar experts hoeven te luisteren? Als we niet willen dat onze samenleving wordt bestuurd door een stel zelfbenoemde experts, moeten we allemaal iets van economie afweten en economen durven aanvechten. (pagina 353-354)

Youtube: Ha-Joon Chang on economics (21:16) (mei 2014) (7.745 views op 6-8-2014)



Terug naar Overzicht alle titels