maandag 16 januari 2023

George Orwell


Over nationalisme : met een essay van Bas Heijne

Prometheus 2023, 77 pagina's  € 12,50

Oorspronkelijke titel: Notes on nationalism (1945)

Wikipedia: George Orwell (1903-1950) en Bas Heijne (1960)

Korte beschrijving
Een essay van George Orwell over de definitie van nationalisme, met een inleidend essay van Bas Heijne.  Vlak na de Tweede Wereldoorlog schreef George Orwell wat een van zijn meest fameuze essays zou worden: ‘Notes on Nationalism’. Al in de eerste alinea’s trekt hij het begrip nationalisme breder dan gebruikelijk: het gaat Orwell om een nietsontziend geloof in een zaak of identiteit, waarbij alle middelen zijn toegestaan. Feiten en gezond verstand doen er niet langer toe, partijdigheid bepaalt alles. In zijn inleidende essay beschrijft Bas Heijne hoe Orwells tekst ontstond, maar laat vooral ook zien hoe actueel die nog is voor onze tijd. Intelligent en met veel taalgevoel geschreven. Voor de meer geoefende lezer. George Orwell (1903-1950) was een wereldberoemde Britse schrijver, journalist, essayist en criticus. Zijn werk won meerdere literaire prijzen, waaronder de Hugo Award for Best Novella en de Prometheus Award.

Tekst op website uitgever
In 1945, vlak na de Tweede Wereldoorlog, schreef George Orwell wat een van zijn meest fameuze essays zou worden: ‘Notes on Nationalism’. Al in de eerste alinea’s trekt hij het begrip nationalisme breder dan gebruikelijk: voor Orwell gaat het om een nietsontziend geloof in een zaak of identiteit, waarbij alle middelen zijn toegestaan. Feiten en gezond verstand doen er niet langer toe. Partijdigheid bepaalt alles.

In zijn lange inleidende essay beschrijft gelauwerd essayist Bas Heijne hoe Orwells tekst ontstond, maar vooral laat hij zien hoe actueel die nog is voor onze tijd, waarin het nationalisme zoals Orwell dat beschreef overal bloeit, emoties belangrijker zijn geworden dan feiten en de democratie in crisis verkeert.

‘Een verbluffend en ongemakkelijk essay – vooral als je bedenkt dat het eigenlijk over jezelf gaat.’ - Rutger Bregman

‘In zijn scherpzinnige inleiding laat Heijne zien hoe angstaanjagend actueel Orwells werk nog is.’ - Saskia Noort

‘Een niet te negeren oproep om de strijd aan te gaan met vooroordelen, ook je eigen. In zijn inleiding plaatst Heijne Orwell weer stevig in ons heden.’ - Philip Huff

George Orwell is een van de beroemdste schrijvers van Engeland. Twee van zijn meest beroemde boeken zijn Nineteen Eighty-Four (1984) en Animal Farm. Orwell schreef ook veel essays en dankzij deze stukken tekst genoot hij tijdens zijn leven de meeste bekendheid. Hij werd geboren in 1903 in India waar zijn vader destijds werkte. In 1907 verhuisde het gezin naar Engeland. Van 1922 tot 1927 zat hij in een Indiaase politie eenheid die gestationeerd was in Burma. Hier deed hij inspiratie op voor zijn eerste roman Burmese Days (1934). Na zijn periode als politieman volgde een aantal arme jaren voor de schrijver, waarin hij onder meer twee jaar in Parijs woonde voordat hij terugkeerde naar Engeland. Animal Farm, de roman die hem wereldfaam bezorgde, werd uitgebracht in 1945. Deze klassieker is doorspekt met politieke satire. Net als Nineteen Eighty-Four, die wordt gezien als de belangrijkste dystopische roman van de moderne literatuur. George Orwell overleed in januari 1950 in Londen. Een aantal dagen voor zijn dood kreeg hij een bericht van Desmond MacCarthy een van de belangrijkste literaire critici aller tijden. Daarin schreef MacCarthy: 'You have made an indelible mark on Englisch literature... you are among the few memorable writers of your generation.'

Fragment uit Notities over nationalisme - George Orwell
Onvastheid

De hevigheid waarmee ze worden gevoeld verhindert niet dat nationalistische loyaliteiten overgedragen kunnen worden. Om te beginnen kunnen ze, zoals ik al heb aangegeven, verbonden zijn met een willekeurig ander land. Het komt veelvuldig voor dat de grote nationale leiders of de oprichters van nationalistische bewegingen zelf niet eens afkomstig zijn uit het land dat ze hebben opgehemeld. Soms zijn ze ronduit buitenlanders, maar vaker komen ze uit een omliggend gebied waarbij de nationaliteit niet vaststaat. Neem Stalin, Hitler, Napoleon, De Valera, Disraeli, Poincaré of Beaverbrook. De pan-germaanse beweging werd deels geschapen door een Engelsman, Houston Chamberlain. De afgelopen vijftig of honderd jaar is het overgedragen nationalisme onder literaire intellectuelen een veelvoorkomend verschijnsel geweest. Bij Lafcadio Hearn ging de overdracht naar Japan, bij Carlyle en veel van zijn tijdgenoten naar Duitsland, en in onze eigen tijd meestal naar Rusland. Maar het is vooral interessant dat er ook sprake kan zijn van een 'heroverdracht'. Een land of groep die jarenlang is vereerd, kan plots verachtelijk worden, en de vrijgekomen plaats kan haast naadloos ingenomen worden door een ander geliefd iets. In de eerste versie van The Outline of History en andere geschriften van H.G. Wells uit die tijd worden de Verenigde Staten haast net zo uitbundig geprezen als de communisten vandaag de dag Rusland prijzen; toch veranderde die kritiekloze bewondering binnen slechts een paar jaar in vijandigheid. Het komt geregeld voor dat een vooringenomen communist binnen niet meer dan een paar weken, of soms zelfs dagen, verandert in een even vooringenomen trotskist. Op het Europese continent werden fascisten voornamelijk gerekruteerd in communistische kringen, en precies het tegenovergestelde proces zou zomaar eens kunnen plaatsvinden in de komende jaren. Wat steeds hetzelfde blijft bij de nationalist is zijn eigen geestestoestand, terwijl datgene waar zijn gevoelens betrekking op hebben veranderlijk of zelfs denkbeeldig kan zijn. (pagina 49-51)

Fragment uit 7 - Bas Heijne
Verbluffend aan Orwells essays is dat ze op de huid van de tijd zijn geschreven, vol staan met verwijzingen naar toenmalige actuele gebeurtenissen en ontwikkelingen, en toch allesbehalve gedateerd zijn. De journalist Orwell mikte overduidelijk niet op de eeuwigheid, het ging hem om het hier en nu, maar vaak genoeg wist hij met zijn nuchtere blik achter de actualiteit iets bloot te leggen wat ons ook aangaat.
  Dat geldt zeker ook voor 'Notities over nationalisme', het essay dat hij schreef tijdens de slotfase van de Tweede Wereldoorlog en voor het eerst publiceerde in het blad Polemic, in oktober 1945. Het stuk raakt onherroepelijk aan de tijd waarin het werd geschreven. Veel Nederlandse lezers zullen bijvoorbeeld G.K. Chesterton alleen nog kennen van zijn verhalen over de priester-detective Father Brown, en niet vanwege zijn allesomvattende katholicisme. Maar waar hij bij Orwell voor staat is duidelijk genoeg. Dat geldt voor de meeste voorbeelden die Orwell geeft, niet veel moeite ze naar ons heden te transporteren.
  In de eerste alinea valt hij met de deur in huis: het 'nationalisme' waar hij over schrijft, moeten we veel breder opvatten dan een emotie die zich richt op de natie alleen. 'We zullen zo dadelijk zien dat ik dit woord niet helemaal in alledaagse zin gebruik, al is het maar omdat het gevoel waarover ik het heb niet altijd is verbonden met wat we een natie noemen, dat wil zeggen een afzonderlijk ras of grondgebied. Het kan verbonden zijn met een kerk of klasse, of het kan in een louter negatieve zin gelden, tégen een of ander iets en zonder behoefte aan een positieve zaak of loyaliteit.' (pagina 24-25)

Enkele andere boeken van Bas Heijne
Staat van Nederland : een pleidooi (2017)
Onbehagen : Nieuw Licht op de beschaafde mens (2016)
Wereldverbeteraars : Gandhi, King, Mandela - hun erfenis (2017)
Kleine filosofie van de volmaakte mens (2015)
De betovering van de wereld (2013)
Vrijheid, gelijkheid, broederschap (2018)
Mens/Onmens : essay (2020)
Leugen & waarheid : in gesprek over de grote kwesties van onze tijd (2021)

en 1984 van George Orwell (1949/2008)

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 8 januari 2023

Katleen Gabriels

Regels voor robots : ethiek in tijden van AI
VUBPress 2019, 171 pagina's  € 15,--

Korte bio van Katleen Gabriels (1983)

Korte beschrijving
De zoekmachine van Google, de tijdslijn van Facebook en Alexa van Amazon Echo: veel van onze dagelijkse technologie bevat kunstmatige of artificiële intelligentie. Stofzuiger- en grasmaairobots helpen ons in en om het huis, robotchirurgen voeren precisieoperaties uit en online voeren chatbots zoals Woebot therapeutische gesprekken. We kunnen zelfs morele beslissingen aan algoritmen uitbesteden. De combinatie van robots en AI leidt, samen met big data, tot eindeloos veel mogelijkheden. Ondertussen praten media ons angsten aan. Van zelfbewuste en uit vrije wil handelende robots is nog lang geen sprake - en wie weet wel nooit - maar er zijn reële ethische problemen die we niet mogen negeren. Welke beslissingen delegeren we aan machines en welke liever niet? En van 'wie' leren zelflerende systemen eigenlijk? Ethische vragen over ontwerp moeten gesteld worden vóór en tijdens het ontwerpproces: elk product dat door mensen gemaakt is, is immers made with morality. Daarom dit pleidooi voor ethische regels voor robots en AI-systemen, maar ook voor ingenieurs en andere ontwerpers. Innovatie gaat immers niet alleen om technologische vooruitgang, maar ook om het (h)erkennen van de morele keuzes die de technologie in zich draagt en daar bewust mee omspringen.

Fragment uit Humane technologie
Hoe maken we de machine 'menselijker'?
Hoe zou je leven eruitzien als technologie zou verdwijnen? Kijk maar om je heen: daken, muren, plafonds en ramen verdwijnen. Je valt op de grond, want stoelen en zetels zijn weg. Eten en drinken liggen verspreid naast je. Er zijn immers geen borden, bekers, glazen, flessen of kasten meer. Je zicht verslechtert, omdat contactlenzen en brillen niet langer bestaan. Bedek je naakte lichaam ook maar, want kleren draag je niet meer. Dat wordt op je tanden bijten in de winter, zolang je er hebt natuurlijk, want voor mondhygiëne heb je technologie nodig. Het hart van wie een pacemaker heeft, heeft het ondertussen begeven. Maar een arts bellen is geen optie zonder telefoon.

Technologische vaardigheden en ontwikkelingen maken een essentieel deel uit van wie we zijn. De 18de-eeuwse Amerikaanse uitvinder en politicus Benjamin Franklin sprak over de mens als 'een dier dat gereedschappen maakt'.  Zelfs iets simpels als een tak vormen we, indien nodig, om tot paal, knuppel, wandelstok of speer.

We creëren voortdurend objecten om onze mogelijkheden uit te breiden en te verbeteren. Elk object dat door de mens vervaardigd werd is technologie. Bovendien reikt technologie verder dan het fysieke object: het gaat ook om kennis, bijvoorbeeld van de handleiding van een toestel, of om het denkwerk dat uiteindelijk tot het object heeft geleid. Het is daarom belangrijk in te zien hoe objecten gebruikt worden en verankerd zitten in morele en sociale praktijken, en wat de gevolgen ervan zijn. 


Van passieve naar actieve gebruiker

Techniekfilosofen lieten zich in de 20ste eeuw doorgaans pessimistisch uit over nieuwe ontwikkelingen. Dat is op zich niet zo verwonderlijk, gezien de destructieve impact van technologie in de eerste helt van de vorige eeuw. Op 6 augustus 1945 dropten Amerikanen ene atoombom op Hiroshima en drie dagen later op Nagasaki. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden ook artillerie en mosterd- en zenuwgas ingezet, maar de schaal en gevolgen bleven beperkter dan wat een relatief kleine atoombom teweegbrengt. In één klap werden telkens tienduizenden levens vernietigd en vele tienduizenden stierven ten gevolge van de straling. De atoombom is bovendien een wapen dat door de gebruikers vanop een veilige afstand kan worden ingezet. Wie het sein geeft tot het droppen van de bom wordt dus amper geconfronteerd met de impact van zijn handelen. De inzet van gewapende drones bij conflicten roept tegenwoordig een gelijkaardige discussie op, zoals verderop in dit boek nog zal blijken.

Theorieën van Albert Einstein lagen aan de basis van de atoombom. Tot het einde van zijn leven bleef hij wroeging hebben over zijn aandeel in Amerikaanse atoomwapens. Enkele maanden voor zijn dood in 1955 zei hij: 'Misschien zal het me worden vergeven, want we dachten immers dat de kans groot was dat de Duitsers er al mee bezig waren en dat het hen zou lukken, en dat ze de atoombom zouden gebruiken en het superieure ras zouden worden.' (pagina 19-20)

Terug naar Overzicht alle titels

James Poskett

Horizonnen : een mondiale geschiedenis van de wetenschap
Ambo Anthos 2022, 494 pagina's - € 34,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Oorspronkelijke titel: Horizons : a global history of science (2022)

Website James Poskett (198?)

Korte beschrijving
Een boeiend boek over natuurwetenschappen en geschiedenis. Het boek toont aan dat de geschiedenis van de wetenschap er een is van mondiale culturele uitwisseling, en brengt een eerbetoon aan door de geschiedenis vergeten wetenschappers. Aan bod komen onder andere wetenschappers als Graman Kwasi, een zeventiende-eeuwse Afrikaanse botanist die een medicijn tegen malaria ontdekte, Hantaro Nagaoka, een negentiende-eeuwse Japanse wetenschapper die de structuur van het atoom ontdekte, en Chung-Yao Cha, de twintigste-eeuwse Chinese natuurkundige die antimaterie ontdekte (terwijl een Amerikaanse collega er de Nobelprijs voor ontving). Informatief maar onderhoudend geschreven. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep. Met zwart-witillustraties en -foto’s. James Poskett is hoogleraar wetenschapsgeschiedenis en technologie aan de Universiteit van Warwick. Hij schrijft onder meer voor The Guardian en Nature. In 2013 stond hij op de shortlist van de BBC New Generation Thinker Award en in 2012 werd hem de Best Newcomer Prize door de Association of British Science Writers toegekend.

Tekst op website uitgever
Horizonnen van James Poskett is een eerbetoon aan de door de geschiedenis vergeten wetenschappers. Hij toont aan dat de geschiedenis van de wetenschap er een is van mondiale culturele uitwisseling.

Menigeen denkt dat de moderne wetenschap zijn oorsprong in Europa vindt, met grote geesten als Copernicus, Newton, Darwin en Einstein. Maar de geschiedenis van de wetenschap was en is nooit een uitsluitend Europees avontuur geweest. Copernicus maakte gebruik van mathematische kennis uit Arabische en Perzische geschriften, Newtons bewegingswetten waren gebaseerd op astronomische waarnemingen uit Azië en Afrika. Voor zijn On the Origin of Species raadpleegde Darwin een zestiende-eeuwse Chinese encyclopedie en de Bengaalse natuurkundige Satyendra Nath Bose was Einsteins inspiratiebron voor zijn studie van de kwantummechanica.

Horizonnen vertelt de geschiedenis van de wetenschap zoals die nog niet eerder werd verteld. Het toont aan dat de geschiedenis van de weten schap er een is van mondiale culturele uitwisseling.

Horizonnen is een eerbetoon aan door de geschiedenis vergeten wetenschappers. We maken kennis met Graman Kwasi, de zeventiende-eeuwse Afrikaanse botanist die een medicijn tegen malaria ontdekte, Hantaro Nagaoka, de negentiende-eeuwse Japanse wetenschapper die de structuur van het atoom ontdekte, en Chung-Yao Cha, de twintigste-eeuwse Chinese natuurkundige die antimaterie ontdekte (terwijl een Amerikaanse collega er de Nobelprijs voor ontving).

Fragment uit (de) Epiloog. De toekomst van de wetenschap
In dit boek heb ik betoogd dat we, als we de geschiedenis van de moderne wetenschap willen begrijpen, het best kunnen denken in termen van sleutelmomenten in de wereldgeschiedenis. We zijn begonnen in de vijftiende eeuw, met de kolonisatie van het Amerikaanse continent, waarna we de groei van handelsnetwerken en religieuze netwerken in Azië en Afrika in de zestiende en zeventiende eeuw hebben verkend. Daarna zijn we overgestapt naar de achttiende eeuw, een periode waarin Europese imperia en de trans-Atlantische slavenhandel zich sterk uitbreidden. In de negentiende eeuw zijn we getuige geweest van een tijdperk van kapitalisme, nationalisme en industriële oorlogsvoering. En in de twintigste eeuw zijn we tot slot op een wereld van ideologische conflicten, antikoloniale nationalisten en communistische revolutionairen gestuit. Elk van deze vier periodes van mondiale historische verandering heeft zijn weerslag gehad op de ontwikkeling van de moderne wetenschap. Mondiale verbindingen brachten mensen en wetenschappelijke culturen samen, soms uit vrije wil, vaak met geweld.

Momenteel beleven we een ander sleutelmoment in de wereldgeschiedenis. Wetenschappers over de hele wereld bevinden zich in het centrum van een geopolitiek conflict dat wordt uitgevochten tussen China en de Verenigde Staten. Aan het eind van het eerste decennium van deze eeuw is de wereld begonnen aan wat het best te omschrijven is als een nieuwe Koude Oorlog. In de kern gaat het om een strijd tussen China en de Verenigde Staten om economische, politieke en militaire dominantie. na de financiële crisis van 2007-2008 werd de economische kloof tussen de Verenigde Staten China drastisch verkleind, en in 2010 haalde China Japan in en werd het de op een na grootste economie ter wereld. Om de economische groei en de toegang tot natuurlijke grondstoffen en energie veilig te stellen, begon China vanaf 2010 internationaal uit te breiden. Dit culmineerde in 2013 in de lancering van China's Belt and Road-initiatief, een internationaal financierings- en infrastructuurproject dat van alles financiert, van nieuwe havens in Sri Lanka tot spoorwegen in Kazachstan. En dus moeten we, hoewel de meeste analisten zich alleen op de Verenigde Staten en China richten, erkennen dat deze nieuwe Koude oorlog - net als de oorspronkelijke Koude Oorlog in de twintigste eeuw - een wereldwijde aangelegenheid is. Wat er in Latijns-Amerika, Afrika, zuidelijk Azië en het Midden-Oosten gebeurt, is van fundamentele belang voor zowel de toekomst van de wetenschap als de toekomst van de politiek.

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 21 december 2022

Dirk De Wachter 5

Vertroostingen : gewone woorden van Dirk De Wachter
Lannoo Campus 2022, 155 pagina's € 24,99

Wikipedia: Dirk De Wachter (1960)

Korte beschrijving
Persoonlijke beschouwing van de Belgische psychiater Dirk De Wachter over het vinden van troost in moeilijke tijden, mede aan de hand van zijn eigen confrontatie met een levensbedreigende ziekte. Als dokter is De Wachter opgeleid om mensen in moeilijke situaties bij te staan, ze te gidsen en een helpende hand te bieden. Maar als het noodlot bij hemzelf toeslaat, verandert het perspectief. Waar kan hij zelf terecht nu hij in (geestelijke) nood verkeert? De Wachter neemt de lezer mee door zijn persoonlijke ontdekkingstocht en vertelt hoe we troost kunnen vinden in kunst, natuur, schoonheid, gedachten en rituelen, maar vooral: in de ander. ‘Vertroostingen’ is in heldere, zachtaardige en persoonlijke stijl geschreven. Voor een brede tot geoefende lezersgroep. Dirk De Wachter (1960) is een bekende Belgische psychiater-psychotherapeut en auteur. Hij schreef enkele succesvolle boeken, waaronder ‘Borderline Times’, en zijn werk werd in meerdere landen uitgegeven..

Tekst op website uitgever
Unieke blik op een universeel thema

'Wat ik zelf heb meegemaakt,
doet me nadenken over de vraag:
als een mens in de miserie zit, wat helpt dan?
Wat doen we wanneer het noodlot ons treft?
Waar vinden we troost?
Het antwoord kun je in enkele woorden samenvatten:
in de aanwezigheid van de ander.
Dat is de basis.'

Als dokter ben je opgeleid om mensen in moeilijke situaties bij te staan, ze te gidsen en een helpende hand te bieden.

Maar wat doen we wanneer het noodlot bij ons zelf toeslaat? Hoe vind je troost in moeilijke situaties? En waar kunnen we terecht?

In dit persoonlijke boek onderzoekt Dirk De Wachter hoe we in de moeilijkste momenten troost kunnen vinden. Die zit in kunst, in natuur, in schoonheid, in gedachten en rituelen, maar vooral: in de ander.


Fragment uit 11. Troost van Bach en Cohen

Leonard Cohen. Ik sprak het op zijn Frans uit. Van die man had ik nog nooit gehoord. In het kleine dorp waar ik woonde was de popmuziek van die jaren populair: Abba, Middle of the Road, Mud, The Sweet, die groepen. Ik schreef Leonard Cohens naam op een papiertje om het zeker niet te vergeten en sprak er enkele dagen later een vriend van me over aan. We zaten samen in de jeugdbeweging, we waren vijftien, we hadden geen geld voor platen, maar hij had gelukkig twee oudere broers die wel platen hadden. Jan wist dat zijn broer er een had van die Leonard Cohen. The best of Leonard Cohen, een album uit 1975, tot vandaag het meest fantastische dat de popmuziek ooit heeft voortgebracht. Ik kende Bob Dylan al, die vond ik ook geweldig en ik ben een van de mensen die vindt dat hij de Nobelprijs voor Literatuur terecht kreeg. Maar Cohen is onovertroffen.

Zijn eerste drie platen vond ik fantastisch en twee jaar later kwam hij in de Elizabethzaal spelen. Zijn plaat Death of a Ladies' Man was pas uit, helaas vond ik dat een slechte plaat en het concert was maar gewoontjes. Maar hij bleef in leven, en vandaag mystificeer ik Cohen allicht een beetje. Daar is hij een dankbare figuur voor, zeker door die jaren dat hij in een klooster doorbracht. Ik denk niet dat ik daarna één concert van Cohen in België gemist heb. De laatste keer, toen hij op het Sint-Pietersplein in Gent kwam spelen, was ik erbij met mijn zoon. Hij was toen al een oude man, maar zijn kindness trof me.

Cohen is een typische soixante-huitard die ongetwijfeld heel veel vrouwen pijn gedaan heeft, maar hij is ermee weggekomen. En zijn stem en zijn gitaar waren voor, toen ik vijftien was, altijd bij mij. Ik kocht zijn platen, ik kocht de partituren van zijn liedjes, ik kocht een gitaar en op mijn kamer speelde en zong ik Cohen. Eenzaam, zoals ik mij toen voelde, maar in die eenzaamheid getroost. Queen Victoria, een nummer dat hij alleen met een cassetterecorder opnam in een hotelkamer, vind ik het allersterkst. Wat me daarin raakt en troost? Alles. Zij stem, zijn gitaar, de teksten, het bijbelse, het poëtische, die achtergrondkoren. Twenty-seven Angels from the Great Beyond, zelfs als ik het neerschrijf, voel ik hoe verheven dat is.

Dankzij Cohen leerde ik Nick Cave kennen, die in 1984 Avalanche van Cohen coverde.



Andere boeken van Dirk De Wachter
Borderline times : het einde van de normaliteit (2012), 
Liefde : een onmogelijk verlangen? (2014), 
De wereld van De Wachter (2016) en 
De kunst van het ongelukkig zijn (2019)

Terug naar Overzicht alle titels

Baptiste Morizot

Het levende laten opvlammen een collectief front
Octavo 2022, 221 pagina's  €24,50

Oorspronkelijke titel: Raviver les braises du vivant : un front commun (2020)

Wikipedia: Baptiste Morizot (1983)

Korte beschrijving
Een filosofische verhandeling over ecologie en de mens. Hoe kunnen we ontsnappen aan de tweedeling mens-natuur? Wat betekent natuurbescherming als we beseffen dat de idee van bescherming voortkomt uit paternalisme? In een vurig betoog voert Baptiste Morizot aan dat wij allen deel zijn van een weefsel van 'het levende': een weefsel dat groter is dan wijzelf en dat we niet kunnen beschermen, maar waar we wel de omstandigheden voor autonoom herstel voor kunnen creëren. Ecologische niches met op de situatie toegespitste oplossingen vormen de gloeiende kooltjes die de leefomgeving haar levenskracht kunnen teruggeven. ‘Het levende laten opvlammen’ is intellectueel en met diepgang geschreven. Enkel geschikt voor een geoefende lezersgroep met kennis van het vakgebied.Baptiste Morizot (1983) is een Franse filosoof. Hij is verbonden aan de universiteit van Aix-Marseille. In zijn onderzoek en publicaties staat de relatie tussen de mens en andere levende wezens centraal.Dit is het eerste deel van de serie 'Wisselwerkingen'.

Tekst op website uitgever
Hoe kunnen we ontsnappen aan de tweedeling mens-natuur? Wat betekent natuurbescherming als we de natuur niet langer opvatten als de omgeving die ons omringt, en beseffen dat beschermen voortkomt uit paternalisme? In een vurig betoog voert Baptiste Morizot ons naar zijn antwoord. Wij zijn deel van een weefsel van ‘het levende’: mensen en andere levende wezens, zoals bomen, planten en micro-organismen, die onderling samenhangen. Iets wat groter is dan wijzelf kunnen we niet beschermen. Wel kunnen we de omstandigheden creëren voor autonoom herstel. Morizot hanteert de metafoor van het vuur: de biosfeer is in gevaar, maar staat niet in brand. Ecologische niches met op de situatie toegespitste oplossingen vormen de gloeiende kooltjes die de leefomgeving haar levenskracht kunnen teruggeven. Met concrete voorbeelden laat Morizot het levende opvlammen.

Baptiste Morizot (1983) is een Franse filosoof. Hij is verbonden aan de universiteit van Aix-Marseille. In zijn onderzoek en publicaties staat de relatie tussen de mens en andere levende wezens centraal.

Fragment uit De anatomie van een hefboom: een praktijkvoorbeeld. haarden van vrije evolutie
Geconfronteerd met de klimaatverandering

Haarden van vrije evolutie zijn niet afgesloten, niet verwaarloosd, niet star. het zijn geen dode gebieden die zijn onttrokken aan de voorraad gemeenschappelijk grondgebied, die verkommeren en 'niet werken': het zijn glinsterende levende kernen die elk voorjaar bruisen. Het zijn gebieden die niet 'aan het werk zijn gezet', maar 'het' werkt, 'het' is heel actief: variatie, schepping, rijping van vormen, van weefsels; kolossale productie van biomassa door CO2-opslag, waterzuivering en stabiliteit van het klimaat... Het maakt elke dag dingen die wij mensen niet kunnen maken, en middels dezelfde processen waardoor wij zijn gemaakt.
  In de context van de heftige klimaatveranderingen die eraan komen, zijn de plaatsen in vrije evolutie een les in kennis van de natuur: ze leren ons waartoe een leefomgeving in al haar functionaliteiten in staat is. Niemand weet werkelijk wat een bos kan doen. Bovendien is het ook voor het bos volkomen onzeker welke uitwerking een opwarming van twee graden op onze ecosystemen zal hebben.
  Vrije evolutie is derhalve een strategische beslissing in het licht van de opwarming van de aarde: leefomgevingen zullen hoe dan ook het hoofd moeten bieden aan zulke kolossale veranderingen dat het praktisch ondenkbaar wordt om de evolutie van die omgevingen te beheren, managen of controleren. En leefomgevingen die niet aan het infuus liggen, die geen continu beheer nodig hebben voor hun voorbestaan, reageren adequater op deze metamorfosen: ze zijn gezond in de betekenis die Canguilhem daaraan gaf, ze verwerken veranderingen beter, ze zijn veerkrachtiger.
  Tegenover de onzekerheid is het in feite redelijk om te denken - en dit is een gedeelde overtuiging in de conservatiebiologie - dat hoe meer een leefomgeving is verschraald en verarmd en weinig soorten telt, des te kwetsbaarder die zal zijn. En dat naarmate een leefomgeving diverser, gestructureerder en rijker is aan vrije en krachtige functionaliteiten, anders gezegd naarmate de spontane ecologische dynamiek ervan onaangetast blijft, zo'n omgeving veerkrachtiger en robuuster zal zijn. (pagina 34-35)

Lees bijvoorbeeld ook: Waar kunnen we landen? : politieke oriëntatie in het nieuwe klimaatregime van Bruno Latour (uit 2018) 

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels


Marjan Slob 3

Door de bomen het huis : bouwen met hout
Uitgeverij Pluim 2022, 137 pagina's - € 17,99
Reeks: Vitale ideeën voor de wereld van morgen

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Website Marjan Slob (1964)

Korte beschrijving
Een essayistisch boek over houtbouw. Technisch en ecologisch gezien is grootschalige houtbouw mogelijk en als je voor elke gevelde boom een nieuwe boom plant kan de CO2-teller zelfs teruglopen. Toch is niet iedereen enthousiast over bouwen met hout. Sommige mensen willen bomen niet als bouwmateriaal zien. Zij houden van de boom als majestueus wezen, als essentieel element in het landschap of van het bos als ecologische eenheid. Marjan Slob gelooft in houtbouw maar wil ruimte bieden aan deze verschillende waarderingen. Ze verkent de perspectieven en onderzoekt hoe bouwen met hout kan uitgroeien tot een verbindend ideaal. In heldere, prettig leesbare stijl geschreven. Marjan Slob (1964) is een essayist en filosoof.

Tekst op website uitgever
Houtbouw is een idee om heel vrolijk van te worden. Technisch en ecologisch gezien is grootschalige houtbouw mogelijk en als je voor elke gevelde boom een nieuwe boom plant kan de CO2-teller zelfs teruglopen. Toch is niet iedereen enthousiast over bouwen met hout. Sommige mensen willen bomen niet als bouwmateriaal zien. Zij houden van de boom als majestueus en wijs wezen, als essentieel element in het landschap of van het bos als ecologische eenheid. Marjan Slob gelooft in houtbouw, maar wil niet voorbijdenderen aan die verschillende waarderingen. In 'Door de bomen het huis' verkent ze de perspectieven en onderzoekt ze hoe bouwen met hout kan uitgroeien tot een verbindend ideaal.

Fragment uit Een bevrijdend idee
Het basisidee van houtbouw is stralend in zijn eenvoud. Wereldwijd wordt waanzinnig veel gebouwd. Bij de productie van traditionele bouwmaterialen (beton, cement, steenwol, staal) komt veel van het broeikasgas CO2 vrij; betonbouw is verantwoordelijk voor ruim 8 procent van de jaarlijkse wereldwijde CO2-uitstoot. Daarmee is de bouwsector een van de grootste veroorzakers van klimaatopwarming. We zouden kunnen stoppen met het bouwen, maar dat is niet bepaald de trend; de steden in India, China en Afrika groeien juist in een bizar tempo. En al is de schaal anders, ook de Nederlandse regering wil in een al dichtbebouwd land vóór 2030 zo'n één miljoen huizen bouwen om een pijnlijke nationale wooncrisis te bezweren. Ondertussen hebben we als land ook beloofd om onze CO2-uitstoot drastisch te verminderen. Die twee ambities gaan simpelweg niet samen. Wat te doen?
  Deze situatieschets is grof en over de precieze cijfers en berekeningen valt te steggelen (en wordt gesteggeld). Maar het patroon is onmiskenbaar: het woonprobleem oplossen door te bouwen betekent het klimaatprobleem vergroten. Slagen hier, is falen daar. Tenzij je overgaat tot het zogenoemde 'biobased bouwen'. Dat wil zeggen, tenzij je gaat bouwen met plantaardige materialen die vanzelf (en behoorlijk snel) weer aangroeien. In onze contreien kun je daarbij denken aan vlas, leem, hennep en lisdodde. Dergelijke 'biocomposieten' zijn echter vooral geschikt als duurzame manier om gebouwen af te werken; het is technisch nog lastig om ze in dragende constructies te verwerken. De vervanging van staal en beton zal voorlopig moeten komen van bomen, en daarom stel ik hier scherp op bomen en zal ik vanaf nu praten over houtbouw.
  Het mooie van bomen is dat ze CO2 uit de atmosfeer halen en vastleggen in hun cellen, waaruit het pas weer ontsnapt als de boom vermolmt. Een boom die je vóór die tijd kapt en verzaagt tot planken die je gebruikt om een huis te bouwen, blijft de opgeslagen koolstof echter bergen. Zolang je maar een nieuwe boom laat groeien voor elke boom die je velt - dat is wel de harde voorwaarde - leg je dus CO2 vast in hout én zorg je dat bomen CO2 aan de atmosfeer blijven onttrekken. Ergo: bouw met hout en je kunt het woningsprobleem oplossen terwijl de CO2-uitstootteller terugloopt!  (pagina 11-12)

Lees ook: Hersenbeest : filosoferen over het brein en de menselijke geest : essay (uit 2016) en De lege hemel : over eenzaamheid (uit 2020).

Artikel: Quote van het jaar – Wees deel van de oplossing. (oktober 2019)

Terug naar Overzicht alle titels

Paul ter Heyne

Genoeg van reclame : over de ondermijnende invloed van marketing en reclame en wat we eraan kunnen doen
Haystack 2022, 336 pagina's  - € 25,--

Blog van Paul ter Heyne (19?)

Korte beschrijving
Een betoog voor het verminderen van de invloed van reclame. Het boek schetst een confronterend beeld van de invloed van reclame op ons leven. Het laat zien hoe bedrijven miljarden uitgeven om alles te weten te komen over onze identiteit, verlangens en behoeften en hoe ze deze proberen te beïnvloeden.Aan de hand van nuchtere feiten en anekdotes beschrijft Paul ter Heyne waarom het tijd is dat reclame aan banden wordt gelegd. Niet alleen vanwege de schade aan cultuur en gezondheid, maar ook vanwege het aansporen van consumptie in een tijd dat verspilling beperkt moet worden. Aanjagend en toegankelijk geschreven. Met illustraties en foto’s in zwart-wit.Paul ter Heyne studeerde economische wetenschappen en filosofie en begon zijn carrière in de reclame.

Tekst op website uitgever
We worden overstelpt met reclame van ondernemingen die niet alleen op ons geld uit zijn, maar ook op onze intiemste voorkeuren. Dat moet stoppen, genoeg is genoeg.

We worden overstelpt met reclame van ondernemingen die niet alleen op ons geld uit zijn, maar ook op onze intiemste voorkeuren. Dat moet stoppen, genoeg is genoeg. Dit boek geeft een confronterend beeld van de invloed van reclame op ons leven. Nog nooit deed een auteur zo'n uitgebreid onderzoek naar alles wat er mis is in de reclamewereld. Lees hoe bedrijven miljarden uitgeven om met behulp van technologische en psychologische trucs alles te weten te komen over onze identiteit, onze verlangens, behoeften en voorkeuren, en hoe ze deze schaamteloos proberen te beïnvloeden. Aan de hand van nuchtere feiten en anekdotes, met humor en gedrevenheid beschrijft Paul ter Heyne waarom het hoog tijd is dat reclame aan banden wordt gelegd. Want marketing en reclame zijn niet alleen irritant en schadelijk voor onze cultuur en gezondheid, ze jagen bovendien onze consumptie op in een tijd waarin we verspilling en klimaatschade moeten beperken. 'Wie dit leest, zal voorgoed met andere ogen naar reclame kijken.' Paul ter Heyne studeerde economische wetenschappen en filosofie en begon zijn carrière in de reclame. Tot hij op een dag besloot dat hij het spel niet meer wilde meespelen. Sindsdien verzet hij zich als publicist tegen de ongebreidelde invloed van reclame op ons leven.

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels