woensdag 10 december 2025

Bas Erlings

Het spel van de populist : hoe zij het spelen, hoe wij het winnen
Alfabet Uitgevers 2025, 250 pagina's  - € 22,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Korte bio van Bas Erlings (19?)

Korte beschrijving
Een verdiepend boek over de (campagne)strategieën van populistische politici die wereldwijd aan politieke invloed winnen. De auteur beschrijft hoe populisten een vast script volgen, bestaande uit krachtige oneliners en massale ophitserij, en dat hun succes deels te danken is aan hun inzicht in de werking van het menselijk brein. Aan de hand van persoonlijke anekdotes uit Den Haag, voorbeelden uit de internationale politiek en inzichten uit de gedragspsychologie analyseert de auteur de manipulatietechnieken van populistische politici. Ook biedt het boek handvatten voor politici, journalisten en kiezers die bedoeld zijn om populisten te ontwapenen en uiteindelijk uit te schakelen. In pakkende, bevlogen stijl geschreven. 

Bas Erlings is een Nederlandse gedragspsycholoog en voormalig campagnestrateeg voor de VVD. ‘Het spel van de populist’ is zijn eerste boek.

Tekst op website uitgever
oormalig campagnestrateeg van Mark Rutte Bas Erlings kruipt in het hoofd van populisten en analyseert hun gedrag. Hij laat zien hoe we ze kunnen ontmaskeren en ontwapenen.

Populisten lijken de wereld in rap tempo over te nemen. Ze krijgen grote groepen mensen in beweging, winnen verkiezing na verkiezing en komen weg met schandalen en leugens. Toch zijn de populisten te verslaan. Tenminste, als je begrijpt hoe ze hun spel spelen. Want populisten volgen allemaal precies hetzelfde script, van hun eerste oneliner tot uiteindelijk massale ophitserij. Omdat zij als geen ander begrijpen hoe het menselijk brein werkt. Campagnestrateeg Bas Erlings kruipt in het hoofd van de meesters van de manipulatie en ontrafelt hun gedrag. Met anekdotes uit zijn tijd achter de schermen in Den Haag, voorbeelden uit de internationale politiek en scherpe inzichten uit de gedragspsychologie onthult hij hoe ze werken. Hij laat zien hoe wij allemaal – politici, journalisten en kiezers – populisten kunnen doorzien, ontwapenen en uiteindelijk uitschakelen.

Fragment uit 3. Het handboek
Tsunami van asielzoekers: de kracht van metaforen

Je zult Geert Wilders niet snel een presentatie zien geven vol grafieken en cijfers over migratie en de impact daarvan op het bruto nationaal product. In plaats daarvan komt hij met een herkenbaar verhaal dat binnenkomt in Systeem 1. Wat hem daarbij enorm helpt, is zijn gevoel voor metaforen, de volgende methode uit het handboek. Nederland is al 'vol' en dan komt er ook nog een 'islamitische invasie' of een 'tsunami van asielzoekers' op on af. In 2017 zei Wilders: 'Als u de sleutels van uw eigen huis weggeeft aan iemand die de deuren niet vergrendelt, moet u niet verbaasd zijn wanneer onwelkome gasten hun weg naar binnen vinden'. De sleutels van je eigen huis weggeven: dat is al dramatisch. Je verliest de controle over je eigen leven en staat machteloos. Het huis is natuurlijk Nederland, onze veilige plek. Die sleutels zijn tot overmaat van ramp weggegeven aan iemand die de deuren niet vergrendelt. Een nalatig figuur, die ons huis bewust blootstelt aan gevaar. De regering dus, de elite, die de grenzen niet dichtgooit. Daardoor komen er onwelkome gasten binnen. Daar zijn ze weer: de migranten. De hele metafoor draait om controle en zelfbeschikking: wie beslist er over ons huis, ons land?
  Metaforen zijn ideaal om Systeem 1 mee aan te spreken. Dit systeem is namelijk gevoelig voor beelden, associaties, ervaringen, herinneringen en emoties. Een goede metafoor verbindt nieuwe informatie aan iets dat we al kennen, dat we hebben opgeslagen in ons brein. Daardoor wordt de nieuwe informatie meteen 'eigen', zonder dat een lange uitleg verwerkt hoeft te worden door Systeem 2. Dankzij de metafoor hebben we het gevoel dat we iets begrijpen zonder dat we het eerst hoeven te analyseren. Ons functionele luie brein wil niks liever.


  Niet alleen de inhoud kan ten prooi vallen aan beeldspraak, ook politieke tegenstanders zelf kunnen op die manier worden afgeserveerd. Wilders noemde bijvoorbeeld Sigrid Kaag een 'heks' en Sophie Hermans een 'tassendrager'. Donald Trump is er ook zeer bedreven in: Lyin' Ted,  Little Marco, Low Energy Jeb, Crooked Hillary, Sleepy Joe en Comrade Kamala kunnen erover meepraten. Deze bijnamen blijven ook hangen omdat Trump ze eindeloos herhaalt, net als zijn frame fake news en build the wall. Dat is doelbewust. Hoe vaker we iets horen, hoe makkelijker ons brein het als waar accepteert. Dat noemen we cognitive ease: herhaling zorgt ervoor dat informatie vertrouwd voelt. En als het  vertrouwd voelt, zal het wel waar zijn, aldus ons gemakzuchtige brein. Daardoor kunnen desinformatie en nepnieuws gevaarlijk overtuigend worden als ze maar vaak genoeg worden herhaald. Herhaling voegt ook nog eens een emotionele laag toe: als je iets vaker hoort, gaat het deel uitmaken van je wereldbeeld. Zelfs als je het in eerste instantie niet geloofde.
  In zijn boek Don't Think Of An Elephant heeft de Amerikaanse cognitief taalkundige en filosoof George Lakoff gewezen op de risico's van herhaling. Want hoewel het dus effectief is om je eigen farmes te herhalen, is het misschien nog wel belangrijker om die van de tegenstander nooit te noemen - ook niet als ontkenning. Ten tijde van het Watergate-schandaal begin jaren zeventig sprak president Richard Nixon de beroemde woorden 'I am not a crook', waarna tientallen miljoenen breinen hem onmiddellijk associeerden met dat woordje crook. De president moest wel een schurk zijn, hoewel hij juist beweerde het niet te zijn.
  Naast woorden zijn ook beelden onmisbaar voor de populist. Sterke beelden roepen namelijk onmiddellijk een emotionele reactie op. Zo kunnen boodschappen in één oogopslag worden overgebracht. Als iemand beweert 'heel visueel te zijn ingesteld', dan spreekt hij of zij zonder meer de waarheid. Dat zijn we namelijk allemaal. Met Systeem 1 zoekt ons brein de weg van de minste weerstand om informatie te verwerken en razendsnel keuzes te maken. Beelden voldoen aan die behoefte.

  Als we bij de populist zo populaire migranten als voorbeeld nemen, is de efficiëntie van beelden meteen zichtbaar. Het gaat om het verhaal van wij tegen zij - en de migrant is op een foto meteen te herkennen als 'de ander', Leave-kopstuk Nigel Farage maakte er tijdens de Brexit-campagne keihard gebruik van. Op een poster was een ogenschijnlijk eindeloze stroom aan migranten te zien. Stuk voor stuk jonge mannen, met uiterlijke kenmerken die ons brein onmiddellijk in verband brengt met landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Breaking point: the EU has failed us all, schreeuwde de poster. Het beeld was bewerkt. Zulke hoeveelheden mensen stonden niet aan de Britse poorten te rammelen, en migranten waren ook zeker niet alleen jonge mannen. Het team van Farage was zelfs vergeten ene klein kind weg te fotoshoppen. Leave-collega Boris Johnson nam afstand van de poster, maar Farage had de strijd om de aandacht al gewonnen. En de Britten was flink angst aangejaagd.
  In Duistland heeft Alternative für Deutschland de kracht van beeld ook begrepen. In de verkiezingscampagne in 2025 liet de partij in Karlsruhe zo'n  dertigduizend folders in de vorm van vliegtickets drukken met als opschrift: 'deportatieticket'. 'Illegale immigranten' kregen op 23 februari 2025, de verkiezingsdag, een 'AfD-vlucht' naar hun land van herkomst aangeboden, was de boodschap. (pagina 80-83)

Artikel: The time is now – Hersenen en gedrag (april 2020)

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 9 december 2025

Ties Gijzel & Mira Sys

Wie betaalt, mag vervuilen : kunnen we ons uit de klimaatcrisis kopen?
Follow the Money 2025, 205 pagina's  - € 23,50

Korte bio van Ties Gijzel (198?) en Mira Sys (198?)

Korte beschrijving
Een diepgravend onderzoek naar klimaatcompensatie, waarbij uitstoot wordt geneutraliseerd via natuurprojecten. Deze praktijk heeft een markt gecreëerd waarin bomen en dieren als financiële producten worden verhandeld, met grote geldstromen via financiële centra. Onderzoeksjournalisten Ties Gijzel en Mira Sys bieden een kritische blik op deze markt. Hiervoor zijn ze in gesprek gegaan met handelaren, ondernemers, onderzoekers en Inheemse gemeenschappen. Het boek stelt vragen over de effectiviteit en ethiek van klimaatcompensatie, vooral nu de EU, VN en techbedrijven deze aanpak omarmen als oplossing voor de klimaatcrisis. Journalistiek en soepel geschreven. Met kleurenfoto's. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep. 

Ties Gijzel en Mira Sys zijn onderzoeksjournalisten bij Follow The Money en deden drie jaar onderzoek naar de markt van klimaatcompensatie.

Tekst op website uitgever
Ga je vliegen? Compenseer je schuldgevoel voor een paar euro! Stoot je fabriek veel broeikasgassen uit? Plant een bos! Heeft je bouwproject het leefgebied van koala’s vernietigd? Creëer elders een fijne, nieuwe leefplek voor flamingo’s! Welkom in de wereld van klimaatcompensatie. Door geld te steken in natuurprojecten, kunnen overheden, bedrijven en consumenten hun uitstoot ‘wegstrepen’, alsof die nooit heeft bestaan. Zo is er een lucratieve markt ontstaan waarop bomen en dieren worden verhandeld als financiële producten. Via de Zuidas en Wall Street gaan er honderden miljoenen euro’s om in deze handel. Maar wie wordt hier nu echt beter van? Onderzoeksjournalisten Ties Gijzel en Mira Sys geven een onthullende inkijk in de compensatie-industrie. Ze spraken met financiële handelaren, ondernemers, milieu-onderzoekers en Inheemse gemeenschappen in wier leefgebied controversiële natuurprojecten plaatsvinden. Nu de Europese Unie en de Verenigde Naties het compensatie-idee steeds steviger omarmen en techbedrijven er de oplossing in zien voor hun energieslurpende AI, dringt de vraag zich op: kunnen we ons werkelijk uit de klimaatcrisis kopen?

Fragment uit 4. Geld verdienen voor een betere wereld
Succesvol ondernemer worden. Dat was het doel van Tim van der Noordt als student al voor ogen zou hebben gehad. Van der Noordt - kort, donkerbruin haar en hazelbruine ogen - zette daarom tijdens zijn opleiding internationale bedrijfskunde in Maastricht rond de eeuwwisseling al een handel op in slippers en skateboards. 
  Van der Noordt is een man die de schijnwerpers graag vermijdt. Hij geeft zelden interviews, heeft amper foto's van zichzelf online staan en wil via gene enkele weg vragen van ons beantwoorden. 'In de tijd dat ik voor hem werkte heb ik hem nooit gezien,' zei een oud-werknemer tegen ons. Toch had hij zichzelf juist in de kijker gespeeld, door als een van de eersten ter wereld grote kansen te zien in de CO2-handel, en daar succesvol in te worden.
  Van der Noordt kreeg interesse in de CO2-handel via een televisie-uitzending in 2003. Die ging over een ingewikkelde, opkomende markt, de handel in uitstootrechten. De Europese Commissie had vanaf 2003 een systeem in het leven geroepen om grote vervuilers in Europa te laten betalen voor hun CO2-uitstoot: het Europese emissiehandelssysteem. Dit was - naast de carboncredithandel van de VN - een extra middel voor de EU om de in Kyoto gestelde klimaatdoelen te halen.
  Elektriciteitsbedrijven en grote fabrieken kregen vanaf 2005 van de EU een bepaalde hoeveelheid 'uitstootrechten', gemeten in tonnen CO2-uitstoot. Raakten ze door die voorraad heen, dan moesten ze rechten bijkopen. Hadden ze er te veel, dan konden ze rechten verkopen aan bedrijven die er te weinig hadden. Dat zou via een handelssysteem gebeuren. Geleidelijk aan zou de Europese Commissie de hoeveelheid uitstootrechten die ze uitbracht verminderen, zodat vervuilers wel moesten vergroenen.
  De werking van het systeem was te vergelijken met een stoelendans. Elek ronde zou er ene stoel verdwijnen en moesten deelnemers wanneer de muziek stopte met elkaar strijden om de overgebleven stoelen. Bij deze handel werden geen stoelen, maar uitstootrechten uit het spel genomen, om zo de Europese uitstoot stapsgewijs terug te dringen. 

Anders dan carbon credits
Die uitstootrechten waren net als carbon credits verhandelbaar, maar waren verder wezenlijk anders van aard. Bedrijven kregen een eindig aantal uitstootrechten van de Europese Unie - denk aan de stoelendans - en moesten verplicht deelnemen aan het Europees handelssysteem.
  Daartegenover werden carbon credits over het algemeen vrijwillig ingezet, en konden zo oneindig worden ontwikkeld. Iedereen die kon uitleggen hoe hij CO2-uitstoot voorkwam, of opving, kon credits creëren en verkopen. In theorie zou jouw buurman bijvoorbeeld credits kunnen verkopen omdat hij van plan is zij brandstofauto te vervangen door een elektrische auto. Dat gebeurt doorgaans niet, omdat het vaak pas de moeite waard is vanaf groterehoeveelheden credits.
  Student Van der Noordt was dermate geïntrigeerd geraakt door de televisie-uitzending, dat hij besloot om zijn scriptie te schrijven over de Europese markt van uitstootrechten. Dat mocht hij doen op het Ministerie van Economische Zaken, waar toen ook Adriaan Korthuis rondliep, als die niet op werkreis was naar bedrijven in Oost-Europa. Van der Noordt mocht er enkele maanden onderzoek doen en interviews afnemen. Als student had hij al door dat er rondom iets abstracts als CO2 - iets wat we dagelijks achteloos in- en uitademen - nieuwe wereldmarkten aan het ontstaan waren. (pagina 55-57)

Terug naar Overzicht alle titels

Mark Bovens & Anchrit Wille

Diploma democratie : opleiding als nieuwe scheidslijn
Prometheus 2025, 282 pagina's - € 25,--

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Wikipedia: Mark Bovens (1975) en korte bio van Anchrit Wille (19?)

Korte beschrijving
Een onderzoek naar de groeiende kloof tussen academisch en praktisch geschoolden in Nederland en de impact hiervan op de politiek en democratie. Mark Bovens en Anchrit Wille zetten uiteen hoe academisch en praktisch geschoolden vaak in gescheiden werelden leven, met verschillende zorgen en opvattingen over maatschappelijke kwesties. In de politiek hebben academisch geschoolden de overhand, wat leidt tot een ongelijke vertegenwoordiging en politiek wantrouwen. De auteurs beschrijven waarom dit een bedreiging vormt voor de Nederlandse democratie. Deze herziene editie van de in 2011 gepubliceerde studie* bevat nieuw materiaal dat de verdieping van deze scheidslijnen in de afgelopen jaren aantoont. Intelligent en inzichtelijk geschreven. Met ondersteunende illustraties en een kaart in zwart-wit. Geschikt voor een geoefende lezersgroep met bijzondere interesse in het onderwerp.  Mark Bovens is politiek filosoof, bestuurskundige en emeritus hoogleraar bestuurskunde.  Anchrit Wille is politicoloog, bestuurskundig een hoogleraar transities in de publieke sector.

Tekst op website uitgever
Opleiding is de nieuwe verzuiling. Academisch geschoolden en praktisch geschoolden leven in gescheiden werelden. Ze hebben andere zorgen en andere opvattingen over de grote kwesties van onze tijd. Maar in de politiek trekken de academici aan het langste eind. Nederland is een diplomademocratie – een land waarin de hoogste diploma’s het voor het zeggen hebben. Die ongelijke vertegenwoordiging is een bron van politiek wantrouwen en vormt een grote bedreiging voor onze democratie.

Dit is een compleet herziene versie van het baanbrekende boek uit 2011. Op basis van veel nieuw materiaal laat het zien hoezeer de scheidslijnen tussen academisch geschoolden en praktisch geschoolden zich hebben verdiept.

Mark Bovens is politiek filosoof en bestuurskundige en emeritus hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht.

Anchrit Wille is politicoloog en bestuurskundige en hoogleraar transities in de publieke sector aan de Universiteit Leiden.

Fragment uit (het) Woord vooraf
Wat voorafging
In 2011 publiceerden we het boek Diplomademocratie. In dat boek lieten we zien hoezeer de Nederlandse democratie in de eenentwintigste eeuw wordt gedomineerd door burgers met de hoogste diploma's. In alle politieke arena's, of het nu gaat om inspraakavonden of internetarena's, adviesraden of overlegorganen, Kamer of kabinet, tref je vrijwel alleen nog academisch geschoolden aan. We lieten ook zien dat die oververtegenwoordiging de democratie onder druk zet. Een parlement dat voor 80 procent bestaat uit universitair geschoolden, terwijl meer dan 85 procent van de kiezers géén academische bul heeft, is in veel opzichten geen volksvertegenwoordiging. Die oververtegenwoordiging zorgt voor scheve beleidsagenda's en is een bron van politiek wantrouwen onder praktisch geschoolden. 
  Het boek kreeg veel aandacht in de media en werd meerdere keren herdrukt. Onder academische vakgenoten was de ontvangst in het begin sceptisch. Er verschenen themanummers van vaktijdschriften waarin politieke wetenschappers probeerden te laten zien dat er niets nieuws onder de zon was, of dat onze data niet konden kloppen. Dat was deels ingegeven door een conservatieve reflex tegenover nieuwe theorieën die nu eenmaal eigen is aan het wetenschapsbedrijf. Enkele sociologen brachten zelfs een bundel uit met de veelzeggende titel Een kloof van alle tijden.
  Inmiddels is die academische scepsis verdwenen. Er is veel nieuw onderzoek verschenen over de politieke oververtegenwoordiging van academisch opgeleiden. Een van onze grootste criticasters, Armèn Hakhverdian, veranderde zelfs van een Saulus in een Paulus. Hij publiceerde in 2007, samen met Wouter Schakel, het boek Nepparlelement, waarin ze onze bevindingen volledig onderschreven. Hij was zo sportief om zijn ongelijk ruiterlijk te bekennen. 

()

Ook onder sociologen is er tegenwoordig veel aandacht voor de maatschappelijke en politieke tegenstellingen tussen opleidingsgroepen en de mechanismen die erachter zitten. Aan de Erasmus Universiteit wordt, onder leiding van Jeroen van der Waal en Willem de Koster, bijvoorbeeld fascinerend onderzoek gedaan naar de wortels van het politieke ressentiment onder praktisch geschoolde burgers. En ook de Vakgroep sociologie van de Vrije Universiteit in Brussel, eerst onder leiding van Mark Elchardus en tegenwoordig Bram Spruyt, is al jarenlang een belangrijk centrum van onderzoek naar opleiding als bron van sociale ongelijkheden.
  Zelf zaten we ook niet stil. Enigszins geprikkeld door de aanvankelijke scepsis van onze politicologische collega's, hebben we de situatie in Nederland uitgebreid vergeleken met onze buurlanden. Deze verdiepende internationale studie verscheen in 2017 bij Oxford University Press en liet eenzelfde beeld zien als in ons land. Ook in Duitsland, Frankrijk, België, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk zijn in de afgelopen decennia de praktisch geschoolden uit de politiek verdwenen en zijn diplomademocratie en meritocratie een bron van politiek ressentiment. Vooral in de Angelsaksische landen verschenen de afgelopen jaren vele kritische boeken over de meritocratie en over opleiding als nieuwe bron van ongelijkheid. (pagina 9-11)

Artikel: The time is now – Elite(s) (juni 2020)

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 18 november 2025

Arnaud Orain

De eindigheid van de wereld : mateloos kapitalisme van de zestiende eeuw tot vandaag
Querido Facto 2025, 342 pagina's  - € 27,99

Oorspronkelijke titel: Le Monde confisqué. Essai sur le capitalisme de la finitude (XVIᵉ - XXIᵉ siècle (2025)

Wikipedia: Arnaud Orain (1977)

Korte beschrijving
Een verhandeling over de historische herhaling van het ‘eindigheidskapitalistisme’, waarbij het gevoel van eindigheid en schaarste centraal staan, wat leidt tot overschrijding van normen en wetten. Arnaud Orain beschrijft hoe het kapitalisme, ondanks de utopische belofte van voortdurende welvaartsgroei, steeds weer leidt tot concurrentiestrijd en privatisering van markten, waterwegen en grondstoffen. Dit fenomeen, dat hij 'eindigheidskapitalisme' noemt, is niet nieuw en heeft zich eerder voorgedaan in de zeventiende eeuw en tussen 1880 en 1945. Orain trekt parallellen tussen historische handelsbedrijven zoals de Verenigde Oost-Indische Compagnie en Big Techbedrijven, en laat zien dat de drang om welvaart te verwerven vaak leidt tot het overtreden van wetten en gedragscodes. Daarmee biedt hij een nieuw perspectief op de wereldgeschiedenis en op hedendaagse economische vraagstukken. Analytisch geschreven. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep. Arnaud Orain is econoom en historicus. Hij is onderzoeksdirecteur van l'École des Hautes Études en Sciences Sociales in Parijs.

Tekst op website uitgever
Het neoliberale ideaal van voortdurende welvaartsgroei is een utopie gebleken. Maar dit betekent niet dat het kapitalisme dood is. Zijn huidige verschijningsvorm, zo laat de Franse econoom Arnaud Orain in De eindigheid van de wereld overtuigend zien, is zeker niet nieuw: voor de derde keer in de moderne geschiedenis gaat het kapitalisme gepaard met het kwellende gevoel dat de wereld begrensd, beperkt en eindig is, en dat er snel moet worden ingegrepen om de eigen positie veilig te stellen.

Het leidt ertoe dat nieuwe markten worden veroverd, dat waterwegen en grondstoffen worden geprivatiseerd en dat grote bedrijven concurrentiebeperkende maatregelen dicteren. Dat gebeurde niet alleen in de zeventiende eeuw, maar ook tussen 1880 tot 1945 én vanaf 2010 tot op de dag van vandaag. Het verschil tussen de Verenigde Oost- Indische Compagnie en de Big Techbedrijven is, kortom, veel minder groot dan we wellicht denken.

In De eindigheid van de wereld stelt Arnaud Orain het ‘eindigheidskapitalisme’ vanaf de zeventiende eeuw centraal. De breed gedragen overtuiging dat er op aarde niet genoeg is voor iedereen, blijkt steeds het begin van een catastrofale concurrentiestrijd, waarbij op grote schaal gedragscodes en wetten worden overtreden om zich welvaart toe te eigenen. De eindigheid van de wereld biedt zo een heel nieuw perspectief op de wereldgeschiedenis en -economie, waardoor het mogelijk wordt de grote vraagstukken van onze eigen tijd beter te begrijpen.

Fragment uit VI. De eeuwige terugkeer van de 'hulpbronnen'-imperia
De gebieden van de Anderen worden altijd slecht benut

De rechtvaardigingen van de onttrekking aan de overzeese gebieden zijn genoegzaam bekend. Juristen hebben zich vanaf de zestiende tot de twintigste eeuw uitgesloofd om argumenten te verzinnen over het recht van gebruik en bewoning, het recht van verovering, noodzakelijke interventies om de slavernij in Afrika af te schaffen, enzovoort. Maar slechts zelden is er onderzoek gedaan naar de economische argumentatie met betrekking tot de grond die door de oorspronkelijke bewoners 'slecht' zou worden beheerd. Terwijl we juist die argumenten verbazingwekkend genoeg vandaag de dag nog altijd tegenkomen, of het nu gaat om exploitatie van landbouwgebieden of toeristische plekken. Het enige aspect van deze redenering dat in de loop van de tijd is verdwenen, is de theologische rechtvaardiging van het verschijnsel. Voor de rest is het weer hetzelfde liedje: lokale bewoners belemmeren de verbetering van het welzijn van de mensheid als geheel doordat ze hun gebieden niet adequaat zouden benutten. laten we ons om te beginnen eens buigen over de octrooibrieven die Jacobus I op 27 april 1610 afgaf voor de stichting van een kolonie op Newfoundland. De Engelse koning spoorde zijn onderdanen aan om: 

voordeel te putten uit deze gronden die vooralsnog niet zijn gecultiveerd (daar heeft het althans elke schijn van) en zo bij te dragen aan het algemeen goed [...]. We zijn er zeker van dat hetzelfde gebied of het land dat grenst aan de bovengenoemde kust, waar onze onderdanen visserij bedrijven, dusdanig verlaten en verstoten is van inwoners, aangezien er in grote delen van dit land al jaren amper een wilde is gezien. Aldus zijn we ervan overtuigd dat deze gebieden verlaten zijn [...] en daarom ook dat het zaak is, en een actie die past bij een christelijke koning, om datgene volop te benutten wat God aan het begin der tijden voor het welzijn van de menselijke soort heeft geschapen.
Jacobus wil de roep van zijn Schepper beantwoorden door Newfoundland te koloniseren. Daar waren immense vlakten beschikbaar waar de 'wilden' niets mee deden - het was bijna godslasterlijk. Het 'welzijn van de menselijke soort' stond op het spel, en daarom diende er 'voordeel uit deze gronden te worden geput'.  Dat de lokale bevolking al eeuwen op deze eilanden leefde en er op hun manier 'voordeel uit putte', werd waarschijnlijk met opzet genegeerd en vertekend voorgesteld, maar dat de westerlingen zich de notie van algemeen nut toe-eigenden is instructief. In de daaropvolgende eeuw beschreef Smith een situatie die economen kwalificeren als 'Pareto-optimaal'. Volgens hem vergrootte de bewerking van grond in de kolonie het welzijn van een groep mensen zonder dat het die van een andere groep vermindert:

Een kolonie van beschaafde mensen die bezit nemen van hetzij een uitgestorven land, hetzij een land dat dusdanig dunbevolkt is dat de oorspronkelijke bewoners gemakkelijk plaats kunnen bieden aan nieuwe kolonisten, bereikt makkelijker dan elke andere menselijke samenleving een staat van grandeur en grote rijkdom. De stichters van de kolonie brengen kennis over landbouw en andere nuttige vaardigheden met zich mee die veel groter is dan de kennis die de wilde en barbaarse volken zelf in de loop van meerdere eeuwen zouden kunnen verwerven.

Deze win-winontwikkeling kende geen verliezers: de oorspronkelijke inwoners waren met zo weinigen dat ze eigenlijk geen probleem hadden met de komst van de kolonisten. Laatstgenoemden hoefden geen pacht te betalen aan een grootgrondbezitter, noch een tiende aan de kerk of heffingen aan een heer, en waren in het bezit van een schat aan agrarische kennis. Zodra ze die kennis toepasten op vruchtbare grond, zouden ze floreren. Ze zouden er meer bewerkstelligen dan de 'wilden' zelfs na eeuwen aan onderricht hadden kunnen doen.  Zodoende zouden deze Europese kolonisten een beter leven kunnen leiden dan hun landgenoten in het koloniale moederland, aan wie ze op een dag granen, hout en drank zouden leveren, waardoor ze in grotere welstand konden leven. De productiviteit van de westerse kolonialen met hun surplus aan kennis zou dus aan allen ten goede komen. Spoelen we ene eeuw vooruit, dan komen we bij de ons niet onbekende Alfred Mahan en Paul Leroy-Beaulieu. De eerstgenoemde wierp zich op als een groot pleitbezorger van de voor de mensheid o zo nuttige onttrekking:

Zo'n groot deel van de wereld is nog altijd in bezit van de wilden, of van staten die vanwege hun gebrekkige politieke of economische ontwikkeling niet bij machte zijn het rendement voor het algemeen nut te bewerkstelligen waartoe het betreffende grondgebied wel de potentie heeft. Ondertussen zuchten de beschaafde landen, volkeren en regeringen met hun overvloedige energie onder een tekort aan zowel afzetmarkten als levensmiddelen in eigen land [...]. Geen enkele gemeenschap bezit een onvervreemdbaar recht op de controle over de exploitatie van een streek wanneer ze met die controle de mensheid in het algemeen schaadt. (pagina 263-265)

Lees vooral ook: Waarom sommige landen rijk zijn en andere arm van Daron Acemoglu & James Robinson (uit 2012) of De waarde van alles : onttrekken of toevoegen aan de wereldeconomie van Mariana Mazzucato (uit 2018).

Terug naar Overzicht alle titels

Dennis Storm 2

Waar wachten we op? : waarom er lef nodig is om de wereld te veranderen
Spectrum 2025, 269 pagina's - € 21,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Wikipedia: Dennis Storm (1985)

Korte beschrijving
Een opzwepend boek van tv-presentator Dennis Storm, waarin hij het alomtegenwoordig individualistisch streven naar geluk en gezondheid bevraagt in het licht van klimaatverandering. De auteur stelt dat een gezonde planeet essentieel is voor onze gezondheid en welzijn, en dat de huidige consumptiepatronen schadelijk zijn. Ondanks wetenschappelijke waarschuwingen blijven mensen doorgaan met schadelijke gewoonten, en zoeken ze hun geluk in zelfhulpboeken, ijsbaden, diëten en supplementen. Storm betoogt dat het laten zien wat er te winnen valt met duurzame keuzes kan helpen tot gedragsverandering te komen. Hij benadrukt dat verandering lef vereist en moedigt lezers aan om actie te ondernemen voor een betere toekomst. In levendige stijl geschreven. Met enkele zwart-wit illustraties. 

Tekst op website uitgever

Een inspirerend verhaal over wat het ons oplevert als we beter voor de aarde zorgen

Zelfhulpboeken, ijsbaden, diëten en supplementen, we zijn continu bezig met ons geluk en onze gezondheid. Ondertussen verschijnt het ene wetenschappelijke rapport na het andere waarin staat dat we onze leefomgeving vernietigen. Blijkbaar zien we niet dat een florerende aarde de eerste voorwaarde is voor frisse lucht, rijke oogsten, schoon drinkwater, algemene gezondheid en mooie natuur. Hebben we dat niet, dan worden we ziek en ongelukkig.

Hoe komt het dat de ernst van de situatie maar niet tot ons doordringt? Dat we ondanks alle waarschuwingen gewoon maar doorgaan met consumeren en vervuilen?

In dit boek betoogt Dennis Storm dat er een ander verhaal verteld moet worden: niet hoe de wereld eruitziet als we niets doen, maar wat het ons oplevert als we wél andere keuzes maken: een wereld met schone en groene steden, prachtige natuur, sterke economieën en tevreden inwoners.

Dennis Storm reisde jarenlang de wereld over voor zijn werk als programmamaker en presentator van verschillende reisseries. Sinds 2015 is hij aangesloten bij uitgeverij Spectrum waarvoor hij onder andere schrijft over zijn liefde voor architectuur en minimalisme en wat die voor ons kunnen betekenen bij het omarmen van een groene toekomst. Eerder verschenen Weg ermee. Over de schoonheid van minimalisme (2018) en Als gezond verstand koning was. Over de schoonheid van een groene revolutie (2020). Waar wachten we op? is zijn vijfde boek.

Fragment uit Schitterend doemscenario
David Attenborough heeft net als James Lovelock gedurende zijn leven met eigen ogen de crisis zien ontstaan. Wordt zijn angst werkelijkheid? Is dit inderdaad het einde van ons verhaal? Een verhaal over de slimste soort die gedoemd is door het al te menselijke kenmerk van het niet zien van het grotere plaatje bij het nastreven van kortetermijndoelen?
  Het is een open vraag over het einde van ons verhaal. Maar hoe kijken we terug op het begin: hoe zijn wij gekomen waar we nu zijn, als moderne maatschappij? Gedreven door heb- en gemakzucht hebben we er in de afgelopen pak 'm beet vijftig jaar voor gezorgd dat we met miljoenen tegelijk in de rijen van de supermarkten staan, starend naar de schermen van onze telefoons, met in ons mandje  allerlei producten die in plastic zijn verpakt en een wereldreis hebben gemaakt. Of thuis op de bank, wachtende op pakketjes gevuld met spullen die we eigenlijk helemaal niet nodig hebben.
 Wat dat betreft is de klimaat- en milieucrisis misschien niet louter een ramp, maar ergens ook een zegen. Een noodzakelijk kwaad omdat we een leermoment nodig hebben als mensheid: een genadeloos 'wie niet horen wil, moet voelen', veroorzaakt door het consumptietijdperk. We zullen allerminst met liefde terugkijken op het tijdperk, het is echter wel een goed voorbeeld van hoe het vooral níét moet.

Het verschil tussen 'van alles moeten' en 'ergens naar verlangen' gaat het einde van ons verhaal bepalen. Positieve verandering moet niet alleen wettelijk vastgelegd worden, maar vooral ook cultureel zijn. We moeten het zélf doen, en belangrijker: we moeten het zelf willen, en dus ook ten volste begrijpen waaróm we het doen. Gezamenlijk besluiten: dit nooit meer.
  Technologie wordt dan niets meer dan een hulpmiddel voor ene maatschappij waarin ene gezonde aarde de hoogste prioriteit is. Technologie kan die wens waarschijnlijk wel uitvoeren, maar niet doen ontbranden. Het enige wat kan zorgen voor essentiële saamhorigheid en dat collectieve doel is misschien wel een reeks gebeurtenissen die zelfde de hardnekkigste struisvogel dwingt zijn kop uit de grond te trekken en z'n gedrag te veranderen. 
  Dat, of een goed verhaal voor de toekomst. Ik hoop op het laatste. Misschien komt het een eeuw te laat, maar ik wil het moment waarop de mensheid voor de natuur gaat staan en 'tot hier en niet verder' zegt meemaken. Mijn grootste angst is namelijk niet de rampspoed, maar sterven in de wetenschap dat het maatschappelijke keerpunt nog niet bereikt is, dat we nog steeds in een sentiment leven waarin massaconsumptie belangrijker is dan gezondheid en het voor mijn kinderen nóg frusterender gaat worden.

Uiteindelijk gaat het om het verhaal dat raakt, en dat kan bij voorbaat of achteraf. Als we het bij voorbaat voor elkaar willen krijgen, dan moet er een verhaal verteld worden dat de wetenschap niet verloochent, maar dat het wel op zo'n manier uiteenzet dat het inspireert: het verhaal van vooruitgang en van een maatschappij waarin we in harmonie met de aarde leven.
  Lukt ons dat niet, dan worden we achteraf geraakt. Niet door inspiratie maar door pijn. In beide gevallen laten we in ieder geval het tijdperk achter ons waarin we voornamelijk debatteren over wetenschap waarvan de resultaten ons niet bevallen, in plaats van effectief te handelen naar die resultaten.
  Zo bekeken is er dus wel degelijk hoop: er gaat een keerpunt komen. Goedschiks of kwaadschiks. Waarschijnlijk zal de waarheid uiteindelijk ergens in het midden liggen, maar zwart-wit bekeken zijn er twee scenario's, en ze zijn allebei schitterend.
  In het romantische scenario  ziet de meerderheid van de mensheid de schoonheid in van een stip op de horizon, leren we van onze fouten, en werken we gezamenlijk toe naar een maatschappij waarin de gezondheid van de natuur centraal staat. We houden ons aan gemaakte afspraken, zetten de schouders eronder, voorkomen op het laatste moment het ergste en wijzigen zo ten goed eons eigen pad. In dat scenario ruimen we de planeet op, herstellen we de natuur, vergroenen de wereld, worden we gezonder en zal ons geluk toenemen.
  In het tweede scenario plunderen, vervuilen en consumeren we door. Misschien afgeremd, maar niet afgezworen. Totdat ook in dat scenario vroeg of laat het dieptepunt bereikt is, en het niet meer te ontkennen valt dat onze manier van leven daaraan schuldig is. Het kalf zal verdrinken, waarna wij zullen veranderen en heel lang achter de feiten aan zulle moeten lopen.
(pagina 185-187)

Lees ook: Als gezond verstand koning was : over de schoonheid van een groene revolutie (2020)

Terug naar Overzicht alle titels

zaterdag 8 november 2025

Victor Gijsbers

Oneidigheid : een filosofische gids
Boom 2025, 240 pagina's  - € 24,90

Genomineerd voor de Socrates-wisselbeker 2026

Korte bio van Victor Gijsbers (1982)

Korte beschrijving
Een filosofische en wetenschappelijke verhandeling waarin het concept van oneindigheid vanuit verschillende perspectieven wordt onderzocht. Victor Gijsbers beschrijft hoe filosofen zoals Aristoteles, Descartes, Nietzsche en Wittgenstein het oneindige hebben benaderd, en hoe het idee van oneindigheid een rol speelt in de menselijke ervaring en filosofie. De reis door de geschiedenis van de filosofie eindigt bij de filosoof Kant, en voert langs de wiskunde, natuurkunde, de notie van werkelijkheid en het menselijk leven. In begrijpelijke, populair wetenschappelijke stijl geschreven. Met enkele zwart-witfiguren. Voor een brede tot geoefende lezersgroep met verregaande interesse in het onderwerp. 

Victor Gijsbers (1982) is een Nederlandse natuurkundige en filosoof. Eerder vertaalde hij het boek ‘Tractatus’.

Tekst op website uitgever
Prikkelende verkenning van het oneindige – en verder

Het oneindige is grenzeloos fascinerend. Als eindige wezens zullen we het oneindige nooit volledig kunnen vatten. Toch duikt het onderwerp telkens opnieuw op in de filosofie – we kunnen er kennelijk ook niet aan ontkomen. Filosoof Victor Gijsbers leidt de lezer langs de belangrijkste vragen over het oneindige in de wiskunde, de natuur, de werkelijkheid en het menselijk leven.

Via Aristoteles, Descartes, Nietzsche en Wittgenstein leren we hoe de mens het oneindige heeft proberen te temmen, of juist als God boven zich heeft gesteld. Aan het eind van de reis komen we uit bij Kant, die de eindige mens zag als maatgever van de werkelijkheid – maar een maatgever met een opdracht die hij nooit kan voltooien. Door na te denken over de oneindigheid zien we zowel de meest inspirerende als de meest tragische kant van het menszijn.

Victor Gijsbers (1982) studeerde natuurkunde en filosofie in Utrecht en is werkzaam als filosoof aan de universiteit Leiden. Eerder publiceerde hij bij Boom een vertaling van Wittgensteins Tractatus.

Fragment uit 4. Het eeuwige leven
De angst voor de dood

De vraag of de dood slecht voor ons is, lijkt gemakkelijk te beantwoorden. Natuurlijk is de dood slecht voor ons! Er zijn uitzonderingen, zoals bij ondraaglijk en uitzichtloos lijden, maar onder normale omstandigheden is er vrijwel niets wat mensen zo mijden als de dood. We willen absoluut niet sterven. We nemen continu voorzorgsmaatregelen - van vaccinaties tot autogordels - die de kans op overlijden verminderen. Ja, de gedachte aan ons eigen doodgaan vervult ons met zoveel afgrijzen dat we er maar liever helemaal niet aan denken.
  En toch is het niet zo evident dat de dood slecht voor ons is. Epicurus, die we in hoofdstuk 2 hebben ontmoet als de inspiratiebron van Lucretius, schreef: 'Zolang wij er zijn, is de dood er niet, en als de dood er is, zijn wij er niet.' Het is absurd, suggereert Epicurus, om bang te zijn voor de dood - want je kan de dood niet ervaren! Zolang jij er bent, is de dood er niet. En als de dood dan eindelijk komt, kan hij jou geen kwaad meer doen, want dan ben jij er niet meer. Wie bang is voor de dood, die denkt verkeerd na. De juiste filosofie - die van Epicurus, aldus Epicurus - leert ons hier correct over na te denken, en verlost ons zodoende van de angst voor de dood.
  Volgens de epicuristen is er zelfs niets wat ons levensgenot zo verpest als nu juist die angst. Niet dat we de hele dag zitten te bibberen. Maar op allerlei indirecte manieren worden we, zonder ons daar bewust van te zijn, toch door onze doodsangst beïnvloed. Hoewel Epicurus het in zijn boek wel erg zwaar aanzet, is het niet vreemd om in allerlei gedrag dat we om ons heen zien een angst voor de dood te herkennen. Bijvoorbeeld:

* Iemand is continu op zoek naar geld en macht. Is dat iets waar hij echt gelukkig van wordt? Of is deze persoon eigenlijk op zoek naar onkwetsbaarheid, en hoopt hij door heel rijk en machtig te worden zelfs de dood te overwinnen? Onbewust, natuurlijk; de persoon in kwestie weet ook wel dat de dood gene onderscheid maakt tussen arm en rijk. De hoop die hem drijft tot zijn inhalige gedrag is dus eigenlijk een vorm van wanhoop.

* Iemand anders is op zoek naar erkenning en roem. Hij probeert zich in de kijker te spelen bij het grote publiek door boeken te schrijven over de filosofie van het oneindige, en fantaseert erover dat zijn werk over duizend jaar nog steeds zal worden bestudeerd. Wordt ook deze meelijwekkende figuur niet gedreven door angst voor de dood en de wens  om onsterfelijk te zijn? Net zo onsterfelijk als Plato en Mozart? Maar diep vanbinnen weet hij heel goed dat Plato en Mozart hartstikke dood zij en gene enkele baat hebben bij hun postume roem. Ook het zoeken naar erkenning is een wanhopige poging om aan de dood te ontsnappen.

* Iemand zuipt en vreet en feest erop los; of, wat waarschijnlijk veel vaker voorkomt, iemand speelt zeven uur per dag domme spelletjes op zijn mobiele telefoon en scrolt tussendoor de sociale media af. Alleen maar om afgeleid te zijn en niet na te denken over de eindigheid van het elven, over het feit dat we ooit zullen sterven; alles, met andere woorden om maar te ontkomen aan het bewustzijn dat de tijd ons onherroepelijk door de vingers glipt. De tijd continu door je vingers laten glippen juist omdat je je er niet van bewust wilt zijn dat dat gebeurt - ook deze levenshouding is duidelijk die van een wanhopige.

Zo kan de angst voor de dood zich op heel verschillende manieren tonen: in pogingen om ons tegen de dood te wapenen; in pogingen om figuurlijk onsterfelijk te worden; in pogingen om toch vooral niet aan de dood te denken. Al die pogingen zijn even wanhopig - we weten eigenlijk heel goed dat ze niet werken, en toch kunnen ze ons leven beheersen. En wanneer ze ons leven beheersen, zijn we niet bezig met de zaken die echt waardevol zijn; of in ieder geval zijn we niet op de goede manier met die zaken bezig. De angst voor de dood richt zich op deze wijze reusachtig veel schade aan.
  Hoe kunnen we ons daartegen verweren? We moeten niet weglopen voor de gedachte dat we dood zullen gaan; memento mori, zeiden de Romeinen al: denk eraan dat u zult sterven! Die slogan heeft ethische kracht en kan de manier waarop wij ons leven leven veranderen, omdat hij ons helpt in te zien dat veel van wat wij mensen nastreven - geld, macht, roem, roes en vergetelheid - een zinloze vlucht is voor de gedachte aan de dood. Wie gedenkt te sterven, zal misschien juist daardoor in staat zijn echt te elven en zich te richten op het werkelijk waardevolle
. (pagina 112-114)

Terug naar Overzicht alle titels

Birte Schohaus & Bas van Beek

Onder ons : achter de schermen bij de genootschappen van de Nederlandse elite
Follow the Money 2025, 222 pagina's - € 23,50

Korte bio van  Birte Schohaus (1983) en Bas van Beek (198?)

Korte beschrijving
Een historisch en journalistiek onderzoek naar de invloed van informele genootschappen van de Nederlandse elite. In dit werk onderzoeken journalisten Bas van Beek en Birte Schohaus de invloed van informele genootschappen zoals De Pijp en De Tafelronde. Bij deze exclusieve groepen, met leden die reiken van prins Bernhard tot de ceo van Heineken, lopen politieke agenda’s, industriële belangen en persoonlijke vriendschappen door elkaar heen. Door onderzoek naar privé-archieven en gesprekken met leden trachten de auteurs te achterhalen of de etentjes van deze genootschappen wel zo onschuldig zijn als zij pretenderen, of dat deze ‘herenclubs’ nog steeds invloedrijk zijn in het Nederland van de eenentwintigste eeuw. Diepgravend en in heldere stijl geschreven. Met foto's, illustraties en portretten in kleur en zwart-wit. Voor lezers met verregaande interesse in het onderwerp. 

Birte Schohaus is onderzoeksjournalist en adjunct-hoofdredacteur bij Follow the Money. Bas van Beek is onderzoeksjournalist en specialist Wet open overheid bij Follow the Money.

Tekst op website uitgever
Wat hebben prins Bernhard, de ceo van Heineken en de minister van Financiën met elkaar gemeen? Ze ontmoeten elkaar in informele genootschappen met namen als De Pijp en De Tafelronde. Daar komt de economische, politieke en culturele elite van Nederland bijeen om te netwerken en om ‘onder gelijken’ te zijn. Alleen op uitnodiging mogen leden aanschuiven bij de etentjes. ‘Onschuldig,’ zeggen ze zelf, maar hoever reikt de invloed van deze maandelijkse onderonsjes? Onder ons vertelt het verhaal van een verborgen wereld waarin politieke agenda’s, industriële belangen en persoonlijke vriendschappen door elkaar lopen. Bas van Beek en Birte Schohaus bezochten privé-archieven, dineerden in kastelen en ploegden duizenden pagina’s niet eerder geopenbaard archiefmateriaal door. Ze spraken met tientallen leden die voor het eerst openheid gaven over hun ‘eetclubjes’. Hun jarenlange zoektocht voerde hen langs de opkomst van de arbeidersbeweging, de wederopbouw van Rotterdam en de oprichting van een nieuwe krant. Elke ontdekking voegt een puzzelstukje toe aan het fascinerende verhaal over vijf prominente Nederlandse genootschappen, maar roept ook steeds weer de vraag op: in hoeverre trekken deze ‘herenclubs’ nog aan de touwtjes in het Nederland van de eenentwintigste eeuw?

Fragment uit 8. Een hond voor de prins
De warme banden met het koningshuis
Vertrouwelijkheid en vriendschappen staan op nummer één bij de genootschappen. Daarom kijken de leden niet op van onderonsjes met ministers en premiers. Het zijn gelijken. Mensen, voornamelijk mannen, die in dezelfde kringen verkeren. Wie lid is, is voor de rest vooral dat, medelid en pas op de tweede plaats komt de functie. Die vertrouwelijkheid maakte zelfs voor de poorten van koninklijke paleizen geen halt. Bij De Haagsche Schouw waren bijvoorbeeld een aantal thesauriers lid, de hoge ambtenaren die de officiële koninklijke begroting beheren en indienen bij de minister-president, oftewel de penningmeesters van het koningshuis.
  Maar dat is klein bier vergeleken met een andere, veel sterkere link. Er is één lid van het koningshuis dat warme banden onderheid met zowel Club Rotterdam, De Pijp, De Haagsche Schouw als de Schoorsteen, en dat was prins Bernard. gezien zijn rol bij de Bilderberggroep is dat niet verrassend. Hij stond bekend als een spin in het web van informele, internationale maar ook nationale contacten. Zowel in de politiek, de diplomatie, als het bedrijfsleven. Hij kende zo'n beetje alle bedrijfsbazen, en dat ging verder dan de gebruikelijke koninklijke bedrijfsbezoeken en plichtplegingen. Net zo waardevol als de Bilderbergconferentie waren voor zijn internationale netwerk, was een deel van de genootschappen voor zijn Nederlandse relaties: bijeenkomsten waar ongedwongen gepraat, gerookt en gedronken kon worden, zonder dat de buitenwereld er iets van meekreeg.
  Hij was een graag geziene gast. Bij De Schoorsteen heeft hij ten minste vier keer als gastspreker een voordracht gehouden over actuele onderwerpen zoals de productieproblemen binnen de NAVO, waar hij als hoge militair nauwe contacten mee onderhield, maar vaker nog vertelde hij over reizen die hij had gemaakt, bijvoorbeeld naar Rusland of door Zuid-Amerika.
  Bij andere genootschappen was hij meer dan alleen maar gastspreker. Club Rotterdam vermeldde in 1949  in uitnodigingen voor het lidmaatschap graag dat 'Z.K.H. Prins Bernard kort na den oorlog het ere-lidmaatschap van onze Club [heeft]  aanvaard', Hij was zelfs benoemd tot erevoorzitter en schoof in de jaren vijftig zowel bij een galadiner als sommige van de maandelijkse lunches aan. In 1967 was zijn bezoek zelfs extra koninklijk - hij had zijn schoonzoon, prins Claus meegenomen. 'De prins en zijn schoonzoon werden onderhouden door oud-Robeco-voorzitter Wim Rauwenhoff, Nedlloyd-topman Lucien Ruys en Ludo Pieters van de Scheepvaartvereniging Zuid. Zij spreken hun gehoor toe over "heden, verleden en toekomst van de Club Rotterdam".' (pagina 138-139)

Terug naar Overzicht alle titels