dinsdag 15 november 2016

Gert-Jan Segers


Hoop voor een verdeeld land

Balans 2016, 236 pagina's - € 18,95

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Wikipedia: Gert-Jan Segers (1969)

Korte beschrijving
Gert-Jan Segers (geboren in 1969), momenteel voorzitter van de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie, geeft een uiteenzetting van de vele problemen waarmee Nederland geconfronteerd wordt. Zo ziet hij tegenstellingen tussen succesvollen en achterblijvers, gelovigen en seculieren, zieken en gezonden, ouderen en jongeren, langgevestigden en nieuwkomers. Ondanks deze verontrustende tendensen oppert Segers een aantal ideeën om verbeteringen tot stand te brengen. Bij alle besproken tegenstellingen gloort er dan toch enige hoop. Hoewel de auteur van een orthodox-christelijke levensvisie uitgaat, treft men deze zienswijze toch niet uitdrukkelijk in het boek aan. Men krijgt de indruk dat ook de ChristenUnie niet aan de secularisatie ontsnapt. En of al zijn ideeën in de weerbarstige politieke realiteit verwezenlijkt kunnen worden? Dit niet al te moeilijk leesbare boek kan stof tot nadenken geven aan sympathisanten met de ChristenUnie, maar ook anderen.

Beschrijving op website uitgever
Overal zie je breuklijnen in Nederland. Rijk en arm leeft langs elkaar heen, nieuwkomers voelen zich niet welkom, zieken en gehandicapten staan langs de kant. Jongeren vinden lastig werk, terwijl ouderen hun werk niet goed volhouden. Hoger en lager opgeleiden raken vervreemd van elkaar, gelovigen en seculieren wantrouwen elkaar. En die kloven worden eerder groter dan kleiner.

Gert-Jan Segers besloot met een open blik op onder¬zoek te gaan langs de breuklijnen om ons heen, op zoek naar nieuwe hoop voor een verdeeld land. Hij sprak met denkers, doeners en ervaringsdeskundigen, onder wie Arjen Lubach, rabbijn Jacobs, Beatrice de Graaf, Generaal bd Van Uhm, Paul Schnabel, Francis Fukuyama, Bruno Roche, Vonne van der Meer, Bert Keizer en Ahmed Aboutaleb.

De onderlinge vervreemding heeft Segers geraakt, maar tijdens zijn zoektocht is hij ook hoopvoller geworden. Er is werkelijk iets aan te doen. Het is mogelijk: een land dat ruimte biedt aan verschillende mensen, een land waarin we elkaar weer echt in de ogen gaan kijken.

Fragment uit Inleiding
Hoop doet leven. Als je dit boek in drie woorden wilt samenvatten, daar zijn ze. Hoop is het bloed in onze aderen en het vuur in onze botten. Omdat we hopen, gaan we vriendschappen en liefdesrelaties aan. Durven we kinderen te krijgen. Beginnen we een opleiding en verschijnen op een sollicitatiegesprek. Kopen we een huis. Reizen we naar ene ander land om ons daar te vestigen.
  Het tegenovergesteld eis ook waar: wanhoop doet sterven. Zonder hoop blijven we in bed liggen en wachten we tot de dag voorbij is. Als je gene weg meer ziet waarlangs je je situatie kunt verbeteren, wordt het stil vanbinnen. je bewegingen worden stijf en stram. je doet nog de dingen die je moet doen, maar je bent er zelf niet meer bij. Je voelt je automaat, het leven vloeit uit je weg.
  De bekende psychotherapeut Viktor E. Frankl leerde zijn belangrijkste levensles in een serie concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog, waar hij werd gedwongen als arts te werken. Hij ontmoette er bijvoorbeeld een destijds beroemde componist. In vertrouwen vertelde hij aan Frankl dat hij ene droom had gehad waarin hij een wens mocht doen. Hij had gevraagd wanneer de oorlog zou zijn afgelopen. '30 maart', had de stem zin de droom geantwoord. Naarmate die datum naderde, maakten de geruchten in het kamp over de oorlog het steeds onwaarschijnlijker dat dit ook echt zou uitkomen. Op 29 maart werd de componist plotseling erg ziek. Op 30 maart raakte hij in coma; op 31 maart overleed hij.
  Frankl zag het telkens weer gebeuren: 'Het was uitsluitend mogelijk de innerlijke kracht van een kampbewoner te vergroten, wanneer men hem in een toekomstdoel kon doen geloven. Wee degene die de zin van zijn leven niet langer zag - hij was weldra verloren.'
  Wat Frankl in extreme omstandigheden zag gebeuren, is uiteindelijk waarom ik dit boek schrijf: ik wil dit land zien bloeien. Daarom kom ik mijn bed uit. Niet als een naïeve optimist die wegdroomt en denkt dat alles vanzelf goed komt. Maar als hoopvolle realist, die ziet dat de wereld op veel plekken kapot is en dat veel mensen stukgaan, maar gelooft dat het niet zo hoeft te blijven.
  Niets is mooier dan te zien hoe gebroken mensen weer met een blos op de wangen gaan leven, weer hoop krijgen. En het raakt me diep, het kan me fysiek pijn doen, als ik iemand ontmoet bij wie het licht is uitgegaan. (pagina 9-10)

Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen