vrijdag 21 februari 2025

Werner Herzog

De toekomst van de waarheid
De Arbeiderspers 2024, 125 pagina's  € 21,99

Oorspronkelijke titel: Die Zukunft der Warheit (2024)

Wikipedia: Werner Herzog (1942)

Korte beschrijving
Een persoonlijk getinte filosofische verhandeling over de vraag wat waarheid betekent in tijden van nepnieuws, politieke manipulatie en kunstmatige intelligentie, en hoe deze zich verhoudt ten opzichte van poëzie en filmkunst. Werner Herzog onderzoekt hoe de waarheid van het creatieve proces zich verhoudt tot empirische feiten, en bespreekt o.a. de verzonnen overwinning van farao Ramses en de moderne mythe van ontvoering door buitenaardse wezens. Hij reflecteert ook op zijn eigen ervaringen op de filmset en zijn gedachten en herinneringen. Persoonlijk en bespiegelend geschreven. Geschikt voor een breed tot geoefend lezerspubliek.  Werner Herzog (München, 1942) is o.a. auteur, scenarioschrijver, acteur en cameraregisseur. Hij maakte legendarische films als Fitzcarraldo, Nosferatu, Encounters at the End of the World en Grizzly Man. Hij schreef eerder ‘Het schemeren van de wereld’ en ‘Ieder voor zich en God tegen allen’. Zijn werk wordt in meer dan dertig landen uitgegeven.

Tekst op website uitgever
‘De zoektocht naar waarheid is wat ons van de koeien in de wei onderscheidt.’ – Werner Herzog

In een wereld die wordt ondermijnd door nepnieuws, politieke manipula­tie en kunstmatige intelligentie, stelt Werner Herzog de filosofische vraag: wat is waar? En hoe verhoudt de waarheid van poëzie en filmkunst zich tot empirische feiten? Van de verzonnen overwinning van farao Ramses tot de moderne mythe van ontvoering door buitenaardse wezens, en van extatische momenten op de filmset tot confrontaties met de werkelijkheid tijdens da­genlange tochten: op geheel eigen wijze knoopt Werner Herzog fascinerende gedachten en herinneringen aan elkaar. Een boek voor iedereen die zich kan verwonderen.

Motto
God had een grote spiegel, en toen God in de spiegel keek zag hij de waarheid. Toen liet God de spiegel vallen, en de spiegel sprong in duizend scherven uiteen. De mensen haastten zich om een van de scherven te pakken. Ze keken allen in hun scherven, zagen zichzelf en dachten de waarheid te kennen. (pagina 6)

Fragment uit I. Wat is waarheid?
Om (terug) te komen op Mars: de afstand daarheen kan in ongeveer vierenhalve maand worden afgelegd, vooropgesteld dat de banen van de aarde en Mars extreem dicht bij elkaar staan. het lijdt weinig twijfel dat we er binnen afzienbare tijd astronauten naartoe zullen sturen voor korte missies. Opmerkelijk genoeg wordt dat tijdstip al decennialang steeds weer naar een onbestemd punt in de toekomst verschoven. Want Mars is onbehagelijk. Op de weg ernaartoe, net als op de planeet zelf, zouden energetische stralen van de zon, zonnewinden, ons kunnen verbranden. In plaats daarvan zouden we gemakshalve meteen in een magnetron kunnen gaan zitten en die aanzetten. het oppervlak van Mars is uiterst toxisch. We zouden ons diep in de grond moeten boren, maar waarmee? Waar halen we de machines vandaan om diepe bunkers te graven? Het zou eenvoudiger zijn om ons met ongeveer drie meter water te omringen en ons zo tegen de straling te beschermen. Maar hoe nemen we dat mee in onze ruimtecapsule? Het weerstaan van de op Mars heersende temperaturen is uitvoerbaar, maar waar halen we de grote hoeveelheid energie hiervoor vandaan als de zon zo ver weg staat dat die nauwelijks als energiebron in aanmerking komt? De astronauten zitten ook nog met het volgende simpele probleem: hoe kunnen ze genoeg brandstof meenemen om zichzelf ook weer naar de aarde terug te schieten? En dan zijn er nog de banen van de aarde en Mars: als we na enkele maanden reizen aankomen, zouden Mars en de aarde weer zo ver van elkaar afstaan dat we amper voldoende brandstof zouden kunnen meenemen om de terugreis zelfs maar op korte termijn, zeg na een week, te kunnen aanvaarden. Pas na tweeënhalf jaar zouden de aarde en Mars zich weer op een gunstige 'korte' afstand tot elkaar bevinden.

En zo komen we weer bij de utopie van miljoenen kolonisten op Mars. Dit project, dit zelfbedrog, wordt behandeld als een waarheid, die nog het meest lijkt op een sektarische geloofsovertuiging. Je krijgt te horen dat we water kunnen opwekken door de koolkappen van Mars te laten smelten. Dat kun je doen met nucleaire explosies. Vermoedelijk wel, ja, maar hoe krijg je een atoombom op Mars en de enorme technologie die nodig is om hem tot ontploffing te brengen? Een hoe leiden we het water naar de menselijke nederzettingen, over honderden zo niet duizenden kilometers? Met pijpleidingen? Hoe bouwen we die? Hoe zorgen we voor arbeiders, voor bouwmateriaal, voor de hele constructie? Robots zouden dit kunnen doen, zoals intelligente robots ook een gigantische koepel zouden kunnen neerzetten om hele steden tegen de straling te beschermen. Maar dan moeten we duizenden ruimteschepen in een staccato met tussenpozen van slechts enkele seconden wegsturen, een armada, die allemaal in hetzelfde doelgebied moeten landen. De mensheid is daar helemaal niet toe in staat. (pagina 14-16)

Fragment uit II. Het varken van Palermo
Op de markt van Palermo viel een varken in een afvalschacht die met de riolering was verbonden. Een ijzeren rooster in de diepte ving het dier op. Omdat de schacht zo nauw was, lukte het niet het varken uit zijn benarde positie te bevrijden, en eigenaren van marktkraampjes en klanten gooiden af en toe wat afval naar beneden naar het varken, dat hierdoor, zo gaat het verhaal, een paar jaar in leven bleef. Vermeld moet worden dat de schacht niet buisvormig was, maar vierkant, Het varken nam steeds meer de vierkante vorm van zijn krappe gevangenis aan, en toen men het uiteindelijk nog levend borg, was het sneeuwwit, half doorzichtig als een engerling, en had een kubusvorm aangenomen, lillend, als een groot stuk jello, een in Amerika populaire, afgrijselijke, doorzichtige drilpudding. Zijn poten waren verschrompeld, ingebed in de klont van zijn lichaam. Het kon eten aan de bovenkant en poepen aan de onderkant; dat was zo ongeveer alle nog herkenbare anatomie.

Laten wij ons de kosmonauten voorstellen die naar Proxima Centauri b op reis zijn. Dat de dichtstbijzijnde van alle planeten net z gloeit als onze zon, doet er weinig toe. Desalniettemin, veel succes op jullie reis. En één ding is zeker: voor de viereneenhalf lichtjaar zouden onze ruimtevaarders tienduizenden jaren onderweg zijn. Zij zouden zich aan boord dus moeten voortplanten, en al na een paar eeuwen zouden zij als gevolg van inteelt, steeds misvormder raken, tot gedrochten muteren, die na enkele millennia beslist zouden zijn vergeten waar ze vandaan kwamen en waar ze naartoe reisden. Zoals overal onder menselijke wezens zouden er onenigheid zijn, moord, opstanden, paleisrevoluties. De reizigers zouden de vorm aannemen van de kuipstoelen van hun commandocentrum of van hun slaapplaatsen aan boord. Zonder zonlicht zouden ze ook wit en doorzichtig worden, als vette maden. Het varken van Palermo, dat maar een paar jaar in zijn schacht klem zat, was in vergelijking daarmee nog goed gevormd. (pagina 24-25)

Fragment uit XI. De toekomst van de waarheid
De waarheid heeft geen toekomst, maar waarheid heeft ook geen verleden.

Wij willen, wij zullen, wij mogen, wij kunnen de zoektocht naar de waarheid echter niet opgeven. (pagina 125)

Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen