De vrijheidsillusie : essays van Alicja Gescinska, Christien Brinkgreve, Ger Groot, Herman Vuijsje en anderen
Boom 2018, 192 pagina's - € 20,--
Korte beschrijving
De titel van deze bundel met achttien essays geeft meteen de teneur weer van de verdedigde stelling: vrijheid is een illusie. Hoe vrij zijn wij en zijn we vrijer dan onze voorouders? De auteurs poneren dat het bezitten van ongebreidelde keuzemogelijkheden in werkelijkheid onze vrijheid beperkt. Om er meteen aan toe te voegen dat van alle kwalen een ongelimiteerde keuzemogelijkheid wel de minst schadelijke is. De zeventien auteurs – enkel Ger Groot schrijft twee essays – vertrekken van deze premisse: vrijheid is een illusie. De essayisten behoren tot verschillende disciplines: filosofen, historici, wetenschappers, journalisten, met namen als Alicja Gescinska, Ger Groot, Herman Vuijsje, Christiaan Weijts en Joep Dohmen. Zo'n verscheiden en boeiende achtergrond van de auteurs had aanleiding kunnen geven tot een breder en volwaardiger debat, met de nodige tegenwind, vraagtekens en controverses. Aan de lezer vervolgens om te concluderen of er na de titel 'De vrijheidsillusie' een vraagteken dan wel een uitroepingsteken dient geplaatst. Hoe dan ook stof voor een boeiend debat.
Tekst op website uitgever
Meer dan ooit lijken groepsnormen tegenwoordig onze keuzes te bepalen. Het heersende mensbeeld perst ons in een keurslijf. Via sociale media spiegelen we ons voortdurend aan elkaar. Succesvol zijn is een heilige plicht, de lat kan niet hoog genoeg worden gelegd. Intussen stapelen de nieuwe taboes zich op: vermijd politiek incorrecte termen als 'invalide' en 'allochtoon', hang vooral niet aan de grote klok dat je weleens met je kleuterdochter onder de douche staat, en zweer ongezonde leefgewoonten af want je riskeert naming and shaming.
Auteurs
De essays zijn van: Ger Groot, Alicja Gescinska, Désanne van Brederode, Christiaan Weijts, Nelleke Noordervliet, Christien Brinkgreve, Albert Jan Kruiter, James Kennedy, Herman Vuijsje, Hans Achterhuis, Max Pam, René Cuperus, Stevo Akkerman, Jos de Mul, Trudy Dehue, Welmoed Vlieger en Joep Dohmen.
De vrijheidsillusie staat onder redactie van Simon Knepper en Frank van den Bosch, beiden werkzaam bij het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam. Alle essays verschenen eerder in AMC Magazine, en zijn nu toegankelijk voor een breder publiek.
Fragment uit Hoe jezelf ontstijgen ) door James Kennedy)
Zelfontplooiing als een manier om boven jezelf uit te stijgen is de laatste decennia uit het zicht geraakt, waardoor de vrijheid om jezelf te ontplooien vaak een vlak en sleets karakter heeft. De laatste jaren is er binnen het onderwijs wel meer aandacht gekomen voor deze problematiek; steeds vaker wordt er gesproken over de waarde van 'deugden'. Voormalig minister van Onderwijs Jet Bussemaker stelde zelfs dat Bildung - persoonlijke vorming - 'topprioriteit' zou moeten hebben in het hoger onderwijs. 'Het is de combinatie van het ontwikkelen van je vaardigheden én je persoonlijkheid tot een veelzijdige burger', zoals de hoofdstedelijke Academie voor de Stad het verwoordde.
Als 'dean' van een Liberal Arts and Science College heb ik mezelf vaak afgevraagd wat het verschil is tussen bildung en 'liberal arts'. Volgens literatuurwetenschapper Margaret Lourie heeft Bildung meer betrekking op de wijze waarop een individu zichzelf verheft. Het Angelsaksische studiemodel gaat over de wijze waarop studenten door een liberal arts-curriculum en door hun docenten getransformeerd en 'bevrijd' worden om verstandige en verantwoordelijke burgers te zijn. Dat maakt het geschikter om jonge mensen te vormen.
Het probleem met Bildung is echter niet alleen - zoals sommigen hebben opgemerkt - dat het historisch geworteld is in de culturele idealen van een Duits burgerdom, maar ook dat het een individualistisch project is. Het lijkt me dat onze tijd vraagt om een gezamenlijk project, waarbij je in de dialoog met anderen - soms als medestanders en soms als tegenstanders - werkt aan zelfontplooiing.
Deze uitdaging zie je terug in de wijze waarop we het onderwijs inrichten. Onderwijspedagoog Gert Biesta meent dat we te veel denken over onderwijs als het zelf dingen leren, in plaats van geleerd te worden door anderen. Zelf leren past heel goed in de moderne noties van zelfontplooiing; alles wat je nodig hebt ligt al besloten in jezelf - het hoeft er alleen maar uit te komen. Maar een aha-erlebnis tijdens het leren komen meestal niet uit jezelf, die is vaak het resultaat van wat een ander je laat zien. Leren - en jezelf ontplooien - heeft een tegenover nodig, iemand als een leraar of een leergemeenschap die je dieper uitdaagt dan je uit jezelf zou hebben gedaan.
Om kort te gaan, ik vrees dat de huidige denkbeelden over zelfontplooiing ons minder vrij maken dan we zelf vaak denken. Wie op zichzelf wordt teruggeworpen in zijn zoektocht naar zelfontplooiing, raakt minder geïnspireerd door nieuwe inzichten en ideeën dan wie dat doet in samenspraak met anderen. En gewapend met een mentaliteit die voorschrijft dat iedereen zelf moet weten wat hij met zijn leven wil doen, kun je zelfs een gevaar vormen voor de democratie - die gebaat is bij een gemeenschappelijk debat over idealen. Als je beter weet naar welke samenleving je wilt streven, kun je ook beter weten hoe je je leven wilt inrichten om daar te komen.
Deze vorm van zelfontplooiing hoort naar mijn smaak een belangrijke vaardigheid te zijn van alle burgers, en niet alleen van liberal arts-studenten. Iedereen kan door scholing ontdekken dat zelfontplooiing niet alleen over jezelf gaat en niet alleen uit jezelf komt. Want er staat veel op het spel. Via studie doe je niet alleen leuke en interessante vaardigheden en ervaring op voor jezelf.
Als burgers beseffen dat zelfontplooiing het resultaat is van een dialoog met de omgeving, waarin je abstracte idealen ontwikkelt en aanscherpt voordat je besluit om je leven daarnaar in te richten, kan de democratie beter functioneren en wordt de vrijheid beter beschermd dan nu helaas het geval is. (pagina 84-86)
Uit een recensie
Het is makkelijk om kritiek te hebben op a) een bundel van meerdere auteurs met b) zeer verschillende achtergronden die c) gaat over (de illusie van) vrijheid. Hte project als geheel is enorm ambitieus, de verwachtingen zijn hoog, en alleen daarom al vallen teleurstellende essays meer op - in elk geval meer dan bij ene regulier boek van één schrijver het geval zou zijn.
Daarom wil ik die kritiek ook weer nuanceren. Oprechte hulde aan de twee redacteuren die dit project met zoveel schrijvers überhaupt aangingen en afkregen. Hulde ook aan de auteurs. Er zitten echt mooie essays tussen, mijn favorieten waren Albert Jan Kruiter, Trudy Dehue, Alicja Gescinska, Jos de Mul, Christian Weijts
Trouw: Beroep op waarde van de dialoog ontbeert tegenargumenten (21 november 2018)
Lees ook: Filosofie voor een weergaloos leven van Lammert Kamphuis (uit 2018) (hoofdstuk 3 - 26 soorten jam), De angst voor vrijheid : de vlucht in autoritarisme, destructivisme, conformisme van Erich Fromm (uit 1941) en Hoe vrij zijn wij? de machinaties van macht en de strijd voor onze toekomst van Raoul Martinez (uit 2017) en Vrijheid van Jonathan Franzen (uit 2010)
Terug naar Overzicht alle titels
Sinds 2012 vindt u hier non-fictie boeken over onze snel en sterk veranderende tijd. Boeken over uiteenlopende, elkaar aanvullende en overlappende gebieden. Boeken die vragen oproepen. Leesbare boeken die allemaal opgenomen zijn in de collectie van de samenwerkende Noord Oost Brabantse Bibliotheken. Een instelling die uiteenlopende activiteiten organiseert over thema's die in deze boeken worden aangesneden. Boeken voor Lezers van Stavast.
woensdag 21 november 2018
maandag 19 november 2018
Neil MacGregor
Hollands diep 2018, 487 pagina's - € 39,99
Lenen als E-book via bibliotheek.nl
Oorspronkelijke titel: Living with the gods : on beliefs and peoples (2018)
Wikipedia: Neil MacGregor (1946)
Korte beschrijving
Dit boek gaat over een wezenlijk aspect van ons bestaan: de auteur vertelt hoe het geloof in goden door de eeuwen heen vormgegeven heeft aan samenlevingen, aan het leven van de mensheid. Religie vormt een belangrijk onderdeel van een gedeelde identiteit. De schrijver bespreekt allerlei religieuze fenomenen vanaf de prehistorie tot en met de huidige tijd; daarbij komen behalve de wereldgodsdiensten ook allerlei andere religies aan bod, zoals het zoroastrisme en de Romeinse en Egyptische godsdiensten uit de oudheid. Het boek bestaat uit zes delen met elk vijf hoofdstukken: dertig essays voorzien van schitterende illustraties van voorwerpen, gebouwen en riten. Zo wordt in deel één in verhalen verteld hoe de mensen de wereld ervaren, met bijbehorende riten. De auteur was tot 2002 vijfien jaar directeur van de National Gallery in Londen. Van 2002 tot 2015 was hij directeur van het British Museum. Hij schreef onder andere de bestseller 'Een geschiedenis van de wereld in 100 voorwerpen' (2011). Hij kreeg belangrijke prijzen. Met een lijst van Engelstalige literatuur en een register. Prachtig geschreven, indrukwekkend boek.
Tekst op website uitgever
Hoe gedeelde mythen en rituelen samenlevingen hebben gevormd
Een van de meest wezenlijke aspecten van het menselijk bestaan is dat elke gemeenschap een aantal opvattingen en overtuigingen deelt: een geloof, een ideologie, een religie. Deze overtuigingen zijn een fundamenteel onderdeel van een gedeelde identiteit. Ze hebben de unieke kracht om ons te definiëren - en te verdelen - en zijn in een groot deel van de wereld in politieke zin een drijvende kracht. In onze hele geschiedenis zijn deze overtuigingen meestal, in de ruimste zin van het woord, religieus van aard geweest.
Dit boek wil geen godsdienstgeschiedenis beschrijven, en zeker geen betoog zijn vóór of tegen een bepaald geloof. Het gaat over de verhalen die onze levens vormgeven en over de verschillende manieren waarop samenlevingen hun plaats in de wereld voorstellen. In dit rijk geïllustreerde boek bespreekt MacGregor objecten, plaatsen en menselijke activiteiten over de hele wereld en door de eeuwen heen in een poging inzicht te krijgen wat een gedeeld geloof kan betekenen in het openbare leven van een gemeenschap of een natie, en hoe dat geloof invloed heeft op de relatie tussen het individu en de staat, en welke cruciale bijdrage het heeft geleverd aan wie wij zijn.
Want door te bepalen hoe we met onze goden leven, bepalen we tegelijk ook hoe we met elkaar leven.
Fragment uit (de) Inleiding - Geloven en geborgen zijn
Wonen in verhalen
'We vertellen onszelf verhalen om te kunnen leven.' Dat is de befaamde openingszin van een bundel essays die Joan Didion heeft geschreven over haar belevenissen in het seculiere Amerika van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Die zin gaat niet over religie, maar er klinkt wel een dwingende behoefte in door die we allemaal hebben, een behoefte aan verhalen die ordening aanbrengen in onze herinneringen en verlangens, en vorm en betekenis geven aan ons individuele en collectieve leven.
We beginnen met de oudst bewaarde gebleven bewijzen, uit de grotten van Europa aan het eind van de laatste ijstijd. In hoofdstuk 1 zullen we zien dat een samenleving die gelooft dat er iets is wat het eigen bestaan overstijgt, een verhaal dat verder gaat dan het leven van alledag en het individu, beter toegerust lijkt te zijn bedreigingen het hoofd te bieden en tot bloei te komen. Aan het begin van de twintigste eeuw betoogde de Franse socioloog Émile Durkheim dat zonder wat hij 'de opvatting die een samenleving over zichzelf construeert' noemde, er helemaal geen samenleving kan ontstaan. Die verhalen, de idealen die daaruit naar voren komen en de ceremonies waarin ze worden verbeeld, waren voor Durkheim de wezenlijke elementen van elk gezamenlijk beleden geloof. En in zekere zin zijn die verhalen de samenleving. Als we ze, om wat voor reden dan ook, kwijtraken of vergeten, bestaan we heel concreet als collectief niet meer.
Een religieus systeem bevat vrijwel altijd een verhaal over hoe de wereld is geschapen, hoe de mens daarin terecht is gekomen en hoe mensen en alles wat verder nog leeft zich dienen te gedragen. Maar meestal gaan de verhalen en de daarmee samenhangende rituelen veel verder en vertellen ze leden van de groep ook hoe ze zich tegenover elkaar moeten gedragen, en, heel belangrijk, ze richten zich tevens op de toekomst, op de aspecten van de samenleving die blijven bestaan terwijl de generaties voorbijgaan. Ze brengen de levenden, de doden en de mensen die nog niet geboren zijn bijeen tot één eeuwig doorlopend verhaal dat iedereen omvat.
De krachtigste verhalen, met het grootste dragende vermogen, zijn het werk van generaties. Ze worden herhaald, aangepast en weer doorverteld, opgenomen in het dagelijkse bestaan en raken zo sterk geïnternaliseerd dat we ons er vaak nauwelijks van bewust zijn dat we worden omgeven door verhalen over verre voorouders. Ze verschaffen ons een eigen plek in een patroon dat wel waarneembaar is, maar niet volledig begrijpelijk, en doen dat bijna zonder dat we het merken. Het is een proces dat we elke dag weer meemaken als we een heel vertrouwde cyclus doorlopen: de dagen van de week. (pagina XII-XIII).
Uit een interview
Vraag: Welk verband bestaat er tussen taal en gedeelde verhalen, die u in uw boek zo benadrukt als basis van een gemeenschap?
Neil MacGregor: ‘Het vertrekpunt is dat wat we religie noemen, een verhaal is. Misschien een goddelijk gegeven verhaal, misschien een door mensen bedacht verhaal – dat weten we niet. Maar het is een verhaal van een gemeenschap door de tijd heen.’
‘De schrijfster Joan Didion zegt dat we elkaar verhalen vertellen om te overleven. Dat is waar, want alleen gemeenschappen die een verhaal hebben, kunnen het verleden en de toekomst met elkaar verbinden en het individu in een gemeenschap plaatsen. Alleen die gemeenschappen hebben weten te overleven. Dat verhaal, die vertelling, dat narratief, moet op een bepaalde manier geritualiseerd worden en tot werkelijkheid gemaakt.’
‘Het probleem bij elke taal is vertrouwdheid. We weten allemaal dat de moedertaalspreker de regels van de taal het minst goed uit kan leggen. Alleen een buitenlander kan mij uitleggen waarom en wanneer ik “I go” of “I am going” zeg. Ik heb zelf geen idee. Zo is het ook bij godsdiensten. We zijn zo vertrouwd met het christelijke narratief dat we vergeten zijn hoe krachtig dat is. Neem het ritueel van het gezamenlijk eten van het ritueel geslachte dier. Dat was het grote moment dat de gemeenschap bijeenkwam. Wanneer we het hebben over het offer van het lam, zijn we vergeten welke diepe symbolische lading dat had: de priester doodt het dier, iedereen eet het vlees en dat vormt de gemeenschap.’
‘Alleen gemeenschappen die een verhaal hebben, kunnen het verleden en de toekomst met elkaar verbinden en het individu in een gemeenschap plaatsen.’
Vrij Nederland: Alleen gemeenschappen met verhalen kunnen overleven (19 november 2018)
Lees vooral ook: Sapiens : een kleine geschiedenis van de mensheid van Yuval Noah Harari uit 2014.
Terug naar Overzicht alle titels
woensdag 7 november 2018
Sanne Blauw
Het best verkochte boek ooit* : hoe cijfers ons leiden, verleiden en misleiden
De Correspondent 2018, 202 pagina's - € 18,--
Lenen als E-book via bibliotheek.nl
Sanne Blauw (1986) op website De Correspondent en haar eigen website
Korte beschrijving
We zijn massaal gehypnotiseerd geraakt door getallen. Cijfers, scores, ranglijsten, peilingen en big data zijn veel te belangrijk geworden in ons leven. Zij geven ons houvast en zekerheid. Zij dicteren hoe de wereld er uitziet. Zelfs al je niets met cijfers hebt, heb jij tegenwoordig geen keuze meer: je komt ze weleens tegen. Moeten we cijfers niet wat minder belangrijk maken in onze gecijferde samenleving – ons ontcijferen? Met de knipoog op de pretentieuze titel worden in dit vlot geschreven boek cijfers weer op hun plek gezet. Uitgaand van interessante voorbeelden vertelt het boek hoe cijfers ons leiden, verleiden en misleiden. Hoe cijfers levens kunnen redden, maar ook verwoesten. Ook nodigt het uit om kritisch te kijken naar wat cijfers wel en ook niet zeggen. Ook om te leren inzien welke denkfouten en belangen erachter schuilen en met welke morele keuzes zij doorgespekt zijn. Met zwart-witillustraties, nuttige leestips en bronnenlijst. De auteur werkt als journaliste voor het digitale platform De Correspondent en is gepromoveerd in econometrie. Dit is haar eerste boek. Leuk geschreven en voor iedereen leerzaam leesvoer over de 'ontcijfering' van onze door getallen geobsedeerde samenleving, dat cijfers en onderzoeksresultaten leert te relativeren.
Korte beschrijving op website uitgever
Van gezondheidsweetjes tot je pensioenleeftijd, van het weerbericht tot verkiezingsuitslagen: overal bepalen cijfers hoe ons leven eruitziet. Maar cijfers zijn niet zo objectief als ze lijken.
Bedrijven misbruiken cijfers om hun product aan je te slijten, politici om lastige beslissingen te rechtvaardigen, wetenschappers om hun onderzoek kracht bij te zetten.
En wij cijferconsumenten laten ons maar al te graag misleiden als de cijfers zeggen wat we willen.
Met dit boek wil Sanne Blauw cijfers weer op hun plek zetten. Niet op een voetstuk. Niet bij het vuilnis. Maar waar ze horen: naast de woorden.
Toch is dit geen anticijferboek. Cijfers zijn, net als woorden, onschuldig. Het zijn de mensen achter de cijfers die fouten maken. Dit boek gaat over hen. Over hun denkfouten, hun onderbuikgevoelens, hun belangen. We komen psychologen tegen die hun racisme verpakken in cijfers, een wereldberoemd seksonderzoeker met een ronduit schimmige dataverzameling en tabaksmagnaten die cijfers misbruiken en daarmee miljoenen levens verwoesten.
Maar het boek gaat ook over ons, cijferconsumenten. Want wij laten ons verleiden en misleiden. Sterker nog, we laten ons leiden door cijfers. Cijfers beïnvloeden wat je drinkt, wat je eet, waar je werkt, hoeveel je verdient, waar je woont, met wie je trouwt, op welke partij je stemt, of je een hypotheek krijgt, hoeveel premie je betaalt voor je verzekering. Ze beïnvloeden zelfs of je ziek wordt of geneest, of je leeft of sterft.
Al heb je niets met cijfers, je hebt gene keuze: je hébt iets met cijfers.
Dit boek ontcijfert de wereld van getallen, zodat iederéén het juiste gebruik van cijfers kan onderscheiden van het misbruik. En zodat we ons kunnen afvragen: welke rol willen we dat cijfers spelen in ons leven?
Het is tijd om cijfers op hun plek te zetten. Niet op een voetstuk, niet bij het vuilnis. Maar waar ze horen: naast woorden.
Voordat we daar zijn, moeten we terug naar het begin. Hoe begon onze obsessie met cijfers? Om die vraag te beantwoorden, stel ik je voor aan de beroemdste verpleegster uit de geschiedenis: Florence Nightingale. (pagina 16-17)
zondag 4 november 2018
Paul Verhaeghe 5
Intimiteit
De Bezige bij 2018, 336 pagina's - € 23,99
Lenen als E-book via bibliotheek.nl
Wikipedia: Paul Verhaeghe (1955)
Korte beschrijving
De basis van dit boek is de intieme verhouding van de mens met zijn eigen lichaam. Het is de voorwaarde om echt intiem te kunnen zijn met een ander. Ook heeft goede of niet goede afstemming direct consequentie voor de gezondheid. Wat zijn de moeilijkheden? Ze zijn groter dan we beseffen. En hoe worden wij beïnvloed, meer dan we in de gaten hebben? Paul Verhaeghe heeft een holistische visie op de mens: alles hangt samen en beïnvloedt elkaar biologisch, psychologisch en sociaal. Hij gaat heel diep in op allerlei invloeden die op ons afkomen en waar we mee moeten omgaan. Hij geeft ook een inkijk op de invloed van de godsdienst, de reclame, politieke bewegingen en de digitale wereld, die normen en denkbeelden opdringen en tegelijk suggereren dat we keuzevrijheid hebben. Het boek is niet eenvoudig en enige kennis van psychologie en filosofie is wel van belang. De uitgave bevat een literatuurlijst, eindnoten en een index. De schrijver is doctor in de klinische psychologie, hoogleraar aan de Universiteit Gent. Hij schreef al verschillende belangrijke werken vanuit psychologisch en filosofisch oogpunt.
Tekst op website uitgever
Een intieme liefdesverhouding maakt een mens gelukkig, maar waarom is het zo moeilijk om die te vinden, laat staan in stand te houden? Veelgehoorde verklaringen wijzen in de richting van individualisering, misbruik, mondige vrouwen en besmuikte mannen. In die boek biedt Paul Verhaeghe een andere kijk: de belangrijkste intieme relatie is die met ons eigen lichaam. Zonder een goede afstemming op je eigen lijf is een intieme relatie met iemand anders bijna onmogelijk.
Aan de hand van vele voorbeelden uit de praktijk onderzoekt Verhaeghe actuele kwesties en vragen rondom intimiteit: hoe dachten en denken we over de kloof tussen lichaam en geest? Is die splitsing niet achterhaald? Hoe zien we ons eigen lichaam nu het internet de plaats van de kerk ingenomen heeft? Welke rol speelt opvoeding in de verhouding tot je eigen lichaam? Wat is de invloed van traumatische ervaringen zoals geweld en seksueel misbruik? Zijn we überhaupt in staat om samen te vallen met onszelf? En: hoe kunnen we een duurzame intieme relatie opbouwen met iemand anders?
Voorpublicatie: Paul Verhaeghe: "Een leven dat volledig in teken van concurrentie staat, kan geen goed leven zijn" (30 oktober 2018 DeWereldMorgen.be)
Artikel: We zijn verleerd naar ons lichaam te luisteren (Brainwash oktober 2018)
Fragment uit 5. Genot, zei u?
Pleonexia
Gokverslaving, smartphoneverslaving, internetverslaving, shopverslaving - het zijn varianten op hetzelfde opwindingsgenot waarbij de natuurlijke begrenzing via ontlading ontbreekt. We gaan ermee door, met als gevolg een eindeloze herhaling van dezelfde handelingen - het genot ligt altijd één muisklik verder. Het gevolg is dat we steeds meer blootgesteld worden aan reclamebeelden, die we steeds minder als reclame herkennen, maar die ons wel aanzetten tot consumeren.
In het begin van dit hoofdstuk had ik het over de originele kijk van Aristoteles op genot. In hetzelfde boek, de Ethica Nicomachea, wijdt hij een hoofdstuk aan rechtvaardigheid, met daarin een begrip waar onze tijd best wat meer aandacht voor kan hebben: pleonexia, het steeds méér willen hebben. Voor Aristoteles is dit een ronduit gevaarlijke eigenschap van de mens, omdat het een maatschappij vol onrust oplevert en uiteindelijk tot conflict en oorlog leidt. Ik kan de studie van de Ethica Nicomachea warm aanbevelen. Aristoteles' intelligente analyse is een verademing in een tijdperk waarin politiek en markt synoniem geworden zijn en communicatie via tweets verloopt.
Een belangrijke vaststelling is dat hij pleonexia niet beperkt tot bezit van geld en goederen. Mocht het probleem zich daartoe beperken, dan zou de oplossing zich daarop kunnen concentreren, en zou een billijke herverdeling van bezit, bijvoorbeeld via belastingen, volstaan. Dat is volgens hem niet het geval, want naast bezit richt pleonexia zich ook op roem en veiligheid; ook daarvan willen we steeds meer. (pagina 160-161)
Lees (vooral) ook Paul Verhaeghe. Liefde in tijden van eenzaamheid : over drift en verlangen(2009), Het einde van de psychotherapie (2011) en Identiteit (2012) en Autoriteit (uit 2015) en De ogen van de ander van Christien Brinkgreve (uit 2009)
Terug naar Overzicht alle titels
Korte beschrijving
De basis van dit boek is de intieme verhouding van de mens met zijn eigen lichaam. Het is de voorwaarde om echt intiem te kunnen zijn met een ander. Ook heeft goede of niet goede afstemming direct consequentie voor de gezondheid. Wat zijn de moeilijkheden? Ze zijn groter dan we beseffen. En hoe worden wij beïnvloed, meer dan we in de gaten hebben? Paul Verhaeghe heeft een holistische visie op de mens: alles hangt samen en beïnvloedt elkaar biologisch, psychologisch en sociaal. Hij gaat heel diep in op allerlei invloeden die op ons afkomen en waar we mee moeten omgaan. Hij geeft ook een inkijk op de invloed van de godsdienst, de reclame, politieke bewegingen en de digitale wereld, die normen en denkbeelden opdringen en tegelijk suggereren dat we keuzevrijheid hebben. Het boek is niet eenvoudig en enige kennis van psychologie en filosofie is wel van belang. De uitgave bevat een literatuurlijst, eindnoten en een index. De schrijver is doctor in de klinische psychologie, hoogleraar aan de Universiteit Gent. Hij schreef al verschillende belangrijke werken vanuit psychologisch en filosofisch oogpunt.
Tekst op website uitgever
Een intieme liefdesverhouding maakt een mens gelukkig, maar waarom is het zo moeilijk om die te vinden, laat staan in stand te houden? Veelgehoorde verklaringen wijzen in de richting van individualisering, misbruik, mondige vrouwen en besmuikte mannen. In die boek biedt Paul Verhaeghe een andere kijk: de belangrijkste intieme relatie is die met ons eigen lichaam. Zonder een goede afstemming op je eigen lijf is een intieme relatie met iemand anders bijna onmogelijk.
Aan de hand van vele voorbeelden uit de praktijk onderzoekt Verhaeghe actuele kwesties en vragen rondom intimiteit: hoe dachten en denken we over de kloof tussen lichaam en geest? Is die splitsing niet achterhaald? Hoe zien we ons eigen lichaam nu het internet de plaats van de kerk ingenomen heeft? Welke rol speelt opvoeding in de verhouding tot je eigen lichaam? Wat is de invloed van traumatische ervaringen zoals geweld en seksueel misbruik? Zijn we überhaupt in staat om samen te vallen met onszelf? En: hoe kunnen we een duurzame intieme relatie opbouwen met iemand anders?
Voorpublicatie: Paul Verhaeghe: "Een leven dat volledig in teken van concurrentie staat, kan geen goed leven zijn" (30 oktober 2018 DeWereldMorgen.be)
Artikel: We zijn verleerd naar ons lichaam te luisteren (Brainwash oktober 2018)
Fragment uit 5. Genot, zei u?
Pleonexia
Gokverslaving, smartphoneverslaving, internetverslaving, shopverslaving - het zijn varianten op hetzelfde opwindingsgenot waarbij de natuurlijke begrenzing via ontlading ontbreekt. We gaan ermee door, met als gevolg een eindeloze herhaling van dezelfde handelingen - het genot ligt altijd één muisklik verder. Het gevolg is dat we steeds meer blootgesteld worden aan reclamebeelden, die we steeds minder als reclame herkennen, maar die ons wel aanzetten tot consumeren.
In het begin van dit hoofdstuk had ik het over de originele kijk van Aristoteles op genot. In hetzelfde boek, de Ethica Nicomachea, wijdt hij een hoofdstuk aan rechtvaardigheid, met daarin een begrip waar onze tijd best wat meer aandacht voor kan hebben: pleonexia, het steeds méér willen hebben. Voor Aristoteles is dit een ronduit gevaarlijke eigenschap van de mens, omdat het een maatschappij vol onrust oplevert en uiteindelijk tot conflict en oorlog leidt. Ik kan de studie van de Ethica Nicomachea warm aanbevelen. Aristoteles' intelligente analyse is een verademing in een tijdperk waarin politiek en markt synoniem geworden zijn en communicatie via tweets verloopt.
Een belangrijke vaststelling is dat hij pleonexia niet beperkt tot bezit van geld en goederen. Mocht het probleem zich daartoe beperken, dan zou de oplossing zich daarop kunnen concentreren, en zou een billijke herverdeling van bezit, bijvoorbeeld via belastingen, volstaan. Dat is volgens hem niet het geval, want naast bezit richt pleonexia zich ook op roem en veiligheid; ook daarvan willen we steeds meer. (pagina 160-161)
Lees (vooral) ook Paul Verhaeghe. Liefde in tijden van eenzaamheid : over drift en verlangen(2009), Het einde van de psychotherapie (2011) en Identiteit (2012) en Autoriteit (uit 2015) en De ogen van de ander van Christien Brinkgreve (uit 2009)
Terug naar Overzicht alle titels
zondag 28 oktober 2018
Lammert Kamphuis
Filosofie voor een weergaloos leven
De Bezige bij 2018, 236 pagina's - € 17,99
Lenen als E-book via bibliotheek.nl
Website Lammert Kamphuis (1983)
Korte beschrijving
Lammert Kamphuis probeert aan te geven waar de filosofie en de grote denkers je kunnen helpen bij de manier waarop je in het leven staat en naar de werkelijkheid kijkt. Het boek is in drie delen opgesplitst. Het eerste deel gaat over je relatie met de werkelijkheid. Deel twee gaat over je relatie met anderen en deel drie gaat over de relatie met jezelf. Filosofische oefeningen moeten ons helderder doen denken. Als wij helderder kunnen denken, kunnen wij ook beter weerstand bieden aan wat er op ons afkomt. Het boek geeft tal van aanknopingspunten aan de moderne mens, die zich door keuzestress, de prestatiemaatschappij en de cijfertjesmanagers gemangeld weet. Het boek sluit af met een thematische literatuuropgave.
Fragment uit 3. 24 soorten jam
De Britse filosoof Isaiah Berlin (1909-1997) zou beweren dat dit refrein naadloos aansluit bij hoe wij tegenwoordig het begrip 'vrijheid' invullen: vrijheid als onafhankelijkheid. Zolang je je niet hoeft te committeren ben je vrij. Vrijheid is dat deel van je leven waar anderen niets over te zeggen hebben. Dit geldt in de liefde, op het werk of in relaties met anderen. Berlin definieert dit idee als volgt: 'Met vrij-zijn in deze zin bedoel ik dat anderen zich niet in mijn zaken mengen. Hoe ruimer het gebied van deze niet-inmenging, des te groter mijn vrijheid. Deze vrijheid behoud je dus door je zo lang mogelijk nergens aan te verbinden, want dan heeft niemand iets over je te zeggen. (pagina 41-42)
Wanneer er te veel opties zijn, kunnen we dus niet goed meer kiezen. Als alle supermarktdirecteuren dit onderzoek als leidraad namen voor hun beleid, zouden de supermarkten in Nederland heel wat overzichtelijker worden. Maar hoewel we moeilijker tot een keuze komen als er meer opties zijn, verkiezen we toch het meeste aantal keuzemogelijkheden. Daarom wordt het kraampje met 24 soorten jam drukker bezocht dan het kraampje met slechts 6 soorten.
Op de meeste gebieden in ons leven hebben we tegenwoordig meer keuzes dan onze voorouders. Dit geldt voor onze opleiding, loopbaan, liefdesleven of woonplaats, al dan niet met een gezin. We hebben en willen veel keuzeopties, maar precies die hoeveelheid aan opties geeft onrust en zorgt ervoor dat we niet kunnen kiezen. het lijkt dat we iets willen wat we niet aankunnen.
Maar als al die opties het ons zo moeilijk maken, waarom willen we ze dan toch? Omdat kennelijk het aantal keuzemogelijkheden ons gevoel van vrijheid vergroot. Hoe meer te kiezen je hebt, hoe vrijer je je voelt. Sterker nog, het openhouden van opties staat tegenwoordig gelijk aan vrijheid. Zolang we niet kiezen, leggen we ons niet vast en daarmee wordt onze vrijheid vergroot. (pagina 44-45)
Website Lammert Kamphuis (1983)
Korte beschrijving
Lammert Kamphuis probeert aan te geven waar de filosofie en de grote denkers je kunnen helpen bij de manier waarop je in het leven staat en naar de werkelijkheid kijkt. Het boek is in drie delen opgesplitst. Het eerste deel gaat over je relatie met de werkelijkheid. Deel twee gaat over je relatie met anderen en deel drie gaat over de relatie met jezelf. Filosofische oefeningen moeten ons helderder doen denken. Als wij helderder kunnen denken, kunnen wij ook beter weerstand bieden aan wat er op ons afkomt. Het boek geeft tal van aanknopingspunten aan de moderne mens, die zich door keuzestress, de prestatiemaatschappij en de cijfertjesmanagers gemangeld weet. Het boek sluit af met een thematische literatuuropgave.
Fragment uit 3. 24 soorten jam
Vrij zijn / ze wil alleen maar vrij zijn / liefde komt ooit / Ze wil alleen maar / vrij zijn / onbezorgd en vrij zijn / Liefde / liefde komt ooit / ze wil nu alleen maar vrij zijn.Marco Borsato zong in 1995 dit op het eerste oog onschuldige refrein. Maar bij nadere bestudering komt hier een cruciale vooronderstelling in mee. Er wordt impliciet beweerd dat liefde en vrijheid elkaar uitsluiten; zolang je vrij wil zijn is er geen ruimte voor liefde en zolang er liefde in het spel is, moet je je vrijheid opgeven.
De Britse filosoof Isaiah Berlin (1909-1997) zou beweren dat dit refrein naadloos aansluit bij hoe wij tegenwoordig het begrip 'vrijheid' invullen: vrijheid als onafhankelijkheid. Zolang je je niet hoeft te committeren ben je vrij. Vrijheid is dat deel van je leven waar anderen niets over te zeggen hebben. Dit geldt in de liefde, op het werk of in relaties met anderen. Berlin definieert dit idee als volgt: 'Met vrij-zijn in deze zin bedoel ik dat anderen zich niet in mijn zaken mengen. Hoe ruimer het gebied van deze niet-inmenging, des te groter mijn vrijheid. Deze vrijheid behoud je dus door je zo lang mogelijk nergens aan te verbinden, want dan heeft niemand iets over je te zeggen. (pagina 41-42)
Wanneer er te veel opties zijn, kunnen we dus niet goed meer kiezen. Als alle supermarktdirecteuren dit onderzoek als leidraad namen voor hun beleid, zouden de supermarkten in Nederland heel wat overzichtelijker worden. Maar hoewel we moeilijker tot een keuze komen als er meer opties zijn, verkiezen we toch het meeste aantal keuzemogelijkheden. Daarom wordt het kraampje met 24 soorten jam drukker bezocht dan het kraampje met slechts 6 soorten.
Op de meeste gebieden in ons leven hebben we tegenwoordig meer keuzes dan onze voorouders. Dit geldt voor onze opleiding, loopbaan, liefdesleven of woonplaats, al dan niet met een gezin. We hebben en willen veel keuzeopties, maar precies die hoeveelheid aan opties geeft onrust en zorgt ervoor dat we niet kunnen kiezen. het lijkt dat we iets willen wat we niet aankunnen.
Maar als al die opties het ons zo moeilijk maken, waarom willen we ze dan toch? Omdat kennelijk het aantal keuzemogelijkheden ons gevoel van vrijheid vergroot. Hoe meer te kiezen je hebt, hoe vrijer je je voelt. Sterker nog, het openhouden van opties staat tegenwoordig gelijk aan vrijheid. Zolang we niet kiezen, leggen we ons niet vast en daarmee wordt onze vrijheid vergroot. (pagina 44-45)
donderdag 11 oktober 2018
Alex Brenninkmeijer
Moreel leiderschap
Prometheus 2019, 336 pagina's - € 19,99
Wikipedia: Alex Brenninkmeijer (1951-2022)
Korte beschrijving
Moreel leiderschap is gebaseerd op gezag, goede communicatie en afweging van belangen. De tegenhanger daarvan is machtsmisbruik, arrogantie, de feiten naar je hand zetten en 'sterk' leiderschap zoals Trump dat vertoont. Brenninkmeijer put uit zijn persoonlijke ervaring, met veel concrete voorbeelden uit zijn tijd als nationaal ombudsman, rechter, medewerker op vijf Nederlandse universiteiten en lid van de Europese Rekenkamer. Hij benadrukt het belang van vrijuit spreken, tijdig excuses maken, afwegen van belangen en meta-communicatie. Hij breekt een lans voor mediation om tot goede oplossingen te komen in de geest van de wet. Ofwel: eerlijkheidsbeleving. Hij neemt geen blad voor de mond bij het noemen van voorbeelden uit zijn praktijk. Het koningshuis, de kerk en een aantal ministers met wie hij het aan stok had, worden niet gespaard. Het boek is niet alleen bestemd voor juristen en bestuurders, maar ook voor burgers en iedereen in de samenleving die zich wil oefenen in moreel leiderschap. Met literatuurverwijzingen in eindnoten.
Tekst op website uitgever
De roep om moreel leiderschap is actueel. President Trump won de verkiezingen als een alfamannetje en hij laat zich van dag tot dag gelden. Maar ook in Rusland, China, Turkije, Polen en Hongarije zien we sterke leiders hun positie vestigen. Onafhankelijke media worden kapotgemaakt of gemanipuleerd, en de democratie wordt uitgehold.
Het economische verdienmodel van het neoliberalisme stuurt op marktmacht zoals van Amazon. De digitale wereld wordt beheerst door machtige partij en zoals Apple, Google en Facebook, die – vaak achter de schermen – tot vrijwel alles in staat blijken.
Is sterk leiderschap succesvol en is er geen alternatief?
Veel mensen zijn op zoek naar dat alternatief, gebaseerd op waarden als eerlijkheid, oprechtheid, gematigdheid en redelijkheid. Maar hoe pas je moreel leiderschap – in het grote en in het kleine – toe en hoe ga je om met macht die anderen over je uitoefenen?
In Moreel leiderschap ontrafelt Alex Brenninkmeijer – op basis van zijn ervaringen als rechter, Nationale ombudsman en lid van de Europese Rekenkamer, en op grond van zijn inzichten als hoogleraar – hoe moreel leiderschap als tegenovergestelde van macht kan werken. Hij doet aan de hand van concrete praktijkvoorbeelden verslag van zijn zoektocht naar de werking van moreel leiderschap. Een vorm van leiderschap die iedereen kan ontwikkelen.
Opmerking
Boek zou oorspronkelijk bij Amsterdam University Press verschijnen, maar werd teruggetrokken. Prometheus nam het over.
Fragment uit Terugblik en vooruitblik
Voor het aangaan van een dialoog over belangen en motieven is zelfinzicht op basis van zelfreflectie noodzakelijk. Bij al dan niet botte uitoefening van macht ontbreekt het vaak aan het vermogen tot zelfreflectie. Kenmerkend voor mensen die vanuit macht opereren is dat zij veelal impulsief en vanuit eigenbelang opereren en weinig aandacht schenken aan het perspectief van de ander.
Dat moreel leiderschap en het uitoefenen van gezag een adequaat antwoord op macht en machtsmisbruik vormen, betekent niet dat moreel leiderschap steeds opgewassen is tegen actueel machtsmisbruik en manipulatie. Deels gaat het om de lange termijn, omdat macht zich in een flits kan manifesteren en langzaam denken daar niet mee verenigbaar is. Geconfronteerd met machtsmisbruik voelt iemand zich veelal overvallen of genomen. 'Halt' roepen en aansturen op een dialoog over achterliggende waarden is niet altijd mogelijk.
Machtswellustelingen houden het redelijke gesprek vaak af. Trump gaf de gebruiksaanwijzing met 'Grab them by the pussy'. Het is bij directe en brute confrontaties moeilijk om escalatie uit de weg te gaan. Poetin laat de hem onwelgevallige journalist Anna Politkovskaja vermoorden, maar ontkent iedere betrokkenheid van het Kremlin glashard en saboteert het strafrechtelijke onderzoek tegen de daders, net als bij de aanslag op MH17. (pagina 227-228)
Radio-interview
Zaterdag 19 januari 2019 schoof Alex Brenninkmeijer aan bij de Nieuwsweekend op NPO Radio 1, het programma van Mieke van de Weij en Peter de Bie. Klik hier om te beluisteren
Artikel: Moreel leiderschap. Het ethos geeft als het erop aankomt de doorslag. (januari 2019) en Hoe komt het toch dat de consument in ons alles ruïneert, verwoest, platbrandt, sloopt en te gronde richt wat de burger en de onderzoeker in ons dierbaar is? (augustus 2019)
Terug naar Overzicht alle titels
Julien Benda
Het verraad van de intellectuelen
Amsterdam University Press 2018, 272 pagina's € 19,99
Bevat een (lange) inleiding van Thijs Kleinpaste.
Oorspronkelijke titel: La trahison des clercs (1927)
Wikipedia: Julien Benda (1867-1956)
Korte beschrijving
De Franse filosoof en journalist Julien Benda (1867-1956) was een eigenzinnige schrijver die met 'La trahison des clercs' (nu vertaald als 'Het verraad van de intellectuelen') in 1927 op slag beroemd werd. De 'klerken' waar hij over schrijft, zijn de intellectuelen, 'de mensen die uit naam van het filosofisch denken een waardenstelsel voor de wereld ontwerpen'. Traditioneel stonden ze boven de massa en wijdden ze zich aan hun taak om eeuwige en belangenvrije waarden zoals de rechtvaardigheid en rede te beschermen. Maar vandaag, aldus Benda, versterken intellectuelen de 'politieke driften' van de massa, zoals polarisatie en vergoddelijken van staat, vaderland en klasse. Daarmee plegen ze verraad door hun stem niet langer te verheffen tegen machtsmisbruik, onrechtvaardigheid en onderdrukking. Een zeer felle aanklacht tegen populisme en nationalisme onder de intellectuele elite. Dat dit boek pas nu in het Nederlands vertaald, heeft alles te maken met de (hernieuwde) actualiteit ervan. Zeer leesbaar vertaald door Eva Wissenburg, met een verhelderende inleiding van Thijs Kleinpaste. Interessant voor een breed publiek.
Tekst op website uitgever
Onze wereld wordt kleiner. Mensen trekken zich terug in hun eigen informatiebubbel en communiceren voornamelijk met geestverwanten op sociale media.
Het wantrouwen tegen politici, rechters, wetenschappers, journalisten en iedereen van buiten neemt toe.
Uitspraken van de Amerikaanse president over ‘fake news’, ‘alternative facts’ en ‘posttruth’ wakkeren de trend verder aan.
In dit klimaat lijkt het beroemde boek La Trahison des clercs (1927) rechtstreeks aan ons geadresseerd. De auteur, Julien Benda, reageerde met name op de opkomst van fascistische en nationaalsocialistische denkbeelden in de samenleving. Menno ter Braak en E. du Perron, beiden lid van het in 1936 opgerichte Comité van Waakzaamheid, waren groot fan van La Trahison des clercs en overwogen een vertaling in het Nederlands, die er echter nooit kwam.
Tot nu, want het weergaloze essay van Benda heeft niets aan actualiteitswaarde ingeboet. Zijn oproep aan intellectuelen om zich verre te houden van kliekjesgeest, materiële belangen en politiek machismo, vormt een onmisbaar tegengif tegen gevaarlijke krachten van onze tijd. De moderne ‘klerken’ (onder wie wetenschappers, schrijvers en andere opiniemakers) zouden zich, aldus Benda, uitsluitend moeten engageren met het Recht, de Waarheid en de Rede, universele begrippen die vernietigd dreigen te worden door postmodern relativisme en antiverlichtingsdenken.
In Nederland is het ‘verraad der klerken’ in de loop der jaren een begrip geworden. De publicatie van de eerste Nederlandse vertaling van La Trahison des clercs zal een belangrijke bijdrage leveren aan het zinderende debat zoals dat nu gevoerd wordt op scholen, in de media en in de politiek.
Fragment uit III - De klerken. Het verraad van de klerken
1 De intellectuelen nemen de politieke driften over
Allereerst nemen de intellectuelen de politieke driften over. Niemand zal ontkennen dat tegenwoordig in heel Europa de overgrote meerderheid van de schrijvers en de kunstenaars, en een flink deel van de wetenschappers, filosofen en 'bedienaren van God', meezingen in het koor van rassenhaat en politieke kliekvorming, en al helemaal niemand zal ontkennen dat ze de passie voor de natie hebben overgenomen. Om te bewijzen dat niet alle intellectuelen tot onze tijd hebben gewacht voor ze deze driften met hart en ziel gingen omarmen, hoef ik waarschijnlijk maar de namen te noemen van Dante, Petrarca, D'Aubigné, van zomaar een apologeet van de Cabochiens of zomaar een prediker van de Heilige Liga, maar al bij al bleven deze marktpleinintellectuelen vroeger de uitzondering, in elk geval onder de grote namen, en als ik naast de eerder genoemde meesters ook nog verwijs naar de falanx gevormd door Thomas van Aquino, Roger Bacon, Galileï, Rabelais, Montaigne, Descartes, Racine, Pascal, Leibniz, Kepler, Huygens, Newton of Voltaire, Buffon en Montesquieu, om er maar een paar te noemen, kan ik volgens mij gerust herhalen dat het geheel van denkers doorgaans niets van politieke driften moest weten en net als Goethe zei: 'Politiek is een zaak voor diplomaten en militairen.' Het kwam ook wel voor dat ze wel gewag maakten van politieke driften (zoals Voltaire), maar dan op een kritische toon en zonder de drift als zodanig over te nemen; sterker nog, je zou kunnen zeggen dat zelfs de denkers die de drift werkelijk een warm hart toedroegen, zoals Rousseau, De Maistre, Chateubriand, Lamartine en Michelet, zo gericht waren op de algemene aspecten van het gevoel, zo veel aandacht hadden voor de abstracte benadering ervan en zo veel afkeer voelden voor het korte-termijndenken, dat de term drift nauwelijks op zijn plaats is. Voor de tegenwoordige tijd hoef ik Mommsen, Treitschke, Ostwald, Brunetière, Barrès, Lemaître, Péguy, Maurras, D'Annunzio en Kipling maar te noemen en iedereen is het erover eens dat de hedendaagse intellectueel de politieke driften beoefent met alles erop en eraan; hij snakt naar actie en direct resultaat, geeft enkel om het doel, haalt zijn neus op voor argumenten en is onbeheerst, haatdragend en stijfkoppig. De hedendaagse klerk laat de leek niet langer in zijn eentje naar het marktplein gaan; hij vindt dat hij zelf ook een burgerziel heeft gekregen en wil daar volop gebruik van maken, hij is trots op zijn nieuwe ziel; zijn literatuur loopt over van de minachting voor iedereen die zich afzondert voor de kunst of de wetenschap en zich afzijdig houdt van de gevoelens die leven in de stad. Geef hem de keuze tussen Michelangelo, die Leonardo de les leest omdat hij zo onbewogen blijft onder de Florentijnse rampspoed, en de meester van Het Laatste Avondmaal zelf, die antwoordt dat hij inderdaad volledig in beslag wordt genomen door zijn bestudering van de schoonheid, en hij zal zich verwoed achter die eerste scharen. Het is lang geleden dat Plato opmerkte dat er ketens nodig zijn om een filosoof te dwingen zich te bekommeren om de staat. Ziehier de moderne klerk: hij hoort op jacht te zijn naar eeuwige zaken, maar denkt dat het eervoller is je druk te maken om de stad. - Het is even logisch als duidelijk dat de gevoelens van de leek er veel sterker op worden als de klerk zijn driften gaat delen. Zoals gezegd verdwijnt allereerst het prikkelende schouwspel van een mensensoort die zijn belangen buiten de praktische wereld plaatst, maar bovendien geeft de intellectueel de politieke driften met zijn steun een aantal troeven in handen: die van zijn gevoeligheid als kunstenaar is, die van zijn overredingskracht als hij een denker is en in beide gevallen die van zijn moreel prestige. (pagina 80-82)
Terug naar Overzicht alle titels
Abonneren op:
Posts (Atom)
_w630.jpg)









