dinsdag 10 september 2024

Jan-Willem van Prooijen

Hoax : waarom mensen in complottheorieën geloven 
Lev 2024, 319 pagina's € 24,99

Website Jan-Willem van Prooijen (1975)

Korte beschrijving
Een actuele beschouwing over de vraag waarom mensen in complottheorieën geloven. Jan-Willem van Prooijen, die al sinds 2008 wetenschappelijk onderzoek doet naar complotdenken, schrijft over het ontstaan en de gevolgen van complotdenken en de invloed van internet en sociale media. Het boek belicht onder meer hoe complotdenken invloed heeft op beslissingen als vaccinatie, duurzaamheid en politieke keuzes. De auteur benadrukt dat iedereen in zekere mate vatbaar is voor complotdenken en dat dit niet alleen voor kan komen bij grootschalige crisissituaties, maar ook ontstaat rond persoonlijke en alledaagse omstandigheden. Informatief en prettig leesbaar geschreven. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep. Jan-Willem van Prooijen (1975) is gedragswetenschapper in de psychologie en criminologie, universitair hoofddocent aan de VU Amsterdam, senior onderzoeker aan het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving en bijzonder hoogleraar radicalisering, extremisme en complotdenken aan de Universiteit Maastricht. Hij verschijnt regelmatig in (inter)nationale media..

Tekst op website uitgever
Populair-wetenschappelijk boek over de psychologische achtergrond van complotdenken, een fenomeen dat het nieuws en ons leven de afgelopen jaren leek te beheersen.

Hoe ontstaat complotdenken en wat zijn de gevolgen? Hoe gevaarlijk is complotdenken? Geloven mensen dankzij internet en sociale media nu sneller in complottheorieën?

Het heeft invloed op de vraag of mensen zich laten vaccineren, of ze duurzaamheid nastreven, op welke partij en ze stemmen en meer. Iedereen is tot op zekere hoogte vatbaar voor complotdenken. Het is gradueel, en vaak zijn mensen onzeker over wat ze wel en niet moeten geloven. Het komt niet alleen voor bij groot schalige gebeurtenissen zoals een pandemie of een oorlog, maar ook bij sportwedstrijden, op het werk en in ons persoonlijke leven.

Fragment uit 6. Kritische denkers?
Mensen gaan graag op de stoel van de expert zitten. Tijdens de coronapandemie ontpopten burgers zich tot zelfbenoemde virologen die preciest wisten waarom het al dan niet nodig was anderhalve meter afstand te houden, en waarom de coronavaccins veilig of juist gevaarlijk waren. Tijdens de stikstofcrisis hadden burgers een behoorlijk gepeperde mening over hoed noodzakelijk het voor de natuur was om al dan niet de EU-regels te volgen. En tijdens een EK of WK voetbal veranderen mensen die anders niet naar voetbal kijken plotseling in een stel excellente bondscoaches die precies weten welke spelers waar opgesteld moeten worden, en met wat voor systeem het Nederlandse elftal moet spelen. Dit alles gaat gepaard met de nodige kritiek op de mensen die daadwerkelijk aan het roer staan. De echte bestuurders, wetenschappers en bondscoach (die allen in een complexe, onvoorspelbare situatie en met beperkte informatie moeilijke beslissingen moeten nemen - en ja inderdaad, dan dus soms fouten maken) wordt op sociale media flink de maat genomen. Ze weten niet wat ze aan het doen zijn, zijn een stel prutsers en moeten zo snel mogelijk vervangen worden; liefst door iemand di er precies dezelfde meningen op na houden als de kritische burger zelf. 
  Vooral mensen die in complottheorieën geloven leveren graag kritiek, zowel op de 'machtige elites' als op het volk dat te veel danst naar de pijpen van die elites. Hardnekkige complotdenkers gaan er nogal eens prat op dat ze kritisch zijn over bestuurders of wetenschappelijke inzichten en voor zichzelf durven denken. Populaire termen die leden van complotgroeperingen gebruiken om zichzelf te beschrijven zijn bijvoorbeeld 'kritische vrijdenkers', 'andersdenkenden' of 'compleetdenkers'. Een populaire term om het volk te beschrijven is 'the sheeple' (een samenvoegsel van 'people' en 'sheep' om aan te duiden dat veel burgers zich als een stel makke, onnozele schapen laten misleiden door de leugens van machtige elites.)  het kernadvies dat mensen meekrijgen is om vooral je eigen onderzoek te doen. In de praktijk betekent dat bijvoorbeeld niet luisteren naar de conclusies van wetenschappelijk onderzoek als je wilt weten of je je kinderen moet laten vaccineren tegen de mazelen; in plaats daarvan moet je een aantal YouTube-filmpjes gaan bekijken om zelf te bepalen of die vaccins kwaad kunnen. 
  'Doe je eigen onderzoek' kan prima advies zijn, afhankelijk van hoe je het precies bedoelt  en in welke context. Als je graag eens naar Thailand op vakantie zou willen gaan - een prachtig land met een interessante cultuur - dan is het verstandig om eerst je eigen onderzoek te doen door je in te elzen in de lokale gebruiken, bezienswaardigheden, praktische zaken (zoals visa, vluchten, kosten, hotels), enzovoorts. Maar waar een vakantiewens geen objectief goed of fout kent (als je niet naar Thailand wilt gaan dan is het ook goed) geldt dat niet voor wetenschappelijke inzichten, zoals de mate waarin een vaccin je kind beschermt tegen levensgevaarlijk ziektes. Als het aankomt op complexe wetenschappelijke materie waar je zelf geen expertise in hebt, dan vind ik 'doe je eigen onderzoek' (in de betekenis van 'gooi de wetenschappelijk consensus overboord, luister niet naar experts en kijk zelf naar wat je online tegenkomt')  onverantwoord advies dat getuigt van de nodige grootheidswaanzin. Wetenschappelijk onderzoek leren doen vergt jaren aan studie en ervaring, en dan nog wordt je expert op slechts een beperkt aantal thema's. Het advies is vergelijkbaar met 'bestuur je eigen vliegtuig'. Ga vooral niet als passagier in een vliegtuig zitten waar een gekwalificeerde piloot in de cockpit zit maar probeer zelf, met behulp van een paar YouTube-filmpjes - veelal gemaakt door mensen die zelf nauwelijks vliegervaring hebben - een Boeing te besturen. Soms is het juist verstandig te luisteren naar wat eerder onderzoek laat zien en naar wat experts adviseren. Doe niét je eigen onderzoek, maar laat je in plaats daarvan goed informeren door echte experts met aantoonbare kennis van zaken! (pagina 147-149)

Lees bijvoorbeeld ook: Waarom mensen radicaliseren : hoe waargenomen onrechtvaardigheid radicalisering, extremisme en terrorisme aanwakkert van Kees van den Bos (uit 2029) of  
Waarheidszoekers : wat bezielt complotdenkers? van Cees Zweistra (uit 2021) of
Immuun voor nepnieuws : een tegengif voor fake news en complottheorieën  van Sander van der Linden (uit 2023) of
Elkaar eerlijk behandelen : wantrouwen, polarisatie en complotdenken voor zijn van Kees van den Bos (uit 2023) of
De extremist en de wetenschapper : hoe we radicalisering beter kunnen begrijpen van Rik Peels (uit 2024) 

Terug naar Overzicht alle titels

Julian Baggini

Leer denken als een filosoof : 12 essentiële principes voor mentale weerbaarheid
Ten Have 2024, 382 pagina's  - € 24,99

Oorspronkelijke titel: How to think like a philosopher: essential principles for clearer thinking (2024)

Wikipedia: Julian Baggini (1968)

Korte beschrijving
Een filosofische gids met 12 essentiële principes voor mentale weerbaarheid. De auteur bespreekt het gedachtegoed van belangrijke filosofen en gebruikt alledaagse voorbeelden en hedendaagse politieke zorgen om te laten zien hoe de principes van deze filosofen toegepast kunnen worden op ons eigen leven. Het doel is om de lezer te helpen denken als een filosoof, wat nuttig kan zijn in een tijdperk waarin maatschappelijke en persoonlijke problemen alleen maar groter lijken te worden. In vriendelijke, bevragende stijl geschreven, met persoonlijke passages van de auteur. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep.  Julian Baggini (Engeland, 1968) is een wereldberoemde Britse schrijver en filosoof, en oprichter van The Philosophers’ Magazine. Hij schreef vele boeken, waaronder ‘Een kleine geschiedenis van de waarheid’. Zijn werk wordt in meer dan twintig landen uitgegeven.

Tekst op website uitgever
Scherp je geest met deze 12 universele filosofische principes. Leer stap voor stap zelfstandig denken en beter te leven.

Hoe kan filosofie ons helpen in een tijd waarin zowel maatschappelijke als persoonlijke problemen alleen maar groter lijken te worden? Door alles te bevragen!

In 'Leer denken als een filosoof' presenteert Baggini twaalf fundamentele principes voor een meer humane, evenwichtige en rationele benadering van het denken. Van het in twijfel trekken van alles, ook onze eigen vragen, tot het vasthouden aan feiten en het streven naar zelfstandig denken, zonder eenzelvig te worden. Met alledaagse voorbeelden daagt Baggini ons uit om onze denkwijze te herzien en laat hij zien hoe deze principes kunnen worden toegepast in ons eigen leven.

"Een essentiële, inspirerende gids voor de uitdagingen van onze tijd, gebaseerd op interviews met hedendaagse filosofen, en gevuld met de inzichten en reflecties van de auteur. Het is precies het boek dat we nodig hebben." – Sarah Bakewell, auteur van 'De humanisten''
"In zijn boek opent Julian Baggini de motorkap van de filosofie en legt hij de mechaniek van het filosoferen bloot." - De Morgen
"Je kunt van dit boek echt iets van opsteken over hoe je zelf denkt en welke elementen je daarin kunt veranderen." - Trouw

Fragment uit 8. Weet wat van belang is
Het triviale verwarren met het significante, het inhoudsloze met het wezenlijke, het onbeduidende met het belangrijke is iets waar iedereen toe in staat is in elk domein, en niet alleen in de filosofie. Neem het bedrijfsleven. Veronderstellingen over prioriteiten leiden er vaak toe dat managers en werknemers te veel tijd en mentale energie besteden aan dingen di er niet toe doen. Uren worden verdaan met nadenken over ontwerpdetails van de nieuwe website, terwijl er nauwelijks wordt nagedacht over essentiële functionaliteiten. Zinloze vergaderingen vreten tijd omdat mensen nu eenmaal vergaderen. Veel herstructureringen leiden tot zo veel ontwrichting dat de schade die ze aanrichten bij lange na niet opweegt tegen de voordelen die ze opleveren in de vorm van nieuwe en betere systemen.
  Net zoals aan sommige dingen meer belang wordt gehecht dan ze waard zijn, wordt er soms iets over het hoofd gezien omdat iedereen aanneemt dat het er niet toe doet. Voordat Ignaz Semmelweis antiseptische procedures voor medici ontwikkelde, werd het niet van belang gevonden of chirurgen al dan niet hun handen wasten. Schijnbaar kleine veranderingen in de regels voor woningkredieten bleken rampzalige gevolgen te hebben toen op-dubieuze gronden-verstrekte hypotheken de financiële crisis van 2008 aanwakkerden.
  Uitzoeken wat meer aandacht vereist en wat minder, is een essentiële denkvaardigheid. Vaak laten we ons daarvan weerhouden door gewoonten en de dynamiek van bepaalde situaties, en richten we onze energie op verkeerde doelen. Werkelijk belangrijke problemen kunnen ook aanleiding geven tot andere vragen, die een eigen leven gaan leiden en totaal niet van belang zijn voor het oorspronkelijke probleem. Er een gewoonte van maken om te vragen: 'Is dit werkelijk waarover ik moet nadenken?' is het eenvoudigste en effectiefste tegengif voor dergelijke afleidingen.
  Eén waarschuwing. 'Belangrijk' betekent niet altijd 'nuttig'. De natuurkundige Alan Sokal is beroemd geworden door de publicatie van een bedrieglijk academisch artikel waarin allerlei min of meer postmodernistische benaderingen van de natuurwetenschappen werden geparodieerd. Hij heeft zich echter nooit tegen alle wetenschapsfilosofie gekeerd die aan theorievorming over de aard van het wetenschappelijk bedrijf doet. Wél heeft hij de beroemde opmerking van Richard Feynman geciteerd dat 'wetenschapsfilosofie net zo nuttig is voor wetenschappers als ornithologie voor vogels'.  Maar, zoals Sokal zegt: 'Ornithologie is niet bedoeld om nuttige te zijn voor vogels.' Daarom hoeft het aan Feynman ontleende citaat niet gezien te worden als een poging om de wetenschapsfilosofie in een kwaad daglicht te stellen. '[De wetenschapsfilosofie]  verheldert wat wetenschappers doen, of ze daarmee nou voor wetenschappers van nut is of niet. Zelfs als de wetenschapsfilosofie voor actieve wetenschappers geen enkel nut zou hebben, zou ze nog steeds van nut zijn als bijdrage aan de filosofie.' (pagina 209-210)

Lees ook: Deugden van de tafel : een filosofie van het eten (uit 2014) en Herwonnen vrijheid : de mogelijkheid van een vrije wil (uit 2015).

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 8 september 2024

Björn Soenens

De laatste walvis : het ongezouten verhaal van Amerika
De Arbeiderspers 2024, 504 pagina's € 29,99

Wikipedia: Björn Soenens (1968)

Korte beschrijving
Een bespreking van het heden en verleden van de Verenigde Staten. Björn Soenens heeft het land intensief bereisd en gaat in op verschillende facetten van de Amerikaanse geschiedenis, van de prilste kolonisten en heksenverbranders tot Trump, de zippo van Amerika. Hij deed verslag van belangrijke gebeurtenissen zoals de George Floydprotesten, de covidcrisis en de bestorming van het Capitool. Het boek vertelt zo het verhaal van Amerika, een verhaal vol wreedheid, uitsluiting, verovering en bedrog, met opvallend veel gelijkenissen tussen vroeger en nu. Beschouwend en analytisch geschreven. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep.  Björn Soenens (Roeselare, 1968) is een Belgische schrijver en journalist. Hij is VS-correspondent voor de VRT in New York. Zijn podcastreeks 'Björn in the USA' kreeg prijzen en zijn tv-documentaires werden genomineerd voor de AIB Awards in Londen. Voor zijn journalistieke verdiensten werd hij benoemd tot Ridder in de Kroonorde. Zijn vorige boek is 'De lengte van een oceaan' (2020).

Tekst op website uitgever
De laatste walvis duikt de Amerikaanse geschiedenis in, van de prilste kolonisten en heksenverbranders tot Trump, de zippo van Amerika. Het is een schurend verhaal vol wreedheid, uitsluiting, verovering en bedrog. Een historie van ongemakkelijke waarheden met opvallend veel gelijkenissen tussen vroeger en nu. vrt-correspondent Björn Soenens verrijkt de geschiedenis met eigen observaties uit talloze reportagereizen en door acht jaar lang wonen en werken in de vs. Hij deed verslag over de turbulentie na de moord op George Floyd en zag met eigen ogen de bestorming van het Capitool. Dit boek fileert de geschiedenis nauwgezet en vertelt ze vol vuur, van Lincoln tot Clinton, van Roosevelt tot Reagan.

De laatste walvis – een nieuwe pil op het snijvlak van journalistiek en geschiedschrijving van de bekendste Amerikaverslaggever van Vlaanderen.

"Björn Soenens (Roeselare, 25 april 1968) is een Vlaams journalist. Hij was tussen 8 november 2013 en 6 september 2016 hoofdredacteur van Het Journaal. Van Soenens verschenen de boeken Eiland op drift (1995), Blijven proberen, Obama! (2010) en Amerika: een biografie van dromen en bedrog (2012). In 2016 schreef hij Amerika - De droom op drift.

Fragment uit 42. Toen de hemel bloedend naar beneden kwam
In landen waar woedende verschoppelingen slechts economische groei of vooruitgang merken voor een kleine groep, wordt westerse democratie beschouwd als een spel voor de machtigen, de rijken, en mensen met connecties. Sedert 9/11 is de wereld in de ban van de woedende malcontenten. Alle frustraties kwamen bovendrijven. Sommige analisten spreken van een global civil war, een wereldwijde oorlog tussen burgers.
  Het diepe verlangen van veel burgers naar meer billijkheid, meer rechtvaardigheid én gelijkheid van kansen wordt danig gedwarsboomd. Zo verliest de democratie, of het geloof erin, steeds meer pluimen. Dat is zonder meer tragisch. Wraakgevoelens uiten zich in extreem stemgedrag, haattaal op internet - 'moord door woord' - en een groeiend verlangen om het hele systeem te slopen en alle bekende vormen van autoriteit te ondermijnen, van pers en gerecht tot politiek, economie en cultuur. De wereld lijkt het noorden kwijt. Het ooit onwrikbare vooruitgangsdenken ligt aan diggelen. De noodzakelijke basis van optimisme voor de toekomst is sinds 9/11 in rook opgegaan. Het systeem heeft zijn morele ruggengraat verspeeld. Het sociale contract zieltoogt. Solidariteit is een scheldwoord. Vreemdelingen en vluchtelingen uit het zuiden zijn de zondebokken omdat ze nieuwe concurrenten zijn geworden voor schaarse banen. De angst om nog méér te verliezen van wat er is, manifesteert zich in een meedogenloze houding tegen minderheidsgroepen die ook aanspraak maken op een deel van de koek.
  Respectloze conversatie zonder luisteren lijkt aan de orde van de dag. De gebruikte taal verhult een diepe frustratie over de eigen status of het eigen bestaan. De vrees dat onze verkruimeld welvaart en de bijna niet meer te volgen technologische evolutie de mens ontwricht. De angst dat wat is overgebleven, moet worden gedeeld met mensen die het nog slechter hebben getroffen. Wie zich onderaan de ladder voelt wankelen, stampt helaas soms met genoegen naar beneden. Dat is menselijk en begrijpelijk. Maar ook diep tragisch. Want zowel in de platgestampte als de stampende groep voelen zich tekortgedaan.
  De tornado van ontevredenheid in onze post-9/11-wereld toont een diepe kloof tussen wie geld en connecties heeft, en de anderen. Wie zich buitengesloten voelt, revolteert. Economische elites lijken dat niet altijd te snappen. Het gevolg is dat alles wat ze beweren - ook al is dat vaak zinvol en nuttig - niet meer wordt geloofd. Zo laven de demagogen zich aan de volkswoede. Als Dracula's drinken ze het bloed.

  Na 9/11 overreageerden Amerika en het Westen op de terreuraanslag. Ze lanceerden militaire interventies in landen zonder ooit te vragen aan de lokale bevolking of zo'n tussenkomst gewenst was. Intussen bleef het Westen despotische en corrupte leiders steunen, terwijl het in het openbaar sprak over democratie en mensenrechten. Het chronische gebrek aan morele rechtlijnigheid. De beloofde universele beschaving met stemrecht voor iedereen, toegang tot onderwijs voor elkeen, economische vruchten voor iedereen en persoonlijke ontwikkeling voor allen is vooralsnog géén realiteit geworden na 9/11. (pagina 374-375)

Lees ook: De lengte van een oceaan : stemmen en stemmingen in Amerika (De Arbeiderspers, 2020) én Deze waarheden : een geschiedenis van de Verenigde Staten van Jill Lepore (een dikke pil uit 2020)

Artikel: De Amerikaanse verkiezingen van 2020 (oktober 2020).

Terug naar Overzicht alle titels


Red het onderwijs!

Red het onderwijs!
Mazirel Pers 2024, 146 pagina's € 17,99

Website Red het onderwijs Team

Korte beschrijving
Een kritisch manifest over de huidige kwaliteit van het onderwijs in Nederland. Het boek bespreekt de huidige crisis in het Nederlandse onderwijs en benadrukt het belang van de kwaliteit van leraren en hun lesmethoden. Het RED-Team Onderwijs, bestaande uit hoogleraren, ervaren docenten, lerarenopleiders en bestuurders, stelt tien fundamentele maatregelen voor om het lesgeven weer centraal te stellen in het onderwijsbeleid. Deze maatregelen zijn o.a. bedoeld om de focus te verleggen van financiële doelen naar het verbeteren van leerprestaties, zodat deze aansluiten bij de verwachtingen van een welvarend land als Nederland. In betogende en vaardige stijl geschreven. Met enkele ondersteunende figuren in zwart-wit. Voor lezers met verregaande interesse in het onderwerp.

Tekst op website uitgever
De kwaliteit van het onderwijs valt of staat bij de kwaliteit van de leraren en de manier waarop zij hun lessen vormgeven. Dit lijkt logisch, maar krijgt in de praktijk veel te weinig aandacht. Het RED-Team Onderwijs, waarin hoogleraren, ervaren docenten, lerarenopleiders en bestuurders hun krachten bundelen, biedt een uitweg uit de crisis waarin het onderwijs zich op dit moment bevindt. Red het onderwijs! pleit voor tien fundamentele maatregelen die nodig zijn om het lesgeven zélf weer de speerpunt te maken van het onderwijsbeleid in plaats van de (financiële) targets van de onderwijsbestuurders. Hiermee is het mogelijk om de leerprestaties weer op een niveau te krijgen dat kinderen en ouders recht doet en dat past bij een welvarend land als Nederland. 

Het RED-Team Onderwijs bestaat uit Anna Bosman, Sezgin Cihangir, Jan Drentje, Ton van Haperen, Paul Kirschner, Piet van der Ploeg, Jaap Scheerens en Theo Witte.

Fragment uit 10. Organiseer de stem van de leraar
Tegenmacht

De georganiseerde tegenmacht die nodig is om negatieve gevolgen van de machtsconcentratie van besturen tegen te gaan is tot op heden niet erg sterk. In Nederland is slechts 30 procent van de leraren lid van een onderwijsvakbond en velen zijn geen lid van hun vakvereniging. Ter vergelijking: in Scandinavische landen is rond de 90 procent van de leraren lid van een bond die veelal ook de taken van een vakvereniging uitvoert. Daar komt bij dat de onderhandelingspositie van onderwijsvakbonden in Nederland verzwakt is doordat zij de loonruimte die de schoolbesturen van het ministerie hebben gekregen niet kennen. Cao-onderhandelingen zijn daardoor een schimmenspel. Het gevolg van dit alles is dat de voor het onderwijs verantwoordelijke politiek op te grote afstand is komen te staan van de voorwaarden waaronder leraren hun werk moeten doen.
  Ook op andere onderwijsterreinen is de afstand tussen politiek en het primaire onderwijsproces groter geworden. Zo zijn er door het ministerie van Onderwijs organisaties opgetuigd die een deel van de overheidstaken hebben overgenomen. Voorbeelden hiervan zijn het SLO (het landelijk expertisecentrum voor het curriculum), het CvTE (het College voor Toetsen en Examens) en het Cito (toetsontwikkelaar, onderzoeksbureau en uitgever). Hierdoor heeft de politiek méér verloren dan alleen haar greep op de arbeidsvoorwaarden van leraren. Ze verloor ook de mogelijkheid om haar controlerende taak uit te voeren als het gaat om thema's die sterk bepalend zijn voor de kwaliteit van het onderwijs: curriculumontwikkeling, het vaststellen van exameneisen alsmede de examens zelf. Nu is het waar dat er ook leraren betrokken zijn bij de activiteiten van bovengenoemde organisaties; ze werken bijvoorbeeld bij het Cito aan examenopgaven en maken deel uit van curriculumcommissies. Maar dat gebeurt allemaal op individuele basis zónder medezeggenschap over de uitgangspunten waarmee moet worden gewerkt. In de Raden van Toezicht van deze organisaties zitten géén leraren.
  Voor leraren zijn dit soort organisaties onneembare burchten. Illustratief voor deze onmacht is hun kritiek op de eindexamens. Die werd jarenlang nauwelijks serieus genomen - het was vooral ketelmuziek in de media. Zelfs toen hoogleraren Nederlands niet meer dan een krappe voldoende wisten te halen voor het eindexamen Nederlands, veranderde er niets. Pas toen de scores leesvaardigheid door het PISA-ijs zakten, ontstond er beweging. Na vele protesten, ook over fouten in examens en correctievoorschriften, werd er geëxperimenteerd met voorinzage van examens door leraren. Maar het bleef bij experimenten; structureel werd dit niet. Ren onrechte, want de examens zijn een meesterproef. Ze moeten aansluiten bij het gegeven onderwijs en kwalificeren voor het gekozen beroep of het vervolgonderwijs. De wensen van het lerarengilde zouden daarom leidend moeten zijn. Anders ontstaat er een schizoïde situatie waarin hetgeen de leraren willen onderwijzen te sterk verschilt van hetgeen zij, gelet op de examens, moeten uitvoeren. (pagina 132-134)

Lees ook: Het bezwaar van de leraar : hoe slecht beleid de Nederlandse school vernielt van Ton van Haperen (uit 2018) en klik hier voor andere boeken over onderwijs en opvoeding.

Terug naar Overzicht alle titels

Tuur Elzinga

Democraten aller landen, verenigt : een manifest voor de 21e eeuw
Bot uitgevers 2024, 112 pagina's  € 13,99

Wikipedia: Tuur Elzinga (1969)

Korte beschrijving
Een kritisch essay (112 p.) over de populariteit van het autoritaire populisme en de staat van de democratie in Europa en daarbuiten. Tuur Elzinga analyseert de opkomst van autoritair populisme en de groeiende onvrede onder burgers die het gevoel hebben dat de democratie hen niet langer dient. Hij stelt dat economische belangen de dienst uitmaken, ten koste van de gewone mens. De democratie wordt daardoor nu van twee kanten bedreigd: door hebzucht en machtswellust. Het essay onderzoekt deze bedreigingen voor de democratie en pleit voor een echte democratie als oplossing voor autocratie en plutocratie. Verdiepend en in betogende stijl geschreven. Met name geschikt voor de meer geoefende lezer.  Tuur Elzinga (1969) zit sinds 2017 in het bestuur van vakbond FNV, sinds 2021 als voorzitter. Voor die tijd zette hij zich in voor internationaal vakbondswerk bij Mondiaal FNV en zat hij namens de SP in de Eerste Kamer.

Tekst op website uitgever
Er waart een spook door Europa en de hele, vrije, democratische wereld; het spook van het autoritaire populisme. Sterke leiders mobiliseren een diepgevoelde onvrede met de belofte de zorgen van de mensen weg te nemen. Maar eenmaal aan de macht, zo leert de ervaring, nemen ze vooral rechten en vrijheden weg. Steeds meer mensen hebben het gevoel dat de democratie voor hen niet meer werkt. Dat de overheid niet langer aan hun kant staat. Grote economische belangen maken de dienst uit, gewone mensen hebben het nakijken. Onze democratie wordt nu van twee kanten bedreigd: door hebzucht en machtswellust. Potentaten zijn niet het antwoord op zakkenvullers. Wat is dan wel het antwoord op autocratie en plutocratie? Echte democratie, daarover gaat dit manifest.

Fragment uit 3. Een democratische revolutie!
Macht en tegenmacht

De concentratie van de macht van het kapitaal gaat hand in hand met de accumulatie en concentratie van het kapitaal zelf. Het kapitaal is op zoek naar maximaal rendement (zoals winsten, dividenden, rente) en vindt in de meeste economieën en tijdvakken een rendement op kapitaal dat hoger is dan de economische groei. Kapitaal accumuleert ook binnen ondernemingen, doordat bedrijven winsten herinvesteren en op de investeringen ook weer rendement maken. En doordat succesvolle bedrijven minder succesvolle bedrijven overnemen of uit de markt drukken en hun afzetmarkt overnemen. Op het niveau van een individueel bedrijf loopt het kapitaal dan ook risico. En daar krijgt het in ons kapitalistische systeem een risicopremie voor. Maar de echte rijken en de grote ondernemingen spreiden doorgaans hun risico. De financiële sector is gebouwd op het veilig beheren en alloceren van kapitaal en het managen van risico's. En de bank zelf, die wint altijd. Dat weet iedereen die ooit een casino heeft bezocht. Heel soms, in een financiële crisis, gaat het goed mis. Maar dan is de centrale bank, als lender of last resort, of in het uiterste geval de minister van Financiën er om de banken die too big to fail zijn te redden vanuit de belastinginkomsten. En zo is er, gedurende de geschiedenis van het kapitalisme, op elke iets langere termijn, volautomatisch steeds verdere opeenhoping van kapitaal en concentratie van economische macht.
  Dat geldt niet voor tegenmacht. Die komt niet vanzelf, die moet je organiseren. En daar hebben we bij de vakbeweging gelukkig ervaring mee. Solidariteit, organisatie en vereniging zitten ingebakken in ons DNA, want alleen in een collectief ben je als werknemer sterk genoeg om op te staan tegen de werkgever. Dat je samen sterker staat, weet elk vakbondslid. De collectiviteit en de solidariteit krijg je alleen samen voor elkaar, door je te verenigen in een democratische vakbeweging.
  Eendracht maakt macht
, wist Aesopus al. En Willem van Oranje maakte 'Concordia res parvae crescunt' tot zijn lijfspreuk om de Nederlandse provincies samen in opstand tegen de Spaanse overheerser te krijgen. Dat zelfs voor geweldloze tegenmacht massa nodig is, konden Mahatma Gandhi en Jawaharlal Nehru je al vertellen. Tegenmacht berust op organisatie en vereniging. En verenigen is het overbruggen van tegenstellingen. (pagina 89-91)

Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 22 augustus 2024

Dirk-Jan Verdonk

De ontplofte kip : de paradoxale geschiedenis van het meest gegeten dier
Mazirel Pers 2023, 389 pagina's € 29,99

Korte bio van Dirk-Jan Verdonk (1974)

Korte beschrijving
Een geschiedenis van de moderne vleeskip. Het boek onderzoekt de paradoxale geschiedenis van de vleeskip en belicht de impact van de snelle stijging in productie en consumptie van kippenvlees op de gezondheid van mens, dier en milieu en hoe dit de wereld heeft veranderd. Scherp, kritisch en inzichtelijk geschreven. Geschikt voor de meer geoefende lezer met verregaande interesse in het onderwerp. Dirk-Jan Verdonk (1974) is een Nederlandse auteur, historicus en dierenbeschermer. Hij schreef een klein aantal boeken, waaronder ‘Het dierloze gerecht’ (2009), dat bekroond werd met de Erasmus studie-prijs. Hij is directeur van World Animal Protection Nederland.

Tekst op website uitgever
Waaraan herkennen archeologen over duizenden jaren de aardlaag van onze tijd? Het ongemakkelijke antwoord: de fossiele resten van de vleeskip. Binnen één mensenleven is de moderne vleeskip uitgegroeid tot het meest gegeten dier. Reclames doen voorkomen dat kip veelzijdig en gezond is, maar de geschiedenis geeft een heel ander beeld: de snel gestegen productie en consumptie van kippenvlees trekt een zware wissel op de gezondheid van mens, dier en milieu. In De ontplofte kip laat Dirk-Jan Verdonk zien hoe het kon gebeuren dat er nu jaarlijks zeventig miljard vleeskippen industrieel worden verwerkt en hoe dat de wereld heeft veranderd.

Dirk-Jan Verdonk is historicus en dierenbeschermer. Zijn boek Het dierloze gerecht (2009) werd bekroond met de Erasmus studie-prijs. Van zijn hand verschenen eveneens Dierenrechten (2016) en Dierloos (2019). Hij is directeur van World Animal Protection Nederland.

Fragment uit (de) Inleiding - Het tijdperk van de vleeskip

'Het meest iconische symbool van de moderne tijd is niet de auto of de smartphone, maar de Chicken McNugget.' - Raj Patel & Jason Moore. A History of the World in Seven Cheap Things (vertaald als: Een geschiedenis van de wereld in zeven goedkope zaken : een gids voor kapitalisme, natuur en de toekomst van de planeet - 2019)

Elke dag kip in het antropoceen
Stel dat archeologen over duizenden jaren in aardlagen op zoek zijn naar sporen van het verleden. Waaraan herkennen zij dan deze tijd? Eind 2019 gaf een team van wetenschappers daarop een opmerkelijk antwoord: de vleeskip. Wat archeologen in de toekomst waarschijnlijk zullen aantreffen in de geologische laag van het tijdperk waarin we leven, zo stelden zij, is een wijdverspreide en karakteristieke aanwezigheid van fossiele resten van vleeskippen. Die resten onderscheiden dit tijdperk, het antropoceen, van het vorige, het holoceen.
  Ik vind dat een intrigerend inzicht. Het vormt een scherp contrast met hoe de meeste mensen over deze tijd nadenken. In de stortvloed aan boeken en studies die de eigentijdse geschiedenis duiden kom je geen vleeskip tegen. Laat dit op je inwerken: we leven in een tijd die tot in lengte van millennia gedefinieerd zal worden door de vleeskip, maar historici, economen, politicologen en andere commentatoren hebben er geen aandacht voor, kijken eroverheen of negeren het. Het is ene opmerkelijk gemis, een stilte waarvan het moeilijk te geloven is dat ze op een toeval berust. Natuurlijk, er is veel dat de wereld definieert en bovendien krijgt lang niet alles wat mensen belangrijk vinden zijn neerslag in de aardlagen die van onze wereld zullen resteren, maar als de vleeskip een toetssteen is voor wat het antropoceen is gaan heten, verdient haar geschiedenis onze volle aandacht. 
  Die geschiedenis is opvallend kort. Een mensenleven geleden bestond de moderne vleeskip nog niet. Nu is het de talrijkste vogel op aarde. Jaarlijks leven en sterven er zo'n zeventig miljard vleeskippen. Per dag worden tegenwoordig meer kippen geslacht dan een eeuw geleden in een heel jaar. Dat betekent dat er in de ruim twee jaar dat ik aan dit boek heb geschreven anderhalf keer meer vleeskippen hebben geleefd dan het totale aantal mensen in de geschiedenis van homo sapiens. Daarmee is het verreweg het meest gegeten (gewervelde) dier. De massa van alle vleeskippen bij elkaar opgeteld is groter dan die van alle wilde vogels bij elkaar, van kolibries tot struisvogels en alle vogels behorend tot de tienduizend wilde vogelsoorten daartussenin. Is dat niet verbijsterend> Hoe heeft dat kunnen gebeuren? Hoe heeft in zo'n kort tijdperk één dier de samenstelling van de biomassa op deze aarde zo drastisch kunnen wijzigen?
  Een eerste, oppervlakkig antwoord is: omdat de menselijke populatie in een eeuw is verviervoudigd en vooral omdat mensen veel meer kippen zijn gaan eten. Vijftig, zestig jaar geleden aten mensen in de westerse wereld hooguit op zondag een kip (en in Joodse gezinnen op vrijdagavond). Tegenwoordig is er geen vleessoort die zo vaak wordt gegeten als kippenvlees. Kippenvlees is goedkoop en zeer toegankelijk. In 2020 bestond bijna veertig procent van alle door mensen geconsumeerd vlees uit 'pluimvee', voor het overgrote deel afkomstig van vleeskippen. Die veranderde consumptie roept uiteraard weer nieuwe vragen op. Want hoe is dat tot stand gekomen? En wat zijn daarvan de gevolgen? 'Elke dag wat anders: elke dag kip!' Het is een reclameslogan die klinkt als een pijnlijke parodie, maar ze heeft effect gesorteerd en vertegenwoordigt een vrij accurate weergave van de onontkoombaarheid die kippenvlees de afgelopen decennia geworden is. (pagina 7-8)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 19 augustus 2024

Kustaw Bessems

Stuurloos : wegwijzers voor een land op drift
Das Mag 2024, 307 pagina's € 24,99

Wikipedia: Kustaw Bessems (1977)

Korte beschrijving
Een kritische analyse van het openbaar bestuur van Nederland. Kustaw Bessems gaat in op misstanden zoals het Toeslagenschandaal, de gaswinning en uitwassen in de jeugdzorg. Hoe kon dit gebeuren? En hoe krijgen Nederlanders een bestuur dat wel voor iedereen werkt? Bessems spreekt met experts, duikt in de wereld van ambtenaren en onderzoekt wat burgers zelf kunnen doen. Tijdens zijn zoektocht ontkomt hij niet aan de confrontatie met zijn eigen diepere drijfveren. Vaardig en onderzoekend geschreven. Met een portret in zwart-wit. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep. Kustaw Bessems (Rotterdam, 1977) is zaterdagcolumnist en redacteur bij de Volkskrant. Voor die krant maakt hij ook de podcast Stuurloos waarin hij onderzoekt hoe Nederland beter bestuurd zou kunnen worden. Eerder verscheen van hem onder meer 'Doe eens normaal man. In 7 stappen naar een betere politiek' (met Dirk Jacob Nieuwboer)..

Tekst op website uitgever
In dit hoopvolle en smakelijke boek schetst Kustaw Bessems onvermoeibaar en scherp een pad naar een overheid die er voor burgers is in plaats van andersom.

Want het beeld van Nederland als land waar alles tot in de puntjes is geregeld, ligt aan diggelen. In hoog tempo volgen misstanden elkaar op. Denk aan het Toeslagenschandaal, de gaswinning en uitwassen in de jeugdzorg. Het wantrouwen woekert en extremisme vlamt op.

Hoe kon dit gebeuren? En vooral: hoe krijgen wij Nederlanders een bestuur dat wel voor iedereen werkt? Want dat hebben we hard nodig om weerbaar te zijn in een onzekere wereld.

Met dezelfde verwondering als jij kijkt journalist ­Kustaw Bessems hiernaar. Aan experts met goede ideeën vraagt hij hoe we vooruitkomen. Hij duikt in de meestal onzichtbare wereld van ambtenaren, die soms haast net zo bekneld raken in het systeem als de mensen die ze moeten helpen. Maar hij treft daar ook getalenteerde idealisten, waardoor er misschien meer de goede kant op gaat dan ooit. Én er blijkt veel te zijn dat wij burgers zelf kunnen doen.

Op zijn zoektocht ontkomt Bessems niet aan de confrontatie met zijn eigen diepere drijfveren.

‘Niet vaak onderzoeken mensen op dit niveau de weerbarstige realiteit. Een perfect recept tegen cynisme.’ – Jeroen Wollaars
‘Sprankelend. Een eigenzinnig en betrokken journalist die zich vastbijt maar ook openstaat voor het verklarend tegengeluid.’ – Jury Anne Vondelingprijs
‘Door Kustaw Bessems begrijp ik beter wat er om ons heen gebeurt. Stuurloos ontstijgt de heersende meningen.’ – Diederik Ebbinge
‘Bij het lezen van Stuurloos wilde ik alles onderstrepen. Mijn brein juicht van instemming. En alles zo vlot, intelligent en helder geschreven.’ – Saskia Noort

Kustaw Bessems (1977) is zaterdagcolumnist en redacteur bij de Volkskrant. Voor die krant maakt hij ook de succesvolle podcast Stuurloos waarin hij onderzoekt hoe Nederland beter bestuurd zou kunnen worden. Zijn werk is gericht op de geïnteresseerde leek, maar invloedrijk binnen de wereld van het openbaar bestuur, waar hij veelgevraagd spreker is. Eerder verscheen van hem onder meer Doe eens normaal man. In 7 stappen naar een betere politiek (met Dirk Jacob Nieuwboer).

Fragment uit hoofdstuk 6. Wij hebben deze fabriek gebouwd
Albert Jan Kruiter is ook zo iemand die ik sprak.
Albert Jan Kruiter probeert als 'actieonderzoeker' problemen op telossen van mensen die vastlopen in de bureaucratie. Waarbij 'vastlopen' meestal zacht is uitgedrukt. Hij doet dat met het Instituut voor Publieke Waarden. Dat richtte hij in 2010 op als een 'instituut' met een knipoog, maar inmiddels maakte het zijn titel waar. Er werken veertig mensen die drie- tot vierhonderd huishoudens per jaar uit de administratieve kluwen proberen te bevrijden, en ondertussen zijn ze ook nog bezig met het voorkomen dat anderen in dezelfde kluwen verstrikt raken.
 'Zien we dat het aantal dakloze jongeren toeneemt, dan proberen we de ene helft van de week te zorgen dat zij een dak boven hun hoofd krijgen, de andere helft van de week reflecteren we: waarom lukt het wel, waarom lukt het niet? We kijken altijd naar het systeem vanuit de positie van de mensen met problemen. Als jongeren thuisloos worden, gebeurt dat bijvoorbeeld vaak rond hun achttiende. Dat gaat om jongeren die al jeugdzorg nodig hadden. Zodra ze meerderjarig zijn wordt die zorg niet meer betaald uit de Jeugdwet en komen ze onder allerlei andere wetten te vallen. Ze moeten studeren of werken, maar tegelijk komt er een bureaucratische clusterbom op ze af. Drie maanden later zie je ze vaak opduiken in circuits waar je ze wilt tegenkomen: kringen van loverboys, de daklozenopvang of een gesloten ggz-instelling.
  Hij rekent voor: 'Een plek in een jeugdzorginstelling kost 75.000 euro per jaar. Als een jongere daar pakweg twee jaar heeft gezeten, kun je zeggen dat wij daar als samenleving anderhalve ton in hebben geïnvesteerd. En op hun achttiende laten we die jongeren vanuit zo'n instelling zo de straat op lopen. Dus proberen we niet alleen jongeren te helpen die al dakloos zijn, maar ook te bedenken hoe we dat kunnen voorkomen.'
  Het is een van de vele gevallen die Kruiter tegenkomt waarin wat beter zou zijn voor de mens, de samenleving ook nog eens minder op kosten zou jagen. Iets wat hij al merkte bij zijn eerste stappen in het actieonderzoek. Kruiter was ooit begonnen als traditioneel wetenschappelijk onderzoeker. Dat was niet best voor zijn stemming. 'Mijn analyses gingen dieper en dieper en daar werd ik somberder en somberder van.'
  In 2007 deed hij aan de Universiteit Leiden onderzoek naar regelgeving die lokale professionals in de weg zat. 'Daarvoor zat ik op de bank bij een huishouden waar 48 verschillende partijen mee bezig waren. Het was een familie met veel kinderen waar hulpverleners, accountmanagers, mensen van de verzekering en anderen bij betrokken waren. Het gezin zat in de schulden, maar daarmee hielp dan wee niemand ze. De vader had niet voldaan aan zijn sollicitatieplicht. 'Dus dan is het eigen schuld, dikke bult. Maar de schuld was 6000 euro en dat hele hulpverleningscircuit kostte tweeënhalve ton per jaar.' Daarbovenop kwam nu een beschuldiging van fraude omdat hij bijzondere bijstand die hij had ontvangen voor een babykamer had besteed aan winterjassen voor de kinderen, toen het gas werd afgesloten.
  Kruiter zat in de trein op de terugweg vanaf het gezin en dacht: straks schrijf ik een Engelstalig wetenschappelijk artikel, dat zes of zeven mensen lezen. Hij vond het not done om zo veel tijd aan dat gezin te vragen zonder dat het gezin er zelf iets aan had. 'Toen heb ik al die partijen in een zaaltje uitgenodigd en gevraagd: kunnen we het probleem van die schuld niet verhelpen? Dat bleek gewoon te kunnen. Verschillende instanties namen een deel over. Tegenwoordig hebben gemeenten hier vaak een potje voor.' (pagina 202-203)

Lees ook: De dag dat Peter de deur dichttimmerde : waarom mensen die onze hulp het hardst nodig hebben niet geholpen worden, geschreven door Albert Jan Kruiter en Clara Pels (uit 2012)

Terug naar Overzicht alle titels