dinsdag 19 maart 2019

René ten Bos 3

Extinctie
Boom 2019, 255 pagina's € 22, 50

Wikipedia: René ten Bos (1959)

Korte beschrijving
Filosofische bespiegelingen over het uitsterven van organismen, de mens niet uitgezonderd.. - René ten Bos neemt afscheid als Denker des Vaderlands met een knetterend essay over het begrip uitsterven. Het uitsterven van diersoorten gaat in een ongekend tempo en is een van de urgentste problemen van onze tijd. Toch is er weinig filosofische reflectie over. René ten Bos probeert deze omissie recht te zetten. Hij laat zien dat extinctie een subtiel ecologisch begrip is dat, net als alle andere begrippen in de ecologie, geen heldere contouren heeft. Extinctie gaat niet zozeer om het verdwijnen van het laatste exemplaar van een bepaalde soort, maar beschrijft veeleer een proces van uitdoven. Niet alleen het voortbestaan van planten en dieren staat op het spel, maar ook dat van onszelf. Het uitsterven van de mens heeft filosofen van alle tijden beziggehouden, maar volgens Ten Bos kunnen wij ons eigen uitdoven niet los zien van dat van andere soorten. 'Extinctie' is bedoeld voor mensen die niet willen wegkijken van onheil en catastrofe, voor mensen die openstaan voor een nieuwe manier van denken over ecologie. Het sluit naadloos aan bij de discussie over het antropoceen, waar Ten Bos zich nadrukkelijk in heeft gemengd. Dit boek gaat verder waar het alom geprezen 'Dwalen in het antropoceen' ophield.


Tekst op website uitgever
René ten Bos neemt afscheid als Denker des Vaderlands met een knetterend essay over het begrip ‘uitsterven’. Het uitsterven van diersoorten gaat in een ongekend tempo en is een van de urgentste problemen van onze tijd. Toch is er weinig filosofische reflectie over. In Extinctie probeert René ten Bos deze omissie recht te zetten: hij laat zien dat ‘extinctie’ een subtiel ecologisch begrip is dat, net als alle andere begrippen in de ecologie, geen heldere contouren heeft. Extinctie gaat niet zozeer om het verdwijnen van het laatste exemplaar van een bepaalde soort, maar beschrijft veeleer een proces van ‘uitdoven’. Niet alleen het voortbestaan van planten en dieren staat op het spel, maar ook dat van onszelf. Het uitsterven van de mens heeft filosofen van alle tijden beziggehouden, maar volgens Ten Bos kunnen wij ons eigen uitdoven niet los zien van dat van andere soorten. Extinctie is bedoeld voor mensen die niet willen wegkijken van onheil en catastrofe; voor mensen die openstaan voor een nieuwe manier van denken over ecologie. Extinctie sluit naadloos aan bij de discussie over het Antropoceen, waar Ten Bos zich nadrukkelijk in heeft gemengd. Het boek gaat verder waar het alom geprezen Dwalen in het Antropoceen ophield

Fragment uit 8. Pessimus
Teratologische demonen
Ik vertel de morbide geschiedenis van Chamfort omdat die in geuren en kleuren wordt naverteld door de New Yorkse filosoof Eugene Thacker. Hij is een van de grootste pessimisten onder de hedendaagse filosofen, die als geen ander over het ondenkbare van de menselijke extinctie heeft proberen na te denken. Chamfort wordt door Thacker omschreven als een van de 'beschermheiligen van het pessimisme', naast andere meer of minder bekende denkers zoals Pascal, Mainländer, Cioran, Joubert, Kierkegaard, Schopenhauer, Nietzsche en tal van anderen. Thacker definieert die beschermheiligen als mensen die 'waken over ons lijden', al voegt hij er meteen  aan toe dat ze te 'laconiek' of te 'nors' zijn om zich op een goede manier van die taak te kwijten.
  Anders dan bij Benatar kom je bij Thacker nooit het idee tegen dat pessimisme een consistente filosofische positie is. Er is geen pessimist die niet af en toe 'korte momenten van enthousiasme' kent. De bekendste van allemaal, Arthur Schopenhauer, hield van fluitspelen. Steeds weer maakt Thacker duidelijk dat het pessimisme filosofisch niet houdbaar is, dat het meer een aarzelend zweven is waar mensen normaal gesproken geen behoefte aan hebben, omdat ze geen tijd hebben voor lieden met een pesthumeur en een beroerde attitude.
  Pessimisme maakt zich in de ogen van verstandige mensen schuldig aan de onvergeeflijkste misdaad in het westerse denken: het beweert dat dingen misschien niet allemaal een goede reden hebben, dat de wereld geen helder doel heeft, dat het elk moment alle kanten op kan. Het erge is dat het dit allemaal ook nog eens beweert zonder de geringste pretentie van zekerheid. Deze hardnekkige onwil om zekerheidsgaranties te geven is het irritantste aan pessimisme. Het werpt steeds schaduwen op alom geprezen ideeën en doet dat niet eens vanuit een ferm standpunt. (pagina 167-168)

Lees ook: Water : een geofilosofische geschiedenis (uit 2014) Dwalen in het Antropoceen (2017) en Het volk in de grot (2018)

Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen