donderdag 14 maart 2019

Marianne Thieme


Groeiend verzet

Prometheus 2019, 160 pagina's - € 19,99

Wikipedia: Marianne Thieme (1972)

Korte beschrijving
'Dit boek is voor iedereen die zich zorgen maakt over de toekomst van onze prachtige planeet en zijn bewoners.' Dat schrijft fractievoorzitster en medeoprichtster van de Partij voor de Dieren Marianne Thieme in het woord vooraf van 'Groeiend verzet'. Het boek kan gezien worden als een tussenbalans van de politieke partij die in 2006 voor het eerst in de Tweede Kamer kwam. Thieme beschrijft wie de inspiratiebronnen van haar idealisme zijn, hoe ze aanvankelijk tegen single-issue partijen was gekeerd, hoe haar partij zich in de loop van de tijd heeft ontwikkeld, hoe de PvdD haar standpunten probeert te verwezenlijken, tegen welke hindernissen de partij aanliep en hoe ze daarmee omging. Met een fotokatern in kleur en een beredeneerde verwijzing naar verdere literatuur.

Tekst op website uitgever
‘Maandag 28 oktober 2002, twaalf dagen na de val van kabinet-Balkenende I. Het was koud, zonnig en droog, en er stond weinig wind. Dat viel op omdat het aan de IJ-oevers van Amsterdam vreselijk kan waaien. Vlak voor sluitingstijd stormde ik de Kamer van Koophandel binnen. Ik kwam zojuist uit het chique Zuid gefietst. Daar had ik de oprichtingsakte van een nieuwe partij ondertekend: de Partij voor de Dieren.’

In Groeiend verzet doet Marianne Thieme verslag van de opkomst van het grootste ideologische exportproduct uit de Nederlandse politiek. De redenen om de partij op te richten; de overeenkomsten met de negentiende-eeuwse vrouwenrechtenbeweging en andere emancipatiebewegingen; hoe het is om als activist in het parlement een andere wijze van politiek te bedrijven en hoe je succesvol kunt zijn door vast te houden aan je idealen; en waarom zij ondanks felle tegenstand hoopvol is dat de nieuwe groene revolutie aanstaande is.

Groeiend verzet is verplicht leesvoer voor iedereen die meent dat het roer radicaal om moet.

‘En voorts ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie...’

Marianne Thieme (1972) is medeoprichter van de Partij voor de Dieren en sinds 2006 fractievoorzitter van de partij in de Tweede Kamer.

Fragment uit 4. Hoop
Idealisme is het nieuwe realisme
Het lastigst is het om de cynici ervan te overtuigen dat idealisme het nieuwe realisme is. Tussen droom en daad staan wetten en praktische bezwaren, om met Willem Elsschot te spreken. De wereld is inderdaad enorm ingewikkeld geworden en de machten en krachten waartegen we strijden zijn vaak groot, abstract en zetelen vaak ver weg: in Den Haag of Brussel of Washington. Voeg daarbij de kaasstolp die over dit soort beleidscentra staat, die politici, bestuurders en beleidsmakers afschermt van de geluiden van de straat en je begint te snappen waarom zelfs de grootste idealist wel eens moedeloos wordt. Ik voel het zelf meestal als ik op weg naar Den Haag weer een vrachtwagen vol varkens voorbij zie komen.
  Het is om die reden dat de ontdekking dat de Partij voor de Dieren in een lange traditie van afschaffingsbewegingen stond zo inspirerend was. Niet alleen omdat je dan ziet dat er meer van dit soort bewegingen zijn geweest, die ook nog eens een grote overlap met elkaar vertonen: de eerste strijders voor vrouwenrechten of voor de afschaffing van de slavernij waren heel vaak ook vegetariër of veganist en zagen de strijd voor dierenrechten als het logische vervolg op de strijd voor vrouwenrechten. Ook omdat de gedeelde noemer is dat ze allemaal opkomen voor de kwetsbaarsten: slaven, minderheden, kinderen, vrouwen, homo's en dieren. (pagina 136-137)

Lees ook: De kanarie in de kolenmijn (uit 2016), dat ze schreef met Ewald Engelen.

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen 

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 6 maart 2019

Oliver Bullough


Moneyland : een zoektocht naar het verborgen geld van de superrijken en de multinationals

Thomas Rap 2019, 413 pagina's - € 24,99

Oorspronkelijke titel: Moneyland : why thieves & crookes rule the world & how to take it back (2018)
Andere editie: Moneyland : The Inside Story of the Crooks and Kleptocrats Who Rule the World. 

Informatie over Oliver Bullough (1977)

Korte beschrijving
Een nieuw boek (de Nederlandse vertaling van een door een Britse journalist geschreven werk) op het gebied van financieel-economische criminaliteit. De titel duidt op een virtuele ruimte waarin (illegale) verplaatsing van geldstromen tussen landen en bankrekeningen liefst verborgen en naar profijtelijke locaties plaatsvindt. De auteur is publicist, als zodanig bekend van diverse nominaties voor prijzen. Het boek is thematisch met voorbeelden van over de gehele wereld ingedeeld, met beschrijving van hoe rijkdom te verbergen en wetten te modelleren om dit te faciliteren. Belangrijk thema is witwassen en het aanpakken in deze van de banken. Het boek geeft verslag van eigen onderzoek naast dat van anderen. In de eindnoten wordt nader informatie verstrekt over het bronnenmateriaal en over geraadpleegde zegslieden. In de toegankelijkheid van het boek wordt voorzien met een uitgebreid onderwerpen- en namenregister.

Beschrijving op website uitgever
Fout geld. Vroeger kon je dat uitgeven aan een auto, een vakantie of een bontjas. Veel meer zat er niet in. Tot een paar bankiers in Londen op een briljant idee kwamen. Zou het niet mogelijk zijn om een plek te creëren waar de belastingdienst je kapitaal nooit zou kunnen vinden? Neem bijvoorbeeld het Kanaaleiland Jersey, waar je al je geld kunt verstoppen in een mooie trust. Of denk eens aan Nevis, een Caribisch vulkaaneilandje dat zich ontwikkelde tot een onweerstaanbaar belastingparadijs dat inmiddels al meer bedrijven dan inwoners telt. In Moneyland laat Oliver Bullough ons zien hoe de superrijken, de criminelen en de multinationals erin slagen hun geld uit handen van de belastingdienst te houden. Bullough legt uit hoe onze banken witwassen en hoe sommige westerse landen tot het uiterste gaan om grote bedrijven binnen te halen, zodat uiteindelijk alleen de gewone man nog zijn belastingen betaalt. Moneyland vertelt het verbijsterende verhaal van rijkdom en macht in de eenentwintigste eeuw.

Fragment uit 1. De grot der wonderen
Een deel van de verklaring van de toenemende ongelijkheid ligt in het feit dat rijke mensen toegang hebben tot offshore-trucs waar anderen geen gebruik van kunnen maken, maar het is een aspect dat tot nu toe weinig aandacht heeft gekregen. Westerse overheden leveren weliswaar een voortdurende strijd om deze legale spelletjes de baas te blijven, maar zij beschikken tenminste over instanties en tradities die helpen corruptie buiten de deur te houden. In jongere en armere landen bestaan die instanties en tradities niet. Ambtenaren en politici gaan ten onder in de tsunami van geld. Een jurist in Oekraïne verwoordde het zo: 'Je hebt niet de keus tussen smeergeld  aannemen of eerlijk blijven; nee: het is smeergeld aannemen of je kinderen worden vermoord. Natuurlijk pak je het smeergeld aan.' Zijn Mexicaanse collega's zeggen het nog kernachtiger: 'Wil je betaald worden in zilver of in lood?' Corruptie is zo wijdverbreid dat sommige overheden niet eens in staat zijn hun rijkste inwoners belasting te laten betalen, wat betekent dat de armsten voor de financiering van de overheid opdraaien. Dit ondermijnt de democratische legitimiteit en maakt de bevolking boos. Voor mensen die in een liberale wereldorde geloven, zit hier geen positieve kant aan.
  Politieke commentatoren van alle richtingen hebben hun zorgen geuit over het effect van ongelijkheid op het maatschappelijke systeem in de VS, waar het aandeel in de welvaart van de rijkste 1 procent van de bevolking tussen 1990 en 2012 is gestegen van een kwart naar twee vijfde. Maar als je denkt dat dat erg is, kijk dan eens naar wat er op mondiaal niveau gebeurt: in de tien jaar na 2000 is het bezit van de rijkste 1 procent van de wereldbevolking gestegen van  een derde naar de helft van het totale bezit. Die stijging wordt aangejaagd door landen als Rusland. In de vijftien jaar sinds Poetin in 2000 aan de macht kwam, zag de 4 procent van de Russen die Credit Suisse tot de middenklasse rekent (18.000 tot 180.000 dollar) hun gezamenlijke vermogen stijgen met 137 miljard dollar, wat positief lijkt tot je naar de hoogste klasse kijkt. In diezelfde periode steeg het vermogen van de 0,5 procent Russen die meer dan 180.000 dollar bezitten met een onvoorstelbaar bedrag van 687 miljard. De rijkste 10 procent van de Russen bezit 87 procent van het totaal, een hoger percentage dan in welk ander groot land dan ook; een grimmig gegeven voor een land dat dertig jaar geleden nog communistisch was.
  En dit alles wordt mogelijk gemaakt door westerse geldgoochelaars: juristen, accountants en anderen die geld verplaatsen en op slimme manieren verbergen. (pagina 33-34)




Artikel: Moneyland: het zal nooit makkelijker zijn om ertegen op te treden dan nu. (april 2019) en  201984 - "een apocalyptische codex van onze ergste angsten" (juni 2019) en Hoe komt het toch dat de consument in ons alles ruïneert, verwoest, platbrandt, sloopt en te gronde richt wat de burger en de onderzoeker in ons dierbaar is? (augustus 2019)

Terug naar Overzicht alle titels



woensdag 27 februari 2019

Rutger Bregman 4


De meeste mensen deugen : een nieuwe geschiedenis van de mens

De Correspondent 2019, 521 pagina's  - €25,--

Lenen als E-book via www.bibliotheek.nl

Wikipedia Rutger Bregman (1988)

Korte beschrijving
De mens leefde tienduizenden jaren lang als sympathieke, sociale jager-verzamelaar, totdat de eerste nederzettingen ontstonden en bezit en ongelijkheid hun intrede deden. Dit nieuwe systeem kon alleen functioneren als iedereen zijn plek kende. Koningen en priesters deden de mens geloven dat hij van nature gewelddadig en egoïstisch was. Beschaving, religie en repressie moesten iedereen in het gareel houden. Deze indoctrinatie kleurt nog steeds ongemerkt ons mensbeeld. Dit boek brengt daar aanstekelijk en goed onderbouwd verandering in. Het is een ontdekkingsreis door archeologie, geschiedenis, psychologie en economie en brengt de lezer van Mesopotamië naar Paaseiland en van de Noord-Franse loopgraven naar New Orleans na orkaan Katrina. De conclusie is overduidelijk: de mens is van nature goed, zorgzaam en veerkrachtig, maar laat zich soms misleiden. De uitdagingen van de toekomst vragen om samenwerking en compassie en om die reden eindigt het boek met tien zinvolle suggesties voor een beter samenleven. Met diverse illustraties in zwart-wit en een notenapparaat. Een aanstekelijke en goed onderbouwde zoektocht naar een positief mensbeeld.

Tekst op website uitgever
De mens is een beest, zeiden de koningen. Een zondaar, zeiden de priesters. Een egoïst, zeiden de boekhouders. Al eeuwen is de westerse cultuur doordrongen van het geloof in de verdorvenheid van de mens. Maar wat als we het al die tijd mis hadden? In dit boek verweeft Rutger Bregman de jongste inzichten uit de psychologie, de economie, de biologie en de archeologie. Hij neemt ons mee op een reis door de geschiedenis en geeft nieuwe antwoorden op oude vragen. Waarom veroverde juist onze soort de aarde? Hoe verklaren we onze grootste misdaden? En zijn we diep vanbinnen geneigd tot het kwade of het goede? Adembenemend, weids en revolutionair – De meeste mensen deugen herschrijft niet alleen de geschiedenis, maar werpt ook nieuw licht op onze toekomst.

Fragment uit hoofdstuk 8. Stanley Milgram en de schokmachine
De Holocaust werd dan ook niet uitgevoerd door mensen die plotseling in robots waren veranderd, net zomin als de deelnemers aan Milgrams experiment gedachteloos op de knop drukten. De daders geloofden dat ze aan de goede kant van de geschiedenis stonden. Auschwitz was het eindpunt van een langdurig historisch proces waarin het kwaad zich steeds beter vermomde als het goede. Schrijvers en dichters, filosofen en politici bleven jarenlang de psyche van het Duitse volk afstompen en vergiftigen. De Homo puppy werd voorgelogen en geïndoctrineerd, gehersenspoeld en gemanipuleerd.
  Pas toen gebeurde het ondenkbare.

Had Hannah Arendt zich laten misleiden toen ze schreef dat Eichmann een monster was? Was ze gevallen voor het toneelstukje dat hij opvoerde tijdens zijn proces?
  Veel historici komen inderdaad tot die conclusie. haar boek zou een kwestie van 'goed idee, slecht voorbeeld' zijn. Tegelijkertijd zijn er filosofen die denken dat de geschiedkundigen Arendts filosofie niet goed hebben begrepen. Arendt had tijdens het proces namelijk wel degelijk een deel van Sassens interviews met Eichmann bestudeerd. En Arendt schreef nergens dat Eichmann slechts bevelen opvolgde.
  De filosoof moest bovendien niets hebben van Milgrams schokexperimenten. De jonge psycholoog mocht dan een groot fan zijn van Hannah Arendt; die liefde was niet wederzijds. Zij verwijt Milgram een 'naïef geloof dat verleiding en dwang hetzelfde zijn'. Ze geloofde niet dat er een nazi in ieder van ons zit.
  Waarom zijn de psycholoog en de filosoof dan toch samen de geschiedenis ingegaan? Sommige Arendt-experts denken dat ze verkeerd is geïnterpreteerd. Arendt was zo'n filosoof die sprak in aforismen, intrigerende uitspraken die je gemakkelijk verkeerd kunt begrijpen. Neem haar stelling dat Eichmann 'niet nadacht'.  Wat Arendt níet zei, is dat hij een gedachteloze bureaumoordenaar was. Volgens de Arendt-kenner Roger Berkowitz bedoelde ze dat hij zich niet verplaatste in mensen met een ander  perspectief.
  Sterker, Hannah Arendt was een van die zeldzame filosofen die geloofde dat de meeste mensen deugen. Ze stelde dat onze behoefte aan liefde en vriendschap menselijker is dan ons verlangen naar haat en geweld. En als mensen voor het kwaad kiezen, vervolgde ze, dan voelen ze alsnog de behoefte zich te verschuilen achter leugens en clichés die suggereren dat het kwade toch goed is. (pagina 216-217)

Voorpublicatie van hoofdstuk 1 - Dit idee kan alles veranderen: de meeste mensen deugen (De Correspondent, dinsdag 20 augustus 2019)

Opmerking
Het nieuwste boek van Rutger Bregman zit voor een deel in eerder verschenen artikelen die op De Correspondent verschenen. Trouwe lezers zagen het onderwerp als het ware 'aankomen'. Hoogstwaarschijnlijk zal hij 'alles' herschikken en redigeren.

Artikel: Dit is de vraag waar bijna al onze politieke debatten om draaien (en het antwoord geeft hoop)  (maart 2018 De Correspondent)

Achtergrondartikel: Rutger Bregman's Next idea: De meeste mensen deugen (februari 2019)

Artikelen: Delpher en Homo puppy (4 september 2019) en  Homo possibilist: de mogelijkheid aangrijpen om goed te doen, kunnen we allemaal. (18 september 2019)

Radio-interview: ‘De meeste mensen deugen’: Rutger Bregman herschrijft de geschiedenis (Nieuwsweekend, zaterdag 31 augustus 2019)

Achtergrondartikel: Vroeger was (bijna) één bak ellende  (maart 2018)

Artikel over boeken met in de titel 'een kleine geschiedenis: Een kleine geschiedenis van (september 2018)

Artikel: Hoe komt het toch dat de consument in ons alles ruïneert, verwoest, platbrandt, sloopt en te gronde richt wat de burger en de onderzoeker in ons dierbaar is? (augustus 2019)

dinsdag 26 februari 2019

Anabella Meijer

Eerste hulp bij klimaatverandering  : in vijf stappen naar een bloeiende toekomst voor jou én de planeet

Kanai 2018, 271 pagina's

Website Anabella Meijer 

Korte beschrijving
Het actuele thema klimaatverandering wordt vanuit een speelse, humoristische invalshoek benaderd. De auteur wil de ‘klimaatstress’ en ‘-paniek’ die mensen ervaren door alle negatieve statistieken en cijfertjes de kop indrukken en hen motiveren om groener te leven zonder een opgeheven vingertje te gebruiken. Het boek is opgebouwd uit vijf stappen, op de snede aangeduid met kleuren. Stap een behandelt het wetenschappelijke gedeelte over de opwarming van de aarde in begrijpelijke taal, met feiten én onzekerheden. Stap twee onderzoekt de menselijke geest en de uiteenlopende reacties van mensen op deze dreiging; van daadkracht tot ontkenning. De laatste drie stappen zetten in op introspectie en zelfspot (cartoons), inspirerende interviews met klimaathelden en een handboek om zelf een klimaatheld te worden (met online werkboek). Full colour uitgave met veel kleurenfoto's en illustraties, een register ontbreekt. De aanpak is uniek en vernieuwend, een mix van (uitgebreide) tekst en cartoons, ernst en humor. Het (volwassen) taalgebruik is luchtig, levendig en eigentijds, doorspekt met veel Engelse termen. Een vernieuwende benadering van het klimaatprobleem. Vanaf ca. 15 jaar.

Korte beschrijving op website uitgever
Het enige boek over klimaatverandering waar je blij van wordt.
In 5 stappen naar een bloeiende toekomst.
Voor jou...én de planeet.
Gegarandeerd schuldgevoelvrij!

“Het boek, een mix van tekst en cartoons, bespreekt het klimaat vrolijk. Het laatste wat de makers willen is taaie kost serveren, die lezers somber en passief achterlaat. Die missie slaagt.”

— Frank Straver, Trouw, december 2018

Fragment uit 1.10 #Biodiversiteit
Dit hele boek gaat over klimaatverandering, en het is zo'n ontzettend breed onderwerp. Maar als je aan mij zou vragen waarom klimaatverandering nou 'erg' is, komen bij mij persoonlijk twee lichtelijk problematische antwoorden omhoog - de een veel te klein, en de andere zo groot dat het klimaatverandering weer klein maakt.
  Ik vind het erg dat onze winters naar de knoppen gaan. Nederland is prachtig als het bevroren is - alles aangeraakt met een toverstaf. Geen land ter wereld staat de winter zo mooi als Nederland waterland. En we hebben het ergens voor nodig, voel ik. Elk jaar de dood, de stilte, en de hergeboorte.
  De andere reden die ik in al mijn organen kan voelen, maakt het hele verdere klimaatverhaal juist weer klein: de enorme achteruitgang van biodiversiteit.
  Waarom ik dat erg vind, is omdat biodiversiteit voor mij ook een ethische definitie heeft. Als je stelt dat niets waardevoller is dan het leven, is de waarde van al het leven praktisch onschatbaar. In die optiek is de hoge biodiversiteit, meer dan levenloze grondstoffen of virtuele zaken als dollars en Bitcoins, de grootste rijkdom van de aarde. (pagina 61)

Recensie: ‘Eerste hulp bij klimaatverandering’ gaat het klimaatprobleem met lol te lijf (Trouw, december 2018)

Terug naar Overzicht alle titels





Francis Fukuyama

Identiteit : waardigheid, ressentiment en identiteitspolitiek

Atlas Contact 2019, 268 pagina's -  € 19,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Oorspronkelijke titel: Identity: The Demand for Dignity and the Politics of Resentment (2018)

Wikipedia: Francis Fukuyama (1952)

Korte beschrijving
In 1992 schreef de vooraanstaande Amerikaanse politiek filosoof Francis Fukuyama (1952) het indrukwekkende boek 'Het einde van de geschiedenis en de laatste mens'. Daarin noemde hij Donald Trump een voorbeeld van een ambitieuze man wiens verlangen naar erkenning veilig was gekanaliseerd in een zakelijke carrière. De verkiezing van Trump tot president in 2016 kwam ook voor hem als een volkomen verrassing. De electorale ruimte die in de Verenigde Staten bestond om zo’n verkiezingsuitslag mogelijk te maken is een belangrijk thema in dit boek over identiteit en waardigheid. Voor de beschrijving van het begrip identiteit gaat de auteur onder andere te rade bij theorieën van Freud en Nietzsche en moralisten als Rieff en Lasch, om vast te stellen dat mensen liever erkenning vragen voor hun gelijkheid aan andere mensen dan voor hun individualiteit. Fukuyama eindigt met een reeks, ook voor Europa geldende, aanbevelingen, zoals het afschaffen van dubbele nationaliteit en het (her)invoeren van een nationale dienstplicht. Verenigde identiteiten zullen volgens hem uiteindelijk de remedie zijn tegen populistische politiek. met eindnoten, een literatuurlijst (van uitsluitend Engelstalige literatuur) en register.

Tekst op website uitgever
Fukuyama, de schrijver van het wereldwijd beroemde boek ‘Het einde van de geschiedenis’, bekijkt in zijn nieuwe boek ‘Identiteit’ het electorale succes van populisten. Dit succes wordt vaak verklaard vanuit economische motieven, maar komt in feite voort uit een behoefte aan identiteit. In ‘Het einde van de geschiedenis’ schreef Fukuyama al dat mensen hechten aan erkenning van hun waardigheid. Nu verklaart hij vanuit dit begrip het huidige tijdsgewricht. Voorheen streefde de liberale democratie naar universele erkenning van burgerschap met onvervreemdbare rechten. Nu heeft identiteitspolitiek op basis van religie, ras, etniciteit of gender de overhand. De opleving van de gepolitiseerde islam, identiteitspolitiek gericht op etnische minderheden, activisme op universiteiten en het anti-immigranten-populisme zijn daar voorbeelden van. De behoefte aan identiteit kan niet zomaar opzij worden gezet. Daarom moet zij ingevuld worden op een manier die de democratie ondersteunt in plaats van ondermijnt. Identiteit is een noodzakelijk boek – een ernstige waarschuwing dat we onszelf veroordelen tot voortdurend conflict, tenzij we een universele invulling aan menselijke waardigheid geven.

Fragment uit 14. Wat te doen?
Verwarring omtrent de identiteit is een onvermijdelijk gevolg van het leven in de moderne wereld. Modernisering betekent voortdurende verandering en ontwrichting, en het vrijkomen van keuzes die er eerder niet waren. Zij is mobiel, veranderlijk en complex. Die veranderlijkheid is in het algemeen een goede zaak: in de loop van vele generaties hebben miljoenen mensen dorpen en traditionele samenlevingen die hun geen keuzemogelijkheden beiden verruild voor andere waar dat wel het geval is.
  Maar de vrijheid en de keuzemogelijkheden in een moderne liberale samenleving kunnen mensen ook ongelukkig maken en vervreemden van hun medemensen. Ze hebben heimwee naar de gemeenschap en het gestructureerde leven dat ze menen te hebben verloren, of waarvan ze dachten dat hun voorouders het ooit hadden. De authentieke identiteit die zij zoeken die welke hen met anderen verbinden. Ze kunnen verleid worden door leiders die hun vertellen dat ze verraden zijn en niet gerespecteerd worden door de bestaande machtsstructuren, en dat ze lid zijn van belangrijke gemeenschappen waarvan de grootheid weer erkend zal worden.
  Veel moderne liberale democratieën bevinden zich op een belangrijk keerpunt. Ze moeten zich aanpassen aan snelle economische en sociale veranderingen en zijn door de globalisering veel diverser geworden. Dit heeft het verlangen naar erkenning opgeroepen bij groepen die voorheen onzichtbaar waren voor het merendeel van de samenleving. Maar dat heeft voor het gevoel de status verlaagd van de groepen waarvoor zij in de plaats zijn gekomen, hetgeen leidde tot een politiek van ressentiment en verzet. Dat beide kanten zich terugtrekken in steeds engere identiteiten is een bedreiging voor de mogelijkheid tot overleg en collectieve actie door de hele samenleving. Uiteindelijk leidt deze weg tot het uiteenvallen en falen van de staat. (pagina 207-208)



zondag 24 februari 2019

Shoshana Zuboff

The Age of Surveillance Capitalism: The Fight for a Human Future at the New Frontier of Power 
Profile books 2019, 691 pagina's  - € 17,50

Wikipedia: Shoshana Zuboff (1951) en haar website

Tekst op haar website
I’ve dedicated this part of my life to understanding and conceptualizing the transition to an information civilization. There’s a lot of work to be done, if we are to build bridges to the kind of future that we can call “home.”  My new book on this subject, The Age of Surveillance Capitalism: The Fight for a Human Future at the New Frontier of Power, will be published by PublicAffairs in the U.S. (available January 15, 2019) and Campus Verlag in Germany.

Fragment 
We hebben al eerder aan dit soort afgronden gestaan. 'We zijn een tijdje voortgehobbeld in onze pogingen om een nieuwe beschaving op oude manieren te leiden, maar we moeten deze wereld opnieuw vormgeven.' Het was 1912 toen Thomas Edison zijn visie op een nieuwe industriële beschaving uiteenzette in een brief aan Henry Ford. Edison was bang dat het potentieel van het industrialisme om de vooruitgang van de mensheid te dienen, zou worden gedwarsboomd door de macht van de robber barons en de monopolistische economieën die hun koninkrijkjes bestierden. Hij laakte de status-quo die werd gekenmerkt door de 'verspilling' en 'wreedheid' van het Amerikaanse kapitalisme.
  Zowel Edison als Ford begreep dat de moderne industriële beschaving waarvoor zij zich hadden ingezet hard op weg was naar een toekomst die werd gekenmerkt door ellende voor velen en voorspoed voor een enkeling. Zij begrepen ook dat het morele leven van de industriële beschaving gevormd wordt door de praktijken van het kapitalisme.
  Alles moest opnieuw worden uitgevonden: nieuwe technologieën, ja, maar die zouden nieuwe manieren moeten weerspiegelen om in de behoeften van de mensen te voorzien; een nieuw economisch model dat deze nieuwe praktijken in winst zou kunnen ombuigen; en een nieuw sociaal contract dat dit alles zou kunnen onderbouwen. De burgers, consumenten, leidinggevenden, werknemers, wetgevers, juristen, geleerden, journalisten, managers en overheidsfunctionarissen die zich deze inspanning getroostten begaven zich op onbekend terrein.
  Onze tijd vraagt om een dergelijke creatieve sprong in het onbekende, die het traject van  de digitale toekomst terug kan buigen naar de mensen toe. Zonder een moedige en creatieve reactie zal het surveillancekapitalisme de leegte blijven opvullen. Als we het surveillancekapitalisme willen stoppen, temmen of zelfs buiten de wet willen plaatsen, zullen we nieuwe wetten, regels en vormen van collectieve actie nodig hebben, die zijn toegesneden op specifieke mechanismen.
  Om deze redenen en nog duizend meer roep ik Tim Cook en andere leiders uit het bedrijfsleven op om de uitdaging aan te gaan en een nieuwe route te vinden. U zult niet eenzaam zijn. Degenen van ons die nu de weg kwijt zijn, zullen niet wegkruipen. De strijd voor een menselijke toekomst is van ons allemaal. (voorpublicatie in De Groene Amsterdammer, De stofzuiger die stiekem een plattegrond verzendt. 21 februari 2019)

Artikel: 'The goal is to automate us': welcome to the age of surveillance capitalism (The Guardian, 20 januari 2019)

Citaat uit een lovende recensie
Maar in The age of Surveillance Capitalism graaft Zuboff op indrukwekkende wijze dieper dan haar voorgangers. Met behulp van het werk van economen als Joseph Schumpeter en Karl Polyani en filosofen als Hannah Arendt en Jean-Paul Sartre analyseert ze de 'parasitaire economische logica die producten, goederen en diensten onderwerpt an een mondiale architectuur van gedragsmanipulatie'. Door het gebruik van begrippen als 'accumulatie' en 'commodificatie' doet haar breed uitwaaierende analyse herhaaldelijk denken aan Het Kapitaal, de 19de-eeuwse speurtocht van Karl Marx naar de 'ijzeren wetten' van het kapitalisme. (Het totalitaire oog, NRC Handelsblad 1 maart 2019) *****

Artikel: 201984 - "een apocalyptische codex van onze ergste angsten" (juni 2019)

Terug naar Overzicht alle titels 

Joost de Vries


Echte pretentie : waarom het zo irritant is en waarom we niet zonder kunnen

Das Mag 2019, 153 pagina's -  € 19,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Wikipedia: Joost de Vries (1983)

Korte beschrijving
De huidige kritiek van 'gewone mensen' op 'de elite' heeft de auteur aan het denken gezet over mensen met pretenties, mensen die beweren, of de verwachting wekken, iets te weten, te kunnen of te zijn wat ze niet of nog niet zijn. Ook hij heeft als jongere al geleerd 'dat er niets ergers is dan aangezien worden voor iemand-die-niet-zichzelf-is, omdat het ... etaleren van een bepaald soort kennis of smaak steeds sneller als elitair wordt gezien.' 'Deze dwang tot laagdrempeligheid ... is een dominant discours in de politiek en de media geworden.' Aan de hand van levens zoals dat van de Amerikaanse intellectueel Susan Sontag, ooit als tiener een irritant strebertje, laat De Vries zien dat er nu eenmaal mensen zijn die denken dat ze beter kunnen zijn dan zichzelf, die aspiraties en ambities hebben, die aan 'ostentatief social climbing' doen, die dingen overdrijven om als bijzonder opgemerkt te worden. Sommige van die 'aanstellers' groeien echter uit tot de denkers, kunstenaars, musici, kortom de creatievelingen die we voor geen goud zouden willen missen. Het betoog is nogal moeizaam en had wel wat beknopter en helderder gekund, maar de eindconclusies, over pretentieuze 'aanstellers' die eigenlijk het zout der aarde zijn, overtuigen.

Tekst op website uitgever
Iedereen zoekt, iedereen camoufleert, doet zich beter voor dan hij of zij is, jonger, hipper, rijker, stoerder, succesvoller. Maar alleen als iemand zich slimmer of cultureel verfijnder voordoet, noemen we het pretentieus.

Maar wat vinden we precies zo irritant? De antwoorden hebben te maken met sociale klasse, met authenticiteit, met hoge en lage cultuur, met voetbalanalisten en superheldenfilms, met Karel van het Reve en Susan Sontag, met niet vergeten ‘waar je vandaan komt’, met je plek kennen. Eigenlijk: met hoe we vinden dat de maatschappij eruit moet zien.

In een wervelend essay onderzoekt Joost de Vries hoe we ons verhouden ten opzichte van cultuur, van onderwijs, van kritisch denken, en ten opzichte van elkaar. En nog belangrijker: Echte pretentie laat zien waarom we absoluut niet zonder pretentie kunnen.

Sinds hij debuteerde met de roman Clausewitz behoort Joost de Vries (1983) tot de meest gelauwerde schrijvers én essayisten van zijn generatie. Met zijn roman De republiek won hij de Gouden Boekenuil. Het werd in meer dan tien talen vertaald. Zijn essayboek Vechtmemoires stond op de shortlist van de Jan Hanlo Essayprijs. Meest recent verscheen de roman Oude meesters - 'een virtuoos vertoon van vertelkunst' volgens Trouw. Hij is redacteur bij De Groene Amsterdammer.

Fragment uit II. De culturele pretentie van Karel van het Reve
3. 
Nu hoeft deze antipretentie van populisten in de Kamer en op tv niet als een verrassing te komen. Zij mikken op de laagste drempel, want daar kunnen de meeste mensen overheen. Pijnlijker is het als je het tegenkomt op plekken waar enige culturele pretentie juist thuishoort. In kwaliteitsmedia bijvoorbeeld.
  Toen tv-recensent Frank Heinen de nieuwe kennisquiz Van alle tijden in De Volkskrant besprak vond hij dat een 'verrukkelijke' quiz, met vragen over historische onderwerpen. De Boerenoorlog, Vikingen, noem maar op. Heinens kritiek zat hem in iets anders. 'De vragen. Te moeilijk. Voor mij althans. [...] Aan het eind van de dinsdagaflevering passeerde een vraag over de Slag bij Nieuwpoort. "1600!"riep ik vanuit de keuken, want ik ken mijn Trivial Pursuit-pappenheimers. Helaas: dat jaartal werd als basiskennis verondersteld. Men wilde weten waar het in die Slag exact om ging. Geen flauw idee. Toch jammer.'
  Of toen columniste Aaf Brandt Corstius zich in het debat over het ouderwetse, patriarchale Boekenweekthema ('De moeder, de vrouw')  mengde en haar column afsloot met de natrap dat het er toch niet toe deed, want 'niemand leest die boekenweekgeschenken nog.'
 Het is niet eens dat dit soort kleine voorbeelden nu het ultieme bewijs zijn van een anti-intellectuele agenda van Heinen of Corstius - die hebben ze vast niet. Het is geen actieve poging de cultuur een kopje kleiner te maken, lijkt me. Het is eerder een casual vorm van salonpopulisme dat zich in zulke opmerkingen openbaart, dat je bij talloze salonpopulisten tegenkomt, waarmee wordt gezegd: 'Neem het allemaal niet te serieus, hoor.' Het is het verveelde gemak waarmee een poging tot culturele diepgang terzijde wordt geschoven, in zoveel columns, in zoveel commentaren, in recensies en achtergrondstukken. Het onderstreept hoezeer antipretentie een maniertje is geworden dat is komen binnenwaaien uit een breder maatschappelijk debat. (pagina 74-75)

Zondag 24 februari 2019 sprak Joost de Vries in Buitenhof over dit boek.

Artikel: Pretentie: "Doe je best" (21 maart 2019)

Terug naar Overzicht alle titels