woensdag 21 juni 2017

Naomi Klein 2


Nee is niet genoeg : tegen Trumps shocktherapie, voor de wereld die we nodig hebben

De Geus 2017, 334 pagina's - € 19,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Oorspronkelijke titel: No is not enough : resisting Trump's shock politics and winning the world we need (2017)

Wikipedia: Naomi Klein (1970) en haar website 

Korte beschrijving
Dit boek was dé hit van de zomer van 2017 en verscheen op een moment dat de nieuwe Amerikaanse president flink onder vuur lag. De Canadese journaliste/activiste schreef een messcherp boek (manifest/pamflet) tegen de 'wereld' van miljardair Donald Trump. Zijn neo-liberalisme/kapitalisme, conservatisme en anti-globalisme, waarin grote bedrijven alle ruimte krijgen, ten koste van milieubescherming, persvrijheid, de eigen overheid en (zelfs) de democratie. Klein geeft echter niet alleen kritiek, ze probeert ook een toekomstvisie te formuleren en heeft daarnaast hoop op de volgende generatie met een progressieve, internationale visie. Uiteindelijk kunnen, volgens haar, menselijke waarden overwinnen als een 'brede volksbeweging' het voortouw neemt en het trumpisme wordt verslagen. Een boek met een belangwekkende boodschap!

Fragment uit hoofdstuk vijf - De oppergraaier
Verdeel en heers
In feite heeft maar weinig zo veel betekend voor de opbouw van onze huidige industriële dystopie als het aanhoudende en systematische ophitsen van blanke arbeiders tegen zwarten, burgers tegen migranten, en mannen tegen vrouwen. Blank racisme, vrouwenhaat, homofobie en transfobie waren de krachtigste wapens van de elite tegen echte democratie. Een verdeel-en-heersstrategie, in combinatie met steeds fantasierijker regelgeving die het stemmen voor veel minderheden bemoeilijkt, is de enige manier om politieke en economische plannen uit te voeren die zo'n smal bevolkingsdeel begunstigen.
  De geschiedenis leert ons ook dat blanke racistische en fascistische bewegingen - hoewel ze altijd op de achtergrond sudderen - een grotere kans hebben om op te laaien in tijden van aanhoudende economische crisis en nationale neergang. Dat is de les van de Weimar-republiek die, in economisch opzicht zwaar gehavend, rijp werd voor het nazisme. Die waarschuwing had nog vele eeuwen moeten naklinken.
  Na de Holocaust kwam de wereld bijeen om omstandigheden te creëren die zouden verhinderen dat deze genocidale logica ooit weer voet aan de grond zou krijgen. Samen met significante druk van onderaf was de reden voor de goede sociale voorzieningen in heel Europa. De westerse landen omhelsden het principe dat de markteconomie voldoende basale waardigheid moest bieden om te voorkom en dat gedesillusioneerde burgers op zoek gaan naar zondebokken of extreme ideologieën.
  Maar dat is allemaal losgelaten, en wij tolereren dat omstandigheden die akelig veel lijken op die van de jaren dertig nu worden herschapen. Sinds de financiële crisis van 2008 hebben het Internationaal Monetair Fonds, de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank (samen de 'trojka' genoemd) het ene na het andere land gedwongen om shocktherapie-achtige hervormingen te accepteren in ruil voor broodnodige financiële hulp. Tegen landen als Griekenland, Italië, Portugal en zelfs Frankrijk zeiden ze: 'We schieten jullie wel te hulp, maar alleen als jullie je abject laten vernederen. Alleen in ruil voor het opgeven van controle over je economische zaken, alleen als je alle grote beslissingen aan ons delegeert, alleen als je grote delen van je economie privatiseert, ook delen van je economie die worden beschouwd als een centraal onderdeel van je identiteit, zoals je rijkdom aan mineralen. Alleen als je bezuinigingen accepteert op salarissen, pensioenen en gezondheidszorg.'Dat is wel heel wrang, omdat het Internationaal Monetair Fonds na de Tweede Wereldoorlog is opgericht met de nadrukkelijke opdracht om het soort economische bestraffing te voorkomen dat na de Eerste Wereldoorlog in Duitsland zo veel rancune heeft gewekt. En toch was deze wrok een actief bestanddeel van het proces dat bijdroeg aan de omstandigheden waaronder neofascistische partijen voet aan de grond kregen in Griekenland, België, Frankrijk, Hongarije, Slowakije en zo veel andere landen. Ons huidige financiële systeem verspreidt economische vernedering over de hele wereld - en heeft precies de effecten waarvoor de econoom en diplomaat John Maynard Keynes een eeuw geleden waarschuwde, toen hij schreef dat als de wereld Duitsland keiharde economische sancties oplegt, 'wraak, zo waag ik te voorspellen, niet zal talmen'.
  Ik snap de aandrang om de verkiezing van Trump tot een of twee oorzaken te reduceren. Om te zeggen dat het allemaal niet meer is dan een uiting van de verderfelijkste krachten in de Verenigde Staten, die nooit zijn weggegaan en naar de voorgrond zijn geraast toen er een demagoog opstond die het masker van zijn gezicht trok. Om te zeggen dat het allemaal draait om racisme, om blinde woede over het verlies van blanke voorrechten. Of om te zeggen dat het allemaal komt door de vrouwenhaat, aangezien het feit dat Hillary door een zo laaghartige en onwetende figuur als Trump kon worden verslagen een wond is die bij heel veel vrouwen maar moeilijk heelt. Het reduceren van de huidige crisis tot een of twee factoren met uitsluiting van al het andere brengt ons echter niet tot beter inzicht in methoden om deze krachten nu of in de volgende ronde te verslaan. Als we niet ene klein beetje nieuwsgieriger worden naar de vraag hoe het kwam dat al deze elementen - ras, gender, klasse, economie, geschiedenis, cultuur - samen tot de huidige crisis hebben geleid, blijven we in het gunstigste geval steken waar we zaten voordat Trump won. En daar was het al niet pluis.
  Vóór Trump bestond er immers al ene cultuur die zowel mensen als de aarde als oud vuil behandelt. Een systeem dat een hele werkzaam leven uit arbeiders zuigt en ze dan zonder enige bescherming afdankt. Dat miljoenen mensen die kansloos zijn op de arbeidsmarkt behandelt als afval dat in de gevangenis moet worden gegooid. Dat de overheid gebruikt als een bron die mag worden uitgemolken voor particuliere rijkdom, en wrakken in zijn spoor achterlaat. Dat het land, het water en de lucht die alle leven mogelijk maken als weinig minder dan een bodemloos riool behandelt. (pagina 112-114)

Fragment uit chapter five - The Grabber-in-Chief
Divide and conquer
In truth, nothing has done more to help build our present corporate dystopia than the persistent and systematic pitting of working-class whites against Blacks, citizens against migrants, and men against women. White supremacy, misogyny, homophobia, and transphobia have been the elite's most potent defenses against genuine democracy. A divide-and-terrorize strategy, alongside ever more creative regulations that make it harder for many minorities to vote, is the only way to carry out a political and economic agenda that benefits such a narrow portion of the population.
  We als know from history that white supremacist and fascist movements - though they may always burn in the background - are far more likely to turn into wildfires during periods of sustained economic hardship and national decline. That is te lesson of Weimar Germany, which - ravaged by war and humiliated by punishing economic sanctions - became ripe for Nazism. That warning was supposed to have echoed through the ages.

  After the Holocaust, the world came together to try to create conditions that would prevent genocidal logic from ever again taking hold. It was this, combined with significant pressure from below, that formed the rationale for generous social programs throughout Europe. Western powers embraced the principle that market economies neede to guarantee enough basic dignity that disillusioned citizens would not go looking for scapegoats or extreme ideologies.
  But all that has been discarded, and we are allowing conditions eerily similar to those in the 1930s to be re-created today. Since the 2008 financial crisis, the International Monetary Fund (IMF), the European Commission, and the European Central Bank (known as the "troika") have forced country after country to accept "shock-therapy"-style reforms in exchange for desperately needed bailout funds. To countries such as Greece, Italy, Portugal, and even France, they said: "Sure, we'll bail you out, but only in exchange for your abject humiliation. Only in exchange for you giving up control over your economic affairs, only if you delegate all key decisions to us, only if you privatize large parts of your economy, including parts of your economy that are seen as central to your identity, like your mineral wealth. Only if you accept cuts to salaries and pensions and health care." There is a bitter irony here, because the IMF was created after World War II with the express mandate of preventing the kinds of economic punishment that fueled so much resentment in Germany after World War I. And yet it was an active part of the process that helped create the conditions for neo-fascist parties to gain ground in Greece, Belgium, France, Hungary, Slovakia, and so many other countries. Our current financial system is spreading economic humiliation all over the world - and it's having the precise effects that the economist and diplomat John Maynard Keynes warned of a century ago, when he wrote that if the world imposed punishing economic sanctions on Germany, "vengeance, I dare predict, will not limp."
  I understand the urge to boil Trump's election down to just one or two causes. To say it is all simply an expression of the ugliest forces in the United States, which never went away and roared to the foreground when a demagogue emerged who tore off the mask. To say it's all about race, a blind rage at the loss of white privilige. Or to say that it's all, attributable to women-hatred, since the very fact that Hillary Clinton could have been defeated by so vile and ignorant as Trump is a wound that, for a great many women, refuses to heal.
  But the reduction of the current crisis to just one or two factors at the exclusion of all else won't get us any closer to understanding how to defeat these forces now or the next time out. If we cannot become just a little bit curious about how all these elements - race, gender, class, economics, history, culture - have intersected with one another to produce the current crisis, we will, at best, be stuck where we were before Trump won. And that was not a safe place.
  Because already, before Trump, we had a culture that treats both people and planet like so much garbage. A system that extracts lifetimes of labor from workers and then discards them without protection. That treats millions of people, excluded from economics opportunity, as refuse to be thrown away inside prisons. That treats government as a resource to be mined for private wealth, leaving wreckage behind. That treats the land, water, and air that sustain all of life as little more than a bottomless sewer. (pagina 96-99)

Fragment uit Chapter seven - Learn to love economic populism
Bernie Sanders is the only candidate for US president I have ever openly backed. I've never felt entirely comfortable with candidate endorsements. I made an exception in 2016 because, for the first time in my voting life, there was a candidate inside the Democratic Party primaries who was speaking directly to the triple crises of neoliberalism, economic inequality, and climate change. The fact that his campaign caught fire in that context, where he could not be smeared as a spoileror vote-splitter (though many tried anyway), is what made his campaign different. Bernie was not a protest candidate; once he pulled off on an early upset by winning New Hampshire, the game was on. It was suddenly clear that, contrary to all received wisdom (including my own), Sanders had a shot at beating Hillary Clinton and becoming the presidential candidate for the Democratic Party. In the end, he carried more than twenty states, with 13 million votes. For a self-described democratic socialist, that represents a seismic shift in the political map.
  Many national polls showed that Sanders had a better chance of beating Trump than Clinton did (though that might have changed had he wonthe primary and faced a full right-wing onslaught). Bernie was incredibly well suited to this moment of popular outrage and rejection of establishment politcis. He was able to speak directly  tot he indignation over legalized political corruption, but from a progressive perspective - with genuine warmth and without personal malice. That's rare. He championed policies that would have reined in the banks and made education affordable again. He railed against the injustice that the banker shad never been held accountable. And, after a lifetime in politics, he was untainted by political scandals. That's even more rare. Precisely because Bernie is about as far as you can get from the polished world of celebrity reality TV, it would have been hard to find a better foil for Trump and the excess of Mar-a-Lago set.
  During the campaign, one of the early images that went viral was of Sanders on a plane, white hair disheveled, crammed into an economy-class middle seat. Running that kind of candidate against a man in a private jet with big gold letters on the side would have been the campaign of the century. And it's clear that people are still drawn to the contrast: two months into Trump's term, a Fox News poll found that Sanders had the highest net favorability rating of any politician in the country.
  The reason it's worth going over these facts is that when a candidate like that presents him or herself, and when that candidate proves that, with the right backing and support, they could conceivably win, it's worth understanding what stood in the way - so that the mistakes aren't repeated. Because in 2016 , there was - almost - a transformative option on the ballot, and there could actually be one next time. (pagina 121-122)

Interview op Baffler: No Is Not Enough: Naomi Klein on Looking Beyond Trump (12 juni 2017)

Youtube - Naomi Klein: How to Resist Trump's Shock Doctrine (8:54)



Lees ook: No time : verander nu, voor het klimaat alles verandert van Naomi Klein (uit 2014)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 31 mei 2017

Peter Mertens

Graailand : het leven boven onze stand

EPO 2016, 403 pagina's -  € 20,--

Wikipedia: Peter Mertens (1969)

Korte beschrijving
Dit is het derde boek van de in België zeer populaire auteur, socioloog en politicus Peter Mertens. Vanaf de eerste pagina's haalt Mertens de kern van het wereldbeeld van de neo-liberalen keihard onderuit. We leven niét in een meritocratie, wel in een samenleving waarbij de gemeenschappelijke middelen volkomen ongelijk verdeeld worden. Al is het soms wat demagogisch en eenzijdig, het boek legt wél goed en in klare taal uit wat er misgaat in een hele reeks beleidsdomeinen, van armoede tot zonnepanelen. Mertens slaagt erin concrete cijfers en persoonlijke verhalen te verweven in een boeiend en samenhangend maatschappelijk betoog. Hij heeft met succes het oude communistische ideaal in een nieuw modieus jasje gestoken. Uitvoering: illustraties ontbreken, traditionele typografie/lay-out. Met eindnoten; geen register. Uitstekend, vlot geschreven, voor dit genre zeer leesbaar boek. In Nederland vermoedelijk minder populair dan in België, maar toch goed voor een redelijke lezerskring.

Tekst op website uitgever
De elite graait, grabbelt en grijpt als nooit tevoren. Ongestraft verstoppen miljonairs en multinationals miljarden euro’s in postbusbedrijven en belastingparadijzen. Overbetaalde politici walsen ongestoord de draaideur door tussen politiek en grootbedrijf. Wat crisis?

Crisis is voor sissies, zegt de kaste, en ze verhogen opnieuw de taksen en bevriezen de lonen. We leven toch boven onze stand? Ondertussen vloeit het verse geld naar nieuwe speculatieve zeepbellen, tot de bubbels barsten. Hoe meer ellende de graaiers zaaien, hoe meer opstand ze oogsten tegen de elites.

Mertens gooit geen steen in de kikkerpoel, maar meteen een hele muur. Graailand biedt een alternatief op de profeten van de angst, zoals Trump, Le Pen en Wilders. Graailand toont de sprankeling van het sociaal verzet, stelt de New Kids in Town voor, en offreert een politiek van hoop.

Graailand is een boek dat brandt in de handen. Neem het vast, en geef het vuur door.

Fragment uit En wat als alle motoren uitvallen?
De Britse collega's van het blad The Economist trokken eerder al aan de alarmbel: "Sedert 2008 hebben de Amerikaanse bedrijven zich gelanceerd in een van de omvangrijkste fusie-ronden in 's lands geschiedenis, ter waarde van tien biljoen dollar." De krant stelt vast dat de voordelen van al die fusies en overnames niet ten goede komen aan de klanten van het grootbedrijf. Het geld wordt opgepot, en de winsten gaan door het dak. The Economist schrijft: "In de meeste rijke landen zijn de winsten de laatste tien jaar gestegen, maar toch het meest die van de Amerikaanse bedrijven. Koppel dat aan de groeiende concentratie van het eigenaarschap ervan en het wordt duidelijk dat de vruchten van de economiosche groei zijn opgepot. Het is een van de redenen waarom twee derde van de Amerikanen, ook van de Republikeinen, is beginnen geloven dat de economie de belangen van de machtigen op een oneerlijke manier voortrekt.

Overnames en fusies, maar gene investeringen die werkgelegenheid creëren. Logisch dat de zakenbankiers en de tussenpersonen hun slag slaan. De drie zakenbanken die de wereld in 2008 mee in een uitzichtloze crisis stortten, profiteren vandaag het meest. "Het lijkt erop dat 2015 het lucratiefst zal zijn voor Goldman Sachs. Concurrenten JP Morgan en Morgan Stanley volgen op respectabele afstand", schrijft De Tijd.
  Hoe pervers moet het eigenlijk nog worden? Ondanks massa's geld die in de economie worden gepompt, ondanks superlage interestvoeten investeert het grootbedrijf niet. Winsten worden wel geboekt. Veel winsten zelfs. Heel veel. Waar gaan die fenomenale winsten dan wel naartoe? Het geld vloeit naar beleggingen, derivaatproducten, speculatiefondsen. Net als voor 2008. In volle crisis, bij een overschot aan beschikbaar geld, wordt het kapitaal op de beurs overgewaardeerd. De wereld op zijn kop ... tot de volgende krach.

Het is uiterst zeldzaam dat alle motoren van ene vliegtuig uitvallen. De meeste meermotorige toestellen kunnen zelfs in de lucht blijven met één enkele werkende motor. Zolang één motor werkt, kan je proberen de andere motoren weer te laten aanslaan, en wel door de druk van de lucht in een duikvlucht. Maar als alle motoren uitvallen is geen besturing meer mogelijk, dan is het gedaan.
 In de Europese Unie zijn alle motoren stilaan uitgevallen. Niemand investeert nog: de gezinnen niet, de overheden niet, de bedrijven niet. ()

  Het is zonneklaar: als we de motoren opnieuw willen doen aanslaan, zullen we een heel andere politiek moeten voeren, in plaats van te rommelen in de marge. Dan zal het erop aankomen al dat slapend kapitaal wakker te schudden en te durven raken aan de almacht van het private grootbedrijf. (pagina 308-310)


Terug naar Overzicht alle titels

Henk van der Waal 2


Mystiek voor goddelozen

Querido 2017, 431 pagina's - € 19,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Website van Henk van der Waal (1960)

Korte beschrijving
Volgens de meermaals bekroonde dichter en filosoof Henk van der Waal is de hedendaagse mens als 'laatkomer' per definitie het sluitstuk van de geschiedenis van de kosmos vóór hem. De mens is als sluitstuk ook een nieuw begin. En dat nieuwe begin kan een nieuw élan krijgen wanneer de mens weer een 'aanhaker' wordt, een wezen dat zich op grond van een late komst voegt naar het omvattende dat hem draagt. Een existentieel-mystiek besef dus van hoe het wezen van de mens samenhangt met al wat bestaat en bestaan heeft en van hoe kosmos en mens allerlei 'tijdvertragende' technieken en technologieën hebben uitgevonden om het bestaan te rekken. Opgebouwd als een dialoog tussen de 'welwillende' en de 'raadselachtige' neemt de auteur de mens mee op een diepgravende zoektocht naar een modern, aansprekend seculier-mystiek inzicht in de werkelijkheid die ons draagt, omvat en verbindt. Filosofie van zeer hoog literair niveau. Wel voor doorzetters want erg moeilijk, mede door Van der Waals eigenzinnige jargon (met verklarende woordenlijst). Inspirerend en erg knap gecomponeerd. Een aanrader voor mensen die geïnteresseerd zijn in moderne filosofie en seculiere spiritualiteit en mystiek.

Een lang citaat uit een recensie
Laat ik het maar meteen bekennen: ik weet niet goed wat ik met dit boek aan moet. Het is een van die zeldzame boeken waarin getracht wordt het hele universum in zijn samenhang te begrijpen, maar wel met de nadruk op het aardse en menselijke leven. Van der Waal biedt zijn lezers een alomvattende theorie van de geschiedenis van de mensheid, en een perspectief op haar mogelijke toekomst.
  Een dergelijke universele aanpak doet nog het meest denken aan de filosoog Georg Hegel, die ruim twee eeuwen geleden soortgelijke boeken schreef. Met veel bravoure onderneemt Van der Waal iets wat filosofen lange tijd niet meer hebben aangedurfd. Zijn denken, waarin het thema 'tijd' centraal staat, is overigens meer dan door Hegel beïnvloed door Heidegger, de Franse denkers die op diens denken hebben voortgeborduurd en, zeker in het laatste deel, door hedendaagse tijdfilosofen als Joke Hermsen.
  Maar daar blijft het niet bij: de voetnoten en de literatuurlijst getuigen van een schier universele belezenheid, die zich ook uitstrekt tot de nieuwste ontwikkelingen in de wetenschappen. Deze voetnoten zijn heel nuttig, maar hebben ook iets merkwaardigs, omdat het boek is geschreven in de literaire dialoogvorm. Het is een tweespraak tussen gesprekspartners van onbestemd geslacht, de 'raadselachtige' en de 'welwillende' genoemd, die niet zozeer opponenten zijn, maar elkaar veeleer als geestverwanten aanvullen en stimuleren in de ontvouwing van hun filosofie.
  In het laatste deel schetsen zij het perspectief van een mystiek, kosmisch, 'posthumaan' bewustzijn, waarin het geloof in een scheppende, almachtige God een gepasseerd station is, evenals het nationalisme of andere ideologieën. Een bewustzijn van individuele openheid en vrijheid, dat pas mogelijk wordt na alle stadia die de mensheid tot nu toe heeft doorlopen, inclusief dat van de technologie van de moderne communicatiemedia.
  Is dit het eindstadium van de geschiedenis? Dat is nog de vraag, want het is 'niet waarschijnlijk dat de hele evolutie en de hele geschiedenis een van tevoren gegeven doel in zich dragen'. Zo hegeliaans is Van der Waal ook weer niet.

Fragment uit (de) Proloog
Wel, we zijn met z'n tweeën, en afwisselend is de welwillende aan het woord en de raadselachtige.

Hoe die welwillende en raadselachtige elkaar hebben ontmoet, is niet bekend. Wel is duidelijk dat ze nog maar kort in elkaars nabijheid verkeren en willen weten wie de ander is. Er wordt daarom een naam gefluisterd, want een naam is nu eenmaal het begin van alles. Van onze gang door de wereld en van onze gang door ons leven. En vroeg of laat ook van onze gang naar de spiegel om onszelf eens recht in het gezicht te kijken en te vragen: wat doe ik hier?

Wees gerust: de raadselachtige en de welwillende schieten niet direct in een kramp als die vraag hun voor de voeten wordt geworpen Integendeel. Ze worden er vrolijk van en geven er zelfs hoopvolle antwoorden op. Het gaat te ver om te zeggen dat ze een bestemming voor je in petto hebben of dat ze je over de zin van het leven zullen informeren. Niettemin zullen ze je er wel op wijzen dat je heel veel verleden in je verzameld houdt en dat je daar best zuinig op mag zijn. Ook zullen ze je voorzichtig en schoorvoetend rijp proberen te maken voor het inzicht dat je een tijdbloem bent. En wat doet een tijdbloem? Inderdaad, een tijdbloem bloeit tijd.

Je zult je wel afvragen wat je met zo'n antwoord kunt. Heel veel en heel weinig, zoals met alle grote antwoorden. Maar wat belangrijker is: dit antwoord houdt ook een plaatsbepaling in. Dat is heel letterlijk bedoeld. Een bloem moet immers ergens zijn om te kunnen bloeien. Zo is het ook met jou. Jij moet ook ergens zijn, compleet met een naam en een identiteit, om te kunnen bloeien en om je diepste en mooiste ervaring in de wereld te kunnen ontvouwen. Je naam en je identiteit zijn met andere woorden een voorwaarde voor het laten bloeien van die diepste en mooiste ervaring, die volgens de raadselachtige en welwillende in de grond ook nog eens mystiek van aard is. (pagina 8)

Lees ook van Henk van der Waal: Denken op de plaats rust (2012)

En van Joke Hermsen: Stil de tijd : pleidooi voor een langzame toekomst (2009) & Kairos : een nieuwe bevlogenheid (2014).

Lees ook: Homo Deus : een kleine geschiedenis van de toekomst van Yuval Noah Harari (uit 2016/2017).

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 30 mei 2017

Carlo M. Cipolla


De wetten van menselijke stupiditeit

Amsterdam University Press 2016, 85 pagina's - € 9,95 

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Oorspronkelijke titel: The basic laws of human stupidity (2011)

Wikipedia: Carlo M. Cipolla (1922-2000)

Korte beschrijving
In 1976 publiceerde Carlo Cipolla, hoogleraar economische geschiedenis in Berkeley, een kort essay over menselijke domheid. Dat essay, destijds bedoeld voor vrienden en kennissen, bleef lang onopgemerkt. Inmiddels is het in vele talen vertaald en nu eindelijk ook in het Nederlands. De schrijver verdeelt de mensheid in vier soorten: de dommen en de slimmen, de schurken en de zwakken. En met een groot gevoel voor humor en minstens zoveel pijn in het hart constateert hij dat er veel meer domme mensen zijn dan wij doorgaans willen weten en dat ze machtiger zijn en meer schade aanrichten dan goed voor ons is. Het boekje eindigt met een aantal grafieken waarin en waarmee de lezer zichzelf kan plaatsen. Pocketuitgave; normale druk.

Fragment uit hoofdstuk VI - Stupiditeit en macht
Net zoals met alle andere mensen het geval is, verschillen ook domme mensen enorm van elkaar wat betreft hun vermogen om andere mensen te benadelen. Sommige dommeriken brengen hun omgeving slechts in beperkte mate verliezen toe, terwijl anderen juist in staat zijn enorme grote schade aan te richten. Niet alleen onder een paar mensen in hun directe omgeving, nee hele gemeenschappen en zelfs samenlevingen kunnen het slachtoffer zijn van hun nefaste handelingen. Het vermogen om anderen schade te berokkenen wordt bepaald door twee belangrijke factoren. In de allereerste plaats bestaat er een verband met erfelijke aanleg. Sommige mensen komen nu eenmaal ter wereld met een uitzonderlijk hoge dosis van het stupiditeitsgen, en we kunnen stellen dat deze categorie krachtens hun geboorte behoort tot de elite van de domme mensen. De tweede factor die van invloed is op het vermogen van de domme mens om schade aan te richten hangt samen met de machtspositie die hij of zij in de maatschappij inneemt. Het is niet zo moeilijk om uit de categorieën ambtenaren, generaals, politici en staatshoofden díe domme exemplaren eruit te pikken wier vermogen om schade aan te richten in verontrustend grote mate nog eens werd (of wordt) versterkt door de machtspositie die zij innamen (of innemen). In dit verband mogen ook godsdienstige leiders niet over het hoofd worden gezien. (pagina 53-54)

Recensie: Menselijke stupiditeit gesignaleerd - Geestig boek over de vijf wetten van de domheid (juni 2016)

Artikel: Zou het? “Iedereen onderschat altijd en onvermijdelijk het aantal domme individuen dat in omloop is.” (mei 2017)

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 23 mei 2017

Peter Singer


Effectief altruïsme : 1. Ontdek hoe je het meeste goed kunt doen in de wereld. 2. Doe het!

Lemniscaat 2017, 224 pagina's - € 19,95

Oorspronkelijke titel: The Most Good You Can Do: How Effective Altruism Is Changing Ideas About Living Ethically (2015)

Wikipedia: Peter Singer (1946) en zijn website 

Korte beschrijving
Effectief altruïsme is kort gezegd het door middel van geld, werk, keuzes en tijd zoveel mogelijk goeds in de wereld tot stand brengen. Logisch redeneren en eenvoudig leven moeten dit mogelijk maken. Peter Singer, de Australische utilitaristisch filosoof en docent aan onder meer Princeton University, is een van de vaders van deze beweging in opkomst. Hij verwoordde het ethisch ideaal voor het eerst in 'Famine, Affluence and Morality' (1972). Deze thematiek komt in dit boek terug. Aan de hand van voorbeelden en onderzoeken wordt duidelijk gemaakt hoe iedereen effectief altruïst kan worden. Niet altijd even genuanceerd in zijn opvattingen, bijvoorbeeld over kunst en soms te rationeel, bijvoorbeeld wanneer hij stelt dat het beter is grote bedragen aan een of twee organisaties te schenken die hebben bewezen de wereld te verbeteren en daarmee het gevoelsmatige 'penningske van de weduwe' veronachtzaamt. Dit boek wordt ondersteund door de website www.effectiefaltruisme.nl. Met enkele grafieken, eindnoten met literatuurverwijzingen en een register. Hoewel hier en daar controversieel te noemen een belangrijk en wellicht invloedrijk boek.

Tekst op website uitgever
'Stel,' zegt Peter Singer, 'je loopt door het park en je ziet een kind verdrinken. Er is niemand anders in de buurt. Zou je in de vijver springen om dat kind te redden?' 'Ja natuurlijk,' zullen de meeste mensen antwoorden. 'Maar waarom accepteer je dan,' gaat Singer verder, 'dat er in ontwikkelingslanden dagelijks kinderen overlijden zonder dat je ingrijpt, terwijl hun dood met jouw hulp voorkomen had kunnen worden?'

Deze casus is typerend voor het denken van Peter Singer. Als je eenmaal hebt erkend dat mensen die honger lijden en doodgaan aan bestrijdbare ziektes geholpen dienen te worden, net als het verdrinkende kind in de vijver, dan is de volgende vraag: hoe dan? Er zijn onderzoeken die laten zien dat het ene goede doel meer dan honderd keer effectiever is dan het andere. Als je aan mensen vraagt of ze honderd keer zoveel willen doneren, dan zullen ze nee zeggen. Maar als je ze vraagt of ze met hetzelfde bedrag honderd keer zoveel effect willen genereren, dan willen ze daar best over nadenken.

Fragment uit Voorwoord
Er is een opwindende nieuwe beweging in opkomst: effectief altruïsme. Daaromheen vormen zich organisaties van mensen die zich erin willen verdiepen, en op de sociale media en op websites wordt er levendig over gediscussieerd, evenals in The New York Times en in de Washington Post.
  Effectief altruïsme is op een heel eenvoudige gedachte gebaseerd: we moeten zoveel mogelijk goeds tot stand brengen. Je aan de gebruikelijke regels houden over niet stelen, niet bedriegen, anderen geen pijn doen is niet genoeg, in ieder geval niet voor degenen onder ons die het grote geluk hebben in materieel comfort te leven, die zichzelf en hun gezin kunnen voeden, huisvesten en kleden en die toch nog geld en tijd overhouden. Een minimaal ethisch leven leiden betekent dat we een aanzienlijk deel van de middelen die we overhouden gebruiken om van de wereld een betere plek te maken. Een volledig ethisch leven leiden betekent dat we zoveel mogelijk goeds tot stand brengen. (pagina 7)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 17 mei 2017

Kris Pint

De wilde tuin van de verbeelding : zelfzorg als vrolijke wetenschap

Boom 2017, 132 pagina's - € 14,90

Universiteit van Hasselt: Kris Pint (1981)

Korte beschrijving
Cultuurhistorische verhandeling over een uitweg uit de stresserende ratrace van de homo economicus. Een alternatieve levenswijze, zelfzorg als vrolijke wetenschap, wordt ontworpen via 'de wilde tuin van de verbeelding', met als hoofdmetafoor het scheppen van je 'innerlijke tuin'. Na 'nee' durven zeggen tegen de overtrokken eisen van de maatschappij en het opeisen van een eigen plek maak je deze tot een potentiële ruimte (hortus conclusus), waarin je mentaal verbinding maakt met inspirerende zaken in kunst en leven. In deze innerlijke wilde tuin zoek je via 'intieme fantasma’s' naar díe verbeeldingspraktijken die helpen bij dat transformatieproces, via de elementen 'personages', 'details' en 'het ontijdige'. De Belgische auteur (1981, Halle), dichter en docent cultuurwetenschappen, citeert vrijdenkers als Freud, Jung, Nietzsche, Barthes, Foucault en schrijvers als Proust en Gombrowicz om zijn zaak te bepleiten. Geschikt voor de liefhebbers van 'Stil de tijd' van Joke Hermsen en het soortgelijke 'Landschap en herinnering' van Simon Schama..

Tekst op website uitgever
Dé gids om op een andere manier naar jezelf te kijken - weg van de neoliberale stereotypen - en zo een goed en voor jou waarachtig leven te leiden.

‘De geheime tuin bevindt zich binnen de ruimte van onze hedendaagse maatschappij met zijn schrale monoculturen van steeds maar weer dezelfde gewassen. Het gaat erom hier bepaalde cultuurpraktijken als tegengif tegen de dominante cultuur te ontdekken en te cultiveren. Het is een praktijk die te vergelijken is met guerrilla gardening, waarbij mensen in publieke ruimtes stiekem bepaalde bloemen of struiken planten, om zo de lelijkheid en de monotonie te bestrijden die vele plekken zo deprimerend maken.’

De moderne mens is continu bezig zichzelf te verbeteren en nog beter in de markt te zetten. In De wilde tuin van de verbeelding laat Kris Pint zien hoe wij aan deze instrumentalisering van onszelf kunnen ontsnappen. In het werk van kunstenaars en denkers vindt hij elementen van een levenskunst voor iedereen die zichzelf en anderen niet langer wil begrijpen in termen van concurrentie en consumptie.

Je moet jezelf niet beschouwen als een ondernemende tuinier die zich voortdurend wil bewijzen, maar als een wilde tuin, met allerlei nog onvermoede, waardevolle plaatsen. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor de verbeelding, als een vorm van verzet, een verkenning van andere mogelijke levenswijzen.

Citaat uit de rubriek Doorlezen of afhaken?
In Sigmund, de zaterdagbijlage van De Volkskrant, worden de laatste tijd min of meer Bekende Nederlanders aan het werk gezet. Ze krijgen wekelijks drie willekeurige boeken voorgeschoteld. En of ze de eerste tien pagina's van elk boek willen lezen. Om vervolgens te besluiten: doorlezen of afhaken? In mei 2017 las cabaretier, liedjesmaker en kunstenaar Jeroen van Merwijk (1955) het boek van Kris Pint. Hij begon zijn verhaal als volgt:
De ondertitel van dit boek is: Zelfzorg als vrolijke wetenschap. Waar de toon van het vorige boek me wat irriteerde, is het juist de toon van dit boek die me bevalt. Op een niet nadrukkelijke, zachte - ik zou bijna zeggen: Vlaamse - manier verzet dit boek zich tegen de alomtegenwoordige marktwerking en tegen het beeld van de mens als homo economicus. () Lezen, dat boek!

Fragment uit Zelfzorg als vrolijke wetenschap
Het is de stelling van dit boek dat we verbeelding kunnen gebruiken als een vorm van verzet tegen wat ons beklemt, als een manier om nieuwe bestaansmogelijkheden te verkennen door van ons zelf een wilde tuin te maken. Zoals we aan het begin van het boek reeds stelden, is dat 'zelf' geen authentieke kern die in het verborgene klaar ligt om ontdekt te worden. Het is een constructie, een fictie - maar dan wel een bijzonder waardevolle en zelfs noodzakelijke fictie, die ons helpt om 'nee' te zeggen tegen vele andere illusies die ons als vanzelfsprekend worden aangereikt. De zorg voor het zelf betekent dus een zorg voor de verbeelding, omdat het via de verbeelding is dat we ons andere levenswijzen kunnen voorstellen. De toetssteen voor die alternatieve verbeeldingspraktijken is steeds de mate waarin we ze als heilzaam ervaren. Laten ze ons toe de werkelijkheid intenser en genuanceerder te ervaren, bieden ze de nodige vorm- en zingeving om ons te helpen om te gaan met tegenslag en lijden, geven ze ons kracht om ons te verweren tegen wat ons zwak en ziek maakt? (pagina 119)

Youtube - Cultuurfilosoof Kris Pint over marktwerking (Brainwash, april 2017) (4:52)



Terug naar Overzicht alle titels

zaterdag 13 mei 2017

Nick Meynen


Frontlijnen : een reis langs de achterkant van de wereldeconomie

EPO 2017, 250 pagina's - € 22,50

MO: Nick Meynen (1980)

Korte beschrijving
De huidige economische orde, gekenmerkt door het neo-liberalisme, put de grondstoffen uit en verwoest de Aarde. De auteur illustreert dit door voorbeelden bij de winning van grondstoffen, de wijze van produceren en de (niet plaatsvindende) afvalverwerking. De oorzaak ligt in de groei van de bevolking, de wens tot stijging van de welvaart en de consumptie en daardoor de steeds grotere uitputting van de grondstoffen. Handelsverdragen en het optreden van regeringen en internationale instanties leiden niet tot voldoende maatregelen. De auteur houdt een pleidooi voor een andere economische orde en geeft voorbeelden voor een ander beleid. Het boek geeft een interessante alternatieve visie op de huidige economische orde, maar kan niet geheel overtuigen, omdat het voorzien in de basisbehoeften van een uitdijende wereldbevolking een groot vraagstuk is. De Belgische auteur is werkzaam bij de grootste Europese federatie van milieuorganisaties, maar zegt dat dit boek zijn persoonlijke mening weergeeft. Een aantal voorbeelden betreft Belgische bedrijven. Met eindnoten en een literatuurlijst.

Tekst op website uitgever
‘Dit boek verdient een breed en internationaal publiek.’ Dat schrijft Naomi Klein over Frontlijnen.
Het is geen toeval dat de wereldberoemde auteur van onder andere De shockdoctrine en No time zo onder de indruk is van dit verhaal. Zoals treinen je de achterkant van landschappen laten zien, zo troont Nick Meynen je mee langs de achterkant van onze mondiale economie. Hij maakt kennis met de afvalmaffia in Napels, aanschouwt de geschifte Griekse goudkoorts, ontdekt in Dubai dat er niet genoeg zand is en komt in Congo tot een verrassende vaststelling over de globale economie. Op elke plaats die hij aandoet, op elke frontlijn, komt naar boven: dit economisch systeem is onhoudbaar want het maakt mens, dier en planeet ziek. Toch is Meynen niet pessimistisch, zelfs niet in tijden van Trump. Hij toont hoe overal mensen in de maalstroom rechtop gaan staan en zich verzetten tegen het kwartaalkapitalisme. Non-fictie van de bovenste plank waarin de Grote Verhalen van deze tijd oplichten.

Enkele citaten uit een interview in De Morgen (12 mei 2017, door Thomas Decreus)
"Als je kijkt naar wat er momenteel kan gerecycleerd worden in onze economie, dan valt dat nogal tegen. Het komt neer op zeven procent van het totale gewicht van de materialen die in omloop zijn. De overige drieënnegentig procent wordt nog altijd afval. Ondanks het buzzword circulaire economie, zal er ook gewoon een economische krimp, een verlaging van het totale volume nodig zijn.  Maar dat hele idee past natuurlijk niet in het plaatje van “we zijn supergoed bezig”. En nog minder in het idee dat we alle schulden moeten terugbetalen door economisch te blijven groeien."

"Dat is een steeds weerkerende opmerking en ik heb er één antwoord op. De VN schat dat er tegen 2050 twintig procent meer mensen zullen zijn dan nu. Maar de VN schat ook dat we tegen 2050 ongeveer tweehonderd procent meer zullen consumeren dan nu. Dan vraag ik je: zeg me waar het grootste probleem zit? Het grootste probleem is niet de hoeveelheid mensen. Het is zelfs niet de hoeveelheid die we consumeren. Het is het economische systeem dat dit mogelijk maakt, aanmoedigt en voorstelt als een daad van goed burgerschap. Ik geloof sterk in wat Ghandi ooit zei: ‘Er is genoeg voor ieders noden, maar niet voor ieders hebzucht.’ Daar komt het eigenlijk op neer. Zelfs Adam Smith, de peetvader van het kapitalisme, heeft tweehonderdvijftig jaar geleden al gezegd dat kapitalisme een groeifase zou kennen maar dat die groei niet eeuwig kan blijven duren. Het probleem is dus vooral dat de economische expansie veel sneller gaat dan de bevolkingsexpansie. Trouwens, die bevolkingsexpansie zal zich sowieso stabiliseren na 2050."

Artikel: Nick Meynen: "We leven in een bubble die vroeg of laat zal barsten"

Fragment uit Mythe 4. Het bruto nationaal product moet groeien
'Een stijging van 20 procent in het sterftecijfer van Amerikanen boven de 65 zou een groei in het bnp (bruto nationaal product) per hoofd van de bevolking betekenen.
  De quote komt uit The Economist. Deze logica volgend is het goed voor de groei van het bnp dat de overheid alle 65-plussers de toegang tot ziekenhuizen ontzegt en hen een gratis cyanidepil geeft. Of met een drone uitschakelt. Het zou een win-winsituatie zijn: het bnp groeit door besparingen in de sociale zekerheid en de cyanide- en drone-industrie groeit. De quote komt uit een artikel over klimaatveranmdering. Eigenlijk zegt de auteur dat de opwarming van de aarde een vijfde van onze oudjes op het altaar van de god Groei zal leggen. Nergens stelt de auteur Groei in vraag.,
  Aanhangers van de meest geïnstitutionaliseerde, geglobaliseerde en gevaarlijkste religie ter wereld kijken niet op een generatiegenocide meer of minder. Ze bidden niet langer tot Allah of God, maar tot Groei. Alles wat niet tot de bnp-groei bijdraagt moet uitgefaseerd en liefst geëlimimineerd owrden. Waar het neoliberalisme nog een ideologie is met een viertal grote recepten en met concrete namen van implementerende instellingen (zoals de Wereldbank en het IMF) is de Groeireligie groter, vager en ongrijpbaarder. Het is vandaag dé God boven alle andere Goden, van Washington tot Peking.
  In historisch perspectief is Groei een nieuwkomer. Waar God en Allah al wijdverspreid waren, was de religie rond Groei in het begin van de industriële revolutie een randfenomeen. Twee eeuwen later leven we in de hegemonie van Groei. Groei van het bnp is voor de aanhangers geen middel voor een goed leven, het is Het Doel. En Het Doel heiligt de middelen, alle middelen. Vandaag kun je ook op zondag Groei (voordien God) eren door meer te consumeren (voorheen bidden) in een winkel (voorheen kerk). Consumeren is en vorm van goed burgerschap, een manier om je plaats in de geloofsgemenschap te behouden en te versterken. Een burgerplicht. (pagina 197-198)

Terug naar Overzicht alle titels