Atlas Contact 2020, 395 pagina's - € 40,90
Oorspronkelijke titel: Transcendence : how humans evolved through fire, language, beauty and time (2019)
Wikipedia: Gaia Vince (1973)
Korte beschrijving
De mens ontwikkelde zich gedurende twee miljoen jaar tot het meest succesvolle zoogdier dat de hele Aarde compleet heeft heringericht. Dit proces hing af van de cumulatieve creativiteit en intelligentie die ons onderscheidden van concurrenten. De mens kon energie generen en daarmee eten koken, waardoor zijn hersens harder groeiden en meer soortgenoten konden worden gezorgd. Zo ontstonden grote sociale verbanden, inclusief meer samenwerking en veiligheid. Door taal en verhalen kon kennis worden overgedragen en hoefde het wiel niet telkens opnieuw te worden uitgevonden. Het besef van tijd zorgde voor betere planning van jacht en landbouw, waardoor de bestaanszekerheid geborgd werd. Deze opgetelde intelligentie gaf de mens een enorme macht over zijn omgeving, waarbij ict voor een nieuwe doorbraak zorgde. Maar hebben we genoeg geleerd om verantwoordelijk om te gaan met nieuwe ecologische uitdagingen? Aanstekelijk boek dat een veelheid aan wetenschappelijke inzichten met elkaar verbindt tot het verhaal van het succes en mogelijk falen van de menselijke soort. Met eindnoten en register.
Tekst op website uitgever
Het boek ‘Vuur, taal, schoonheid, tijd’ van Gaia Vince verandert de kijk op de geschiedenis van de mens. Vince legt met behulp van vier elementen (vuur, taal, schoonheid en tijd) op overtuigende wijze uit hoe de culturele evolutie de mens heeft gevormd. Dat verhaal is fascinerend: terwijl ons meest nabije familielid, de chimpansee, op dezelfde manier leeft als miljoenen jaren geleden, wonen wij in megasteden met geschreven wetten, metro’s en smartphones. Wat heeft ons gevormd, naast genetische evolutie? Het boek daagt uit om het verhaal van onze voorouders opnieuw te bekijken: we zijn de intelligente ontwerpers van onszelf.
Fragment uit 8. Vertellen
Prestigieuze individuen beschikken over grote macht: ze kunnen een sociaal netwerk een volkomen andere vorm geven, en dat prosociaal en tolerant of juist niet tot samenwerken geneigd en onverdraagzaam maken. Toen prinses Diana aidspatiënten omhelsde, oefende ze daarmee een veel grotere invloed uit op de sociale attitudes ten aanzien van mogelijke hiv-overdracht dan alle lezingen houdende virologen in tien jaar. Als een politicus nalaat om rassenhaat te veroordelen, of die zelfs te vergoelijken, verschaft hij daarmee anderen de moed om hem na te apen, en zeker als hij de president van een groot land is, stelt hij daarmee de ethische voorschriften van een samenleving opnieuw in, zodat het 'culturele ontwikkelbad' minstens een generatie lang niet meer zo functioneert als anders het geval zou zijn geweest.
Omdat ons gevoel van eigenwaarde gestoeld is op hoe anderen ons zien, gaan prestigieuze individuen vaak in hun eigen reputatie geloven. Ze maken zichzelf wijs dat ze niet slechts op één bepaald terrein uitblinken, maar dat die superioriteit zich uitstrekt tot op alle andere levensgebieden. Vele beroemdheden gaan alleen nog maar om met andere beroemdheden en kritiekloze bewonderaars, en als gevolg daarvan kunnen ze vol zelfvertrouwen deskundigheid claimen op allerlei gebieden waar ze geen verstand van hebben, zoals acteurs die dubieuze medische handelingen aanbevelen.
Verschillende culturen kunnen op verschillende wijze prestige toekennen. Onder jagers-verzamelaars hebben de meningen van de beste jagers ook in allerlei nadere kwesties meer gezag. In deze samenlevingen is het zinnig om oudere mensen na te apen, niet alleen omdat ze langer de tijd hebben gehad om informatie te verzamelen, maar ook omdat ze een hoge leeftijd hebben bereikt - want in ons evolutionaire verleden was dat een hele prestatie. Tegen de tijd dat jagers-verzamelaars uit vroeger tijden vijfenzestig waren, had de natuurlijke selectie een groot deel van hun cohort uitgefilterd, en dus was hun manier van leven duidelijk waardevol gebleken. De evolutionair antropoloog Joseph Henrich heeft dit heel mooi uitgelegd aan de hand van het gebruik van chilipepers. Stel je een populatie voor van honderd mensen van tussen de twintig en de dertig jaar oud, van wie er veertig regelmatig vleesgerechten met chilipepers bereiden. Omdat chilipepers microben doodt, verkleint dat de kans dat deze mensen besmet zullen worden met door in het voedsel overgebrachte ziektekiemen. Als deze veertig mensen jaar in, jaar uit chilipepers door hun vleesgerechten mengen, en daarmee hun kans om de vijfenzestig te halen verdubbelen, zodat die 20 procent wordt in plaats van 10 procent, zal 57 procent van deze groep tegen de tijd dat ze vijfenzestig zijn uitchili-eters bestaan. Als mensen die van anderen willen leren hoe ze eten moeten koken, bij voorkeur oudere mensen na-apen, hebben ze dus een grotere kans om zich deze voor hun overleven zo bevorderlijke gewoonte eigen te maken, en als gevolg van dit culturele-evolutieproces zal het gebruik van chilipepers binnen enkele generaties binnen de hele groep dus een gebruikelijke stap zijn bij het bereiden van vleesgerechten. 'Op hoge leeftijd gebaseerd cultureel leren kan zo de werking van de natuurlijke selectie versterken, doordat die voor verschillende groepen tot verschillende sterftecijfers leidt,' legt Henrich uit.
In het Westen heeft hoge leeftijd echter prestige verloren. Misschien komt dat omdat de meesten van ons tegenwoordig langer leven, en vanwege de recente technologische veranderingen. Snelle culturele veranderingen maken sociaal leren minder betrouwbaar, omdat je dan het risico loopt dat je iemand na-aapt die over verouderde informatie beschikt. Toch worden oudere mensen op bepaalde terreinen, zoals creatieve bezigheden waarbij technisch meesterschap van groot belang is, nog steeds met eerbied behandeld. Een meester-pottenbakker heeft slechts enkele minuten nodig om een perfecte pot te draaien, maar je hebt een heel leven nodig om dat te leren.
Het zal dan ook niet als een verrassing komen dat de meest prestigieuze leden van de samenleving in alle culturen degenen zijn die over de beste kennis beschikken en zich het meest vrijgevig tonen in het delen daarvan: onze leraren. Lesgeven heeft alles te maken met communicatie, en de werktuigen die we daarvoor hebben uitgevonden hebben ook onze op samenwerking gebaseerde samenleving sterker gemaakt, doordat ze ons met behulp van gedeelde verhalen een gemeenschappelijk doel verschaffen. Als we praten is onze groepsidentiteit verweven met alles wat we zeggen, maar juist daardoor is taal ook een belangrijk werktuig om culturele kloven te overbruggen, want in onze eigen taal met leden van andere groepen praten vermindert het wederzijdse wantrouwen, en biedt ons toegang tot hun samenleving. Zoals we hieronder nog zullen zien, berust ons succes zowel op de concurrentie tussen onze prosociale groepen als op de noodzaak van interculturele uitwisseling. (pagina 182-184)
Lees ook: De eeuw van de nomade : hoe we de klimaatramp kunnen voorleven (2025)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen