Sinds 2012 vindt u hier non-fictie boeken over onze snel en sterk veranderende tijd. Boeken over uiteenlopende, elkaar aanvullende en overlappende gebieden. Boeken die vragen oproepen. Leesbare boeken die allemaal opgenomen zijn in de collectie van de samenwerkende Noord Oost Brabantse Bibliotheken. Een instelling die uiteenlopende activiteiten organiseert over thema's die in deze boeken worden aangesneden. Boeken voor Lezers van Stavast.
maandag 16 september 2019
Chris van der Heijden
Te goed geregeld : de overorganisatie van Nederland
Atlas Contact 2019, 206 pagina's - € 15,--
Wikipedia: Chris van der Heijden (1954)
Korte beschrijving
Nederland is heel goed georganiseerd, maar ook overgereguleerd. En dat moet anders. Dat is de boodschap van de auteur. Een boodschap die hij verpakt in veelal persoonlijke observaties van overheidsregels, de toepassing ervan en de effecten die dit heeft op o.a. leerlingen, inwoners, belastingbetalers. Na een inleidende alertering (wat is het probleem?) schetst de auteur in vier hoofdstukken aspecten van bureaucratie, regulering, digitalisering en bespreekt hij mogelijke oplossingen. Ondanks alle mogelijkheden die digitalisering biedt, blijven gezond verstand en mensenwerk nodig. Zijn boodschap is: terug naar vertrouwen, de menselijke maat en loslaten. Het boekje is, dankzij de vele voorbeelden, een feest van herkenning. Zowel voor burgers als mensen die in bureaucratische organisaties werkzaam zijn. Het geven van vertrouwen is een risico. De auteur is bereid dat risico te lopen. Hopelijk de lezers ook.
Tekst op website uitgever
In Te goed geregeld zet Chris van der Heijden in heldere taal de problematiek van een doorgeslagen regelcultuur op een rij, en beargumenteert hij overtuigend wat de belangrijkste voorwaarden voor een mogelijke en broodnodige verandering zijn. Al in de zeventiende eeuw viel het buitenlandse bezoekers op hoe goed Nederland zijn zaakjes geregeld had. Deze goede organisatie van de samenleving bereikte aan het begin van de 21e eeuw – mede door moderne middelen als digitalisering – een ongekend hoogtepunt. Tegelijkertijd wordt hierover in de (geestelijke) gezondheidszorg, het onderwijs, de jeugdzorg en elders diep en hartgrondig geklaagd. Zijn we doorgeslagen in onze drang tot regelen, structureren en ordenen? Gestandaardiseerde digitale formulieren en netwerken van regels en formules hebben ertoe geleid dat men zich gereduceerd voelt tot nummer. Het resultaat van deze klachten is veelal dat men de zaak nog beter probeert te regelen – meer van hetzelfde dus, waarmee de bestaande situatie vaak nog verder verergert. Eerder verscheen van Chris van der Heijden Het zand in de machine: managerscultuur in Nederland. Te goed geregeld is een vervolg hierop.
Fragment uit 2. Bureaucratie zit diep in onze haarvaten
'Ik word hier gek'. Meer regels leiden tot personeelstekort
Vlak vóór nieuwjaar 2018 stond een noodoproep in de media: Nederland zou maar liefst 663 psychiaters tekortkomen. De GGZ zat met de handen in het haar. 'Toch zijn er in Nederland voldoende psychiaters opgeleid,' schreef de NOS op haar website. 'Zo'n 3700 in totaal.' Rara, hoe kan dat? Het antwoord is simpel: professionals willen doen waar ze goed in zijn en waarnaar hun hart uitgaat. Ze willen niet vergaderen en formulieren invullen. 'Het probleem is dat zij niet willen werken op die plekken waar de vacatures openstaan. Zij kiezen liever voor een eigen praktijk en minder zware zorg. Of zij verlaten instellingen omdat zij vinden dat zij daar hun vak niet optimaal kunenn uitoefenen.'
Dit laatste zie je in tal van branches: dat velen, vanzelfsprekend niet de slechtsten, opstappen omdat ze het werk niet meer leuk vinden, de omgeving niet meer leuk vinden, gek worden van alle rompslomp. Zij verkiezen zelfstandig werk, op eigen tempo en zonder de verplichte karrenvracht aan administratie. Onder deze voorwaarden verhuren zij zich vervolgens als zzp'er aan dezelfde instelling die zij zojuist verlaten hebben. Dit biedt die instelling, kampend met een oplopende personeelstekort, enige verlichting, maar heeft tevens tot gevolg dat de zorg duurder wordt, Zelfstandigen zijn immers veel duurder dan mensen in loondienst. Die kostenstijging leidt tot bezuinigingen. Die bezuinigingen noodzaken tot meer geautomatiseerde handelingen - meer administratie, meer regels. Meer administratie doet de onvrede bij het vaste personeel toenemen en maakt dat nog meer mensen opstappen. Hierdoor wordt het personeelstekort nog groter en moeten nieuwe krachten gezocht worden. En zo keert de zojuist opgestapte werknemer terug naar de zorginstelling die hij zojuist verlaten heeft, hij kent de problematiek immers als geen ander. Maar ja, hij is nu wel duurder. Enzovoorts, een perpetuum mobile idioticum. Op deze wijze raakt de oplossing van het probleem elke dag een stukje verder uit het zicht. Ondertussen komt er natuurlijk wel een plan ter verlichting van de regulatureluur. Het kost een paar centen, dat plan, en het belandt op de stapel andere plannen, maar geeft in ieder geval hoop, aan de nieuwe manager althans. Voor het personeel betekent dit plan veelal een bezuiniging, want tja, het was wel duur. Maar ook noodzakelijk, verzucht de manager tijdens de vergadering. Iedereen zwijgt. (pagina 82-84)
Lees ook
Het nieuwste boek van Rutger Bregman (De meeste mensen deugen) sluit aan bij dit betoog.
Terug naar Overzicht alle titels
woensdag 11 september 2019
Margaret Atwood 2
De testamenten
Prometheus 2019, 439 pagina's - € 19,95
Oorspronkelijke titel: The testaments (2019)
Wikipedia: Margaret Atwood (1939)
Korte beschrijving
Vijftien jaar na het slot van de roman ‘Het verhaal van de Dienstmaagd’ wordt via de getuigenissen van drie vrouwen verteld hoe het verder gaat in de theocratie Gilead, waar vruchtbare jonge vrouwen moeten leven als (seksuele) dienstmaagd. De oude tante Lydia werd als juriste gedwongen mee te werken aan Gilead en is nu een van de machthebbers, maar niet van harte. Ze wil wraak nemen en doet dat via de twee dochters van Offred. De jongste, Agnes is geadopteerd in Gilead en zal worden uitgehuwelijkt, maar weigert. Zusje Daisy werd uit Gilead gesmokkeld naar Canada, daar geadopteerd en gruwt van wat er in Gilead gebeurt. Het lukt tante Lydia de twee bij elkaar te brengen en stuurt hen op een missie. De belangrijke, vaak bekroonde Canadese, feministische auteur (1939) schrijft fictie en non-fictie. Van haar romans wordt ‘Het verhaal van de Dienstmaagd’ nu als haar meesterwerk gezien, dat tv-verfilmd werd. Dit goed besproken en -vertaalde vervolg staat op de shortlist van Booker Prize 2019. Het is uitstekend geschreven, wat minder intens dan de voorganger, maar een mooie, heel indringende waarschuwing.
Tekst op website uitgever
Het verhaal van de Dienstmaagd, Margaret Atwoods meesterwerk over een afschrikwekkende toekomst, is uitgegroeid tot een moderne klassieker en bewerkt tot de zeer succesvolle tv-serie The Handmaid’s Tale. De testamenten is Atwoods langverwachte, adembenemende nieuwe roman.
Vijftien jaar na de gebeurtenissen in Het verhaal van de Dienstmaagd heeft het totalitaire regime van de Republiek Gilead nog altijd de macht in handen, maar van binnenuit begint het scheuren te vertonen.
Op dit allesbepalende punt in de geschiedenis komen de levens van drie verschillende vrouwen samen, met mogelijk explosieve gevolgen. Twee van hen groeiden op aan weerszijden van de grens: de bevoorrechte dochter van een hoogstaande bevelvoerder in Gilead en een meisje in Canada dat de verschrikkingen op tv ziet en meeloopt in demonstraties tegen het regime. De derde vrouw is een van de machthebbers in Gilead, die al jaren aan de top weet te blijven door schandelijke geheimen te verzamelen en in te zetten tegen haar concurrenten. Diep verborgen geheimen brengen deze vrouwen uiteindelijk samen, en confronteren hen met zichzelf en met de vraag hoever ze willen gaan voor waar zij in geloven.
Aan de hand van de persoonlijke verhalen van de drie vrouwen biedt Margaret Atwood de lezer een kijkje in het corrupte systeem van Gilead. Dat doet ze met een indrukwekkende mengeling van spanning, fijnzinnige humor en een virtuoos verteltalent.
Margaret Atwood (Ottawa, 1939) wordt beschouwd als de ‘grande dame’ van de Canadese literatuur. Ze woont en werkt in Toronto en verwierf de afgelopen halve eeuw een miljoenenpubliek met haar boeken, die in 45 landen worden uitgegeven. The Handmaid’s Tale, haar bekendste roman, werd bewerkt tot een uiterst populaire bekroonde televisieserie, met in de hoofdrol Elisabeth Moss. Atwood heeft verschillende keren op de shortlist van de Man Booker Prize gestaan. De blinde huurmoordenaar werd bekroond met deze prijs, en nog voor de daadwerkelijke publicatie stond De testamenten al op de shortlist.
