donderdag 20 maart 2025

Koo van der Wal

Zoektocht naar de wortels van het milieuprobleem : een filosofisch verhaal
Gompel & Svacina 2023, 176 pagina's  € 25,--

Koo van der Wal (1934)

Korte beschrijving
Een filosofische beschouwing op de samenhang tussen de milieuproblematiek en het sociale bestel.  Het milieuprobleem is tot een van de ernstigste bedreigingen van de moderne samenleving uitgegroeid. Toch lukt het maar moeilijk om een effectief milieubeleid van de grond te krijgen. De reden daarvan is dat de milieucrisis met de inrichting van het sociale bestel als zodanig samenhangt. Het brengt algemene kenmerken van dat systeem tot uitdrukking, zoals de mateloosheid van de moderne cultuur, de kijk op de natuur als een inventaris van grondstoffen en een losgeslagen economie. Binnen het bestek van zo'n cultuur is de transitie naar een duurzame samenleving een uitzichtloze zaak; daarvoor is een ander type maatschappij nodig. Het boek geeft hiervoor een aantal voorzetten. Intelligent en met diepgang geschreven. Met enkele zwart-witillustraties. Uitsluitend geschikt voor een geoefend lezerspubliek.  Koo van der Wal (1934) is een bekende Nederlandse filosoof en hoogleraar. Hij schreef tientallen boeken.

Tekst op website uitgever
Het milieuprobleem is inmiddels tot een van de ernstigste bedreigingen van de moderne samenleving uitgegroeid. Toch lukt het maar moeilijk om een effectief milieubeleid van de grond te krijgen. De reden daarvan, zo is de stelling van dit boek, is dat de milieucrisis met de inrichting van het sociale bestel als zodanig samenhangt. Het brengt met andere woorden algemene kenmerken van dat systeem tot uitdrukking. Te noemen zijn dan onder meer de mateloosheid van de moderne cultuur (sneller, meer, groei), de kijk op de natuur als vooral een inventaris van grondstoffen, een uiterlijk welzijnsbegrip en een losgeslagen economie. De conclusie is dan dat binnen het bestek van zo’n cultuur de transitie naar een duurzame samenleving een uitzichtloze zaak is. Maar dat daarvoor de overgang naar een ander type maatschappij nodig is. Het boek geeft daarvoor een aantal voorzetten.

Koo van der Wal (1934) was hoogleraar wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam en daarna aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij schreef o.m. Recht met reden (2003), Die Umkehrung der Welt. ber den Verlust von Umwelt, Gemeinschaft und Sinn (2004) en Wat is er met de ethiek gebeurd? (2008). Naast zijn academische loopbaan was hij o.m. voorzitter van de Nederlandse afdeling van Amnesty International en voorzitter van de Stichting voor Vluchtelingen-Studenten UAF.

Fragment uit hoofdstuk 2. Moderniteit en maat - over een problematische relatie
Een contrasterende werkelijkheidsvisie

Om zo scherp mogelijk te krijgen wat hier gebeurd is, onderbreek ik de gedachtegang nu een ogenblik en contrasteer ik de geschetste visie op mens en wereld met degene die door het Indiaanse opperhoofd Seattle tot uitdrukking gebracht is in zijn beroemde toespraak uit 1854. De aanleiding tot die toespraak was de wens van de Amerikaanse regering om het land van de Dwamish, de stam van Seattle, te kopen vanwege de mineralen die daar in de grond zaten. In plaats van een wereld die in zichzelf betekenisloze dingen waaruit alle kwalitatieve eigenschappen geëlimineerd zijn, te midden waarvan een mens zich alleen maar een displaced person kan voelen, schetst Seattle juist het beeld van een wereld die zeer rijk aan kwaliteiten is, waar alles zijn eigen zijnswijze en inbreng heeft en uit hoofde daarvan respectwaardig, 'heilig' is. Ik citeer hem nogmaals:

"Elk stuk van dit land is heilig voor mijn volk. Iedere spar die glanst in de zon, elk zandstrand, elke nevel in de donkere bossen, elke open plaats, elke zoemende bij is heilig in de gedachten en herinneringen van mijn volk."

Met alles wat hem omgeeft, staat de mens in directe verstandhouding, sterker: in een relatie van verwantschap:

"De geurende bloemen zijn onze zusters, het rendier, het paard, de grote adelaars onze broeders. De schuimkoppen in de rivier, het sap van de weidebloemen, het zweet van de pony en van de man, het is allemaal van hetzelfde geslacht [...] Alles hangt samen met het bloed dat een familie verbindt. Alles hangt met alles samen."

Binnen dit grote leefverband van de natuur is de mens dus allerminst eenzaam. Integendeel, hij beleeft vreugde aan zijn medeschepselen, aan de dieren, de bossen, de rivieren. Zonder deze zou het leven arm en eenzaam worden:

"Wat is de mens zonder dieren? Als alle dieren weg zijn [het gevolg van het destructieve optreden van de blanken]  zal de mens sterven aan een gevoel van grote eenzaamheid."

Omdat de dingen in dit universum een eigen wezen en zijnswijze hebben, en daarmee een vorm van onaantastbaarheid, kun je er maar niet naar goeddunken mee omgaan. Ook van een toebehoren, bezitten, disponeren-over kan hier geen sprake zijn. Daarom kunnen de aarde, de rivieren, de lucht enz. niet verkocht worden, zoals de blanken willen. Zij zouden dan inderdaad als zaken beschouwd worden waarover naar willekeur beschikt kan worden. Dat dat de houding van de westerling is, wordt door Seattle goed gezien, al is die houding voor hem oninvoelbaar:

"Voor de blanke man is het ene stuk grond gelijk aan het andere. Hij is een vreemde (!), die in de nacht komt en van het land neemt wat hij nodig heeft. De aarde is niet zijn broeder maar zijn vijand (!). En als hij die veroverd (!) heeft, trekt hij verder. Hij trekt zich er niets van aan [...] Hij behandelt zijn moeder, de aarde, en zijn broeder, de lucht, als koopwaar die hij kan uitbuiten en weer verkopen als goedkope bonte kralen."

Inde wereld van Seattle is de mens als draad ingeweven in het web van het leven dat hij niet zelf geweven heeft. En als er al van een toebehoren sprake is, dan behoort niet de aarde aan de mens maar andersom. Daarmee is de maat van zijn handelen gegeven. DE moderne westerse mens daarentegen heeft zich buiten een dergelijk natuurverband geplaatst. En hij heeft de natuur van al haar kwalitatieve eigenschappen ontdaan, zodat die ook geen reden meer kunnen vormen om haar met consideratie en respect te behandelen. In het bijzonder is bij de moderne verzakelijking iedere vorm van 'heiligheid' als een aan de dingen zelf inherente kwaliteit verloren gegaan. Daardoor is de wereld van de natuur geheel open komen te liggen voor de veroveringstocht van de mens. Van de kant van een totaal 'onttoverde' en geprofaniseerde natuur wordt aan dat veroveringsstreven in ieder geval niets meer in de weg gelegd. (pagina 55-57)

Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen