maandag 30 november 2015

Marcia Luyten 2


Het geluk van Limburg

De Bezige bij 2015, 367 pagina's - €19,90 

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Wikipedia: Marcia Luyten (1971)

Korte beschrijving
De auteur, Limburgse en econoom, werkte bij Buitenlandse Zaken en als journaliste, en schreef eerder werken als 'Ziende blind in de sauna' (2008) en 'Dag Afrika' (2013). In 'Het geluk van Limburg' beschrijft zij de naoorlogse geschiedenis van Nederlands Limburg aan de hand van het leven van de in Limburg bekende cabaretier Sjaak Vinders en zijn familie, opgegroeid in de mijnwerkerskolonie Heilust, een deel van Kerkrade. We zien een zorgvuldig weergegeven sfeerbeeld: de armoe, de solidariteit, de onontkoombare alomtegenwoordigheid en macht van mijndirecties en Rooms-Katholieke Kerk, naast de verstikkende sociale controle, de hechte gemeenschap en de nestwarmte van de mijnwerkersfamilies. En de afbraak van dit alles. De neergang van de mijnen, de teloorgang en de ontmaskering van de katholieke kerk. Het instorten van de beschermde wereld van toen. Het falen van de Haagse politiek. Werkeloosheid, onzekerheid. En het uit de kast komen van Sjaak. Een zeer toegankelijk, prachtig en compleet verhaal, boeiend, liefdevol en met veel kennis van zaken geschreven. Met twee fotokaternen en een lijst van geraadpleegde literatuur.

Tekst op website uitgever
Toen Sjaakie in 1949 geboren werd, zei iedereen dat de knul perfecte handen had voor onder de grond. Hij groeide op als de vierde generatie van een mijnwerkersfamilie in Heilust, een mijnkolonie in Kerkrade. Een brave, katholieke gemeenschap, die overliep van trots: de mijnwerkers konden harder werken, drinken, bidden, blazen, vechten en lopen dan de rest. En ze dienden de natie.

Niet alleen Kerkrade draaide om kolen, een groot deel van Zuid-Limburg werd door ‘social engineers’ gevormd naar de alom aanwezige steenkool. Kerk, mijn en staat voerden een totalitaire regie over het mijnwerkersbestaan. Maar Sjaakie deed niet mee. Die ging zingen, het podium op. Terwijl zijn ster rees, begon in Heilust het verval.

Marcia Luyten schetst de glorie en ondergang van de Nederlandse mijnkoolindustrie aan de hand van een bewogen familiegeschiedenis: een zoon die vecht tegen de demonen van een mijnwerkersfamilie en die met alles moet breken om zijn droom na te jagen, al zal hij de kolonie nooit echt verlaten.

Fragment uit Woord vooraf
Ik ging pas zien hoe weinig ik wist van de ontwikkeling van mijn geboortestreek nadat ik had gereisd en geschreven over economieën en culturen van landen duizenden kilometers verderop. Toen ik in 2010 vanuit Kampala naar Limburg keek, realiseerde ik mij dat ik dan wel kon beschrijven hoe kopermijnen Zambia een wankele welvaart brengen, hoe Congo vervloekt is door zijn bodemschatten en hoe in Oeganda de strijd om de aangeboorde olie ontbrandt, maar dat ik niet kon vertellen hoe de mijnindustrie Zuid-Limburg had gevormd, misschien ook vervormd, en hoe dit doorwerkte in de tegenwoordige tijd.
Wel wist ik hoe het Zuid-Limburg na de steenkool was vergaan. Niet best, een kind kon dat zien. (pagina 10)


Lees ook: Ziende blind in de sauna : hoe onze politiek, economie en cultuur Afrikaanse trekken krijgen (2008)

Terug naar Overzicht alle titels

Anthony B. Atkinson


Ongelijkheid : wat kunnen we eraan doen?

Uitgeverij Polis 2015, 443 pagina's - € 29,95

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Oorspronkelijke titel: Inequality : what can be done (2014)

Wikipedia: Tony Atkinson (1944-2017) en zijn website 

Korte beschrijving
Na Piketty's boek over het ontstaan van de verschillen tussen arm en rijk komt deze Britse econoom met oplossingen. Hij begint zijn boek met een diagnose van het probleem. Vervolgens werkt hij vijftien voorstellen voor oplossingen gedetailleerd uit, met gebruik van beschikbaar onderzoek. Het zijn oplossingen op het gebied van technologie, werkgelegenheid, vermogensbeheer, belastingen en sociale zekerheid. Alles bij elkaar moet het met deze voorstellen mogelijk zijn de ongelijkheid terug te brengen. Het derde deel van het boek gaat over de haalbaarheid en betaalbaarheid van deze voorstellen en eindigt met een positieve boodschap: het is mogelijk de groeiende ongelijkheid een halt toe te roepen. En daarmee is het boek een belangrijke bijdrage aan het publieke debat over een blijvend actueel onderwerp. Voorzien van talrijke grafieken, een verklarende woordenlijst, eindnoten en een register.

Tekst op website
Ongelijkheid maakt de samenleving kapot. Volgens de wereldvermaarde econoom Anthony Atkinson kunnen we veel meer veranderen dan de sceptici ons voorhouden. In Ongelijkheid stelt hij concrete maatregelen voor. Onze economie verandert razendsnel en de meerderheid van de bevolking ondervindt daar de gevolgen van. Het probleem is niet alleen dat de rijken rijker worden, we slagen er ook niet in om armoede aan te pakken. Volgens Atkinson volstaan meer belastingen niet, zal staatsinterventie de economie niet doen krimpen en verhindert de globalisering ons niet om actie te ondernemen. Atkinson formuleert nieuwe, ambitieuze ideeën over technologie, arbeidsmarkt, sociale zekerheid, kapitaal en belastingen. 

Nobelprijskandidaat Anthony Atkinson is, in de woorden van Thomas Piketty, ‘de godfather van het onderzoek naar inkomens en rijkdom’. Met Ongelijkheid heeft hij een hoopvol en stevig onderbouwd pleidooi voor concrete, politieke actie geschreven.

Fragment uit De weg vooruit
Dit boek is geschreven als een poging antwoord te geven op de vraag: als we de mate van ongelijkheid willen verminderen, hoe moet dat dan? Er zijn veel redenen om de ongelijkheid aan te pakken. Als we de ongelijkheid van economische uitkomsten verminderen, draagt dit dan bij aan het waarborgen van de gelijkheid van kansen, die wordt gezien als een belangrijk kenmerk van een moderne democratische samenleving. Sociale kwaden als misdaad en slechte gezondheidszorg worden toegeschreven aan de hoge mate van ongelijkheid in de huidige samenlevingen. Die verschaffen een instrumentele reden om te proberen de armoede en de ongelijkheid terug te dringen, evenals de angst dat extreme ongelijkheid niet te combineren valt met een functionerende democratie. En er zijn mensen, onder wie ikzelf, die geloven dat de huidige niveaus van economische ongelijkheid intrinsiek inconsistent zijn met de notie van een goede samenleving. Wat de reden tot zorg ook is, de vraag blijft: hoe valt een substantiële vermindering van de ongelijkheid te bereiken? (pagina 375)

Lees o.a. ook: Thomas Piketty. Kapitaal in de eenentwintigste eeuw (2014)

Andere titels
Victor Broers. Thomas Piketyty's Kapitaal : samengevat in Nederlands perspectief (2014)
Willem Vermeend. Arm & rijk in Nederland : hoe het echt zit met inkomen en vermogen (2014)
Paul de Grauwe. De limieten van de markt : de slinger tussen overheid en kapitalisme (2014)
Robert Went (red.) - Waarom Piketty lezen? (2014)
Wouter van Bergen & Martin Visser. De kleine Piketty : het kapitale boek samengevat (2014)

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 29 november 2015

Harry Kruiter e.a.


Hoe waardeer je een maatschappelijk initiatief? : handboek voor publieke ondernemers

Wolters Kluwer 2015, 108 pagina's  - € 29,50 

Website Instituut voor Publieke Waarden (IPW)

Tekst op website uitgever
Hoe waardeer je maatschappelijk initiatief? is geschreven om publiek ondernemerschap te ontwikkelen. Publieke ondernemers zijn burgers met idealen en uitvoerbare ideeën. Het zijn ook professionals die met hun bedrijf oplossingen vinden voor maatschappelijke vraagstukken. Of ambtenaren die vernieuwing en systeemverandering hand in hand laten gaan. Publieke ondernemers maken maatschappelijk initiatief op het snijvlak van overheid, markt en samenleving mogelijk.

Waarderingsinstrument
De auteurs illustreren aan de hand van een tiental voorbeelden een rijk palet aan dilemma’s, knelpunten en lessen voor publieke ondernemers. Daarnaast presenteren ze een waarderingsinstrument waarin de belangrijkste waarden van overheid, markt en samenleving samenkomen. Met dit instrument zet u de eerste stap om van uw initiatief een echt publieke onderneming te maken.  

Participatiesamenleving
De participatiesamenleving staat in bloei en de overheid trekt zich terug. Of die wil zich terugtrekken, maar hoe? De meeste initiatieven ontstaan lokaal, op buurt-, wijk- en dorpsniveau. Onze verzorgingsstaat is echter centraal georganiseerd. Lokaal willen burgers juist het verschil maken. Ze willen hun directe leven, groener, zuiniger, socialer, beter of mooier maken. Maar dat verschil is voor overheden moeilijk te waarderen.

Fragment uit 2. Hoe waardeer je een maatschappelijk initiatief?
Betrokkenheid
Een derde waarde is betrokkenheid. Dat is de kernwaarde van de samenleving. Samenlevingen kunnen beter betrokkenheid organiseren dan bedrijven of overheden. Of, wat eenvoudiger geformuleerd: wij helpen onze buren eerder als onze buren daar om vragen, dan als de overheid ons dat verzoekt. Maar wat betekent betrokkenheid? In de eerste plaats dat mensen publiek initiatief nemen, niet om er geld aan te verdienen, maar om een publiek probleem op te lossen. Ten tweede betekent het dat er meerdere mensen bij betrokken zijn. We zouden van draagvlak kunnen spreken. Wordt het initiatief gedragen door een grotere groep? Of is het slechts een initiatief van eenlingen? En in welke mate zijn initiatieven in staat om betrokkenheid te genereren? Met de vraag naar betrokkenheid bij publieke problemen raken we aan een kern begrip uit de democratie theorie. Te weten welbegrepen eigenbelang, een begrip dat Fransman Alexis de Tocqueville muntte. Tocqueville deed onderzoek in Amerika (rond 1831) en zag een groep mensen in een schuur zitten. Navraag leerde dat ze een school aan het bouwen waren. Ze discussieerden over de aard van het curriculum. Een deel wilde vooral godsdienst in het curriculum, een deel vooral geschiedenis, en een ander deel aardrijkskunde. Binnen no time waren ze er uit: een paar dagen godsdienst, een paar dagen aardrijkskunde en een paar dagen geschiedenis. Tocqueville noemde dat opvallend. Enerzijds omdat er in Amerika in die periode nauwelijks een overheid te bekennen was, anderzijds omdat Fransen dat nooit zouden kunnen. Fransen zouden voet bij stuk houden en vooral hun eigen (korte termijn) belang naar voren brengen. Uiteindelijk zou het schooltje niet tot stand komen. Amerikanen begrepen hun eigen belang beter en sneller. Ze snapten dat door concessies te doen aan hun korte termijn eigen belang (Geschiedenis!) uiteindelijk de school tot stand kwam. Een school waar ze zelf iets over te zeggen hadden omdat ze het zelf neergezet hadden.
() Het onderscheid tussen eigen belang en welbegrepen eigen belang is belangrijk voor de initiatieven die we bestuderen. Met name voor burgerinitiatieven. (pagina 25)

Artikel: Hoe waardeer je een maatschappelijk initiatief? (juni 2015)

Lees ook van Alexis de Tocqueville. Over de democratie in Amerika (1835/1840/2012)
En van Albert Jan Kruiter. In ons belang : pleidooi voor publieke waarden (2011)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 25 november 2015

Frederieke Hegger


De geldrevolutie : hoe nerds de macht overnemen van bankiers

Amsterdam University press 2015, 248 pagina's - € 17,95

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Frederieke Hegger (1987) op website RTL Nieuws  

Korte beschrijving
Heeft het bankwezen zijn langste tijd gehad? Daar lijkt het wel op. Er gaat nauwelijks een week voorbij zonder berichten over technologische vernieuwingen die traditionele patronen van financiële dienstverlening rechtstreeks bedreigen. De meest geruchtmakende innovatie is bitcoin, een door computercodes beheerste geldvorm die zich aan controle door overheden en centrale banken onttrekt. Maar er zijn nog veel meer informatietechnologieën die de potentie hebben het bankwezen overbodig te maken. Met behulp van een veelheid aan internetbronnen en interviews met betrokkenen schetst Hegger in een wat opgewonden stijl een aantal van die technologieën, waarbij vooral bitcoin veel aandacht krijgt. Haar blik is resoluut op de toekomst gericht, maar een afgewogen analyse van bedreigingen en eventuele kansen voor het bankwezen ontbreekt. Met name interessant voor wie belangstelling heeft voor technologische ontwikkelingen in de financiële wereld.

Tekst op website uitgever
De nieuwe bankier is een tech-nerd. Gedreven door de crisis en gewapend met disruptieve technologie bouwt hij aan een nieuwe financiële wereld. Een wereld waarin geld verplaatsen steeds makkelijker en sneller gaat. En één waarin de traditionele bank als middle-man minder vanzelfsprekend wordt. Nieuwe cryptocurrencies komen met één muisklik ter wereld en we lenen steeds meer van elkaar, in plaats van van de bank. Het mogelijke einddoel: een open en decentraal financieel netwerk, zonder machtscentrum.

RTL Z-journalist Frederieke Hegger spreekt met pioniers uit binnen- en buitenland. Van topeconoom Jeremy Rifkin tot Bitcoingoeroe Andreas Antonopoulos. Van jonge tech-ondernemers tot bankiers. Met humor, portretten, feiten en cijfers kijkt ze door een verrekijker naar de toekomst: staan we aan het begin van een financiële revolutie?

Fragment uit hoofdstuk 19. Waarom ook de financiële sector een metamorfose zal ondergaan
Meer netwerken, nieuwe spelers, crowdfunding. Einde van de banken? Nee, dit betekent niet dat alle banken zomaar uitsterven, maar we zien al wel voortekenen voor een grote verandering. Honderden miljoenen jonge mensen produceren hun eigen muziek, hun muziekvideo's, blogs, Wikipedia. Die disruptie gaat ook plaatsvinden bij de financiële sector.
  Rifkin is helemaal overtuigd van zijn zaak. Ik begin me ondertussen wel af te vragen of de roze bril niet iets te roze is. Alle macht naar de consument? Hoe zit het dan met de opkomst van grote bedrijven, zoals Twitter, Google, Facebook? Hte internet heeft niet alleen gezorgd voor miljoenen blogs, maar juist ook voor de opkomst van hele machtige bedrijven. Die zijn onderdeel van Rifkins beweging. Hij noemt ze: de commons. Ondernemers hebben een netwerk of platform gecreëerd waardoor mensen met elkaar kunnen produceren en delen. Zij zorgen voor de content. De mensen doen het werk binnen een netwerk, een groot bedrijf staat aan het hoofd. Dat die bedrijven veel macht hebben, staat voor hem buiten kijf: 'We houden van deze bedrijven, maar ze moeten ook gereguleerd worden. Ze lijken steeds meer op publieke goederen, maar vormen ook monopolies. Toen elektriciteit net opkwam, waren er ook enkele partijen die succesvol werden, want zij hadden wat wij nodig hadden. We hebben ze privaat gehouden, maar zijn ze wel gaan reguleren op transparantie. Dat moeten we bij deze bedrijven ook gaan doen.' (pagina 127)

Lees ook van Jeremy Rifkin  De derde industriële revolutie : naar een transformatie van economie en samenleving (2014), George Möller  Waardenloos : banking on ethics (2012) of Joris Luyendijk  Dit kan niet waar zijn : onder bankiers (2015), David Graeber Schuld : de eerste 5000 jaar (2012) maar vooral van Helen Toxopeus & Henk van Arkel Een @nder soort geld : helpt economie, milieu en euro (2014)

Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 19 november 2015

Mirjam de Rijk


51 mythes over wat goed zou zijn voor de economie

Nieuw Amsterdam 2015, 176 pagina's - € 18,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Wikipedia: Mirjam de Rijk (1962) en haar website

Korte beschrijving
In dit boek haalt journaliste Mirjam de Rijk vastgeroeste veronderstellingen over onze economie op verfrissende wijze onderuit. Ze ontrafelt de belangrijkste economische mythes van dit moment: over werk en werkloosheid, de crisis, de markt en de overheid. Haar boek laat zien dat je ook op een andere manier naar de economie kunt kijken. Stapje voor stapje toont ze aan dat veel vaststaande feiten eigenlijk politieke keuzes zijn. Rode draad: enerzijds de mythes afpellen, anderzijds laten zien dat er wat te kiezen valt, dat er niet zoiets is als één onvermijdelijke economische weg. De Rijk wil uitgangspunten bieden voor discussie en dat doet ze volop. Vanwege de complexiteit van het onderwerp is het verhaal soms wat te technisch voor de leek, maar De Rijk houdt de grote lijn gelukkig goed in de gaten. Het boek levert prikkelende ideeën voor een andere (economische) wereld dan de huidige neoliberale. Uitvoering: softcover, geen kleurendruk, geen illustraties, zes hoofdstukken, inleiding, verantwoording en dankwoord; met een register. Goed boek voor een redelijke lezerskring.

Korte beschrijving op website uitgever
Flexibilisering van de arbeidsmarkt is goed voor de economie, de staatsschuld is te hoog en bezuinigingen helpen tegen de crisis. Zeggen ze. Politici en beleidsmakers simplificeren de werking van de economie tot wat hun goed uitkomt. Rendementsdenken staat voorop.

Mirjam de Rijk ontrafelt de belangrijkste economische mythes van dit moment: over werk en werkloosheid, de crisis, de markt en de overheid. Hoe onbetaalbaar is de zorg nou echt? Zijn de loonkosten inderdaad te hoog? Is de crisis werkelijk voorbij?

Mirjam de Rijk laat zien dat je op een andere manier naar de economie kunt kijken en levert met dit boek een bijdrage aan de agenda voor onder meer het gezonder maken van de financiële sector, de aanpak van ongelijkheid en het werkelijk creëren van banen.

51 mythes over wat goed zou zijn voor de economie is het perfecte boek om meer greep te krijgen op de belangrijkste economische en sociale kwesties van deze tijd.

Eerder verschenen artikelen van Mirjam de Rijk over dit thema, o.a. En dús moeten de lonen omlaag : 'Negentien mythes over ‘wat goed is voor de economie’ (april 2015)

Fragment uit de Inleiding
'Hervormingen zijn goed voor de economie'. 'Lastenverlichting zorgt voor werkgelegenheid'. 'We moeten bezuinigen want de staatsschuld is te hoog'. Wie willekeurig door een stapeltje kranten bladert, vindt zonder moeite een hele serie van dergelijke beweringen. Ze worden met een grote vanzelfsprekendheid gebracht en blijven vaak onweersproken. Maar hoe terecht is dat? Kloppen de stellingen wel? En zijn ze wel zo neutraal als ze zich voordoen?
 Er bestaan op economisch gebied veel mythes. Ze spelen een grote rol in het publieke debat en beïnvloeden in hoge mate hoe we denken dat de economie werkt. Politici baseren er hun keuzes op. Economische mythes beperken het zicht op alternatieven en maken daarmee het speelveld onnodig klein. Temeer omdat ze vaak vergezeld gaan van een impliciet of expliciet 'TINA'(There Is No Alternative, beweerde Margaret Thatcher in de jaren tachtig), het kan nou eenmaal niet anders. 'Cognitieve kaping', noemt econoom en Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz het: de onbetwistbaarheid waarmee bepaalde economische denkbeelden gebezigd worden. (pagina 7)

Klik hier voor meer titels waarin kritisch gekeken wordt naar 'de economie'.



Lees vooral het boek De ondernemende staat : waarom de markt niet zonder overheid kan van Mariana Mazzucato uit 2015 en De limieten van de markt : de slinger tussen overheid en kapitalisme van de Belgische econoom en liberale politicus Paul De Grauwe uit 2014.

zaterdag 14 november 2015

Matthew B. Crawford

De wereld buiten je hoofd : een filosofie van de aandacht

De Bezige bij 2015, 367 pagina's - € 29,90

Oorspronkelijke titel: The World Beyond Your Head: On Becoming an Individual in an Age of Distraction (2015)

Wikipedia: Matthew B. Crawford (1965)

Korte beschrijving
De Amerikaan Crawford, opgeleid als natuurkundige en filosoof, combineert een baan als wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Virginia met zijn werk als maker van onderdelen voor motoren. In dit derde boek van hem gaat hij de discussie aan met de Verlichting. Deze wijsgerige stroming heeft in haar verzet tegen onderdrukking van de mens door tirannen te radicaal gekozen voor het gezichtspunt de mens uitsluitend als rationeel wezen op te vatten. Een wezen dat volstrekt autonoom zou zijn. Hiermee werd de mens opgesloten in zijn eigen hoofd. En tegelijkertijd vatbaar (er is immers geen externe norm) voor manipulatie door de liberale vrije markt. Crawford pleit voor een opvatting waarin de mens gezien wordt als een belichaamd wezen, dat handelt in de wereld. Dat brengt met zich mee dat de mens samen met de anderen aandachtig met de wereld omgaat en op die manier gestalte geeft aan zijn individualiteit. Hoewel geen gemakkelijk onderwerp, weet Crawford op een heldere manier, met behulp van verhalen, zijn ideeën adequaat te verwoorden.

Tekst op website uitgever
We klagen vaak over ons te drukke leven en voelen ons belaagd door voortdurende afleiding. Met de toenemende afwezigheid van gerichte aandacht lijkt onze denkwereld steeds gefragmenteerder te worden.
Matthew Crawford onderzoekt aan de hand van de intense aandachtsspanne van ijshockeyspelers, topkoks en glasblazers hoe we onze verloren auto nomie weer terug kunnen vinden. Hij plaatst de vertrouwde drukte van het dagelijks leven tegenover bijvoorbeeld het langzame ambacht van pijporgelbouwers. De huidige aandachtscrisis wordt vaak toegeschreven aan de digitale ontwikkelingen, maar die zijn er slechts oppervlakkig debet aan. In zijn boek legt Crawford de werkelijke oorzaken bloot, die zich bevinden in de wortels van onze westerse cultuur.
De wereld buiten je hoofd is onmisbaar in het hedendaagse leven en leert ons hoe we ons staande kunnen houden in deze hectische wereld.

Interview: Voor stilte hoor je geen geld te vragen (NRC, vrijdag 13 november 2015)
Vraag: Wat gebeurt er als wij telkens toch ingaan op die smakelijke prikkels? Is het erg om verslaafd te zijn aan CandyCrush of door een advertentie te worden afgeleid?
MC: "Als wij niet meer in staat zijn ons te richten op dingen die concentratie vereisen, gaat dat ten koste van onze intellectuele biodiversiteit. Het is eenvoudiger om met vrienden te discussiëren over de laatste aflevering van Sons of Anarchy dan over een boek van Aristoteles. Wij denken dat diversiteit een gevolg is van vrije keuze. Maar het huidige marktideaal, waarbij die vrije keuze voorop staat, leidt eerder tot een monocultuur omdat we sneller geneigd zijn dezelfde dingen te kiezen. Bovendien worden we te veel afgeleid door in elkaar gezette werkelijkheden, die verschillen van spontane interacties."

Fragment uit Inleiding: Aandacht als cultureel probleem
Opdringerige reclame is echter nog maar het topje van een grotere culturele ijsberg. Enkele positieve aspecten die onze aandacht opeisen zijn niet minder verontrustend dan de ongewenste aspecten. Het is tegenwoordig moeilijk een krant of tijdschrift open te slaan zonder een klacht te lezen over ons gefragmenteerde geestelijke leven, onze kleine aandachtsboog en een wijdverbreid gevoel dat we almaar worden afgeleid. De aanleiding voor zo'n verhaal is vaak een of andere neurowetenschappelijke bevinding over hoe de bedrading in onze hersenen verandert door onze vluchtige wijze van informatie verzamelen en door allerlei elektronische prikkels. Hoewel het in de eerste plaats om een vermogen van de individuele geest gaat, is het duidelijk dat aandacht ook een acuut collectief probleem van het moderne leven is geworden; een cultureel probleem. (pagina 13)

Lees o.a. ook: Manfred Spitzer. Digitale dementie : hoe wij ons verstand kapotmaken (2013)

Terug naar Overzicht alle titels

Hans Boutellier 2

Het seculiere experiment : hoe we van God los gingen samenleven

Boom 2015, 200 pagina's - € 22,50

Website Verwey-Jonker instituut: Hans Boutellier (1953)

Korte beschrijving
'Als er niemand meer in God gelooft, dan wordt het een zooitje'. De auteur citeert deze woorden die zijn vader tegen hem als vijftienjarige zei. Het boek is een open en eerlijke worsteling met deze opvatting. Boutellier is wetenschappelijk directeur van het Verwey-Jonker Instituut en mede door eerdere studies gekwalificeerd het complexe en gevoelig liggende probleem van de secularisering te entameren. Op grond van drie studies over respectievelijk criminaliteit, de seksuele revolutie en immigratie en integratie in de periode na 1960 toont hij – die zichzelf een kind van de secularisering noemt – aan dat de westerse, met name de Nederlandse samenleving door sterke ontkerkelijking weliswaar in sterke mate 'van God los' is geraakt, maar toch bevredigend is blijven functioneren. Kortom: het is tot dusver geen zooitje geworden, zoals zijn vader vreesde. Boutellier is niet somber wat de toekomst betreft. De hedendaagse seculiere samenleving is er kennelijk in geslaagd een redelijk solide en succesvol fundament voor haar ethisch handelen te creëren: geloof in de zelfcontrole en eigen verantwoordelijkheid van mensen. Die verantwoordelijkheid laat zich herleiden tot de op Paulus teruggaande christelijk-seculiere waarden. Een geweldig boek met subtiele en genuanceerde argumentatie..

In Het seculiere experiment analyseert Hans Boutellier hoe het christendom verdween uit het maatschappelijke leven. Ook de grote seculiere verhalen zijn uitgewerkt: de (sociale) wetenschap, het humanisme en ideologische stromingen. Een nieuw verlangen naar inspiratie komt op – in een veelkleurige netwerkmaatschappij die alle kanten op gaat. Maar waar komt de bezieling vandaan en hoe ziet die eruit?


Na de ontkerkelijking is de complexiteit van de samenleving toegenomen. De huidige netwerkmaatschappij biedt nieuwe kansen voor een moraal van onderaf, maar ideeën over goed en kwaad moeten steeds opnieuw worden geformuleerd en bevestigd. Het lijkt ons te ontbreken aan een externe noodzaak om dat te doen. Komt er een einde aan het seculiere experiment? Aan de hand van persoonlijke ervaringen en analyses van criminaliteit, diversiteit, seksualiteit, gezag en sociale orde maakt Hans Boutellier de balans op van vijftig jaar seculiere samenleving.

