maandag 11 december 2017

Max Tegmark

Life 3.0 : mens zijn in het tijdperk van kunstmatige intelligentie
Maven 2017, 496 pagina's - € 24,50

Oorspronkelijke uitgave: Life 3.0 : being human in the age of artificial intelligence (2017)

Wikipedia: Max Tegmark (1967)

Max Tegmark is professor natuurkunde aan MIT en volgens Forbes een van de tien mensen die de wereld kunnen veranderen. Hij is auteur van de bestseller Our Mathematical Universe en schittert regelmatig in wetenschappelijke documentaires. Samen met onder anderen Elon Musk en Stephen Hawking zet hij zich in om de risico’s én de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie in kaart te brengen en om onze samenleving hier beter op voor te bereiden.

Tekst op website uitgever
Max Tegmark, MIT-wetenschapper en oprichter van het Future of Life Institute, geeft in Life 3.0 een toegankelijke, nuchtere en praktische beschrijving van de gevolgen van Kunstmatige Intelligentie (KI).

Hij laat zien hoe onze banen, scholen, gezondheid, rechtspraak, politiek en talloze andere gebieden ingrijpend zullen veranderen en verkent de meest essentiële vragen van onze tijd: kunnen we onze welvaart laten groeien door automatisering?

Kunnen we garanderen dat intelligente systemen doen wat wij willen zonder te crashen of gehackt te worden? Moeten we bang zijn voor een wedloop in autonome wapens? Zullen machines ons vervangen, of zal KI het leven op aarde doen bloeien als nooit tevoren?

Van superintelligentie tot zingeving, van wat bewust zijn betekent tot de toekomst van leven in het universum: Life 3.0 stelt je in staat om deel te nemen aan de belangrijkste discussie van onze tijd.

Youtube - Prof. Max Tegmark - Life 3.0: Being Human in the Age of Artificial Intelligence



Lees vooral ook
: Homo Deus : een kleine geschiedenis van de toekomst van Yuval Noah Harari (uit 2017)

Fragment uit


Terug naar Overzicht alle titels




Jurriën Rood

Filosofie van de jamsessie : of Hoe we kunnen samenwerken in vrijheid
Lemniscaat 2017, 245 pagina's  - € 19,95

Wikipedia: Jurriën Rood (1955)

Korte beschrijving op website uitgever
Als amateursaxofonist heeft Jurriën Rood vijfentwintig jaar ervaring met het spelen in jamsessies, met alle bijbehorende hoogte- en dieptepunten. Als filosoof beschouwt hij de jam als een experiment van mensen die elkaar (nog) niet kennen en in vrijheid met elkaar samenwerken. Het is een prachtige metafoor voor het openbare leven en het publieke debat.

De vragen die bij de jam spelen, zijn vragen die ons allemaal aangaan. Waarom verloopt vrije samenwerking soms zo moeizaam? Hoeveel regels hebben we nodig en welke rol speelt autoriteit daarbij? En vooral: is het onze beperkte opvatting van vrijheid die ons hier in de weg zit? Wij denken vaak dat vrijheid wordt beperkt door regels, maar Jurriën Rood laat zien dat regels juist vrijheid kunnen schéppen, zowel in de muziek als in de maatschappij.

'De jam is een avontuur van vrijheid en spontane samenwerking. Soms. Het kan ook een opgebroken weg zijn van tegenwerking, disharmonie en stuurloosheid. Waar ligt dat aan?
Hé, houd even op met je gefilosofeer, ze zijn weer begonnen! Naar muziek moet je luisteren. Lekker nummer, dit. Hard ook. Een telefoon. Nee, nu niet, ik hoor je niet, ik zit bij de jam!'

Klik hier voor een website met achtergrondinformatie bij/over dit boek

Fragment
"Mensen die geconcentreerd werken, spelen of sporten denken niet over zichzelf na en zijn eenvoudig tevreden. Zij bevinden zich dan in de flow, een soort van trance. ‘We zijn het gelukkigst als we ons optimaal concentreren. Niet op onszelf, maar op ons handelen’, zo vat de Duitse filosoof Richard David Precht het verschijnsel samen in een boek met de veelzeggende titel Die Kunst, kein Egoist zu sein. De jamsessie op z’n best kan gezien worden als oefening in het bereiken van een gemeenschappelijke flow. En inderdaad draait het zowel bij de jam als bij andere vrijwillige collectiviteit steeds om dit punt: geen pure egoïst te zijn.

Muziekervaringen moeten niet onder te veel woorden bedolven worden, maar met het oog op de bruikbaarheid van het jam-model is het toch zinvol om de bijbehorende jamhouding expliciet te benoemen. Het is een houding die op veel andere terreinen voorkomt en er is dan ook een heel arsenaal aan termen voor beschikbaar: Onzelfzuchtigheid. Vertrouwen. Openstaan. Luisteren. Gunnen. Helpen. Dienstbaar zijn. Onbaatzuchtigheid. Een lijstje dat iedereen gemakkelijk zelf kan aanvullen. De grootste gemene deler is een ego-arme grondhouding. Of wat bescheidener: een houding die het ego niet zo groot opblaast dat het al het andere onzichtbaar maakt. Althans: die dat regelmatig weet te realiseren. Laten we dit de jam-modus noemen, als contrast met een ego-modus.

Komen we met deze jam-modus nu niet gewoon uit bij een idealistische beschrijving van de ‘goede mens’ in de ‘ideale maatschappij’, een utopische constructie die wel erg naïef is? Eigenlijk niet: we kunnen nuchter vaststellen dat de jamsessie niet utopisch is maar reëel, en dat ze op haar top inderdaad doorkijkjes biedt naar fraaie vormen van onvoorbereide samenwerking. Met deze belangrijke kanttekening: de jam-modus is geen exclusieve houding die alle andere uitsluit. Ernaast blijft de ego-modus gewoon bestaan en actief meespelen. Het resultaat is een heen-en-weer-gaan, waarbij de jamhouding de richting bepaalt.

Door beide modi als begrippen tegenover elkaar te stellen, doen we geen recht aan het idee dat het ego door de jam niet zozeer wordt uitgewist, als wel opgetild. In de jam zijn ego’s nog volop zichtbaar, naast onzelfzuchtigheid bestaat er nog steeds pure zelfgerichtheid. De jam-modus is in feite geen tegenstelling met, maar een opbouw op en verbetering van de ego-modus binnen situaties van samenwerking. Anders gezegd, het is in het belang van het ego, of van de individuele vrijheid, om eraan mee te doen: de muziek wordt er beter door. Het is óók welbegrepen eigenbelang om deze collectiviteit te ondersteunen. En omgekeerd is wat ik hier ego-modus heb genoemd, in feite een uitdrukking van kortzichtig eigenbelang: de muziek wordt op den duur saai, of erger. De gevolgen van zulk kortzichtig eigenbelang komen duidelijk naar voren in ons publieke leven".


Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 7 december 2017

Bob Crébas

Het land van goed naar beter : op zoek naar Blue Zone NL
Water 2017, 318 pagina's - € 19,95

Wikipedia: Bob Crébas 91951) en zijn website 

Korte beschrijving op website
In ons land heeft niet iedereen het even goed. Miljoenen mensen worstelen met hun werk, inkomen, schulden, huisvesting en gezondheid. Het verschil in gezonde levensverwachting tussen arm en rijk is gemiddeld 15 jaar. Aan hun lot overgelaten burgers zijn een gewillige prooi voor nationalisten. Een fraaier perspectief bieden de Blue Zones: gebieden in de wereld waar mensen in goede gezondheid opvallend oud worden. Met de succesfactoren van de Blue Zones in het achterhoofd beschrijft dit boek hoe we iedereen een gezonde uitgangspositie kunnen geven voor een lang en gelukkig leven. Of vinden we 'goed' goed genoeg? Het Land van Goed naar Beter wil inspireren en bijdragen aan het debat over de toekomst van Nederland. Bob Crébas (1951) schrijft ongebonden en onbevangen vanuit zijn achtergrond als bijstandtrekker, werknemer, ondernemer en Marktplaats.nl miljonair. Crébas groeide op als boerenzoon in Bant, Noordoostpolder. Hij is getrouwd met Carla Wobma. Ze hebben twee zonen en zes kleinkinderen.

Bob Crébas (1951) omschrijft zichzelf op zijn website als volgt
Vanuit mijn achtergrond als werkloze bijstandtrekker, werknemer, ondernemer en marktplaats.nl miljonair schrijf ik ongebonden en onbevangen. Ik wil bijdragen aan het debat over de toekomst van ons land en een alternatief helpen formuleren tegen nationalisme. Te veel burgers vallen buiten de boot en tegen de tijdgeest in bepleit ik een zorgzame actieve overheid.

Fragment uit

Lees ook: Ons land kan menselijker : naar een economie die de samenleving verbetert van Henk van Tuinen (uit 2013) of Donuteconomie : in zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw van Kate Raworth.

Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 30 november 2017

Jan Rotmans 3

Omwenteling : van organisaties, mensen en samenleving
De Arbeiderspers 2017, 160 pagina's - € 14,95

Website van Jan Rotmans (1961)

Tekst op website uitgever 
Onze samenleving en economie zijn fundamenteel aan het veranderen – we bevinden ons in een revolutionair tijdperk met grote maatschappelijke verschuivingen die chaos en instabiliteit veroorzaken. Hoe kunnen bedrijven en organisaties hierop inspelen? Wat betekent dat voor ons persoonlijke leven?
Jan Rotmans maakt de verbinding tussen hoofd, hart en handen met aansprekende verhalen van mensen die een persoonlijke transitie durfden aan te gaan in onze snel veranderende wereld, van een zorgondernemer tot een bankier, van een ambtenaar tot een politica, van een schoolleider tot een student.

Fragment uit 1. Maatschappelijke omwenteling
Over een goede afloop blijf ik optimistisch. We hebben tijd nodig, maar we leren van elke crisis. Na elke crisis kantelt een deel van de mensen en de systemen. Alles valt of staat met hoe we met de omwenteling omgaan. Hoe we disrupties gaan gebruiken en hoe wij ons daaromheen gaan organiseren. In beginsel bieden deze disrupties een unieke kans, om onze maatschappelijke systemen, zoals het financiële stelsel en de energievoorziening, decentraler, transparanter en democratischer te maken. Die kans hadden we ook toen internet opkwam, maar het internet is in handen gevallen van grote bedrijven als Google, Facebook, Apple en Amazon die een soort monopoliepositie hebben verworven op het gebied van data. Dat heeft ons eerder afhankelijker dan vrijer gemaakt, en onze systemen eerder minder dan meer democratisch. We kunnen veel leren van wat er met het internet gebeurde. Nu dreigt bijvoorbeeld de blockchain in handen te vallen van grote instituties en bedrijven, terwijl juist blockchain een uniek uitgangspunt biedt om middelen en kansen eerlijk te verdelen. Wij moeten voorkomen dat snel instappende consortia van grote bedrijven weer een machtspositie opbouwen die kan ontaarden in een monopolie. Hierbij speelt de overheid een belangrijke rol: als burgers een op maat gemaakte blockchainverzekering afsluiten, moet de overheid risicogroepen beschermen, anders moeten die vele meer gaan betalen.
  Mijn optimisme over een geslaagde omwenteling baseer ik op drie onderliggende transitiepatronen. het eerste patroon is dat technologische disruptie en maatschappelijke disruptie elkaar kunnen versterken. Anders gesteld: disruptieve innovaties kunnen disruptieve mensen helpen om zich nog beter en slimmer te organiseren. Steeds meer kennis en techniek komen in handen van gemeenschappen in een snel opkomende middenklasse, die een micromacht vormt. Je ziet dat fenomeen overal ter wereld, samen vormen zij de commonsbeweging. Zij vormen het hart van de deeleconomie, zij streven naar meer autonomie door samen te werken, kennis en expertise te delen. Wederkerigheid is hierbij het uitgangspunt, je haalt iets en brengt iets van de commons. Tal van digitale deelplatforms functioneren uitstekend en draaien daadwerkelijk om delen en samenwerken en niet om winstmaximalisatie. Democratische start-ups worden dat ook wel genoemd, als tegenhanger van de hyperkapitalistische Ubers en Airbnb's. je kunt de deeleconomie dus niet afrekenen op dergelijke bedrijven die slechts gericht zijn op winstmaximalisatie. (pagina 42-43)

Youtube - Omwenteling met Jan Rotmans

 

Lees ook van Jan Rotmans: In het oog van de orkaan : Nederland in transitie (2012) en  Verandering van tijdperk : Nederland kantelt (2014)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 29 november 2017

George Monbiot

Out of the Wreckage: A New Politics for an Age of Crisis
Verso 2017, 214 pagina's - € 18,95

De vertaling verschijnt in maart 2018

Wikipedia: George Monbiot (1963)

Fragment uit een interview
Zijn nieuwste boek Out of the Wreckage gaat over hoe je met zulke verbondenheid een beweging bouwt. Hierin betoogt Monbiot dat we vastzitten aan het neoliberalisme omdat er geen alternatief politiek ‘verhaal’ beschikbaar was toen het begon te falen. Zijn boek moet dat alternatieve verhaal brengen. Let wel: geen nieuw verhaal, maar een extra spotlight op de successen van anderen in het creëren en mobiliseren van gemeenschapsgevoel. Hij heeft, zo blijkt, zijn hoop voor de wereld gevestigd op ‘community’, gemeenschap. Daarop zou de milieubeweging haar strategie moeten bouwen. Want, zo zegt hij, “dat gemeenschap iets goeds is, is een van de weinige dingen waar men over alle politieke lijnen heen achter kan staan”.

“Het is essentieel dat we de politieke kloof met ‘rechts’ dichten”, zegt Monbiot, die zichzelf neerzet als iemand met doorgaans sterk linkse sympathieën. Omdat de manier waarop we over voor ons belangrijke onderwerpen spreken, vervreemdend kan werken voor de mensen met wie we willen praten. “Ik weet dat ik een van de ergsten ben; ik heb waarschijnlijk een heleboel mensen vervreemd. Maar het is belangrijk om te zoeken naar een manier van praten die niet noodzakelijk op de verkeerde knoppen drukt, zodat mensen zich direct afsluiten. Het punt waarop we elkaar raken en waar mensen aan de linkerkant hun principes niet hoeven te verlaten, is gemeenschap. Een sterk gemeenschapsgevoel wordt door iedereen gezien als iets goeds.”


Artikel: George Monbiot: “Het is essentieel dat we de politieke kloof met ‘rechts’ dichten” (Down to earth, oktober 2017)

Fragment uit een recensie
That this is happening now, as opposed to 10 or 20 years ago, is a direct consequence of the disintegration of the economic policy framework that has held sway in Britain, the US, the European commission and many multilateral institutions for much of the previous 40 years. That framework is often referred to as “neoliberalism”, even if the term irritates a certain class of pundit, for whom it is some sort of swearword without any clear referent. Its disintegration is producing conflicting sympathies, as many on the left come to realise the xenophobia that can be unleashed in the absence of stable market-based rules.

For George Monbiot, neoliberalism should best be understood as a “story”, one that was conveniently on offer at precisely the moment when the previous “story” – namely Keynesianism – fell to pieces in the mid-1970s. The power of stories is overwhelming, as they are “the means by which we navigate the world. They allow us to interpret its complex and contradictory signals”. The particular story of neoliberalism “defines us as competitors, guided above all other impulses by the urge to get ahead of our fellows”.

This story may not have been all that attractive, but it provided meaning and clarity. It offered a guide on what to do and how to live. With the rise of Margaret Thatcher and Ronald Reagan, neoliberalism came to govern how policies were designed and institutions constructed. More diffusely, it came to shape how we understand ourselves, leading us to take on ever more responsibility for our own needs, economic security and wellbeing, devaluing social bonds and dependency in the process.

Artikel: Out of the Wreckage by George Monbiot review – the thrill and danger of a new left politics  (Guardian september 2017)

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels

Bruno Latour

Oog in oog met Gaia : acht lezingen over het Nieuwe Klimaatregime
Octavo 2017, 432 pagina's - € 27,-50

Oorspronkelijke titel: Face à Gaïa: Huit conférences sur le Nouveau Régime Climatique (2015)

Wikipedia: Bruno Latour (1947)

Tekst op website uitgever
In Oog in oog met Gaia stelt de Franse filosoof en wetenschapsantropoloog Bruno Latour dat de natuur niet langer de stabiele achtergrond vormt van ons doen en laten. We zijn toegetreden tot het tijdvak van het Antropoceen. In dat tijdvak dringen de ecologische gevolgen van het menselijk handelen zich hardhandig op de voorgrond. We meenden dat er vrede heerste, maar we zijn in oorlog.
De ecologische mutatie die zich voltrekt, betitelt Latour als het Nieuwe Klimaatregime. De oude natuur wijkt voor een wezen in beweging, waarin menselijke activiteit en natuurlijke wereld talloze onverwachte verbindingen aangaan: Gaia.
Latour neemt de controversiële Gaia-hypothese van James Lovelock als uitgangspunt, en zet daarnaast rechtsfilosofie en kunst in om de politieke, religieuze en wetenschappelijke dimensies van het verouderde natuurbegrip te ontwarren. Zo legt hij in dit ongemeen rijke en verrassende boek de basis voor een hoogst noodzakelijke politisering van de ecologie – voor onze terugkeer op Aarde.

Dit boek is voortgekomen uit een cyclus van lezingen in Edinburgh. De lezingen zijn uitgebreid en volledig herschreven, met behoud van de oorspronkelijke toon en stijl. Latour koppelt denken-in-actie en humor aan een fabelachtige eruditie, maar schuwt de polemiek niet.

Bruno Latour is als hoogleraar verbonden aan Sciences Po in Parijs.

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels

Marte Kaan

Onderbuik : Nieuw Licht op redelijkheid
Ambo Anthos 2017, 112 pagina's - € 10,--

Wikipedia: Femke Halsema (1966)

Tekst op website uitgever
Wees toch eens redelijk! Die oproep is een erfenis van het verlichtingsdenken, waarin geloof en bijgeloof plaatsmaakten voor redelijkheid. In een wereld zonder God zou de rede onze redding zijn. Maar biedt de rede nog wel soelaas als behalve God ook feiten objectiviteit in diskrediet zijn geraakt?

Schrijfster en psychologe Marte Kaan ziet tijdens haar therapeutische sessies dat redelijkheid ons meer ontglipt naarmate we sterker naar redelijkheid verlangen. Aan de hand van psychoanalyticus en filosoof Erich Fromm laat Kaan zien dat een redelijk mens vooral ook emotioneel vaardig moet zijn. Wie schijnbaar overtrokken, ongepaste en schaamtevolle gevoelens serieus neemt, leert dat de onderbuik recht van spreken heeft.

Fragment uit (de) Proloog
Het opvallende is dat het verlangen naar redelijkheid groter lijkt te worden zodra we erachter komen dat de redelijkheid ons ontglipt. Ik zie dat in extremis gebeuren in mijn werk met verslaafde cliënten: in de diepe vertwijfeling die hoort bij het moment waarop ze aan zichzelf ten onder dreigen te gaan, draait het verstand overuren. Ze weten precies hoe alles bij hen werkt en wat ze moeten doen. Het is goed dat ze weer een misstap hebben gemaakt, zo redeneren ze, dan weten ze immers precies waarom ze willen stoppen. En dat doen ze. Morgen. Dit keer echt. Overtuigd van deze gedachte, tot het moment dat zich een nieuwe gedachte aandient: dit is niet het juiste moment, ik heb het verdiend, hoeveel kwaad kan dit nou, het is beter om morgen te stoppen want X, Y of Z.
Ook de niet-verslaafden onder ons zoeken houvast in het denken, of het nu gaat om onze mentale en lichamelijke gezondheid, onze relaties of ons professionele bestaan. Deskundigen vertellen ons in bladen, boeken en blogs hoe we onszelf het best kunnen beheersen, verbeteren en controleren. De vraag is hoeveel we daarmee opschieten, immers: hoe redelijker (rationeler) we proberen te zijn, des te meer dreigt de controle ons te ontglippen.
Er bestaat een ander, completer soort redelijkheid, een gevoelde, doorleefde vorm die ontstaat uit denken én voelen: de redelijkheid van de onderbuik. Dat klinkt tegenintuïtief: de onderbuik wordt doorgaans geassocieerd met kleingeestige oordelen en opvattingen, met kort-door-de-bocht, uitsluiting, veroordeling en discriminatie. De onderbuik, dat is nieuwrechts, dat zijn Henk en Ingrid. Maar de Henken en Ingrids zijn onderbuik zonder verstand, ze laten zich door hun niet-pluisgevoel regeren en durven geen vragen meer te stellen. (pagina 17-18)

Fragment uit het zwijgen van mr. SinghIk stond niet alleen in mijn belangstelling voor oosterse spiritualiteit, de komst en het succes van Happinez en de Boeddha beelden bij Intratuin waren een duidelijk signaal. Mensen voelden energie, bleken aura's te ontwaren en aardstralen te registreren en vertelden zonder blikken of blozen dat ze een steen of een magneet onder hun bed hadden liggen.
  Het schijnbaar irrationele dat mij aanvankelijk aantrok ging me tegenstaan, vooral vanwege het narcistisch masochisme van zelfbenoemde yogi's en andere verlichte geesten. Ik bespeurde bij dit soort mensen vaak eerder hoog- dan ruimhartigheid, ze leken zich meer met zichzelf bezig te houden dan zich te interesseren voor de mensen en de wereld om hen heen. Spiritualiteit was cool geworden, een lifestyle.
  Rond die tijd diende zich voor mij een ogenschijnlijk betere oplossing aan: de chemische weg naar het nirwana, xtc. Wat het zo bijzonder maakte was het volledig stilvallen van het denken  en een helder en scherp (en woordeloos) bewustzijn van dat stil zijn. Het is denk ik het beste te vergelijken  met het gevoel iets vergeten te zijn. Dat klinkt nu niet per se als een aanbeveling, maar er is iets onweerstaanbaars aan om even helemaal niet meer te weten waar je bent, in tijd, plek of gedachten - ik denk aan het spelletje dat ik als kind deed waarbij ik mijn ogen dichtdeed als ik achter in de auto zat en probeerde na te gaan waar ik was en er volkomen naast zat. De nadruk ligt hierin op het woord 'even',  want zou het moment van desoriëntatie voortduren dan zou ik in paniek raken. Het (even) niets weten kan als een bevrijding voelen, en voor mij was dat de openbaring: het rekken van de vergetelheid, het helemaal niet (hoeven) weten, omdat mijn denken stillag, er hoefde niets gedacht of geweten te worden. Zonder paniek. (pagina 40-41)


Marte Kaan werpt Nieuw Licht op Liefhebben : een kunst, een kunde van Erich Fromm (uit 1962)

Startpagina Nieuw Licht

Terug naar Overzicht alle titels