dinsdag 12 juni 2018

Arjen van Veelen

Amerikanen lopen niet : leven in het hart van de VS
De Correspondent 2018, pagina's - € 18,--

Wikipedia: Arjen van Veelen (1980)

Korte beschrijving op website uitgever
Geen land ter wereld dat zoveel in het nieuws is als Amerika. We volgen de politiek en de media daar op de voet, en kennen Hollywood en New York uit de vele films.
Maar als Arjen van Veelen naar de vergeten stad St. Louis verhuist, schrikt hij: dit is een steenrijk derdewereldland.
Om het Amerika van nu te begrijpen, moet je in St. Louis zijn. Nergens is de kloof tussen arm en rijk, zwart en wit, stad en platteland zo groot als daar. 
In dit boek toont de meesterobservator Amerika zoals je dat zelden ziet - en brengt het verrassend dichtbij.

Fragment uit Vrienden maken in St. Louis
Op een winterse dag loop ik een dependance van de St. Louis Public Library binnen. In de hal wordt ik tegengehouden. Voor ik het weet heb ik zo'n blauw zwembadbandje om mijn arm dat steeds strakker wordt opgepompt. Bloeddrukmeting. Ze denken dat ik dakloos ben.
  De bibliotheken in deze stad trekken veel zwervers aan, heb ik gemerkt. Er is hier verwarming in de winter, verkoeling in de zomer en gratis wifi. Ze fungeren als officieuze opvang. Ik vertel dat ik een goede ziektekostenverzekering heb, maar ze geven me nog wel de uitslag mee (Iets te hoog). Als ik mijn laptop openklap tussen de echte zwervers, voel ik me alsnog een zonderling.
 In zekere zin ben ik dat ook. Ik kan in elk geval niet zeggen dat ik in St. Louis een spetterend sociaal leven heb opgebouwd. Op vrijdagmiddag ga ik af en toe naar borrels op haar werk. Ze heeft aardige collega's, maar ik spreek de taal van de microbiologie niet. Ze lijken niet bijster geïnteresseerd wat er in de stad gebeurt. Wel nodigde een sympathieke collega van mijn vrouw me eens uit uilen te kijken in het park. Een hartelijk, christelijk stel vraagt ons weleens mee om te frisbeeën in hun achtertuin. Ze zijn ook met ze naar een trivia night geweest, een soort pubquiz om geld in te zamelen. Dat is een initiatierite in St. Louis, begreep ik. (pagina 101)

Terug naar Overzicht alle titels

Ron Meyer

Grip : in gesprek over de staat van ons land
Prometheus 2018, 152 pagina's € 15,--

Wikipedia: Ron Meyer (1981)

Korte tekst op website uitgever
Een tijd van breed gedragen onbegrip en ontheemding vraagt om een grondige analyse naar de staat van ons land. Daarom klopte SP-voorzitter Ron Meyer aan bij honderd maatschappelijk leiders en sprak zijn partij met 1 miljoen Nederlanders. Een jaar lang voerde hij gesprekken met onder meer schrijvers, burgemeesters, wetenschappers, generaals, film-, theater- en tv-makers, sporters, ondernemers, vakbondsleiders en een bisschop over de vraag hoe we ervoor staan en waar we naartoe gaan. In hun reacties wordt onmiskenbaar een rode draad zichtbaar. Er blijken veel gedeelde zorgen te zijn, maar er kan uit de verkenning ook een hoopvolle conclusie worden getrokken. Veel mensen voelen zich verweesd, maar dat hoeft niet zo te blijven.

Vooraanstaande denkers als Bas Heijne, Roxane van Iperen, David van Reybrouck, Rianne Letschert, Humberto Tan, Ahmed Aboutaleb, Jan Terlouw en Geert Mak kijken met een zeer kritisch oog naar onze samenleving, maar er rijst ook een inspirerend perspectief op uit de gesprekken die Meyer met hen voerde. Een visie op een land dat solidariteit kan organiseren als uiting van gezamenlijke kracht. Geen politiek van liefdadigheid of zweverig geleuter. Geen onzekerheid en onbehagen, maar grip. Op ons werk, onze wijken en onze wereld.
In Grip vertelt Ron Meyer over zijn tour door het land, die hem heeft aangezet tot een even vurige als noodzakelijke ambitie: Nederland versterken vanuit gemeenschappelijkheid. Niet uit luxe, maar uit noodzaak.

Fragment uit Doorsijpelen of doorsappelen
Marc Chavannes, voormalig hoogleraar journalistiek in Groningen, werkte jarenlang in tal van functies bij NRC Handelsblad en schrijft tegenwoordig voor De Correspondent. Hij snijdt het ingebouwde wantrouwen eveneens aan, zoals die is vervat in de managerscultuur. 'Het is mode geworden om mensen aan te sturen met zogenaamde prikkels. Dat geeft blijk van een diep cynisch mens- en wereldbeeld.' Hij noemt als een van de voorbeelden het eigen risico in de zorg. 'Dat eigen risico wordt bepleit als een prikkel om kostenbewust te worden. Maar het is meestal geen prikkel, veel vaker is het een dreun.'
  De managerscultuur, waarin alles meetbaar is, biedt geen ruimte aan de menselijke maat, kent geen empathie. Ze leidt tot systemen waarin de complexiteit van de omstandigheden in een mensenleven niet kunnen meewegen. 'Er heerst een illusie dat je alles kunt vervangen door een organisatorisch systeem van robotisering. Met een meten-is-weten-fictie. Ons vakmanschap is afgenomen, mensen worden nauwelijks nog serieus genomen. De gedachte dat de markt een kracht is die als wijze regulator kan optreden, is diep verankerd.'
  Het idee dat de overheid log is en de markt perfect, is er gedurende lange tijd in gestampt. 'Dat beeld werkte als een wals en slopershamer tegelijk. Het heeft het geloof in de overheid én gemeenschappen ernstige schade berokkend.' Op mijn vraag waarom we dit zo lang over ons heen laten spoelen: 'Ik vermoed een zekere vorm van luiheid. We hebben ons laten overdonderen door de beloofde win-winresultaten. Toen die uitbleven was de schade al aangericht. Het vereist een brede bewustwording om de slinger terug te draaien.' Hoe hebben we een situatie laten ontstaan waar we nu zo veel ongemak mee hebben, en welke keuzes van onszelf liggen hieraan ten grondslag?  (pagina 120-121)


Soundcloud: Ron Meyer in gesprek met Jan Terlouw (31 minuten)


Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 6 juni 2018

Christien Brinkgreve 4

Het raadsel van goed en kwaad : over wat mensen beweegt
Atlas Contact 2018, 200 pagina's - € 21,99

Wikipedia: Christien Brinkgreve (1949) en haar website.

Korte beschrijving op website uitgever
Christien Brinkgreve is hoogleraar Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Naast haar universitaire werk heeft ze altijd geschreven voor een breder publiek. Ze legt verbindingen tussen verschillende vakgebieden en weet complexe onderwerpen toegankelijk te maken.
Ze schrijft over gevoel, gedrag en moraal, bekijkt deze in de context van de tijd en onderzoekt welke, vaak verborgen, eisen aan mensen worden gesteld. Ze maakt zich sterk voor een herwaardering van het verhaal van mensen dat in het huidige regime van maat en getal verloren dreigt te gaan. Hierdoor verdwijnt veel uit zicht wat van waarde is: variatie en gelaagdheid, lastige gevoelens over zichzelf en anderen en hoe sociale veranderingen doorwerken in houdingen en verhoudingen. Door te luisteren naar verhalen komt er niet alleen een scherper oog voor de last van het bestaan, maar ook voor bronnen van geluk en vermogen.

Christien Brinkgreve schreef talrijke boeken en artikelen in wetenschappelijke en literaire tijdschriften. Ze is gastdocent aan verschillende universiteiten, houdt lezingen en geeft cursussen over de eisen van de tijd, spanningen en symptomen, het belang van het verhaal en hoe de sociale context doorwerkt in gedrag, gevoel en moraal. Onlangs vormde ze een netwerk van mensen uit verschillende vakgebieden, Babel, dat vanuit een groeiend verzet tegen de huidige meetcultuur alternatieven probeert te ontwikkelen. Het boek hierover, Weten vraagt meer dan meten, verscheen in januari 2017 en vormt een basis voor lezingen en cursussen.

Fragment uit 20
Verhalen gaan vastzitten, en sluiten de geest voor de dingen die niet passen. Eenmaal gevormd beïnvloeden ze hoe er gekeken wordt, wat opgemerkt wordt en wat genegeerd, wat bijval oogst en wat weggedrukt als niet passend in de manier van denken of in de regels van het systeem. dat geldt  ook voor verhalen over goed en kwaad, waar en bij wie dit geplaatst wordt en wat als oorzaak wordt gezien. Na enig ordeningswerk valt op dat er naast elkaar verschillende perspectieven bestaan die een eigen leven leiden, een eigen logica hebben, maar zelden op elkaar betrokken worden, alsof het aparte werelden betreft. Er is een sterk individueel gericht perspectief: het kwaad wordt in het gebrekkig functionerend geweten gelegd of gezien als stoornis in de hersenen. De context doet niet mee, blik en behandeling zijn gericht op het individu. Gevoelens van malaise na bijvoorbeeld verlies van werk en dierbaren of na ervaringen van buitensluiting en vernedering worden al gauw gedefinieerd als depressie, als ziekte, en niet bezien binnen de context van verlies van plaats en betekenis.
  Daarnaast is er een aan populariteit winnend verhaal dat juist denkt in termen van groepen: groepen die kwaad doen (anderen) en groepen die kwaad wordt aangedaan (de eigen groep). Onbehagen over misstanden wordt omgezet in woede - een vitaler gevoel dan depressie, maar destructiever in zijn uitwerking. Het kwaad wordt bij anderen gelegd, de elite, de moslims, de Joden, de vrouwen, de mannen. Wanneer eenmaal de noemer is bepaald, ontwikkelen zich al gauw virulente verhalen over goed en kwaad, schuld en onschuld die als een magneet kunnen werken op de sortering van vaag onbehagen in vastzittende en vastzettende beelden. En die mensen ontslaat van de blik op zichzelf, op de eigen angsten en verlangens, en op projecties op anderen om zelf buiten schot te blijven. (pagina 103-104)

Lees ook van Christien Brinkgreve: Vertel : over de kracht van verhalen (2014), De ogen van de ander : sociale bronnen van zelfkennis 92009), Het verlangen naar gezag : over vrijheid, gelijkheid en verlies van houvast (2012) en Weten vraagt meer dan weten : hoe het denken verdwijnt in het regime van maat en getal (2017)

Terug naar Overzicht alle titels


Thomas Vaessens

De Daf van mijn vader
Atlas Contact 2018, 270 pagina's - € 19,99


Wikipedia: Thomas Vaessens (1967)

Korte beschrijving
Zestig jaar geleden introduceerde Van Doorne’s Automobielfabriek haar eerste personenauto: de DAF 600. Het moest de tegenhanger worden van de Duitse Kever, Franse 2CV en Britse Mini, oftewel een model dat autorijden voor de gewone man bereikbaar zou maken. Het liep echter anders. De automatische versnellingsbak, die door zijn gebruiksgemak de drempel voor aspirant-automobilisten nog lager moest maken, bezorgde de auto een oubollig imago en nog geen twintig jaar later eindigde de productie al. Aan de hand van dit Dafje schetst de auteur een maatschappijbeeld van die periode. Zoals de rol die DAF speelde om het achtergebleven Oost-Brabant op te stuwen in de vaart der volkeren. Of de mislukte poging van DAF om de vrouw achter het stuur te krijgen. Ook export naar de Verenigde Staten draaide op niets uit, al wist de marketingafdeling lang het tegendeel vol te houden. En door de achteruitrijraces van de TROS gingen veel Dafjes verloren, die nu wellicht als oldtimer vertroeteld waren. Vaessens weet het allemaal smakelijk te vertellen en voor veel lezers zal het dan ook een feest van herkenning zijn. Met zwart-witfoto's, een bronnenverantwoording en een literatuurlijst.

Fragment uit (de) Inleiding - De vloek van de truttenschudder
Op een zonnige dag in 1967 ziet fotograaf Ed van der Elsken drie jonge vrouwen de Beethovenstraat in Amsterdam oversteken. Hij aarzelt niet en maakt de foto die mede het beeld van de mythische jaren 1960 zal gaan bepalen: 'Beethovenstraat 1967'. De foto ademt de geest van de sixties in 'magies sentrum' Amsterdam. Drie onafhankelijke, zelfbewuste jonge vrouwen in de Summer of Love. Minirokken en hakken, lachend naar de camera. 'het ballet van Ed', zo noemde collega-fotograaf Eddy Posthuma de Boer deze foto, want 'hoe krijg je drie meiden zo in de pas'...
  De vrouwen verpersoonlijken in Van der Elskens choreografie de jaren zestig, en de decorstukken dragen daaraan bij. Op de achtergrond, langs de stoeprand, zien we hoe het 'blik' bezit heeft genomen van de stedelijke ruimte - een heikel punt in het Amsterdam van provo, de romantische rebellenclub die, terwijl de stad dichtslibde met verkeer, pleite voor de Witte Fiets in plaats van 'de ruimterovende auto', die lelijke, vervuilende en gevaarlijke fetisj van het autofiele 'klootjesvolk'.  En inderdaad: de dicht tegen elkaar aan geparkeerde auto's ontsieren niet alleen het straatbeeld, maar eigenlijk ook Van der Elskens foto.
  Toch doet het blik op de achtergrond géén afbreuk aan decompositie. Hoe fraai is het immers niet dat de drie iconische vrouwen in het decor gespiegeld worden door drie andere symbolen van de jaren zestig: de Kever, de 2CV en de Daf? Drie compacte, betaalbare auto's die automobiliteit bereikbaar maakten voor de gewone man/vrouw en dus, samen met de welvaartsstijging, bijdroegen aan de massamotorisering die de leefwereld ingrijpend aan het veranderen was. Ze symboliseerden het gedemocratiseerde ideaal van de individuele bewegings- en keuzevrijheid, dat tot de kern van het nieuwe zelfbewustzijn behoorde. Een auto voor iedereen.

Lees vooral ook: Gouden jaren : hoe ons dagelijks leven in een halve eeuw onvoorstelbaar is veranderd van Annegreet van Bergen (uit 2014)

Terug naar Overzicht alle titels


woensdag 30 mei 2018

Chris D. Thomas

Erfgenamen van de aarde : een optimistische kijk op de natuur in het tijdperk van de mens
Nieuw Amsterdam 2018, 320 pagina's - € 24,99

Oorspronkelijke titel: Inheritors of the Earth : nature is thriving in a age of extinction (2017)

Wikipedia: Chris D. Thomas (1959) en website University of York.

Korte beschrijving
Is het uitsterven van soorten alarmerend? Is het vestigen van niet-inheemse soorten nadelig? Zijn mensen verantwoordelijk voor afname van de biodiversiteit? Ontstaan nieuwe soorten pas na lange geologische tijd? Enkele van de vragen, die de auteur, ecoloog en hoogleraar, op een vaak onverwachte manier beantwoordt. Kijkend naar de historische ontwikkeling van het leven op aarde, geplaatst naast het heden, met een visie op de toekomst. Het is niet de eerste keer dat massaal planten en vooral dieren uitsterven. En elke keer ontstaat er uit de overblijvers een verrassende nieuwe groep organismen. Verdwijnen betekent vernieuwing op ongekende schaal. En waarom zou dat ook niet voor de tegenwoordige tijd gelden? We moeten vernietiging van natuur zoveel mogelijk tegengaan: soorten kunnen voor de (verre) toekomst heel belangrijk zijn. Door menselijke activiteit neemt biodiversiteit toe (hoe tegenstrijdig dat ook lijkt). Er verdwijnen nu soorten, maar het leven op de aarde is daardoor niet reddeloos. Het is een confronterend, interessant en goed onderbouwd relaas met een optimistische kijk naar de toekomst van de aarde en de mensheid. Zeer lezenswaard voor biologen, natuurbeschermers en -beheerders, en beleidsmedewerkers. Bevat zwart-witfoto's, uitgebreide noten en register.

Fragment uit (de) Epiloog - Een miljoen jaar na Christus
Hoe verrassend het ook lijkt, het is heel goed mogelijk dat de consequentie van de evolutie van Homo sapiens op lange termijn een toename van het aantal planten- en diersoorten op het aardoppervlak zal zijn. Het is uiteraard onmogelijk om te anticiperen op wat er in de toekomst gaat gebeuren. Misschien sterft de mensheid wel uit als gevolg van een gebeurtenis die zo rampzalig is - bijvoorbeeld een langdurige nucleaire winter of de biologische ondergang van de aardbol als gevolg van gesynthetiseerd leven - dat elke voorspelling er volkomen naast zit. En wie zal zeggen wat er gebeurt wanneer de mens of zijn biomechanisch verbeterde versie de komende miljoen jaar doorstaat en op dit moment nog ondenkbare technologieën ontwikkelt. En toch: als we extrapoleren vanaf de biologische processen die we wél kennen en de wereld van de unknown unknowns laten voor wat die is, dan kunnen we op z'n minst nadenken over de invloed van de mensheid op het leven op aarde een miljoen jaar na nu.

Laten we eerst stilstaan bij de verliezen. De grootste landzoogdieren hebben we al uitgeroeid, net als de meest loop- en voor ziektes vatbare vogels die voorkwamen op afgelegen eilanden. Andere eilandsoorten die ook maar moeilijk kunnen overleven in de aanwezigheid van continentale soorten zijn op weg naar de uitgang. In de toekomst zullen mogelijk nog meer zoogdieren, vogels, reptielen, vissen en planten uitsterven doordat we te intensief op ze gejaagd of gevist hebben of ze hebben geplukt. Sommige plaatselijke gebieden zullen veel van hun unieke soorten kwijtraken als ze zo drukbevolkt raken of intensief gebruikt worden dat bijna alles verdwijnt wat nog van de voormalige vegetatie over is. Veel hooggebergtesoorten zullen het veld ruimen als het klimaat opwarmt. Ongetwijfeld zullen er ook verliezen te betreuren zijn die we niet kunnen voorspellen. (pagina 264-265)

Terug naar Overzicht alle titels

Timothy Morton 2

Ecologisch wezen
Ten Have 2018, 256 pagina's - € 19,99

Oorspronkelijke titel: Being ecological (2018)

Wikipedia: Timothy Morton (1968) en bio op website Tegenlicht

Korte beschrijving
Dit boek verhaalt over ecologische bewustwording. De auteur (1968), hoogleraar aan de Rice University in Houston (Texas), geeft geen wetenschappelijke ecologische informatie. Hij prefereert een zogenaamde objectgeoriënteerde filosofie, waarbij men tot een ecologisch besef kan of moet komen. Op een prettig manier gaat hij in op het antropocentrisme van de filosoof Immanuel Kant (1724-1804), bij wie alles draait om het subject. Maar ook dichters, het Tibetaans boeddhisme, songteksten en kunstenaars leveren een bijdrage aan zijn theorieën. Mondiaal gezien hebben we de ecologische kwaliteit van de natuur in eigen hand. Dit boek heeft een meerwaarde door de rationaliteit van de natuur en de ecologische systemen, die in deze uitgave op een interdisciplinaire manier worden benaderd. Het boek eindigt met de zinnen: 'Je hoeft niet ecologisch te worden. Je bent het al'. Het geheel is voorzien van noten en een register. Dit inspirerende en idealistische boek roept op om tot radicale veranderingen te komen tussen het object versus het subject en het streven naar ecologische stabiliteit.

Fragment uit (de) Inleiding - Niet weer een stortvloed aan informatie
Mogelijk vereisen ecologische feiten dat we juist niet onmiddellijk 'weten' wat we precies moeten doen. Toch is er sprake van een paradox. Het is volkomen duidelijk dat het antwoord op de vraag 'wat te doen' moet luiden: koolstofemissies drastisch terugbrengen of elimineren. We weten precies wat we moeten doen. Waarom doen we het dan niet? Er zijn prachtige manieren om jezelf hier te laten ontsnappen. Je kunt bijvoorbeeld betogen dat het neoliberale kapitalisme zo onderdrukkend en alomtegenwoordig is dat er een ingrijpende, mondiale revolutie nodig is om de structuren te ontmantelen die verantwoordelijk zijn voor de koolstofemissies: de grote bedrijven. Eerst moet er dus een gigantische sociale revolutie komen; als we eenmaal in de juiste verhoudingen tot elkaar staan, kunnen we onze emissies gaan terugbrengen. Lijkt dit niet frappant veel op het argument dat India naar voren bracht tijdens de klimaattop van Kopenhagen in 2009? India betoogde dat het zijn emissies niet omlaag kon brengen omdat het eerst precies dezelfde 'ontwikkeling' moest doormaken als het Westen. Pas als de juiste samenleving was verwezenlijkt, zou het kunnen gaan denken aan het bijbuigen van zijn schadelijke gewoonten. Zelfs wanneer je aanneemt dat deze strategie de juiste is, zal de aarde tegen de tijd dat je hebt bereikt wat je wilde al zijn weggesmolten. (pagina 24-25)

Lees ook: Duistere ecologie : voor een logica van de toekomstige co-existentie (uit 2018)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 23 mei 2018

Jeroen Hopster

De andere afslag : hoe had het leven anders kunnen lopen?
Amsterdam University Press 2018, 230 pagina's -  € 19,99

Bio op Filosofie Magazine van Jeroen Hopster (1987) en zijn blog

Korte tekst op website uitgever
Soms lijkt het alsof je leven in de sterren staat geschreven. Alsof het zaad- en eicelletje van je ouders voorbestemd waren te versmelten. Alsof het lot jou en je geliefde bij elkaar bracht. Die schijn bedriegt: wij banen ons een weg in een landschap van mogelijkheden. Wat als je die andere weg was ingeslagen?

Filosoof Jeroen Hopster buigt zich over deze 'wat als'-vraag. Hij betoogt dat 'wat als'-vragen over het leven, over de geschiedenis en over de evolutie meer zijn dan speculatieve gedachtespelletjes. Er bestaat denkgereedschap om zulke vragen te beantwoorden. Bovendien leveren die antwoorden niet alleen kennis op. Ze voeden ook onze belevingswereld. Is een leven dat in de sterren staat geschreven wel zo interessant? Volgens Hopster geeft het besef dat de dingen anders hadden kunnen lopen emotionele verdieping. Het draagt bij aan de tragiek, maar ook aan de schoonheid van het bestaan.

Een groot genoegen, zowel filosofisch als literair. Iedereen vraagt zich weleens af hoe het leven (=) gelopen zou zijn indien iets in het verleden anders had uitgepakt. De mogelijkheid om De andere afslag te lezen is er een die we niet moeten versmaden! — Herman Philipse, hoogleraar filosofie

Rijk gestoffeerd met voorbeelden en verwijzingen, breed opgezet, maar met scherpe argumenten. ‘What if’-geschiedenis wordt in ere hersteld. — Maarten Boudry, filosoof en essayist

Fragment uit 3. Wie had ik kunnen worden?
Was ik maar geboren met een beter stel hersenen, een goede tekenhand, diep donkere ogen en een kleine neus. Was ik maar in een gespreid bedje terechtgekomen. Geboren als prins of prinses, onthaald door een wereld die op mij wachtte. Te veel gevraagd? Dan toch als vogel, die zorgeloos kon vliegen en nooit over zulke zaken hoefde te tobben.
  Met de begincondities van ons leven kunnen we, in verbeelding, eindeloos spelen. Dat spel heeft helaas een keerzijde: al snel belanden we aan bij scenario's over een leven dat het onze niet is. Als ik als prins of als vogel was geboren, dan was 'ik' niet ik geweest. Het zijn weliswaar levens waarin 'ik' - ik-als-levend-wezen - terecht had kunnen komen, maar het zijn geen levens waarin ik - Jeroen Hopster - de hoofdrol speel.
  Laten we ons dus eerst aan de eerste spelregel houden en ingaan op de vraag hoe het leven anders had kunnen lopen, als we onze geboortecondities min of meer intact houden. Oftewel"we draaien de tijd terug naar het moment van onze geboorte en kijken wat er vervolgens in het leven mogelijk was. Wie had ik kunnen worden? Lag mijn traject min of meer vast, of had ik ook een andere kant op kunnen gaan? (pagina 37)

Terug naar Overzicht alle titels