Fragment uit 8. De pragmatiek van praktijken
Hoe we van God los samenleven

Wanneer het precies begon, is niet te zeggen: misschien wel bij de eerste acties van Provo. Het eerste nummer van hun gelijknamige gestencilde blaadje verscheen op 12 juli 1965. De oploopjes die Robert Jasper Grootveld bij het Lieverdje op het Spui in Amsterdam organiseerde, liepen uit op happenings tegen God, volk en vaderland - met enige regelmaat uiteengeslagen met de blanke sabel. Het was het symbolische begin van een schokgolf die een einde zou maken aan de dominantie van de kerk en het georganiseerde geloof. Was God in de negentiende eeuw door Nietzsche dood verklaard, vanaf de jaren zestig werd dat een sociologisch feit. De afname van 'de sociaal regulerende functie van gemeenschappelijk geloof in een (intentionele)  hogere macht' - mijn definitie van secularisering - was het onontkoombare gevolg. In de eeuwenlange aanloop naar het seculiere experiment domineerde één grote zorg: zonder geloof in een hogere instantie verliezen mensen zich in chaos of ongeluk.
  Maar als het dan per se zonder God moest, dan meldden zich steeds weer nieuwe kandidaten om chaos te voorkomen. De Geest, de Natuur, de Cultuur, de Staat, de Gemeenschap - iets wat groter is dan wijzelf, iets wat ons bij de les kan houden. Of de concrete politieke vormen daarvan: nationalisme, communisme, fascisme - substituten die het volgens Eagleton niet konden halen bij het origineel. Onder radicaal-seculiere condities lijkt echter geen enkel geloof meer stand te houden. Wat resteert, is een politiek van de kleine verschillen, met een enkele grote outlier die zich verzet tegen elke politiek. De grote verhalen zijn opgelost in een buzz van standpunten, geloven, waarden, normen, ideologische reminiscenties en meningen - vooral veel meningen. Maar laat ik niet te hard van stapel lopen. (

De bevindingen
Ik constateer op basis van de veldstudies dat de wereld totaal maar dan ook totaal veranderd is. Dat is materieel het geval als we kijken naar ontwikkelingen in criminaliteit en veiligheid, de verhouding tussen de seksen in liefde, lust en seksueel geweld, en de samenstelling van de bevolking. Maar ook structureel heeft de samenleving een volledig ander aanzien gekregen door de technologische ontwikkeling en wat daaruit is voortgevloeid. De netwerksamenleving biedt andere condities voor de economie, voor de mobiliteit, voor de relaties, voor de veiligheid, voor de wetenschap. Voor alles. De complexiteit van de menselijke samenleving, die door ons reflexieve bewustzijn al zoveel groter is dan die van de natuur, is door de technologisering nog groter geworden. Het levert een andere constellatie voor de eeuwige vragen over wie we zijn, wat we willen en waarom. Het seculiere experiment is als het ware opgelost in een proces van - lelijk woord - complexisering. Ik zet de resultaten van mijn veldstudies op een rij. (pagina 173-174)

Interview: Ik voel de plicht om optimistisch te zijn (NRC, zaterdag 14 november 2015)Vraag: Burgers verlangen ene overheid die hard optreedt tegen criminaliteit, maar als ze een verkeersboete krijgen is de klacht al snel: 'meneer agent, ga toch boven vangen'. Waar komt dat vandaan?
HB: "Leg mij niets in de weg maar disciplineer de buurman', dat zit in onze cultuur ingebakken. Over fundamentele normen als wreedheid, vernedering en discriminatie zijn we het wel eens, maar praktische normen als snelheidslimieten zijn altijd betwistbaar. Mensen lopen er niet warm voor. Daar zit het verschil met levensbeschouwelijke normering. De kracht van religie is de gezamenlijke beleving. Normen die daaruit voorkomen beleven we intenser en lijken minder vrijblijvend."

Opiniestuk dat hier op aan sluit - We zijn ons geloof kwijt – en de leegte is groot (door Hans Schilderman) (NRC, zaterdag 14 november 2015)

Fragment

Lees ook: De improvisatie maatschappij : over de sociale ordening van een onbegrensde wereld (2011)