woensdag 30 oktober 2019

Ilja Leonard Pfeijffer 2

Ondraaglijke lichtheid : over het nut en nadeel van de ironie voor het leven

Prometheus 2019, 120 pagina's - € 12,99
Uit de reeks Nieuw Licht

Wikipedia: Ilja Leonard Pfeijffer (1968)

Korte beschrijving
In dit boekje probeert Pfeijffer de vraag te beantwoorden of ironie ons momenteel kan helpen het sterk gepolariseerde maatschappelijke debat weer naar de normaliteit terug te brengen. Met Quintilianus wordt ironie gedefinieerd als uitspraak waarin bedoeling en betekenis uit elkaar zijn gevallen, vergelijkbaar maar niet identiek aan een leugen. Met het coöperatie principe van de taalfilosoof Paul Grice wordt uitgelegd hoe ironie in een gesprek functioneert. Vele voorbeelden verder bespreekt Pfeiffer de filosofische kritiek op een ironische levenshouding; de sterk afwijzende houding van Hegel wordt verworpen, de mild positieve van de draaikont Kierkegaard overgenomen. In het verrassende laatste hoofdstukje bekent Pfeiffer door het schrijven van dit essay doordrongen te zijn geraakt van de destructieve werking van ironie. Zeker, ironie maakt belachelijk wat niet verdient serieus genomen te worden, maar sabelt tegelijkertijd ook neer wat waardevol is. Hoe mooi Pfeiffer ironie ook vindt, toch roept hij op tot de herontdekking van de ernst. Pocketuitgave; normale druk.

Tekst op website uitgever
‘Wat de twijfel is voor de wetenschap,’ schreef de Deense filosoof Søren Kierkegaard (1813-1855), ‘dat is de ironie voor het persoonlijk leven.’ Maar in het maatschappelijk debat leidt ironie al gauw tot onverschilligheid. En dat wist Kierkegaard ook. De ironicus maakt van alles een grap en neemt niets meer serieus, ‘teneinde zichzelf te redden’.
In onze gepolariseerde en geridiculiseerde debatcultuur geldt de waarschuwing van Kierkegaard meer dan ooit. Terwijl wereldleiders met bommen en granaten spelen, draait de amusementsindustrie van de media op grappen en bloopers van Donald Trump en Kim Jong-un, die met ironische emoticons en jolige gifjes worden geliket en geshared.
Ilja Pfeijffer vraagt zich op even geestige als bewogen wijze af of ironie en satire nog steeds kritische wapens kunnen zijn tegen de ondraaglijke lichtheid van het debat.

Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk, 1968) is schrijver, dichter en classicus. Voor zijn roman La Superba ontving hij de Libris Literatuur Prijs 2014. Zijn laatste roman, Grand hotel Europa, behoort tot de succesvolste Nederlandse romans van de afgelopen tijd.

Fragment uit Hoofdstuk 5. Het oneindig lichte spel met het niets
Filosofische kritiek op de ironische levenshouding

Omdat ironie het tegenovergestelde is van ernst, vormt het concept een filosofisch probleem. Omdat ironie een handelsmerk was van Socrates, de founding father van de filosofie, vormt het concept een filosofisch probleem waar filosofen niet omheen kunnen. Hun interesse in het onderwerp geldt met name de ironische levenshouding, de attitude van iemand wiens 'hele leven door ironie is gekleurd, zoals het geval was met Socrates, die een ironicus werd genoed omdat hij zich de rol aanmat van een onwetende man die zich zogenaamd verloor in zijn ontzag voor de wijsheid van anderen'.  (Quintilianus, Inst.Or. 9.2.46)
  Het feit dat speciaal negentiende-eeuwse filosofen als Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831)en Soren Aaye Kierkegaard (1813-1855) zich gedwongen voelden de ironische levenshouding te onderzoeken, had ook een actuele reden. Het was een turbulente tijd voor Europa. Revoluties raasden over het oude continent. De absolute monarch en het feodale systeem hadden hun langste tijd gehad en de wankele grondslagen werden geleegd voor onze moderne democratieën. Met de traditionele instituties verloren de traditionele waarden aan relevantie en overtuigingskracht. Doordat de oude roestige ankers waren losgeslagen, kregen subjectivisme, relativisme en nihilisme vrij spel op het leven dat dobberde op onzekerheid. Hierdoor kwam een levenshouding in de mode die romantische ironie werd genoemd. Dit was zowel een filosofisch concept als een artistiek programma. De toegenomen en zo zoetjesaan onverdraaglijk geworden onzekerheid verleidde de romantische ironicus tot de conclusie dat er in feite niets anders bestond dan chaos. En als dat zo was, had eigenlijk niets nog zin en was het al helemaal zinloos daarover te dichten of te schrijven, maar ach, wat moet een gevoelig mens anders aanvangen, alle andere activiteiten zijn zo mogelijk nog zinlozer. Romantische ironie is een houding van afstandelijke scepsis van de auteur ten opzichte van zijn eigen werk en manifesteert zich in de vorm van literair zelfbewustzijn en ironische zelfreflectie. De stroming wordt geassocieerd met de Duitse schrijver Friedrich Schlegel (1772-1829). (pagina 61-63)

Lees ook: Grand hotel Europa (uit 2018)

Startpagina Nieuw Licht

Terug naar Overzicht alle titels


maandag 28 oktober 2019

Brittany Kaiser

De datadictatuur : hoe je wordt gemanipuleerd in wat je doet, denkt en stemt

Harper Collins 2019, 416 pagina's - € 21,95

Oorspronkelijke titel: Targeted: The Cambridge Analytica Whistleblower's Inside Story of How Big Data, Trump, and Facebook Broke Democracy and How It Can Happen Again (2019)

Wikipedia: Britanny Kaiser (1988)

Korte beschrijving 
Een alarmerend boek over het misbruik van data over personen. Facebook verkocht persoonsgegevens aan bedrijven als Cambridge Analytica (CA). CA was actief in een aantal landen, met name in de manipulatie van verkiezingen. Twee belangrijke cases worden besproken: de verkiezingen in de Verenigde Staten die leidden tot het presidentschap van Trump en het referendum in het Verenigd Koninkrijk dat tot de uitslag 'Brexit' leidde. Ontluisterende voorbeelden van hoe de kiezers werden gemanipuleerd. De schrijfster van en hoofdpersoon in het boek is een jonge vrouw, ICT-ster, die werkt voor CA en het 'goed doet'. Steeds sterker beseft ze dat wat CA doet moreel verwerpelijk is. Uiteindelijk kiest ze voor vertrek bij CA. Ze wordt klokkenluidster en treed op als getuige voor het Britse Lagerhuis over nepnieuws. Het boek sluit af met aanbevelingen over wat instituties en het individu kunnen doen om te voorkómen dat onze democratie wordt ondermijnd. Het boek is ook een spannend relaas over de loopbaan van de schrijfster die durft kiezen voor haar eigen pad. Een aanrader voor ieder die wil weten wat datamanipulatie vermag. Met een katern foto's en illustraties in kleur en bronverwijzingen in eindnoten. Een actueel en belangrijk boek over de manipulatie van mensen.

Korte tekst op website uitgever
Het ongelooflijke verhaal van Cambridge Analytica, verteld door insider Brittany Kaiser.Trumps overwinning, de inmenging van Rusland, Wikileaks en de Brexit – één bedrijf had hierbij alle touwtjes in handen: Cambridge Analytica. Het databedrijf verzamelde stiekem op grote schaal gegevens van Facebookgebruikers en hun vrienden, die adverteerders tegen betaling konden gebruiken om zeer nauwkeurig te adverteren. En te manipuleren: wat je koopt, wat je doet, wat je denkt en wat je stemt...In de nasleep van het grote privacyschandaal rondom Facebook kwam het bedrijf in mei 2018 ten val. Een van de twee klokkenluiders was Brittany Kaiser. Hoe raakte zij als jonge, ambitieuze, idealistische vrouw verstrikt in het wereldwijde web van dataverzameling, data-analyse en – zeer omstreden – dataverkoop? En wat kan zij ons leren over digitale privacy?

Fragment uit 20. De weg naar verlossing
Ik was eindelijk vrij.
  Als je weleens iets hebt opgekropt tot je niet meer kunt, dan weet je wat ik bedoel. Jarenlang had ik uitgekeken naar de toekomst, en iedere keer als er iets ongelooflijk opwindends gebeurde - een kans op promotie of een veelbelovende klant waarmee ik wilde werken - werd het kleed weer onder me vandaan getrokken. Een volgende man bezeten van macht werd boven me gezet en vertelde me wat ik moest doen en bepaalde mijn leven. Keer op keer kreeg ik klappen, om het maar zo te formuleren, ze raakten mijn trots, mijn geest en mijn eigen gevoel van fatsoen.
  De duistere ontdekkingen die ik deed tijdens het ritje in de achtbaan die Cambridge Analytica was, maakten me meer dan ziek. Mijn hele leven had ik gewijd aan het vinden van oplossingen voor de problemen van de wereld, ik had voor niets of heel weinig geld gewerkt om mijn hoogstaande doelen te verwezenlijken, bundelde mijn krachten met vrijwilligers-, non-profit- en hulporganisaties. En toen externe krachten me dwongen om de metaforische 'gouden kooi' te betreden, compromitteerde ik mezelf en gooide mijn morele kompas weg - en ik was niet eens goed betaald om het te doen. Hoe had ik zo blind kunnen zijn?
  Toen ik naar beneden keek naar het land dat ik verliet, mijn thuis, bleef ik me verwonderen over hoe we in deze situatie waren beland. Ik vertrok uit een land waar verdeeldheid zaaiende retoriek normaal was geworden en waar de politieke correctheid die het publiek beschermde tegen extremisme, seksisme en racisme aan het verdwijnen was. Hoe was het mogelijk dat ik een rol had gespeeld in de afbraak van onze beschaafde samenleving en van beschaafde discussie? Ik weet nog goed waarmee ik te maken kreeg tijdens de Obamacampagne: de constante stroom raciale haat op onze sociale media. We kozen ervoor om dergelijke berichten weg te censureren in plaats van die ideeën te laten woekeren - en op de een of andere manier, na jaren mezelf als doelwit te hebben blootgegeven, was ik bij een bedrijf terechtgekomen dat een platform bood aan de haat die ik had bestreden. En Amerika was niet het enige land dat leed onder deze terugkeer naar radicale populistische retoriek - de Brexitcampagne in het Verenigd Koninkrijk tot de opkomst van extreem-nationalistische en fascistische leiders, die ook in de rest van Europa en in Latijns-Amerika uit hun holen kwamen kruipen en opriepen tot het verwerpen van de progressieve idealen die de basis vormden voor mensenrechten en de fundamentele vrijheden die we zouden moeten beschermen. Ik zat in een nachtmerrie - en was eindelijk wakker geworden. Het was tijd om aan de slag te gaan om de troep op te ruimen die was gemaakt - die ik mede had veroorzaakt. (pagina 374-375)

Artikel: Het is vrijwel onmogelijk om internet te gebruiken zonder zo'n kruimelspoor achter te laten. (januari 2019) én Twee keer Datadictatuur: (ik) gooide mijn morele kompas weg  (oktober 2019)

Lees ook
Jan Kuitenbrouwer. Datadictatuur : hoe de mens het internet de baas blijft (2018)
Shoshana Zuboff. The Age of Surveillance Capitalism: The Fight for a Human Future at the New Frontier of Power (2019)

Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 10 oktober 2019

Jean-Baptiste Malet

Het rode goud : de tomaat en het kapitalisme
EPO 2019. 239 pagina's - € 20,50

Oorspronkelijke titel: L'empire de l'or rouge : enquête mondiale sur la tomate d'industrie (2017)

Wikipedia: Jean-Baptiste Malet (1987)

Korte beschrijving
In een eeuw tijd heeft de tomaat een voorname plaats in onze maaltijden veroverd. De gewone tomaat evolueerde tot de industriële tomaat die bedrijven als Heinz verwerken tot tomatenconcentraat dat we nu in allerlei toepassingen terugvinden zoals op pizza's en hamburgers. En dat tomatenconcentraat kent vele kwaliteiten, is gemakkelijk verhandelbaar en daardoor een dankbaar object voor wie snel veel geld wil verdienen. En zo ontstaat het rode goud! Een Frans journalist deed onderzoek naar de industriële tomaat; zijn – vorig jaar bekroonde – verslag laat zien hoe de tomaat een grootschalig kapitalistisch verdienmodel is geworden. Ooit begonnen in Amerika en Italië, ontdekte ook China de mogelijkheden van het tomatenconcentraat en zo komt het dat een blik tomatenpuree nog wel het predikaat 'made in Italy' heeft omdat de klant dit wenst, maar een inhoud die vaak uit China komt en vaak aangelengd is. En passant vraagt de auteur ook aandacht voor de vaak erbarmelijke werkomstandigheden in tomatenverwerkingsfabrieken. Een knap feitenrelaas dat de lezer uitdaagt zelf een conclusie te trekken. Voorzien van literatuurverwijzingen in eindnoten.

Tekst op website uitgever
Volg de weg van de industriële tomaat! Een ongemakkelijk verhaal over agrobusiness, uitbuiting van arbeiders, maffia, fraude op wereldschaal en jaaromzetten van 10 miljard dollar.

Wie over ‘olie’ spreekt, weet dat er stront aan de knikker is: cynische oorlogen, foute regimes, nefast voor mens en milieu. Maar wat is er mis met de industriële tomaat, de 2.0-versie van de vrucht die de helft van de wereldbevolking onrechtstreeks op zijn bord krijgt? Dit is een ongemakkelijk verhaal over agrobusiness, uitbuiting van arbeiders, maffia, fraude op mondiale schaal en jaaromzetten van tien miljard dollar. Jean-Baptiste Malet, die eerder hoge ogen gooide met een boek over Amazon, volgt de weg van ‘het rode goud’. Alles begint bij een generaal in China maar er zijn lijnen naar de rest van de wereld. Malet praat met boeren, ondernemers, arbeiders, handelaars en wetenschappers. Hoe langer zijn onderzoek duurt, hoe zuurder zijn pizza, zijn ketchup en zijn diepvriesmaaltijden smaken. Het rode goud werd een bestseller in Frankrijk en won de Prix Albert-Londres 2018. Wie het boek leest, begrijpt waarom: de meest verwerkte tomaat op de planeet ruikt niet naar tomaat maar naar geld. Oorspronkelijke titel: L'Empire de l'or rouge. Enquête mondiale sur la tomate d'industrie (Fayard) - Uit het Frans vertaald door Jan Smet.

Fragment uit hoofdstuk 6. De haven van Salerno, Campanië, Italië
Rome, Italië

Volgens Coldiretti, de grootste Italiaanse boerenvakbond, frauderen enkele Napolitaanse ondernemingen op grote schaal met dit Chinees Tomatenconcentraat. Volgens de vakbond wordt een deel van het tomatenconcentraat geïmporteerd onder het regime van de actieve verdeling, maar wordt het toch verkocht in de Europese Unie. Een bijzonder winstgevend zaakje.
  De vakbond beweert zonder blikken en blozen dat enkele van de grootste tomatenconservenfabrieken in Europa doodsimpel de invoerrechten omzeilen en ook de douane voorliegen over het volume geïmporteerd tomatenconcentraat. Zo moeten ze de 14,4 procent rechten niet betalen en kunnen ze nog steeds sjoemelen met de kwaliteit bijvoorbeeld Chinees concentraat als bij wonder veranderen in Italiaans concentraat.
  In zijn bureau in Rome, omringd door een ongelooflijke verzameling conservenblikjes, verklaart Lorenzo Bazzana, de expert van Coldiretti: 'Er lijkt niets méér op tomatenconcentraat dan tomatenconcentraat. Aan de ene kant van de fabriek komen vaten driedubbel concentraat binnen, langs de andere kant gaan blikjes dubbel concentraat buiten.'
  Lorenzo Bazzana heeft gelijk om dit te benadrukken. Al te dikwijls belanden op onze markten, zowel op de Afrikaanse markten als in de Europese supermarkten, blikjes of tubes met de foute vermelding 'dubbel concentraat'.  Deze producten bevatten in werkelijkheid geïmporteerd triple concentraat dat wat aangelengd is met water, niet de specifiek bewerkte tomaten die bestemd zijn voor het dubbel concentraat.
  De Napolitaanse fabrikanten die beschuldigd worden van deze fraude reageren kordaat. Ze beweren zelfs dat de hele polemiek flauwekul is. Volgens hen doen de douanediensten van Zuid-Italië  scrupuleus hun werk, wordt het volume concentraat dat binnenkomt en buitengaat nauwgezet gecontroleerd en wordt het type concentraat zorgvuldig geverifieerd. Ze beweren ook dat fabrikanten die hun producten bedrieglijk in de EU verkopen, gedwongen worden om de verschuldigde douanerechten te betalen.
  'Tja',  antwoordt Lorenzo Bazzana daarop: 'In Europa zijn er onvoldoende douanecontroles. Heel zelden wordt een container geopend. In principe worden alleen de documenten nagekeken. (...) Ook dat hele verhaal van de actieve verdeling is onzin. Dat is trouwens de fout van de Europese wetgeving. Die stelt namelijk dat water en zout toevoegen aan Chinees triple concentraat gelijkstaat aan het herconditioneren van het product. Wie hou je zo voor de gek? Mijn vakbond gaat niet akkoord met die definitie. Wij vinden dat de termen "herconditioneren" en "dubbel concentraat" aan een herziening toe zijn. Voor ons is een dubbel concentraat dubbel concentraat en geen triple concentraat met wat water.' (pagina 71-73)

Terug naar Overzicht alle titels


woensdag 2 oktober 2019

Bill Bryson 2


Het lichaam : een reisgids

Atlas Contact 2019, 447 pagina's - € 29,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Oorspronkelijke titel: The body : a guide for occupants (2019)

Wikipedia: Bill Bryson (1951)

Korte beschrijving
Er zijn al eindeloos veel boeken over ons lichaam verschenen. Wat valt daar nog aan toe te voegen? Dit boek! Bryson schrijft even vlotjes over onze huid als over onze geslachtsorganen, over hart, longen, darmen, over de micro-organismen die we herbergen en over onze hormonen en ons immuunsysteem. Hij heeft het over wetenschappelijke onderzoekers die briljante ontdekkingen doen en daarvoor worden verguisd en tegengewerkt. Het boek staat vol vermakelijke en interessante anekdotes. Bryson is zelf geen wetenschapper, maar heeft zich uitgebreid verdiept in zijn onderwerpen. Hij is een meester in het populariseren van ingewikkelde zaken. Hij voerde gesprekken met toppers op de diverse gebieden, vooral in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Eerder schreef hij veelgeprezen reisboeken over Engeland en Amerika en het meermaals bekroonde “Een kleine geschiedenis van bijna alles”. Wat ontbreekt zijn illustraties over de behandelde onderwerpen. We vinden slechts foto’s van onderzoekers en patiënten. De vertaling had zorgvuldiger gekund. Voor een breed publiek interessant, van hoogste klassen middelbaar onderwijs tot ingewijden als artsen en biologen.

Tekst op website uitgever
Bill Bryson toont in Het lichaam dat er geen wonderbaarlijker verhaal bestaat dan dat van ons eigen lichaam. In zijn bestseller Een kleine geschiedenis van bijna alles maakte Bill Bryson de wetenschap over het ontstaan van de wereld op onweerstaanbare wijze toegankelijk voor miljoenen lezers. Nu richt hij zijn aandacht op de kleinste eenheid van ons bestaan: onszelf. Want elk mens is een universum op zich, bestaande uit 37,2 biljoen cellen. Als je elke streng DNA uit onze cellen achter elkaar zou leggen, zou dat een lint opleveren van 16 miljard kilometer. We worden bewoond door 40 000 soorten microben. En hoe vaak denk je dat je per dag met je ogen knippert? Het antwoord: 14 000 keer, waardoor we zo’n 23 minuten per dag met gesloten ogen doorbrengen. In Het lichaam neemt Bryson ons mee op een fascinerend avontuur van kop tot teen. Uitzonderlijk rijk aan informatie, onderhoudend, vol humor: dit is Bill Bryson op zijn best.

Fragment uit 17. Afdalen tot kruishoogte
II
Er wordt wel eens gezegd dat er genetisch meer verschil is tussen mannen en vrouwen dan tussen mensen en chimpansees. Dat zou kunnen, maar het hangt er wel van af hoe je genetische verschillen meet. De uitspraak is hoe dan ook in elke praktische zin volslagen betekenisloos. Een chimpansee en een mens hebben weliswaar 98,8 procent van hun genen met elkaar gemeen (afhankelijk van hoe je die meet), maar dat wil niet zeggen dat ze als schepsels maar 1,2 procent van elkaar verschillen. Chimpansees kunnen niet een gesprek voeren, eten koken of een vierjarig mens te slim af zijn. Het gaat er duidelijk niet om welke genen je bezit, maar hoe dit tot uiting komen, hoe ze aan het werk worden gezet.
  Mannen en vrouwen verschillen ongetwijfeld in veel belangrijk opzichten sterk van elkaar. Vrouwen (en we hebben het hier over gezonde, fitte vrouwen) hebben ongeveer 50 procent meer vet aan hun lijf dan fitte, gezonde mannen. Daardoor is de vrouw niet alleen zachter en mooier gevormd voor haar minnaar, maar het bezorgt haar ook vetreserves die ze kan aanspreken voor de melkproductie in tijden van ontbering. De botten van vrouwen slijten sneller, vooral na de menopauze, waardoor ze op hogere leeftijd verhoudingsgewijs meer breuken krijgen. Vrouwen krijgen tweemaal zo vaak alzheimer (deels omdat ze langer leven) en lijden verhoudingsgewijs meer aan auto-immuunziekten. Ze verteren alcohol anders, waardoor ze sneller teut raken en sneller doodgaan aan alcoholgerelateerde zieketen zoals levercirrose dan mannen.
  Vrouwen hebben zelfs de neiging om tassen anders te dragen dan mannen. Men denkt dat hun bredere heupen hen dwingen tot een minder loodrechte draaghoek van hun onderarm, zodat hun zwaaiende armen niet voortdurend tegen hun benen slaan. Daarom dragen vrouwen tassen meestal met de handpalm naar voren gedraaid (zodat hun armen enigszins naar buiten staan) terwijl mannen ze met de handpalm naar achteren dragen. Veel belangwekkender is het feit dat vrouwen en mannen op sterk verschillende manieren een hartaanval krijgen. Een vrouw die een hartaanval krijgt, ervaart waarschijnlijk eerder buikpijn en misselijkheid dan de man, wat de kans op een verkeerde diagnose vergroot. (pagina 289-290)

Lees ook: Een kleine geschiedenis van bijna alles (2004)


Terug naar Overzicht alle titels

Dirk De Wachter 4


De kunst van het ongelukkig zijn

Lannoo 2019, 107 pagina's - € 19,99

Wikipedia: Dirk De Wachter (1960)

Korte beschrijving
In deze tijd, waarin het IK centraal staat en perfectie en autonomie de norm zijn, zijn tegelijk ook veel mensen eenzaam. De auteur, bekend Belgisch psychiater, meent dat streven naar geluk als levensdoel een vergissing is. Hij signaleert dat verdriet en problemen in de moderne samenleving niet als normale verschijnselen worden gezien. In dit boek onderzoekt hij wat geluk is en vraagt daarbij aandacht voor het alledaagse ongeluk. Hij pleit ervoor dat mensen vaker elkaar steunen en in dit soort gevallen niet meteen professionele hulp zoeken. Verdriet is namelijk naar de stellige overtuiging van De Wachter geen psychiatrische afwijking, maar onderdeel van het leven. In hoofdstukken over 'geluk' en 'ongeluk' onderzoekt hij aan de hand van vele voorbeelden wat die begrippen betekenen. Het slothoofdstuk is gewijd aan 'zin(geving)' en streven naar betekenis. Met een literatuurlijst. Een helder, prettig leesbaar en liefdevol boek over een aspect van het leven dat meestal onvoldoende aandacht krijgt.

Tekst op website uitgever
Streven naar het geluk als levensdoel is een vergissing.
Streven naar zin en betekenis, daarentegen, is waar het leven om draait.

Fragment 
Beste lezer,
Dat gevoel waarmee u rondloopt, raakt me. Omdat het goed de symptomen van een nogal wijdverspreide aandoening beschrijft. De diagnose was niet heel lastig te stellen. Ik zit inmiddels al vele jaren in het vak.
  Wees gerust, u heeft geen ziekte. U bent gestuit op niet minder dan uw geweten en u bent er duidelijk van geschrokken. Dat is geheel normaal. Misschien vindt onze huidige maatschappij het hebben van een geweten een probleem, een ziekte zelfs, maar mij lijkt het een goede zaak. (En al zeker indien u een journalist bent. We hebben grote behoefte aan journalisten met ene geweten.) Het doet pijn, dat begrijp ik, maar het is heel erg goed dat u inzit over het klimaat.
  Aan de andere kant: u hoeft er niet uw slaap voor te laten wat mij betreft. U vraagt me of u nog mag vliegen? Vlieg maar, en voel u daar ongemakkelijk bij. En probeer de trein eens. En de boontjes: als u er heel veel zin in hebt, koopt u gerust een zakje. En voelt u de blikken van de anderen in de supermarkt als u de boontjes in de winkelkar legt. Net zoals ik die voel als ik plastic flessen Italiaans bruiswater uit de rekken haal en in mijn karretje leg. Ik heb namelijk meegwerkt aan de spot over het goede en ecologische van kraantjeswater. Maar ik drink nu eenmaal veel liever dat Italiaanse water! Uit het spumante borrelen mijn herinneringen op aan de wonderlijke reizen die ik als kind met mijn ouders kon maken. Tegelijk stemt het me tot twijfelen en tot nadenken.

Al dat nadenken is goed. U hoeft voor uw vermeende pathologie, die slechts de ontdekking van uw gewetensfunctie is, niet in behandeling. U mag zo voortdoen. En jawel, dit soort ongeluk behoort tot het gewone leven. Meer nog: het is gene ongeluk. U hebt het geluk over een geweten te beschikken. Als u wilt kan ik u dat persoonlijk ook eens uitleggen, maar ik zal u op het hart drukken dat u na één afspraak niet hoeft terug te komen. Medicatie zal ik u niet voorschrijven. Integendeel, in het geval u medicatie neemt, dan mag u die nu gezwind afbouwen.

Beste lezer, het onder ogen zien van de onrechtvaardigheid van de wereld is een voorwaarde om als mens te bestaan. Het zich zelfgenoegzaam terugtrekken in de waan dat alles in orde is, is niet wat ik zou noemen 'bestaan'. 'De verborgen tranen van de wereld' (ik citeer Emmanuel Levinas) niet zien is niet normaal. Armoede, geweld, mishandeling, de miserie van vluchtelingen en de klimaatproblematiek zien en vervolgens tot engagement overgaan is de ware zin van het bestaan. Om dat te kunnen doen moet je het eerst zien, en er een beetje ongelukkig door zijn, dat klopt.
  Het is de ethische plicht van de gelukkige mens, die uit een warm nest komt en graag wordt gezien en het goed heeft, zoals ik, om de lastigheid van de wereld te zien en er iets mee te doen.
  Daarom, beste lezer, hoop ik van harte dat uw aandoening fors besmettelijk is, via handdrukken, omhelzingen en alle vormen van menselijk contact.

Hartelijke groet,
Dirk De Wachter

Andere boeken van Dirk De Wachter: Borderline times : het einde van de normaliteit (2012), Liefde : een onmogelijk verlangen? (2014) De wereld van De Wachter (2016).

Artikel: Psychiater Dirk De Wachter breekt een lans voor verdriet: ‘Daar zit de verbinding met anderen’ (Vrij Nederland, oktober 2019)

Terug naar Overzicht alle titels


zondag 29 september 2019

Peter Pomerantsev


Dit is geen propaganda : de oorlog tegen de waarheid

Hollands Diep 2019, 286 pagina's € 24,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Oorspronkelijke titel: This is not propaganda : adventures in the war against reality (2019)

Wikipedia: Peter Pomerantsev (1977)

Korte beschrijving
De Russische schrijver en cybersecurity-expert Peter Pomerantsev werkte ooit als documentairemaker in het Rusland van Vladimir Poetin, tot hij in 2010 naar Engeland verhuisde. Zijn belevenissen en tegenwerking door de overheid in zijn vaderland beschreef hij indringend in zijn vorige boek 'Niets is waar en alles is mogelijk'*. In 'Dit is geen propaganda' probeert hij de huidige wereld van leugens en bedrog te duiden. Het tijdperk van de informatiestrijd, van verdraaide feiten, nepnieuws, beïnvloeding en desinformatie. Hij is niet de eerste schrijver die een dergelijke poging waagt, maar de oud-documentairemaker verloochent zijn achtergrond niet. Hij bouwt zijn verhaal niet op als een technische verhandeling, maar verweeft de analyse van zijn onderwerp met zijn eigen familiegeschiedenis. Ook zijn vader ontvluchtte destijds als journalist de voormalige Sovjet-Unie. Hij geeft talloze voorbeelden van situaties waar hij tegenaan is gelopen, waarbij hij ook de rol die de politieke elite speelt bij de opkomst van anti-establishmentpolitici stevig bekritiseert. In een vertaling van Willem van Paassen.

Tekst op website uitgever
Een adembenemende reis door de duistere wereld van desinformatie en fake news
De belangrijkste trend van de afgelopen jaren is de opkomst - en ontwikkeling - van digitale oorlogsvoering. In dit technologische tijdperk is verslaggeving van groter belang geworden dan de werkelijke militaire actie. Het resultaat hiervan is een overvloed aan leugens, foute grappen, absurditeit en bangmakerij - een circussfeer die als doel heeft ons te verwarren en ons idee van waarheid te ondermijnen.

Dit is geen propaganda is een tocht achter vijandelijke linies in een eindeloze, internationale informatieoorlog. In zijn kenmerkende stijl - bij vlagen analytisch, poëtisch, luguber en grappig - legt Peter Pomerantsev de contouren van deze nieuwe wereldorde bloot. Hij leert digitale misleidingstactieken van activisten in Servië, Mexicaanse drugsbaronnen, Fox News-presentatoren en van de KGB-officieren die zijn eigen familie op de vlucht joegen.

Terwijl hij deze absurde maar cruciale lessen tot zich neemt, richt Pomerantsev zich op de toekomst en stelt hij manieren voor om de democratie juist te versterken. Dit is een noodzakelijk boek om onze nieuwe werkelijkheid beter te leren begrijpen.

Fragment uit (het) Voorwoord: 'Telegram!'
Veertig jaar na mijn vaders detentie en ondervraging volg ik ineens een heel vaag spoor van de reis van mijn ouders, zij het zonder hun moed, zonder risico of zekerheid. Terwijl ik dit schrijf, leid ik - en dat is mogelijk niet meer het geval wanneer je het leest gezien de economische onrust - een programma op een instituut van een Londense universiteit dat onderzoek doet naar moderne beïnvloedingscampagnes, die je losjes 'propaganda' zou kunnen noemen, een term die qua interpretatie zo beladen en versplinterd is - sommigen noemen het bedrog, anderen de neurale activiteit van verspreiding - dat ik deze niet gebruik.
  Hier moet ik aan toevoegen dat ik geen academicus ben en dat dit geen academisch werkt is. Ik ben een afvallige televisieproducent en hoewel ik nog altijd artikelen schrijf en af en toe een radioprogramma presenteer, betrap ik mezelf erop dat ik mijn oude mediawereld nu dikwijls achterdochtig bekijk en zo nu en dan vol afschuw vaststel wat we hebben aangericht. Bij mijn onderzoek ontmoet ik Twitter-revolutionairen pop-up-populisten, trollen en elfen, visionairs van 'gedragsverandering' en charlatans van informatieoorlogen, jihadistische fanboys, aanhangers van de identitaire beweging, metapolitici, waarheidspolitie en bot herders. Vervolgens neem ik alles wat ik te weten ben gekomen mee terug naar de achthoekige, betonnen toren waarin mijn kantoor tijdelijk is ondergebracht en maak er begrijpelijke Conclusies en aanbevelingen van voor keurig geformatteerde rapporten en PowerPoint-presentaties, die een diagnose stellen over de vloed aan desinformatie, 'nepnieuws', 'informatieoorlogen' en de 'oorlog tegen informatie', en remedies voorstellen om dat tij te keren. (pagina 11-12)

Recensie: This Is Not Propaganda by Peter Pomerantsev review – dispatches from the war on truth (Guardian juli 2019)

Interview: Peter Pomerantsev: ‘In de politiek hebben ideeën plaatsgemaakt voor gevoelens’ (NRC 27 september 2019)

Terug naar Overzicht alle titels

Rebekka De Wit


Afhankelijkheidsverklaring

Atlas Contact 2019, 136 pagina's € 16,50

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Citybooks: Rebekka De Wit (1985)

Korte beschrijving
De bron van deze essaybundel is te vinden in De Wits debuutroman 'We komen nog één wonder tekort' (2015)*. Hierin zegt de ik-figuur op een gegeven moment: 'Ik zou een Declaration of Dependence willen schrijven, omdat dat veel minder bezijden de waarheid klinkt en troostender dan de gebalde vuist en de independence'. Rebekka De Wit (1985) is behalve romanschrijfster en essayiste ook werkzaam als theatermaakster. Het boek bestaat uit drie delen: anekdotes, essays en de bespiegeling 'En de zee'. Sommige essays verschenen eerder op de Correspondent of in De Gids. Een steeds terugkerend credo is de zin 'hoe het allemaal in elkaar steekt’. Een zin die vaak door betweters wordt gebruikt om uit te leggen dat iemand naïef is (en daarmee monddood wordt gemaakt) of dat veel te verklaren valt uit het individualisme (een mythe), terwijl het volgens De Wit vooral om samenwerken gaat. De auteur zet aan tot net even anders denken en kijken naar de wereld. Dit boek is een klinkend voorbeeld van essayistiek van dit moment: persoonlijk en vrij. Een boek van een talentvolle en grensoverschrijdend denkende Vlaamse schrijfster dat past binnen de essayistiek van de eenentwintigste eeuw.

Tekst op website uitgever
‘Afhankelijkheidsverklaring’ van Rebekka de Wit is een bundel vol bespiegelingen, verhalen en essays over het meest vanzelfsprekende en over wat die vanzelfsprekendheden verzwijgen. Waarom probeert iedereen uitdagingen te maken van zijn doodsangsten? Hoe komt het dat afhankelijkheid wordt gezien als falen? En waarom kramen mensen die zeggen ‘een no-nonsense type’ te zijn, doorgaans veel onzin uit? ‘Afhankelijkheidsverklaring’ legt bloot wat onze vanzelfsprekendheden verzwijgen en komt tot pijnlijke conclusies over hoe (on)vrij, (on)afhankelijk en (on)geëmancipeerd we eigenlijk zijn

Fragment uit Illusies van onafhankelijkheid
Een ander voorbeeld, een waarin onze zelfdeceptie over onze onafhankelijkheid het best tot zijn recht komt, is de doe-het-zelfzaak. De deceptie begint al bij de naam, de doe-het-zelfzaak, want in werkelijkheid is die winkel het resultaat van duizenden jaren geaccumuleerde cultuur, een gesamtkunstwerk waar duizenden jaren miljoenen mensen aan hebben meegewerkt, en toch noemen we dat de doe-het-zelfzaak.
  En het heeft ook effect. Als we besluiten 'helemaal zelf' een kippenhok te bouwen, kijken we naar een YouTube-tutorial, maken een lijstje en rijden naar de doe-het-zelfzaak. We lopen daar naar binnen, natuurlijk bomvol eigenwaarde vanwege de queeste die zich in ons heeft postgevat, we lopen naar de afdeling scharnieren, waar we er zes stuks van kopen. Ze zijn €1,49 per stuk, drieduizend jaar geleden uitgevonden, nog voor het bronzen tijdperk dus, verfijnd en ontwikkeld door ontelbaar veel mensen, gemaakt met erts uit Zuid-Amerika, vervoerd in boten die men ook pas na duizenden jaren echt varend kreeg, en in de haven worden ze uitgeladen door machines, ontwikkeld door mensen die naar scholen zijn gegaan die niet door jou maar voor jou zijn opgericht en dan worden al die scharnieren over wegen vervoerd die we samen hebben aangelegd, zodat jij kunt beginnen aan je eigen kippenhok en als het eenmaal af is, dan denk je: zo, dit heb ik helemaal zelf gedaan! Hier heb ik niemand voor nodig gehad! Wat ben ik toch een selfmade man! Wat ben ik toch een coole cowboy op de prairie!
  En niet alleen voor scharnieren hebben we duizenden jaren, miljoenen mensen en ontelbaar veel grondstoffen nodig gehad, ook bovenstaande alinea heb ik niet in mijn eentje gemaakt. (pagina 53-55)

Artikel: Leve onze afhankelijkheid (De Correspondent, juli 2016)

Artikel: Vrijheid als mythe: wij ontstaan door onze relaties met anderen. (1 oktober 2019)



Terug naar Overzicht alle titels