woensdag 14 februari 2018

Jean-Pascal van Ypersele

In het oog van de klimaatstorm
EPO 2018, 184 pagina's -€ 19,90

Wikipedia: Jean-Pascal van Ypersele (1957)

Tekst op website uitgever
Zijn overgrootvader was advocaat van priester Daens en zijn nonkel kabinetschef van koning Boudewijn en koning Albert II. Zelf koos hij een heel ander pad: Jean-Pascal van Ypersele is de belangrijkste klimaatwetenschapper van België. In 2015 schopte hij het zelfs ei zo na tot grote baas van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), de organisatie van de Verenigde Naties die de risico’s van de klimaatverandering evalueert.

In dit boek vertelt van Ypersele over het hoe en waarom van zijn engagement. Maar hij biedt ook een blik achter de schermen van de grote internationale conferenties waar hij al decennia kind aan huis is, strooit kwistig met anekdotes, en beantwoordt de vragen die ertoe doen, gaande van ‘Wat is nu echt de staat van het klimaat?’ tot ‘Hoe kunnen we de transitie inzetten?’.

Jean-Pascal van Ypersele staat bekend als de klimaatprofessor die er een sport van maakt zo helder en toegankelijk mogelijk te communiceren over de klimaatontwrichting. Dat bewijst hij ook in zijn eerste boek voor een breed publiek.

Fragment uit

Youtube - SDEWES 2017 - Prof. Jean Pascal van Ypersele: The Challenge of Climate Change: Also an Opportunity (oktober 2017)


Terug naar Overzicht alle titels




dinsdag 13 februari 2018

Hans Meek

Ecologica : waarom verkleining van de menselijke impact op de biosfeer moeilijk maar onvermijdelijk is
Eburon 2017, 285 pagina's - € 24,50

Inleiding door Hans Meek

Korte beschrijving
In prettig leesbare stijl wordt een overzicht gegeven van de wisselwerking tussen mensen en hun ecosysteem. Daarbij staat de aantasting van het ecosysteem centraal. De auteur hanteert hierbij een benadering die gebaseerd is op een biologisch-ecologische invalshoek. De laatste decennia hebben de meeste mondiale ecosystemen door abiotische factoren een kwaliteitsvermindering ondergaan. Oorzaken hiervan zijn: fysieke ingrepen in de ecologische systemen, veranderde infrastructuren, de voedselindustrie, de uitstoot van CO₂ en andere fijnstoffen en de monoculturen. Bijzonder boeiend wordt ingegaan op de economische groei versus de ecologische stabiliteit, de ecologische kringlopen en de populatie ecologie. Een apart hoofdstuk is gewijd aan fossiele energie en de mogelijke alternatieven. Gezien de volledigheid en diepgang dient de lezer wel te beschikken over enige elementaire kennis van de biologie en ecologie. In beperkte mate wordt vakjargon gebruikt. Voorzien van twee bijlagen, grafieken en een literatuuroverzicht.

Uit recensie in Trouw (vrijdag 9 februari 2018)
Meek bepleit afscheid te nemen van economische groei als heilige graal en een 'duurzaam hedonisme' in de plaats te stellen. Plezier krijgen in duurzaamheid, een levenswijze meer gericht op verbondenheid, met medemensen, dieren en planten. Er zijn allerlei bewegingen gaande die daarmee bezig zijn, ziet Meek. Zoals biologische landbouw, energieneutrale woningen, lokaal produceren, circulaire initiatieven. Maar ook minder consumeren en bevolkingsgroei afremmen is nodig, dat laatste alleen niet met staatsdwang als het aan Meek ligt. Meek wil de lezer niet lamslaan met alle cijfers en feiten over de homo sapiens. Zie het onder ogen, doe wat en heb daar plezier in, is zijn boodschap.

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 8 februari 2018

David Graeber 2

Bullshit jobs : a theory
Simon & Schuster/Penguin 2018, ? pagina's - €??

Wikipedia: David Graeber (1961)

Verschijnt in mei 2018. De Nederlandse vertaling is nog niet aangekondigd

Tekst op website uitgever
From bestselling writer David Graeber, a powerful argument against the rise of meaningless, unfulfilling jobs, and their consequences.

Does your job make a meaningful contribution to the world? In the spring of 2013, David Graeber asked this question in a playful, provocative essay titled “On the Phenomenon of Bullshit Jobs.” It went viral. After a million online views in seventeen different languages, people all over the world are still debating the answer.

There are millions of people—HR consultants, communication coordinators, telemarketing researchers, corporate lawyers—whose jobs are useless, and, tragically, they know it. These people are caught in bullshit jobs.

Graeber explores one of society’s most vexing and deeply felt concerns, indicting among other villains a particular strain of finance capitalism that betrays ideals shared by thinkers ranging from Keynes to Lincoln. Bullshit Jobs gives individuals, corporations, and societies permission to undergo a shift in values, placing creative and caring work at the center of our culture. This book is for everyone who wants to turn their vocation back into an avocation.

Fragment uit

Artikel: Wie verricht er (on)zinnig werk? - Zinloze banen Volgens antropoloog David Graeber hebben steeds meer mensen een baan zonder maatschappelijk nut. Vinden ze dat zelf ook? (NRC, 6 februari 2018)

Lees ook van David Graeber: Schuld : de eerste 5000 jaar (uit 2012) of van Richard Sennett: De ambachtsman : de mens als maker (uit 2008)

Terug naar Overzicht alle titels

Sander Heijne

Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u : dertig jaar marktwerking in Nederland
De Correspondent 2018, 189 pagina's - € 18,--

Website De Correspondent: Sander Heijne (1982)

Tekst op website uitgever
Waarom kijkt de dokter meer naar de computer dan naar jou? Waarom is de kinderopvang zo duur? Waarom is je post weer niet aangekomen? En waarom ligt bij de eerste sneeuwbui het hele spoor plat?

Het antwoord: mislukte marktwerking.

Dat ontdekte Sander Heijne (1982) na zeven jaar journalistiek onderzoek voor de Volkskrant en De Correspondent. Hij schreef talloze verhalen over het spoor, de post, de zorg en andere publieke diensten, en over de problemen die ontstonden toen die aan de markt werden overgelaten.

Sander sprak honderden mensen op de werkvloer: van dokters en verpleegkundigen tot verzekeraars, van conducteurs en machinisten tot spoorbazen, en van postbodes en vakbondsleiders tot beleidsmakers.

Voorpublicatie op De Correspondent: Waarom een sneeuwbui het hele spoor platlegt. Dertig jaar marktwerking in Nederland (5 februari 2018)

Fragment uit 2. Hoe de marktwaan ons betoverde
Opvallend genoeg waren verregaande privatiseringen in belangrijke publieke sectoren als de zorg, de energievoorziening of het spoor in de jaren tachtig nog ondenkbaar. Wie het overheidsplan uit 1989 leest over een nieuw aan te leggen netwerk van hogesnelheidstreinen naar Frankrijk en Duitsland, kan zich amper voorstellen dat Nederland de hogesnelheidslijn naar België tien jaar later met een openbare aanbesteding in de markt zou zetten. In dit plan wordt namelijk gesproken over een gezamenlijke exploitatie van de Nederlandse Spoorwegen en de Belgische, Duitse en Frans spoorwegen - de staatsspoorwegen dus.
  Voor deze huiver is een goede verklaring. De eerste vermarkting van publieke diensten in Amerika en Groot-Brittannië leidde ook tot veel problemen. De politiek van Thatcher leidde in Groot-Brittannië zelfs tot een hevige opleving van de klassenstrijd. Ook in Nederland zagen televisiekijkers hoe duizenden woedende Britse kompels in 1984 bij het plaatsje Orgreave slag leverden met vijfduizend politieagenten, in de hoop de verliesgevende staatsmijnen open te houden en het gehate kabinet Thatcher ten val te brengen. Bij de geprivatiseerde Britse spoorwegen gingen - als eerder gezegd niet geheel onbegrijpelijk - duizenden banen verloren. Intussen stegen de prijzen van treinkaartjes razendsnel. Ook dat nieuws bereikte Nederland.
  Thatcher en haar economische adviseurs bleken kortom niet in staat voldoende nieuwe banen te scheppen om de verloren werkgelegenheid te compenseren. Britse werknemers betaalden de prijs voor de economische hervormingen van Thatcher. Tijdens haar regeerperiode van 1979 tot 1990 verdubbelde de werkloosheid.
  De zegeningen van Reaganomics - de Amerikaanse interpretatie van het ideaal van de vrije markt - waren voor de gemiddelde Amerikaan in de jaren tachtig eveneens twijfelachtig. De werkloosheid daalde onder het bewind van Reagan weliswaar, maar de privatiseringen in het Amerikaanse zorgsysteem leidden tot een forse stijging van de zorgkosten. Opeens was een groeiend aantal Amerikaanse burgers niet langer in staat de kosten  van medische behandelingen te betalen.
  Intussen verlaagde Reagan het toptarief van de inkomstenbelasting van 70 naar 28 procent. Zo kon Reagan de geschiedenis ingaan als de eerste president sinds de Tweede Wereldoorlog die de kloof tussen arm en rijk weer vergrootte in Amerika.
  In Nederland wekten dergelijke verhalen over de vermarkting van zulke belangrijke publieke sectoren verbijstering op. Hoewel Lubbers al in de eerste helft van zijn lange regeerperiode delen van de post, de hoogovens en de staatsbank had verkocht, ging het privatiseren van cruciale sectoren als het spoor of de zorg burgers en bestuurders te ver. Het harde economische beleid in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten stond namelijk haaks op onze christen- en sociaaldemocratische tradities, waarin solidariteit werd nagestreefd. Deze afschuw beperkte zich niet tot de linkse partijen. Ook bij veel conservatieve politici liepen de rillingen over de rug bij het zien van de enorme veldslagen tussen linkse demonstranten en de politie in het Verenigd Koninkrijk.
  In Nederland was tegen het einde van de jaren tachtig ook geen noodzaak om het economisch-politieke beleid volledig overhoop te halen: in het polderoverleg stelden de bonden geen onredelijke eisen, na een recessie aan het begin van het decennium groeide de economie en de werkloosheid daalde. Wilden de predikers van het marktevangelie dus meer publieke sectoren privatiseren, dan hadden ze een wonder nodig.

Dat wonder voltrok zich op 9 november 1989. (pagina 49-51)

Lees o.a. ook:
Ons land kan menselijker : naar een economie die de samenleving verbetert van Henk van Tuinen (uit 2013) of
De terugkeer van het algemeen belang : privatiseringsverdriet en de toekomst van Nederland van Roel Kuiper uit 2014 of
De brievenbus van Mevrouw De Vries : gekmakende post van onze (semi)overheid van Stephan Steinmertz (uit 2013) of
de bundel Het alternatief voor de zorg : humaniteit boven bureaucratie (uit 2015) of
Postkapitalisme : een gids voor de toekomst van Paul Mason (uit 2016)

Terug naar Overzicht alle titels 

maandag 5 februari 2018

Joost van der Net

Aan de Europese natie 
Klement 2017, 184 pagina's - € 19,99

Website Thomas More

Korte beschrijving
De historicus en filosoof dr. Joost van der Net (directeur van de Stichting Thomas More) roept met dit doorwrochte en in klare taal geschreven werk op tot een renaissance van de Europese droom. Aan de hand van historische, culturele, politieke en economische analyses leidt hij de lezer langs het gedachtegoed van wijsgeren, religieuzen, machthebbers en politici door de ontwikkeling van Europa vanaf de oudheid tot het heden. Hij beziet met scherpe blik ontwikkelingen als de Brexit, het presidentschap van Trump en de opkomst van het populisme. Hij weet die in een historisch kader te plaatsen, waardoor de lezer uitgedaagd wordt om zich met hem te verdiepen in verleden, heden en toekomst van een verenigd Europa. Van der Net heeft vooral een hoopvol boek geschreven, een tegengeluid tegen de somberheid die over het Europa van nu lijkt te hangen. Hij heeft dat op een zeer lezenswaardige manier gedaan, waardoor dit boek een aanrader is voor iedereen die Europa een warm hart toedraagt. Voorzien van talrijke voetnoten met onder meer literatuurverwijzingen.

Fragment uit VI. Van Amerika naar Europa: de omarming van omvattende leisure voor iedereen
Een wenkend perspectief
Het door John Maynard Keynes geschetste vergezicht is dwingend: binnenkort is het niet meer nodig en ook niet meer mogelijk om aan iedereen betaald, voltijds werk te bieden. Een heerlijke nieuwe wereld lijkt te wenken - ten minste: als we afstand weten te doen van een economisch bestel waarin het maken van winst ten koste van anderen nog altijd als legitiem wordt gezien. Hoe wij de politieke economie van ons geliefde Europa zouden kunnen zuiveren van ieder winststreven zal ik aan de orde stellen in een volgend boek. Het zal gewijd zijn aan de vraag hoe wij onze overwegend door heerschappij en commercie gekenmerkte nutsorde kunnen omvormen naar een orde waarin nut vooral gestalte krijgt als commercie en zorg.
  Voor nu sluit ik af met de constatering dat we met steeds minder menselijke inspanning er binnen afzienbare tijd voor kunnen zorgen dat iedere mens op deze planeet fatsoenlijk wonen, eten, goed leven kan. Speciaal binnen ons welvarende Europa is daarbij perspectief onontkoombaar voor werkelijk iedereen, van een leven dat overwegend in leisure wordt doorgebracht, slechts onderbroken door verwaarloosbaar weinig uren negotie. Terdege realiseer ik me dat dit een perspectief is dat velen moet beangstigen, omdat in onze bestaande politieke economie loon en vermogen nog altijd op de grond van volstrekt verouderde, overwegend uit heerschappelijke tijden stammende criteria worden verdeeld. In een duister, maar helaas niet ondenkbaar toekomstscenario zouden we er niet in slagen om van deze verouderde criteria af te stappen. In dat geval zou de verloren gewaande hel van de antieke tijd kunnen terugkeren, met aan de andere kant enkele excessief rijke lieden en aan de andere kant een massa verpauperde knechten.
De Verenigde Staten lijken reeds deze kant op te glijden. Persoonlijk heb ik er alle vertrouwen in dat we in Europa met vereende krachten zullen weten te verhinderen dat dit zwarte scenario bij ons werkelijkheid wordt.
 Laten we ervan uitgaan dat alle Europeanen in de op ons continent te realiseren inclusieve natie in de nabije toekomst zullen opbloeien als mensen die in hun spel onbekommerd en vrij met elkaar verkeren en zich graag nuttig maken door liefdevol voor hun naasten te zorgen.
  Op weg daarnaar toe zullen we, om een laatste maal Keynes aan te halen,
iedereen eren, die ons kan leren om op deugdzame en goede wijze de dag te plukken: de verrukkelijke lieden die in staat zijn om onbekommerd te genieten - de lelies van het veld die niet werken en niet spinnen.  (pagina 183-184)

Hij verwijst in bovenstaand stuk naar historicus Johan Huizinga en zijn boek Homo Ludens (uit 1938)

Lees ook: Hoeveel is genoeg? : geld en het verlangen naar een goed leven van Robert en Edward Skidelsky (uit 2013)

Terug naar Overzicht alle titels


maandag 22 januari 2018

Viktor Mayer-Schönberger & Thomas Range

De data economie : waarom data het nieuwe geld is, wat dit betekent voor onze economie en hoe je hierop in kunt spelen
Maven 2018, 280 pagina's - € 25,--

Oorspronkelijke titel: (2017)

Wikipedia: Viktor Mayer-Schönberger (1966) & Thomas Ramge (1971)


Beschrijving op website uitgever
Hoe ontstaat welvaart en hoe wordt die verdeeld? Aan de hand van deze twee vragen beschreef Karl Marx in Das Kapital de opkomst en de gevolgen van het kapitalisme. 150 jaar later stellen Viktor Mayer-Schönberger (Oxford Internet Institute) en Thomas Ramge (The Economist) dezelfde vragen en komen tot een radicaal nieuw inzicht: onze op geld gebaseerde economie verandert in een economie die gebaseerd is op data.

Dit boek is een mijlpaal in de economische literatuur: het laat zien hoe data de rol van geld aan het overnemen is. Op heldere en toegankelijke wijze verklaren de auteurs waarom de macht van traditionele multinationals en banken afneemt en waarom digitale marktplaatsen als Booking.com, Uber, Amazon en Alibaba zo stormachtig groeien. Bovendien beschrijven ze de opkomst van een
geheel nieuwe sector – vergelijkbaar met de financiële industrie, maar dan met handelaren, tussenpersonen en brokers die gespecialiseerd zijn in data.

Welkom, dus, in de data-economie: een spannende en uitdagende omgeving boordevol kansen voor ondernemers en met uiteindelijk een betere verdeling van de welvaart voor iedereen.

Fragment uit 10. De menselijke keuzeDatarijke markten zijn bezig met het op zijn kop zetten van de ene traditionele op geld gebaseerd markt na de andere. Ze leveren beter matches, met tevredener participanten als gevolg. Maar dat is nog niet alles. Betere matches vertalen zich in minder verspilling: minder goederen komen terecht bij kopers die ze niet goed kunnen gebruiken omdat ze iets anders zochten. Superieure coördinatie betekent minder doelloosheid en minder inefficiëntie. En, nu geld immers in datarijke markten niet meer de primaire dimensie is om op te matchen, kunnen we misschien beter handelen op en onze waarden uitdrukken in elke transactie die we aangaan, waardoor we veel vaker consciëntieus zakendoen dan we nu kunnen. Datarijke markten bevorderen een duurzamer economie met minder verspilling, vooral vergeleken bij conventioneel, op geld gebaseerde markten en de uitwassen van hebzucht en gulzigheid daarvan.
 We hebben maar één aarde, dus we moeten zorgvuldig omgaan met de hulpbronnen die we tot onze beschikking hebben. De enige overvloed die we hebben is informatie, en naarmate het verzamelen, overbrengen en verwerken van data makkelijker en minder duur wordt, zullen we er meer van hebben om te gebruiken. De toekomst van onze economie ligt in de handige exploitatie van ons informatie-surplus, en datarijke markten zijn het mechanisme en de plaats waar we dat kunnen bereiken. Waar artificiële intelligentie en Big Data samenkomen met de maatschappelijke werkelijkheid van menselijke samenwerking, kunnen we duurzamer worden. (pagina 233-234)


Buitenhof 21 januari 2018
Hij is wereldwijd één van de prominentste denkers op het gebied van Big Data: Viktor Mayer-Schönberger. In zijn nieuwe boek De data-economie: Waarom data het nieuwe geld is, wat dit betekent voor onze economie en hoe je hierop in kunt spelen schetst de Oxford-hoogleraar hoe de opkomst van Big Data onze economie onherroepelijk zal veranderen. De huidige politieke instabiliteit is zodoende niet los te zien van alle technologische ontwikkelingen. Staan we aan de start van misschien wel de grootste economische revolutie ooit? Een gesprek over zowel de mogelijkheden als gevaren van Big Data en de toekomst van onze economie.
Klik hier voor dit gesprek met Marcia Luyten

Interview: 'De banen zoals we die nu kennen, gaan verdwijnen' (NRC 20 januari 2018)

Lees ook van hem: De big data revolutie : hoe de data-explosie al onze vragen gaat beantwoorden (2013)

Terug naar Overzicht alle titels


dinsdag 9 januari 2018

Jack Burgers & Johan Heilbron

De zaak Organon : geneesmiddelen in de greep van bedrijvenpoker
Prometheus 2018, 269 pagina's - € 19,99

Website Erasmus Universiteit: Jack Burgers (19?) en Johan Heilbron (19?)

Tekst op website uitgever
Na een periode van groei die bijna een eeuw aanhield, werd Organon – het succesvolle farmaceutische bedrijf uit Oss – in 2007 door AkzoNobel verkocht. Binnen een paar jaar tijd was de nieuwe eigenaar, de Amerikaanse farmaceut Schering-Plough, zelf overgenomen, en waren de onderzoeksafdelingen van Organon gesloten.
Hoe kon dit gebeuren? De auteurs van De zaak Organon laten zien hoe Organon van een kleine insulineproducent uitgroeide tot een internationaal farmaceutisch bedrijf – bekend van de meest gebruikte anticonceptiepil in de wereld. Organon slaagde er wonderwel in om tot het einde toe vernieuwend te blijven, maar ging ten onder aan de kortetermijntransacties die de financiële markten beheersen. Hoogwaardig onderzoek verdween, economische bedrijvigheid en werkgelegenheid gingen verloren.
De zaak Organon is een onthullende en essentiële bijdrage aan het debat over de slecht gereguleerde markt voor bedrijfsovernames, de rol van overheidsbeleid in tijden van mondialisering, en de toekomst van de kenniseconomie in Europa.

Jack Burgers en Johan Heilbron, die het onderzoek voor De zaak Organon deden met hun studenten, zijn als hoogleraren sociologie verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

‘Als in een klassieke tragedie gaat in De zaak Organon een sterk bedrijf en merk dat aan duizenden werkgelegenheid verschafte ten onder aan het kortetermijnwinstbejag van Amerikaanse multinationals en hun Nederlandse bondgenoten. Een absolute aanrader!’
Jan Luiten van Zanden, faculteitshoogleraar economische en sociale geschiedenis, Universiteit Utrecht

Fragment uit 2. Aandeelhoudersmacht en bedrijfsbeleid
Ook in Nederland is deze oriëntatie door tal van gezaghebbende economen uitgedragen. Zo betoogden Lans Bovenberg (Universiteit van Tilburg) en Coen Teulings (toenmalig directeur van het CPB) in een paper met de veelzeggende titel Rhineland exit (2008) dat het Angelsaksische aandeelhouderskapitalisme superieur is aan het Rijnlandse model. De argumenten die ze hiervoor aanvoerden waren, zoals wel vaker onder economen, meer ingegeven door een abstract marktmodel  dan door het feitelijk functioneren van ondernemingen en markten. Een van de argumenten was bijvoorbeeld dat sterk ontwikkelde financiële markten een efficiënte verdeling van risico’s bewerkstelligen. (pagina 62-63)

In de Noten lichten ze op pagina 238 deze zin ruim toe. Uit die noot één zin: Uit hun analyse volgt ook dat afbraak van werknemersrechten en het uitkeren van zo veel mogelijk middelen aan de kapitaalbezitters economisch gezien het beste beleid zou zijn. (pagina 239)

Fragment uit (de) Epiloog

De geschiedenis van Organon is in vele opzichten opmerkelijk. We hebben eerder gesproken over het mirakel van Oss, en daar is weinig overdrijving bij. In een betrekkelijk arme, lange tijd door criminaliteit geplaagde Brabantse plaats, zonder universiteit en chemische industrie, ontstond uit een slachterij een wereldswijd succesvol farmaceutisch bedrijf. Organon bood banen met uitstekende arbeidsvoorwaarden en groeide uit tot de lokale trots van Oss. Hoewel niet uitgevonden bij Organon, was de antoconceptiepil ongetwijfeld het meest bekende product van het bedrijf. Stukken minder positief, maar nauwelijks minder spectaculair, is het verdwijnen van dit succesvollen en in Oss iconische bdrijf in een periode van nauwelijks tien jaar. In die tijd was het driemaal object van een zelf niet gezochte of gewenste verkoop: eerst aan Scheringh-Plough, daarna aan Merck en daarna deels aan Aspen. Hierbij speelden ontwikkelingen een rol die in belang uitstijgen boven de toch al boeiende geschiedenis van Organon.

 
De recente gebeurtenissen rond Organon zijn een treffende illustratie van de maatschappelijke gevolgen van meer algemene economische trends. Meer in het bijzonder gaat dat om twee deels samenhangende ontwikkelingen. De eerste betreft de soms perverse effecten van de economie van de financiële wereld op de economie van de reële productie. De tweede betreft de gevolgen van veranderende managementopvattingen voor het wel en wee van productiebedrijven. (pagina 215-216)

DTV - De zaak Organon (verslag van de boekpresentatie in Oss)

Lees ook: Donuteconomie : in zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw van Kate Raworth (2017) en Het einde van de Amerikaanse droom : de tien principes voor de concentratie van rijkdom en macht van Noam Chomsky.

Artikel: De zaak Organon "dat afbraak van werknemersrechten en het uitkeren van zo veel mogelijk middelen aan de kapitaalbezitters economisch gezien het beste beleid zou zijn" (januari 2018)

Terug naar Overzicht alle titels