dinsdag 11 december 2018

Herman Tjeenk Willink


Groter denken, kleiner doen : een oproep

Prometheus 2018, 118 pagina's € 15,--

Wikipedia: Herman Tjeenk Willink (1942)

Korte beschrijving
In dezelfde maand (december 2018) dat de commissie-Remkes aanbevelingen doet voor hervormingen van ons politiek stelsel, verschijnt deze 'oproep' van Herman Tjeenk Willink (1942). De doorgewinterde politicus maakt zich ernstig zorgen over het functioneren van de Nederlandse staat. Door de ontzuiling is volgens hem de verbinding tussen mensen onderling in de knel geraakt. In plaats van wat men van de regering verwacht, hoort men slechts waarop deze bezuinigt. De auteur verzet zich tegen het bedrijfsmatig denken van de overheid. 'Een BV Nederland betekent uiteindelijk het failliet van de democratische rechtsorde'. Hij bepleit een publieke herwaardering van de rol van de onafhankelijke journalistiek om te voorkomen dat die wordt overgenomen door de markt. Ook een herijking van Europa als normatief concept staat op zijn wensenlijst. 'Het functioneren van de rechterlijke macht, ons kiesstelsel, ons bankwezen, et cetera, het vraagt allemaal om positie kiezen, onze stem verheffen, het debat aangaan en uiteindelijk onze eigen grenzen trekken'. Goed samengesteld politiek manifest!

Tekst op website uitgever
Het gaat goed met Nederland. De economie groeit, de werkloosheid daalt, de financiën lijken op orde. Gaat het (dus) ook goed met onze democratische rechtsstaat? Bij Herman Tjeenk Willink, voormalig voorzitter van de Eerste Kamer en oud-vicepresident van de Raad van State, rijst steeds vaker de angstige vraag: hoe stevig zijn onze instituties als het er echt om gaat spannen? Hoe ‘Heldhaftig, Vastberaden en Barmhartig’ zijn wij, burgers, als medeburgers buiten de maatschappelijke orde worden verklaard? Wat blijft er van de democratische rechtsstaat over als feiten en waarden het afleggen tegen beelden en sentimenten? In de afgelopen veertig jaar heeft Herman Tjeenk Willink zich in al zijn functies ontpopt als een onvermoeibaar verdediger van de democratische rechtsstaat en geharnast tegenstander van de overheid als bedrijf. De ontwikkelingen van de laatste jaren en zijn vele gesprekken, vooral met professionals op de werkvloer, rechters en betrokken burgers, hebben hem ertoe verleid zijn gedachten opnieuw tegen het licht te houden. Groter denken, kleiner doen is een even noodzakelijk als verrassend antwoord op de problemen en uitdagingen van onze tijd.

Fragment uit II.1 het belang van het publieke debat
Willen we de democratische rechtsorde overeind houden, dan is een publieke herwaardering van de rol van de onafhankelijke journalistiek nodig. Haar vermogen informatie te wegen, verbanden bloot te leggen en aandacht te schenken aan de ontwikkelingen achter de incidenten. Haar opdracht, met feiten onderbouwd, gezagsdragers tegen te spreken en de andere werkelijkheid een kans te geven. Haar doel burgers in staat te stellen zelf een eigen oordeel te vormen.

Burgers in een democratische rechtsorde zijn medeverantwoordelijk voor de instandhouding en ontwikkeling van die onafhankelijke journalistiek. Het is ook een misverstand te menen dat burgers geen belangstelling hebben voor verhalen over nieuwe inzichten en wel over het schandaal van de dag; geen belangstelling voor sociale dilemma's waarmee burgers worstelen en wel voor het laatste politieke incident. Is dat misverstand ook niet een gevolg van journalistieke gemakzucht?
  Politici moeten erkennen dat onafhankelijke journalistiek niet uitsluitend aan de markt kan worden overgelaten. Dat geldt niet alleen voor de onderzoeksjournalistiek, maar bijvoorbeeld ook voor de journalistieke taak van de publieke omroep. Dat geldt niet alleen, maar vooral ook regionaal en plaatselijk.
  Zo zou ook meer aandacht mogelijk worden voor de vele debatten die wel degelijk worden gevoerd, maar nu de publiciteit niet halen. Debatten tussen betrokken burgers, in beroepsgroepen en tussen deskundigen over nieuwe ontwikkelingen voor bestaande maatschappelijke problemen. Ze worden vaan van onderop ontwikkeld; in de zorg, in de landbouw, in het onderwijs, in de sociale zekerheid. Ze representeren een andere werkelijkheid en doorbreken ingesleten patronen. Bestaande posities en belangen zullen zich vaak tegen deze vernieuwingen van onderop verzetten. Ook daarom verdienen zij meer publieke aandacht. In een democratische rechtsorde is aandacht voor 'de andere werkelijkheid' essentieel. (pagina 38-39)

Uit een artikel over dit boek
De gevolgen zien we dagelijks zegt hij. 'Uitvoerders die bezuinigingen, reorganisaties, verandering van taken, verhuizingen en digitalisering hebben doorstaan, voelen zich in de steek gelaten. Als de Belastingdienst een vertrekregeling aankondigt, maken daar zesduizend mensen gebruik van. Dat zegt iets over het gebrek aan arbeidsvreugde.'
  Volgens Tjeenk Willink hebben we te maken met een 'sluipende crisis' die niet met organisatorische maatregelen - een reorganisatie hier, een betere manager daar - kan worden verholpen, als is die suggestie vaak wel gewekt. 'Het is een politieke crisis die de politiek niet op eigen kracht kan oplossen. De politiek weet niet meer wat de eigen functie is. Politiek is vooral besturen en financieel beheer geworden. En als de vertegenwoordigende democratie hapert, komt het op de maatschappelijke democratie, de burgersamenleving aan.'
  Publieke diensten zijn over een breed politiek front te lang verwaarloosd. 'Ondanks alle verschillen waren politieke partijen het decennia lang altijd over één ding eens: maximaal haalbare bezuinigingen op het openbaar bestuur, terwijl er steeds meer taken bij kwamen.'
  Ik hoor dat we sterke politici nodig hebben met moreel leiderschap. Ik weet niet eens wat daar precies mee wordt bedoeld. Ik weet wel dat leiderschap niet voldoende is om de betonrot aan te pakken.'  (Tjeenk Willink: 'We zijn de publieke zaak structureel aan het uithollen', FD 11 december 2018)

donderdag 6 december 2018

Ad Verbrugge, Govert Buijs & Jelle van Baardewijk


Het goede leven en de vrije markt : een cultuurfilosofische analyse

Lemniscaat 2018, 452 pagina's  - € 29,95

Wikipedia: Ad Verbrugge (1967) en website Centrum Èthos: Govert Buijs (1964) en Jelle van Baardewijk (1982)

Winnaar Socratesbeker voor het 'beste' filosofieboek van 2019

Korte beschrijving
Centraal in deze lijvige cultuurfilosofische studie staat de vraag wat het goede leven is en hoe de vrije markt het zicht op het goede leven verruimt dan wel belemmert. Door de eeuwen heen zijn verschillende visies op het goede leven geformuleerd, maar volgens de auteurs staan daarin vijf dimensies centraal: relaties met medemensen, instituties, het lichaam, de natuur en de zindimensie. De auteurs laten in het eerste deel zien hoe de menselijke vrijheid centraal kwam te staan in visies op het goede leven en ook ten grondslag ligt aan de moderniteit en de vrijemarkteconomie. In het tweede deel laten ze zien hoe de moderniteit en de vrije markt van invloed zijn geweest op de vijf dimensies van het goede leven. Hun visie is tamelijk donker: zij zien de vrije markt als een nieuwe dwangbuis waarin de vrijheid van de mens teniet wordt gedaan. Een nieuwe visie op mens en wereld is nodig. Het derde deel bevat vertaalde tekstfragmenten. Goed geschreven boek, primair bedoeld als examenkatern in het filosofieonderwijs op het vwo, maar interessant voor een breed publiek. Voorzien van illustraties in zwart-wit en een register.

Tekst op website uitgever
De vrije markt is overal: ze verspreidt zich over de hele wereld en haar rol in ons persoonlijke leven is groter dan ooit. Allerlei goederen en diensten zijn toegankelijk geworden voor steeds meer mensen en het mondiale welvaartsniveau was nooit eerder zo hoog. Toch dringt zich de laatste jaren ook de vraag op naar de schaduwkanten van de globaliserende markt. Wat gebeurt er met een samenleving als allerlei maatschappelijke sectoren steeds meer in termen van de markt worden uitgelegd? Wat doet het met de kwaliteit van onze relaties als mensen zichzelf en elkaar als homo economicus opvatten en zij zichzelf gaan begrijpen als producerende, consumerende en concurrerende individuen? Bovendien, kunnen we ons op de lange termijn wel een dergelijke economische bedrijvigheid veroorloven, bijvoorbeeld ten opzichte van de natuur? En welke rol speelt de moderne techniek in dit verband?

Fragment uit hoofdstuk 8. de Januskop van instituties
7. Een nieuwe lange weg door de instituties?
Van oudsher beschikken mensen over het vermogen om instituties in te richten om de onzekerheid en dreigende destructiviteit van de natuur en van menselijke relaties tegen te gaan. Maar soms is het middel erger dan de kwaal: instituties kunnen zelf knechtend en onderdrukkend worden. Momenteel worden in allerlei maatschappelijke sectoren keiharde afrekenregels en prestatiemodellen gehanteerd, die het goed leven eerder lijken te fnuiken dan te bevorderen.
  Tevens lijkt het van eminent belang dat er een subtiele machts- en samenwerkinsbalans bestaat tussen de diverse institutionele domeinen, tussen markt, overheid,civil society en kennisinstituten (scholen, universiteiten). Alleen wanneer zij elkaars uitwassen in toom houden, zijn ze gezamenlijk in staat het goede leven te faciliteren. Een allesbeheersende familiesfeer, zonder staat of markt, leidt al snel tot maffiapraktijken en/of tribalisme, is totaliteit; een marktsfeer zonder ene duidelijk regulerende overheid en ook respect voor het private leven, levert een neodarwinistische wereld van 'struggle for life' en 'survival of the fittest' op, waarin grote inkomens- en vermogensconcentraties samengaan met verpaupering en fysieke en/of psychische uitbuiting. Het heeft er alle schijn van dat de hier bedoelde balans in de laatste jaren vergaand verstoord is ten gunste van een qua reikwijdte ongeremd marktdenken dat inhoudelijk tegelijk heel beperkt is. (pagina 221)

Lees ook Tijd van onbehagen : filosofische essays over een cultuur op drift (uit 2004) en Staat van verwarring : het offer van liefde (2013) van Ad Verbrugge.

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 3 december 2018

Fabian Scheidler

Het einde van de megamachine : een korte geschiedenis van een falende beschaving
Lemniscaat 2018, 424 pagina'  - € 24,95

Oorspronkelijke titel: Das Ende der Megamaschine. Geschichte einer scheiternden Zivilisation (2015)

Wikipedia: Fabian Scheidler (1968)

Korte beschrijving
Los van ideologie bestaat steeds meer consensus over de onhoudbaarheid van ons economisch systeem gezien de druk op milieu en mensenrechten. Dit boek neemt kritisch stelling en schetst een inktzwart beeld over de opkomst van de westerse beschaving, die stelselmatig de hele wereld heeft veranderd in een soort megamachine. Deze megamachine wordt in stand gehouden door bezit, krediet en schulden en een onterecht vooruitgangsdenken dat de mensheid al vijfduizend jaar in zijn ban houdt. De historische ontwikkelingen en verbanden worden meeslepend geschetst, maar de nuance ontbreekt. De lezer wordt eerder murw geslagen door de onvermijdelijkheid van dit voortrazende systeem dan gemotiveerd tot andere gedachten. Het laatste hoofdstuk probeert oplossingen aan te reiken, die enigszins obligaat liggen op het vlak van duurzaamheid, collectiviteit en kleinschaligheid. Uit het voorbeeld van het eeuwenoude waterbeheer op de Balinese rijstvelden moet de lezer wat moed putten. De voorgaande hoofdstukken lijken echter weinig reden tot hoop te bieden. Met kleine zwart-witillustraties, eindnoten, een chronologisch overzicht en literatuuropgave.

Tekst op website uitgever
De toekomst van de aarde is in gevaar: 5.000 jaar aan menselijke beschaving heeft geleid tot een vernietiging van menselijke samenlevingen en van ecosystemen. Een wereldcrisis staat op het punt van uitbreken. Wie wil begrijpen hoe het zover heeft kunnen komen, en wat we eraan kunnen doen, is bij Fabian Scheidler aan het goede adres.

Scheidler ontmantelt de westerse vooruitgangsmythologieën en laat zien hoe de alomtegenwoordige focus op kapitaalvermeerdering de menselijke toekomst in gevaar heeft gebracht. Tegen de achtergrond van de klimaatchaos, afnemende hulpbronnen, financiële instorting en massale armoede is de tijd gekomen voor ingrijpende veranderingen van onze beschaving: door ons te verzetten tegen de onderdrukking van het systeem, door zelforganisatie en door échte democratie, lukt het ons misschien de megamachine te stoppen voordat het te laat is.
De combinatie van economische, culturele en ecologische perspectieven maakt van Het einde van de megamachine een uniek boek. Het verduidelijkt de wereld om ons heen, maakt ons boos en zet ons aan tot actie.

Fragment uit (de) Inleiding
'Ze maken alles kapot, onbegrijpelijk,' zei onlangs een bejaarde buurvrouw tegen me nadat ze de documentaire met de onschuldig ogende titel Zand had gezien. Die toont hoe het spreekwoordelijke zand aan zee inmiddels schaars begint te worden, omdat wereldwijd stranden, rivierbeddingen en zeebodem worden afgebaggerd om in de hoogbouw van Dubai of Shenzhen te verdwijnen. 'Komt er nooit een einde aan, houden ze dan nooit eens op?' vroeg ze me.
  We zijn er op dit moment getuige van hoe een hele planeet die vier miljard jaar nodig heeft gehad voor zijn ontwikkeling, wordt opgestookt in een wereldwijde economische machinerie die massa's goederen en tegelijk massa's afval produceert, waanzinnige rijkdom en massale armoede, permanente overspanning en onnutte kracht. Een buitenaards wezen dat ons zou bezoeken, zou dit systeem volstrekt idioot vinden. En toch kent het een zekere rationaliteit. De harde kern van deze rationaliteit bestaat uit de oneindige vermeerdering van het aantal nullen op de bankrekeningen van een relatief overzichtelijk aantal mensen. Het verlengen van die getallen lijkt uiteindelijk het enig overgebleven doel van de wereldwijde megamachine te zijn. De aarde wordt voor een eindeloos groeiend aantal nullen verbrand.
  Eigenlijk weet iedereen hoe verwoestend dit systeem is, dat het ziek is en ziek maakt. Tachtig procent van alle Duitsers zou volgens enquêtes liever een ander economisch systeem zien. De tijd dat we enthousiast waren over de vooruitgang en euforisch over de markt, ligt ver achter ons. Vrijwel niemand die ik in de afgelopen tien jaar heb gesproken - of het nu conservatieve, linkse, ecologisch bewuste, jonge of oude mensen - gelooft nog in de toekomst van dit systeem wanneer men eerlijk is en zijn professionele houding even laat varen. Maar tegelijk heerst er een beklemmende radeloosheid. Het raderwerk lijkt, hoewel het duidelijk zinloos en verwoestend is, niet te stoppen. Na het fiasco van tientallen jaren van klimaatonderhandelingen die meer CO2 hebben gekost dan ze hebben bespaard, internationale conferenties over de bestrijding van de honger plus enkele hooguit oppervlakkige reparaties aan een internationale financiële markt die een gevaar vormt voor de openbare veiligheid, verwacht inmiddels niemand nog werkelijk een wereldwijde trendbreuk in het beleid van regeringen. Hoewel de kennis over de fatale gevolgen van zo doorgaan met de dag toeneemt, houden de kapiteins van de grote machine vastberaden koers in de richting van een onvermijdelijk ongeluk. (pagina 11-12)

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 2 december 2018

Ingrid Robeyns


Rijkdom : hoeveel ongelijkheid is nog verantwoord? 
Reeks Nieuw Licht

Prometheus 2019, 98 pagina's  -  € 12,50

Wikipedia: Ingrid Robeyns (1972)

Korte beschrijving
Econoom en filosoof Robeyns maakt zich grote zorgen over de alsmaar groter wordende ongelijkheid. Ze opent dit boekje met de stevige claim dat economie en ethiek in elkaars verlengde behoren te liggen. Velen denken dat we meer aan armoedebestrijding moeten doen. Maar volgens Robeyns doen we er beter aan ons meer voor extreme rijkdom en het leven van de superrijken te gaan interesseren. Er moet een rijkdomsgrens komen, want rijkdom is helemaal niet ethisch neutraal of een louter persoonlijke kwestie. Enige mate van rijkdom is een goede zaak. Laten we niet vergeten dat sommigen meer, stressvol en fysiek zwaar werk doen. Er blijven prikkels nodig om de juiste mensen op de juiste plaats te krijgen. Het is extreme rijkdom die onwenselijk is. Extreme rijkdom ondermijnt onze democratie, is niet verenigbaar met onze ecologische plichten en gaat gepaard met een suboptimale verdeling van geld. Met dit prima boekje krijgt Robeyns hopelijk dezelfde aandacht van een breed Nederlands publiek die ze in het buitenland al enige tijd geniet. Met een overzicht van geraadpleegde literatuur en websites. Pocketuitgave; normale druk.

Tekst op website uitgever
In 2018 ging Jeff Bezos, de oprichter van Amazon.com, als eerste mens over de 100 miljarddollargrens. De inkomensverschillen worden wereldwijd groter. De topman van Coca-Cola kreeg het 427-voudige van de laagstbetaalde; bij Walt Disney is dat zelfs ruim het 650-voudige. Steeds meer geld wordt door steeds minder mensen verdiend.
Volgens Aristoteles was geld vooral een handig ruilmiddel, maar het gevaar van dit aantrekkelijke middel is volgens Aristoteles dat het geld zelf begerenswaardig wordt. Het gaat alleen nog om het geld en om meer geld. En zo bereikten we 2400 jaar na Aristoteles’ analyse de 100 miljarddollargrens.
Maar is het erg dat sommigen zoveel hebben en anderen niet? Volgens Ingrid Robeyns zijn die extreme verschillen schadelijk voor mens en maatschappij. In Rijkdom herleest ze Aristoteles en laat ze zien dat er grenzen zijn aan hoeveel ongelijkheid een maatschappij kan verdragen. Extreme rijkdom is een gevaar voor de democratie, is niet te verzoenen met onze ecologische plichten en leidt tot een onrechtvaardige verdeling van welvaart. Extreme rijkdom is veel minder onschuldig dan we misschien wel denken.

Ingrid Robeyns (1972) is hoogleraar ethiek van instituties aan de Universiteit Utrecht.

Fragment uit 5. Onverdiend vermogen
Een ander probleem met het idee van 'rijk door eigen verdienste' is dat topinkomens niet altijd in de eerste plaats de productiviteit weerspiegelen van de betreffende topmanager, maar het gevolg zijn van een set gedeelde normen en waarden van topbestuurders die het normaal vinden dat ze dergelijke hoge inkomens verdienen. De extreme beloningen van topmanagers zijn geen afspiegeling van de extreme meerwaarde die hun werk oplevert in de organisatie of het bedrijf. Ze zijn een afspiegeling van wat ze, in de arbeidsmarkt voor topverdieners, in staat zijn te onderhandelen, en die onderhandeling weerspiegelt ook wat deze groep mensen elkaar vertelt dat hun werk waard is. Natuurlijk zijn bepaalde verschillen in beloning gerechtvaardigd, Ten dele is enige mate van loonongelijkheid gerechtvaardigd vanuit efficiencyoverwegingen: we willen als samenleving gewoon dat we genoeg chirurgen hebben, en het helpt dan om mensen die talentvol zijn op dit gebied een goede beloning in het vooruitzicht te stellen. Als een potentiële chirurg evenveel kan verdienen  als yogaleerkracht of als boekenverkoper, is het maar de vraag of we als samenleving genoeg chirurgen hebben, In beroepen die intrinsiek of instrumenteel waardevol zijn voor de samenleving willen we dat mensen de financiële erkenning krijgen voor grote inspanningen, jarenlange investeringen in hun kennen en kunnen, het dragen van grote verantwoordelijkheid, of het uitvoeren van sleutelfuncties ten dienste van organisaties, bedrijven of de samenleving. Maar deze overwegingen kunnen hoogstens enige ongelijkheid in lonen rechtvaardigen, en niet de absurde ongelijkheden die we de laatste jaren hebben zien ontstaan. (pagina 65-66)

Artikel: Ingrid Robeyns in de media met nieuwe boek 'Rijkdom'

Artikel: Moneyland: het zal nooit makkelijker zijn om ertegen op te treden dan nu.  (april 2019)

Startpagina Nieuw Licht



Tegenlicht
Op zondag 12 april 2020 stonden Anand Giridharadas en Ingrid Robeyns centraal in de aflevering Kijken naar de rijken. Ook een interview met Anand Giridharadas: Hoe de superrijken onze democratie ondermijnen (24 december 2019)

Terug naar Overzicht alle titels


Rosanne Hertzberger 2

Het grote niets : waarom we te veel vertrouwen hebben in de wetenschap

Prometheus 2019, 89 pagina's  -  € 12,99

Korte beschrijving
We hebben te veel vertrouwen in de wetenschap. En dat is ten diepste irrationeel. En juist omdat wetenschap de hedendaagse afgod is geworden – zegt Hertzberger met een beroep op Francis Bacon (1561-1626) –, willen velen de wetenschap voor hun karretje spannen. Iets waar politici en beleidsmakers heel druk mee bezig zijn. Dat beweert althans de schrijfster en microbiologe Rosanne Hertzberger in dit recent verschenen boekje. De lijn van haar betoog lijkt te zijn dat het misbruik van wetenschap, waarvan mindfulness-studies het voorbeeld zijn, een uiting is van een te groot vertrouwen in wetenschap, dat teruggaat op nihilisme, dat de levensbeschouwing van de hedendaagse mens lijkt te zijn. Zo blijkt dit kleine boekje (de hoofdtekst telt hooguit 55 pagina's, je leest het in anderhalf uur uit) over een tamelijk klein onderwerp heuse maatschappijkritiek te belichamen, die gaat over onze verwoede pogingen om het nihilisme, dat is ontstaan met de teloorgang van religie, op alle mogelijke manieren te ontvluchten. Verfrissend, erg goed geschreven; het boekje verdient een breed lezerspubliek. Met literatuurverwijzingen in eindnoten. Pocketuitgave; normale druk.
Korte beschrijving op website uitgever
De mens denkt zijn bestemming te hebben bereikt in een zakelijk, redelijk en evidence-based bestaan. De lifestyle van meditatie en mindfulness past perfect binnen die nihilistische tijdsgeest: ieder voor zich, emoties negerend én wetenschappelijk verantwoord.

Maar het vertrouwen in de wetenschap is te groot en misplaatst, betoogt Rosanne Hertzberger op onnavolgbare wijze. Ze laat zien hoe we onze ogen sluiten voor de valkuilen van wetenschappelijk onderzoek en hoe we stelselmatig vergeten dat we ook zonder geloof nog altijd mens zijn: hopeloze kuddedieren, tot in onze tenen onredelijk, dol op rituelen en theater. Om niet door het grote niets van onze tijd te worden opgeslokt luidt Hertzberger de noodklok: geef de mens zijn irrationele leven terug en de wetenschap haar zekerheid.

Rosanne Hertzberger (1984) is schrijver en microbioloog. Ze is sinds 2009 columnist voor nrc Handelsblad. In 2017 verscheen haar eerste boek, Ode aan de e-nummers. Datzelfde jaar trok haar eigenzinnige optreden in Zomergasten ruim een half miljoen kijkers.

Fragment
Alle vertroebelingen van de geest die Francis Bacon beschreef gelden ook in onze tijd. Ook wij laten ons meeslepen door ons verlangen naar spektakel en theater, ook wij zien wat we willen zien. Het blijft een blokkade die ons verhindert om goede wetenschap te bedrijven.
  Er zit een scène in The Big Short, een film over de financiële crisis, waarin de hoofdpersonen naar Florida gaan, naar een prachtige nieuwbouwwijk met villa's waar ze zich voordoen als huizenkopers. Ze komen in contact met een makelaar en twee hypotheekadviseurs. Wat blijkt? Huizenkopers in de buurt hadden geen enkele financiële draagkracht nodig om een enorme hypotheek te kunnen krijgen. Iedereen kon lenen. Daar in die wijk realiseren ze zich hoe ernstig de Amerikaanse hypothekensector eraan toe is. Ze zien niet zomaar een praktijk die zorgen baart. Ze zien de aankomende huizenbubbel en crisis in hun volledigheid voor zich.
  Ik heb zo'n zelfde ervaring wanneer ik  mindfullnesspapers lees en de levensbeschouwelijke achtergronden van de betrokken onderzoekers bekijk; voorbeelden van een grotere crisis. Een groep diepgelovige wetenschappers die slecht gecontroleerde studies uitvoert om bedrijven in staat te stellen hun onzinapplicaties als 'evidence-based' te verkopen.
  De vraag is of een gemiddelde burger doorheeft dat deze wetenschapscrisis zich voltrekt. Zijn vertrouwen blijft immers hoog, een 7,1, weet u nog? Al die Nederlanders die geloven dat wetenschappers zorgvuldig werken, deskundig onderzoek uitvoeren en te vertrouwen zijn. Zien zij deze crisis niet? Of willen ze haar niet zien? Ik geloof bijna dat het laatste het geval is. Wetenschap is voor velen het laatste bastion van kennis. Als dat slechts een kwetsbaar fort blijkt, waar moet je dan nog op vertrouwen? (pagina 58-59)

Wikipedia: Rosanne Hertzberger (1984) en haar website 

Lees ook: Ode aan de E-nummers : waarom E-nummers, kant-en-klaar-maaltijden en conserveermiddelen ons leven beter maken (uit 2017)

Startpagina Nieuw Licht

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 28 november 2018

Bruno Latour 2


Waar kunnen we landen? : politieke oriëntatie in het nieuwe klimaatregime
Octavo 2018,132  pagina's - € 19,50

Oorspronkelijke titel: Où atterrir? Comment s'orienter en politique (2017)

Wikipedia: Bruno Latour (1947-2022)

Korte beschrijving
De bekende Franse (klimaat)filosoof laat zijn licht schijnen over mondialisering, toenemende ongelijkheid en het ontkennen van klimaatveranderingen. We leven met het verlies van een gemeenschappelijke horizon om deze problemen aan te pakken. Denk aan Brexit, de verkiezing van Trump, migratiestromen en het verdrag van Parijs 2015. Welk krachten leiden tot daling van wereldwijde solidariteit? Waar liggen de universele kansen voor de oplossing van klimaatproblemen? Deze problemen overstijgen de staatsgrenzen. En waarom speelden ecologie en vrouwenrechten zo'n kleine rol in de sociale strijd van de vorige eeuw? Economische groei is geen duurzame oplossing. Gesloten grenzen ook niet. Trump schept volgens Latour duidelijkheid in het verhaal; bij een volgende ramp moet Europa zichzelf zien te redden. Een hartstochtelijk Frans pleidooi voor Europa. Knappe vertaling. Met enkele figuren en talrijke voetnoten. Pocketuitgave; kleine druk.

Tekst op website uitgever
We begrijpen niets van de politiek van de laatste decennia als we het vraagstuk van het klimaat niet centraal stellen, dat is de prikkelende hypothese van filosoof Bruno Latour. De klimaatkwestie behoort tot de kern van de geopolitiek en is rechtstreeks verbonden met ongelijkheid en onrechtvaardigheid. Dit blijkt uit de terugtrekking van de Verenigde Staten uit het Parijse klimaatakkoord, de toename van migratiestromen door oorlogen en klimaatmutatie en de Brexit. Het is alsof een groot deel van de elites het ideaal van een gedeelde wereld heeft opgegeven.

Om weerstand te bieden aan deze situatie moeten we een gemeenschappelijke oriëntatie vinden. Daarvoor is een kaart nodig met de posities van het nieuwe politieke landschap. Bruno Latour geeft een overtuigende aanzet tot het tekenen van zo’n kaart en besluit met een pleidooi voor het Europa waarin hij zou willen landen. Kunnen we politiek herdefiniëren als wat ons terugvoert naar de aarde?

Bruno Latour is een Franse filosoof en antropoloog. Tot zijn bekendste boeken behoren Laboratory Life (met Steve Woolgar; 1979), Nous n’avons jamais été modernes (1991) en Face à Gaïa (2015; Oog in oog met Gaia  (2017). Bruno Latour is als emeritus hoogleraar verbonden aan het medialab en het programma politieke kunsten van Sciences Po in Parijs.

Fragment uit 5
Om de sleetse metafoor van de Titanic van stal te halen: de leidende klassen begrijpen dat de schipbreuk onvermijdelijk is, ze maken zich meester van de reddingsboten, en ze vragen het orkest lang genoeg slaapliedjes te blijven spelen zodat ze er in het nachtelijk duister vandoor kunnen gaan voordat de andere klassen door de overmatige slagzij worden opgeschrikt.
  Als we een veelzeggende illustratie willen, waar ditmaal niets metaforisch aan is: oliemaatschappij ExxonMobil besluit begin jaren negentig, in het volle besef van de situatie, na uitstekende wetenschappelijke artikelen te hebben gepubliceerd over de gevaren van klimaatverandering, zwaar te investeren in de verwoede winning van aardolie en tegelijk in een al even verwoede campagne die de stelling moet promoten dat er van dreigend gevaar geen sprake is.
  Die mensen - die we voortaan de obscurantistische elites moeten noemen - hebben begrepen dat ze, als ze comfortabel willen voortleven, niet langer moeten doen, zelfs niet in hun dromen, alsof ze de aarde delen met de rest van de wereld.
 Aan de hand van die hypothese kan worden verklaard hoe de mondialisering-plus de mondialisering-min is geworden.
  Terwijl we tot de jaren negentig modernisering (als we ervan profiteerden tenminste) konden associëren met begrippen als vooruitgang, emancipatie, rijkdom, comfort, luxe zelfs en, vooral, rationaliteit, is door de verwoede deregulering, de explosieve toename van ongelijkheden en de teloorgang van de solidariteit modernisering gaandeweg geassocieerd geraakt met de idee van willekeurig besluit dat nergens vandaan komt en dat in het belang van slechts enkelen is. De beste aller werelden is de slechtste geworden.
  Over de reling geleund zien de lagere klassen, nu helemaal wakker, de reddingsboten wegvaren in de verte. Het orkest blijft weliswaar Nearer, My God, to Thee spelen, maar de muziek kan het razende geschreeuw niet meer overstemmen.
  En we moeten inderdaad van razernij preken, willen we de reacties van ongeloof en onbegrip begrijpen van wie zo in de steek gelaten en verraden zijn.
  De elites hebben waarschijnlijk al vanaf de jaren tachtig of negentig aangevoeld dat het feest voorbij was en dat ze zo snel mogelijk gated communities moesten inrichten om niets meer te hoeven delen met de massa's, en vooral niet met de 'niet-blanke' massa's, die algauw overal op de planeet in beweging kwamen omdat ze van hun thuisgrond werden verjaagd. Maar we kunnen ons voorstellen dat ook de verliezers van de mondialisering gauw genoeg hebben begrepen dat als die mondialisering naar de haaien was, ook zij gated communities nodig zouden hebben.
  Uit de reacties van de ene kant volgen de reacties van de andere - terwijl beide reageren op die andere heel wat radicalere reactie, die van de Aarde, die de klappen niet langer gewoon incasseert en steeds harder terugslaat.
  Het in elkaar grijpen van zulke reacties lijkt alleen irrationeel als we vergeten dat het hierbij gaat om eenzelfde kettingreactie, waarvan de oorsprong moet worden gezocht in de reactie van de aarde op ons doen en laten. Wij zijn begonnen - wij, het Avondland, juister gezegd Europa. Er is niets aan te doen; we moeten leren leven met de consequenties van wat we hebben ontketend.
  We begrijpen niets van de ontstellende toename van ongelijkheden, of van de 'populistische golf', of van de 'migratiecrisis', als we niet begrijpen dat het gaat om drie begrijpelijke - zij het ondoeltreffende - antwoorden op de heftige reactie van een bodem tegen wat hij van de globalisering te verduren heeft gekregen.
  Tegenover het dreigende gevaar zou men dus - conform onze politieke fictie - hebben besloten het niet onder ogen te zien, maar te vluchten. Sommigen trekken zich terug in de gouden kooi van de 1% ('Veiligheid voor de superrijken boven alles!'), anderen klampen zich vast aan vaste grenzen ('Gun ons in 's hemelnaam tenminste een stabiele identiteit!'), weer anderen ten slotte, de ellendigsten van allemaal, kiezen de weg van de ballingschap.
  Welbeschouwd zijn we allemaal 'verliezers van de mondialisering'(-min) - die haar aantrekkingskracht begint te verliezen. (pagina 30-32)

Citaat uit een interview
"Het probleem is dat de kennis over het klimaat berust bij de wetenschap", legt Latour uit. "De meeste mensen herkennen de verandering niet. Ze zeggen: er gebeuren rare dingen in mijn tuin. Maar verder is het leven goed." Volgens Latour missen we dan ook de psychologische gesteldheid om de feiten tot ons door te laten dringen. We moeten veranderen, maar dóen het niet - ziedaar het probleem. Van die onwil te veranderen is Donald Trump hét symbool geworden. ()

"Het is geen kwestie van 'waarheid'", reageert Latour onmiddellijk, het woord waarheid met zijn handen voorziend van aanhalingstekens. "Die demonstranten voelen zich verraden. En daarin hebben ze gelijk. Het is hetzelfde met de populistische bewegingen in Nederland, in Duitsland of in Italië, Overal! Aan die mensen is het idee verkocht dat ze eindeloos kunnen doorconsumeren. Dat leek ook lange tijd zo, vooral door de beschikbaarheid van olie. Al die tijd is hun verteld dat ze het gevoel ergens bij te horen beter konden verruilen voor de belofte van oneindige ontwikkeling. En nu krijgen ze ineens te horen dat het voorbij is. The fiesta has finished. Alleen zijn ze nooit gewaarschuwd. Dan is het volkomen logisch dat je zegt: als je ons die beloofde globalisering niet geeft, bescherm dan tenminste de identiteit die we daarvoor hebben opgegeven." Korte stilte, "Al is die identiteit natuurlijk ook een droom." Trouw: 'Het is zinloos níet te praten over Heimat' (27 november 2018)

Recensie: Hoe klimaatwetenschap en politiek verweven zijn (NRC 15 november 2018)

Lees ook: Oog in oog met Gaia : acht lezingen over het Nieuwe Klimaatregime (uit 2017)

In de bundel De grote regressie : vijftien grote denkers over de geest van de tijd (uit 2017) staat ook een essay van Bruno Latour.

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen


Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 22 november 2018

Annette Kukh, Dirk Holemans en Pieter Van den Broeck


Op grond van samenwerking : over commons, huisvesting, ruimte en landbouw

EPO 2018, 424 pagina's € 26,50

Korte beschrijving
Al meer dan twee eeuwen wordt grond geprivatiseerd, verkaveld en vermarkt. En al even lang zijn er schuchtere pogingen om dat proces te stoppen of om te keren – denk aan pacht, sociale woningbouw, natuurherstel of stadsvernieuwing. In dit boek tonen de auteurs praktijkvoorbeelden waarin mensen gezamenlijk optreden als de publieke overheid én de markt tekortschieten. De initiatieven verzachten effecten van vermarkting. Tegelijk botsen ze op het ‘absolute’, wettelijk verankerde recht op eigendom, of op nieuwe privatisering. Bij vragen over gedeeld eigenaarschap of gebruiksrecht beland je bij de commons: culturele en natuurlijke hulpbronnen gebruikt en beheerd door burgers. Op grond van samenwerking bundelt bijdragen van diverse Vlaamse experten inzake commons, en vertrekt vanuit het INDIGO-project. Dit boek richt zich tot een brede groep van praktijkmensen die op zoek zijn naar nieuwe, meer solidaire manieren om grond te beheren.

Tekst op website uitgever
Bijdragen van diverse Vlaamse experten inzake commons, vertrekkend vanuit het INDIGO-project. Dit boek richt zich tot een brede groep van praktijkmensen die op zoek zijn naar nieuwe, meer solidaire manieren om grond te beheren.

Al meer dan twee eeuwen wordt grond geprivatiseerd, verkaveld en vermarkt. En al even lang zijn er schuchtere pogingen om dat proces te stoppen of om te keren. In dit boek tonen de auteurs praktijkvoorbeelden waarin mensen gezamenlijk optreden als de publieke overheid en de markt tekortschieten. De initiatieven verzachten effecten van vermarkting. Tegelijk botsen ze op het 'absolute', wettelijk verankerde recht op eigendom, of op nieuwe privatisering. Bij vragen over gedeeld eigenaarschap of gebruiksrecht beland je bij de commons: culturele en natuurlijke hulpbronnen gebruikt en beheerd door burgers. 'Op grond van samenwerking' bundelt bijdragen van diverse Vlaamse experten inzake commons

Fragment uit 1. commons als noodzaak
4.3 Hybride commons: burgers, private sector en overheid
Dat een geïdealiseerd beeld van de commons onrealistisch en ongewenst is, blijkt uit diverse bijdragen in dit boek: niet alle commons zijn 'per se goed'. Waar volgers van Ostrom nog al eens vergeten dat de historische commons ook in een bredere socio-economische en sociopolitieke context tot stand kwamen en functioneerden, blijkt hoe concrete commons hybride mengsels zijn van diverse beheersvormen. Commons in enge zin zijn essentieel voor hun nadruk op burgerinitiatief, gedeeld gebruik en beheer, en solidariteit als compleet ondergewaardeerd organisatieprincipe. Maar naast commons in enge zin, staan ook markt en staat. Polanyi tonde al aan dat in alle grote samenlevingen vóór het kapitalisme, naast uitwisseling die gebaseerd is op wederzijdsheid, ook herverdeling en marktrelaties mechanismen waren om toegang tot hulpbronnen te organiseren. Onder andere sociale wetenschappers Erik Swyngedouwm Bob Jessop en Frank Moulaert spreken van hybride governances of metagovernance.
  Misschien moeten we dus zoeken naar een triadische opvatting van de commons, als een vergeten derde en belangrijke naast privaat en publiek, naast markt en staat. Holemans gebruikt een driehoek om dat te expliciteren, waarbij de twee hoekpunten aan de basis van de driehoek staan voor de organisatievormen staat en markt, en het derde hoekpunt (boven) de commons vertegenwoordigen. Zo kan elke wijze van organisatie, die steeds hybride is, gesitueerd worden in de driehoek. Zo kan ook het klassieke debat - meer staat of meer markt, dat zich enkele begeeft op de basislijn van de driehoek - worden overstegen. Wanneer men de commons opvat als een derde pool die de neoliberale versmelting van markt en staat, privaat en publiek openbreekt, toont de commonsbeweging haar potentieel. Men zou kunnen zeggen dat hier de eerste taak van de herontdekking van de commons zit: het ongedaan maken van de neoliberale fusie tussen staat en markt. De commons moeten niet (alleen) als radicaal alternatief worden opgevat zonder of zelfs tegen de staat, en buiten of tegen de markt. Een triadische opvatting kan hier helpen: het elkaar in evenwicht houden van drie krachten kan een norm worden om commonsinitiatieven af te wegen. In die zin kunnen de commons een schakel, moment, wig of plek van mediatie vormen waar overheid en markt samenkomen. (pagina 28-29)

Recensie: Boekrecensie - Commons als politiek-realistische utopie (Walter Lotens) (21 november 2018)

Terug naar Overzicht alle titels