Houtekiet 2023, 328 pagina's - €22,99
Korte bio van Stijn Bruers (1981)
Sinds 2012 vindt u hier non-fictie boeken over onze snel en sterk veranderende tijd. Boeken over uiteenlopende, elkaar aanvullende en overlappende gebieden. Boeken die vragen oproepen. Leesbare boeken die allemaal opgenomen zijn in de collectie van de samenwerkende Noord Oost Brabantse Bibliotheken. Een instelling die uiteenlopende activiteiten organiseert over thema's die in deze boeken worden aangesneden. Boeken voor Lezers van Stavast.
Korte bio van Stijn Bruers (1981)
Manieren van levend zijn
Oorspronkelijke titel: Manières d'être vivant : enquêtes sur la vie à travers nous (2020)
Wikipedia: Baptiste Morizot (1983)
Korte beschrijving
Een filosofisch boek met zes novelles die de relatie tussen mensen en andere levende wezens onderzoeken. De verhalen zijn doorspekt met wetenschappelijke en filosofische bespiegelingen. Ze variëren van het volgen van wolvensporen in een verlaten Frans skigebied tot een analyse van het dierlijke in de mens, geïnspireerd door Spinoza's Ethica. Het centrale thema is hoe onze perceptie en begrip van andere levensvormen hebben bijgedragen aan de ecologische crisis. Morizot benadrukt het belang van veldonderzoek en ontmoetingen met andere soorten om filosofische inzichten te verkrijgen. Hij onderzoekt de onderlinge afhankelijkheid tussen soorten en vermijdt het idee van dieren als inferieur of superieur. Zeer intellectueel en met diepgang geschreven. Uitsluitend geschikt voor een geoefende lezersgroep.
Baptiste Morizot (1983) is een Franse filosoof. Hij is verbonden aan de universiteit van Aix-Marseille. In zijn onderzoek en publicaties staat de relatie tussen de mens en andere levende wezens centraal. Dit is het zesde deel van de serie 'Wisselwerkingen'.
Tekst op website uitgever
De ruim tien miljoen soorten die met de mens op aarde leven, worden vaak gezien als anders dan de mens, als 'natuur' die zich buiten ons bevindt, als een decor of een grondstof. Eén soort wordt tegenover tien miljoen andere soorten geplaatst. Die houding heeft geleid tot een ecologische crisis. Een aspect van die crisis dat onderbelicht blijft, is volgens Baptiste Morizot ons gebrek aan gevoeligheid: de verarming van ons vermogen om andere levende wezens echt te zien, echt te begrijpen. Dit gebrek aan gevoeligheid heeft er ook toe geleid dat we geen vocabulaire hebben ontwikkeld om onze verwevenheid met de andere soorten in uit te drukken. Morizot pleit onder meer voor het begrip 'het levende' in plaats van 'natuur', en voor een nieuw vorm van kosmopolitisme: cosmopolitesse, een uiterst hoffelijke omgang met het levende. Het boek bevat zes teksten, die uiteenlopen van een verslag van wolvensporen volgen in verlaten skigebieden in de Vercors tot de introductie van nieuwe filosofische begrippen. Morizot laat de wereld zien door de ogen van andere levende wezens, want er is een omslag in het denken nodig, een nieuw begrip van onze relatie met tien miljoen andere manieren van levend zijn.
Fragment uit (de) Epiloog - Afgestemde blijken van respect
We leven in een tijd van systemische ecologische crisis waarin onze relaties met dieren, planten en omgevingen op het spel staan. Deze relaties moeten opnieuw worden uitgevonden. Daarbij kunnen w eons laten inspireren door animistische tradities, aangezien daarin de relatie smet levenden die anders zijn dan wij, rijker zijn dan die van ons. Ik betwijfel echter een blind omarmen van de volledige kosmologie van inheemse Amerikaanse volkeren, een soort massabekering, een adequate oplossing is voor de situatie waarin we ons bevinden.
Door welke specifieke aspecten van het animisme kunnen we ons dan laten inspireren, wij die de erfgenamen zijn van de naturalistische moderniteit (de kosmologie die de 'Natuur' tegenover de mens stelt)? Naar mijn idee hebben de relaties die animisten onderhouden met dieren, planten en rivieren een dusdanige vorm dat ze het mogelijk maken om in contact te treden met niet-mensen teneinde een duurzaam 'verkeer' (commerce) met hen tot stand te brengen. In de oude betekenis van dit Franse woord, namelijk een zo vredig en wederzijds zo gunstig mogelijke onderhandeling, in een kosmopolitische en contingente context waar onenigheid en conflict altijd op de loer liggen. Een gemene deler van de animistische relaties met andere levenden - als we bijvoorbeeld kijken naar het door Descola beschreven animisme in de 'politieke' relaties van de Achuar met de wolapen waarop ze jagen en de mais die ze planten - is dat ze een interactie mogelijk maken, onderhandelingen over een modus vivendi die uitgaan van vormen van wederkerigheid en niet van gelijkheid, want gelijkheid is feitelijk en rechtens onmogelijk (welke gelijkheid kan er zijn tussen jou en elk van de miljoenen bacteriën die je spijsverteringsstelsel bevolken?). In animistische culturen is de constante van deze relaties, het kenmerkende ervan, geen abstract egalitarisme, maar het feit dat ze altijd respect vereisen, zelfs bij het jagen op een aap om die te doden en op te eten, zelfs voor een zogenaamd 'schadelijk' dier, of voor een frambozenstruik of een ongerepte bosschage die we niet gebruiken. Dat is wat we hebben verloren en ontkend met het meer recente moderne dualisme. (pagina 275-276)
Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen
Lees ook: Het levende laten opvlammen : een collectief front (uit 2022)
Website Jan-Willem van Prooijen (1975)
Korte beschrijving
Een actuele beschouwing over de vraag waarom mensen in complottheorieën geloven. Jan-Willem van Prooijen, die al sinds 2008 wetenschappelijk onderzoek doet naar complotdenken, schrijft over het ontstaan en de gevolgen van complotdenken en de invloed van internet en sociale media. Het boek belicht onder meer hoe complotdenken invloed heeft op beslissingen als vaccinatie, duurzaamheid en politieke keuzes. De auteur benadrukt dat iedereen in zekere mate vatbaar is voor complotdenken en dat dit niet alleen voor kan komen bij grootschalige crisissituaties, maar ook ontstaat rond persoonlijke en alledaagse omstandigheden. Informatief en prettig leesbaar geschreven. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep. Jan-Willem van Prooijen (1975) is gedragswetenschapper in de psychologie en criminologie, universitair hoofddocent aan de VU Amsterdam, senior onderzoeker aan het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving en bijzonder hoogleraar radicalisering, extremisme en complotdenken aan de Universiteit Maastricht. Hij verschijnt regelmatig in (inter)nationale media..
Tekst op website uitgever
Populair-wetenschappelijk boek over de psychologische achtergrond van complotdenken, een fenomeen dat het nieuws en ons leven de afgelopen jaren leek te beheersen.
Hoe ontstaat complotdenken en wat zijn de gevolgen? Hoe gevaarlijk is complotdenken? Geloven mensen dankzij internet en sociale media nu sneller in complottheorieën?
Het heeft invloed op de vraag of mensen zich laten vaccineren, of ze duurzaamheid nastreven, op welke partij en ze stemmen en meer. Iedereen is tot op zekere hoogte vatbaar voor complotdenken. Het is gradueel, en vaak zijn mensen onzeker over wat ze wel en niet moeten geloven. Het komt niet alleen voor bij groot schalige gebeurtenissen zoals een pandemie of een oorlog, maar ook bij sportwedstrijden, op het werk en in ons persoonlijke leven.
Fragment uit 6. Kritische denkers?
Mensen gaan graag op de stoel van de expert zitten. Tijdens de coronapandemie ontpopten burgers zich tot zelfbenoemde virologen die preciest wisten waarom het al dan niet nodig was anderhalve meter afstand te houden, en waarom de coronavaccins veilig of juist gevaarlijk waren. Tijdens de stikstofcrisis hadden burgers een behoorlijk gepeperde mening over hoed noodzakelijk het voor de natuur was om al dan niet de EU-regels te volgen. En tijdens een EK of WK voetbal veranderen mensen die anders niet naar voetbal kijken plotseling in een stel excellente bondscoaches die precies weten welke spelers waar opgesteld moeten worden, en met wat voor systeem het Nederlandse elftal moet spelen. Dit alles gaat gepaard met de nodige kritiek op de mensen die daadwerkelijk aan het roer staan. De echte bestuurders, wetenschappers en bondscoach (die allen in een complexe, onvoorspelbare situatie en met beperkte informatie moeilijke beslissingen moeten nemen - en ja inderdaad, dan dus soms fouten maken) wordt op sociale media flink de maat genomen. Ze weten niet wat ze aan het doen zijn, zijn een stel prutsers en moeten zo snel mogelijk vervangen worden; liefst door iemand di er precies dezelfde meningen op na houden als de kritische burger zelf.
Vooral mensen die in complottheorieën geloven leveren graag kritiek, zowel op de 'machtige elites' als op het volk dat te veel danst naar de pijpen van die elites. Hardnekkige complotdenkers gaan er nogal eens prat op dat ze kritisch zijn over bestuurders of wetenschappelijke inzichten en voor zichzelf durven denken. Populaire termen die leden van complotgroeperingen gebruiken om zichzelf te beschrijven zijn bijvoorbeeld 'kritische vrijdenkers', 'andersdenkenden' of 'compleetdenkers'. Een populaire term om het volk te beschrijven is 'the sheeple' (een samenvoegsel van 'people' en 'sheep' om aan te duiden dat veel burgers zich als een stel makke, onnozele schapen laten misleiden door de leugens van machtige elites.) het kernadvies dat mensen meekrijgen is om vooral je eigen onderzoek te doen. In de praktijk betekent dat bijvoorbeeld niet luisteren naar de conclusies van wetenschappelijk onderzoek als je wilt weten of je je kinderen moet laten vaccineren tegen de mazelen; in plaats daarvan moet je een aantal YouTube-filmpjes gaan bekijken om zelf te bepalen of die vaccins kwaad kunnen.
'Doe je eigen onderzoek' kan prima advies zijn, afhankelijk van hoe je het precies bedoelt en in welke context. Als je graag eens naar Thailand op vakantie zou willen gaan - een prachtig land met een interessante cultuur - dan is het verstandig om eerst je eigen onderzoek te doen door je in te elzen in de lokale gebruiken, bezienswaardigheden, praktische zaken (zoals visa, vluchten, kosten, hotels), enzovoorts. Maar waar een vakantiewens geen objectief goed of fout kent (als je niet naar Thailand wilt gaan dan is het ook goed) geldt dat niet voor wetenschappelijke inzichten, zoals de mate waarin een vaccin je kind beschermt tegen levensgevaarlijk ziektes. Als het aankomt op complexe wetenschappelijke materie waar je zelf geen expertise in hebt, dan vind ik 'doe je eigen onderzoek' (in de betekenis van 'gooi de wetenschappelijk consensus overboord, luister niet naar experts en kijk zelf naar wat je online tegenkomt') onverantwoord advies dat getuigt van de nodige grootheidswaanzin. Wetenschappelijk onderzoek leren doen vergt jaren aan studie en ervaring, en dan nog wordt je expert op slechts een beperkt aantal thema's. Het advies is vergelijkbaar met 'bestuur je eigen vliegtuig'. Ga vooral niet als passagier in een vliegtuig zitten waar een gekwalificeerde piloot in de cockpit zit maar probeer zelf, met behulp van een paar YouTube-filmpjes - veelal gemaakt door mensen die zelf nauwelijks vliegervaring hebben - een Boeing te besturen. Soms is het juist verstandig te luisteren naar wat eerder onderzoek laat zien en naar wat experts adviseren. Doe niét je eigen onderzoek, maar laat je in plaats daarvan goed informeren door echte experts met aantoonbare kennis van zaken! (pagina 147-149)
Lees bijvoorbeeld ook: Waarom mensen radicaliseren : hoe waargenomen onrechtvaardigheid radicalisering, extremisme en terrorisme aanwakkert van Kees van den Bos (uit 2029) of
Waarheidszoekers : wat bezielt complotdenkers? van Cees Zweistra (uit 2021) of
Immuun voor nepnieuws : een tegengif voor fake news en complottheorieën van Sander van der Linden (uit 2023) of
Elkaar eerlijk behandelen : wantrouwen, polarisatie en complotdenken voor zijn van Kees van den Bos (uit 2023) of
De extremist en de wetenschapper : hoe we radicalisering beter kunnen begrijpen van Rik Peels (uit 2024)
Oorspronkelijke titel: How to think like a philosopher: essential principles for clearer thinking (2024)
Wikipedia: Julian Baggini (1968)
Korte beschrijving
Een filosofische gids met 12 essentiële principes voor mentale weerbaarheid. De auteur bespreekt het gedachtegoed van belangrijke filosofen en gebruikt alledaagse voorbeelden en hedendaagse politieke zorgen om te laten zien hoe de principes van deze filosofen toegepast kunnen worden op ons eigen leven. Het doel is om de lezer te helpen denken als een filosoof, wat nuttig kan zijn in een tijdperk waarin maatschappelijke en persoonlijke problemen alleen maar groter lijken te worden. In vriendelijke, bevragende stijl geschreven, met persoonlijke passages van de auteur. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep. Julian Baggini (Engeland, 1968) is een wereldberoemde Britse schrijver en filosoof, en oprichter van The Philosophers’ Magazine. Hij schreef vele boeken, waaronder ‘Een kleine geschiedenis van de waarheid’. Zijn werk wordt in meer dan twintig landen uitgegeven.
Tekst op website uitgever
Scherp je geest met deze 12 universele filosofische principes. Leer stap voor stap zelfstandig denken en beter te leven.
Hoe kan filosofie ons helpen in een tijd waarin zowel maatschappelijke als persoonlijke problemen alleen maar groter lijken te worden? Door alles te bevragen!
In 'Leer denken als een filosoof' presenteert Baggini twaalf fundamentele principes voor een meer humane, evenwichtige en rationele benadering van het denken. Van het in twijfel trekken van alles, ook onze eigen vragen, tot het vasthouden aan feiten en het streven naar zelfstandig denken, zonder eenzelvig te worden. Met alledaagse voorbeelden daagt Baggini ons uit om onze denkwijze te herzien en laat hij zien hoe deze principes kunnen worden toegepast in ons eigen leven.
"Een essentiële, inspirerende gids voor de uitdagingen van onze tijd, gebaseerd op interviews met hedendaagse filosofen, en gevuld met de inzichten en reflecties van de auteur. Het is precies het boek dat we nodig hebben." – Sarah Bakewell, auteur van 'De humanisten''
"In zijn boek opent Julian Baggini de motorkap van de filosofie en legt hij de mechaniek van het filosoferen bloot." - De Morgen
"Je kunt van dit boek echt iets van opsteken over hoe je zelf denkt en welke elementen je daarin kunt veranderen." - Trouw
Fragment uit 8. Weet wat van belang is
Het triviale verwarren met het significante, het inhoudsloze met het wezenlijke, het onbeduidende met het belangrijke is iets waar iedereen toe in staat is in elk domein, en niet alleen in de filosofie. Neem het bedrijfsleven. Veronderstellingen over prioriteiten leiden er vaak toe dat managers en werknemers te veel tijd en mentale energie besteden aan dingen di er niet toe doen. Uren worden verdaan met nadenken over ontwerpdetails van de nieuwe website, terwijl er nauwelijks wordt nagedacht over essentiële functionaliteiten. Zinloze vergaderingen vreten tijd omdat mensen nu eenmaal vergaderen. Veel herstructureringen leiden tot zo veel ontwrichting dat de schade die ze aanrichten bij lange na niet opweegt tegen de voordelen die ze opleveren in de vorm van nieuwe en betere systemen.
Net zoals aan sommige dingen meer belang wordt gehecht dan ze waard zijn, wordt er soms iets over het hoofd gezien omdat iedereen aanneemt dat het er niet toe doet. Voordat Ignaz Semmelweis antiseptische procedures voor medici ontwikkelde, werd het niet van belang gevonden of chirurgen al dan niet hun handen wasten. Schijnbaar kleine veranderingen in de regels voor woningkredieten bleken rampzalige gevolgen te hebben toen op-dubieuze gronden-verstrekte hypotheken de financiële crisis van 2008 aanwakkerden.
Uitzoeken wat meer aandacht vereist en wat minder, is een essentiële denkvaardigheid. Vaak laten we ons daarvan weerhouden door gewoonten en de dynamiek van bepaalde situaties, en richten we onze energie op verkeerde doelen. Werkelijk belangrijke problemen kunnen ook aanleiding geven tot andere vragen, die een eigen leven gaan leiden en totaal niet van belang zijn voor het oorspronkelijke probleem. Er een gewoonte van maken om te vragen: 'Is dit werkelijk waarover ik moet nadenken?' is het eenvoudigste en effectiefste tegengif voor dergelijke afleidingen.
Eén waarschuwing. 'Belangrijk' betekent niet altijd 'nuttig'. De natuurkundige Alan Sokal is beroemd geworden door de publicatie van een bedrieglijk academisch artikel waarin allerlei min of meer postmodernistische benaderingen van de natuurwetenschappen werden geparodieerd. Hij heeft zich echter nooit tegen alle wetenschapsfilosofie gekeerd die aan theorievorming over de aard van het wetenschappelijk bedrijf doet. Wél heeft hij de beroemde opmerking van Richard Feynman geciteerd dat 'wetenschapsfilosofie net zo nuttig is voor wetenschappers als ornithologie voor vogels'. Maar, zoals Sokal zegt: 'Ornithologie is niet bedoeld om nuttige te zijn voor vogels.' Daarom hoeft het aan Feynman ontleende citaat niet gezien te worden als een poging om de wetenschapsfilosofie in een kwaad daglicht te stellen. '[De wetenschapsfilosofie] verheldert wat wetenschappers doen, of ze daarmee nou voor wetenschappers van nut is of niet. Zelfs als de wetenschapsfilosofie voor actieve wetenschappers geen enkel nut zou hebben, zou ze nog steeds van nut zijn als bijdrage aan de filosofie.' (pagina 209-210)
Lees ook: Deugden van de tafel : een filosofie van het eten (uit 2014) en Herwonnen vrijheid : de mogelijkheid van een vrije wil (uit 2015).
Wikipedia: Björn Soenens (1968)
Korte beschrijving
Een bespreking van het heden en verleden van de Verenigde Staten. Björn Soenens heeft het land intensief bereisd en gaat in op verschillende facetten van de Amerikaanse geschiedenis, van de prilste kolonisten en heksenverbranders tot Trump, de zippo van Amerika. Hij deed verslag van belangrijke gebeurtenissen zoals de George Floydprotesten, de covidcrisis en de bestorming van het Capitool. Het boek vertelt zo het verhaal van Amerika, een verhaal vol wreedheid, uitsluiting, verovering en bedrog, met opvallend veel gelijkenissen tussen vroeger en nu. Beschouwend en analytisch geschreven. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep. Björn Soenens (Roeselare, 1968) is een Belgische schrijver en journalist. Hij is VS-correspondent voor de VRT in New York. Zijn podcastreeks 'Björn in the USA' kreeg prijzen en zijn tv-documentaires werden genomineerd voor de AIB Awards in Londen. Voor zijn journalistieke verdiensten werd hij benoemd tot Ridder in de Kroonorde. Zijn vorige boek is 'De lengte van een oceaan' (2020).
Tekst op website uitgever
De laatste walvis duikt de Amerikaanse geschiedenis in, van de prilste kolonisten en heksenverbranders tot Trump, de zippo van Amerika. Het is een schurend verhaal vol wreedheid, uitsluiting, verovering en bedrog. Een historie van ongemakkelijke waarheden met opvallend veel gelijkenissen tussen vroeger en nu. vrt-correspondent Björn Soenens verrijkt de geschiedenis met eigen observaties uit talloze reportagereizen en door acht jaar lang wonen en werken in de vs. Hij deed verslag over de turbulentie na de moord op George Floyd en zag met eigen ogen de bestorming van het Capitool. Dit boek fileert de geschiedenis nauwgezet en vertelt ze vol vuur, van Lincoln tot Clinton, van Roosevelt tot Reagan.
De laatste walvis – een nieuwe pil op het snijvlak van journalistiek en geschiedschrijving van de bekendste Amerikaverslaggever van Vlaanderen.
"Björn Soenens (Roeselare, 25 april 1968) is een Vlaams journalist. Hij was tussen 8 november 2013 en 6 september 2016 hoofdredacteur van Het Journaal. Van Soenens verschenen de boeken Eiland op drift (1995), Blijven proberen, Obama! (2010) en Amerika: een biografie van dromen en bedrog (2012). In 2016 schreef hij Amerika - De droom op drift.
Fragment uit 42. Toen de hemel bloedend naar beneden kwam
In landen waar woedende verschoppelingen slechts economische groei of vooruitgang merken voor een kleine groep, wordt westerse democratie beschouwd als een spel voor de machtigen, de rijken, en mensen met connecties. Sedert 9/11 is de wereld in de ban van de woedende malcontenten. Alle frustraties kwamen bovendrijven. Sommige analisten spreken van een global civil war, een wereldwijde oorlog tussen burgers.
Het diepe verlangen van veel burgers naar meer billijkheid, meer rechtvaardigheid én gelijkheid van kansen wordt danig gedwarsboomd. Zo verliest de democratie, of het geloof erin, steeds meer pluimen. Dat is zonder meer tragisch. Wraakgevoelens uiten zich in extreem stemgedrag, haattaal op internet - 'moord door woord' - en een groeiend verlangen om het hele systeem te slopen en alle bekende vormen van autoriteit te ondermijnen, van pers en gerecht tot politiek, economie en cultuur. De wereld lijkt het noorden kwijt. Het ooit onwrikbare vooruitgangsdenken ligt aan diggelen. De noodzakelijke basis van optimisme voor de toekomst is sinds 9/11 in rook opgegaan. Het systeem heeft zijn morele ruggengraat verspeeld. Het sociale contract zieltoogt. Solidariteit is een scheldwoord. Vreemdelingen en vluchtelingen uit het zuiden zijn de zondebokken omdat ze nieuwe concurrenten zijn geworden voor schaarse banen. De angst om nog méér te verliezen van wat er is, manifesteert zich in een meedogenloze houding tegen minderheidsgroepen die ook aanspraak maken op een deel van de koek.
Respectloze conversatie zonder luisteren lijkt aan de orde van de dag. De gebruikte taal verhult een diepe frustratie over de eigen status of het eigen bestaan. De vrees dat onze verkruimeld welvaart en de bijna niet meer te volgen technologische evolutie de mens ontwricht. De angst dat wat is overgebleven, moet worden gedeeld met mensen die het nog slechter hebben getroffen. Wie zich onderaan de ladder voelt wankelen, stampt helaas soms met genoegen naar beneden. Dat is menselijk en begrijpelijk. Maar ook diep tragisch. Want zowel in de platgestampte als de stampende groep voelen zich tekortgedaan.
De tornado van ontevredenheid in onze post-9/11-wereld toont een diepe kloof tussen wie geld en connecties heeft, en de anderen. Wie zich buitengesloten voelt, revolteert. Economische elites lijken dat niet altijd te snappen. Het gevolg is dat alles wat ze beweren - ook al is dat vaak zinvol en nuttig - niet meer wordt geloofd. Zo laven de demagogen zich aan de volkswoede. Als Dracula's drinken ze het bloed.
Na 9/11 overreageerden Amerika en het Westen op de terreuraanslag. Ze lanceerden militaire interventies in landen zonder ooit te vragen aan de lokale bevolking of zo'n tussenkomst gewenst was. Intussen bleef het Westen despotische en corrupte leiders steunen, terwijl het in het openbaar sprak over democratie en mensenrechten. Het chronische gebrek aan morele rechtlijnigheid. De beloofde universele beschaving met stemrecht voor iedereen, toegang tot onderwijs voor elkeen, economische vruchten voor iedereen en persoonlijke ontwikkeling voor allen is vooralsnog géén realiteit geworden na 9/11. (pagina 374-375)
Lees ook: De lengte van een oceaan : stemmen en stemmingen in Amerika (De Arbeiderspers, 2020) én Deze waarheden : een geschiedenis van de Verenigde Staten van Jill Lepore (een dikke pil uit 2020)
Artikel: De Amerikaanse verkiezingen van 2020 (oktober 2020).
Terug naar Overzicht alle titels
Website Red het onderwijs Team
Korte beschrijving
Een kritisch manifest over de huidige kwaliteit van het onderwijs in Nederland. Het boek bespreekt de huidige crisis in het Nederlandse onderwijs en benadrukt het belang van de kwaliteit van leraren en hun lesmethoden. Het RED-Team Onderwijs, bestaande uit hoogleraren, ervaren docenten, lerarenopleiders en bestuurders, stelt tien fundamentele maatregelen voor om het lesgeven weer centraal te stellen in het onderwijsbeleid. Deze maatregelen zijn o.a. bedoeld om de focus te verleggen van financiële doelen naar het verbeteren van leerprestaties, zodat deze aansluiten bij de verwachtingen van een welvarend land als Nederland. In betogende en vaardige stijl geschreven. Met enkele ondersteunende figuren in zwart-wit. Voor lezers met verregaande interesse in het onderwerp.
Tekst op website uitgever
De kwaliteit van het onderwijs valt of staat bij de kwaliteit van de leraren en de manier waarop zij hun lessen vormgeven. Dit lijkt logisch, maar krijgt in de praktijk veel te weinig aandacht. Het RED-Team Onderwijs, waarin hoogleraren, ervaren docenten, lerarenopleiders en bestuurders hun krachten bundelen, biedt een uitweg uit de crisis waarin het onderwijs zich op dit moment bevindt. Red het onderwijs! pleit voor tien fundamentele maatregelen die nodig zijn om het lesgeven zélf weer de speerpunt te maken van het onderwijsbeleid in plaats van de (financiële) targets van de onderwijsbestuurders. Hiermee is het mogelijk om de leerprestaties weer op een niveau te krijgen dat kinderen en ouders recht doet en dat past bij een welvarend land als Nederland.
Het RED-Team Onderwijs bestaat uit Anna Bosman, Sezgin Cihangir, Jan Drentje, Ton van Haperen, Paul Kirschner, Piet van der Ploeg, Jaap Scheerens en Theo Witte.
Fragment uit 10. Organiseer de stem van de leraar
Tegenmacht
De georganiseerde tegenmacht die nodig is om negatieve gevolgen van de machtsconcentratie van besturen tegen te gaan is tot op heden niet erg sterk. In Nederland is slechts 30 procent van de leraren lid van een onderwijsvakbond en velen zijn geen lid van hun vakvereniging. Ter vergelijking: in Scandinavische landen is rond de 90 procent van de leraren lid van een bond die veelal ook de taken van een vakvereniging uitvoert. Daar komt bij dat de onderhandelingspositie van onderwijsvakbonden in Nederland verzwakt is doordat zij de loonruimte die de schoolbesturen van het ministerie hebben gekregen niet kennen. Cao-onderhandelingen zijn daardoor een schimmenspel. Het gevolg van dit alles is dat de voor het onderwijs verantwoordelijke politiek op te grote afstand is komen te staan van de voorwaarden waaronder leraren hun werk moeten doen.
Ook op andere onderwijsterreinen is de afstand tussen politiek en het primaire onderwijsproces groter geworden. Zo zijn er door het ministerie van Onderwijs organisaties opgetuigd die een deel van de overheidstaken hebben overgenomen. Voorbeelden hiervan zijn het SLO (het landelijk expertisecentrum voor het curriculum), het CvTE (het College voor Toetsen en Examens) en het Cito (toetsontwikkelaar, onderzoeksbureau en uitgever). Hierdoor heeft de politiek méér verloren dan alleen haar greep op de arbeidsvoorwaarden van leraren. Ze verloor ook de mogelijkheid om haar controlerende taak uit te voeren als het gaat om thema's die sterk bepalend zijn voor de kwaliteit van het onderwijs: curriculumontwikkeling, het vaststellen van exameneisen alsmede de examens zelf. Nu is het waar dat er ook leraren betrokken zijn bij de activiteiten van bovengenoemde organisaties; ze werken bijvoorbeeld bij het Cito aan examenopgaven en maken deel uit van curriculumcommissies. Maar dat gebeurt allemaal op individuele basis zónder medezeggenschap over de uitgangspunten waarmee moet worden gewerkt. In de Raden van Toezicht van deze organisaties zitten géén leraren.
Voor leraren zijn dit soort organisaties onneembare burchten. Illustratief voor deze onmacht is hun kritiek op de eindexamens. Die werd jarenlang nauwelijks serieus genomen - het was vooral ketelmuziek in de media. Zelfs toen hoogleraren Nederlands niet meer dan een krappe voldoende wisten te halen voor het eindexamen Nederlands, veranderde er niets. Pas toen de scores leesvaardigheid door het PISA-ijs zakten, ontstond er beweging. Na vele protesten, ook over fouten in examens en correctievoorschriften, werd er geëxperimenteerd met voorinzage van examens door leraren. Maar het bleef bij experimenten; structureel werd dit niet. Ren onrechte, want de examens zijn een meesterproef. Ze moeten aansluiten bij het gegeven onderwijs en kwalificeren voor het gekozen beroep of het vervolgonderwijs. De wensen van het lerarengilde zouden daarom leidend moeten zijn. Anders ontstaat er een schizoïde situatie waarin hetgeen de leraren willen onderwijzen te sterk verschilt van hetgeen zij, gelet op de examens, moeten uitvoeren. (pagina 132-134)
Lees ook: Het bezwaar van de leraar : hoe slecht beleid de Nederlandse school vernielt van Ton van Haperen (uit 2018) en klik hier voor andere boeken over onderwijs en opvoeding.
Wikipedia: Tuur Elzinga (1969)
Korte beschrijving
Een kritisch essay (112 p.) over de populariteit van het autoritaire populisme en de staat van de democratie in Europa en daarbuiten. Tuur Elzinga analyseert de opkomst van autoritair populisme en de groeiende onvrede onder burgers die het gevoel hebben dat de democratie hen niet langer dient. Hij stelt dat economische belangen de dienst uitmaken, ten koste van de gewone mens. De democratie wordt daardoor nu van twee kanten bedreigd: door hebzucht en machtswellust. Het essay onderzoekt deze bedreigingen voor de democratie en pleit voor een echte democratie als oplossing voor autocratie en plutocratie. Verdiepend en in betogende stijl geschreven. Met name geschikt voor de meer geoefende lezer. Tuur Elzinga (1969) zit sinds 2017 in het bestuur van vakbond FNV, sinds 2021 als voorzitter. Voor die tijd zette hij zich in voor internationaal vakbondswerk bij Mondiaal FNV en zat hij namens de SP in de Eerste Kamer.
Tekst op website uitgever
Er waart een spook door Europa en de hele, vrije, democratische wereld; het spook van het autoritaire populisme. Sterke leiders mobiliseren een diepgevoelde onvrede met de belofte de zorgen van de mensen weg te nemen. Maar eenmaal aan de macht, zo leert de ervaring, nemen ze vooral rechten en vrijheden weg. Steeds meer mensen hebben het gevoel dat de democratie voor hen niet meer werkt. Dat de overheid niet langer aan hun kant staat. Grote economische belangen maken de dienst uit, gewone mensen hebben het nakijken. Onze democratie wordt nu van twee kanten bedreigd: door hebzucht en machtswellust. Potentaten zijn niet het antwoord op zakkenvullers. Wat is dan wel het antwoord op autocratie en plutocratie? Echte democratie, daarover gaat dit manifest.
Fragment uit 3. Een democratische revolutie!
Macht en tegenmacht
De concentratie van de macht van het kapitaal gaat hand in hand met de accumulatie en concentratie van het kapitaal zelf. Het kapitaal is op zoek naar maximaal rendement (zoals winsten, dividenden, rente) en vindt in de meeste economieën en tijdvakken een rendement op kapitaal dat hoger is dan de economische groei. Kapitaal accumuleert ook binnen ondernemingen, doordat bedrijven winsten herinvesteren en op de investeringen ook weer rendement maken. En doordat succesvolle bedrijven minder succesvolle bedrijven overnemen of uit de markt drukken en hun afzetmarkt overnemen. Op het niveau van een individueel bedrijf loopt het kapitaal dan ook risico. En daar krijgt het in ons kapitalistische systeem een risicopremie voor. Maar de echte rijken en de grote ondernemingen spreiden doorgaans hun risico. De financiële sector is gebouwd op het veilig beheren en alloceren van kapitaal en het managen van risico's. En de bank zelf, die wint altijd. Dat weet iedereen die ooit een casino heeft bezocht. Heel soms, in een financiële crisis, gaat het goed mis. Maar dan is de centrale bank, als lender of last resort, of in het uiterste geval de minister van Financiën er om de banken die too big to fail zijn te redden vanuit de belastinginkomsten. En zo is er, gedurende de geschiedenis van het kapitalisme, op elke iets langere termijn, volautomatisch steeds verdere opeenhoping van kapitaal en concentratie van economische macht.
Dat geldt niet voor tegenmacht. Die komt niet vanzelf, die moet je organiseren. En daar hebben we bij de vakbeweging gelukkig ervaring mee. Solidariteit, organisatie en vereniging zitten ingebakken in ons DNA, want alleen in een collectief ben je als werknemer sterk genoeg om op te staan tegen de werkgever. Dat je samen sterker staat, weet elk vakbondslid. De collectiviteit en de solidariteit krijg je alleen samen voor elkaar, door je te verenigen in een democratische vakbeweging.
Eendracht maakt macht, wist Aesopus al. En Willem van Oranje maakte 'Concordia res parvae crescunt' tot zijn lijfspreuk om de Nederlandse provincies samen in opstand tegen de Spaanse overheerser te krijgen. Dat zelfs voor geweldloze tegenmacht massa nodig is, konden Mahatma Gandhi en Jawaharlal Nehru je al vertellen. Tegenmacht berust op organisatie en vereniging. En verenigen is het overbruggen van tegenstellingen. (pagina 89-91)