donderdag 29 oktober 2020

Marjan Slob

De lege hemel : over eenzaamheid
Ambo Anthos 2020, 224 pagina's -  € 20,99

Website Marjan Slob (1964)

Korte beschrijving
Boek over het verschijnsel ‘eenzaamheid’ vanuit filosofisch perspectief. De auteur (1964) gaat vooral in op wat bekend is als ‘existentiële eenzaamheid’, het  besef van verlorenheid in een als zinloos ervaren kosmos en het hierin op zichzelf aangewezen zijn. Ze legt uit dat de mens het vermogen heeft om zich eenzaam of verloren te voelen: de mens denkt na over het leven, is zich bewust van zijn binnenwereld en kan reflecteren. Ze geeft aan wat de functie is van ‘betekenisvolle contacten’ en geeft aan dat een mens in verbinding met zichzelf moet zijn om in verbinding met anderen te kunnen zijn. Ze definieert eenzaamheid als gebrek aan verbondenheid. Ze verkent de rol van ‘identiteit’, het ‘zelf’ en ‘de persona’. Ze illustreert dit aan de hand van het artistieke leven van Bowie. In het boek worden ideeën van filosofen besproken (o.m. Pascal, Dennet, De Beauvoir, Sartre) en ervaringen van auteurs en televisiemakers. De auteur is filosoof, schrijft boeken, essays en columns. Ze won de Socratesbeker 2017 en werkt voor het Rathenau Instituut en de WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid).

Tekst op website uitgever
De lege hemel van Marjan Slob is een kleine filosofie van de eenzaamheid. Het woord ‘eenzaamheid’ zingt rond. Bezorgde beleidsmakers nemen maatregelen om de eenzaamheid onder geïsoleerde hoogbejaarden en gamende jongeren te ‘bestrijden’. Het begrip zelf wordt echter maar weinig onderzocht.

In haar nieuwe boek doet filosoof Marjan Slob dat wel. Ze presenteert ‘eenzaamheid’ als het droevige gevoel dat je krijgt wanneer je een tekort aan verbondenheid ervaart. Slob ziet eenzaamheid echter ook als een verschijnsel dat belangrijke menselijke talenten aan het licht brengt. Wanneer je eenzaam bent, lijd je immers aan wat er níét is, en dat getuigt van zelfreflectie en voorstellingsvermogen.

Met lichte toets bespreekt Slob grote denkers als Blaise Pascal, Daniel Dennett en Simone de Beauvoir. Inzichten in de menselijke conditie vult zij aan met voorbeelden uit romans, films en popliedjes. Heel precies legt ze verrassende verbanden tussen eenzaamheid, podiumvrees, maskers, selfies, ruimtereizen en getut op dames-wc's. Met David Bowie als gids die weet hoe je kunt spelen met je onvermijdelijke verlorenheid.

Fragment uit (het) Voorwoord
Dit is een boek van een filosoof over eenzaamheid. Het menselijk vermogen om via taal afstand te nemen van jezelf en je directe omgeving, en daarmee een soort ruimtereiziger te worden (een belangrijk motief in dit boek), zie ik als de sine qua non eenzaamheid. De komende hoofdstukken diepen deze voorwaarde voor eenzaamheid uit aan de hand van de gedachten van filosofen, en zeker ook via voorbeelden uit film, literatuur, populaire cultuur en eigen ervaring. Ik zal laten zien dat eenzaamheid mensen aankleeft, omdat de typisch menselijke vermogens die ons als soort zo succesvol maken ook, en onvermijdelijk, een eenzame ruimte voor ons openen.

Maar hoe schrijf ik als filosoof daarover? met die vraag heb ik lang rondgelopen. Eenzaamheid is een zwaar woord. De toebedeling van dat woord aan een ervaring van jezelf of van anderen kan een loden deken leggen over dat stukje concreet leven. Je kunt met je denken haast geen kant meer op; de geest dreigt log te worden. Want eenzaamheid is lijden, en daar moeten we een serieus gezicht bij trekken, toch?

Mijn eerste impuls is dan ook om ironisch op het begrip 'eenzaamheid' te reageren. Laat het maar tochten tussen mij en mijn thema, laat mij maar gevat commentaar leveren vanaf de zijlijn. Wel zo veilig. En bovendien voel ik me zelf helemaal niet zo vaak eenzaam; mijn leven is momenteel eerder te vol dan te leeg. Zou het dan niet aanmatigend zijn om mijn eenzaamheid op één lijn te stellen met die van mensen die daadwerkelijk wegkwijnen door gebrek aan contact?

Dat gevaar is er. Ik claim niet de eenzaamheid te doorgronden van iemand die al jaren snakt naar sociale contacten die er niet zijn. Toch zou schrijven vanuit de positie van buitenstaander een (voor mijn ego) te veilige reactie zijn, die de verwantschap miskent die er ook is. Als persoon ben ik onderwerp noch vertrekpunt van dit boek, maar zodra je het over 'de menselijke conditie' wilt hebben, zit ik natuurlijk in hetzelfde schuitje als alle andere mensen. Ik wil dus beschouwen, zoals het een filosoof betaamt, zonder me te distantiëren. Veilige ironie is nu geen optie. (pagina 12-13)

Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen