zaterdag 19 september 2020

Peter Mertens 2



Ze zijn ons vergeten : de werkende klasse, de zorg en de crisis die komt

EPO 2020, 147 pagina's -  € 17,50

Wikipedia: Peter Mertens (1969)

Tekst op website uitgever
Sterren zie je pas als het donker wordt. In de coronacrisis is het plots donker geworden. Heel donker. Iedereen zag de sterren. De coronahelden. De werkende klasse. Zij die de boel doen draaien. ‘Ze zijn ons vergeten, Peter’, schrijft Anna. Ze is poetsvrouw in een ziekenhuis. Ze heeft het over de rekeningen die moeten worden betaald. En over haar man, die zijn job op de luchthaven kwijt is. ‘Applaus, dat leg je niet tussen de boterham.’

Covid-19 heeft de maskers afgetrokken. Van een maatschappij waar winstzucht koning is en corruptie prinses. Dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten is larie en apekool. Dat het vanzelf beter wordt ook. We tuimelen pardoes in een diepe recessie. Miljoenen mensen worden werkloos, de rijksten worden rijker en vanonder donkere stenen wringen allerlei gedrochten zich naar boven. Stop.

Ze zijn ons vergeten. Een striemend manifest over crisis en hebzucht in tijden van corona. Over een oude wereld die afsterft en een nieuwe die nog geboren moet worden. Een verhaal over sterren, over solidariteit en nieuwe hoop. Een oproep tot engagement. De toekomst is een strijdtoneel. Van hen die de boel doen draaien.

Fragment uit deel III De crisis die komt
Iedereen herinnert zich die bankencrisis van 2008. Hoe na een uitbundig feest van beleggingsbankiers, vermogensbeheerders en durfkapitalisten op de financiële markten de hele boel als een kaartenhuisje ineenstuikte.
 De overheden moesten bijspringen. De grootbanken werden too big to fail verklaard en hun verliezen werden genationaliseerd. Sindsdien weten we: nationalisaties zijn  taboe, behalve wanneer het om schulden van beleggers en speculanten gaat. Sindsdien weten we ook dat het niet strafbaar is om grenzeloos te jongleren met herverpakte hypotheekleningen en andere giftige financiële producten. Geen enkele durfkapitalist verdwijnt achter de tralies: too big to jail.
 Overal zijn de overheidsschulden toen door het dak gegaan om de verliezen van de roekeloze beleggingsbankiers te dekken. Die factuur werd niet anar de Kaaimaneilanden gestuurd, maar naar Jan en Samira met de pet. Zo hebben we nu, twaalf jaar later, een blind soberheidsbeleid opgediend gekregen dat bespaarde in de zorg, in de rusthuizen, in het wetenschappelijk onderzoek, in strategische voorraden beschermingsmateriaal en ga zo maar door.

"Snoeien om te groeien", bleven neoliberale papegaaien in alle kleuren tateren. Maar de motor van herstel bleef sputteren, de groeicijfers zakten tot dichtbij nul en de schulden bleven torenhoog. Het neoliberale wondermodel werkte voor geen meter. Het antwoord? Vers geld! Wereldwijd pompten de centrale banken en overheden het buitensporige bedrag van 4.000 miljard euro in de economie. Met veel flair vertelden centrale bankiers dat ze het slakkengangetje van de groei zouden oppeppen met puur geldbeleid. Als we de geldkraan verder en verder openzetten, de rentevoeten verder en verder doen dalen en de aardkorst met gratis geld bemesten, zullen overal nieuwe productieve investeringen hun weg vinden. Zei men.

Alleen, het geld vloeide niet naar de beoogde investeringen. Het vloeide naar andere oorden. Een deel bleef plakken bij grootbanken die het als polish gebruikten om hun eigen balans op te blinken. Een ander deel werd uitgeleend aan het grootbedrijf. Maar dat gebruikte zijn berg cash nauwelijks voor productieve investeringen. Het eiste tweecijferige winstmarges. Voor minder haalde het de neus op. Het bediende zich dan liever van dat geld om hoge dividenden uit te keren aan grote aandeelhouders, of om de eigen aandelen op te kopen. Dat is financieel kannibalisme: hoe meer men de eigen soort opeet, hoe meer men de eigen beurskoers de hoogte injaagt. (pagina 97-99)

Lees ook: Graailand : het leven boven onze stand (uit 2016)

En lees vooral ook: De grote verkilling van Geert Van Istendael (uit 2019)

Terug naar Overzicht alle titels

Jan Blommaert


Wat was er echt belangrijk in mijn academisch leven?

EPO 2020, 60 pagina's € 12,50

Wikipedia: Jan Blommaert (1961-2021)

Tekst op website uitgever
“Twee van mijn maîtres à penser stierven relatief jong. Michel Foucault was 57, Erving Goffman 60. Het is zeer waarschijnlijk dat ook ik relatief jong zal sterven. Ik ben nu 58 en bij mij is medio maart 2020 kankerstadium 4 gediagnosticeerd. Als er plotseling heel weinig toekomst over is om te plannen, over te speculeren of van te dromen, gebruikt men zulke historische momenten vaak als een aansporing om na te denken over het verleden. De leidende vraag hierbij – een nogal voor de hand liggende – is: wat was er belangrijk?”

Zo begint dit essay van Jan Blommaert. Wat was er echt belangrijk in mijn academisch leven?  is de terugblik van een geëngageerde publiek intellectueel die een academische loopbaan op internationaal topniveau uitbouwde. Over de ontwikkeling van de academische industriële cultuur, de groei van een beroemdheidscultuur en de terreur van het publiceren. Maar ook – en vooral – over geven, vormen, inspireren en democratisch zijn.

Zoals Ico Maly in zijn voorwoord schrijft: “Een uitnodiging aan docenten om de rol op te nemen van publiek intellectueel en democratisch

Fragment uit Vooraf
Laat ik voor ik begin eerst op een rijtje zetten wat niet belangrijk was.

Niet belangrijk was: de concurrentie en de daarbij horende competitiviteit in gedrag en in relaties, de wens of de drang om de beste te zijn, wedstrijden te winnen, als kampioen te worden gezien, tactisch te handelen, strategische allianties te smeden en wat al niet. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik deel moest uitmaken van een specifieke kliek of netwerk, en ik denk niet dat ik ooit grote inspanningen heb geleverd om dicht bij mensen te komen die men belangrijk vond. Als ik al lid was van dergelijke netwerken, was het eerder per ongeluk dan met voorbedachten rade – het is me overkomen.

Ik heb mezelf nooit als een genie beschouwd, als individu afgemeten aan anderen, en in mijn eentje verantwoordelijk gevoeld voor de productie van fantastische dingen die iedereen zou moeten lezen, kennen, citeren en aan studenten toewijzen. Integendeel, ik zag mezelf altijd als niet-uitzonderlijk en als iemand die immer een goed team om zich heen nodig had om iets te bereiken. Aangezien het academische leven in mijn geval niet iets was waar ik actief naar verlangde of naar zocht, maar een geschenk dat ik van anderen ontving, voelde ik de plicht om goed te zijn, zo goed als ik kon, en morgen weer beter dan vandaag. Dus werkte ik hard en liet in wezen mijn richting bepalen door anderen – de literatuur natuurlijk (een gemeenschap van anderen die vaak over het hoofd wordt gezien als we het hebben over academische prestaties), maar ook contacten en vrienden waaruit teams konden worden gevormd. 

Discussie en brainstorm waren mijn favoriete bezigheden; ze vormden in de letterlijkste zin de ludieke, leuke en plezierige dimensies van het academische leven. Wat ik meestal alleen deed, was de langzame en zorgvuldige analyse van gegevens. Maar dat was het enige dat echt individueel was in een reeks activiteiten die collectief waren en waarbij intensief delen, uitwisselen en vrijgevigheid een rol speelden. En zelfs dat ene – de data-analyse – werd meestal aan het oordeel van anderen onderworpen voordat het openbaar kon worden gemaakt. Tot zover de enige, unieke en autonome, geniale onderzoeker. (pagina 25-28)

Fragment uit Eeuwige leerling
In zulke contexten van collectief delen, geconditioneerd door maximale vrijgevigheid, is het logisch om van gedachten te veranderen. Het punt van een discussie of brainstorm – een “gedachtewisseling” – is dat ideeën kunnen worden uitgewisseld en veranderen, en dat men de sessie uitkomt met betere dingen in zijn hoofd dan tevoren. Leren is daar de sleutel, en als ik mezelf één label op zou spelden, is dat het label van een eeuwige, onverzadigbare leerling.

Daarom heb ik mijn hele leven onverzadigbaar gelezen. En terwijl een deel van dat lezen ‘gewoon’ lezen was, was een ander deel studeren. Het grootste deel van mijn carrière was ik wel bezig met enigerlei studie, waarbij ik geschriften verzamelde en selecteerde waaruit ik geavanceerde inzichten wilde halen, nuttig voor de onderzoeksprojecten waaraan ik meewerkte. Ik bestudeerde bijvoorbeeld (en de lijst is niet compleet) het structuralisme, het existentialisme, de fenomenologie, esoterische zaken zoals de werken van Rudy Botha over Chomsky en de functionele grammaticapogingen van Simon Dik, Talmy Givon en MAK Halliday; maar ook het hele oeuvre (of in ieder geval het meeste van wat ik te pakken kon krijgen) van Michel Foucault, Carlo Ginzburg, Bakhtin, Freud, Durkheim, Simmel, Parsons, Eric Hobsbawm, E.P. Thompson, Pierre Bourdieu, Charles Goodwin, Dell Hymes, Michael Silverstein, Erving Goffman, Aaron Cicourel, Harold Garfinkel, Anne Rawls, Fernand Braudel, J.K. Galbraith, Immanuel Wallerstein, Arjun Appadurai en verschillende anderen. Ik heb Marx en het marxisme bestudeerd in zijn zeer diverse verschijningen, Rational Choice, Macchiavelli, Darwin, G.H. Mead’s werk en invloed, Dewey, Paolo Freire, Ngugi wa Thiong’o, Okot p’Bitek, Walter Rodney, Issa Shivji en nogal wat Afrikaanse politieke theorie uit de jaren 1950, 1960 en 1970. Om daar iets van te begrijpen, moest ik de werken van Mao Zedong en de geschiedenis van de culturele revolutie in China bestuderen. Enzovoort.

Als ik nu ergens spijt van heb, dan dat sommige van die studies nog niet af zijn. Ik heb er veel plezier aan beleefd. (pagina 29-30)

Fragment uit Anti-academisch en anti-intellectueel
Ik haatte en haat – innig – de ontwikkeling van de academische industriële cultuur waar ik gedurende mijn hele carrière getuige van ben geweest, met een bijna totale individualisering van academisch werk en prestatiemeting, met constante interindividuele concurrentie die jonge en kwetsbare collega’s naar extreme en gevaarlijke niveaus drijft van stress en investeren in werk in plaats van in het leven, en waarbij managers benadrukken –zonder een spoor van bewijs – dat de ‘single-authored journal paper’ (natuurlijk gepubliceerd achter een enorme betaalmuur) het toppunt is van academische prestatie en de gouden standaard voor het meten van de “kwaliteit” van een individuele onderzoeker. 

aar komt nog de groei bij – en ook daar ben ik getuige van geweest – van een ware beroemdheidscultuur in de academische wereld, waarin megaconferenties de vorm aannemen van popfestivals met kopstukken van rocksterren die hun grootste hits brengen voor een publiek van slecht betaalde, worstelende academici die hun persoonlijke vakantiebudgetten hebben uitgegeven om een ​​kaartje te kopen voor dergelijke evenementen. Daar gebeurt weinig echt waardevol intellectueel werk. En net als bij popfestivals, is de ecologische voetafdruk van dergelijke academische rockconcerten schandalig. (pagina 31-32)

Artikel: Wat was er echt belangrijk in mijn academisch leven? (Science guide, augustus 2020)

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels 


maandag 14 september 2020

Linda Scott


De XX economie : waarom vrouwen meer macht moeten krijgen

Thomas Rap 2020, 404 pagina's -  € 24,99

Oorspronkelijke titel: The double X economy (2019)

Website Universiteit van Oxford: Linda Scott (1945)

Korte beschrijving
Vrouwen hebben nog altijd een achtergestelde positie ten opzichte van mannen en dat leidt tot vele problemen, van ernstige armoede tot mensenhandel. De Amerikaanse wetenschapster en schrijfster, emeritus-hoogleraar ondernemerschap en innovatie aan de Universiteit van Oxford doet al jaren onderzoek naar vrouwen en economie. In dit boek breekt ze een lans voor een beweging voor meer economische macht en zeggenschap voor vrouwen. Een beweging waar nationale overheden, internationale instellingen, grote stichtingen, mondiaal opererende goede doelen, kerkelijke organisaties en multinationals deel van uit maken. Met een XX- economie heeft zij een economie voor ogen die volledig uit vrouwen bestaat, die op bepaalde manieren functioneert en bepaalde producten en diensten omvat. Scott heeft jarenlang onderzoek gedaan, zoals in (Zuid-)Afrika en Bangla Desh. Om een XX-economie te realiseren is het nodig dat er onder andere meer zicht komt op economische uitsluiting van vrouwen, slappe excuses voor onrecht ontmaskerd worden, traditionele opvattingen over het gezin, de rol van de vrouw en het moederschap tegen het licht worden gehouden en mannen en vrouwen gelijk beloond worden. Een vurig pleidooi voor meer (economische) macht van vrouwen, dat ook in Nederland navolging verdient..

Tekst op website uitgever
"Linda Scott werpt licht op de cruciale maar vaak onzichtbare bijdrage van vrouwen aan onze wereldeconomie. Een meeslepend en overtuigend pleidooi om de economische macht van vrouwen te ontketenen.' Melinda Gates

"Een furieus maar hartverwarmend betoog. Evenals Virginia Woolf beschouwt Scott economische empowerment als de sleutel tot bevrijding. De XX economie is een verademing. In plaats van zich te beperken tot kritiek op de status-quo zoekt Scott naar pragmatische oplossingen.' Caroline Criado-Perez, The Observer

"Gepassioneerd en wetenschappelijk onderbouwd.' Financial Times

"Een strijdkreet om wereldwijde gelijkwaardigheid. Zinderend. Een levendig, no-nonsense betoog waarbij de woede voortdurend onder de oppervlakte van de tekst borrelt.' The Guardian 

Fragment uit 14. Hoe nu verder?
Werkende vrouwen zijn de meest betrouwbare vorm van economische groei. Als ze worden thuisgehouden, omdat er geen betaalbare kinderopvang is of hun man hen niet het huis uit laat gaan, verliezen zowel zijzelf als hun land daarbij. Veel landen investeren op grote schaal in de opleiding van vrouwen, vooral in het Westen - om hen vervolgens van de arbeidsmarkt te drukken. Daarmee wordt een waardevolle bron van duurzame economische groei verspild en neemt het tekort aan gekwalificeerd personeel, dat toch al een bedreiging voor de toekomst vormt, alleen maar toe.
  Als we wereldwijd de schouders eronder zetten en een einde maken aan de beperkingen van de XX-economie, kunnen we een aantal van de meest nijpende problemen oplossen. Het is al vele malen aangetoond dat het beste middel tegen armoede is om vrouwen economische macht en invloed te geven. Een economische zelfstandige vrouw hoeft zich niet te laten mishandelen: ze kan weg. Als jonge vrouwen zelf geld kunnen verdienen, vallen ze minder gemakkelijk ten prooi aan mensenhandelaren. Allerlei vormen van geweld nemen af als mannen en vrouwen gelijk zijn.
  Ook op het niveau van organisaties en landen zou volledige inclusie van vrouwen grote voordelen bieden. Wanneer vrouwen volledige toegang krijgen tot het financiële stelsel, worden organisaties winstgevender en nemen de risico's af, terwijl de transparantie en de stabiliteit van de economie als geheel juist toenemen. Als vrouwen deelnemen aan de internationale handel, worden economieën veerkrachtiger en innovatiever. Waar vrouwen geld te besteden hebben, wordt geïnvesteerd in menselijk kapitaal en gaat er meer geld naar de eigen gemeenschap en naar goede doelen. Als ook vrouwen zeggenschap hebben over de economie, worden er minder risico's genomen, lijdt het milieu minder schade en heerst er een vriendelijker cultuur op het werk.
  De inclusie van de XX-economie leidt tot meer groei en minder kosten en betaalt zich dus terug. Tegenover investeringen in betaalbare kinderopvang staat de instroom van vrouwen op de arbeidsmarkt die anders thuis zouden zijn gebleven, met een hoger bbp en meer belastinginkomsten tot gevolg. (pagina 340-341)

Fragment uit een artikel
Deze ontwikkelingen laten zien dat verworvenheden niet per se blijvend zijn, waarschuwt Scott. Ook in de geschiedenis zijn eigendomsrechten van vrouwen weer teruggedraaid, zoals in China, Turkije of na de Franse Revolutie. Ze verwijst naar de dystopische tv-serie 'The Handmaid's Tale', gebaseerd op de roman van Margaret Atwood, waarin vrouwen zowel hun economische arechten als hun reproductierechten worden afgenomen. 'Wie The Handmaid's Tale kijkt en bang wordt dat vrouwenrechten van de ene op de andere dag radicaal kunnen worden teruggedraaid, heeft daar alle reden voor.' Zo schrijft ze in het boek.
"Ik had die passage nog scherper kunnen aanzetten", zegt Scott. "Want ook de opmars van het populisme is zorgwekkend. In de Verenigde Staten, Brazilië, Polen of Hongarije kiezen politici voor traditionele familiewaarden. Conservatieven zien vrouwen het liefst achter het aanrecht. Als werkende vrouwen daar gehoor aan geven, verliest Amerika in één klap 40 procent van het bruto binnenlands product. Beseffen die politici dat niet?" (Artikel: Bijna geen enkele Nederlandse vrouw bezit land. Hoe raar is dat? - Trouw, Tijdgeest, zaterdag 12 september 2020)

Terug naar Overzicht alle titels


Anne Applebaum


De schemering van de democratie : over de verlokkingen van een autoritair systeem

Ambo Anthos 2020, 216 pagina's  € 20,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Oorspronkelijke titel: Twilight of Democracy: The Seductive Lure of Authoritarianism (2020)

Wikipedia: Anne Applebaum (1964)

Tekst op website uitgever
De schemering van de democratie van Anne Applebaum gaat over de verlokkingen van een autoritair systeem. In steeds meer landen heeft de democratie het zwaar. Liberale waarden worden ingeruild en het idee van een sterke leider die haast vereerd wordt, nationalistische bewegingen en het eenpartijstelsel winnen aan populariteit. In haar nieuwe boek De schemering van de democratie beargumenteert Anne Applebaum dat we ons niet moeten verbazen over deze ontwikkeling. Politieke systemen met simplistische overtuigingen hebben een natuurlijke aantrekkingskracht, vooral die systemen waarbinnen enkel de loyale volgers profiteren. Mensen kijken niet alleen naar ideologie, stelt ze, maar zijn ook praktisch, pragmatisch en opportunistisch. De autoritaire en nationalistische partijen die zijn opgekomen binnen de moderne democratieën bieden hun aanhangers nieuwe mogelijkheden om rijkdom en macht te vergaren.

In De schemering van de democratie beschrijft Applebaum hoe het komt dat politici, journalisten en intellectuelen in landen als de VS, Hongarije, Polen en het Verenigd Koninkrijk hun democratische idealen hebben opgegeven, en hoe ze complottheorieën, politieke polarisatie, social media en nostalgie inzetten om de samenleving te veranderen. 

Fragment uit 2. Hoe demagogen winnen
De monarchie, tirannie, oligarchie, democratie waren organisatiestructuren van de samenleving waarmee Aristoteles en Plato meer dan tweeduizend jaar geleden al bekend waren. Maar de illiberale eenpartijstaat die we nu overal ter wereld zien - zoals in China, Venezuela, Zimbabwe - werd voor het eerst vanaf 1917 in Rusland ontwikkeld door Lenin. In de lesboeken van de politieke wetenschappen van de toekomst zal zonder meer niet alleen op de grondlegger van de Sovjet-Unie teruggekeken worden vanwege zijn marxistische overtuiging, maar ook omdat hij degene was die deze blijvende vorm van politieke organisatie heeft uitgevonden. Het is een model dat veel van de autocraten van deze wereld nu toepassen.

De illeberale eenpartijstaat is in tegenstelling tot het marxisme geen filosofie. Het is een mechanisme om de macht in handen te houden en hij functioneert rustig naast tal van andere ideologieën. Het werkt omdat het duidelijk definieert wie tot de elite behoort: de politieke elite, de culturele elite, de financiële elite. In de monarchieën van het prerevolutionaire Frankrijk en Rusland kreeg de aristocratie die zichzelf definieerde volgens strenge ongeschreven fatsoens- en etiquetteregels het recht om te regeren. In de moderne westerse democratieën wordt het recht om te regeren, in ieder geval in theorie, toegekend via verschillende vormen van competitie. Namelijk via campagne voeren en verkiezingen, of meritocratische toetsen die bepalen wie toegang krijgt tot het hoger onderwijs en de ambtenarij, tot vrije markten. Ouderwetse sociale hiërarchieën maken meestal ook deel uit van dit geheel, maar in het moderne Groot-Brittannië, Amerika, Frankrijk, en tot voor kort in Polen, gingen de meeste mensen ervan uit dat de democratische competitie de rechtvaardigste en efficiëntste manier is om de macht te verdelen. De aantrekkelijkste en meest geschikte politici moeten regeren. Functies bij de instituties van de staat - de rechterlijke macht, het ambtenarenapparaat - moeten door gekwalificeerde personen ingenomen worden. De krachtmetingen tussen hen moeten op een evenwichtig speelveld plaatsvinden wil er een eerlijke uitkomst zijn. (pagina 31-32)

Artikel van Anne Applebaum dat deels in haar nieuwste boek terecht is gekomen: History Will Judge the Complicit - Why have Republican leaders abandoned their principles in support of an immoral and dangerous president? (The Atlantic juli/augustus 2020)

Lees vooral ook Verloren land : de zeven stappen van democratie naar dictatuur van Ece Temelkuran uit 2019.

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 7 september 2020

Dirk Bezemer


Een land van kleine buffers : er is genoeg geld, maar we gebruiken het verkeerd

Uitgeverij Pluim, 320 pagina's € 22,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Reeks: Vitale ideeën voor de wereld van morgen.

Website Sustainable Finance Lab: Dirk Bezemer (1971)

Korte beschrijving
De coronatijd maakt nog eens goed duidelijk dat Nederland een land van kleine buffers is. De auteur spreekt over kleine-bufferkapitalisme en dat kan gedefinieerd worden als een markteconomie, waarvan de financiële structuur te veel gericht is op het opbouwen van vermogens en te weinig op het opbouwen van kapitaal en buffers ten dienste van innovatie en productie. De onbalans in het kleine-bufferkapitalisme is dat er te grote vermogens op sommige plekken zijn, die weerspiegeld worden in te kleine buffers en te weinig investeringen op andere plekken. Door de coronacrisis hebben we nu de mogelijkheid om dit te veranderen. Om dat succesvol te doen moeten vier factoren samenkomen: politieke visie en actie, maatschappelijk draagvlak, financiële ruimte en praktische uitvoerbaarheid. Het bufferkapitalisme kan worden omgebogen door belastinghervorming en arbeidsmarkthervorming, waardoor besteedbare inkomens stijgen en investeren aantrekkelijker wordt; krediet moet productiever worden ingezet en het pensioenstelsel moet worden herzien. Een zeer actuele problematiek.

Tekst op website uitgever
In dit boek wordt dat kleine-bufferkapitalisme van vlak voor de Grote Lockdown op heterdaad betrapt. Financiële vermogens groeien er ten koste van innovatie, veerkracht en draagvlak. De staatsschuld moet altijd maar lager en er hoopt zich geld op bij aandeelhouders, bij de staat, en in de internationale financiële markten. Dit alles ten koste van lonen en financiële buffers bij huishoudens. Dit kan beter. De plannen om Nederland anders in te richten liggen klaar. We moeten het alleen nog doen. Daarom eindigt dit boek met een terugblik vanuit 2030 op het bijzondere decennium na de Grote Lockdown. Het worden beslissende jaren.

‘Bezemer schrijft zoals hij denkt: helder en puntig. (…) In dit boek gaat hij de ideeënarmoede met verve te lijf.’ – Joris Luyendijk

Dirk Bezemer is econoom. Hij studeerde in Wageningen, promoveerde in Amsterdam en werkte in Londen. Als hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen doet hij onderzoek naar de gevolgen van financiële structuren voor het functioneren van de economie. Hij publiceerde daarover vele artikelen en zijn werk werd gehonoreerd met verschillende onderzoeksbeurzen. Daarnaast is hij lid van het Sustainable Finance Lab en schrijft hij een column in De Groene Amsterdammer.

Fragment uit hoofdstuk 6. Ons geld in de wereld
Ook in de verhoudingen van Nederland met het buitenland gaat het opbouwen van financieel vermogen vaak boven echte investeringen en stabiliteit. We lijden niet alleen zelf aan die onbalans, maar faciliteren haar ook bij anderen. Het gaat dan met name om het opbouwen van financieel vermogen buiten het zicht van de fiscus. Nederland is officieel een belastingparadijs, nummer 4 in de top van de mondiale Corporate Tax Haven Index. Multinationals verschoven in 2018 voor 57 miljard dollar aan winsten naar Nederland, ofwel 10 procent van het wereldtotaal. De OESO schreef in haar rapport over Nederland in 2018: 'Er moet voortgang blijven in maatregelen om belastingontwijking en winstverschuiving te voorkomen.' Nederland is niet alleen zelf economisch kwetsbaar, maar speelt ook een stevige rol in de fragiliteit van het mondiale kapitalisme.
  Een ander aspect van die destabilisering is dat de Amsterdamse Zuidas een regionaal financieel centrum in Europa is, met Frankfurt, Londen en Parijs. Nederlandse en andere Europese bankiers en investeerder waren de bron van financiering van de ongeëvenaarde schuldengroei die in 2007 tot de Amerikaanse kredietcrisis leidde. Na het ploffen van die bubbel bleek ING een 'Alt-A'-portefeuille van zwakke Amerikaanse hypotheken ten bedrage van 40 miljard dollar te hebben. De bank dreigde failliet te gaan, maar dat liet de Nederlandse staat niet gebeuren. ING kreeg 10 miljard euro aan eigen vermogen en 80 procent van de zwakke hypotheken werden voor 22,5 miljard euro overgenomen, voor 90 procent de nominale waarde (dat was ruim boven de marktwaarde). Nederland en andere overschotlanden zochten investeringen voor hun grote vermogens, wat leidde tot problemen die vervelend waren voor ING en Nederland, en rampzalig voor Amerikaanse hypotheeknemers en de Amerikaanse economie. (pagina 86-87)



Terug naar Overzicht alle titels

Barbara Baarsma

Uitgeverij Pluim 2020, 80 pagina's  € 8,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Wikipedia: Barbara Baarsma (1969)

Korte beschrijving
De auteur, econome, directrice van Rabo-Amsterdam en activiste voor kringlooplandbouw, bepleit in dit pamflet het benutten van zoveel mogelijk korte ketens in de voedselproductie, van boer naar consument. Zij erkent de grote betekenis van modernisering en internationalisering voor de Nederlandse landbouw, maar bepleit vooral de voordelen van de korte ketens als het beste alternatief. Over de mogelijke nadelen ervan – hogere  consumentenprijzen en banenverlies in de schakels van de lange keten – wordt gemakkelijk heengestapt. Zij roept producent en consument op om in korte ketens te produceren, te kopen en te consumeren. Het betoog is meer een pleidooi dan een afgewogen, grondig wetenschappelijk onderzoek. Met enkele illustraties in zwart-wit en een literatuurlijst; daarnaast nog wat informatie over de auteur. Goed leesbaar voor een breed publiek.

Tekst op website uitgever
Onder het motto "nooit meer honger' transformeerde de Nederlandse landbouwsector na de Tweede Wereldoorlog in slechts enkele decennia tot een innovatieve en productieve koploper. Maar met de oplossing van gisteren zaaiden we ook het probleem van morgen. Want dat efficiënte en productieve voedselsysteem dat we nodig hadden, draagt bij aan de opwarming van de aarde, tast de bodemkwaliteit aan en gaat ten koste van biodiversiteit.
Er is wederom een transitie nodig, naar kringlooplandbouw. Nederland en de agrarische sector hebben eerder laten zien dat ze een grote transitie aankunnen en ook nu is dat mogelijk. Korte ketens zijn een katalysator voor kringlooplandbouw. In Nederland voedselparadijs roept Barbara Baarsma op om meer in de korte ketens te produceren en te eten. En het goede nieuws is dat we veel vers voedsel binnen handbereik hebben. Nederlanders wonen in een voedselparadijs.
Barbara Baarsma is econoom. De afgelopen jaren deed ze onderzoek naar de voor- en nadelen van korte voedselketens. Samen met collega's bouwde ze mee aan een korte voedselketen in en rond Amsterdam. Als lid van de Raad van Advies van de Taskforce Korte Ketens spant zij zich in voor kennisdeling over en versterking van de korte voedselketen. Zij is directievoorzitter van Rabobank Amsterdam, is hoogleraar toegepaste economie aan de Universiteit van Amsterdam en was lid van de Taskforce Verdienvermogen Kringlooplandbouw. 

Fragment uit 6. Korte voedselketens ondersteunen het verdienvermogen van boeren
In hoofdstuk 4 schreef ik al dat de positie van de boer in de lange, op de export gerichte ketens zwak is. De prijzen voor hun bulkproducten worden dikwijls op een internationale markt bepaald waarop zij slechts prijsnemer zijn. Het vierde voordeel van korte ketens is dat die het verdienvermogen ondersteunen van boeren die investeren in verduurzaming. Dat werkt op drie manieren: productdifferentiatie, minder schakels en prijstransparantie.

Ten eerste kunnen boeren hun kwaliteitsproducten in een korte keten beter voor het voetlicht brengen bij afnemers. De melk komt niet in een anonieme plas terecht. Nee, de zuivel wordt in onderscheidende verpakkingen gedaan die duidelijk maken dat de melkveehouder investeert in zaken als bijvoorbeeld biodiversiteit en bodemkwaliteit. In plaats van landbouwproducten als bulk te beschouwen, zoals in de lange keten, is er in de korte keten ruimte voor productdifferentiatie en dus hogere marges voor boeren.

Ten tweede blijft er doordat er in korte voedselketens schakels worden overgeslagen meer marge over voor boeren om te investeren in kringlooplandbouw. Figuur 5 geeft het aantal partijen per schakel in de binnenlandse waardeketen, waaruit blijkt dat er tussen de boer en ons bord een aantal sterk geconcentreerde schakels staat die economische macht in de keten hebben en daardoor een relatief groot deel van de marges naar zich toe kunnen trekken. In het advies van de Taskforce Verdienvermogen Kringlooplandbouw wordt beschreven dat het merendeel van het Europese voedsel door 110 inkooporganisaties wordt gekocht, terwijl ongeveer 3 miljoen boeren en tuinders driekwart van ons voedsel produceren. Door deze onevenwichtigheid is de onderhandelingspositie van de individuele boer en tuinder zwak. (pagina 44-45)

Terug naar Overzicht alle titels


donderdag 3 september 2020

Mark Lynas


Zes graden
(met een voorwoord van Jan Terlouw)
Jan van Arkel 2020, 382 pagina's € 19,95

Boek verscheen voor het eerst in 2007. Dit is een sterk aangepaste versie.

Oorspronkelijke titel: Our final warning : six degrees of climate emercency (2020)

Wikipedia: Mark Lynas (1973)

Korte beschrijving
Dit boek gaat over de gevolgen van de klimaatverandering, over wat in het ergste geval kan gebeuren. Die worden beschreven aan de hand van plausibele scenario's bij het huidige beleid (variërend tussen 1 tot 6 graden opwarming). Van het Noordpoolgebied tot de Peruaanse gletsjers, van overstromingen tot hittegolven passeren de revue. De auteur, milieubeschermer en journalist, gespecialiseerd in klimaatverandering, baseert zich op experts. De stijl is helder en concreet; de inhoud leest als een reeks onheilspellende lessen, met als motto 'wees paraat'. Het is een update van een eerdere uitgave uit 2008. De recentste wetenschappelijke conclusies zijn erin verwerkt. Er is een bijlage met vele noten, andere bijlagen staan op www.zesgraden.nu  Wetenschappelijke kennis verwoord voor een breed publiek.

Tekst op website uitgever
Het boek zes graden slaat alarm over het klimaat. Het beschrijft de gevolgen van de opwarming, van 1°C tot en met 6°C. Het gaat niet alleen om orkanen, droogtes, bosbranden en zeespiegelstijging, maar ook om stervend koraalrif, verdrogend Amazonewoud, verzengende hitte, hongersnood, etc. De Financial Times noemt het ‘een apocalyptische gids voor wat we kunnen verwachten als de wereld opwarmt.’

Mark Lynas vat vele honderden wetenschappelijke artikelen uitermate leesbaar en aangrijpend voor ons samen. Hij kan dat als geen ander: zijn vorige versie van Zes graden (2008) werd uitgeroepen tot het beste Engelse wetenschapsboek.

Elke ton CO2-uitstoot veroorzaakt het verlies van 3 m2poolzee-ijs èn doet 15 ton Himalaya-gletsjer afsmelten. Voor Antarctica geldt zelfs: per ton CO2-uitstoot smelt 2.000 ton ijs. Nú al. En tot de ‘corona-dip’ gingen we stug door met business-as-usual. Hoe verder?

We lopen nog deze eeuw een groot risico op 2°C, 3°C of zelfs 4°C temperatuurstijging. Drastische actie is dus nodig. Vanaf vandaag. ‘Corona’ bewijst dat we als mensheid in staat zijn tot snelle, ingrijpende maatregelen. We staan voor de opgave om nu diezelfde daadkracht te tonen bij een veel sluipender, maar ook veel groter en permanent gevaar.

Fragment uit 2° C
Voedselfeiten
We zien in onze 1°C-wereld al hoeveel schade klimaatverandering de mondiale voedselproductie berokkent, terwijl dat eigenlijk helemaal niet het geval had mogen zijn. Tot voor kort was men het erover eens dat een gematigde opwarming tot zelfs 2°C of zelfs 3°C redelijk gunstig zou uitpakken voor de landbouw. Inmiddels doen deze rooskleurige verwachtingen gevaarlijk naïef aan. Een onderzoek uit 2019 keek naar de impact van de huidige klimaatverandering op de opbrengst van de tien belangrijkste gewassen ter wereld - gerst, cassave, mais, palmolie, koolzaad, rijst, sorghum, sojabonen, suikerriet en tarwe - en stelde vast dat in grote gebieden sprake was van aanwijsbaar negatieve effecten. In plaats van de verwachte productiviteitsstijging vertoonden deze gewassen al bij al een daling van 1%. Daardoor is de calorische opbrengst in bijna de helft van de landen met de grootste voedselonzekerheid afgenomen. Hoewel sommige gewassen van de opwarming hebben geprofiteerd, wordt dit ruimschoots tenietgedaan door de1,6 miljoen ton die er wereldwijd van de rijstoogst is afgegaan en door de 5 miljoen ton tarwe die verloren is gegaan door lagere opbrengsten in Europa, Australië en Afrika bezuiden de Sahara. Voor geheel Afrika heeft de negatieve impact op alle tien de gewassen geleid tot een daling van de calorische waarde met 1,4%. Dat lijkt misschien niet veel, maar we hebben het over een continent waar enkele honderden miljoenen mensen - veelal zelfvoorzienende boeren die nu al een marginaal bestaan leiden - te lijden hebben onder voedseltekorten en ondervoeding. Uit deze analyse kunnen we alleen maar afleiden dat klimaatgerelateerde ondervoeding als gevolg van een lagere opbrengst in armere landen nu al tot sterfte leidt. (pagina 98-99)

Terug naar Overzicht alle titels