maandag 16 november 2020

Willem Schramade

Duurzaam kapitalisme : een andere kijk op waarde
Bertram+De Leeuw Uitgevers 2020, 253 pagina's -  € 24,95

Tekst op website uitgever
Velen zien kapitalisme als bron van kwaad dat zo snel mogelijk afgeschaft dient te worden. Anderen vinden kapitalisme prima werken en zien duurzaamheid als een dure hobby die we ons niet kunnen permitteren. Maar kapitalisme en duurzaamheid  zijn wél met elkaar te verenigen, betoogt Willem Schramade in dit boek. De juiste inzet van kapitaal kan ons namelijk helpen om de samenleving duurzaam te maken.

Volgens ons huidige, kapitalistische systeem is economische groei verplicht, bepaalt de markt de prijs, en betekent geluk voor de meerderheid: excessief koopgedrag en financiële zekerheid. Een systeem dat niet lijkt samen te gaan met de behoefte aan duurzaamheid waar we steeds vaker en nadrukkelijker op gewezen worden. Door natuurrampen, epidemieën en sociale onrust.

Maar dat hoeft niet. Schramade introduceert het waardevenster, dat expliciet maakt waar financiële waarde ten koste gaat van sociale of ecologische waarde.  Zo kunnen blinde vlekken en perverse prikkels verdwijnen. Als we die bredere definitie van waarde gaan hanteren, als bedrijven niet meer alleen op winst sturen, de financiële markten hun modellen aanpassen en overheden ons stimuleren om duurzaamheid in acht te nemen, dan wordt kapitalisme de motor achter duurzaamheid. En zelfs op individueel niveau kunnen we ons kapitaal inzetten om de wereld duurzamer te maken. Duurzaamheid en kapitalisme - het kan wél.

'Hoe maak je alles wat van waarde is, weerbaar? In een messcherpe en zeer toegankelijke analyse laat Willem Schramade zien hoe klimaatschade en armoede in de rekensommen kunnen worden meegenomen. En waarom dat heel hard nodig is!'  

Jeroen Smit, schrijver van Het Grote Gevecht en De prooi

Fragment uit 4 Waarde is meer dan prijs
Waarde, politiek en ideologie

Waar de economen erin slaagden om de ethiek en maatschappelijke factoren grotendeels uit hun wetenschap te verjagen, is dat in de economische praktijk niet gelukt. De economische realiteit is nauw verbonden met politieke, sociologische en ethische kwesties. In Waarom sommige landen rijk zijn en anderen arm , laten Acemoglue en Robinson zien dat politieke instituties die inclusiviteit bevorderen, ook welvaart genereren. Piketty biedt hier eveneens interessante inzichten - wat je ook mag denken van zijn methoden en oplossingen. In Kapitaal en Ideologie betoogt hij dat meer of minder gelijkheid een politieke keuze is, die samenhangt met de heersende ideologie. Zo blijkt dat de financiële ongelijkheid in Frankrijk na de revolutie van 1789 niet afnam (wat je zou verwachten, gezien de onteigening van adel en geestelijkheid), maar tot aan de Eerste Wereldoorlog bleef toenemen. Dezelfde trend constateert hij voor andere landen. Volgens Piketty kwam dat niet alleen door het uitknijpen van de koloniën, maar ook door een verabsolutering van eigendom (wat hij propriëtarisme noemt), die de belastingen voor rijken zeer laag hield en hen in staat stelde enorme en snel groeiende vermogens op te bouwen. Bedenk daarbij dat een iets hogere groei op de lange termijn dramatisch hogere uitkomsten oplevert. Dat is het effect van rente op rente, exponentiële groei, dat door mensen vaak onderschat wordt. 

Aan het feest kwam echter een einde. De twee wereldoorlogen maakten sommige bezittingen (zoals Russische obligaties en aandelen in bepaalde koloniale bedrijven) acuut waardeloos. Maar de ongelijkheid werd in de jaren vooral verminderd door politieke keuzes, zoals extreem hoge belastingen. Het lijkt nu onvoorstelbaar, maar in de jaren 1940 tot 1960 lag het marginale tarief in de hoogste schijf van de Amerikaanse inkomstenbelasting boven de 90 procent. Staar je bij ongelijkheid trouwens niet blind op inkomen. Inkomensongelijkheid valt in Nederland bijvoorbeeld nogal mee ten opzichte van andere rijke landen. Maar het gaat om vermogen. Veel mensen die in de jaren 1970-90 hun huizen hebben gekocht, hebben de waarde daarvan zo hard zien stijgen dat ze diezelfde huizen met hun huidige inkomen niet meer zouden kunnen kopen. En dankzij het inkoopprogramma van de ECB (dat heel andere politieke doelen had) zijn aandelenportefeuilles enorm in waarde gestegen. Beide ontwikkelingen werkten in het voordeel van degenen die er al beter voorstonden. In de VS was de kloof tussen arm en rijk al veel groter. , en die is nog sterker toegenomen. De kloof wordt daar bovendien meer door geboorte bepaald omdat de toegang tot goed onderwijs en andere voorzieningen er veel beperkter is. En waar Amerikanen begin deze eeuw nog 55 procent belasting betaalden over erfenissen boven de zeven ton, betalen ze sinds 2018 pas belasting over erfenissen boven de $11 miljoen (en een veel lager tarief ook). Kortom, de afgelopen eeuw zijn we zowel qua ideologieën als qua belastingen heen en weer geslingerd tussen extremen. (pagina 76-77)

Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen