De Bezige bij 2026, 214 pagina's - € 23,99
Wikipedia: Paul Verhaeghe (1955-)
Korte beschrijving
Tekst op website uitgever
De voorbije jaren leggen neoliberale politici tot vervelens toe het accent op groei en vooruitgang. Het verlangen naar meer, sneller, sterker is natuurlijk breder en ouder, en heeft ons zoveel voordelen opgeleverd dat we er maar moeilijk los van komen. Lijnrecht daartegenover staat de even tijdloze vaststelling dat elk moreel systeem een pleidooi houdt voor matiging en inperking.
In zijn nieuwste boek onderzoekt Paul Verhaeghe deze tegenstelling en verbindt hij die aan een natuurwet: dat op groei altijd krimp volgt. De omvang van onze vooruitgang heeft het punt bereikt dat de volautomatische remsystemen in gang schieten. Denk maar aan de overvloed van auto’s die ervoor zorgt dat we dagelijks stilstaan in de file. De vraag is of we de onvermijdelijke matiging aan de natuur zullen overlaten of dat we in staat zijn die zelf te sturen. En wat het ons kost om dat niét te doen.
Fragment uit In cultuur brengen (traditie)
Even een gedachte-experiment. Kies willekeurig een paar honderd jongvolwassenen en zet ze op een onbewoond eiland, met voldoende middelen om een goed leven uit te bouwen. Ga vijfentwintig jaar later kijken hoe ze het redden. Vrij zeker is dat je een dorp aantreft waar je kinderen ziet rondlopen, met ouders die aan landbouw en visserij doen. Minder zichtbaar maar even belangrijk is de ontwikkeling van gewoontepatronen. Gewoonten, 'mores' dus, met als resultaat een moraal, een geheel van regels en overtuigingen die het dagelijks leven ordenen. Op de achtergrond ontstaat er een ethiek, een ruimere en een abstractere reflectie over wat goed en fout is, met als doel het vaststellen van universele normen. Dat lukt nooit helemaal, omdat culturen verschillende uitgangspunten hanteren. Een samenleving die eigenbelang en individualisme vooropstelt, ontwikkelt een andere ethiek dan een maatschappij waar de groep en het algemeen belang voorrang krijgen. Dergelijke 'keuzes' zijn zelden puur ideologisch, de omgeving schrijft mee - overvloed maakt individualisme mogelijk, schaarste noopt vaak tot solidariteit.
Toch is er een ethische stelregel die opvallend vaak terugkeert, ondanks alle culturele en historische verschillen: de noodzaak tot begrenzing, en wel in twee richtingen. Te veel is niet goed, denk aan het schransen in La grande bouffe; te weinig al helemaal niet, elke dag bierbroodsoep zoals in Babettes feest, help! Wat wij intuïtief aanvoelen werd lang geleden in een muur van Apollo's tempel (Delphi) gebeiteld: alles met mate (mèdan agan). Aristoteles hield een pleidooi boor het juiste midden, bij de Stoa is beheersing van overmatige passies de voorwaarde voor een goed leven, en zelfs de genotsfilosofie bij uitstek, het epicurisme, waarschuwt tegen overdaad. Als matiging zo universeel terugkeert, dan is dat omdat het leven zelf een ritme kent. (pagina 167-168)
Lees ook: Liefde in tijden van eenzaamheid : over drift en verlangen (2009), Het einde van de psychotherapie (2011) Identiteit (2012), Autoriteit (2015) en Intimiteit (2018),Houd afstand, raak me aan (2020), Wat brengt u hier? : Sarah Vankersschaever in gesprek met Paul Verhaeghe (2021), Onbehagen (2023) en Wijsheid (2025).
Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen