zondag 3 april 2022

Denken over democratie

Denken over democratie
Geschreven door Olle Spoelstra, Frank-Jan van Triest, Heleen van Doremalen en Joan de Ruijter
Lemniscaat 2021, 187 pagina's  € 24,99

Korte beschrijving
Dit boek is een filosofische ontdekkingstocht langs aard, nut en noodzaak van de democratie. Aan de hand van het gedachtegoed van een groot aantal filosofen wordt het democratisch ideaal beschreven, geanalyseerd en bekritiseerd. Daarmee wordt de democratie niet alleen in de praktijk op de proef gesteld maar ook in dit boek. In zes hoofdstukken wordt een aantal vragen behandeld: democratie voor het volk of experts, vrijheid of slavernij, diversiteit, grenzen en democratie in het onderwijs. De auteurs geven op toegankelijke wijze inzicht in de diversiteit aan opvattingen daaromtrent. Geen hoogdravende taal, maar toegankelijke taal. Soms is de keuze van een denker bij een onderwerp wat arbitrair. Toon en stijl van de auteurs nodigen uit tot verdieping in het fenomeen democratie en actuele vraagstukken als coronabeleid, representativiteit, antidemocraten en draagvlak voor moeilijke vraagstukken. Er is een beknopt literatuurregister..

Tekst op website uitgever
Al eeuwenlang breken filosofen zich het hoofd over de aard en het nut van democratie. Is democratie hetzelfde als de meeste stemmen gelden of is dat een tirannie van de meerderheid? Moeten we antidemocraten hun democratische rechten gunnen of kunnen we ze beter de mond snoeren? Leidt democratie noodzakelijkerwijs tot het beste beleid of zijn belangrijke beslissingen beter af in handen van experts met verstand van zaken? En, wat belangrijk is voor een moderne multiculturele samenleving, werkt een democratie wel als burgers onderling heel verschillend zijn? In deze toegankelijke introductie komen zowel oude als eigentijdse filosofen aan het woord over een politiek systeem dat wij als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen. Wat kunnen we leren van denkers als Plato, Rousseau, Habermas en Sandel over de problemen waarmee de moderne democratie geconfronteerd wordt, zoals populisme en religieus fundamentalisme? Dit boek biedt een rijk palet aan filosofische visies op het democratische ideaal en op de weerbarstige praktijk, waarin de democratie telkens opnieuw op de proef wordt gesteld.

Fragment uit 3. Democratie: vrijheid of slavernij?
3.4.2 De nadelen van stemmen
Deliberatieve democraten stellen dus voor om een vorm van democratie in te richten waarbij de nadruk wordt gelegd op het debat in plaats van op het stemmen. Zij merken op dat er in elk geval drie nadelen zijn aan democratieën waarin nauwelijks aandacht is voor het debat.

Ten eerste zullen de bestaande machtsstructuren in zo'n samenleving simpelweg geaccepteerd of zelfs versterkt worden. Stel je voor dat je een vrouw bent in een groot bedrijf, waarbinnen een topfunctie ambieert en tegen het glazen plafond stoor. Als het bedrijf enkel door middel van stemmen zal beslissen of ze een vrouwenquotum in het bestuur zullen invoeren, zullen jouw argumenten niet eens gehoord worden. Jouw opvatting verdwijnt net als die van alle andere werknemers in de stembus. In een maatschappij werkt het niet anders. Minderheidsgroepen met weinig macht kunnen de status quo maar lastig doorbreken.

Een tweede nadeel is dat we geen antwoord hebben op de vraag waarom het meederheidsbeginsel rechtvaardig zou zijn. Waarom zouden we onze wetten überhaupt laten bepalen door opvattingen van de grootste groep? Wie zelf tot de meerderheid behoort zal er waarschijnlijk geen problemen mee hebben. Hij ziet immers zijn eigen opvattingen regelmatig omgezet worden in beleid. Als we het meerderheidsbeginsel aanhouden omdat de meeste mensen dit een goed idee vinden, vervallen we echter in een cirkelredenering.

Een derde nadeel is dat zonder aandacht voor debat voorkeuren die moeilijk in een marktmodel te vertalen zijn snel het onderspit delven. Als we het aanbod van vakken op scholen zouden bepalen door een referendum, is de kans groot dat vakken waarvan het nut uit te drukken is in een kosten-bateanalyse in het voordeel zijn. Een vak als filosofie, waarbij de waarde zich niet do makkelijk laat vangen in een marktmodel, is dan minder populair. Dit voordeel voor bepaalde voorkeuren sluit niet altijd aan bij onze opvattingen over rechtvaardigheid. Als we enkel uitgaan van een kosten-batenanalyse, zouden we kunnen concluderen dat we het vullen van gaatjes bij de tandarts wel moeten vergoeden, maar mensen met de spierziekte SMA zelf voor de kosten van hun medicijnen moeten opdraaien. Hoewel het ongemak van een gaatje i je kies erg klein is, zijn ook de kosten van het vullen laag en zijn er duizenden mensen die we hiermee helpen. SMA is een spierziekte die bij slechts enkele honderden Nederlanders voorkomt, maar de ademhalingsspieren kan verlammen. Het middel Spinraza dat SMA-patiënten kan helpen, kost honderdduizenden euro's per jaar. Zonder deliberatie is de kans groot dat het belang van deze patiënten het zal afleggen tegen het belang van de tandartsbezoekers. (pagina 101-102)

Terug naar Overzicht alle titels

Beatrice de Graaf


Crisis!

Maand van de Geschiedenis 2022, 64 pagina's  € 4,99

Wikipedia: Beatrice de Graaf (1976)

Korte beschrijving
De Maand van de Geschiedenis 2022 in oktober heeft als thema: Wat een ramp! De Nederlandse politiek historica Beatrice de Graaf probeert in dit essay, aan te geven hoe Nederlanders in het verleden omgingen met een crisis. Ze hielpen elkaar of werden er weer bovenop geholpen door Vadertje Staat. Maar tegenwoordig lijken er steeds meer burgers te twijfelen aan die uitgestoken hand. Wil de staat ons wel redden, is het geen verkapte onderdrukking? Historisch gezien is dat wantrouwen een nieuwe ontwikkeling. Eeuwenlang was er helemaal geen overheid en waren we op elkaar aangewezen. Pas met de komst van het koninkrijk in de negentiende eeuw en nieuwe wetten rondom volksgezondheid, rampbestrijding en crisisbeheersing nam de overheid die taken van de burger over. In de loop van de twintigste eeuw werd de rampbestrijding steeds complexer. Of het nu om treinongelukken ging of rampen zoals de Bijlmerramp, de overheid probeerde van eerdere crises te leren en nieuwe steeds professioneler te beheersen. Tegelijkertijd namen de verwachtingen, de kritiek en de achterdocht van de burgers toe. Crisis! schetst die historische ontwikkeling en concludeert: is het niet tijd voor een nieuw besef van crisisbeheersing?

Tekst op website uitgever - Crisis!
Nederlanders redden zich altijd wel uit een crisis. Ze worstelden en kwamen boven. Ze hielpen elkaar of werden er weer bovenop geholpen door Vadertje Staat. Maar tegenwoordig lijken er steeds meer burgers te twijfelen aan die uitgestoken hand. Wil de staat ons wel redden, is het geen verkapte onderdrukking?

In Crisis! schetst Beatrice de Graaf historische Nederlandse crises en de rol die de overheid speelde als crisisbeheerser. Eeuwenlang was er helemaal geen overheid en waren we op elkaar aangewezen. Pas met de komst van het koninkrijk in de negentiende eeuw en nieuwe wetten rondom volksgezondheid, rampbestrijding en crisisbeheersing nam de overheid die taken van de burger over. Tegelijkertijd namen de verwachtingen, de kritiek en de achterdocht van de burgers toe.

Historicus Beatrice de Graaf is faculteitshoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. De Graaf treedt in de media regelmatig op als terrorisme-expert en nam op 12 jl. maart de Comeniusprijs 2022 in ontvangst voor haar werk op het gebied van de geschiedenis van oorlog, vrede en veiligheid en de bijzonder heldere en onafhankelijke wijze waarop zij over deze onderwerpen aan het publieke debat deelneemt. 

Wat een ramp!
Van persoonlijke rampen tot catastrofes die de samenleving ontwrichten: rampen zijn van alle tijden. Daarom onderzoeken we in oktober de verwoestende kracht van rampen, maar kijken we ook naar rampen die door menselijk handelen zijn voorkomen. We brengen een ode aan de veerkracht en weerbaarheid die een ramp in de mens kan opstuwen. En aan de creativiteit, samenwerking en innovatie die uit een vreselijke gebeurtenis kunnen voortvloeien.

Fragment uit (de) Introductie
Crisis is vandaag geen uitroep meer, maar een staat van zijn. We leven in een voortdurende crisissituatie, als we de kranten openslaan. 'Kan de overheid de crises aan?' Met die vraag opende NRC Handelsblad op 16 februari 2022, de dag dat een groot rapport over de lessen van de coronacrisis verscheen. Mara hebben we inderdaad te maken met zo veel meer rampen, crises en ellende dan mensen in vroegere tijden? Of is er iets anders aan de hand?

Rampen zijn van alle tijden
Vroeger was het leven natuurlijk niet minder bedreigend. Eeuwenlang moesten de bewoners van de Lage Landen zelf maar zien hoe ze zich uit de vele rampen en catastrofes redden die hen teisterden. Duizenden gingen ten onder: in de kerstvloed van 1717 verdronken circa 12.000 mensen. Toch draaide de wereld door en pakten de overlevenden de draad weer op. Het verschil was dat de combinatie van 'crisis' en centrale 'crisisbeheersing' als fenomeen nog niet bestond. Tegenspoed kwam van God, het was het noodlot, en je had het gezamenlijk te ondergaan. Mensen moesten wel veerkrachtig zijn, ze konden niet anders. Pas in de moderne tijd, met de komst van het Koninkrijk en nieuwe wetten rondom volksgezondheid en rampbestrijding, nam de centrale overheid steeds meer taken op zich. Vanaf de twintigste eeuw werd de rampbestrijding complexer, er kwam steeds meer bij kijken. In de jaren zeventig van die eeuw begon de overheid ook voor het eerst echt over 'crisisbesluitvorming' te praten. Of het nu om treinongelukken ging, terroristische aanslagen, overstromingen of rampen zoals de Bijlmerramp en de MH17, ministers en ambtenaren probeerden van eerdere crises te leren en nieuwe steeds professioneler te beheersen.

Tegelijkertijd namen de verwachtingen, de kritiek en achterdocht van de burgers toe. Naarmate de burgers er vaker en sneller bovenop geholpen werden door hulpverlenende instanties, leek er ook meer twijfel over die uitgestoken hand te komen. Moesten we ons wel laten inenten, vroeg menigeen zich al af in de negentiende eeuw. Moeten w eons land wel laten droog polderen? Wil de staat ons wel redden, is het gene verkapte onderdrukking? Wantrouwen jegens de overheid in tijden van crisis nam met de toegenomen communicatiemiddelen in de eenentwintigste eeuw een nog hogere vlucht. Daarnaast lijkt het wel alsof onze veerkracht zich niet recht evenredig met de crisisbesluitvorming heeft weten te ontwikkelen. ie 'kwetsbaarheidsparadox' maakt immers dat naarmate een land en een bevolking rijker en veiliger worden, en er beter in slagen crises te voorkomen, de ontreddering des te groter is wanneer zich dan af en toe een crisis voordoet. (pagina 7-9)

Terug naar Overzicht alle titels

Johannes Krause & Thomas Trappe

De reis van de mensheid : wat onze genen zeggen over ons verleden en onze toekomst
Nieuw Amsterdam 2022, 336 pagina's € 24,99

Oorspronkelijke titel: Hybris: Die Reise der Menschheit zwischen Aufbruch und Scheitern (2021)

Wikipedia: Johannes Krause (1980) en korte bio van Thomas Trappe (19?)

Korte beschrijving
Een onderzoek naar de geschiedenis en de toekomst van de mensheid aan de hand van ons DNA. In evolutionaire termen heeft de moderne mens een stormachtige opkomst gemaakt. De laatste jaren worden we echter geconfronteerd met de gevolgen van onze expansiedrift, nu natuurlijke grondstoffen uitgeput raken en klimaatverandering ons bedreigt. Johannes Krause en Thomas Trappe vertellen op basis van de nieuwste genetische analyses van oeroude botten over hoe onze voorouders het hoofd wisten te bieden aan oorlogen, pandemieën en migratie, en wat wij van hen kunnen leren met het oog op de toekomst.‘De reis van de mensheid’ is in een heldere, nauwkeurige en verhalende stijl geschreven. Met kaarten, foto’s en illustraties in zwart-wit. Voor geoefende lezers met interesse in onderzoek naar de geschiedenis van de mens. Johannes Krause is archeoloog en directeur van het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig, Duitsland. Thomas Trappe is redactiechef bij de Tagesspiegel en schrijft over wetenschap, gezondheid en politiek.

Tekst op website uitgever
In evolutionaire termen heeft de moderne mens binnen no time een stormachtige opkomst gemaakt. In slechts een paar millennia hebben wij continenten veroverd, de Noordpool en de woestijn doorkruist, flora en fauna onderworpen en grenzen beslecht. De laatste jaren worden we geconfronteerd met de gevolgen van onze expansiedrift, nu natuurlijke grondstoffen uitgeput raken en klimaatverandering ons bedreigt. Komen we ook deze crisis weer te boven?

Johannes Krause en Thomas Trappe vertellen over de ongelofelijke reis van de mensheid, over fatale tegenslagen en de triomfen van een paar bevolkingsgroepen. De bestsellerauteurs laten op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten zien hoe wij in het verleden het hoofd wisten te bieden aan oorlogen, pandemieën en migratie, en welke gevaren schuilgaan achter de ongebreidelde macht van de mens.


Fragment uit hoofdstuk 4. Apocalyps
Black-out van 70.000 jaar geleden

Eén ding staat in ieder geval vast: zodra de mogelijkheid zich voordeed en hun conditie het toeliet, breidden alle mensvormen zich uit naar Eurazië. En ook de moderne mens waagde die stap, lang voor degenen die onze voorouders zouden worden. We hebben inmiddels zo'n veertig vondsten die allemaal in die richting wijzen, de ene wat explicieter dan de andere. De eerst sapiens-vertegenwoordigers doken meer dan 100.000 jaar geleden al op in het huidige China, Vietnam en Indonesië. De tot dusver oudste bewijzen in China zijn in ieder geval uit die tijd afkomstig, waarbij het meestal gaat om tanden die aan de moderne mens worden toegeschreven. Chronologisch past dat goed bij de vondsten uit Israël, waar zoals gezegd, ongeveer 120.000 jaar geleden moderne mensen in de grotten Skhul en Qafzeh leefden. En ook de klimaatontwikkelingen van dat tijdperk passen in het beeld: tijdens het buitengewoon lange en soms zeer hete Eemien heersten er in het zuiden van Eurazië omstandigheden die de emigranten uit Afrika erg goed van pas kwamen. 

Uit de periode van zo'n 200.000 jaar geleden, toen er moderne mensen in het zuiden van Griekenland en in de Israëlische Misliyagrot leefden, hebben we daarentegen nog geen bewijzen voor de aanwezigheid van moderne mensen in China en Zuidoost-Azië. De ijstijd werd toen iets milder, waardoor het wellicht mogelijk was om steeds iets verder naar het noorden te trekken, maar misschien was het niet voldoende voor de grote expansie in oostelijke richting.

Door de ondraaglijke kou was Eurazië tot aan het Eemien misschien een plek waar nauwelijks mensen leefden en waar alleen neanderthalers en denisova's zich staande konden houden. Of die mensvormen Homo erectus tegenkwamen is niet bekend. Die oermens leefde ten tijde van de neanderthalers in elk geval nog in Europa, dus het is mogelijk dat ze elkaar bestreden of met elkaar paarden. Maar omdat we tot nu toe geen DNA van Homo erectus hebben, kunnen we dat niet aantonen. hetzelfde geldt voor de denisova's, bij wie zich nog een ander probleem voordoet. Van hen weten we niet eens vanaf wanneer ze ongeveer in Azië woonden en of ze Homo erectus dus überhaupt kunnen zijn tegengekomen. (pagina 88-89)

Lees ook: De reis van onze genen : een verhaal over ons en onze voorouders (uit 2020)

Opmerkelijk: in 2022 verscheen onder dezelfde titel een boek van Oded Galor: De reis van de mensheid : waar welvaart en ongelijkheid vandaan komen.

Terug naar Overzicht alle titels

Esther van Fenema



Het verlaten individu : waarom voelen we ons zo leeg?

Prometheus 2022, 276 pagina's - € 18,50

Wikipedia: Esther van Fenema (1970)

Korte beschrijving
Een psychologische en culturele analyse van de rol van de zeven hoofdzonden in onze tijd, met speciale aandacht voor een nieuwe zonde: leegte. Het verlaten individu is overal. De mens van nu worstelt met tal van psychische klachten, die veelal terug te voeren zijn op zingeving en vooral het gebrek eraan, stelt Esther van Fenema. Die leegte proberen we te dempen door excessief te consumeren, met steeds meer leegte tot gevolg. Met de komst van het individualisme hoopte de mens zelf God te worden, maar de paradox is dat we de verantwoordelijkheid voor deze vrijheid niet goed verdragen en kwetsbaar zijn geworden. Van Fenema beschrijft de cultuurhistorische en praktische aspecten van de hoofdzonden, van superbia tot avaritia en vacuüm. ‘Het verlaten individu’ is vlot en onderhoudend gegeven, met scherpe inzichten in psyche en maatschappij. Vooral geschikt voor de meer geoefende lezer. Esther van Fenema (Haarlem, 1970) is psychiater en columniste, Ze werkte ruim tien jaar in het LUMC en heeft momenteel ze een vrijgevestigde praktijk voor 'high performers' en werkt in de ggz..

Tekst op website uitgever
Het individu van nu worstelt met tal van psychische klachten, die veelal terug te voeren zijn op zingeving en vooral het gebrek eraan: leegte. Dat nare gevoel proberen we te dempen door excessief te consumeren en te ‘genieten’, waardoor we ons steeds leger gaan voelen en in een negatieve, vicieuze cirkel terechtkomen. Toen we ooit de baleinen uit de samenleving trokken en het individu bevrijdden uit allerlei groepsverbanden hoopten we zelf God te worden. Als ‘God’ hebben we overal recht op en bepalen we zelf de grenzen. De paradox is dat we deze verantwoordelijkheid niet goed verdragen en kwetsbaar zijn geworden. We verwachten de beloning en de verlossing van buiten, maar God heeft ons verlaten. In dit boek onderzoekt psychiater Esther van Fenema wat de rol is van de zeven hoofdzonden in onze tijd. Ze voegt daar een nieuwe hoofdzonde aan toe die kenmerkend is voor nu: de leegte.

Esther van Fenema (1970) werkte ruim tien jaar als psychiater in het LUMC. Momenteel heeft ze een vrijgevestigde praktijk voor high performers en werkt ze in de ggz. Ze wordt regelmatig gevraagd als opiniemaker in de landelijke media. Daarnaast is ze als vaste columniste verbonden aan Medisch Contact en schrijft ze regelmatig voor de Volkskrant en Trouw. In 2018 was ze als psychiater te zien in BN’ers in Therapie op RTL5. In 2020 verscheen Waarom kan ik niet gewoon gelukkig zijn?.

Fragment uit: Superbia - hoogmoed
In onze samenleving zijn rollen niet meer vanzelfsprekend. We zijn verward over de vraag waar de rol begint en de mens eindigt, want door de onstuitbare opmars van het individu staat de mens tegenwoordig centraal en is zijn rol secundair. Deze nieuwe menselijkheid heeft als voordat dat we meer van elkaar zien, waardoor we ons beter kunnen verplaatsen in de ander. Er zijn aanwijzingen dat een speciale groep zenuwcellen, de spiegelneuronen, een rol speelt bij dit instinctieve inlevingsvermogen.
  Maar er kleven ook risico's aan dit prachtig empathische vermogen. Bestuurders en politici maken bewust of onbewust behendig gebruik van dit evolutionaire mechanisme. Het persoonlijke ontschuldigt waardoor de rol en de daarbij behorende verantwoordelijkheid verbleken, en het lastiger wordt om kritiek te leveren.

  VVD-politica Sophie Hermans creëerde tijdens haar speech op het VVD-congres verwarring door te roepen: 'Ik sta hier omdat ik mezelf ben. Ik ben Sophie Hermans.' Minister Van der Wal gooide ook haar mens-zijn in de strijd door snikkend te reageren op het ondermijnende AD-interview van minister Hoekstra over het stikstofbesluit met: 'Ik vond het niet fijn. Ik ben ook een mens. Dan hoop je op steun van het hele team.'
  Behalve verwarring kan ook verontwaardiging ontstaan, zoals bij het optreden van Sandra Phlippen tijdens Zomergasten 2022. Ze zat daar primair als mens maar haar zeer persoonlijke smaak was voor velen niet los te zien van haar rol als hoofdeconoom bij de ABN Amro, zeker niet toen ze denigrerende opmerkingen maakte over 'de gewone man'. Toen Sigrid Kaag twitterde dat ze onwel was geworden en het stikstofdebat niet kon bijwonen, ontliep ze de kritiek als minister van Financiën en kreeg ze als mens veel empathie en beterschapswensen.
  Als hoogwaardigheidsbekleders te veel mens worden wordt het dus lastiger om paal en perk te stellen als ze aantoonbaar falen in hun rol.
  Als mens mag Thierry Baudet binnen de context van een familiefeestje wat mij betreft roepen wat hij wil. Maar als volksvertegenwoordiger is het ondenkbaar dat hij zonder correctie steeds verder kan gaan in zijn publiekelijke antisemitisme. In een filmpje vergeleek hij Oekraïne met Israël, 'als centrum van een geheim systeem achter de machtsstructuur in de wereld'. Natuurlijk ontstond er de gebruikelijke ophef en afschuw, maar daar bleef het bij, terwijl een grote groep die zich met hem identificeert gevaarlijk wordt beïnvloed. Groepsbelediging is sinds de jaren dertig van de vorige eeuw strafbaar, nota bene om weerstand te bieden aan fascisme en antisemitisme. Wanneer je als arts faalt in je rol als hulpverlener krijg je terecht een tuchtklacht aan je broek. Maar Baudet kan ongestraft joden verdacht maken, daar waar de geschiedenis heeft aangetoond dat juist antisemitisme tot de vreselijkste vorm van ontmenselijking leidt.

Onze narcistische maatschappij begint ernstige rafelranden te vertonen die we steeds minder goed weg kunnen moffelen. De toeslagenaffaire, corrupte politici die desondanks blijven zitten en steeds meer mensen die afhaken en houvast zoeken buiten de realiteit.
  Onze huidige samenleving bestaat uit een verzameling individuen die zich primair bezighouden met hun persoonlijke belangen. Desondanks hebben we machthebbers en bestuurders nodig die zorg dragen en verantwoordelijkheid nemen. Maar de mensen die dergelijke verantwoordelijkheid dragen, voor ondernemingen, instellingen, lokaal of landelijk bestuur, worden vaak ook verblind door hun hoogmoed. De gevolgen van hun hoogmoed zijn extra groot en schaden grote groepen mensen en de aarde als geheel. Zeker omdat mensen op deze posities vaak behendig genoeg zijn om de gevolgen van hun gedrag of 'de val' weg te managen.
  We krijgen de leiders die we verdienen. Misschien is het logisch dat als we allemaal God zijn geworden, we leiders kiezen die ons daarin bevestigen doordat ze zelf geen echte autoriteit meer neerzetten. Als iedereen op zichzelf is gericht, dan bestaan zorgzaamheid en verantwoordelijkheid niet meer en wordt iedereen verwaarloosd. (pagina 40-42)

Terug naar Overzicht alle titels

Louise Fresco 2


Ons voedsel : een levenslang verhaal

Prometheus 2023, 302 pagina's - € 22,50

Wikipedia: Louise Fresco (1952)

Korte beschrijving
Een verhelderend en persoonlijk boek waarin wetenschapper Louise Fresco beschrijft hoe haar denken over voedsel zich heeft ontwikkeld. Al jaren schrijft Fresco over de vraag: hoe voeden wij acht miljard mensen nu, en tien miljard straks? Reizen, gerechten, wetenschappelijke inzichten en kunst vormen in dit boek aanleiding tot associaties en vragen. Aan de orde komen onder meer schaarste en overvloed, gezondheid en ziekte en uiteindelijk de verhouding tussen mens en planeet. ‘Ons voedsel’ biedt een blik op de verhalen achter iedere maaltijd, en is tevens een geëngageerde getuigenis van een leven waar voedsel als een rode draad doorheen loopt.‘Ons voedsel’ is helder en scherpzinnig geschreven, waarbij Fresco haar persoonlijke perspectief vlot weet te verbinden met grotere maatschappelijke kwesties. Voor een meer geoefende lezersgroep met verregaande interesse in het onderwerp.Louise O. Fresco (Meppel, 1952) is een bekende wetenschapper, schrijver en columnist. Ze schreef meer dan veertig boeken, waaronder de romans ‘De utopisten’ en ‘De plantenjager uit Leningrad’.

Tekst op website uitgever
Louise Fresco houdt zich al haar hele leven bezig met voedsel, als denker, wetenschapper en schrijver. Ze heeft onnoemelijk veel gepubliceerd, geeft wereldwijd lezingen en praat met wetenschappers, bestuurders en beleidsmakers, en steevast over de vraag: hoe voeden wij 8 miljard mensen nu, en 10 miljard straks?

In dit boek beschrijft Fresco hoe haar denken over voedsel is veranderd. Ze gaat in op actuele kwesties die ons allen bezighouden, maar geeft ook vele kleurrijke herinneringen.

Reizen, gerechten, de nieuwste wetenschappelijke inzichten en kunst die haar inspireert vormen aanleiding tot associaties en vragen. In Ons voedsel komt alles aan de orde: schaarste en overvloed, geboden en verboden, gezondheid en ziekte, en uiteindelijk de verhouding tussen de mens en de planeet.

Ons voedsel is een optimistisch boek over de verhalen achter iedere maaltijd. Het is een geëngageerde en prachtig geschreven getuigenis van een leven waar voedsel, datgene wat niemand onverschillig kan laten, als een rode draad doorheen loopt.

Louise O. Fresco (1952) is wetenschapper, columnist voor NRC Handelsblad en de auteur van de veelgeprezen romans De kosmopolieten, De utopisten (shortlist Libris Literatuur Prijs), De idealisten en recent De plantenjager uit Leningrad. Haar boek Hamburgers in het paradijs geldt als haar magnum opus over landbouw en voedsel. In juni 2022 neemt zij afscheid als bestuursvoorzitter van Wageningen University & Research.

Fragment uit (het) Wood vooraf
Mijn karakter en mijn achtergrond in de wetenschap, net als mijn brede historische belangstelling, maken dat ik eerder de nuances en het perspectief zoek dan de scherpe stellingname. Sinds jaar en dag krijg ik reacties van mensen die me in hun kamp willen trekken ('Spreekt u zich nu eens uit voor een moratorium op vlees!', 'Waarom zegt u niet eerlijk dat het definitief afgelopen moet zijn met die onzin van zonnepanelen op goede landbouwgrond?' en 'U moet echt toegeven dat de wereldbevolking exponentieel groeit en radicale geboortebeperking in Afrika en Azië moet worden afgedwongen'). Als ik dat niet doe en commentator vriendelijk zeg dat er meer kanten aan de zaak zitten of zijn premisse slechts deels de waarheid dekt, of fout is, volgen de bekende bloemrijke formuleringen, waarvan 'U bent een dom mens' de meest elegante is.


  Er zijn weinig dingen waar een scherpe stellingname werkelijk zoden aan de dijk zet, behalve het hameren op het belang van toetsbare feiten, de noodzaak van perspectief en de kracht van de correctie. Ik houd erg van de uitspraak van de geleerde Maimonides (rabbi Moshe ben Maimon) die in de twaalfde eeuw al schreef: 'Leer je tong om te zeggen: "Ik weet het niet", en je zult vooruitgang boeken.' "Ik weet niet' betekent in zijn context ook gen halve waarheden of leugens vertellen. De tegenwerping, dat we niet kunnen wachten tot we alles weten, is te makkelijk, vooral als daarmee onder het mom van voorzorgsprincipe alles stop wordt gezet en het verlangen naar vroeger wordt gerechtvaardigd. Wat dat betreft zijn de woorden van de beroemde historicus Johan Huizinga voor mij altijd een leidraad geweest. Zo vooruitziend en pregnant formuleerde hij het in 1935 (in In de schaduwen van morgen): '...en algemeen terug is er niet. Er is enkel vooruit, al duizelt het ons voor onbekende diepten en verten...'

  In een gepolariseerd debat is hameren op wat we niet en wel weten bepaald niet populair, ook al omdat de definitie van wat feiten zijn aan erosie onderhevig is. Feiten zijn steeds vaker losse weetjes die bij elkaar gegraaid kunnen worden in die grote feitenbibliotheek op het internet waar voor elk wat wils te vinden is. Dat achter die wetenschappelijke feiten een internationaal systeem van intersubjectieve, strenge toetsing staat wordt graag vergeten, net als dat er achter pseudofeiten en groepen die het goed voor zeggen te hebben met de planeet vele belangen kunnen schuilen. Helaas, ook dat wetenschappelijke systeem van beoordeling zelf is aan erosie onderhevig, mede door de enorm gegroeide concurrentie onder onderzoekers en het volume van onderzoek. Maar uiteindelijk, ondanks de fouten of verschillen in interpretatie die een tijd kunnen bestaan, brengt de uitkomst van dit voortdurende systeem van toetsing onze collectieve kennis verder. Het is niet perfect, maar het beste wat we hebben om onze twijfel en onwetendheid aan alle kanten te bekijken en beter te begrijpen hoe de wereld in elkaar zit. (pagina 13-15)

Lees ook: Hamburgers in het paradijs : voedsel in tijden van schaarste en overvloed (uit 2012)

Terug naar Overzicht alle titels 

Gal Beckerman

De stilte voor de storm : over de oorsprong van radicale ideeën
Spectrum 2022, 394 pagina's  € 29,99

Oorspronkelijke titel: The quiet before : on the unexpected origins of radical ideas (2021)

Website Gal Beckerman (197)

Korte beschrijving
Een verhandeling over de oorsprong van radicale ideeën en de invloed van moderne technologie. Van oudsher worden de ideeën die aan revoluties ten grondslag liggen door een kleine voorhoede achter gesloten deuren gevormd. Met de opkomst van sociale media heeft de hele wereld plotseling toegang tot deze voorheen zo gesloten netwerken. Onderhoudend en intelligent geschreven. Voor geoefende lezers met speciale interesse in het onderwerp. Gal Beckerman is schrijver en journalist bij onder andere The New York Times en The Wall Street Journal. Hij is gepromoveerd in Mediastudies aan Columbia University. Zijn prijswinnende boek 'When They Come for Us, We’ll Be Gone' werd uitgeroepen tot beste boek van het jaar door The New Yorker en The Washington Post.

Tekst op website uitgever
Wanneer we het hebben over revoluties, denken we algauw aan chaotische protesten waarbij demonstranten met veel lawaai de straat op gaan om te strijden voor hun overtuigingen. Toch worden de ideeën die aan deze revoluties ten grondslag liggen al van oudsher in stilte achter gesloten deuren gevormd. Van dekolonisatie tot feminisme – de meest wereldveranderende bewegingen werden door een kleine voorhoede in gang gezet en daarna pas op grote schaal verspreid.

Maar met de opkomst van Facebook en Twitter heeft de hele wereld plotseling toegang tot deze voorheen zo gesloten netwerken. Grote bewegingen als de Arabische Lente, Occupy Wall Street en Black Lives Matter werden al beïnvloed door de sociale media. In De stilte voor de storm werpt Gal Beckerman zijn licht op de kansen en gebreken van dit nieuwe digitale ecosysteem. Hij neemt ons mee langs de totstandkoming en uitvoering van radicale ideeën, van de heimelijke inspanningen van zeventiende-eeuwse wetenschappers tot het georganiseerde sociale media-activisme van vandaag de dag. Grote politieke en maatschappelijke veranderingen, zo toont Beckerman aan, vallen of staan met de inspanningen van de vooruitstrevende denkers die achter de schermen het heft in eigen hand nemen.

Fragment uit (de) Inleiding
Verandering, en zeker het soort verandering dat sociale normen omverwerpt en dogma's onderuithaalt, gaat in het begin langzaam. Mensen onthouden hun koning niet zomaar. Jarenlang spreken ze kwaad over hem, zeggen dat hij iemand is die zonder kleren rondstapt en maken hem belachelijk, degraderen hem van godheid tot feilbare sterveling (met een hoofd dat kan worden afgehakt). Dit geldt voor alle soorten revoluties. Er is slavernij. Een kleine groep mensen begint zich zorgen te maken over de morele schande van het in eigendom hebben van een ander mens. Ze praten erover, wat kan ertegen worden gedaan. Hun gepraat verandert hen in een groep met een doel, afschaffing, en discussie loopt ne een tijd uit in actie, en vervolgens in het veranderen van gedachten en uiteindelijk in wetten.


We worden gegrepen door het moment waarop de menigte op straat samenkomt - de adrenaline, het traangas, de luid gescandeerde slogans, een politieman te paard die een eenzame demonstrant opjaagt of een man die het opneemt tegen een tank. maar als we terugspoelen naar het moment waarop een solide blok van gedeelde realiteit voor het eerst barsten gaat vertonen, is dat meestal bij een groep pratende mensen. Preciezer nog, een groep pratende mensen die aan het broeden is. En het uitbroeden van radicale, nieuwe ideeën is een heel apart proces waar bepaalde voorwaarden aan verbonden zijn: een kleine ruimte, veel warmte, hartstochtelijk gefluister en een zekere mate van vrijheid om te discussiëren en te werken aan een gemeenschappelijk, gericht doel.

Saul Alinsky, de activist en opbouwwerker wiens Rules for Radicals een activistenbijbel werd, schreef dat succesvolle revoluties dezelfde drie-aktenstructuur hebben als een film of toneelstuk. 'In de eerste akte worden de personages en het plot geïntroduceerd, in de tweede akte ontwikkelen het plot en de personages zich terwijl het stuk er alles aan doet om de aandacht van het publiek vast te houden. In de laatste akte vindt de dramatische confrontatie plaats tussen goed en kwaad, en volgt de ontknoping.' Het probleem met de generatie revolutionairen die Alinsky aan het eind van de jaren zestig vanaf zijn uitkijkpost observeerde, was dat zij ongeduldig waren. Ze haastten zich naar de derde akte, verlangend naar 'de openbaring' die volgt wanneer kwaad is verslagen door goed. Maar deze kortere weg was schijn, leidde nergens toe. het was 'confrontatie omwille van de confrontatie - een opflakkering en dan terug naar de duisternis'. 


In de eerste twee aktes vindt het broeden plaats. Alinsky wist dat je zonder het samenspannen, plannen, debatteren en overtuigen een fantastisch protest kunt opzetten waar je met open mond naar staat te kijken, maar je houdt er niets aan over, het laat je met lege handen achter.

Waar gebeurt dit soort broeden vandaag de dag? Op sociale media? Op sites als Twitter en Facebook, waar een hashtag die viraal gaat nog steeds wordt gezien als iets met subversieve potentie? (pagina 11-12)

Lees in dit verband een artikel over het Raam van Overton: You can blow out a candle/But you can’t blow out a fire (december 2015).

Terug naar Overzicht alle titels

Richard Firth-Godbehere

Homo emoticus : hoe emoties de wereld hebben gevormd
Spectrum 2021, 352 pagina's € 29,99

Oorspronkelijke titel: A human history of emotion : how the way we feel built the world we know (2021)

Korte bio van Richard Firth-Godbehere (19?)

Korte beschrijving
De auteur is gespecialiseerd in emoties, met name in walging. Hij legt uit dat de samenleving ons bepaalde emoties oplegt; de term hiervoor is 'emotionele regimes'. Die samenlevingen verschillen onderling nogal, dus ook de emoties verschillen dan. De auteur gaat nu in de geschiedenis zoeken naar de rol die emoties daar gespeeld hebben. Dit leidt tot een stevig aantal boeiende inkijkjes in de geschiedenis van uiteenlopende landen. De auteur blijkt dan ook over de gave van het vertellen te beschikken. In het laatste hoofdstuk gaat hij op de toekomst in, de vraag bijvoorbeeld of kunstmatige intelligentie emoties kan herkennen. In de epiloog verantwoordt hij de systematiek van zijn boek.

Tekst op website uitgever
Wij mensen zien onszelf graag als rationele wezens die hun voortbestaan als soort te danken hebben aan hun intellect. Maar veel van de belangrijkste momenten in onze geschiedenis hebben helemaal niets te maken met harde feiten, maar komen juist voort uit gevoelens. Van de geboorte van de belangrijkste wereldreligies en de val van Rome tot de wetenschappelijke revolutie en de meest bloederige oorlogen: altijd speelden emoties een bepalende rol.

In Homo emoticus neemt Richard Firth-Godbehere ons mee op een fascinerende en uitvoerige reis door de geschiedenis van de mens. Aan de hand van psychologie, neurowetenschap, filosofie, kunst en religieuze geschiedenis onthult hij de cruciale en vaak ondergewaardeerde rol van emoties wereldwijd – van het oude Griekenland en het Ottomaanse Rijk tot Gambia, Japan, de Verenigde Staten en meer. Daarmee geeft Homo emoticus niet alleen een nieuwe kijk op de evolutie van de mens, maar ook op de fundamentele invloed van emoties op de wereld waarin we nu leven.

Fragment uit 8. Emotioneel worden
Emotioneel overkomen

De geschiedenis van de oorsprong van emoties is er een met een verrassend grote impact. Zo baarde Hobbes' werk veel opzien. Zijn overtuiging dat mensen ruziën omdat ze verschillende gezichtspunten hebben en dat het allemaal neerkomt op iemands gevoelens, verklaart deels waarom de meeste landen ter wereld tot op e dag van vandaag een rechtsstelsel hebben met ene of andere finale arbiter, of het nu het Hooggerechtshof is in de Verenigde Staten, het Hof van Justitie van de Europese Unie of de Saikõ Saibansho in Japan. Hobbes lanceerde het idee dat positieve emoties goed voelen en negatieve slecht, iets wat vandaag de dag heel erg voor de hand liggend wordt gevonden. Ook werd hij de voornaamste aangever van de filosofen van de Verlichting. Denkers die zich in zijn ideeën verdiepten op zoek naar uitdagingen en waarheden, speelden geen onaanzienlijke rol in de vorming van moderne democratieën, rechtsstelsels en wetten. Dit alles is voor een groot deel te danken aan één man en zijn ideeën over gevoelens.


En wat Browns nieuwe concept over emoties betreft: welke taal je ook spreekt, als je ene leerboek psychologie of psychiatrie uit de kast haalt en openslaat, zul je zien dat de moderne Engelse opvatting van emoties de bladzijden domineert - of althans in die boeken die aan dit onderwerp zijn gewijd. Dat komt doordat het meeste werk op dit terrein is verricht door Engelssprekende wetenschappers of, vaker nog, in Engelstalige tijdschriften is gepubliceerd. Als Engels je moedertaal is, dan zou het me niet verbazen als het nooit is opgekomen dat emoties wel iets meer zijn dan een doos waarin lang geleden gevoelens hebben gestopt, en anderen eruit gelaten. Dat wil zeggen, niet totdat je dit boek hebt gelezen. Het woord 'emotie' is inmiddels zelfs zo ingesleten in de taal en cultuur dat we er niet meer aandacht aan besteden dan aan het woord 'arm'.  Het verschil is, de laatste keer dat ik erover nadacht tenminste, dat ik precies weet wat een arm is. In tegenstelling hiermee bestonden er de laatste keer dat iemand telde (in 1981), 101 definities van 'emotie' die door psychologen werden gehanteerd. En de zaak is sindsdien alleen maar ingewikkelder geworden.

Iedere keer als je zegt dat iemand emotioneel is, of dat je aan je emotionele gezondheid moet werken, of zelfs dat je zin hebt in een stukje emotionele muziek, dan kun je dat volgens mij helemaal terugvoeren op Thomas Brown. Met één lezing vond hij het nieuwe concept van emoties uit en de kloof tussen gedachten en gevoelens werd groter dan ooit.

Maar de wereld is niet beperkt tot Europa en Amerika en zoals we in de volgende twee hoofdstukken zullen zien, zijn er vele plekken waar niemand ooit had gehoord van Hobbes of Descartes, laat staan van Brown. En mensen daar gebruikten zeker niet het nieuwe woord 'emoties'.  Dat was een westers idee dat in de negentiende eeuw weinig betekenis had voor de Ashanti in Afrika of de bewoners van Japan. (pagina 169-170)



Terug naar Overzicht alle titels