woensdag 16 januari 2019

Michiko Kakutani


Het einde van de waarheid : over leugens in het tijdperk van Trump

Spectrum 2018, 224 pagina's -  € 19,99

Oorspronkelijke titel: The Death of Truth: Notes on Falsehood in the Age of Trump (2018)

Wikipedia: Michiko Kakutani (1955)

Korte beschrijving
De verkiezing van een Amerikaanse president die het niet zo nauw neemt met de waarheid is geen plotseling toeval, maar een proces dat langer gaande is. Het wortelt in de jaren zestig in de kritiek op het functioneren van de overheid, in het relativisme en postmodernisme. Ieder zoekt zijn eigen persoonlijke waarheid, subjectivisme wint het van wetenschap en gedeelde waarheden verdwijnen. Er is een groeiende scheidslijn tussen kennisgemeenschappen, als 'ommuurde denktuinen'. De maatschappelijke verschillen worden daardoor groter. Trumps tweets zijn een aanval op de werkelijkheid en zijn taalfouten verraden een vorm van nonchalance. Het internet is niet louter een bron van gedeelde kennis, maar een middel om verdeeldheid te zaaien en verkiezingen te beïnvloeden. De boosheid en verontwaardiging hierover spatten af van iedere pagina van dit boek door de Amerikaanse journaliste. Goed geschreven en gedocumenteerd. Voor journalisten, politici, schrijvers en wetenschappers, burgers etc. Heldere analyse van het probleem en de gevolgen voor de rest van de wereld. Met eindnoten en een overzicht van extra bronnen.


Fragment uit 'ikke' en de opkomst van de subjectiviteit
Het postmodernistische argument dat alle waarheden vooringenomen zijn (en voortvloeien uit het eigen perspectief) leidde tot het hieraan verwante argument dat er vele legitieme manieren zijn om een gebeurtenis te begrijpen of te representeren. Dit was bevorderlijk voor een meer egalitair discours en maakte het ook mogelijk dat de stemmen gehoord werden van mensen die voorheen onhoorbaar waren. Maar het werd gelijktijdig uitgebuit door lieden die zich sterk wilden maken voor beledigende of als vals ontmaskerde theorieën, of die zaken die onvergelijkbaar zijn aan elkaar gelijk willen stellen. Creationisten riepen bijvoorbeeld op tot het onderwijzen van 'intelligent design' naast de evolutieleer op scholen. 'Geef les in beide,' bevalen sommigen aan. 'Onderwijs in de controverse,' zeiden anderen.
  Een variatie op dit 'beide kanten'-argument werd door president Trump gebruikt bij zijn poging mensen die demonstreerden tegen witte suprematie gelijk te stellen aan de neo-nazi's in Charlottesville, Virginia bijeen waren gekomen om te protesteren tegen het verwijderen van standbeelden van confederates. Er waren 'enkele zeer goede mensen aan beide kante', verklaarde Trump. Ook zei hij: 'Wij veroordelen in de strengst mogelijke termen dit verschrikkelijke vertoon van haat, vooringenomenheid en geweld aan beide zijden, aan vele zijden.
  Klimaatontkenners, tegenstanders van vaccinatie en andere groepen die de wetenschap niet aan hun zijde hebben, wapperen aan alle kanten met zinsneden die niet zouden misstaan in een college over deconstructie: 'vele zijden', 'verschillende perspectieven', 'onzekerheden', 'meerdere kernwijzen'. Zoals Naomi Orekses en Erik M. Conway aantoonden in hun boek uit 2010, Merchants of Doubt, hebben rechtse denktanks, de fossiele brandstofindustrie en andere bedrijven die erop uit zijn de wetenschap in diskrediet te brengen (of het nu gaat om het werkelijk bestaan van klimaatverandering of de gevaren van asbest, meeroken of zure regen) zich bediend van een strategie die de tabaksindustrie als eerste gebruikt om bij het grote publiek verwarring te zaaien over de gevaren van roken. 'Twijfel is ons product' staat te lezen in een berucht memo uit 1969, geschreven door een hoge functionaris uit de tabaksindustrie, 'omdat het de beste methode is om te wedijveren met de "massa feiten" die aanwezig is in de geest van het grote publiek. (pagina 83-85)

Documentaire: Merchants of doubt (2015)

Artikel: Huxleys schrikbeeld van een bevolking die te zeer gedrogeerd is door 'onverbloemde trivialiteiten' om zich als verantwoordelijke burgers in te zetten. (januari 2019) en 201984 - "een apocalyptische codex van onze ergste angsten" (juni 2019)

Lees (vooral ook):
Gebakken lucht
van Nick Davies (uit 2009/2010),
Wij amuseren ons kapot : de geestdodende werking van de beeldbuis
(uit 1985/1986) van Neil Postman.
Totalitarisme, gevolgd door Het verval van de nationale staat en het einde van de rechten van de mens van Hannah Arendt
(uit 2014)
1984 van George Orwell (uit 1949)
Heerlijke nieuwe wereld van Aldous Huxley (uit 1932)
De gedachteloze generatie van Allan Bloom (uit 1987/1988)
Al Gore. De aanval op de redelijkheid (2007)
Aandacht is het nieuwe goud : hoe commercie en media vechten om ons hoofd in te komen van Tim Wu (uit 2016)
De cultuur van het narcisme : leven in een tijd van afnemende verwachtingen van Christopher Lasch (uit 1980)
Nee, je bent geen gadget van Jaron Lanier (uit 2010)
Het ondiepe : hoe onze hersenen omgaan met internet van Nicholas Carr (uit 2011)

Terug naar Overzicht alle titels

zaterdag 12 januari 2019

Menno ter Braak


Het nationaal-socialisme als rancuneleer : met een voorwoord van Bas Heijne

Van Oorschot 2019, 61 pagina's € 12,50

Lenen als E-book via bibliotheek.nl (opgenomen in het Verzameld werk)

Oorspronkelijke uitgave: 1937

Wikipedia: Menno ter Braak (1902-1940)

Korte beschrijving
Heruitgave van een beroemd essay van Ter Braak (1902-1940) uit 1937, voorafgegaan door een uitgebreide inleiding door publicist Bas Heijne. Fascisme en nationaalsocialisme zijn het perverse product van de democratie, die immers uitgaat van een sociale gelijkheid, die in werkelijkheid niet bestaat, en dus tot voortdurende teleurstelling, wrok en rancune leidt. In de jaren dertig, maar ook nu vormen woede, haat en ressentiment, die zichzelf blijft voeden, belangrijke gronden van de politieke cultuur. Opgave is de beheersing daarvan, zodat die niet de democratische rechtsstaat vernietigt. Ter Braaks essay heeft de jaren dertig als context (en is dus niet goed te begrijpen zonder voorkennis van de Nederlandse politieke geschiedenis). Heijne trekt de beschouwing breder, zonder concrete vingerwijzingen, maar wel met belangrijke stof ter overdenking. Een interessant betoog dat enige voorkennis vereist over het fascisme, de NSB etc.

Tekst op website uitgever
Het nationaalsocialisme als rancuneleer is een van de bekendste essays van Menno ter Braak, waarin hij zijn bezorgdheid om de grondslagen van het opkomende nationaalsocialisme uit. Tachtig jaar later is zijn gedachtegoed nog steeds actueel.
Volgens Ter Braak behoort ‘de rancune (...) tot de meest essentiële verschijnselen van onze cultuur'. Onze democratie is gericht op gelijke rechten voor iedereen, maar juist dit principe ? dat in praktijk onhaalbaar is ? zorgt voor onderlinge spanningen en rancune. Deze maatschappelijke wrok leidt vervolgens tot wat Ter Braak een ‘haten om het haten' noemt; bij het nationaalsocialisme zijn het de joden die als haatobject fungeren.
Ook in de eenentwintigste eeuw heerst er onvrede die gepaard gaat met wrok. De opkomst van het populisme, dat bij uitstek op onvrede is gebaseerd, is een goed voorbeeld van hedendaags, maatschappelijk ressentiment. Dit ressentiment is nooit te voorkomen, het is inherent aan ons menselijk bestaan, maar Ter Braak laat wel zien hoe belangrijk het is om ‘de macht van het ressentiment over onze geheele cultuur' te erkennen, en ‘als rancune te erkennen wat uit rancune voortkomt'.

Fragment uit Met de moed der wanhoop - Bij Menno ter Braaks 'Het nationaalsocialisme als rancuneleer' (door Bas Heijne)
2.
Het is onwaarschijnlijk dat Ter Braaks brochure de NSB in 1937 stemmen heeft gekost, daar is zijn tekst te intellectueel voor. Maar juist als priemende intellectuele exercitie is deze tekst klassiek geworden, en ook nu pregnant. Ter Braak onthult iets wat je niet graag onder ogen ziet: het menselijk vermogen tot rancune, afgunst, ressentiment als drijfveer in de politiek.
  In navolging van zijn grote voorbeeld Friedrich Nietzsche  ziet Ter Braak democratie als iets wat, net als het christendom, tegen de menselijke natuur ingaat. Democratie gaat uit van gelijkheid die in werkelijkheid niet bestaat. Mensen zijn sociaal en biologisch ongelijk; de belofte die de democratie  de mensen doet, is een loze belofte en draait steeds opnieuw uit op een zware teleurstelling. Die teleurstelling wakkert het ons aangeboren gevoel van rancune aan, de haat tegen wat ons miskent en tekortdoet. In de negentiende eeuw, stelt Ter Braak, heeft het liberale vooruitgangsdenken korte metten gemaakt met het idee van ongelijkheid, zonder oog te hebben voor het daarmee gepaard gaande groeiende ressentiment. Dat wordt veroorzaakt, schrijft hij, door de discrepantie tussen 'het recht op alles' en 'het bezit van weinig'. Dat die gelijkheidsgedachte door de heersende klasse vooral met de mond wordt beleden, wakkert de rancune alleen maar nog maar verder aan.
  Het nationaalsocialisme, zoals Ter Braak dat ziet, is dus menselijk, al te menselijk. Het doet niets anders dan het ressentiment, dat al in ons zit, tot leidend principe, tot toetsteen van alles maken. Van het durf te weten van de Verlichting, maakt het nationaalsocialisme durf te haten - zoals letterlijk in het gedicht van de nationaalsocialist George Ketteman staat, dat Ter Braak als motto van zijn pamflet heeft gebruikt. (pagina 11-12)

Menno ter Braak
Het nationaalsocialisme als rancuneleer onthult zich nog op andere manieren als de leer van het 'pure' ressentiment. Men komt dikwijls de voorstelling tegen als zou het ressentiment een gevolg zijn van sociale misstanden en met name van armoede; vooral in socialistische kringen is het eigenlijk gewoonte om de armoede te idealiseren tegenover de rijkdom en een bijzondere zin voor gerechtigheid te veronderstellen bij de arbeidersklasse, sedert Marx het lot van de mensheid min of meer identiek heeft verklaard met de afschaffing van de klassentegenstellingen  door het proletariaat. Men meent dan uit het bestaan van misstanden en armoede het ressentiment te kunnen verklaren en er het ressentiment zelfs door te kunnen idealiseren. Het nationaalsocialisme bewijst duidelijk het tegendeel. Het is immers geen godsdienst van de 'verworpenen der aarde', het is evenmin een sociologie van wetenschappelijk geanalyseerde klassentegenstellingen; het wil een 'volksgemeenschap', d.w.z. het wil dat de rijken de rijken, de middenstanders de middenstanders en de armen de armen blijven ... maar alles tot op zekere hoogte, gelimiteerd door fooien van de 'Winterhilfe'. Het nationaalsocialisme verraadt door zijn gebrek aan positieve programmapunten en zijn overvoed aan beloften voor Jan en alleman, dat het de eerste 'leer' in het democratisch Europa is die uit het ressentiment van allen tegen allen is geboren; van de armen tegen de rijken, van de rijken tegen de armen; van de middenstanders, vooral, tegen beide, tegen de verfoeide 'grootkapitalisten', zowel als de minstens evenzeer verfoeide 'slaven van Moskou'. Daarom is het (potentieel) ook voor allen geschikt die genoeg beschaving hebben om geen analfabeten te zijn (men moet minstens een 'vliegend blaadje' kunnen lezen en van de Germanen of Piet Hein hebben vernomen), die beschaving als vanzelfsprekend bezit (als recht dus)  opgediend hebben gekregen, en verder alle neiging missen om ontevreden te zijn met het aller gemakkelijkste simplisme; en van dezulken zijn er meer dan alleen maar een 'troepje'. Hun opkomst is met aandoenlijke naïviteit voorbereid door alle zegeningen van de democratie, zoals daar zijn algemene leerplicht en Volksuniversiteiten en Openbare Leeszalen, en wanneer het ressentiment van allen tegen allen zich op een gegeven ogenblik tégen deze instituten richt, dan kan men alleen maar zeggen dat ondank 's werelds loon is. Het is niet de domheid 'pur' die het nationaalsocialisme in de hand werkt en het is ook niet in de eerste plaats de armoede, al kunnen die het terrein effenen, het is de halfbeschaving die de onontbeerlijke voorwaarde is voor het nationaalsocialistisch ressentiment en die rijk, arm en middenstander met een mystieke band samenhoudt, en het is het product van deze halfbeschaving, de frase (synthese van pathos, leugen en simplisme), die het sjibbolet is van de ressentimentsinternationale. (pagina 46-48)

Verzameld werk (in 7 banden) is aanwezig in de collectie van de samenwerkende Noord Oost Brabantse Bibliotheken.

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 31 december 2018

Ilja Leonard Pfeijffer

Grand hotel Europa

De Arbeiderspers 2018, 546 pagina's € 24,99

Wikipedia: Ilja Leonard Pfeijffer (1968)

Korte beschrijving
De ik-figuur, een schrijver genaamd Ilja Leonard Pfeijffer, strijkt neer in een oud hotel ergens op ons continent. Daar probeert hij af te komen van het verdriet om zijn verbroken relatie met de Italiaanse kunsthistorica Clio. Het oude hotel met zijn soms nog oudere bewoners brengt hem echter tot overdenkingen over de rol van Europa in de moderne wereld en dat dan vooral afgezet tegenover het door hem verafschuwde massatoerisme. Zo waaiert deze lijvige roman in meerdere richtingen uiteen: in het verleden een liefde (en zijn speurtocht met Clio naar een verloren gewaand schilderij van Caravaggio) en de leidende rol die Europa vroeger in de grote ontwikkelingen van de kunst speelde, maar in het heden en de toekomst het verlangen van Europa om in het verleden te blijven hangen terwijl Afrikaanse bootvluchtelingen aan de deur kloppen. Waanzinnig uitgebreide, extreem ambitieuze, breedvoerige ideeënroman, waarvan het nauwelijks mogelijk is om in een kort bestek een overzicht te geven van alle thema's die de schrijver (1968) aanstipt, en die veel van de lezer vraagt maar hem ook heel veel geeft.

Tekst op website uitgever
De schrijver neemt zijn intrek in het illustere maar in verval geraakte Grand Hotel Europa om te overdenken waar het is misgegaan met Clio, op wie hij in Genua verliefd is geworden en met wie hij in Venetië is gaan wonen. Hij reconstrueert het meeslepende verhaal van liefde in tijden van massatoerisme, van hun reizen naar Malta, Palmaria, Portovenere en de Cinque Terre en hun spannende zoektocht naar het laatste schilderij van Caravaggio. Intussen vat hij een fascinatie op voor de mysteries van Grand Hotel Europa en raakt hij steeds meer betrokken bij het wedervaren van de memorabele personages die het bevolken en die uit een eleganter tijdperk lijken te stammen, terwijl de globalisering ook op die schijnbaar in de tijd gestolde plek om zich heen begint te grijpen.

Grand Hotel Europa is de grote roman van Ilja Leonard Pfeijffer over het oude continent, waar zoveel verleden is dat er voor toekomst geen plek meer is en waar het meest reële toekomstperspectief geboden wordt door de exploitatie van dat verleden in de vorm van toerisme. Het is een theatraal en lyrisch boek over de Europese identiteit, nostalgie en het einde van een tijdperk. Het is, hoe verontrustend het ook zijn mag, zijn beste boek tot nu toe.

Fragment uit hoofdstuk zeven - Talent voor decadentie
4
'U bent ongetwijfeld bekend met de wijze waarop de gezaghebbende veelweter George Steiner de idee van Europa heeft getracht te omschrijven. Hij definieert de eigenheid van het continent aan de hand van vijf onderscheidende kenmerken. Het eerste is, interessant genoeg, de alomtegenwoordigheid van cafés, die hij, beschaafd als hij is, niet zozeer beschouwt als drenkplaatsen van de hopelozen waar zure vergetelheid wordt geschonken in een bodemloos glas, als wel als ontmoetingsplaatsen waar de intelligentsia samenzweert, schrijft en debatteert, en waar de bepalende filosofieën zijn ontstaan, alsmede de toonaangevende artistieke stromingen en de ideologische en esthetische revoluties.'
  'Het doet mij deugd.' zei ik, 'dat ik het frequente cafébezoek uit mijn verleden op gezag van niemand minder dan Steiner kan verdedigen als een uiting van een militant pro-Europese houding.'
  'U merkt dat Europa voor Steiner pas in de negentiende eeuw begint. De presocratische, platoonse en aristotelische filosofieën, de stoa en het epicurisme, het neoplatonisme, de erfenis van de kerkvaders, de mystiek en hoofse ethiek, de renaissance, de verlichting en de romantiek zijn allemaal niet in het café ontstaan, evenmin als het classicisme, het hellenisme, de romaanse stijl, de gotiek, de barok en het neoclassicisme. Steiners ijkpunt is het burgerlijke Europa, waarvan hij zelf een exponent is. Hij ziet de boulevards van Parijs en Wenen voor zich als hij aan Europa denkt, niet de agora van Athene of de machtige vorstenhoven. Maar dat is een flauwe kanttekening, die het feit miskent dat hij doelbewust provoceert en dat hij in de kern van de zaak gelijk heeft als hij zegt dat intellectueel debat en uitwisseling van ideeën wezenlijke kenmerken zijn van de Europese identiteit.'
  'Ik vind het moedig van u,'zei ik, 'dat u de tegenwoordige tijd hanteert'. (pagina 126)

Recensie: Met ‘Grand Hotel Europa’ schreef Pfeijffer de roman van het jaar (NRC december 2018)

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 30 december 2018

Ulrich Beck


De metamorfose van de wereld

Klement 2018, 280 pagina's € 34,95

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Oorspronkelijke titel: The metamorphosis of the world (2016)

Wikipedia: Ulrich Beck (1944-2015)

Korte beschrijving
De socioloog Ulrich Beck (1944-2015) was verbonden aan de Universiteit van München en aan de School of Economics and Political Science. Hij heeft met zijn werk in toonaangevende kranten en tijdschriften gestaan, waarmee hij groot aanzien verwierf. Met 'De metamorfose van de wereld' wilde Beck een nieuw perspectief tonen op (klimaat)verandering. Tijdens het schrijven overleed hij. Voorafgaand aan het verhaal staat een inleidend deel, geschreven door Becks vrouw. In drie delen beargumenteert Beck dat we onze focus naar de goede kanten van het slechte moeten verleggen en dat we hierdoor een nieuwe houding kunnen ontwikkelen die hoognodig is om hedendaagse processen als klimaatverandering en digitalisering aan te gaan. Deel I bevat theorieën over (klimaat)verandering en metamorfose. In deel II gaat Beck in op thema's die tegenwoordig relevant zijn, zoals machtsverhoudingen en politiek. Deel III is korter en bevat de conclusie van perspectiefverlegging. Beck gebruikt veel voorbeelden en legt actuele zaken op een heldere manier uit. Dit maakt het boek toegankelijk voor een breed publiek. Met een literatuuroverzicht en register.

Tekst op website uitgever
De bekende socioloog Ulrich Beck brengt met De metamorfose van de wereld een nieuw perspectief op (klimaat-)verandering. Onze steedse complexere wereld verandert niet meer zomaar, er doen zich metamorfosen voor, radicale vormen van transformatie. Ze dwingen ons om ons denken te veranderen en niet te blijven hangen in oplossingsgericht denken. Verleggen we onze focus naar de goede kanten van het slechte, dan kunnen we de kosmopolitische houding ontwikkelen die nodig is om belangrijke uitdagingen als klimaatverandering en digitalisering aan te gaan.

Fragment uit 3. Hoe klimaatverandering de wereld zou kunnen redden
De meeste discussies over klimaatverandering verkeren tegenwoordig in een impasse. Ze zitten gevangen in het catastrofisme dat rond de horizon van het probleem draait: waar is klimaatverandering slecht voor, wat zijn de negatieve gevolgen ervan? Vanuit het perspectief van de metamorfose zouden we, aangezien de klimaatverandering de hele mensheid bedreigt, de vraag moeten omkeren en als volgt formuleren: waar is klimaatverandering goed voor (gesteld dat we die overleven?) Het momentum van de metamorfose bestaat opmerkelijk genoeg hierin dat, als je er maar vast genoeg van overtuigd bent dat klimaatverandering een fundamentele bedreiging vormt voor heel de mensheid en natuur, dit weleens een kosmopolitische ommekeer in onze huidige levenswijze wou kunnen bewerkstelligen en de wereld ten goede zou kunnen veranderen. Dat is wat ik onder emancipatorisch catastrofisme versta (zie hoofdstuk 7)
  Om misverstanden te voorkomen: ik wil hiermee niet zeggen dat we een planetaire ramp nodig hebben om als optimisten van het zuiverste water herboren te worden; ook wil ik niet het tegenbeeld schetsen en een hyperoptimisme bepleiten dat de technologische verlossing uit alle kwaden van onze eeuw van digitale innovaties verwacht (zoals sommigen doen). De kosmopolitische metamorfose van de klimaatverandering (of van globale risico's in het algemeen) draait om de coproductie van risicowaarnemingen en normatieve horizonten: de apocalyps kent geen restricties. Voor ons die in een suïcidale (kapitalistische) moderniteit leven, gaat de black box van de fundamentele politieke vragen weer open: wie spreekt er voor 'de wereld'? Wie vertegenwoordigt 'de mensheid'. De staat misschien? De Stad? Actoren van maatschappelijke organisaties? Experts? Gaia (Latour 2011)? En wie spreekt er voor zijnsgelijken?
 Het wereldwijde risico van de klimaatverandering vormt zo een soort dwingend, collectief geweten - in de zin dat onze vroegere beslissingen en vergissingen mede verantwoordelijk zijn voor de situatie waarin we ons thans bevinden; en dat zelfs de hoogste graad van institutionele organisatie die wij kunnen bereiken, alleen maar een reïficatie, een verdinglijking is die te allen tijde kan worden herroepen, een voorlopige modus van handelen die we kunnen en moeten opgeven als we onszelf erdoor in gevaar brengen. De klimaatverandering belichaamt de fouten van een heel tijdperk van voortschrijdende industrialisering en met al het geweld van de vernietigende gevolgen die eruit kunnen voortvloeien, schreeuwen deze klimaatrisico's erom erkend en gecorrigeerd te worden. Ze staan in zekere zin voor een terugkeer van het verdrongene, waarbij de zelfverzekerdheid van het natiestatelijk georganiseerd industriekapitalisme wordt ondermijnd doordat het met zijn eigen dwalingen wordt geconfronteerd, en wel in de vorm van een regelrechte bedreiging van zijn eigen bestaan. (pagina 55-56)

Terug naar Overzicht alle titels


John Bunzl & Nick Duffell



De oplossing is SimPol : een uitweg uit de vernietigende spiraal van het neoliberalisme

Lemniscaat 2018, 292 pagina's € 18,95
Oorspronkelijke titel: The SimPol solution : solving global problems could be easier than we think (2017)

Website John Bunzl (1945) en Nick Duffell (1949)

Korte beschrijving
De auteurs (eigenaar van een internationaal bedrijf en een psychotherapeut) signaleren een Negatieve Mondiale Concurrentiespiraal (NMC). Zij pleiten voor een mondiale aanpak, meer internationale samenwerking om problemen als klimaat, milieu en bewapening gezamenlijk op te lossen. Voorwaarde daarbij is dat alle landen tegelijkertijd overgaan tot gezamenlijke aanpak, Simpol (Simultaneous Policy), van meerdere vraagstukken en een nieuwe vorm van internationaal stemrecht. Dit vergt een omwenteling in ons denken als wereldburgers. Vergelijk het met het rouwproces zoals beschreven door Kübler-Ross, in vijf fasen van ontkenning tot aanvaarding. Hoe krijg je iedereen bereid tot deze omwenteling? Daarvoor zijn geen grote massa's nodig. In Engeland hebben zich al zeshonderd kandidaten gemeld. Het boek bevat eindnoten, een register en literatuurlijst.

Tekst op website uitgever
We weten het allemaal: in het bedrijfsleven gaat het uiteindelijk om maximalisatie van de winst. Milieu, mensenrechten of arbeidsomstandigheden – niets zal ooit beter worden als ons vrije-marktmodel niet ter discussie wordt gesteld. En dat model zál nooit ter discussie worden gesteld, omdat we in een mondiale economie leven waarin degene die anders wil handelen het onderspit zal delven.

Bunzl en Duffell leggen deze klemsituatie genadeloos bloot. Eigenlijk is iedereen het met elkaar eens dat het anders moet – van de CEO van Shell tot regeringsleiders. Het milieu moet gered, de mensenrechten gerespecteerd en de mensen moeten fatsoenlijk betaald krijgen. Maar hoe te beginnen? Als je de eerste stap zet zonder dat de anderen volgen, graaf je je eigen graf.

Maar nu komt het geniale plan van deze twee auteurs.

Stel je voor dat wij allemaal – burgers, politiek, bedrijfsleven – een gezamenlijke verklaring ondertekenen dat we vanaf een bepaald moment de mensen behoorlijk betalen, de natuur respecteren, de mensenrechten respecteren – op voorwaarde dat alle anderen dat vanaf datzelfde moment ook doen. Deze oplossing heet SimPol en dat staat voor Simultaneous Policy (gelijktijdig beleid): we maken een betere wereld, en dat doen we tegelijkertijd.

Naïef? Nee, briljant, werkbaar én noodzakelijk!

Fragment uit 7. Criteria voor mondiale politieke maatregelen
Het zijn niet alleen nieuwe technologieën en nieuwe manieren van denken die dergelijke veranderingen veroorzaken. Zoals we in het vorige hoofdstuk zagen, kunnen de aanwezige leefomstandigheden ook een rol spelen. In ons mondiale tijdperk zijn de zich uitbreidende crises van klimaatverandering, de financiële rampen, de schaarste van hulpbronnen, de massale economische migratie en dergelijke allemaal leefomstandigheden die ons aanzetten tot het volgende denk- en bestuursniveau. De mondiale technologieën en hun gevolgen - met inbegrip van de NMC (= Negatieve Mondiale Concurrentiespiraal) - zijn er al.
  Het is echter, zoals we al de hele tijd beweren, ons denken dat heel nodig een inhaalslag moet maken. Als Wilber gelijk heeft, dan geldt een kantelpunt van 10 procent nu waarschijnlijk ook, wil het mondiaalgerichte wereldbeeld zich snel verspreiden, dus moeten we ernaar streven dat 10 procent van ons de mondiaalgerichte manier van denken overneemt.
  Daarom bent u als lezer van belang.
  Een nieuwe manier van denken is van essentieel belang, maar zelfs dat is niet voldoende. Om de wereld te veranderen is er ook een nieuw bestuurssysteem nodig. Zolang dat er niet is, zal een nieuwe manier van denken niets kunnen uitrichten, dus hebben we ook een nieuwe mondiaalgerichte vorm van politiek bedrijven nodig - een nieuw politiek paradigma - dat krachtig genoeg is om de omslag feitelijk te bewerkstelligen. (pagina 213-214)

Lees ook: Naar één wereld : een nieuwe mondiale werkelijkheid van Kishore Mahbubani uit 2013


Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 26 december 2018

Albert Faber


De gemaakte planeet : leven in het Antropoceen

Amsterdam University Press 2018, 300 pagina's € 20,50

Informatie over Albert Faber en zijn Twitter-account 

Korte beschrijving
Wij leven in het Antropoceen, een tijdperk waarin mens en Aarde op ongekende schaal met elkaar verweven zijn geraakt. Albert Faber, al twintig jaar werkzaam op het raakvlak van wetenschap en beleid, onderzoekt in dit boek wat die verwevenheid voor ons betekent en wat voor problemen dat oproept. Die problemen zijn uitermate complex, maar dat ontslaat ons niet van de verantwoordelijkheid om ze onder ogen te zien en te zoeken naar manieren om ze het hoofd te bieden. Een grondig, indringend en stimulerend boek, geschreven voor een breed publiek, en zeer uitvoerig gedocumenteerd met illustraties in zwart-wit, een literatuurlijst, eindnoten en een register.

Tekst op website uitgever
We leven in het Antropoceen, het tijdperk van de mens. De invloed van de mens op het reilen en zeilen van de aarde is groter dan ooit tevoren. In een meeslepend betoog geeft Albert Faber betekenis aan deze constatering. Hij neemt ons aan de hand van vele denkers mee van de Malediven naar de Andes, van Siberië naar de Oostvaardersplassen, van de allereerste steden tot aan onze technologische toekomst. Daarbij probeert hij antwoord te geven op vragen als: Wat houdt het Antropoceen in? En hoe kunnen wij ons in de toekomst het beste tot de planeet verhouden? Zonder in pessimisme te vervallen toont Faber ons de verworvenheden van het verleden, hij beschrijft de uitdagingen van het heden en geeft een perspectief voor de toekomst.

Het boek van Albert Faber draagt op wezenlijke wijze bij aan de discussie over het Antropoceen, niet alleen omdat het de contouren ervan op een bijzonder overzichtelijke wijze presenteert, maar ook omdat hij laat zien dat niets minder dan een ‘maximalisatie van ideeën’ nodig is. Faber betoogt dat onze tijd eerder vraagt om het vruchtbare en creatieve conflict dat bij de democratie hoort, dan om wereldwijde eensgezindheid.
— René ten Bos, denker des vaderlands en auteur van Dwalen in het Antropoceen.

'Sinds enkele jaren is de term 'Antropoceen' in zwang om aan te geven dat de mensheid de hele aarde heeft onderworpen. Een dergelijke constatering mag niet terloops worden gemaakt. Gelukkig geeft Faber uitgebreid en meeslepend betekenis aan het leven in het Antropoceen. Bijzonder aan dit boek is dat het zich niet schaart in de al veelvuldig te horen pessimistische boodschap van urgentie en doemdenkerij, maar dat het zoekt naar wegen voor nieuw elan. Met dit boek geeft Albert Faber een pleidooi voor ideeën en verbeeldingskracht en is alleen al daarom onmisbaar voor iedereen die de toekomst serieus neemt.'
— Pieter Winsemius

'Echt een prima geschreven, mooi geïllustreerd en rijk boek dat voor een heel breed publiek inzicht in het antropoceen. Het laat zowel de nuances als het onvermijdelijke ervan zien en gaat voorbij de gebruikelijke polarisaties in het dagelijkse debat over klimaat en duurzaamheid.' 
— prof. Derk Loorbach, hoogleraar socio-economische transities (Erasmus Universiteit Rotterdam), directeur DRIFT (Dutch Research Institute for Transitions)

Fragment uit 6. Leven op een gemaakte planeet
Een politiek voor het Antropoceen
Door de mens zelf veroorzaakte natuurlijke effecten als klimaatverandering, erosie of overstromingen zijn bij uitstek de indicatoren van het Antropoceen geworden. De toekomst van mens en natuur in het Antropoceen wordt daarmee een gedeelde geschiedenis. Vaak is deze situatie geïnterpreteerd als een soort van 'post-natuur', een tijd waarin de mens dan eindelijk de natuur heeft overwonnen. 'Het is niet langer de natuur die bepaalt wat er op aarde gebeurt. Dat doen wij. Wat hier gebeurt is onze keuze', zegt publicist Mark Lynas in The God Species. Die conclusie leidt al snelt tot het idee dat de mens de grote regisseur van de wereld is geworden, de piloot in de cockpit van spaceship Earth. Die interpretatie is echter veel te smal en veel te technocratisch, zoals we in hoofdstuk 2 al constateerden. De eenheid van mens en natuur heeft een veel bredere betekenis, met nieuwe ideeën over moraal, zorg en verantwoordelijkheid. Natuur is iets dat we zelf creëren, en het is daardoor steeds moeilijker om te bedenken wat natuur is. We vinden natuur niet alleen in wildernis of in parken, maar ook in braakliggende gronden of in het niemandsland van verlaten industrieterreinen. Het draait niet langer om de dominantie van de mens over de natuur, maar om de verantwoordelijkheid voor de gedeelde dimensie mens-natuur. Dat is bij uitstek een politiek vraagstuk, dat vraagt om nieuw engagement. (pagina 185-186)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels

vrijdag 21 december 2018

Olivier Pintelon


De strijd om tijd

EPO 2018, 264 pagina's € 20,--

Wordpress: Olivier Pentelon (1983)

Korte beschrijving
Vroeger was tijd schaars, vandaag is het een wurggreep. Van ploetermoeders tot bumpervaders: voor steeds meer mensen is ‘druk, druk, druk’ het nieuwe normaal. Bij Olivier Pintelon begon het te knagen toen hij en zijn vrouw na de geboorte van hun zoon weer voltijds aan de slag gingen. Dan vroeg hij zich af: hoe doen andere ouders dat toch? Of hij bleef piekeren over wat de onthaalmoeder die ochtend had gevraagd: ‘Wanneer gaat mama vier vijfde werken?’ In De strijd om tijd onderzoekt hij of onze huidige werkweek nog aangepast is aan tweeverdieners. Want dat een dag maar vierentwintig uur en een week maar zeven dagen telt, daar valt weinig aan te doen. Maar is het een natuurwet dat het spitsuur van ons leven bestaat uit rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan? Pintelon sprokkelt verhalen, duikt in oude geschriften en werpt een blik over de landsgrenzen. Waarom experimenteert men in pakweg Zweden met de 30 urenweek terwijl dat idee hier taboe lijkt? Een inspirerend verhaal over hoe mannen en vrouwen morgen werk, zorg, engagement en me-time kunnen combineren.

Tekst op website uitgever
Is het een natuurwet dat het spitsuur van ons leven bestaat uit rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan? Een inspirerend verhaal over hoe mannen en vrouwen morgen werk, zorg, engagement en me-time kunnen combineren.

Vroeger was tijd schaars, vandaag is het een wurggreep. Van ploetermoeders tot bumpervaders: voor steeds meer mensen is ‘druk, druk, druk’ het nieuwe normaal. Bij Olivier Pintelon begon het te knagen toen hij en zijn vrouw na de geboorte van hun zoon weer voltijds aan de slag gingen. Dan vroeg hij zich af: hoe doen andere ouders dat toch? Of hij bleef piekeren over wat de onthaalmoeder die ochtend had gevraagd: ‘Wanneer gaat mama vier vijfde werken?’ In De strijd om tijd onderzoekt hij of onze huidige werkweek nog aangepast is aan tweeverdieners. Want dat een dag maar vierentwintig uur en een week maar zeven dagen telt, daar valt weinig aan te doen. Maar is het een natuurwet dat het spitsuur van ons leven bestaat uit rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan? Pintelon sprokkelt verhalen, duikt in oude geschriften en werpt een blik over de landsgrenzen. Waarom experimenteert men in pakweg Zweden met de 30 urenweek terwijl dat idee hier taboe lijkt? Een inspirerend verhaal over hoe mannen en vrouwen morgen werk, zorg, engagement en me-time kunnen combineren

Artikel: De kortere werkweek: ‘krappe’ arbeidsmarkt geen excuus (Knack, augustus 2018)

Fragment uit Slot. Samen de tijd nemen
Maar net die tijd komen we voortdurend tekort. De voltijdse werkweek is blijven steken in de vorige eeuw. In de jaren 1950 was de taakverdeling in een gezin nog duidelijk afgetekend, anno 2018 moeten man en vrouw betaald werk combineren met huishoudelijk werk en zorgtaken. In gezinnen met (jonge) kinderen is de 'tweede shift' gemakkelijk het equivalent van een deeltijdse baan voor de man en een vier vijfde voor de vrouw. Om nog maar te zwijgen over alleenstaande ouders, zij zijn kostwinner en huismoeder (of huisvader) tegelijk, een schier onmogelijke opdracht. Deze mismatch tussen de werkweek en het tweeverdienersmodel leidt heel wat maatschappelijke kwalen. Telkens is een collectieve werktijdverkorting het voor de hand liggend medicijn.
  Om te beginnen is een kortere werkweek het geheime wapen voor man-vrouwgelijkheid. Belgische vrouwen verdienen nog altijd ruim 20 procent minder dan mannen. Een toenemend aantal onderzoeken wijst zonder verpinken de schuldigen aan: de kinderen. En daar is een verklaring voor. Uitgerekend als de carrière van de man in een stroomversnelling geraakt, kampt de vrouw met time-outs. het eerste kind is het breukmoment. Vooral deeltijds werk is een valstrik. De lagere promotiekansen van vrouwen hangen nauw samen met de deeltijdse afwezigheid op de werkvloer. Niet alleen creëert een kortere werkweek eerlijker kansen voor vrouwen door deeltijdwerk te beteugelen, de kortere werkweek moet samen met het langere vaderschapsverlof beide geslachten toelaten betaalde en onbetaalde arbeid fair te verdelen. (pagina 222-223)

Lees ookNeem de tijd : overleven in de to-go maatschappij van Koen Haegens uit 2012.

Terug naar Overzicht alle titels