Fragment uit VII. Stadion
Holograaf Ardua Hall
We hadden niet geluncht en we kregen niets te eten. Vrouwen van middelbare leeftijd, hoogopgeleid, mantelpakjes en nette kapsels. Maar geen handtassen: die hadden we niet mee mogen nemen. Dus geen kam, geen lippenstift, geen spiegeltje, geen kleine doosjes keelpastilles, geen papieren zakdoekjes. Verbazingwekkend hoe naakt je zonder die spullen voelt. Of voelde, vroeger.
De zon brandde genadeloos: we hadden geen hoed of zonnebrandcrème, en ik zag de gloeiende rode kleur, die ik tegen zonsondergang zou hebben al voor me. De stoelen hadden gelukkig wel een rugleuning. Ze zouden niet oncomfortabal zijn geweest als we daar voor de lol hadden gezeten. Maar er werd geen vermaak geboden en we konden niet opstaan om onze benen te strekken: als we dat probeerden, werd er tegen ons geschreeuwd. Zitten zonder te bewegen wordt op den duur erg saai, en is een aanslag op je billen, rug en dijspieren. Geen erge pijn, maar wel pijn.
Om de tijd door te komen begon ik mezelf de huid vol te schelden. Sukkel, sukkel, sukkel: ik had al die holle frasen over leven, vrijheid, democratie, en de rechten van het individu die ik tijdens mijn rechtenstudie als een spons had opgezogen zonder meer geloofd. Dat waren eeuwige waarden die we altijd zouden verdedigen. Daar had ik op vertrouwd, alsof het toverspreuken waren.
Je klopt jezelf toch altijd op de borst omdat je zo realistisch bent, zei ik tegen mezelf. Zie de waarheid dan ook onder ogen. Er is een coup gaande, hier, in de Verenigde Staten, net zoals dat in het verleden al in zo veel landen is gebeurd. Elke afgedwongen verandering van leiderschap wordt altijd gevolgd door een actie om de oppositie de kop in te drukken. De oppositie wordt aangevoerd door de hoogopgeleiden, die worden als eersten geëlimineerd. Jij bent de rechter, dus jij bent hoogopgeleid, of je het nu leuk vindt of niet. Ze willen geen last van je hebben.
Ik had in mijn jeugd dingen gedaan waarvan anderen hadden beweerd dat ik ze nooit zou kunnen. Niemand in mijn familie had gestudeerd, ze hadden mij erom geminacht dat ik dat wel deed, wat me was gelukt met een beurs en een paar lullige bijbaantjes. Daar word je hard van. Je wordt koppig. Ik was niet van plan om me te laten elimineren. Maar aan de geciviliseerde manieren die ik me tijdens mijn studie eigen had gemaakt had ik hier niets. Ik moest terugvallen op de onverzettelijkheid van het kind uit de onderklasse, de koppige duvelstoejager die ik was geweest, het slimme wonderkind, de strategische streber die me op de toppositie had weten te krijgen waar ik zojuist was onttroond. Ik moest listig te werk gaan, zodra ik in de gaten had wat voor spel hier werd gespeeld.
Ik had wel voor hetere vuren gestaan. En dat had ik overleefd. Dat was wat ik mezelf voorhield. (pagina 124-125)
Lees ook: Het verhaal van de dienstmaagd (1985/2009)
Terug naar Overzicht alle titels
Huib Modderkolk
Het is oorlog maar niemand die het ziet
Uitgeverij Podium 2019, 272 pagina's - € 20,50
Wikipedia: Huib Modderkolk (1982)
Korte beschrijving
Huib Modderkolk is journalist en werkt voor De Volkskrant. Modderkolk heeft zes jaar journalistiek onderzoek gedaan naar de 'onzichtbare oorlog' in de digitale wereld. Zo heeft hij onder andere gesproken met bronnen bij de AIVD, MIVD en NCTV. Het resultaat is een inkijkje in een wereld van de digitale spionage en aanvallen. Naarmate het boek vordert, ontvouwt zich een wereld die voor veel mensen verborgen is en wordt de ernst van de problematiek duidelijker. We zijn onvoldoende voorbereid als het digitaal mis gaat. Voorbeelden zijn de platgelegde Rotterdamse haven door een gijzelingsvirus en een puber die inbreekt in de systemen van KPN. Doordat het boek geschreven is met de bedoeling toegankelijk te zijn, klopt sommige technische uitleg niet helemaal. Ook is de ernstige toon van het boek wat aangezet. Ondanks dat zit het boek logisch en duidelijk opgedeeld in elkaar. Het werk leest als een goede thriller; toch gaat het om een gedegen journalistiek werk. Voorzien van een literatuurlijst en register.
Tekst op website uitgever
Een platgelegde Rotterdamse haven. Nederlandse spionnen die digitaal toeslaan in Moskou. Artsen die ineens niet meer bij hun medische dossiers kunnen.
De moderne tijd biedt talloze voordelen: we werken sneller en zijn altijd en overal bereikbaar. Maar er zijn ook nieuwe gevaren. Zes jaar doet Huib Modderkolk nu onderzoek naar de schaduwkant van internet. Hij begon als buitenstaander, zonder enige voorkennis. Stukje bij beetje won hij het vertrouwen van bronnen.
Zo ontdekte hij dat iemand in Engeland privégesprekken tussen Nederlandse geliefden beluistert en dat een stiekem getrokken kabeltje in Beverwijk de dood van Iraanse demonstranten kan betekenen.
Iedere ontdekking roept nieuwe vragen op. Wie leest mee met onze appjes? Hoe ver reiken de tentakels van Nederlandse veiligheidsdiensten? Wat betekent het als staten internet gebruiken om te controleren en te saboteren? In dit boek laat Modderkolk zien hoe kwetsbaar een samenleving is die steeds meer vertrouwt op techniek.
Fragment uit 7. Te dichtbij
Hier, achter de zwarte deur met antieke zilveren deurgreep die nog geen meter van mij vandaan is, zou de meest gezochte hacker ter wereld wonen. Een 33-jarige man die zich al jaren schuilhoudt voor de Amerikaanse FBI. Barack Obama plaatste hem op een sanctielijst, in een van zijn laatste daden als president. De Amerikanen hebben 3 miljoen euro voor de tip die tot zijn aanhouding leidt - het hoogste bedrag ooit voor een hacker.
Ik sta in het voorjaar van 2017 op de 14de verdieping van een gelige woonflat in het Russische Anapa. Een badplaats voor jonge Russische gezinnen, met versleten kermisattracties en mannen die apen ana touwtjes rondsjouwen. Beneden voor de woontoren, net buiten de slagboom, staat een zwarte jeep Grand Cherokee. Kenteken: O400YO. Precies het soort auto waarin de 1 meter 75 kale man rijdt volgens het FBI-opsporingsbericht. Een bescheiden exemplaar gezien zijn enorme inkomsten. Schattingen komen uit op honderden miljoenen dollars.
De man heet Jevgeni Bogatsjov. Meer dan 1 miljoen computers drong hij illegaal binnen en gebruikte hij voor digitale bankovervallen. Bogatsjov is gespecialiseerd in financiële fraude: hij haalt financiële gegevens uit computers en plundert daarmee rekeningen. ABN Amro was een zijn eerste slachtoffers. Duizenden andere instellingen volgden, zoals een politiekantoor in Massachusetts, ziekenhuizen en honderden willekeurige individuen die online werden afgeperst met gijzelingssoftware. (pagina 133)
Lees o.a. ook:
Datadictatuur : hoe de mens het internet de baas blijft van Jan Kuitenbrouwer (uit 2018),
Het digitale proletariaat van Hans Schnitzler (uit 2015)
Klont van Maxim Februari (uit 2017)
Het einde van de waarheid : over leugens in het tijdperk van Trump van Michiko Kakutani (uit 2018),
Het internet is niet het antwoord van Andrew Keen (uit 2015)
The Age of Surveillance Capitalism: The Fight for a Human Future at the New Frontier of Power van Shoshanna Zuboff (uit 2018)
Nee, je bent geen gadget van Jaron Lanier (uit 2010)
Het ondiepe : hoe onze hersenen omgaan met internet van Nicholas Carr (uit 2011)
Aandacht is het nieuwe goud : hoe commercie en media vechten om ons hoofd in te komen van Tim Wu (uit 2016)
Terug naar Overzicht alle titels
Willem Schinkel & Rogier van Reekum
Theorie van de kraal : kapitaal - ras - fascisme
Boom 2019, 224 pagina's - € 20,00
Wikipedia: Willem Schinkel (1976) en Rogier van Reekum (1980)
Korte beschrijving
Een manifest van twee sociologen die werkzaam zijn aan de Erasmus Universiteit. Het is een mengeling van sociologische en filosofische duiding van het huidige tijdperk. De 'kraal' uit de titel is een metafoor voor onze samenleving, de 'biopolitieke ruimte waarbinnen populaties gedresseerd worden voor de circulatie van arbeid en kapitaal'. Kapitalisme wordt door twee politieke stromingen op eigen wijze tot status quo verheven en verdedigd: liberalisme en fascisme. Schinkel en Van Reekum maken duidelijk dat fascisten en liberalen 'exponenten van eenzelfde logica' zijn: fascisme is 'niets anders dan liberalisme, expliciet gemaakt, liberalisme dat tot zelfbewustzijn is gekomen'. Een originele, abstracte, moeilijke maar ook boeiende en mild-anarchistische analyse van het huidige neoliberale tijdsgewricht, waarin kritiek op kapitalisme verweven is met beschouwingen over migratie, racisme en de omgang met de Aarde. Het betoog loopt uit op een lofzang op de liefde (opgevat als 'agape') die drijft op verschil en onvolledigheid en zich niet in een door mensen gemaakte ordening laat dwingen. Een origineel maar moeilijk en abstract boek; een originele beschouwing over het huidige tijdsgewricht die zomaar een klassieker zou kunnen worden.
Korte beschrijving op website uitgever
De moderne, liberale orde is een historische ramp die zich op aarde voltrekt, stellen Willem Schinkel en Rogier van Reekum. Liberalisme faciliteert de hernieuwde opkomst van fascisme. Links heeft niets te verwachten van liberale politiek, van sociaaldemocratie of van kritiek op ‘identiteitspolitiek’.
Schinkel en Van Reekum gebruiken de ‘kraal’ (een omsloten ruimte voor vee) als metafoor voor de huidige biopolitieke ruimte waarin wij gedresseerd worden om de circulatie van kapitaal mogelijk te maken. De kraal is het principe van omheining en van exploitatie van de mens en de aarde. De orde van de kraal wil ons doen denken dat we man of vrouw zijn, wit of zwart, en beperkt de wildheid van het leven. Of het nu gaat om migratie of klimaat, een leven met minder geweld vergt een politiek van de revolutionaire liefde.
Willem Schinkel (1976) is hoogleraar sociale theorie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Bij Boom verscheen eerder Over nut en nadeel van de sociologie voor het leven (2014). Hij schreef onder andere ook De gedroomde samenleving (2008) en De nieuwe democratie (2012). Rogier van Reekum (1980) is universitair docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Fragment uit 2. Randmensen
De rechtse klacht was altijd dat links mensen enkel ziet als product van hun posities, als slachtoffer van hun omstandigheden. Pas wanneer rechts gedwongen wordt om op een daadwerkelijke uitdrukking van Geschiedenis te reageren, wordt het nodig die politiek een andere naam te geven en zo een 'redelijk links' ertegen in verweer te krijgen. Wat bedreigend is, wat verhuld moet worden, wat niet tot uitdrukking gebracht mag worden, is een politiek die net zo scherp positioneel handelt als rechts en daarmee een algeheel antagonistisme dreigt te openen. Want de claim van 'identiteitspolitiek' is natuurlijk niet: wij 'Turken', wij 'queers', wij 'zwarten', wij 'vrouwen' willen ook ons deel. De claim is natuurlijk niet deze: 'Wij, uitgeslotenen, willen worden ingesloten.' Die politiek bestond immers altijd al, werd altijd al uitgespeeld door rechts en slaagde er nooit in om een deuk in een pakje boter te slaan. Het gaat niet om sociaaldemocratie, niet om het krijgen van een deel van de cake, niet om het verdelen van de buit, niet om erkenning, niet om de pacificatie door de zoethoudertjes van de verdeling en de moralisering van de eerlijkheid. Of anders: er wordt in 'het debat' niet gesproken over identiteitspolitiek omdat mensen op grond van identiteiten deelname claimen. Waarom wordt niet iedere oudere die zijn of haar kind opgeeft bij de gemeente (Naam? Geslacht? Nationaliteit?) verweten zich te verliezen in een 'giftige' vorm van identiteitspolitiek?
De claim van wat uit wanhoop 'identiteistpolitiek' genoemd wordt, is deze: wij spreken vanuit en op grond van de manier waarop wij kapotgemaakt worden, waarop wij beroofd worden, waarop de kraal nooit de proliferatie van ons leven op het oog had, waarop onze onvolledigheid tot ongelijkheid omgecodeerd wordt. Identiteitspolitiek betreft nu juist een afwijzing van inclusie, van emancipatie, van verheffing, van erkenning, van de noodzaak om te voldoen. Dat wil zeggen: natuurlijk zijn er al die politieken van inclusie, emancipatie, verheffing en erkenning, en in die zin is alle identiteitspolitiek witte identiteitspolitiek, maar dat kan onmogelijk verklaren waarom er op een bepaald moment alarmistisch over 'identiteitspolitiek' gesproken gaat worden. Dat is namelijk het moment waarop niet langer gepleit wordt voor de eigen waardigheid - 'Wij zijn ook goed genoeg' - maar waarop alles wordt omgekeerd: 'Wie zijn jullie om te denken dat jullie zouden kunnen bepalen wat waardigheid is?' Dat moment kan vanuit witheid alleen gepercipieerd worden als afscheiding, als particularisme, als versplintering, als giftig. Terwijl het niets anders is dan het serieus nemen (het al te serieus nemen en het daarmee ondermijnen) van het spel van posities dat volgens de politiek van ongelijkheid het wezen van de democratie en de vooruitgang vormt. (pagina 78-79)
Lees ook: De nieuwe democratie : naar andere vormen van politiek (2012)
Terug naar Overzicht alle titels
Jonathan Safran Foer 2
Ambo Anthos 2019, 280 pagina's - € 21,99
Oorspronkelijke titel: We Are the Weather: Saving the Planet Begins at Breakfast (2019)
Wikipedia: Jonathan Safran Foer (1977)
Korte beschrijving
Dit boek gaat over de gevolgen voor het milieu van de industriële veehouderij. De eerste zeventig bladzijden vormen een lange omtrekkende beweging, met vele anekdotes uit het verleden, om lezers niet af te schrikken en uiteindelijk mee te krijgen om collectief anders – of geen dierlijke producten meer – te gaan eten. Goed onderbouwd legt Foer uit wie de boosdoener is van de klimaatverandering: de bio-industrie. De planeetcrisis uit zich als een reeks noodtoestanden en onze beslissingen onthullen wie we zijn. Beperken we ons tot minimale stappen of gaan we meer doen? Wat vereist de situatie van de planeet en waartoe inspireert die? De onconventionele opzet maakt het boek zeer prettig leesbaar, ook al gaat het om een zwaar onderwerp. Dat is de kracht van een goed verhaal, dat daardoor ons collectieve geheugen wakker wordt geschud. Voorzien van vele noten en een literatuuropgave. Geschikt voor iedereen die zich het lot van de planeet aantrekt. Nieuw in zijn genre door een originele aanpak van het onder de aandacht brengen van de klimaatcrisis. De auteur schreef naast romans eerder het succesvolle non-fictiewerk 'Dieren eten'.
Tekst op website uitgever
Met zijn bestseller Dieren eten veroorzaakte Jonathan Safran Foer een sensatie: veel van zijn lezers werden vegetariër, of werden zich op z'n minst bewust van hun eetgedrag, Nu pakt hij het grootste thema van deze tijd aan: klimaatverandering.
Om dit onderwerp concreter en daardoor urgenter te maken, herinnert Foer ons aan de kracht van gezamenlijke actie en geeft hij voorbeelden van succesverhalen uit het verleden als stimulans. Op deze manier - die van elk individu slechts een kleine inspanning vergt maar bij collectieve actie uiterst effectief is - kunnen we een van de grootste veroorzakers van klimaatverandering aanpakken: de bio-industrie.
Op zijn geheel eigen en verrassende wijze spoort Foer de lezer aan om na te denken over hoe volgende generaties ons handelen op dit cruciale moment zullen beoordelen. Wij kúnnen de wereld nog redden, te beginnen bij het ontbijt.
'Op onconventionele maar overtuigende wijze legt Foer uit waarom actie ondernemen tegen klimaatverandering tegelijkertijd extreem eenvoudig en ongelooflijk moeilijk is. Foer dwingt de lezer de mate van zijn betrokkenheid bij "de grootste crisis aller tijden" te heroverwegen." - Publishers Weekly
Fragment uit Geen opoffering
Tijdens de Tweede Wereldoorlog deden Amerikanen in steden aan de oostkust alle lichten uit als het donker werd. Zelf liepen ze niet direct gevaar; het doel van de verduistering was te voorkomen dat Duitse onderzeeërs door het achtergrondlicht van de steden schepen die de haven verlieten konden zien en vernietigen.
Naarmate de oorlog vorderde werd nachtelijke verduistering gangbaar in alle steden van het land, ook als ze ver van de kust lagen, om burgers bij een conflict te betrekken waarvan de gruwelen buiten het zicht waren, maar dat voor een overwinning collectieve inzet nodig had. De Amerikanen aan het thuisfront moesten eraan herinnerd worden dat het leven zoals zij dat kenden vernietigd kon worden en verduistering was een van de manieren om licht te werpen op die dreiging. Piloten van de burgerluchtvaart werden aangemoedigd om het luchtruim boven het Midwesten te doorzoeken
op vijandige luchtvaartuigen, ook al kon in die tijd geen enkel Duits gevechtsvliegtuig zo ver komen. Solidariteit was een belangrijke eigenschap, zelfs als dergelijke gebaren dwaas zouden zijn geweest – zelfmoord zouden zijn geweest – als dat het enige was geweest dat gedaan werd.
De Tweede Wereldoorlog had niet gewonnen kunnen worden zonder de acties van het thuisfront, die zowel een psychologische als een tastbare invloed hadden: gewone mensen die hun krachten bundelden ter wille van het hogere doel. Tijdens de oorlog nam de productiviteit van de industrie met 96 procent toe. Liberty-vrachtschepen waarvan de bouw aan het begin van de oorlog acht maanden duurde werden binnen enkele weken voltooid. De SS Robert E. Peary – een Liberty-vrachtschip dat was samengesteld uit 250.000 onderdelen en bijna 6,5 miljoen kilo woog – werd in vierenhalve dag in elkaar gezet. In 1942 waren bedrijven die aanvankelijk auto’s, koelkasten, metaal kantoormeubilair en wasmachines hadden gemaakt overgestapt op de productie van militair materieel.
Lingeriefabrieken gingen camouflagenetten maken, telmachines kregen een tweede leven als pistool en op longen lijkende stofzuigerzakken werden getransplanteerd op het frame van gasmaskers. Gepensioneerden, vrouwen en studenten traden toe tot de beroepsbevolking – veel staten veranderden hun arbeidswetten zodat ook tieners mochten werken.10 Alledaagse producten als rubber, conservenblikken, aluminiumfolie en timmerhout werden ingezameld om hergebruikt te worden in de oorlogvoering. De bijdrage van Hollywoodstudio’s bestond uit het produceren van bioscoopjournaals, antifascistische speelfilms en patriottische animatiefilms. Beroemdheden propageerden het kopen van oorlogsaandelen en sommigen, zoals Julia Child, werden spion. (pagina 15-16)
Artikel: Schrijver Jonathan Safran Foer: Waarom geef ik niet genoeg om het klimaat? (Trouw, 6 september 2019)
Lees ook: Dieren eten (2009)
Simone van Saarloos
Prometheus 2019, 128 pagina's - € 18,99
Reeks: Nieuw Licht.
Wikipedia: Simone van Saarloos (1990)
Korte beschrijving
Dit boek van Simon(e) van Saarloos is verschenen in de serie 'Nieuw licht' van uitgeverij Prometheus. In deze serie probeert de uitgeverij oude vraagstukken op een nieuwe manier te belichten. Elk essay levert een oordeel op over de huidige tijd en wordt vergezeld van een fragment van een klassieke tekst (hier Friedrich Nietzsche) en een voorwoord van Frank Meester en Coen Simon. Saarloos probeert in dit essay het fenomeen 'herdenken' te doorgronden. Daarbij laat de auteur zien in welke context er herdacht wordt, hoe die herdenking eruitziet en wat dat betekent voor de betekenis die het woord krijgt. Duidelijk wordt dat de manier waarop herdacht wordt sterk verweven is met de manier waarop wij nadenken over herinneren, geschiedenis en de plek van de mens daarin. De auteur laat zien hoezeer de betekenis van geschiedenis – en dus van herdenken – bepaald is door degene die het in de geschiedenis voor het zeggen hebben: de blanke, heteroseksuele man. Het boek is geschikt voor lezers met ruime achtergrondkennis en een interesse in filosofische en politieke vraagstukken.
Tekst op website uitgever
Wie bepaalt wat er wordt herinnerd en herdacht, en waarom? Slavernij is lang geleden, te lang geleden voor excuses van de Nederlandse overheid, aldus premier Mark Rutte. Neurowetenschappers onderzoeken hoe vroegere gebeurtenissen levens van nu beïnvloeden en noemen dit een ‘intergenerationeel trauma’. Hoe herdenk je iets wat zowel verleden tijd is als een dagelijkse realiteit?
In Herdenken herdacht laat Simon(e) van Saarloos zich inspireren door het historisch haast onzichtbare bestaan van homo’s en queers. Ze toont de kracht van vergeten en vraagt zich af óf en hoe het mogelijk is om zonder verleden te leven.
Tegelijkertijd bekritiseert Van Saarloos hoe een ‘wit geheugen’ _ ook dat van haarzelf _ bepaalde verhalen vanzelfsprekend acht, terwijl andere geschiedenissen worden uitgewist. Herdenken herdacht gaat niet over schuld, maar over rommelig leven met pijn en verdriet.
Simon(e) van Saarloos (New Jersey, 1990) is schrijver en filosoof. In 2015 was zij de jongste VPRO-Zomergast ooit. Ze publiceerde onder meer Het monogame drama, de roman De vrouw die en het rechtbankverslag Enz. Het Wildersproces. De Jan Hanlo Essayprijs jury: ‘Ze verzet zich tegen de rode draad en vindt zo een nieuwe vorm van opiniërend schrijven uit.
Fragment uit (de) Inleiding
Handelen en herinneren zijn nauw met elkaar verbonden. Ik wil kort laten zien hoe er in de filosofische traditie die mij voedde (en tot handelen aanzette) over herinneren en herdenken wordt gedacht. Hier noem ik Friedrich Nietzsche en Hannah Arendt. Zij stellen dat vergeten in zekere zin noodzakelijk is om te handelen. Ook de queer theorie die ik de laatste jaren leef, ziet voordelen in vergeten. Maar vergeten is net zo goed een daad van vernietiging, soms gewelddadig. De beroemde auteur George Orwell beschrijft een totalitair regime in zijn roman 1984: 'Het verleden was uitgewist, het uitwissen was vergeten, de leugen werd waarheid.' Een perspectief als objectieve waarheid presenteren kan ook leugenachtig worden genoemd: de geschiedenis van witte mensen is een goed gedocumenteerd, geprezen verhaal vol moedwillig vergeten. Ik zal het hebben over 'wit herinneren' om aan te geven hoe vergeten een politiek, repressier middel kan zijn.
Het is mijn filosofische overtuiging dat we in de westerse traditie zeer geoefend zijn om vanuit schaarste en competitie te denken (door de evolutieleer van Darwin, maar ook het verhaal van Eva en Adam vertrekt vanuit competitie - tussen de de duivel en God - en vanuit schaarste: het ontbreekt hun aan kennis van goed en kwaad, waardoor we al snel uitkomen op een verzuchting als: 'Je kunt niet alles hebben.' Dit is een ideologie van schaarste die niet leidt tot een bescheiden consumeren, maar tot een 'Go Slow!'-advies wanneer het aankomt op sociale verandering en kwesties van rechtvaardigheid. Denk bijvoorbeeld aan de wijze waarop Halbe Zijlstra de verandering van de figuur Zwarte Piet, 'onvermijdelijk' noemde, mits het geleidelijk en niet te snel zou gaan. Ook tegenstanders van een quotum voor een gelijkere vertegenwoordiging van vrouwen in de wetenschap of politiek, stellen dat het langzaam, vanzelf zal gaan.
Om schaarste ('je kunt niet alles herdenken') en competitie ('sommige verhalen zijn daarom belangrijker dan andere') tegen te gaan, doe ik een voorstel voor dagelijks, lichamelijk herdenken. (pagina 20-22)
Startpagina Nieuw Licht
Terug naar Overzicht alle titels
maandag 2 september 2019
Geert van Istendael
De grote verkilling
Atlas Contact 2019, 269 pagina's - € 21,99
Wikipedia: Geert van Istendael (1947)
Korte beschrijving
Van Istendael (1947), een bekend Vlaams publicist, beziet de huidige West-Europese samenlevingen en politiek, en ziet vooral een versnippering, een steriel debat over identiteit en een verkilling door het wijdverspreide liberale marktdenken. Hij verwijt de linkse partijen dat zij hun idealen hebben verloochend en de voeling met de kleine, bange, boze burger kwijt zijn geraakt. Hij heeft het vooral voorzien op de progressief liberale hoogopgeleide politici, en ziet een goed werkend sociaal zekerheidsstelsel (dat steeds meer wordt verzwakt) als een hoogtepunt van de democratische westerse beschaving. Van Istendael keert zich tegen privatisering en ont-ideologisering. Soms pijnlijk rake kritiek, soms nodeloos venijnig. Gemakkelijk leesbaar betoog, zeker ook voor Nederland relevant. Niet wetenschappelijk diepgravend, maar goede achtergrond voor actualiteit.
Fragment (inleiding op het deel De grote versnippering)
Bijna veertig jaar geleden sloop de grote verkilling binnen. Bewindslieden, menig hoogleraar in de economie, bankiers, technocraten, eurocraten en, moeilijk te bevatten, ook sociaaldemocraten en christendemocraten begonnen een van de fundamenteelste bestanddelen van ons samenlevingsmodel aam te vallen, verdacht te maken, weg te zetten als hinderlijk overblijfsel uit een hopeloos achterhaald verleden. Ik heb het over de notie solidariteit en daarmee bedoel ik structurele, georganiseerde solidariteit, nadrukkelijk niet één of andere vorm van liefdadigheid, ook niet als die genereus is. Langzaam, maar steeds sneller, tastte de grote verkilling ons aan, ons allen. De boodschap klonk dat we er maar beter aan zouden wennen.
Ik keer terug naar de privébelangen. Wie de fundamentele, gestructureerde solidariteit sloopt, privatiseert, dat wil zeggen wie de gestructureerde solidariteit vervangt door marktwerking, dient zodoende enorme, wereldwijde, ja inderdaad, globale privébelangen als daar zijn verzekeringsmaatschappijen, vermogensbeheerders en de miljardenspeculaties van de financiële economie die daaromheen wentelen.
Solidariteit is geen thema meer, hoor ik vaak. Burgers worden er warm noch koud van. Onverschilligheid is troef. Zij zijn verkild, tot op het bot.
Sterft die solidariteit af, dan schaadt dat de burger en, om nu maar eens een modieus woord te gebruiken, de schade zal duurzaam zijn. (pagina 123)
Lees ook: Het land is moe : verhandeling over onze ontevredenheid van Tony Judt (uit 2010), Voettocht naar het hart van het land : hoe sociaal en democratisch zijn we nog? van Jan Schuurman Hess (uit 2014) of Een stralende toekomst : een radicaal pleidooi voor menselijkheid van Paul Mason (uit 2019)
Terug naar Overzicht alle titels







