vrijdag 15 maart 2019

Fernando Savater 3


De moed om te kiezen : een filosofie van de vrijheid

Bijleveld 2005, 175 pagina's - € 18,50

Oorspronkelijke titel: El valor de elegir (2003)

Wikipedia: Fernando Savater (1947)

Korte beschrijving
Savater (1947) is een Spaans filosoof die bekend is geworden door betrekkelijk lichtvoetige inleidingen tot filosofische onderwerpen, soms geschreven voor zijn zoon. Dit boek is een wijsgerig-antropologische uiteenzetting over de waarde van vrijheid voor de mens. Duidelijk zijn de banden met het existentialisme van Sartre en Ortega y Gasset. Er zijn twee delen: het eerste bevat een a-historisch onderzoek van het vrijheidsconcept, het tweede past de inzichten daarvan toe in de praktijk. De menselijke vrijheid is uniek en absoluut. Zijn natuur noch verstand kunnen vertellen hoe we moeten kiezen. Dit extreme idee van vrijheid voert direct tot ontologisch indeterminisme en waarden relativisme. Het boek is afgestemd op een ruim, niet per se filosofisch geschoold publiek. Het is goed leesbaar, maar de argumentatie is soms erg eenvoudig en daardoor ook eenzijdig. De nadelen van ongebreidelde vrijheid en individualiteit worden nergens besproken. Dat vervreemding het gevolg is van extreme vrijheid wordt niet vermeld. De problematiek van het fysisch determinisme blijft onbesproken.Vrijheid is een belangrijk concept, en Savaters versimpeling kan als inleiding dienstig zijn maar helpt ons niet echt het concept beter te begrijpen.
Vrijheid is een belangrijk concept, en Savaters versimpeling kan als inleiding dienstig zijn maar helpt ons niet echt het concept beter te begrijpen.

Fragment uit VI -  Vormen van vrijheid
Vrijheid in soorten en maten
De filosofen van de Middeleeuwen onderscheidden terecht twee soorten politieke vrijheid: vrijheid van dwang, die ons vrijwaart van de tirannie die ons verbiedt als gelijken deel te nemen aan het openbare bestuur, en vrijheid van behoeftigheid, die ons de lasten ontneemt van een gebrek aan bestaansmiddelen in een wereld die uitgaat van het principe 'je bent wat je hebt'. Ook in onze tijd betekent (economische of culturele) achterstelling nog al te vaak dat velen onontkoombaar worden onderworpen aan de 'democratische' tirannie van de weinigen, die door dezelfde middeleeuwers zo treffend werden omschreven als beati possidentes, de gelukkige bezitters.
  Vandaag de dag worden de verschillen tussen mensen die daadwerkelijk vrij zijn en mensen die alleen in naam vrij zijn in hoge mate bepaald door de toegang tot informatie. Om echt vrij te zijn, moet men meer 'weten' dan de mensen die niet vrij zijn, en moet men de 'communicatiemiddelen' beheersen die kunnen worden gebruikt voor de verbreiding van informatie. En maar al te vaak bestaat de informatie behalve uit waarachtige kennis ook uit door de al te aardse belangen bepaalde onwaarheden die als kennis worden vermomd...

Het bovenstaande laat zich recapituleren met de vaststelling dat vrijheid altijd hand in hand gaat met onvrijheid. Het ontluisterende maar niet ongegronde oordeel van Zygmunt Bauman over deze kwestie is: 'Voor daadwerkelijke vrijheid is het nodig dat sommige mensen niet vrij zijn. Vrij zijn betekent toestemming en het vermogen hebben om andere mensen onvrij te houden.'
  Deze observatie is gemakkelijk te begrijpen als we kijken naar de koloniale régimes van de negentiende eeuw, of naar de totalitaire staten van het fascisme en het communisme in de twintigste (waarvan sommige nog altijd bestaan). Maar het is moeilijker te erkennen dat ze ook opgaat voor onze tijd van het geglobaliseerde kapitalisme met de wereldomspannende multinationale ondernemingen. Toch is het onmiskenbaar dat de keuzevrijheid in het inrichten van je eigen leven meer en meer vervangen wordt door een keuzevrijheid die louter te maken heeft met het consumptieve aanbod.
  De politieke strijd van de eenentwintigste eeuw - en wei weet van hoeveel volgende eeuwen! - zal overigens ongetwijfeld nog steeds draaien om het vergroten van de daadwerkelijke vrijheid van diegenen die haar vooralsnog alleen maar in verminkte, ondergeschikte vorm kunnen genieten. Maar de fundamentele en verontrustende vraag, althans voor de politieke theorievorming, blijft daarbij niet eens zozeer of dit vrijheidsstreven op zekere dag volledig zal zegevieren, maar of we nog wel van  'vrijheid' zullen kunnen spreken in een samenleving die eindelijk vrij is van alle vormen van 'slavernij'.  (pagina 93-94)


Lees ook: Het goede leven : ethiek voor mensen van morgen (1996) of Ethiek nu! : een filosofie voor het moderne leven (2013)

Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen